2018-07-01 | BWBR0011756 | Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen

This commit is contained in:
Coornhert 2018-07-01 12:00:00 +00:00
parent 6cc0047c67
commit bc68d4d45c

View file

@ -1319,7 +1319,11 @@ c. volstaan met de gehele of gedeeltelijke vernietiging.
**2.** Het beroepschrift wordt ingediend bij en behandeld door een door de Raad benoemde beroepscommissie van drie leden of buitengewone leden, die wordt bijgestaan door een secretaris.
**3.**
**3.** De voorzitter dan wel een door hem aangewezen lid van de beroepscommissie die een met rechtspraak belast lid van de rechterlijke macht is, kan het beroepschrift enkelvoudig afdoen indien hij het beroep kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond acht, met dien verstande dat hij tevens de bevoegdheden bezit die aan de voorzitter van de voltallige beroepscommissie toekomen.
**4.** De voorzitter, dan wel het door hem aangewezen lid, bedoeld in het derde lid, kan de behandeling te allen tijde verwijzen naar de voltallige beroepscommissie.
**5.**
Ten aanzien van de behandeling van het beroepschrift zijn de artikelen 65, derde lid, 66, tweede en vierde lid, 67, vierde lid, 68, eerste, tweede en derde lid, 69 en 70, eerste, tweede en derde lid, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de beroepscommissie kan bepalen dat:
@ -1363,7 +1367,7 @@ c. vernietiging van de uitspraak van de beklagcommissie.
### Artikel 78
**1.** Het beroepschrift wordt behandeld door een door de Raad benoemde commissie van drie leden of buitengewone leden, die wordt bijgestaan door een secretaris.
**1.** Het beroepschrift wordt behandeld door een door de Raad benoemde commissie van drie leden of buitengewone leden, die wordt bijgestaan door een secretaris. Ten aanzien van het beroepschrift, bedoeld in artikel 77, eerste lid, is artikel 74, derde en vierde lid, van overeenkomstige toepassing.
**2.** Het beroepschrift moet worden ingediend uiterlijk op de zevende dag na die waarop de betrokkene kennis heeft gekregen van de beslissing waartegen hij beroep instelt. Een na afloop van deze termijn ingediend beroepschrift is niettemin ontvankelijk, indien blijkt dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de betrokkene in verzuim is geweest.