2006-01-01 | BWBR0008659 | Huursubsidiewet

This commit is contained in:
Coornhert 2006-01-01 12:00:00 +00:00
parent 660e29fcc0
commit bc34bceb52

View file

@ -184,10 +184,10 @@ c. na overschrijding van de bedragen, genoemd in het eerste lid, als over de maa
Geen huurtoeslag wordt toegekend als het rekeninkomen meer bedraagt dan:
a. € 16 948,69 per 1 juli 2005: € 18 925. bij een eenpersoonshuishouden;
b. € 22 711,70 per 1 juli 2005: € 25 375. bij een meerpersoonshuishouden;
c. € 15 042,81 per 1 juli 2005: € 16 825. bij een eenpersoonsouderenhuishouden;
d. € 19 625,99 per 1 juli 2005: € 21 925. bij een meerpersoonsouderenhuishouden.
a. € 16 948,69 per 1 januari 2006: € 20 000 bij een eenpersoonshuishouden;
b. € 22 711,70 per 1 januari 2006: € 27 175 bij een meerpersoonshuishouden;
c. € 15 042,81 per 1 januari 2006: € 17 834, vermeerderd met de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 33b van de Algemene Ouderdomswet, per kalenderjaar, bij een eenpersoonsouderenhuishouden;
d. € 19 625,99 per 1 januari 2006: € 23 593, vermeerderd met twee maal de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 33b van de Algemene Ouderdomswet, per kalenderjaar, bij een meerpersoonsouderenhuishouden.
**2.** De in het eerste lid genoemde bedragen worden met ingang van 1 januari van elk jaar aangepast overeenkomstig artikel 27.
@ -205,7 +205,7 @@ Vervallen
**2.** Voor de hoogte van de basishuur is het rekeninkomen bepalend. Met het oog hierop worden bij ministeriële regeling de rekeninkomens in inkomensklassen verdeeld en de daarbij behorende basishuren vermeld.
**3.** De laagste inkomensklasse bevat de rekeninkomens, gelijk aan of lager dan het minimum-inkomensijkpunt, bedoeld in artikel 17, verhoogd met € 1 000 voor een huishouden als bedoeld in artikel 2, onder a en c, en verhoogd met € 1 525 voor een huishouden als bedoeld in artikel 2, onder b en d.
**3.** De laagste inkomensklasse bevat de rekeninkomens, gelijk aan of lager dan het minimum-inkomensijkpunt, bedoeld in artikel 17, verhoogd met € 200 voor een huishouden als bedoeld in artikel 2, onder a en c, en verhoogd met € 300 voor een huishouden als bedoeld in artikel 2, onder b en d.
**4.** De rekeninkomens in een zelfde inkomensklasse, boven het minimum-inkomensijkpunt, mogen ten hoogste € 500 van elkaar verschillen.
@ -217,10 +217,10 @@ Vervallen
Het minimum-inkomensijkpunt bedraagt, herrekend naar een jaarinkomen in het berekeningsjaar:
a. voor een eenpersoonshuishouden: de som van de bedragen, bedoeld in de artikelen 21, onder a, en 25, tweede lid, van de Wet werk en bijstand, zoals die bedragen naar redelijke verwachting met ingang van 1 januari van het berekeningsjaar zullen luiden;
b. voor een meerpersoonshuishouden: het bedrag, bedoeld in artikel 21, onder c, van de Wet werk en bijstand, zoals dat bedrag naar redelijke verwachting met ingang van 1 januari van het berekeningsjaar zal luiden;
c. voor een eenpersoonsouderenhuishouden: het bedrag, bedoeld in artikel 9, tiende lid, onder a, van de Algemene Ouderdomswet, zoals dat bedrag naar redelijke verwachting met ingang van 1 januari van het berekeningsjaar zal luiden, vermeerderd met de vakantietoeslag, bedoeld in artikel 29, zesde lid, onder c, van de Algemene Ouderdomswet, zoals die toeslag naar redelijke verwachting met ingang van 1 januari van het berekeningsjaar zal luiden, en verder vermeerderd met € 1 675;
d. voor een meerpersoonsouderenhuishouden: twee maal het bedrag, bedoeld in artikel 9, tiende lid, onder b, van de Algemene Ouderdomswet, zoals dat bedrag naar redelijke verwachting met ingang van 1 januari van het berekeningsjaar zal luiden, vermeerderd met de vakantietoeslag, bedoeld in artikel 29, zesde lid, onder a, van de Algemene Ouderdomswet, zoals die toeslag naar redelijke verwachting met ingang van 1 januari van het berekeningsjaar zal luiden, en verder vermeerderd met € 1 050.
a. voor een eenpersoonshuishouden: de som van de bedragen, bedoeld in de artikelen 21, onder a, en 25, tweede lid, van de Wet werk en bijstand, zoals die bedragen naar redelijke verwachting in het berekeningsjaar zullen luiden, verhoogd met € 313;
b. voor een meerpersoonshuishouden: het bedrag, bedoeld in artikel 21, onder c, van de Wet werk en bijstand, zoals dat bedrag naar redelijke verwachting in het berekeningsjaar zal luiden, verhoogd met € 251;
c. voor een eenpersoonsouderenhuishouden: het bedrag van het bruto-ouderdomspensioen voor de pensioengerechtigde, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, van de Algemene Ouderdomswet, zoals dat bedrag naar redelijke verwachting in het berekeningsjaar zal luiden, vermeerderd met het bedrag van de bruto-vakantie-uitkering, vastgesteld overeenkomstig artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van die wet, zoals dat bedrag naar redelijke verwachting in het berekeningsjaar zal luiden, en de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 33b van die wet, per kalenderjaar, en verder vermeerderd met € 1675;
d. voor een meerpersoonsouderenhuishouden: twee maal het bedrag van het bruto-ouderdomspensioen voor de pensioengerechtigde, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder b, van de Algemene Ouderdomswet, zoals dat bedrag naar redelijke verwachting in het berekeningsjaar zal luiden, vermeerderd met het bedrag van de bruto-vakantie-uitkering, vastgesteld overeenkomstig artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, van die wet, zoals dat bedrag naar redelijke verwachting in het berekeningjaar zal luiden, en twee maal de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 33b van die wet, per kalenderjaar, en verder vermeerderd met € 1050.
**2.** Bij het minimum-inkomensijkpunt behoort een normhuur van € 166,08 per 1 juli 2005: € 178,54.
@ -239,12 +239,12 @@ b. € 3,63 als sprake is van een meerpersoonsouderenhuishouden.
Het referentie-inkomensijkpunt bedraagt:
a. voor een eenpersoonshuishouden: € 14 997,44 per 1 juli 2005: € 17 300;
b. voor een meerpersoonshuishouden: € 20 283,98 per 1 juli 2005: € 23 300;
c. voor een eenpersoonsouderenhuishouden: € 14 770,55 per 1 juli 2005: € 17 125;
d. voor een meerpersoonsouderenhuishouden: € 18 922,64 per 1 juli 2005: € 21 775.
a. voor een eenpersoonshuishouden: € 14 997,44 per 1 januari 2006: € 20 025;
b. voor een meerpersoonshuishouden: € 20 283,98 per 1 januari 2006: € 25 725;
c. voor een eenpersoonsouderenhuishouden: € 14 770,55 per 1 januari 2006: € 18 200;
d. voor een meerpersoonsouderenhuishouden: € 18 922,64 per 1 januari 2006: € 23 575.
**2.** Bij het referentie-inkomensijkpunt behoort een normhuur van € 337,61 per 1 juli 2005: € 363,01.
**2.** Bij het referentie-inkomensijkpunt behoort een normhuur van € 337,61 per 1 juli 2005: € 363,01
**3.**
@ -361,7 +361,7 @@ Vervallen
Met ingang van 1 juli van elk jaar worden aangepast aan de gemiddelde huurprijswijziging, zoals die naar redelijke verwachting op die datum zal plaatsvinden:
a. de bedragen die zijn genoemd in de artikelen 17, tweede lid, (bij minimum-inkomensijkpunt behorende normhuur) en 18, tweede lid, (bij referentie-inkomensijkpunt behorende normhuur), bij algemene maatregel van bestuur, en
b. de bedragen die zijn genoemd in de artikelen 13, eerste lid, onder b , (maximale huurgrens) en 20, eerste en tweede lid, (kwaliteitskortings- en aftoppingsgrens), bij ministeriële regeling.
b. de bedragen die zijn genoemd in de artikelen 13, eerste lid, onder b, (maximale huurgrens) en 20, eerste en tweede lid, (kwaliteitskortings- en aftoppingsgrens), bij ministeriële regeling.
Hierbij wordt een correctie aangebracht naar de mate waarin de gemiddelde huurprijswijziging op 1 juli van het voorafgaande jaar afweek van de verwachting waarvan werd uitgegaan bij de eerdere aanpassing van deze bedragen.
@ -369,19 +369,19 @@ Hierbij wordt een correctie aangebracht naar de mate waarin de gemiddelde huurpr
**3.** Bij ministeriële regeling wordt elk jaar, met ingang van 1 juli, het bedrag, genoemd in artikel 13, eerste lid, onder a (maximale huurgrens), aangepast aan de ontwikkeling van de consumentenprijzen (alle huishoudens) in het jaar voorafgaande aan het berekeningsjaar, als in januari van het berekeningsjaar in de Staatscourant bekendgemaakt.
**4.** Bij ministeriële regeling worden elk jaar, met ingang van 1 januari, de bedragen, genoemd in artikel 14, eerste lid (maximum-inkomensgrens), aangepast met de factor, bedoeld in artikel 10.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001, met dien verstande dat voor «kalenderjaar» wordt gelezen: berekeningsjaar. De maximum-inkomensgrens kan, naast de aanpassing daarvan volgens de eerste volzin, worden aangepast ter voorkoming van onbedoelde gevolgen van maatregelen met betrekking tot de inkomens boven het minimum-inkomensijkpunt.
**4.** Bij ministeriële regeling worden elk jaar, met ingang van 1 januari, de bedragen, genoemd in artikel 14, eerste lid (maximum-inkomensgrens), aangepast met de factor, bedoeld in artikel 10.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001, met dien verstande dat in het eerste en tweede lid van laatstgenoemd artikel voor «kalenderjaar» telkens wordt gelezen «berekeningsjaar» en dat in het tweede lid van dat artikel «, afgeleid» vervalt. De maximum-inkomensgrens kan, naast de aanpassing daarvan volgens de eerste volzin, worden aangepast ter voorkoming van onbedoelde gevolgen van maatregelen met betrekking tot de inkomens boven het minimum-inkomensijkpunt.
**5.** Bij ministeriële regeling wordt elk jaar, na overleg met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de hoogte vastgesteld van de bedragen, zoals die met ingang van 1 januari krachtens artikel 17, eerste lid, als minimum-inkomensijkpunten gelden.
**6.** Bij ministeriële regeling worden elk jaar, met ingang van 1 januari, de bedragen, genoemd in artikel 18, eerste lid (referentie-inkomensijkpunten), aangepast met het percentage, waarmee de per die datum verwachte corresponderende bedragen krachtens artikel 17, eerste lid (minimum-inkomensijkpunten), afwijken van de corresponderende bedragen die per 1 januari in het daaraan voorafgaande berekeningsjaar gelden krachtens de in dat artikellid genoemde wetten. Van dit percentage kan worden afgeweken, voor zover de wijziging van de in artikel 17, eerste lid, bedoelde jaarinkomens onbedoeld afwijkt van de wijziging welke naar verwachting plaats zal vinden met betrekking tot de inkomens boven het minimum-inkomensijkpunt.
**6.** Bij ministeriële regeling worden elk jaar, met ingang van 1 januari, de bedragen, genoemd in artikel 18, eerste lid (referentie-inkomensijkpunten), aangepast met het percentage, waarmee de in het berekeningsjaar verwachte corresponderende bedragen krachtens artikel 17, eerste lid, onderdelen a en b, en de in het berekeningsjaar verwachte corresponderende bedragen en tegemoetkomingen krachtens de onderdelen c en d van dat artikellid (minimum-inkomensijkpunten), afwijken van de corresponderende bedragen en tegemoetkomingen die in het daaraan voorafgaande berekeningsjaar gelden krachtens de in dat artikellid genoemde wetten. Van dit percentage kan worden afgeweken, voor zover de wijziging van de in artikel 17, eerste lid, bedoelde jaarinkomens onbedoeld afwijkt van de wijziging welke naar verwachting plaats zal vinden met betrekking tot de inkomens boven het minimum-inkomensijkpunt.
**7.** De bedragen, bedoeld in het eerste en tweede lid, en de maximale huurgrens, bedoeld in het derde lid, worden naar boven afgerond op hele eurocenten. De maximum-inkomensgrens, bedoeld in het vierde lid, en de bedragen, bedoeld in het vijfde en zesde lid, worden naar boven afgerond op een veelvoud van € 25. Bij een volgende aanpassing van de grenzen en de bedragen, bedoeld in de tweede volzin, wordt uitgegaan van de grenzen en de bedragen zoals die waren, voordat zij werden afgerond.
**7.** De bedragen, bedoeld in het eerste en tweede lid, en de maximale huurgrens, bedoeld in het derde lid, worden naar boven afgerond op hele eurocenten. De maximum-inkomensgrens, bedoeld in het vierde lid, met inbegrip van de vermeerderingen, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen c en d, en de bedragen, bedoeld in het vijfde en zesde lid, worden naar boven afgerond op een veelvoud van € 25. Bij een volgende aanpassing van de grenzen en de bedragen, bedoeld in de tweede volzin, wordt uitgegaan van de grenzen en de bedragen zoals die waren, voordat zij werden afgerond.
**8.** De minimum-inkomensijkpunten en de overeenkomstig het eerste tot en met zevende lid vastgestelde, vanaf 1 januari geldende referentie-inkomensijkpunten en maximale inkomensgrenzen, en vanaf 1 juli geldende maximale huur-, kwaliteitskortings- en aftoppingsgrenzen, alsmede de voor de verschillende inkomensklassen en typen huishouden geldende basishuren worden elk jaar uiterlijk op 1 november daaraan voorafgaand onderscheidenlijk 1 mei daaraan voorafgaand in de Staatscourant bekendgemaakt.
**8.** De minimum-inkomensijkpunten en de overeenkomstig het eerste tot en met zevende lid vastgestelde, vanaf 1 januari geldende referentie-inkomensijkpunten en maximale inkomensgrenzen, alsmede de als gevolg daarvan voor de onderscheiden typen huishouden gewijzigde inkomensklassen en daarbij behorende basishuren, en vanaf 1 juli geldende maximale huur-, kwaliteitskortings- en aftoppingsgrenzen, alsmede de voor de verschillende inkomensklassen en typen huishouden geldende basishuren worden elk jaar uiterlijk op 1 november daaraan voorafgaand onderscheidenlijk 1 mei daaraan voorafgaand in de Staatscourant bekendgemaakt.
**9.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen de bedragen, genoemd in de artikelen 5, eerste lid, onder b, en derde lid, onder a, b, c en d (garage-aftrek en maximum-servicekosten), 16, eerste lid (verhoging van de normhuur), 17, eerste lid, onder c en d (ouderentoeslag bij minimum-inkomensijkpunt), en derde lid, onder a en b (verlaging van de normhuur bij minimum-inkomensijkpunt), en 18, derde lid, onder a, b, c en d (verlaging van de normhuur bij referentie-inkomensijkpunt), hoger of lager worden gesteld.
## Hoofdstuk 6. Huurtoeslag-informatiepunten
## Hoofdstuk 6. Hulp- en informatiepunten
### Artikel 28
@ -465,7 +465,7 @@ Vervallen
**1.** De gemeente waarin in enig tijdvak dat loopt van 1 juli tot en met 30 juni van het daaropvolgende jaar het in artikel 38 genoemde percentage wordt overschreden, is aan het Rijk een financiële bijdrage verschuldigd.
**2.** De hoogte van de bijdrage is gelijk aan het aantal van de gevallen waarin in het tijdvak dat loopt van 1 juli tot en met 30 juni van het daaropvolgende jaar in die gemeente het in artikel 38 genoemde percentage werd overschreden verminderd met het aantal gevallen waarin de Belastingdienst/Toeslagen in overeenstemming met Onze Minister is afgeweken van het advies van burgemeester en wethouders, bedoeld in artikel 12, vermenigvuldigd met een bij algemene maatregel van bestuur vastgesteld tarief. Daarbij is bepalend het aantal gevallen dat bij Onze Minister bekend is op 1 januari na afloop van het tijdvak, bedoeld in de eerste volzin.
**2.** De hoogte van de bijdrage is gelijk aan het aantal van de gevallen waarin in het tijdvak dat loopt van 1 juli tot en met 30 juni van het daaropvolgende jaar in die gemeente het in artikel 38 genoemde percentage werd overschreden verminderd met het aantal gevallen waarin de Belastingdienst/Toeslagen in overeenstemming met Onze Minister is afgeweken van het advies van burgemeester en wethouders, bedoeld in artikel 12, vermenigvuldigd met een bij algemene maatregel van bestuur vastgesteld tarief. Daarbij is bepalend het aantal gevallen dat bij Onze Minister bekend is op 1 juli van het jaar volgend op het tijdvak, bedoeld in de eerste volzin.
**3.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de berekening en de invordering van de verschuldigde financiële bijdrage.
@ -519,7 +519,7 @@ Vervallen
### Artikel 48c
De Belastingdienst/Toeslagen verstrekt de voor de uitvoering ten behoeve van het doen van uitkeringen uit een bij verordening op basis van artikel 108 van de Gemeentewet ingesteld gemeentelijk woonlastenfonds benodigde gegevens behoudens het bepaalde in artikel 28, tweede lid, uitsluitend ten behoeve van dat woonlastenfonds.
De Belastingdienst/Toeslagen verstrekt op verzoek aan burgemeester en wethouders de voor de uitvoering ten behoeve van het doen van uitkeringen uit een bij verordening op basis van artikel 108 van de Gemeentewet ingesteld gemeentelijk woonlastenfonds benodigde gegevens behoudens het bepaalde in artikel 38a van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, uitsluitend ten behoeve van dat woonlastenfonds.
### Artikel 49
@ -559,9 +559,9 @@ De Wet individuele huursubsidie wordt ingetrokken.
**4.** Artikel 13, eerste lid, is niet van toepassing op een huurder op wie artikel 41 van de Wet individuele huursubsidie of artikel II van de wet van 9 juni 1994 houdende wijziging van de Wet individuele huursubsidie (Stb. 439) van toepassing was over de aan de dag van inwerkingtreding van deze wet voorafgaande kalendermaand, zolang deze huurder het genot van de desbetreffende woning behoudt. Artikel 13, derde lid, is in deze gevallen van overeenkomstige toepassing.
**5.** Bij de toepassing van artikel 7 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen kan de Belastingdienst/Toeslagen op verzoek van de huurder het op 31 december 2005 van kracht zijnde beleid toepassen dat Onze Minister heeft getroffen op grond van artikel 26, eerste lid, zoals dat op die datum luidde.
**5.** Bij de toepassing van artikel 2, en bij de toepassing van artikel 7 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen kan de Belastingdienst/Toeslagen op verzoek van de huurder het op 31 december 2005 van kracht zijnde beleid toepassen dat Onze Minister heeft getroffen op grond van artikel 9 en artikel 26, eerste lid, zoals die artikelen onmiddellijk voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Aanpassingswet Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen luidden.
**6.** Het vijfde lid geldt uitsluitend in bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen gevallen.
**6.** Het vijfde lid geldt uitsluitend in bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vast te stellen gevallen.
**7.** Een verrekening als bedoeld in artikel 36, derde lid, kan mede betrekking hebben op te veel betaalde bedragen en de daarop betrekking hebbende verhogingen op voet van de Wet individuele huursubsidie.