2014-11-14 | BWBR0004593 | Eindexamenbesluit v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o.-v.b.o.

This commit is contained in:
Coornhert 2014-11-14 12:00:00 +00:00
parent d8c6fea5e5
commit bcd65713cc

View file

@ -86,7 +86,7 @@ In dit besluit wordt verstaan onder:
**1.** Het eindexamen kan voor ieder vak bestaan uit een schoolexamen, uit een centraal examen dan wel uit beide.
**2.** Het schoolexamen vwo, havo en vmbo omvat mede een maatschappelijke stage.
**2.** Het schoolexamen vwo, havo en vmbo kan mede een maatschappelijke stage omvatten.
**3.** Het schoolexamen vwo en havo omvat mede een profielwerkstuk. Het profielwerkstuk is een werkstuk, een presentatie daaronder begrepen, waarin op geïntegreerde wijze kennis, inzicht en vaardigheden aan de orde komen die van betekenis zijn in het desbetreffende profiel.
@ -191,15 +191,14 @@ Het eindexamen vwo (atheneum) omvat:
a. de vakken van het gemeenschappelijk deel van elk profiel, genoemd in artikel 26b, eerste lid, van het Inrichtingsbesluit WVO, daaronder tevens begrepen een profielwerkstuk,
b. de vakken van het profieldeel van één van de profielen, genoemd in artikel 26b, derde tot en met zesde lid, van het Inrichtingsbesluit WVO en voor zover nodig wegens de in onderdeel c genoemde normatieve studielast, vakken van het vrije deel genoemd in artikel 26b, zevende lid, van het Inrichtingsbesluit WVO,
c. tenminste één vak met een normatieve studielast van tenminste 440 uren van het vrije deel van elk profiel, genoemd in artikel 26b, zevende lid, van het Inrichtingsbesluit WVO zoals geldend voor de scholen voor vwo, met dien verstande dat door het bevoegd gezag vast te stellen vakken onderdeel zijn van het eindexamen uitsluitend voor zover Onze Minister daarvoor goedkeuring heeft verleend,
d. de maatschappelijke stage, en
e. de rekentoets.
c. tenminste één vak met een normatieve studielast van tenminste 440 uren van het vrije deel van elk profiel, genoemd in artikel 26b, zevende lid, van het Inrichtingsbesluit WVO zoals geldend voor de scholen voor vwo, met dien verstande dat door het bevoegd gezag vast te stellen vakken onderdeel zijn van het eindexamen uitsluitend voor zover Onze Minister daarvoor goedkeuring heeft verleend, en
d. de rekentoets.
**2.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een school voor vwo, bij het eindexamen vrijgesteld van de vakken waarvoor vrijstelling of ontheffing is verleend van het volgen van onderwijs op grond van artikel 26e, eerste tot en met vierde lid, van het Inrichtingsbesluit WVO. Bij een ontheffing op grond van artikel 26e, vierde lid, van het Inrichtingsbesluit WVO wordt de taal vervangen door een ander vak als bedoeld in het vijfde lid van dat artikel.
**3.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die in het bezit is van het diploma havo of het diploma van een leerweg in het vmbo en die in plaats van de rekentoets zoals deze op grond van artikel 2, tweede lid, onderdeel c, en lid 2a, van de Wet College voor examens is vastgesteld voor het eindexamen havo of van een leerweg in het vmbo de rekentoets heeft afgelegd zoals deze is vastgesteld voor het eindexamen vwo, vrijgesteld van de rekentoets.
**4.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs, bij het eindexamen vrijgesteld van de vakken culturele en kunstzinnige vorming en lichamelijke opvoeding van het gemeenschappelijk deel en van de maatschappelijke stage.
**4.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs, bij het eindexamen vrijgesteld van de vakken culturele en kunstzinnige vorming en lichamelijke opvoeding van het gemeenschappelijk deel.
**5.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs, en in het bezit is van het diploma havo, bij het eindexamen vrijgesteld van de volgende vakken van het gemeenschappelijk deel: algemene natuurwetenschappen en maatschappijleer.
@ -223,15 +222,14 @@ Het eindexamen vwo (gymnasium) omvat:
a. de vakken van het gemeenschappelijk deel van elk profiel, genoemd in artikel 26b, tweede lid, van het Inrichtingsbesluit WVO, daaronder tevens begrepen een profielwerkstuk,
b. de vakken van het profieldeel, genoemd in artikel 26b, derde tot en met zesde lid, van het Inrichtingsbesluit WVO en voor zover nodig wegens de in onderdeel c genoemde normatieve studielast, vakken van het vrije deel genoemd in artikel 26b, zevende lid, van het Inrichtingsbesluit WVO,
c. ten minste één vak met een normatieve studielast van tenminste 440 uur van het vrije deel van elk profiel, genoemd in artikel 26b, zevende lid, van het Inrichtingsbesluit WVO zoals geldend voor de scholen voor vwo, met dien verstande dat door het bevoegd gezag vast te stellen vakken onderdeel zijn van het eindexamen uitsluitend voor zover Onze Minister daarvoor goedkeuring heeft verleend,
d. de maatschappelijke stage, en
e. de rekentoets.
c. ten minste één vak met een normatieve studielast van tenminste 440 uur van het vrije deel van elk profiel, genoemd in artikel 26b, zevende lid, van het Inrichtingsbesluit WVO zoals geldend voor de scholen voor vwo, met dien verstande dat door het bevoegd gezag vast te stellen vakken onderdeel zijn van het eindexamen uitsluitend voor zover Onze Minister daarvoor goedkeuring heeft verleend, en
d. de rekentoets.
**2.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een school voor vwo, bij het eindexamen vrijgesteld van de vakken waarvoor vrijstelling of ontheffing is verleend van het volgen van onderwijs op grond van artikel 26e, eerste tot en met derde lid, van het Inrichtingsbesluit WVO.
**3.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die in het bezit is van het diploma havo of het diploma van een leerweg in het vmbo en die in plaats van de rekentoets zoals deze op grond van artikel 2, tweede lid, onderdeel c, en lid 2a, van de Wet College voor examens is vastgesteld voor het eindexamen havo of van een leerweg in het vmbo de rekentoets heeft afgelegd zoals deze is vastgesteld voor het eindexamen vwo, vrijgesteld van de rekentoets.
**4.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs, bij het eindexamen vrijgesteld van het vak lichamelijke opvoeding van het gemeenschappelijk deel en van de maatschappelijke stage.
**4.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs, bij het eindexamen vrijgesteld van het vak lichamelijke opvoeding van het gemeenschappelijk deel.
**5.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs, en die in het bezit is van het diploma havo, bij het eindexamen vrijgesteld van de volgende vakken van het gemeenschappelijk deel: algemene natuurwetenschappen en maatschappijleer.
@ -245,9 +243,8 @@ Het eindexamen havo omvat:
a. de vakken van het gemeenschappelijk deel van elk profiel, genoemd in artikel 26c, eerste lid, van het Inrichtingsbesluit WVO, daaronder tevens begrepen een profielwerkstuk,
b. de vakken van het profieldeel, genoemd in artikel 26c, tweede tot en met vijfde lid, van het Inrichtingsbesluit WVO en voor zover nodig wegens de in onderdeel c genoemde normatieve studielast, vakken van het vrije deel genoemd in artikel 26b, zevende lid, van het Inrichtingsbesluit WVO,
c. ten minste één vak met een normatieve studielast van tenminste 320 uur van het vrije deel van elk profiel, genoemd in artikel 26c, zesde lid, van het Inrichtingsbesluit WVO, met dien verstande dat door het bevoegd gezag vast te stellen vakken onderdeel zijn van het eindexamen uitsluitend voor zover Onze Minister daarvoor goedkeuring heeft verleend,
d. de maatschappelijke stage, en
e. de rekentoets.
c. ten minste één vak met een normatieve studielast van tenminste 320 uur van het vrije deel van elk profiel, genoemd in artikel 26c, zesde lid, van het Inrichtingsbesluit WVO, met dien verstande dat door het bevoegd gezag vast te stellen vakken onderdeel zijn van het eindexamen uitsluitend voor zover Onze Minister daarvoor goedkeuring heeft verleend, en
d. de rekentoets.
**2.** Het bevoegd gezag kan een kandidaat in de gelegenheid stellen de rekentoets af te leggen zoals deze op grond van artikel 2, tweede lid, onder c, en lid 2a, van de Wet College voor examens voor het vwo is vastgesteld.
@ -255,7 +252,7 @@ e. de rekentoets.
**4.** In afwijking van het eerste lid, is de kandidaat die in het bezit is van het diploma van een leerweg in het vmbo en die in plaats van de rekentoets zoals deze op grond van artikel 2, tweede lid, onderdeel c, en lid 2a, van de Wet College voor examens is vastgesteld voor het eindexamen van een leerweg in het vmbo, de rekentoets heeft afgelegd zoals deze is vastgesteld voor het eindexamen havo of vwo, vrijgesteld van de rekentoets.
**5.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs, bij het eindexamen vrijgesteld van de vakken culturele en kunstzinnige vorming en lichamelijke opvoeding van het gemeenschappelijk deel en van de maatschappelijke stage.
**5.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs, bij het eindexamen vrijgesteld van de vakken culturele en kunstzinnige vorming en lichamelijke opvoeding van het gemeenschappelijk deel.
### Artikel 14
@ -301,9 +298,8 @@ Het eindexamen vmbo voor zover het betreft de theoretische leerweg, genoemd in a
a. de vakken die het gemeenschappelijk deel ingevolge artikel 10, vijfde lid, van de wet, omvat,
b. de twee vakken die het sectordeel ingevolge artikel 10, zesde lid, van de wet omvat, waaronder tevens begrepen een sectorwerkstuk,
c. in het vrije deel twee nog niet in het sectordeel gekozen vakken, bedoeld onderscheidenlijk genoemd in artikel 10, zevende lid, onderdelen a en b, van de wet, met dien verstande dat het sectordeel en het vrije deel tezamen ten minste twee vakken omvatten die geen moderne taal zijn,
d. de maatschappelijke stage, en
e. de rekentoets.
c. in het vrije deel twee nog niet in het sectordeel gekozen vakken, bedoeld onderscheidenlijk genoemd in artikel 10, zevende lid, onderdelen a en b, van de wet, met dien verstande dat het sectordeel en het vrije deel tezamen ten minste twee vakken omvatten die geen moderne taal zijn, en
d. de rekentoets.
**2.** Het bevoegd gezag kan een kandidaat in de gelegenheid stellen de rekentoets af te leggen zoals deze op grond van artikel 2, tweede lid, onder c, en lid 2a, van de Wet College voor examens voor havo of vwo is vastgesteld.
@ -313,7 +309,7 @@ e. de rekentoets.
**5.** In geval van toepassing van artikel 10, negende lid, van de wet, zijn het eerste tot en met het derde lid van toepassing, met dien verstande dat het vervangen vak niet als extra vak als bedoeld in het achtste lid, gekozen kan worden.
**6.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs vrijgesteld van de vakken lichamelijke opvoeding en de vakken behorende tot de beeldende vorming, muziek, dans of drama van het gemeenschappelijk deel en van de maatschappelijke stage.
**6.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs vrijgesteld van de vakken lichamelijke opvoeding en de vakken behorende tot de beeldende vorming, muziek, dans of drama van het gemeenschappelijk deel.
**7.** In afwijking van het eerste lid kan de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs, op zijn verzoek bij het eindexamen ontheffing worden verleend van de vakken Franse taal of Duitse taal van het sectordeel of van beide. Artikel 11, zesde en zevende lid, is van overeenkomstige toepassing.
@ -337,13 +333,12 @@ Het eindexamen vmbo voor zover het betreft de basisberoepsgerichte leerweg, geno
a. de vakken die het gemeenschappelijk deel ingevolge in artikel 10b, vijfde lid, van de wet, omvat,
b. de twee vakken die het sectordeel ingevolge artikel 10b, zesde lid, van de wet, omvat,
c. in het vrije deel een tot de sector behorend afdelingsvak, genoemd in artikel 26h, eerste lid, van het Inrichtingsbesluit WVO of een intrasectoraal of intersectoraal programma als bedoeld in artikel 26j, eerste lid, of artikel 26k, eerste lid, van het Inrichtingsbesluit WVO,
d. de maatschappelijke stage, en
e. de rekentoets.
c. in het vrije deel een tot de sector behorend afdelingsvak, genoemd in artikel 26h, eerste lid, van het Inrichtingsbesluit WVO of een intrasectoraal of intersectoraal programma als bedoeld in artikel 26j, eerste lid, of artikel 26k, eerste lid, van het Inrichtingsbesluit WVO, en
d. de rekentoets.
**2.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat in de sector economie ten aanzien van wie toepassing is gegeven aan artikel 26n, tweede en derde lid, van het Inrichtingsbesluit WVO, bij het eindexamen vrijgesteld van het vak Franse taal of het vak Duitse taal. In plaats hiervan omvat het eindexamen één van de vakken gekozen op grond van artikel 26n, derde lid, van het Inrichtingsbesluit WVO.
**3.** Voor zover het betreft een leer-werktraject als bedoeld in artikel 10b1 van de wet, omvat het eindexamen voor de leerling die dat traject heeft gevolgd, de rekentoets, het vak Nederlandse taal, de maatschappelijke stage en het beroepsgerichte programma dat onderdeel is van het leerwerktraject. Bovendien kan de leerling eindexamen afleggen in de andere vakken van de basisberoepsgerichte leerweg, bedoeld in artikel 10b van de wet, waarvan het bevoegd gezag op grond van artikel 10b1, derde lid, van de wet in voorkomend geval heeft beslist dat zij behoren tot het leer-werktraject van de leerling.
**3.** Voor zover het betreft een leer-werktraject als bedoeld in artikel 10b1 van de wet, omvat het eindexamen voor de leerling die dat traject heeft gevolgd, de rekentoets, het vak Nederlandse taal en het beroepsgerichte programma dat onderdeel is van het leerwerktraject. Bovendien kan de leerling eindexamen afleggen in de andere vakken van de basisberoepsgerichte leerweg, bedoeld in artikel 10b van de wet, waarvan het bevoegd gezag op grond van artikel 10b1, derde lid, van de wet in voorkomend geval heeft beslist dat zij behoren tot het leer-werktraject van de leerling.
**4.** In geval van toepassing van artikel 10b, negende lid, onderdelen a en c, van de wet, dan wel artikel 10b, negende lid, onderdeel d, van de wet juncto artikel 26h, tweede lid, van het Inrichtingsbesluit WVO, zijn het eerste tot en met het derde lid van toepassing, met dien verstande dat het vervangen vak niet als extra vak als bedoeld in het vijfde lid, kan dienen.
@ -369,9 +364,8 @@ Het eindexamen vmbo voor zover het betreft de kaderberoepsgerichte leerweg, geno
a. de vakken die het gemeenschappelijk deel ingevolge in artikel 10b, vijfde lid, van de wet, omvat,
b. de twee vakken die het sectordeel ingevolge artikel 10b, zesde lid, van de wet, omvat,
c. in het vrije deel een tot de sector behorend afdelingsvak, genoemd in artikel 26h, eerste lid, van het Inrichtingsbesluit WVO of een intrasectoraal of intersectoraal programma als bedoeld in artikel 26j, eerste lid, of artikel 26k, eerste lid, van het Inrichtingsbesluit WVO,
d. de maatschappelijke stage, en
e. de rekentoets.
c. in het vrije deel een tot de sector behorend afdelingsvak, genoemd in artikel 26h, eerste lid, van het Inrichtingsbesluit WVO of een intrasectoraal of intersectoraal programma als bedoeld in artikel 26j, eerste lid, of artikel 26k, eerste lid, van het Inrichtingsbesluit WVO, en
d. de rekentoets.
**2.** Artikel 22, derde lid, is van toepassing.
@ -387,11 +381,9 @@ c. een vak dat op grond van het tweede lid onderdeel kan zijn van de kaderberoep
d. een algemeen vak dat behoort tot het eindexamen van de theoretische leerweg of de gemengde leerweg, genoemd in respectievelijk artikel 10 of artikel 10d van de wet, of
e. een vak als bedoeld in artikel 13 of 14 van de wet.
**5.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een school voor vmbo, voor zover het betreft de kaderberoepsgerichte leerweg, bij het eindexamen vrijgesteld van de maatschappelijke stage op grond van artikel 26n, vijfde lid, van het Inrichtingsbesluit WVO.
**5.** Het bevoegd gezag kan een kandidaat in de gelegenheid stellen de rekentoets af te leggen zoals deze op grond van artikel 2, tweede lid, onder c, en lid 2a, van de Wet College voor examens voor theoretische leerweg, havo of vwo is vastgesteld.
**6.** Het bevoegd gezag kan een kandidaat in de gelegenheid stellen de rekentoets af te leggen zoals deze op grond van artikel 2, tweede lid, onder c, en lid 2a, van de Wet College voor examens voor theoretische leerweg, havo of vwo is vastgesteld.
**7.** In afwijking van het eerste lid, is een kandidaat die in het bezit is van het diploma van een leerweg in het vmbo en die in plaats van de rekentoets zoals deze op grond van artikel 2, tweede lid, onderdeel c, en lid 2a, van de Wet College voor examens is vastgesteld voor het eindexamen basisberoepsgerichte leerweg de rekentoets heeft afgelegd zoals deze is vastgesteld voor het eindexamen kaderberoepsgerichte of theoretische leerweg, havo of vwo, vrijgesteld van de rekentoets.
**6.** In afwijking van het eerste lid, is een kandidaat die in het bezit is van het diploma van een leerweg in het vmbo en die in plaats van de rekentoets zoals deze op grond van artikel 2, tweede lid, onderdeel c, en lid 2a, van de Wet College voor examens is vastgesteld voor het eindexamen basisberoepsgerichte leerweg de rekentoets heeft afgelegd zoals deze is vastgesteld voor het eindexamen kaderberoepsgerichte of theoretische leerweg, havo of vwo, vrijgesteld van de rekentoets.
### Artikel 25
@ -402,9 +394,8 @@ Het eindexamen vmbo voor zover het betreft de gemengde leerweg, genoemd in artik
a. de vakken die het gemeenschappelijk deel ingevolge artikel 10d, vijfde lid, van de wet, omvat,
b. de twee vakken die het sectordeel ingevolge artikel 10d, zesde lid, van de wet, omvat waaronder tevens begrepen een sectorwerkstuk,
c. in het vrije deel een nog niet in het sectordeel gekozen algemeen vak, bedoeld onderscheidenlijk genoemd in artikel 10d, zevende lid, onderdelen a en c, van de wet,
d. een tot de sector behorend afdelingsvak, genoemd in artikel 26h, eerste lid, van het Inrichtingsbesluit WVO of een intrasectoraal of intersectoraal programma als bedoeld in artikel 26j, eerste lid, of artikel 26k, eerste lid, van het Inrichtingsbesluit WVO,
e. de maatschappelijke stage, en
f. de rekentoets.
d. een tot de sector behorend afdelingsvak, genoemd in artikel 26h, eerste lid, van het Inrichtingsbesluit WVO of een intrasectoraal of intersectoraal programma als bedoeld in artikel 26j, eerste lid, of artikel 26k, eerste lid, van het Inrichtingsbesluit WVO, en
e. de rekentoets.
**2.** Artikel 22, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
@ -412,24 +403,17 @@ f. de rekentoets.
**4.** In aanvulling op de voorgeschreven vakken, bedoeld in het eerste lid, kan het eindexamen omvatten, voor zover nog niet gekozen, een vak als bedoeld in artikel 10d, zevende lid, onderdelen a, b en c, van de wet, of als bedoeld in artikel 13 of 14 van de wet.
**5.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een school voor vmbo, voor zover het betreft de gemengde leerweg, bij het eindexamen vrijgesteld van de maatschappelijke stage op grond van artikel 26n, vijfde lid, van het Inrichtingsbesluit WVO.
**5.** Het bevoegd gezag kan een kandidaat in de gelegenheid stellen de rekentoets af te leggen zoals deze op grond van artikel 2, tweede lid, onder c, en lid 2a, van de Wet College voor examens voor havo of vwo is vastgesteld.
**6.** In afwijking van het eerste lid, is een kandidaat die in het bezit is van het diploma van een leerweg in het vmbo en die in plaats van de rekentoets zoals deze op grond van artikel 2, tweede lid, onderdeel c, en lid 2a, van de Wet College voor examens is vastgesteld voor het eindexamen basisberoepsgerichte leerweg of kaderberoepsgerichte leerweg de rekentoets heeft afgelegd zoals deze is vastgesteld voor het eindexamen theoretische leerweg, havo of vwo, vrijgesteld van de rekentoets.
### Artikel 26
In afwijking van de artikelen 11, eerste lid, 12, eerste lid, 13, eerste lid, 22, eerste lid, 23, eerste lid, 24, eerste lid, en 25, eerste lid, is de kandidaat ten aanzien van wie toepassing is gegeven aan:
a. artikel 47 van de Wet op de expertisecentra, of
b. artikel 26o van het Inrichtingsbesluit WVO,
bij het eindexamen vrijgesteld van de maatschappelijke stage.
Vervallen
### Artikel 27
In afwijking van de artikelen 11, eerste lid, 12, eerste lid, 13, eerste lid, 22, eerste lid, 23, eerste lid, 24, eerste lid, en 25, eerste lid, is de kandidaat die eindexamen aflegt aan een school als bedoeld in artikel 56 van de wet bij het eindexamen vrijgesteld van de maatschappelijke stage.
Vervallen
### Artikel 28
@ -492,9 +476,8 @@ e. de regels voor de wijze waarop het cijfer voor het schoolexamen voor een kand
Voor de aanvang van het centraal examen maakt de directeur aan de kandidaat bekend, voorzover van toepassing:
a. welk cijfer of welke cijfers hij heeft behaald voor het schoolexamen,
b. de beoordeling van de vakken waarvoor geen cijfer wordt vastgesteld,
c. de beoordeling van het sectorwerkstuk, en
d. de beoordeling van de maatschappelijke stage.
b. de beoordeling van de vakken waarvoor geen cijfer wordt vastgesteld, en
c. de beoordeling van het sectorwerkstuk.
### Artikel 34
@ -506,7 +489,7 @@ Vervallen
**2.** Indien in een vak tevens centraal examen wordt afgelegd, worden de in het eerste lid genoemde cijfers gebruikt met de daartussen liggende cijfers met 1 decimaal.
**3.** In afwijking van het eerste lid, worden het vak culturele en kunstzinnige vorming en het vak lichamelijke opvoeding uit het gemeenschappelijk deel van elk profiel en de maatschappelijke stage, beoordeeld met «voldoende» of «goed». Deze beoordeling gaat uit van de mogelijkheden van de leerling en geschiedt op de grondslag van het genoegzaam afsluiten van de desbetreffende vakken, zoals blijkend uit het examendossier. De eerste en tweede volzin zijn van overeenkomstige toepassing op de kunstvakken en het vak lichamelijke opvoeding uit het gemeenschappelijk deel van elke leerweg.
**3.** In afwijking van het eerste lid, worden het vak culturele en kunstzinnige vorming en het vak lichamelijke opvoeding uit het gemeenschappelijk deel van elk profiel, beoordeeld met «voldoende» of «goed». Deze beoordeling gaat uit van de mogelijkheden van de leerling en geschiedt op de grondslag van het genoegzaam afsluiten van de desbetreffende vakken, zoals blijkend uit het examendossier. De eerste en tweede volzin zijn van overeenkomstige toepassing op de kunstvakken en het vak lichamelijke opvoeding uit het gemeenschappelijk deel van elke leerweg.
**4.** In afwijking van het eerste lid wordt het sectorwerkstuk beoordeeld met «voldoende» of «goed». Deze beoordeling geschiedt op de grondslag van het genoegzaam voltooien van het sectorwerkstuk, zoals blijkend uit het examendossier. Het sectorwerkstuk wordt beoordeeld door ten minste twee examinatoren.
@ -711,7 +694,7 @@ c. hij onverminderd onderdeel b:
1°. voor één van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 5 of meer en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer heeft behaald;
2°. voor één van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 4 en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer waarvan ten minste één 7 of meer heeft behaald; of
3°. voor twee van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 5 heeft behaald en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer waarvan ten minste één 7 of meer heeft behaald;
d. hij voor de vakken lichamelijke opvoeding en het kunstvak uit het gemeenschappelijk deel alsmede voor de maatschappelijke stage de kwalificatie «voldoende» of «goed» heeft behaald; en
d. hij voor de vakken lichamelijke opvoeding en het kunstvak uit het gemeenschappelijk deel de kwalificatie «voldoende» of «goed» heeft behaald; en
e. als het een eindexamen gemengde of theoretische leerweg betreft: hij voor het sectorwerkstuk de kwalificatie «voldoende» of «goed» heeft behaald.
**2.** Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel c, wordt het eindcijfer van het afdelingsvak of het intrasectorale of intersectorale programma in de basisberoepsgerichte en de kaderberoepsgerichte leerweg meegerekend als twee eindcijfers.
@ -738,16 +721,15 @@ c. hij onverminderd onderdeel b:
3°. voor twee van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 5 heeft behaald en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer heeft behaald, en het gemiddelde van de eindcijfers ten minste 6,0 bedraagt; of
4°. voor één van de vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld als eindcijfer 4 en voor één van deze vakken als eindcijfer 5 heeft behaald en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer heeft behaald, en het gemiddelde van de eindcijfers ten minste 6,0 bedraagt;
d. hij voor geen van de onderdelen, genoemd in het tweede lid, lager dan het eindcijfer 4 heeft behaald; en
e. hij voor de vakken culturele en kunstzinnige vorming en lichamelijke opvoeding van het gemeenschappelijk deel van elk profiel alsmede voor de maatschappelijke stage, de kwalificatie «voldoende» of «goed» heeft behaald.
e. hij voor de vakken culturele en kunstzinnige vorming en lichamelijke opvoeding van het gemeenschappelijk deel van elk profiel, de kwalificatie «voldoende» of «goed» heeft behaald.
**2.**
Bij de uitslagbepaling volgens het eerste lid, wordt het gemiddelde van de eindcijfers van ten minste de volgende onderdelen aangemerkt als het eindcijfer van één vak, voor zover voor deze onderdelen een eindcijfer is bepaald: maatschappijleer en het profielwerkstuk en voor vwo ook algemene natuurwetenschappen. Het bevoegd gezag kan daaraan toevoegen:
Bij de uitslagbepaling volgens het eerste lid, wordt het gemiddelde van de eindcijfers van ten minste de volgende onderdelen aangemerkt als het eindcijfer van één vak, voor zover voor deze onderdelen een eindcijfer is bepaald: maatschappijleer en het profielwerkstuk. Het bevoegd gezag kan daaraan toevoegen:
a. literatuur, als onderdeel van alle afzonderlijke moderne talen, met dien verstande dat indien het bevoegd gezag daartoe niet besluit, literatuur voor de bepaling van de eindcijfers een onderdeel is van het schoolexamen van de desbetreffende taal en literatuur;
b. klassieke culturele vorming, met dien verstande dat indien het bevoegd gezag daartoe niet besluit, klassieke culturele vorming voor de bepaling van de eindcijfers een onderdeel is van het schoolexamen van Latijnse taal en literatuur en Griekse taal en literatuur;
c. algemene natuurwetenschappen in het havo;
d. bij bijzondere scholen: godsdienst of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs, met dien verstande dat indien het bevoegd gezag daartoe niet besluit, godsdienst of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs geen onderdeel is van het eindexamen, tenzij Onze Minister daarvoor goedkeuring heeft verleend met toepassing van artikel 11, eerste lid, onder c, artikel 12, eerste lid, onder c, of artikel 13, eerste lid, onder c.
b. algemene natuurwetenschappen in het havo;
c. bij bijzondere scholen: godsdienst of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs, met dien verstande dat indien het bevoegd gezag daartoe niet besluit, godsdienst of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs geen onderdeel is van het eindexamen, tenzij Onze Minister daarvoor goedkeuring heeft verleend met toepassing van artikel 11, eerste lid, onder c, artikel 12, eerste lid, onder c, of artikel 13, eerste lid, onder c.
**3.** Indien het bevoegd gezag toepassing geeft aan de tweede volzin van het tweede lid, wordt in het examenreglement, bedoeld in artikel 31, vermeld welk onderdeel of welke onderdelen worden toegevoegd.
@ -786,9 +768,12 @@ b. voor vwo en havo het vak of de vakken en het onderwerp of de titel van het pr
c. voor vmbo het thema van het sectorwerkstuk, alsmede de beoordeling van het sectorwerkstuk,
d. de beoordeling van de vakken culturele en kunstzinnige vorming en lichamelijke opvoeding in vwo en havo,
e. de beoordeling van het kunstvak en het vak lichamelijke opvoeding uit het gemeenschappelijk deel van de leerweg in mavo en vbo,
f. de beoordeling van de maatschappelijke stage,
f. de beoordeling van de maatschappelijke stage, indien:
1°. de maatschappelijke stage is beoordeeld met «voldoende» of «goed»;
2°. deze tenminste de duur heeft gehad van 30 uren,
g. volgens welke differentiatie, bedoeld in artikel 7, derde lid, is geëxamineerd,
h. de eindcijfers voor de rekentoets en de examenvakken met inbegrip van het cijfer bepaald op grond van artikel 49, derde lid, en
h. de eindcijfers voor de rekentoets en de examenvakken met inbegrip van het cijfer bepaald op grond van artikel 50, tweede lid, en
i. de uitslag van het eindexamen.
**2.** De directeur reikt op grond van de definitieve uitslag aan elke voor het eindexamen geslaagde kandidaat, daaronder mede begrepen de kandidaat die zijn eindexamen met gunstig gevolg heeft voltooid ten overstaan van het College voor examens, een diploma uit, waarop het profiel of de profielen zijn vermeld die bij de uitslag zijn betrokken. Op het dipoma vmbo is in elk geval de leerweg vermeld die bij de uitslag is betrokken.
@ -803,7 +788,7 @@ Voor de vermelding op de cijferlijst van vakken waarvoor de kandidaat vrijstelli
a. indien het betreft het eindexamen vwo of het eindexamen havo:
1°. de vakken culturele en kunstzinnige vorming en lichamelijke opvoeding van het gemeenschappelijk deel en de maatschappelijke stage worden niet vermeld op de cijferlijst indien de kandidaat het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs;
1°. de vakken culturele en kunstzinnige vorming en lichamelijke opvoeding van het gemeenschappelijk deel worden niet vermeld op de cijferlijst indien de kandidaat het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs;
2°. de vakken algemene natuurwetenschappen en maatschappijleer waarvoor de kandidaat bij het eindexamen vwo is vrijgesteld op grond van het bezit van een diploma havo, worden niet vermeld op de cijferlijst;
3°. vakken waarvoor de kandidaat is vrijgesteld op grond van artikel 9 van dit besluit of artikel 10 van het Staatsexamenbesluit VO, worden vermeld op de cijferlijst, met vermelding van het eerder behaalde cijfer;
4°. vakken waarvoor de kandidaat bij het eindexamen vwo is vrijgesteld op grond van een eerder afgelegd eindexamen havo of eindexamen vmbo waarvan deze vwo-vakken deel uitmaakten, worden vermeld op de cijferlijst, met vermelding van het eerder behaalde cijfer;
@ -811,7 +796,7 @@ a. indien het betreft het eindexamen vwo of het eindexamen havo:
6°. andere vakken waarvoor de kandidaat vrijstelling of ontheffing is verleend, worden vermeld op de cijferlijst, zonder vermelding van een cijfer;
b. indien het betreft het eindexamen vmbo:
1°. de vakken behorende tot de beeldende vorming, muziek, dans, drama en lichamelijke opvoeding van het gemeenschappelijk deel en de maatschappelijke stage worden niet vermeld op de cijferlijst indien de kandidaat het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs;
1°. de vakken behorende tot de beeldende vorming, muziek, dans, drama en lichamelijke opvoeding van het gemeenschappelijk deel worden niet vermeld op de cijferlijst indien de kandidaat het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs;
2°. vakken waarvoor de kandidaat is vrijgesteld op grond van artikel 9 van dit besluit of artikel 10 van het Staatsexamenbesluit VO, worden vermeld op de cijferlijst, met vermelding van het eerder behaalde cijfer;
3°. vakken waarvoor de kandidaat bij het eindexamen vmbo voor zover het betreft de theoretische leerweg, is vrijgesteld op grond van een eerder afgelegd eindexamen vmbo voor zover het betreft de kaderberoepsgerichte leerweg of de basisberoepsgerichte leerweg waarvan deze vakken dan wel de overeenkomstige vakken, bedoeld in artikel 10, negende lid, van de wet, deel uitmaakten, worden vermeld op de cijferlijst, met vermelding van het eerder behaalde cijfer;
4°. andere vakken waarvoor de kandidaat vrijstelling of ontheffing is verleend, worden vermeld op de cijferlijst, zonder vermelding van een cijfer.