2003-04-11 | BWBR0004593 | Eindexamenbesluit v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o.-v.b.o.
This commit is contained in:
parent
e406f77bfb
commit
bd075255af
1 changed files with 12 additions and 8 deletions
|
|
@ -179,7 +179,7 @@ Tevens kunnen in een examenprogramma zijn opgenomen voorschriften betreffende de
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Onverminderd vrijstellingen als bedoeld in de artikelen 11, 12 en 13 is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs:
|
||||
Onverminderd vrijstellingen als bedoeld in de artikelen 11, 12, 13 en 22 is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs:
|
||||
|
||||
a. vrijgesteld van het examen in een algemeen vak van de theoretische leerweg in het v.m.b.o. op grond van het examen v.w.o., h.a.v.o. of v.m.b.o., indien voor het overeenkomstige vak een eindcijfer 6 of hoger of een daarmee overeenkomende waardering is behaald,
|
||||
b. vrijgesteld van het examen in een vak in het h.a.v.o. op grond van een examen v.w.o. of h.a.v.o., indien voor het overeenkomstige vak een eindcijfer 6 of hoger of een daarmee overeenkomende waardering is behaald;
|
||||
|
|
@ -340,7 +340,7 @@ a. de vakken die het gemeenschappelijk deel ingevolge artikel 10, vijfde lid, va
|
|||
b. de twee vakken die het sectordeel ingevolge artikel 10, zesde lid, van de wet omvat, en
|
||||
c. in het vrije deel twee nog niet in het sectordeel gekozen vakken, bedoeld onderscheidenlijk genoemd in artikel 10, zevende lid, onderdelen a en b, en onderdeel c voor zover het betreft de Friese taal, van de wet, met dien verstande dat het sectordeel en het vrije deel tezamen ten minste twee vakken omvatten die geen moderne taal zijn.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat in de sector economie ten aanzien van wie toepassing is gegeven aan artikel 26n, tweede lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O., bij het eindexamen vrijgesteld van het vak Franse taal of het vak Duitse taal, genoemd in artikel 10, zesde lid, onderdeel c, van de wet, overeenkomstig genoemd artikel 26n, tweede lid. In plaats van elk vak waarvoor vrijstelling is verleend, doet de kandidaat eindexamen in het vak Arabisch, het vak Turks, het vak Spaans of het vak maatschappijleer II.
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat in de sector economie of leerwegondersteunend onderwijs ten aanzien van wie toepassing is gegeven aan artikel 26n, tweede of derde lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O., bij het eindexamen vrijgesteld van het vak Franse taal of het vak Duitse taal, genoemd artikel 26n, tweede lid. In plaats van het vak waarvoor vrijstelling is verleend, doet de kandidaat eindexamen in het vak Arabisch, het vak Turks, het vak Spaans, het vak maatschappijleer II, het vak aardrijkskunde of het vak geschiedenis en staatsinrichting.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de kandidaat in het vrije deel twee kunstvakken kiest, wordt één kunstvak gekozen uit de vakken behorende tot de beeldende vorming en één kunstvak uit de vakken muziek, dans en drama.
|
||||
|
||||
|
|
@ -499,6 +499,8 @@ Het schoolexamen bestaat uit een examendossier. Het examendossier is het geheel
|
|||
|
||||
**3.** Indien de Informatie Beheer Groep krachtens dit artikel een leraar van een school heeft aangewezen als gecommitteerde ten behoeve van een andere school, draagt het bevoegd gezag van de eerstgenoemde school er zorg voor, dat de leraar de uit die aanwijzing voortvloeiende verplichtingen nakomt.
|
||||
|
||||
**4.** In afwijking van het eerste lid, worden voor het praktisch gedeelte van het centraal examen v.m.b.o. geen gecommitteerden aangewezen.
|
||||
|
||||
### Artikel 37
|
||||
|
||||
**1.** Het centraal examen voor de scholen voor voortgezet onderwijs kent een eerste, tweede en derde tijdvak.
|
||||
|
|
@ -561,9 +563,9 @@ i. het uitoefenen van andere door Onze Minister opgedragen taken.
|
|||
|
||||
**1.** De directeur doet het gemaakte werk van het centraal examen met een exemplaar van de opgaven en met het proces-verbaal van het examen toekomen aan de examinator in het desbetreffende vak. De examinator beoordeelt het werk zo spoedig mogelijk en past daarbij de in artikel 39, eerste lid, onderdeel e, bedoelde beoordelingsnormen toe. De examinator drukt zijn beoordeling uit in de score, bedoeld in artikel 39, eerste lid, onderdeel f. De examinator zendt de score en het beoordeelde werk aan de directeur.
|
||||
|
||||
**2.** De directeur doet de van de examinator ontvangen stukken met een exemplaar van de opgaven, de beoordelingsnormen, het proces-verbaal en de regels voor het bepalen van de score, bedoeld in het eerste lid, onverwijld aan de betrokken gecommitteerde toekomen.
|
||||
**2.** De directeur doet de van de examinator ontvangen stukken met een exemplaar van de opgaven, de beoordelingsnormen, het proces-verbaal en de regels voor het bepalen van de score, bedoeld in het eerste lid, onverwijld aan de betrokken gecommitteerde dan wel de tweede examinator, bedoeld in artikel 41a, tweede lid toekomen.
|
||||
|
||||
**3.** De gecommitteerde beoordeelt het werk zo spoedig mogelijk en past daarbij de in artikel 39, eerste lid, onderdeel e, bedoelde beoordelingsnormen en de in artikel 39, eerste lid, onderdeel f, bedoelde regels voor het bepalen van de score toe.
|
||||
**3.** De gecommitteerde dan wel de tweede examinator, bedoeld in artikel 41a, tweede lid beoordeelt het werk zo spoedig mogelijk en past daarbij de in artikel 39, eerste lid, onderdeel e, bedoelde beoordelingsnormen en de in artikel 39, eerste lid, onderdeel f, bedoelde regels voor het bepalen van de score toe.
|
||||
|
||||
**4.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere voorschriften worden gegeven voor de toepassing van het eerste tot en met derde lid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -573,11 +575,11 @@ i. het uitoefenen van andere door Onze Minister opgedragen taken.
|
|||
|
||||
**1.** De directeur draagt er zorg voor dat bij het maken van het praktisch gedeelte van het centraal examen van een eindexamen v.m.b.o., de examinator in het desbetreffende vak of programma aanwezig is. De examinator beoordeelt de prestaties tijdens het maken van de praktijkopgaven en legt zijn bevindingen van de verrichtingen van de kandidaat schriftelijk vast, volgens daartoe door de in artikel 39 bedoelde commissie gegeven richtlijnen. De examinator beoordeelt het werk zo spoedig mogelijk en past daarbij de in artikel 39, eerste lid, onderdeel e, bedoelde beoordelingsnormen toe. De examinator drukt zijn beoordeling uit in de score, bedoeld in artikel 39, eerste lid, onderdeel f. De examinator zendt de score en voor zover mogelijk het beoordeelde werk aan de directeur.
|
||||
|
||||
**2.** De gecommitteerde beoordeelt het resultaat van de praktijkopgaven, alsmede de verrichtingen van de kandidaat zoals blijkend uit de in het eerste lid bedoelde schriftelijke vastlegging daarvan. De directeur overhandigt de gecommitteerde daartoe een exemplaar van de opgaven, de beoordelingsnormen, het proces-verbaal, alsmede de regels voor het bepalen van de score, bedoeld in het eerste lid. Artikel 41, vierde en vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**2.** Voor het praktisch gedeelte van het centraal examen v.m.b.o. vindt de beoordeling tevens plaats door een tweede examinator. De tweede examinator kan een deskundige als bedoeld in artikel 29, tweede lid, van de wet of een andere examinator van de school zijn. De tweede examinator beoordeelt het resultaat van de praktijkopgaven, alsmede de verrichtingen van de kandidaat zoals blijkend uit de in het eerste lid bedoelde schriftelijke vastlegging daarvan. De directeur overhandigt de tweede examinator daartoe een exemplaar van de opgaven, de beoordelingsnormen, het proces-verbaal, alsmede de regels voor het bepalen van de score, bedoeld in het eerste lid. Artikel 41, vierde en vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 42
|
||||
|
||||
**1.** De examinator en de gecommitteerde stellen in onderling overleg de score voor het centraal examen vast. Komen zij daarbij niet tot overeenstemming, dan stellen zij de score vast op het rekenkundig gemiddelde van de twee scores, in voorkomend geval afgerond op het naasthogere gehele getal.
|
||||
**1.** De examinator en de gecommitteerde dan wel de tweede examinator, bedoeld in artikel 41a, tweede lid stellen in onderling overleg de score voor het centraal examen vast. Komen zij daarbij niet tot overeenstemming, dan stellen zij de score vast op het rekenkundig gemiddelde van de twee scores, in voorkomend geval afgerond op het naasthogere gehele getal.
|
||||
|
||||
**2.** De directeur stelt het cijfer voor het centraal examen in een vak vast op grond van de in het eerste lid bedoelde score en met inachtneming van artikel 39, eerste lid, onderdeel g.
|
||||
|
||||
|
|
@ -648,7 +650,9 @@ De kandidaat die eindexamen v.m.b.o. heeft afgelegd, is geslaagd indien hij:
|
|||
|
||||
a. voor ten hoogste één van zijn examenvakken het eindcijfer 5 heeft behaald en voor zijn overige examenvakken een 6 of hoger, of
|
||||
b. voor ten hoogste één van zijn examenvakken het eindcijfer 4 heeft behaald en voor zijn overige examenvakken een 6 of hoger waarvan ten minste één 7 of hoger, of
|
||||
c. voor twee van zijn examenvakken, waarvan ten hoogste één behorend tot het sectordeel, het eindcijfer 5 heeft behaald en voor zijn overige examenvakken een 6 of hoger waarvan ten minste één 7 of hoger, met dien verstande dat het eindcijfer van het afdelingsvak of intrasectorale programma in de basisberoepsgerichte en de kaderberoepsgerichte leerweg wordt meegerekend als twee eindcijfers.
|
||||
c. voor twee van zijn examenvakken het eindcijfer 5 heeft behaald en voor zijn overige examenvakken een 6 of hoger waarvan ten minste één 7 of hoger.
|
||||
|
||||
**1a.** Voor de toepassing van het eerste lid, onderdelen a, b en c, wordt het eindcijfer van het afdelingsvak of intrasectorale programma in de basisberoepsgerichte en de kaderberoepsgerichte leerweg meegerekend als twee eindcijfers.
|
||||
|
||||
**2.** In aanvulling op het eerste lid geldt tevens dat voor de vakken lichamelijke opvoeding en het kunstvak uit het gemeenschappelijk deel en in de gemengde en de theoretische leerweg voor het sectorwerkstuk de kwalificatie «voldoende» of «goed» is behaald.
|
||||
|
||||
|
|
@ -670,7 +674,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 51
|
||||
|
||||
**1.** De kandidaat heeft voor één vak waarin hij reeds examen heeft afgelegd, nadat ingevolge artikel 49, vijfde lid, de eindcijfers zijn bekendgemaakt, het recht om in het tweede tijdvak of, indien artikel 45, eerste lid, van toepassing is, in het derde tijdvak, opnieuw deel te nemen aan het centraal examen.
|
||||
**1.** De kandidaat heeft voor één vak waarin hij reeds examen heeft afgelegd, nadat ingevolge artikel 49, vijfde lid, de eindcijfers zijn bekendgemaakt, het recht om in het tweede tijdvak of, indien artikel 45, eerste lid, van toepassing is, in het derde tijdvak, opnieuw deel te nemen aan het centraal examen of aan het schriftelijk gedeelte van het centraal examen in een beroepsgericht programma, met dien verstande dat indien het betreft het eindexamen van de basis- of kaderberoepsgerichte leerweg in het v.m.b.o., dit recht eveneens bestaat voor het praktisch gedeelte van het centraal examen in een beroepsgericht programma, af te nemen door het bevoegd gezag aansluitend aan het eerste tijdvak of in het tweede tijdvak. De herkansing van het praktisch gedeelte van het centraal examen bestaat uit het opnieuw afleggen van deze toets of van een of meer onderdelen daarvan.
|
||||
|
||||
**2.** De kandidaat stelt de directeur voor een door deze laatste te bepalen dag en tijdstip schriftelijk in kennis van gebruikmaking van het in het eerste lid bedoelde recht.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue