2016-12-14 | BWBR0037947 | Systeemcode elektriciteit

This commit is contained in:
Coornhert 2016-12-14 12:00:00 +00:00
parent b6e20f4f75
commit bc934047cb

View file

@ -34,6 +34,10 @@ Hoofdstuk 3 is van toepassing ten aanzien van de wijze waarop de netbeheerder va
Indien de beheerder van een gesloten distributiesysteem gebruik maakt van het elektronisch berichtenverkeer wordt in de artikelen 3.7.10a.1 tot en met 3.7.10a.8, inclusief de bijlagen 6 en 7, alsmede de paragrafen 3.8, 3.8a en 4.1 van de Systeemcode elektriciteit, onder netbeheerder tevens beheerder van een gesloten distributiesysteem verstaan, met uitzondering van artikel 3.8.1 van de Systeemcode elektriciteit.
### Artikel 1.1.6
Voor de aansluiting van een offshore-power park module op het net op zee zoals bedoeld in paragraaf 2.6 van de Netcode elektriciteit zijn de artikelen 2.1.3, 2.1.16, 2.1.17 en 2.4.1.7 van deze code niet van toepassing.
### Paragraaf 1.2. Definities
### Artikel 1.2.1
@ -113,7 +117,7 @@ Een productie-eenheid moet in staat zijn om overeenkomstig de vier gebieden die
a. nominaal vermogen te leveren gedurende een onbeperkte tijd;
b. nominaal vermogen te leveren gedurende 15 minuten, vervolgens gedurende 5 minuten parallel aan het net in bedrijf te blijven;
c. tenzij de productie-eenheid ingevolge onderdeel b reeds in uitsluitend parallelbedrijf is gegaan, 90% van nominaal vermogen te leveren gedurende 10 seconden en vervolgens gedurende 5 minuten parallel aan het net in bedrijf te blijven;
c. tenzij de productie-eenheid ingevolge onderdeel b reeds in uitsluitend parallelbedrijf is gegaan, 90% van nominaal vermogen te leveren gedurende 10 seconden en vervolgens gedurende 5 minuten parallel aan het net in bedrijf te blijven;
d. parallel aan het net gedurende 5 minuten in bedrijf te blijven.
### Artikel 2.1.14
@ -128,7 +132,7 @@ Indien een productie-eenheid uitgerust is met meerdere generatoren die invoeden
In geval van kortsluitingen in een net geldt:
a. Voor productie-eenheden die zijn gekoppeld aan netten met een nominale spanning lager dan 110 kV, is ontkoppeling toegestaan bij een spanningsdip, waarbij de restspanning een waarde heeft tussen 0,8 Un en 0,7 Un, na 300 ms. Indien de restspanning een waarde heeft < 0,7 Un mag ontkoppeld worden na 300 ms of na 90% van de kritische kortsluittijd (KKT) indien 300 ms > 0,9 KKT.
a. Voor productie-eenheden die zijn gekoppeld aan netten met een nominale spanning lager dan 110 kV, is ontkoppeling toegestaan bij een spanningsdip, waarbij de restspanning een waarde heeft tussen 0,8 Un en 0,7 Un, na 300 ms. Indien de restspanning een waarde heeft < 0,7 Un mag ontkoppeld worden na 300 ms of na 90% van de kritische kortsluittijd (KKT) indien 300 ms > 0,9 KKT.
b. Voor productie-eenheden die zijn gekoppeld aan netten met een nominale spanning van 110 kV en hoger is ontkoppeling toegestaan bij een spanningsdip, waarbij de restspanning een waarde heeft < 0,7 Un, na 300 ms of na 90% van de kritische kortsluittijd (KKT) indien 300 ms > 0,9 KKT.
c. Indien een productie-eenheid door een kortsluiting in het net van het net gescheiden wordt, dient de productie-eenheid binnen 30 minuten nadat de kortsluiting opgeheven is, stabiel bedrijf te kunnen voeren parallel aan het net met alle generatoren in bedrijf. Dit geldt niet indien het wederkeren van de netspanning langer duurt dan één uur.
@ -196,7 +200,7 @@ In geval van onbalans tussen vraag en aanbod in Nederland neemt de netbeheerder
a. hij activeert de hem ter beschikking staande middelen, waaronder het in artikel 5.1.1.1a1 van de Netcode elektriciteit bedoelde vermogen.
b. indien hem niet voldoende middelen ter beschikking staan om de n-1-reserve te handhaven is de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet bevoegd reeds toegelaten exporten geheel of gedeeltelijk te annuleren conform de in hoofdstuk 5.6 van de Netcode elektriciteit vermelde procedure bij onvoorziene transportbeperkingen. De netbeheerder van het landelijk hoogspanningnet stelt onverwijld de andere netbeheerders en de programmaverantwoordelijken op de hoogte van de ontstane situatie en de genomen of te nemen maatregelen.
c. indien de onder a genoemde maatregelen niet tot herstel van de balans leiden en naar zijn oordeel een verstoorde bedrijfstoestand ontstaat of dreigt te ontstaan, draagt hij beheerders van hem nog niet ter beschikking gesteld vermogen van productie-eenheden met een opgesteld vermogen van 5 MW of meer op om dit vermogen op dan wel af te (doen) regelen of in dan wel uit bedrijf te (doen) nemen, één en ander met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 2.2.6 tot en met 2.2.12. De andere netbeheerders en de programmaverantwoordelijken worden door de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet onverwijld bericht dat deze situatie is ontstaan.
c. indien de onder a genoemde maatregelen niet tot herstel van de balans leiden en naar zijn oordeel een verstoorde bedrijfstoestand ontstaat of dreigt te ontstaan, draagt hij beheerders van hem nog niet ter beschikking gesteld vermogen van productie-eenheden met een opgesteld vermogen van 5 MW of meer op om dit vermogen op dan wel af te (doen) regelen of in dan wel uit bedrijf te (doen) nemen, één en ander met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 2.2.6 tot en met 2.2.12. De andere netbeheerders en de programmaverantwoordelijken worden door de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet onverwijld bericht dat deze situatie is ontstaan.
d. indien de onder a. tot en met c. genoemde maatregelen niet tot herstel van de balans leiden, schakelt hij belasting af dan wel draagt hij een of meer andere netbeheerders op om belasting af te schakelen, een en ander met inachtneming van het bepaalde in 2.2.13 tot en met 2.2.19.
### Artikel 2.2.6
@ -333,7 +337,7 @@ De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet verwerft black-startvoorzieni
### Artikel 2.4.1.1
Voor iedere productie-eenheid met een opgesteld vermogen van 5 MW of meer aangesloten op het net, meldt de desbetreffende aangeslotene ieder kwartaal uiterlijk op respectievelijk 15 maart, 15 juni, 15 september en 15 december voor elke productielocatie afzonderlijk aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet per dag voor de eerstvolgende 12 kalendermaanden het opgesteld vermogen (MW) en het brandstoftype voor elk van zijn productie-eenheden met een opgesteld vermogen van 5 MW of meer.
Voor iedere productie-eenheid met een opgesteld vermogen van 5 MW of meer aangesloten op het net, meldt de desbetreffende aangeslotene ieder kwartaal uiterlijk op respectievelijk 15 maart, 15 juni, 15 september en 15 december voor elke productielocatie afzonderlijk aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet per dag voor de eerstvolgende 12 kalendermaanden het opgesteld vermogen (MW) en het brandstoftype voor elk van zijn productie-eenheden met een opgesteld vermogen van 5 MW of meer.
### Artikel 2.4.1.2
@ -388,7 +392,7 @@ Met betrekking tot de in paragraaf 2.4 genoemde gegevensuitwisseling zijn de par
### Artikel 2.5.1
a. De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet publiceert ieder kwartaal, uiterlijk op respectievelijk 20 maart, 20 juni, 20 september en 20 december, de op grond van artikel 2.4.1.1 ontvangen gegevens, onderscheiden naar naam aangeslotene, productielocatie, opgesteld vermogen per productie-eenheid en brandstoftype per productie-eenheid, voor de eerstvolgende 12 kalendermaanden op zijn openbare internet site.
a. De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet publiceert ieder kwartaal, uiterlijk op respectievelijk 20 maart, 20 juni, 20 september en 20 december, de op grond van artikel 2.4.1.1 ontvangen gegevens, onderscheiden naar naam aangeslotene, productielocatie, opgesteld vermogen per productie-eenheid en brandstoftype per productie-eenheid, voor de eerstvolgende 12 kalendermaanden op zijn openbare internet site.
b. De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet publiceert tevens het totale opgesteld vermogen per dag voor de eerstvolgende 12 kalendermaanden op zijn openbare internet site.
### Artikel 2.5.2
@ -603,7 +607,7 @@ De aanvraag om een erkenning als programmaverantwoordelijke wordt schriftelijk i
### Artikel 3.2.7
Bij het verlenen van erkenningen als programmaverantwoordelijke met een volledige erkenning neemt de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet hetgeen de Autoriteit Consument en Markt heeft bepaald op grond van artikel III, derde lid, van de Wet van 3 juni 1999 (Stb 260) in acht.
Bij het verlenen van erkenningen als programmaverantwoordelijke met een volledige erkenning neemt de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet hetgeen de Autoriteit Consument en Markt heeft bepaald op grond van artikel III, derde lid, van de Wet van 3 juni 1999 (Stb 260) in acht.
### Artikel 3.2.8
@ -929,11 +933,11 @@ In afwijking van artikel 3.7.14 kunnen partijen overeenkomen om verrekening acht
### Artikel 3.7.16
Netbeheerders en programmaverantwoordelijken met een volledige erkenning melden uiterlijk op 31 oktober van het tweede kalenderjaar na een verbruiksjaar, onderbouwd, aan een wederpartij welke verschillen zij wensen te verrekenen.
Netbeheerders en programmaverantwoordelijken met een volledige erkenning melden uiterlijk op 31 oktober van het tweede kalenderjaar na een verbruiksjaar, onderbouwd, aan een wederpartij welke verschillen zij wensen te verrekenen.
### Artikel 3.7.17
De wederpartij in een verzoek als bedoeld in 3.7.16 heeft tot uiterlijk 31 december van dat jaar de tijd te reageren op het desbetreffende verzoek.
De wederpartij in een verzoek als bedoeld in 3.7.16 heeft tot uiterlijk 31 december van dat jaar de tijd te reageren op het desbetreffende verzoek.
### Paragraaf 3.8. Uitvoeringsregels met betrekking tot
@ -1075,7 +1079,7 @@ b. Indien de in 3.7.5 genoemde afwijking het karakter heeft van invoeden van ele
### Artikel 3.9.7
De startwaarde van de prikkelcomponent per 1 januari 2001 bedraagt 10 Euro per MWh. De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet streeft naar een zo laag mogelijke waarde voor zover de kwaliteit van de systeembalans dat toelaat.
De startwaarde van de prikkelcomponent per 1 januari 2001 bedraagt 10 Euro per MWh. De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet streeft naar een zo laag mogelijke waarde voor zover de kwaliteit van de systeembalans dat toelaat.
### Artikel 3.9.8
@ -1163,7 +1167,7 @@ In gevallen waarin aan een of meer bepalingen van hoofdstuk 2 van deze code op h
### Artikel 4.2.5
De Systeemcode Elektriciteit, zoals vastgesteld bij besluit van 12 november 1999 en nadien diverse malen gewijzigd, wordt ingetrokken.
De Systeemcode Elektriciteit, zoals vastgesteld bij besluit van 12 november 1999 en nadien diverse malen gewijzigd, wordt ingetrokken.
### Artikel 4.2.6