From bc4331e609c638381542f5fd0c37cb1e94eb5fcb Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Sun, 1 Aug 2010 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] =?UTF-8?q?2010-08-01=20|=20BWBR0007414=20|=20Wet=20klacht?= =?UTF-8?q?recht=20cli=C3=ABnten=20zorgsector?= MIME-Version: 1.0 Content-Type: text/plain; charset=UTF-8 Content-Transfer-Encoding: 8bit --- .../BWBR0007414/README.md | 8 ++++---- 1 file changed, 4 insertions(+), 4 deletions(-) diff --git a/wet/wet-klachtrecht-cliënten-zorgsector/BWBR0007414/README.md b/wet/wet-klachtrecht-cliënten-zorgsector/BWBR0007414/README.md index 67ebf51a93f..b2ba0b4ed20 100644 --- a/wet/wet-klachtrecht-cliënten-zorgsector/BWBR0007414/README.md +++ b/wet/wet-klachtrecht-cliënten-zorgsector/BWBR0007414/README.md @@ -27,7 +27,7 @@ a. zorg wordt verleend als omschreven bij of krachtens de Zorgverzekeringswet of b. maatschappelijke ondersteuning wordt geboden door derden als bedoeld in artikel 10 van de Wet maatschappelijke ondersteuning; c. verslavingszorg wordt verleend; 2°. een gemeentelijke gezondheidsdienst als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet collectieve preventie; -3°. een kindercentrum en een gastouderbureau als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet kinderopvang. +3°. een kindercentrum als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, een gastouderbureau als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, en een peuterspeelzaal als bedoeld in artikel 2.1, van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen. c. zorgaanbieder: 1°. een rechtspersoon of natuurlijk persoon, die een instelling in stand houdt; @@ -81,13 +81,13 @@ g. de aard van de maatregelen, bedoeld in het vijfde lid. **8.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het verslag. -**9.** De zorgaanbieder zendt het verslag voor 1 juni van het daaropvolgende kalenderjaar aan Onze Minister en aan de bevoegde regionale inspecteur van het staatstoezicht op de volksgezondheid, alsmede aan de organisatie die in de regio de belangen van de patiënten in algemene zin behartigt. In het geval van een zorgaanbieder van een instelling als bedoeld in artikel 1, onder b, onder 3°, zendt hij het verslag, in afwijking van de eerste zin, aan de toezichthouder, genoemd in artikel 61, eerste lid, van de Wet kinderopvang. +**9.** De zorgaanbieder zendt het verslag voor 1 juni van het daaropvolgende kalenderjaar aan Onze Minister en aan de bevoegde regionale inspecteur van het staatstoezicht op de volksgezondheid, alsmede aan de organisatie die in de regio de belangen van de patiënten in algemene zin behartigt. In het geval van een zorgaanbieder van een instelling als bedoeld in artikel 1, onder b, onder 3°, zendt hij het verslag, in afwijking van de eerste zin, aan de toezichthouder, genoemd in de artikelen 1.61, eerste lid, en 2.19, eerste lid, van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen. ### Artikel 2a **1.** Indien een klacht zich richt op een ernstige situatie met een structureel karakter, stelt de klachtencommissie de zorgaanbieder daarvan in kennis. Indien de klachtencommissie niet is gebleken dat de zorgaanbieder ter zake maatregelen heeft getroffen, meldt de klachtencommissie deze klacht aan de ingevolge artikel 3a met het toezicht op de naleving van deze wet belaste ambtenaar. Onder een klacht over een ernstige situatie wordt verstaan een klacht over een situatie waarbij sprake is van onverantwoorde zorg. -**2.** In afwijking van het eerste lid worden klachten ten aanzien van een instelling als bedoeld in artikel 1, onder b, onder 3°, die naar het oordeel van de klachtencommissie ernstig van aard zijn, door haar gemeld aan de ingevolge artikel 61 van de Wet kinderopvang met het toezicht op de naleving van die wet belaste ambtenaren. +**2.** In afwijking van het eerste lid worden klachten ten aanzien van een instelling als bedoeld in artikel 1, onder b, onder 3°, die naar het oordeel van de klachtencommissie ernstig van aard zijn, door haar gemeld aan de ingevolge de artikelen 1.61 en 2.19 van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen met het toezicht op de naleving van die wet belaste ambtenaren. ## Hoofdstuk III. Handhaving en toezicht @@ -117,7 +117,7 @@ g. de aard van de maatregelen, bedoeld in het vijfde lid. **1.** De artikelen 3, 3a en 3b zijn niet van toepassing ten aanzien van een instelling als bedoeld in artikel 1, onder b, onder 3°. -**2.** Met het toezicht op de naleving van deze wet ten aanzien van een instelling als bedoeld in artikel 1, onder b, onder 3°, zijn belast de op grond van artikel 61, eerste lid, van de Wet kinderopvang door het college van burgemeester en wethouders bij besluit aangewezen ambtenaren. Het bepaalde bij of krachtens de hoofdstukken 4 en 5 van de Wet kinderopvang is van overeenkomstige toepassing. +**2.** Met het toezicht op de naleving van deze wet ten aanzien van een instelling als bedoeld in artikel 1, onder b, onder 3°, zijn belast de op grond van de artikelen 1.61, eerste lid, en 2.19, eerste lid, van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen door het college van burgemeester en wethouders bij besluit aangewezen ambtenaren. Het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk 1, afdelingen 4 en 5 en hoofdstuk 2, afdelingen 3 en 4, van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen is van overeenkomstige toepassing. ## Hoofdstuk IV. Overgangs- en slotbepalingen