From bd00ac9afeab886e2cad3eb425f9e3600a207f7b Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Sun, 1 Aug 2004 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2004-08-01 | BWBR0005682 | Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek --- .../BWBR0005682/README.md | 46 +++++++++++++------ 1 file changed, 32 insertions(+), 14 deletions(-) diff --git a/wet/wet-op-het-hoger-onderwijs-en-wetenschappelijk-onderzoek/BWBR0005682/README.md b/wet/wet-op-het-hoger-onderwijs-en-wetenschappelijk-onderzoek/BWBR0005682/README.md index 17fdead4eb5..2fdc0ec6c49 100644 --- a/wet/wet-op-het-hoger-onderwijs-en-wetenschappelijk-onderzoek/BWBR0005682/README.md +++ b/wet/wet-op-het-hoger-onderwijs-en-wetenschappelijk-onderzoek/BWBR0005682/README.md @@ -3,7 +3,7 @@ titel: Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek bwb_id: BWBR0005682 type: wet status: geldend -datum_inwerkingtreding: '2003-07-16' +datum_inwerkingtreding: '2004-06-30' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0005682 citeertitel: Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek --- @@ -294,9 +294,11 @@ b. een financiële raming in verband met de bekostiging van de daarvoor in aanme **3.** Wat betreft de instellingen voor hoger onderwijs, met uitzondering van de Open Universiteit, hebben de maatstaven in elk geval betrekking op het aantal studenten en op de studieresultaten. De maatstaven kunnen verschillen per opleiding of groepen van opleidingen. -**4.** De maatstaven voor bekostiging van het wetenschappelijk onderzoek aan de universiteiten hebben in ieder geval betrekking op de maatschappelijke en wetenschappelijke behoefte aan het onderzoek, waarbij rekening wordt gehouden met het profiel van de instellingen alsmede op de kwaliteit van het onderzoek. +**4.** Bij de vaststelling van het aantal studenten tellen die studenten mee die zijn opgenomen in de basisadministratie persoonsgegevens als bedoeld in de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens. Studenten die niet zijn opgenomen in de basisadministratie persoonsgegevens tellen alleen mee als zij onderwijs in Nederland volgen en als de instelling na verificatie van de gegevens betreffende naam, adres en woonplaats van de betrokken student die gegevens heeft laten opnemen in het register, bedoeld in artikel 7.52. Studenten die voor 1 oktober een verzoek tot uitschrijving hebben ingediend, worden niet meegeteld, onverminderd het bepaalde in artikel 7.42, eerste lid, onderdeel c. -**5.** Onze minister legt het ontwerp van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste en tweede lid voor aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal. De voordracht voor die algemene maatregel van bestuur wordt niet gedaan dan nadat dertig dagen na die voorlegging zijn verstreken. +**5.** De maatstaven voor bekostiging van het wetenschappelijk onderzoek aan de universiteiten hebben in ieder geval betrekking op de maatschappelijke en wetenschappelijke behoefte aan het onderzoek, waarbij rekening wordt gehouden met het profiel van de instellingen alsmede op de kwaliteit van het onderzoek. + +**6.** Onze minister legt het ontwerp van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste en tweede lid voor aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal. De voordracht voor die algemene maatregel van bestuur wordt niet gedaan dan nadat dertig dagen na die voorlegging zijn verstreken. ### Artikel 2.6a @@ -344,7 +346,7 @@ Vervallen ### Artikel 2.9 -**1.** Het instellingsbestuur dient jaarlijks voor 1 juli bij Onze minister een verslag in. Het verslag bestaat uit de jaarrekening met bijbehorende begroting, het jaarverslag en overige financiële gegevens. Uit het verslag dient te blijken in hoeverre sprake is van een behoorlijke uitvoering van de werkzaamheden ten behoeve waarvan de rijksbijdrage is verleend en van een doelmatige aanwending van de rijksbijdrage, mede in het licht van het instellingsplan. +**1.** Het instellingsbestuur dient jaarlijks voor 1 juli bij Onze minister een verslag in. Het verslag bestaat uit de jaarrekening met bijbehorende begroting, het jaarverslag en overige financiële gegevens. Uit het verslag dient te blijken in hoeverre sprake is van een behoorlijke uitvoering van de werkzaamheden ten behoeve waarvan de rijksbijdrage is verleend en van een doelmatige aanwending van de rijksbijdrage, mede in het licht van het instellingsplan. Van niet doelmatige aanwending van de rijksbijdrage is in ieder geval sprake, voorzover bedragen daaruit worden aangewend voor het op enigerlei wijze compenseren van studenten of extraneï voor collegegeld, examengeld, cursusgeld of wat de hogescholen betreft de bijdrage, bedoeld in artikel 7.46, tweede lid, anders dan op grond van artikel 7.46, derde lid, artikel 7.51 of artikel 7.51a. **2.** In de jaarrekening wordt rekening en verantwoording afgelegd van het financiële beheer van de instelling over het voorafgaande begrotingsjaar. Het jaarverslag omvat mede het voorgenomen beleid ten aanzien van de werkzaamheden van de instelling, mede in het licht van de uitkomsten van kwaliteitsbeoordeling als bedoeld in artikel 1.18 en andere gegevens omtrent de kwaliteit van de werkzaamheden van de instelling. Aan het jaarverslag van een universiteit waaraan een academisch ziekenhuis is verbonden, wordt het in artikel 12.21 bedoelde document toegevoegd, dan wel, indien het een bijzondere universiteit betreft, een overzicht van de voornemens betreffende de onderlinge afstemming van de werkzaamheden van de universiteit en het academisch ziekenhuis op het gebied van het wetenschappelijk geneeskundig onderwijs en onderzoek. Toepassing van de voorgaande volzin blijft achterwege indien het document, onderscheidenlijk het overzicht reeds aan een eerder jaarverslag is toegevoegd en het sindsdien niet is gewijzigd of opnieuw is vastgesteld. @@ -360,6 +362,10 @@ Vervallen De accountant die door Onze minister is belast met het onderzoek van de ministeriële jaarrekening, heeft met het oog op het verrichten van dat onderzoek toegang tot elke instelling. De accountant kan door Onze minister tevens worden belast met een onderzoek naar de doelmatigheid van het beheer van de instelling. Aan de accountant worden alle inlichtingen verstrekt die hij voor de uitvoering van zijn taak nodig oordeelt. +### Artikel 2.10a + +Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden voorschriften gegeven omtrent de controle van de boekhouding, de jaarrekening en de administratie van de instellingen. + ### Artikel 2.11 Het gedeelte van de rijksbijdrage dat wordt berekend op de wijze als bedoeld in artikel 2.5, eerste lid, tweede volzin, wordt besteed aan het desbetreffende onderwijs. @@ -1569,6 +1575,8 @@ e. vreemdeling is, niet meer voldoet aan een van de voorwaarden, genoemd onder b **2.** Aan degene die is ingeschreven, wordt door het instellingsbestuur een bewijs van inschrijving verstrekt, waarin zijn rechten zijn omschreven. +**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voorschriften worden gegeven omtrent de in het eerste lid bedoelde regels. + ### Artikel 7.34 **1.** @@ -1601,13 +1609,15 @@ De inschrijving als extraneus geeft uitsluitend de rechten, vermeld in artikel 7 **2.** Tot de inschrijving wordt niet overgegaan dan nadat het bewijs is overgelegd dat het verschuldigde collegegeld wordt voldaan, het verschuldigde examengeld is voldaan dan wel, in geval van inschrijving aan de Open Universiteit, het verschuldigde cursusgeld is voldaan. -**3.** Tot de inschrijving als student voor de eerste maal voor een bepaalde propedeutische fase van een bacheloropleiding aan een bepaalde instelling of, indien die fase niet is ingesteld, de eerste periode in een bacheloropleiding met een studielast van 60 studiepunten wordt niet overgegaan dan nadat de betrokkene zich te voren, overeenkomstig bij ministeriële regeling vast te stellen regels van procedurele aard, bij de Informatie Beheer Groep heeft aangemeld, onder vermelding van de instelling en de bacheloropleiding waarop de inschrijving betrekking heeft. +**3.** Indien een meerderjarige student of extraneus het collegegeld, het examengeld of het cursusgeld niet zelf voldoet, wordt niet overgegaan tot inschrijving dan nadat door de student of extraneus schriftelijk is verklaard dat hij ermee instemt dat een in die verklaring vermelde derde namens hem het collegegeld, het examengeld of het cursusgeld voldoet. -**4.** Het bestuur van een bijzondere instelling kan aangeven dat degenen die wensen te worden ingeschreven, geacht worden de grondslag en de doelstellingen van de instelling te respecteren. De inschrijving kan worden geweigerd dan wel ingetrokken indien betrokkene de grondslag en de doelstellingen van de instelling niet respecteert. De weigering dan wel de intrekking van de inschrijving geschiedt schriftelijk en is met redenen omkleed. +**4.** Tot de inschrijving als student voor de eerste maal voor een bepaalde propedeutische fase van een bacheloropleiding aan een bepaalde instelling of, indien die fase niet is ingesteld, de eerste periode in een bacheloropleiding met een studielast van 60 studiepunten wordt niet overgegaan dan nadat de betrokkene zich te voren, overeenkomstig bij ministeriële regeling vast te stellen regels van procedurele aard, bij de Informatie Beheer Groep heeft aangemeld, onder vermelding van de instelling en de bacheloropleiding waarop de inschrijving betrekking heeft. De Informatie Beheer Groep levert de aanmeldingsgegevens aan de instelling van eerste voorkeur. -**5.** De inschrijving aan een bijzondere instelling kan worden geweigerd dan wel ingetrokken indien gegronde vrees bestaat dat de betrokkene van die inschrijving en daaraan verbonden rechten misbruik zal maken door in ernstige mate afbreuk te doen aan de eigen aard van die instelling, dan wel is gebleken dat de betrokkene van die inschrijving en daaraan verbonden rechten zulk een misbruik heeft gemaakt. De weigering dan wel intrekking van de inschrijving geschiedt schriftelijk en is met redenen omkleed. +**5.** Het bestuur van een bijzondere instelling kan aangeven dat degenen die wensen te worden ingeschreven, geacht worden de grondslag en de doelstellingen van de instelling te respecteren. De inschrijving kan worden geweigerd dan wel ingetrokken indien betrokkene de grondslag en de doelstellingen van de instelling niet respecteert. De weigering dan wel de intrekking van de inschrijving geschiedt schriftelijk en is met redenen omkleed. -**6.** De inschrijving kan niet worden ingetrokken op grond van het vierde lid, indien voor betrokkene geen gelegenheid bestaat de opleiding aan een andere instelling te volgen. +**6.** De inschrijving aan een bijzondere instelling kan worden geweigerd dan wel ingetrokken indien gegronde vrees bestaat dat de betrokkene van die inschrijving en daaraan verbonden rechten misbruik zal maken door in ernstige mate afbreuk te doen aan de eigen aard van die instelling, dan wel is gebleken dat de betrokkene van die inschrijving en daaraan verbonden rechten zulk een misbruik heeft gemaakt. De weigering dan wel intrekking van de inschrijving geschiedt schriftelijk en is met redenen omkleed. + +**7.** De inschrijving kan niet worden ingetrokken op grond van het vierde lid, indien voor betrokkene geen gelegenheid bestaat de opleiding aan een andere instelling te volgen. ### Artikel 7.38 @@ -1680,10 +1690,10 @@ b. een niet onder a bedoelde vreemdeling is die studiefinanciering geniet kracht **1.** -Het collegegeld wordt voldaan door: +Het collegegeld wordt door of namens de student voldaan door: a. betaling ineens, dan wel -b. gespreide betaling, overeenkomstig een door het instellingsbestuur en de betrokkene te treffen betalingsregeling, waarbij door het instellingsbestuur administratiekosten in rekening kunnen worden gebracht. Deze bedragen ten hoogste € 13,61. In geval van betaling in termijnen is sprake van ten minste vijf termijnen, die over het hele studiejaar zijn gespreid. +b. gespreide betaling, overeenkomstig een door het instellingsbestuur en de degene die zich tot betaling heeft verbonden te treffen betalingsregeling, waarbij door het instellingsbestuur administratiekosten in rekening kunnen worden gebracht. Deze bedragen ten hoogste € 13,61. In geval van betaling in termijnen is sprake van ten minste vijf termijnen, die over het hele studiejaar zijn gespreid. **2.** De belanghebbende, bedoeld in de artikelen 7.43, tweede lid, en 7.44, eerste lid, is collegegeld verschuldigd met ingang van het door het instellingsbestuur te bepalen tijdstip. @@ -1803,11 +1813,11 @@ b. propedeutische fase: de propedeutische fase of, indien die fase niet is inges **1.** Het instellingsbestuur kan per opleiding het aantal studenten vaststellen, dat ten hoogste voor de eerste maal kan worden ingeschreven voor de propedeutische fase van de desbetreffende opleiding. Deze vaststelling geschiedt voor een studiejaar. Voor 1 december van het kalenderjaar voorafgaande aan het studiejaar waarvoor de eerste vaststelling geschiedt, doet het instellingsbestuur hiervan mededeling aan de Informatie Beheer Groep. -**2.** Indien uit de gegevens betreffende de aanmelding, bedoeld in artikel 7.37, derde lid, blijkt dat het aantal eerste aanmeldingen van studenten voor de propedeutische fase van een opleiding meer bedraagt dan het aantal plaatsen dat het instellingsbestuur op grond van het eerste lid heeft vastgesteld, doet de Informatie Beheer Groep daarvan voor 1 april mededeling aan het instellingsbestuur. Het instellingsbestuur deelt de Informatie Beheer Groep voor 1 mei mee of het aanleiding ziet het aantal plaatsen te verhogen. +**2.** Indien uit de gegevens betreffende de aanmelding, bedoeld in artikel 7.37, vierde lid, blijkt dat het aantal eerste aanmeldingen van studenten voor de propedeutische fase van een opleiding meer bedraagt dan het aantal plaatsen dat het instellingsbestuur op grond van het eerste lid heeft vastgesteld, doet de Informatie Beheer Groep daarvan voor 1 april mededeling aan het instellingsbestuur. Het instellingsbestuur deelt de Informatie Beheer Groep voor 1 mei mee of het aanleiding ziet het aantal plaatsen te verhogen. **3.** Indien ook na toepassing van het tweede lid bij een of meer instellingen die de desbetreffende opleiding verzorgen, het aantal aanmeldingen op 1 mei het aantal plaatsen overtreft, stelt de Informatie Beheer Groep vast dat een toelatingsbeperking van kracht is, waarna paragraaf 4a van deze titel wordt toegepast. -**4.** Indien het instellingsbestuur in de verwachting verkeert dat het aantal inschrijvingen voor een opleiding meer zal bedragen dan het aantal plaatsen dat het instellingsbestuur op grond van het eerste lid heeft vastgesteld, is, in afwijking van de procedure van het tweede en derde lid, eveneens een toelatingsbeperking op die opleiding van kracht en wordt vervolgens paragraaf 4a van deze titel toegepast, mits het instellingsbestuur die opleiding daartoe voor 1 mei heeft aangemeld bij de Informatie Beheer Groep. +**4.** Indien het instellingsbestuur in de verwachting verkeert dat het aantal inschrijvingen voor een opleiding meer zal bedragen dan het aantal plaatsen dat het instellingsbestuur op grond van het eerste lid heeft vastgesteld, is, in afwijking van de procedure van het tweede en derde lid, eveneens een toelatingsbeperking op die opleiding van kracht en wordt vervolgens paragraaf 4a van deze titel toegepast, mits het instellingsbestuur die opleiding daartoe voor 1 mei heeft aangemeld bij de Informatie Beheer Groep. **5.** Indien een besluit ingevolge artikel 7.56 van toepassing is op de opleiding, blijft dit artikel buiten toepassing. @@ -2117,6 +2127,8 @@ Het griffierecht bedraagt € 37. Artikel 8:41, vijfde lid, van de Algemene wet **2.** De artikelen 7.60, vierde lid eerste en tweede volzin, vijfde en zesde lid, 7.61, tweede, derde, vijfde, zesde en zevende lid, en 7.63 zijn van overeenkomstige toepassing. +## Hoofdstuk 7a. Taken in het kader van de zij-instroom in het beroep van leraar en docent + ## Hoofdstuk 8. Samenwerking bekostigde instellingen voor hoger onderwijs ### Artikel 8.1 @@ -3964,7 +3976,7 @@ In de onderwijs- en examenregeling van de desbetreffende opleiding wordt voor ee ### Artikel 16.9a -**1.** Indien na toepassing van de artikelen 7.57b tot en met 7.57f blijkt dat bij een of meer instellingen die toepassing hebben gegeven aan artikel 7.25, vierde lid, nog plaatsen beschikbaar zijn, vindt alsnog selectie plaats van degenen die zich overeenkomstig het bepaalde krachtens artikel 7.37, derde lid, hebben aangemeld, doch niet voldoen aan de krachtens artikel 7.25 gestelde nadere vooropleidingseisen. Deze selectie geschiedt met overeenkomstige toepassing van de artikelen 7.57b tot en met 7.57f. In de ministeriële regeling, bedoeld in artikel 7.57a, vierde lid, kunnen voor de toepassing van dit lid nadere regels worden gesteld. +**1.** Indien na toepassing van de artikelen 7.57b tot en met 7.57f blijkt dat bij een of meer instellingen die toepassing hebben gegeven aan artikel 7.25, vierde lid, nog plaatsen beschikbaar zijn, vindt alsnog selectie plaats van degenen die zich overeenkomstig het bepaalde krachtens artikel 7.37, vierde lid, hebben aangemeld, doch niet voldoen aan de krachtens artikel 7.25 gestelde nadere vooropleidingseisen. Deze selectie geschiedt met overeenkomstige toepassing van de artikelen 7.57b tot en met 7.57f. In de ministeriële regeling, bedoeld in artikel 7.57a, vierde lid, kunnen voor de toepassing van dit lid nadere regels worden gesteld. **2.** Artikel 7.57e wordt niet eerder toegepast dan met betrekking tot het studiejaar 2000–2001. @@ -4113,7 +4125,7 @@ Van degene die in enig studiejaar als student of extraneus wordt ingeschreven vo **1.** Wat het hoger beroepsonderwijs betreft, vangt het eerste studiejaar na inwerkingtreding van deze wet, in afwijking van artikel 1.1, eerste lid, onder *k*, aan op 1 augustus en eindigt op 31 augustus van het daaropvolgende jaar. -**2.** Artikel 7.37, derde lid, vindt ten aanzien van het hoger beroepsonderwijs voor het eerst toepassing met betrekking tot de inschrijving voor het tweede studiejaar na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet. +**2.** Artikel 7.37, vierde lid, vindt ten aanzien van het hoger beroepsonderwijs voor het eerst toepassing met betrekking tot de inschrijving voor het tweede studiejaar na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet. **3.** In het studiejaar, bedoeld in het eerste lid, wordt in afwijking van artikel 12, eerste lid, onder *c*, van de Wet op de studiefinanciering (*Stb.* 1991, 112) in de laatste maand van dat studiejaar geen tegemoetkoming in de kosten van de onderwijsbijdrage uitgekeerd aan studenten die zijn ingeschreven voor een opleiding in het hoger beroepsonderwijs. @@ -4734,6 +4746,10 @@ b. na 1 januari 2004 en de instelling aantoont dat op 1 december 2001 de start **3.** Aan de opleidingen, bedoeld in artikel 17a.10a, die een voortzetting vormen van opleidingen die blijkens het Centraal register opleidingen hoger onderwijs zijn gestart of zullen starten met ingang van enig studiejaar, in de periode van de studiejaren vanaf 2000–2001 tot en met 2003–2004, is accreditatie verbonden tot en met 31 december van het kalenderjaar, dat zes jaar na de start van de opleiding ingaat. +### Artikel 17a.15a + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + #### Paragraaf 7. Overig invoerings- en overgangsrecht ### Artikel 17a.16 @@ -4826,6 +4842,8 @@ Indien de bacheloropleiding klinische technologie met toepassing van artikel 17e Indien het instellingsbestuur, bedoeld in artikel 17e.1, met toepassing van artikel 7.53 besluit tot beperking van de eerste inschrijving voor het studiejaar 2003–2004 voor de propedeutische fase van de bacheloropleiding klinische technologie aan die universiteit, bedraagt het aantal personen dat ten hoogste kan worden ingeschreven 50. +## Hoofdstuk 17f. Overgangsrecht wet van 24 juni 2004 (stb. 321) + ## Bijlage . behorende bij de In deze bijlage zijn in de onderdelen *a* tot en met *h* opgenomen de bekostigde instellingen voor hoger onderwijs, bedoeld in artikel 1.8, eerste lid, en zijn in onderdeel *i* opgenomen de academische ziekenhuizen, bedoeld in artikel 1.13, eerste lid.