diff --git a/beleidsregel/beleidsregels-buitengewoon-opsporingsambtenaar/BWBR0039766/README.md b/beleidsregel/beleidsregels-buitengewoon-opsporingsambtenaar/BWBR0039766/README.md index c08cddbfb37..6f6a759ffbb 100644 --- a/beleidsregel/beleidsregels-buitengewoon-opsporingsambtenaar/BWBR0039766/README.md +++ b/beleidsregel/beleidsregels-buitengewoon-opsporingsambtenaar/BWBR0039766/README.md @@ -14,15 +14,13 @@ citeertitel: Beleidsregels Buitengewoon Opsporingsambtenaar In de strafrechtelijke handhaving van de lokale veiligheid, leefbaarheid en de naleving van (specialistische) regels is een belangrijke rol weggelegd voor buitengewoon opsporingsambtenaren (hierna: boa’s). Het doel van het boa-beleid is om de kwaliteit van de strafrechtelijke handhaving door de boa’s te borgen en te verbeteren zodat boa’s deze belangrijke rol op een kwalitatief goede wijze kunnen invullen. Het boa-bestel vormt het kader waarbinnen deze professionalisering van de boa plaatsvindt. Deze Beleidsregels Buitengewoon Opsporingsambtenaar maken onderdeel uit van dit boa-bestel. -In verband met de door de praktijk geuite wens tot uitbreiding van de mogelijkheden tot inhuur is een wijziging in deze Beleidsregels aangebracht in die zin dat inhuur nu mogelijk is in de domeinen I, III en IV. Waar de verhouding tussen politie en boa’s eerder werd gedefinieerd in termen van operationele regie is dat nu in navolging van landelijke afspraken gewijzigd in operationele samenwerking om zo het belang van goede samenwerking te benadrukken. Tevens zijn wijzigingen aangebracht in de systematiek van de permanente her- en bijscholing en is de tekst van domein II geactualiseerd. Als onderdeel daarvan is onder meer de verplichting tot het volgen van een vervolgopleiding in domein II komen te vervallen. Ten slotte zijn op diverse onderdelen verduidelijkingen en kleine correcties aangebracht. Deze wijzigingen treden in werking een dag na publicatie in de Staatscourant. - ## 2. De buitengewoon opsporingsambtenaar -De uitvoering en de handhaving van met name bijzondere wetgeving en verordeningen van provincies, gemeenten en waterschappen, is opgedragen aan een scala aan publiekrechtelijke en aan een beperkt aantal privaatrechtelijke organisaties. Indien nodig kan aan werknemers1 Onder de term ‘werknemers’ vallen ook de personen die onder de uitzonderingen genoemd in hoofdstuk 3.1 vallen en dus strikt genomen geen werknemer zijn. van zo’n organisatie opsporingsbevoegdheid worden toegekend. Zij zijn dan boa. Daarvoor is nodig dat betrokkene beschikt over een titel van opsporingsbevoegdheid, over de vereiste bekwaamheid en betrouwbaarheid, en over een akte van beëdiging (zie artikel 2 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar (hierna ook: BBO). De titel van opsporingsbevoegdheid wordt verleend door de Minister van Veiligheid en Justitie op grond van artikel 142 eerste lid, onder a en b, en derde lid van het Wetboek van Strafvordering of bij of krachtens een bijzondere wet of (decentrale) verordening. Voor economische delicten wordt de titel verleend door de Minister van Veiligheid en Justitie, in overeenstemming met de minister wie het aangaat, op grond van artikel 17, eerste lid, onder 2°, van de Wet op de Economische Delicten. +De uitvoering en de handhaving van met name bijzondere wetgeving en verordeningen van provincies, gemeenten en waterschappen, is opgedragen aan een scala aan publiekrechtelijke en aan een beperkt aantal privaatrechtelijke organisaties. Indien nodig kan aan werknemers1 Onder de term ‘werknemers’ vallen ook de personen die onder de uitzonderingen genoemd in hoofdstuk 3.1 vallen en dus strikt genomen geen werknemer zijn. van zo’n organisatie opsporingsbevoegdheid worden toegekend. Zij zijn dan boa. Daarvoor is nodig dat betrokkene beschikt over een titel van opsporingsbevoegdheid, over de vereiste bekwaamheid en betrouwbaarheid, en over een akte van beëdiging (zie artikel 2 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar (hierna ook: BBO). De titel van opsporingsbevoegdheid wordt verleend door de Minister van Justitie en Veiligheid op grond van artikel 142 eerste lid, onder a en b, en derde lid van het Wetboek van Strafvordering of bij of krachtens een bijzondere wet of (decentrale) verordening. Voor economische delicten wordt de titel verleend door de Minister van Justitie en Veiligheid, in overeenstemming met de minister wie het aangaat, op grond van artikel 17, eerste lid, onder 2°, van de Wet op de Economische Delicten. -De Minister van Veiligheid en Justitie verleent een titel van opsporingsbevoegdheid indien de noodzaak voor (extra) opsporingsbevoegdheid is aangetoond en de betreffende persoon heeft voldaan aan de betrouwbaarheidseis en bekwaamheidseis. Deze toekenning geschiedt formeel tijdens de beëdiging van een persoon als boa door of namens de Minister van Veiligheid en Justitie. +De Minister van Justitie en Veiligheid verleent een titel van opsporingsbevoegdheid indien de noodzaak voor (extra) opsporingsbevoegdheid is aangetoond en de betreffende persoon heeft voldaan aan de betrouwbaarheidseis en bekwaamheidseis. Deze toekenning geschiedt formeel tijdens de beëdiging van een persoon als boa door of namens de Minister van Justitie en Veiligheid. -De Minister van Veiligheid en Justitie kan bepalen dat een boa geweld of vrijheidsbeperkende middelen kan gebruiken en bevoegd is tot veiligheidsfouillering (zie artikel 7, zevende lid, Politiewet 2012), in deze beleidsregels aangeduid als politiebevoegdheden. Ook kunnen aan een boa geweldsmiddelen worden toegekend. Onder geweldsmiddelen worden in deze beleidsregels verstaan: handboeien, wapenstok, pepperspray, vuurwapen en surveillancehond (gecertificeerde diensthond). +De Minister van Justitie en Veiligheid kan bepalen dat een boa geweld of vrijheidsbeperkende middelen kan gebruiken en bevoegd is tot veiligheidsfouillering, vervoersfouillering en insluitingsfouillering (zie artikel 7, negende lid, Politiewet 2012), in deze beleidsregels aangeduid als politiebevoegdheden. Ook kunnen aan een boa geweldsmiddelen worden toegekend. Onder geweldsmiddelen worden in deze beleidsregels verstaan: handboeien, wapenstok, pepperspray, vuurwapen en surveillancehond (gecertificeerde diensthond). Met het scala aan organisaties belast met de uitvoering en handhaving van een grote variëteit aan wettelijke regelingen is de diversiteit van boa's een gegeven. Niet alleen het werkveld van boa's is divers. Aangezien bevoegdheden op maat worden toegekend, variëren deze evenzeer. De boa heeft in de regel beperkte opsporingsbevoegdheid die is gerelateerd aan zijn functie en taakomschrijving. De boa wordt ingezet daar waar opsporing door de politie niet gewenst, vanwege prioritering, of niet mogelijk is vanwege onvoldoende deskundigheid of capaciteit bij de politie. @@ -52,18 +50,18 @@ Op het hiervoor beschreven algemene uitgangspunt dat boa’s in (a) bezoldigde d ### 3.2. Criteria toekenning bevoegdheden -Conform het BBO wordt een titel van opsporingsbevoegdheid verleend dan wel verlengd indien daartoe noodzaak bestaat en de boa betrouwbaar en bekwaam is.4De bevoegdheid tot het opsporen van de in de akte van beëdiging vermelde strafbare feiten is gebonden aan een geldigheidsduur van maximaal vijf jaar en kan steeds met vijf jaar worden verlengd. In het laatste geval zal door het Ministerie van Veiligheid en Justitie opnieuw worden getoetst op noodzakelijkheid, betrouwbaarheid en bekwaamheid voor het uitoefenen van opsporingsbevoegdheden.Er is voldaan aan het noodzaakcriterium wanneer naar het oordeel van de Minister van Veiligheid en Justitie, de opsporingsbevoegdheid noodzakelijk is voor de uitoefening van de functie van de betreffende persoon of de dienst waarbij deze werkzaam is, en een beroep op de politie voor het uitoefenen van opsporingsbevoegdheden bezwaarlijk, niet mogelijk of niet wenselijk is. 5Artikel 4, lid 1 BBO. Over de noodzaak voor toekenning van (extra) opsporingsbevoegdheid wordt door de boa-werkgever advies gevraagd aan de direct toezichthouder en toezichthouder als bedoeld in artikel 1, vierde lid, BBO. Zie ook paragraaf 3.5 Toezicht op boa’s. +Conform het BBO wordt een titel van opsporingsbevoegdheid verleend dan wel verlengd indien daartoe noodzaak bestaat en de boa betrouwbaar en bekwaam is.4De bevoegdheid tot het opsporen van de in de akte van beëdiging vermelde strafbare feiten is gebonden aan een geldigheidsduur van maximaal vijf jaar en kan steeds met vijf jaar worden verlengd. In het laatste geval zal door het Ministerie van Justitie en Veiligheid opnieuw worden getoetst op noodzakelijkheid, betrouwbaarheid en bekwaamheid voor het uitoefenen van opsporingsbevoegdheden.Er is voldaan aan het noodzaakcriterium wanneer naar het oordeel van de Minister van Justitie en Veiligheid, de opsporingsbevoegdheid noodzakelijk is voor de uitoefening van de functie van de betreffende persoon of de dienst waarbij deze werkzaam is, en een beroep op de politie voor het uitoefenen van opsporingsbevoegdheden bezwaarlijk, niet mogelijk of niet wenselijk is. 5Artikel 4, lid 1 BBO. Over de noodzaak voor toekenning van (extra) opsporingsbevoegdheid wordt door de boa-werkgever advies gevraagd aan de direct toezichthouder en toezichthouder als bedoeld in artikel 1, vierde lid, BBO. Zie ook paragraaf 3.5 Toezicht op boa’s. In Domein I Openbare Ruimte geldt een afwijkende procedure voor zover het gaat om een aanvraag van gemeenten tot uitbreiding van het aantal boa’s. Hier vindt de toetsing op noodzaak plaats in de lokale driehoek.6 Kamerstukken II, 2012/13, 28 684 nr. 387, p. 7. Dit ziet alleen op boa’s in dienst van de gemeente, niet op boa’s in Domein I die in dienst van andere werkgevers zijn. Het noodzaakcriterium wordt ook gehanteerd voor de toekenning van politiebevoegdheden en geweldsmiddelen. -Voor de toekenning van de politiebevoegdheden van artikel 7, eerste en derde lid, van de Politiewet 2012, gelden de volgende criteria: +Voor de toekenning van de politiebevoegdheden van artikel 7, eerste, derde en vierde lid, van de Politiewet 2012, gelden de volgende criteria: a) de boa moet zelf verdachten kunnen aanhouden en overbrengen naar een plaats van verhoor; b) er is geen beroep op de politie mogelijk; c) de bevoegdheid tot het gebruik van geweld staat in verhouding tot de toe te kennen dan wel toegekende opsporingsbevoegdheid; -d) de geweldsbevoegdheid en de veiligheidsfouillering mogen pas worden uitgeoefend indien de boa heeft voldaan aan de bekwaamheidseisen als gesteld in de Regeling Toetsing Geweldsbeheersing Buitengewoon opsporingsambtenaar en ambtenaren van bijzondere opsporingsdiensten (hierna: RTGB). De wijze waarop van de veiligheidsfouillering gebruik dient te worden gemaakt, is nader geregeld in de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke Marechaussee en andere opsporingsambtenaren (hierna ook: Ai). +d) de geweldsbevoegdheid, de veiligheidsfouillering, de vervoersfouillering en de insluitingsfouillering mogen pas worden uitgeoefend indien de boa heeft voldaan aan de bekwaamheidseisen als gesteld in de Regeling Toetsing Geweldsbeheersing Buitengewoon opsporingsambtenaar en ambtenaren van bijzondere opsporingsdiensten (hierna: RTGB). De wijze waarop van de veiligheidsfouillering, de vervoersfouillering en de insluitingsfouillering gebruik dient te worden gemaakt, is nader geregeld in de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke Marechaussee en andere opsporingsambtenaren (hierna ook: Ai). Het toepassen van geweld met gebruik van een geweldsmiddel is een bevoegdheid die in beginsel alleen toekomt aan de gewapende macht van de overheid (de krijgsmacht) en de politie. Derhalve worden slechts in uitzonderlijke gevallen geweldsmiddelen aan anderen toegekend. Mede vanuit de doelstelling van de Wet wapens en munitie (hierna: WWM) wordt een restrictief beleid gehanteerd. Het toekennen van geweldsmiddelen aan een boa geschiedt slechts indien de noodzaak hiertoe door de aanvrager aangetoond is en indien zijn bekwaamheid in de omgang met het betreffende wapen is aangetoond (zie ook artikel 5, eerste lid, Regeling wapens en munitie, hierna: Rwm). Het toekennen van geweldsmiddelen wordt tevens afhankelijk gesteld van de in redelijkheid te verwachten kans dat de boa bij de vervulling van zijn functie met geweld of dreiging met geweld wordt geconfronteerd. @@ -82,7 +80,7 @@ Voordat iemand kan worden benoemd tot boa, wordt zijn betrouwbaarheid getoetst. De betrouwbaarheid wordt periodiek getoetst. Dit is in elk geval iedere vijf jaar bij een aanvraag voor verlenging van de titel van opsporingsbevoegdheid. Het is mogelijk om frequenter te toetsen, of om in incidentele gevallen gericht informatie op te vragen. -Het oordeel over de betrouwbaarheid wordt zowel bij de initiële aanvraag als bij de verlengingsaanvraag in beginsel gebaseerd op de overgelegde Verklaring Omtrent het Gedrag (hierna: VOG). Bij het beoordelen van de betrouwbaarheid op basis van de VOG wordt justitiële en politiële informatie meegenomen. Er is een specifiek screeningsprofiel voor (buitengewoon) opsporingsambtenaren aan de hand waarvan de screening plaatsvindt.7De screeningsprofielen voor het beoordelen van aanvragen ter verkrijging van een Verklaring Omtrent het Gedrag van natuurlijke personen en rechtspersonen zijn te vinden op https://www.justis.nl/producten/vog/vog-aanvragen/naar-welke-gegevens-wordt-gekeken/screeningsprofielen.aspx. Ter aanvulling op de VOG kan advies worden gevraagd aan de toezichthouder en/of de direct toezichthouder. Het uiteindelijke oordeel over de betrouwbaarheid van de boa baseert de Minister van Veiligheid en Justitie op de overgelegde VOG en, indien van toepassing, op eventuele aanvullende politiële informatie. +Het oordeel over de betrouwbaarheid wordt zowel bij de initiële aanvraag als bij de verlengingsaanvraag in beginsel gebaseerd op de overgelegde Verklaring Omtrent het Gedrag (hierna: VOG). Bij het beoordelen van de betrouwbaarheid op basis van de VOG wordt justitiële en politiële informatie meegenomen. Er is een specifiek screeningsprofiel voor (buitengewoon) opsporingsambtenaren aan de hand waarvan de screening plaatsvindt.7De screeningsprofielen voor het beoordelen van aanvragen ter verkrijging van een Verklaring Omtrent het Gedrag van natuurlijke personen en rechtspersonen zijn te vinden op https://www.justis.nl/producten/vog/vog-aanvragen/naar-welke-gegevens-wordt-gekeken/screeningsprofielen.aspx. Ter aanvulling op de VOG kan advies worden gevraagd aan de toezichthouder en/of de direct toezichthouder. Het uiteindelijke oordeel over de betrouwbaarheid van de boa baseert de Minister van Justitie en Veiligheid op de overgelegde VOG en, indien van toepassing, op eventuele aanvullende politiële informatie. Daarnaast is het altijd mogelijk om de betrouwbaarheid tussentijds te toetsen. Mocht bij deze tussentijdse toetsing twijfels bestaan omtrent de betrouwbaarheid of blijken dat de boa niet meer betrouwbaar is, dan kan de bevoegdheid worden opgeschort of ingetrokken. Of de boa nog betrouwbaar is wordt vastgesteld aan de hand van de justitiële documentatie of politiële informatie afkomstig van de toezichthouder en/of de direct toezichthouder. Bij verstrekking van deze informatie kan advies worden gevraagd aan de toezichthouder en/of de direct toezichthouder. Ook feiten die (nog) niet tot strafrechtelijke vervolging hebben geleid worden meegenomen bij het bepalen of de boa nog betrouwbaar kan worden geacht. @@ -94,7 +92,7 @@ Uit artikel 2 BBO volgt dat een boa slechts bevoegd kan zijn als hij bekwaam is. Het basisexamen en de permanente her- en bijscholing in domein I, II en III worden geëxamineerd onder auspiciën van de Stichting Exameninstelling Toezicht en Handhaving (Stichting ExTH). -Indien men slaagt voor het algemene basisexamen buitengewoon opsporingsambtenaar ontvangt men een ‘getuigschrift boa’, ondertekend door de voorzitter van de Examencommissie buitengewoon opsporingsambtenaar namens de Minister van Veiligheid en Justitie. De (beoogd) boa wordt op een aantal elementen getoetst om te bezien of hij over de basiskennis en basisvaardigheden beschikt. Het basisexamen moet in beginsel elke vijf jaar met goed gevolg worden afgelegd, tenzij in het domein sprake is van een systeem van permanente her- en bijscholing. Het examen wordt afgenomen onder verantwoordelijkheid van de door de Stichting ExTH ingestelde Examencommissie buitengewoon opsporingsambtenaar op basis van het door de Stichting ExTH opgestelde examenreglement. Dit reglement is gepubliceerd op www.exth.nl. +Indien men slaagt voor het algemene basisexamen buitengewoon opsporingsambtenaar ontvangt men een ‘getuigschrift boa’, ondertekend door de voorzitter van de Examencommissie buitengewoon opsporingsambtenaar namens de Minister van Justitie en Veiligheid. De (beoogd) boa wordt op een aantal elementen getoetst om te bezien of hij over de basiskennis en basisvaardigheden beschikt. Het basisexamen moet in beginsel elke vijf jaar met goed gevolg worden afgelegd, tenzij in het domein sprake is van een systeem van permanente her- en bijscholing. Het examen wordt afgenomen onder verantwoordelijkheid van de door de Stichting ExTH ingestelde Examencommissie buitengewoon opsporingsambtenaar op basis van het door de Stichting ExTH opgestelde examenreglement. Dit reglement is gepubliceerd op www.exth.nl. Het getuigschrift boa is vijf jaar geldig. Indien men binnen één jaar na het behalen van het getuigschrift een titel van opsporingsbevoegdheid aanvraagt, dan geldt de benoemingsperiode van vijf jaar vanaf de datum die op de akte van beëdiging staat vermeld. Vraagt men later dan één jaar na het behalen van het getuigschrift als boa een titel van opsporingsbevoegdheid aan, dan geldt echter een maximale benoemingsperiode tot vijf jaar na de datum die op het getuigschrift staat vermeld. @@ -116,13 +114,13 @@ Van de boa wordt verlangd dat hij opgespoorde strafbare feiten kan afhandelen mi In bijlage C is het Examenplan Basisbekwaamheid opgenomen. -Voor veel boa’s zal verdieping en verbreding van de hierboven geformuleerde eisen noodzakelijk zijn om binnen het eigen werkverband adequaat te kunnen functioneren. De Minister van Veiligheid en Justitie kan op grond van artikel 16, tweede lid, BBO aanvullende bekwaamheidseisen stellen aan boa’s. De boa-werkgever kan tevens aanvullende eisen van vakbekwaamheid stellen aan de eigen boa’s en hen daarop (doen) examineren. +Voor veel boa’s zal verdieping en verbreding van de hierboven geformuleerde eisen noodzakelijk zijn om binnen het eigen werkverband adequaat te kunnen functioneren. De Minister van Justitie en Veiligheid kan op grond van artikel 16, tweede lid, BBO aanvullende bekwaamheidseisen stellen aan boa’s. De boa-werkgever kan tevens aanvullende eisen van vakbekwaamheid stellen aan de eigen boa’s en hen daarop (doen) examineren. Alle boa’s dienen te voldoen aan de basisbekwaamheidseis zoals in de vorige paragraaf omschreven. Het kan evenwel wenselijk zijn dat bepaalde categorieën van boa’s voldoen aan aanvullende bekwaamheidseisen in verband met de complexiteit van de opsporing. Hierbij kan worden gedacht aan boa’s die werk uitvoeren dat specialistische kennis vereist of plaatsvindt in een relatief ingewikkelde handhavingsomgeving. Daarbij wordt de rol van de boa in de strafrechtelijke handhaving steeds groter en daarmee ook de wens om te komen tot een uniforme kwaliteit van de handhaving door de boa’s. Aanvullende bekwaamheidseisen die gesteld kunnen worden aan boa’s zijn onder andere de eis dat een verzwaard boa-examen dient te worden afgelegd, dan wel de eis dat een opleidingsprogramma moet worden doorlopen. Bij het opleidingsprogramma is het mogelijk dat na het behalen van de basis-bekwaamheidseis een boa beëdigd wordt, zodat de boa gedurende het aanvullend opleidingsprogramma reeds gebruik kan maken van opsporingsbevoegdheden. Op die manier wordt duaal leren mogelijk. -De Minister van Veiligheid en Justitie bepaalt in welke gevallen een verzwaard examen dan wel een aanvullend opleidingsprogramma nodig is voor het verkrijgen van opsporingsbevoegdheden. Per domein is aangegeven of, en zo ja, welke aanvullende opleidingseisen gesteld zijn. De keuze om te komen tot aanvullende opleidingseisen en de invulling hiervan komt tot stand in nauw overleg met betrokken boa-werkgevers, direct toezichthouders en toezichthouders. Of wordt voldaan aan de aanvullende bekwaamheidseisen wordt bepaald door de examencommissie. +De Minister van Justitie en Veiligheid bepaalt in welke gevallen een verzwaard examen dan wel een aanvullend opleidingsprogramma nodig is voor het verkrijgen van opsporingsbevoegdheden. Per domein is aangegeven of, en zo ja, welke aanvullende opleidingseisen gesteld zijn. De keuze om te komen tot aanvullende opleidingseisen en de invulling hiervan komt tot stand in nauw overleg met betrokken boa-werkgevers, direct toezichthouders en toezichthouders. Of wordt voldaan aan de aanvullende bekwaamheidseisen wordt bepaald door de examencommissie. Een opleidingscommissie waarin toezichthouders, direct toezichthouders en werkgevers zijn afgevaardigd kan in het leven worden geroepen om namens de toezichthouder toe te zien op de inhoud en kwaliteit van een aanvullende opleiding. @@ -249,7 +247,7 @@ Een gemeente kan onder voorwaarden een particuliere functionaris inzetten ten be ○ Instemming van de lokale driehoek. Hierbij is van belang dat het toezicht op de ingehuurde boa geborgd kan worden (net als bij de ‘reguliere’ boa). ○ Inbedding in het lokale veiligheidsbeleid. ○ Herkenbaarheid van de ingehuurde boa als ambtenaar van de gemeente. Hierbij mogen geen tot de particuliere instantie waarvan de gemeente de functionaris inhuurt herleidbare kenmerken zichtbaar gedragen worden. -○ De ingehuurde boa heeft maximaal de beschikking over de politiebevoegdheden als bedoeld in artikel 7 eerste en derde lid van de Politiewet 2012 en over handboeien. +○ De ingehuurde boa heeft maximaal de beschikking over de politiebevoegdheden als bedoeld in artikel 7, eerste, derde en vierde lid, van de Politiewet 2012 en over handboeien. ○ De ingehuurde boa met opsporingsbevoegdheid heeft geen toegang tot politie- en/of opsporingssystemen. ○ Een ingehuurde boa mag geen werkzaamheden verrichten voor een beveiligingsorganisatie of recherchebureau of een beveiligingsorganisatie of recherchebureau in stand houden. Reden hiervoor is dat enige (schijn van) belangenverstrengeling zich kan voordoen tussen de functie van de ingehuurde particuliere functionaris met opsporingsbevoegdheid enerzijds en de functie van particulier beveiliger als bedoeld in de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (Wpbr) anderzijds. Wel kan aan een ingehuurde boa ontheffing worden verleend als bedoeld in artikel 5, vierde lid, van de Wpbr. ○ Een ingehuurde boa moet door de gemeente op naam worden benoemd als onbezoldigd ambtenaar van deze gemeente. Van de benoeming op naam moet bij de aanvraag van de opsporingsbevoegdheid schriftelijk bewijs worden overgelegd. @@ -289,7 +287,7 @@ De boa Openbare ruimte is belast met de opsporing van de strafbare feiten in de 13. Visserijwet 1963 juncto artikel 1a Wet op de economische delicten; 14. Artikelen 2.3.6 Vuurwerkbesluit juncto artikel 9.2.2.1 Wet milieubeheer juncto artikel 1a Wet op de economische delicten; 15. Artikel 6.2 lid 1 Waterwet, juncto artikel 1a Wet op de economische delicten voor zover het overtredingen betreft die een nadelige invloed hebben of kunnen hebben op de leefbaarheid in de publieke ruimte; -16. Artikel 5 Wegenverkeerswet 1994 (WVW) en het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, maar alleen voor zover het stilstaand verkeer betreft. De artikelen 4, 5, 6, 10, 60, 82 en 62 juncto bijlage I hoofdstuk C (geslotenverklaring) van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) voor zover van toepassing ook voor rijdend verkeer. Handhaving op negatie van C borden (RVV 1990) is toegestaan in relatie tot de leefbaarheid, waaronder het tegengaan van overlast door sluipverkeer en het verbeteren van de leefbaarheid door bepaalde gebieden af te sluiten voor (vracht) auto's, zoals de zogeheten milieuzones. In bijlage L is verder het toepasselijke kader voor de gemeente opgenomen indien zij digitaal wil handhaven op categorie C-borden; +16. Artikel 5 Wegenverkeerswet 1994 (WVW) en het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, maar alleen voor zover het stilstaand verkeer betreft. De artikelen 4, 5, 6, 10, 60, 82 en 62 juncto bijlage I hoofdstuk C (geslotenverklaring) van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) voor zover van toepassing ook voor rijdend verkeer. Handhaving op negatie van C borden (RVV 1990) is toegestaan in relatie tot de leefbaarheid, waaronder het tegengaan van overlast door sluipverkeer en het verbeteren van de leefbaarheid door bepaalde gebieden af te sluiten voor (vracht) auto's, zoals de zogeheten milieuzones. Op www.om.nl/geslotenverklaring is het toepasselijke kader voor de gemeente opgenomen indien zij digitaal wil handhaven op het negeren van een C-bord of op de overtreding van artikel 5, 6, of 10 RVV 1990 die volgt uit het negeren van een G-bord; 17. Artikel 2 van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen; 18. Artikel 2.2 lid 1 onder g en h Wet algemene bepalingen omgevingsrecht juncto artikel 1a Wet op de economische delicten; 19. Artikel 13 Wet bodembescherming juncto artikel 1a Wet op de economische delicten voor zover het gaat om feiten die de leefbaarheid aantasten; @@ -315,7 +313,7 @@ De boa Openbare ruimte is belast met de opsporing van de strafbare feiten in de 32. Zondagswet; 33. Andere strafbare feiten, indien hij daarmee in een concreet opsporingsonderzoek of voor een concreet project door een officier van Justitie wordt belast voor de duur van dat onderzoek of project. -De boa Openbare ruimte kan optioneel beschikken over de politiebevoegdheden bedoeld in artikel 7 eerste en derde lid van de Politiewet 2012 en kan tevens optioneel beschikken over handboeien, wapenstok en/of pepperspray. De ingehuurde boa Openbare ruimte kan optioneel beschikken over de politiebevoegdheden bedoeld in artikel 7 eerste en derde lid van de Politiewet 2012 en optioneel over handboeien. +De boa Openbare ruimte kan optioneel beschikken over de politiebevoegdheden bedoeld in artikel 7, eerste, derde en vierde lid, van de Politiewet 2012 en kan tevens optioneel beschikken over handboeien, wapenstok en/of pepperspray. De ingehuurde boa Openbare ruimte kan optioneel beschikken over de politiebevoegdheden bedoeld in artikel 7, eerste, derde en vierde lid, van de Politiewet 2012 en optioneel over handboeien. ## 7. Domein II Milieu, welzijn en infrastructuur @@ -349,7 +347,7 @@ Bij de aanvraag om verlenging van de akte of de aanvraag van een nieuwe akte moe De volgorde van de modules van een traject van permanente her- en bijscholing is niet bepalend bij de aanvraag om verlenging van de akte danwel bij de aanvraag om een nieuwe akte. Zo kunnen modules die zijn behaald in een ander domein (ook al zijn deze domeinspecifiek), meetellen bij de aanvraag om verlenging van de akte dan wel een nieuwe akte. Voorwaarde is dat bij de aanvraag 4 verschillende modules -waarvan 2 theorie en 2 praktijk- kunnen worden overgelegd die niet ouder zijn dan vijf jaar. -De door de Minister van Veiligheid en Justitie ingestelde examencommissie bewaakt de kwaliteit van de examens (zie examenplan). +De door de Minister van Justitie en Veiligheid ingestelde examencommissie bewaakt de kwaliteit van de examens (zie examenplan). In Bijlage E is een overzicht opgenomen van de examenonderdelen en bijbehorende onderwerpen. In de laatste kolom is aangeven of het betreffende examenonderdeel met een theorietoets (T) of een praktijktoets (P) geëxamineerd wordt. Voor verdere uitwerking van de examenonderdelen: zie http://www.exth.nl/examens/phb-domein-ii-milieu/. @@ -378,7 +376,7 @@ De boa Milieu, welzijn en infrastructuur is belast met de opsporing van de straf 19. Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden; 20. Wet openbare manifestaties; 21. Wet publieke gezondheid; -22. De in de artikelen 1 en 1a van de Wet op de economische delicten genoemde wetten en krachtens deze wetten geldende regelgeving. Ten aanzien van het bij of krachtens de Wegenverkeerswet 1994 bepaalde is, met uitzondering van de in het ‘Besluit aanwijzing toezichthouders en opsporingsambtenaren Inspectie Leefomgeving en Transport betreffende vervoerswetgeving’ genoemde opsporingsambtenaren, de bevoegdheid van de boa daarbij beperkt tot de volgende artikelen: de artikelen genoemd in artikel 1 van de WED; artikel 5 Wegenverkeerswet 1994 (WVW) en het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, maar alleen voor zover het stilstaand verkeer betreft; de artikelen 4, 5, 6, 10, 60, 82 en 62 juncto bijlage I hoofdstuk C (geslotenverklaring) van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) voor zover van toepassing ook voor rijdend verkeer. Handhaving op negatie van C borden (RVV 1990) is toegestaan voor zover de handhaving betrekking heeft op het tegengaan van overlast en op de bescherming van het milieu en de natuur. In bijlage L is verder het toepasselijke kader voor de gemeente opgenomen indien zij digitaal wil handhaven op categorie C-borden; +22. De in de artikelen 1 en 1a van de Wet op de economische delicten genoemde wetten en krachtens deze wetten geldende regelgeving. Ten aanzien van het bij of krachtens de Wegenverkeerswet 1994 bepaalde is, met uitzondering van de in het ‘Besluit aanwijzing toezichthouders en opsporingsambtenaren Inspectie Leefomgeving en Transport betreffende vervoerswetgeving’ genoemde opsporingsambtenaren, de bevoegdheid van de boa daarbij beperkt tot de volgende artikelen: de artikelen genoemd in artikel 1 van de WED; artikel 5 Wegenverkeerswet 1994 (WVW) en het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, maar alleen voor zover het stilstaand verkeer betreft; de artikelen 4, 5, 6, 10, 60, 82 en 62 juncto bijlage I hoofdstuk C (geslotenverklaring) van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) voor zover van toepassing ook voor rijdend verkeer. Handhaving op negatie van C borden (RVV 1990) is toegestaan voor zover de handhaving betrekking heeft op het tegengaan van overlast en op de bescherming van het milieu en de natuur. Op www.om.nl/geslotenverklaring is het toepasselijke kader voor de gemeente opgenomen indien zij digitaal wil handhaven op het negeren van een C-bord of op de overtreding van artikel 5, 6, of 10 RVV 1990 die volgt uit het negeren van een G-bord; 23. Artikelen 141, 157, 160 t/m 163, 172, 173, 173a, 173b, 174, 175, 177, 179, 180, 181, 182, 184, 184a, 185, 198, 199, 216 t/m 225, 227b, 230, 231 lid 2, 239, 240a, 266/267, 284, 285, 300 juncto artikel 304 onder ten tweede, 307, 308, 310, 311, 314, 315, 321, 326, 329, 330, 337, 350, 351, 351 bis, 352, 416, 417 bis, 424 t/m 429, 430a, 435, onder ten vierde, 437, 437bis, 437ter, 447b, 447c, 447d, 447^e, 453 en 458 t/m 461 Wetboek van Strafrecht; 24. Wrakkenwet; 25. Zondagswet; @@ -388,7 +386,7 @@ De landelijke bevoegdheid voor de boa Milieu, welzijn en infrastructuur kan even Gelet op de specifieke taak van inspectiediensten in de milieuhandhaving kunnen boa’s Milieu, welzijn en infrastructuur van een landelijke inspectiedienst voor zover noodzakelijk voor een goede uitoefening van de taak bij samenwerking met partners in de strafrechtelijke handhaving, beschikken over domeinoverschrijdende opsporingsbevoegdheden, tenzij de wet zich daartegen verzet. -De boa Milieu, welzijn en infrastructuur kan optioneel beschikken over de politiebevoegdheden bedoeld in artikel 7 eerste en derde lid van de Politiewet 2012 en optioneel beschikken over handboeien, wapenstok, pepperspray, surveillancehond en/of vuurwapen. +De boa Milieu, welzijn en infrastructuur kan optioneel beschikken over de politiebevoegdheden bedoeld in artikel 7, eerste, derde en vierde lid, van de Politiewet 2012 en optioneel beschikken over handboeien, wapenstok, pepperspray, surveillancehond en/of vuurwapen. ## 8. Domein III Onderwijs @@ -403,7 +401,7 @@ Een gemeente kan onder voorwaarden een particuliere functionaris inzetten ten be ○ Instemming van de lokale driehoek. Hierbij is van belang dat het toezicht op de ingehuurde boa geborgd kan worden (net als bij de ‘reguliere’ boa). ○ Inbedding in het lokale veiligheidsbeleid. ○ Herkenbaarheid van de ingehuurde boa als ambtenaar van de gemeente. Hierbij mogen geen tot de particuliere instantie waarvan de gemeente de functionaris inhuurt herleidbare kenmerken zichtbaar gedragen worden. -○ De ingehuurde boa heeft maximaal de beschikking over de politiebevoegdheden als bedoeld in artikel 7 eerste en derde lid van de Politiewet 2012 en over handboeien. +○ De ingehuurde boa heeft maximaal de beschikking over de politiebevoegdheden als bedoeld in artikel 7 eerste, derde en vierde lid, van de Politiewet 2012 en over handboeien. ○ De ingehuurde boa met opsporingsbevoegdheid heeft geen toegang tot politie- en/of opsporingssystemen. ○ Een ingehuurde boa mag geen werkzaamheden verrichten voor een beveiligingsorganisatie of recherchebureau of een beveiligingsorganisatie of recherchebureau in stand houden. Reden hiervoor is dat enige (schijn van) belangenverstrengeling zich kan voordoen tussen de functie van de ingehuurde particuliere functionaris met opsporingsbevoegdheid enerzijds en de functie van particulier beveiliger als bedoeld in de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (Wpbr) anderzijds. Wel kan aan een ingehuurde boa ontheffing worden verleend als bedoeld in artikel 5, vierde lid, van de Wpbr. ○ Een ingehuurde boa moet door de gemeente op naam worden benoemd als onbezoldigd ambtenaar van deze gemeente. Van de benoeming op naam moet bij de aanvraag van de opsporingsbevoegdheid schriftelijk bewijs worden overgelegd. @@ -433,7 +431,7 @@ De boa Onderwijs is belast met de opsporing van de strafbare feiten in de volgen 3. Artikelen 177, 179, 180, 181, 182, 184, 184a, 185, 266/ 267, 284, 285, 300 juncto artikel 304 onder ten tweede, 435 onder ten vierde, 447e Wetboek van Strafrecht; 4. Andere strafbare feiten, indien hij daarmee in een concreet opsporingsonderzoek of voor een concreet project door een officier van justitie wordt belast voor de duur van dat onderzoek of project. -De boa Onderwijs kan optioneel beschikken over de politiebevoegdheden bedoeld in artikel 7 eerste en derde lid van de Politiewet 2012 en kan optioneel beschikken over handboeien. Dit geldt ook voor de ingehuurde boa Onderwijs. +De boa Onderwijs kan optioneel beschikken over de politiebevoegdheden bedoeld in artikel 7, eerste, derde en vierde lid, van de Politiewet 2012 en kan optioneel beschikken over handboeien. Dit geldt ook voor de ingehuurde boa Onderwijs. ## 9. Domein IV Openbaar Vervoer @@ -448,7 +446,7 @@ Een gemeente kan onder voorwaarden een particuliere functionaris inzetten ten be ○ Instemming van de lokale driehoek. Hierbij is van belang dat het toezicht op de ingehuurde boa geborgd kan worden (net als bij de ‘reguliere’ boa). ○ Inbedding in het lokale veiligheidsbeleid. ○ Herkenbaarheid van de ingehuurde boa als ambtenaar van de gemeente. Hierbij mogen geen tot de particuliere instantie waarvan de gemeente de functionaris inhuurt herleidbare kenmerken zichtbaar gedragen worden. -○ De ingehuurde boa heeft maximaal de beschikking over de politiebevoegdheden als bedoeld in artikel 7 eerste en derde lid van de Politiewet 2012 en over handboeien. +○ De ingehuurde boa heeft maximaal de beschikking over de politiebevoegdheden als bedoeld in artikel 7, eerste, derde en vierde lid, van de Politiewet 2012 en over handboeien. ○ De ingehuurde boa met opsporingsbevoegdheid heeft geen toegang tot politie- en/of opsporingssystemen. ○ Een ingehuurde boa mag geen werkzaamheden verrichten voor een beveiligingsorganisatie of recherchebureau of een beveiligingsorganisatie of recherchebureau in stand houden. Reden hiervoor is dat enige (schijn van) belangenverstrengeling zich kan voordoen tussen de functie van de ingehuurde particuliere functionaris met opsporingsbevoegdheid enerzijds en de functie van particulier beveiliger als bedoeld in de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (Wpbr) anderzijds. Wel kan aan een ingehuurde boa ontheffing worden verleend als bedoeld in artikel 5, vierde lid, van de Wpbr. ○ Een ingehuurde boa moet door de gemeente op naam worden benoemd als onbezoldigd ambtenaar van deze gemeente. Van de benoeming op naam moet bij de aanvraag van de opsporingsbevoegdheid schriftelijk bewijs worden overgelegd. @@ -458,7 +456,7 @@ Inhuur is in dit domein ook mogelijk voor de in paragraaf 3.1 bij de uitzonderin ○ Instemming van de concessieverlener.17Aan de instemming kunnen door de concessieverlener voorwaarden worden verbonden. ○ Melding aan de direct toezichthouder en toezichthouder. ○ Herkenbaarheid van de ingehuurde boa als medewerker van de vervoerder. Hierbij mogen geen tot de particuliere instantie waarvan de vervoerder de functionaris inhuurt herleidbare kenmerken zichtbaar gedragen worden. -○ De ingehuurde boa heeft maximaal de beschikking over de politiebevoegdheden als bedoeld in artikel 7 eerste en derde lid van de Politiewet 2012 en over handboeien. +○ De ingehuurde boa heeft maximaal de beschikking over de politiebevoegdheden als bedoeld in artikel 7, eerste, derde en vierde lid, van de Politiewet 2012 en over handboeien. ○ De ingehuurde boa met opsporingsbevoegdheid heeft geen toegang tot politie- en/of opsporingssystemen. ○ Een ingehuurde boa mag geen werkzaamheden verrichten voor een beveiligingsorganisatie of recherchebureau of een beveiligingsorganisatie of recherchebureau in stand houden. ○ Reden hiervoor is dat enige (schijn van) belangenverstrengeling zich kan voordoen tussen de functie van de ingehuurde particuliere functionaris met opsporingsbevoegdheid enerzijds en de functie van particulier beveiliger als bedoeld in de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (Wpbr) anderzijds. Wel kan aan een ingehuurde boa ontheffing worden verleend als bedoeld in artikel 5, vierde lid, van de Wpbr. @@ -488,7 +486,7 @@ De boa Openbaar Vervoer is belast met de opsporing van de strafbare feiten in de 8. Artikelen 141, 157, 177, 179, 180, 181, 182, 184, 184a, 185, 225, 239, 266/267, 284, 285, 300 juncto artikel 304 onder ten tweede, 310, 311, 350, 416, 424, 426, 435, onder ten vierde, 447e en 461 Wetboek van Strafrecht; 9. Andere strafbare feiten, indien hij daarmee in een concreet opsporingsonderzoek of voor een concreet project door een officier van justitie wordt belast voor de duur van dat onderzoek of project. -De boa Openbaar Vervoer kan optioneel beschikken over de politiebevoegdheden bedoeld in artikel 7 eerste en derde lid van de Politiewet 2012 en kan optioneel beschikken over handboeien en/of wapenstok. De ingehuurde boa Openbaar Vervoer kan optioneel beschikken over de politiebevoegdheden bedoeld in artikel 7 eerste en derde lid van de Politiewet 2012 en optioneel over handboeien. +De boa Openbaar Vervoer kan optioneel beschikken over de politiebevoegdheden bedoeld in artikel 7, eerste, derde en vierde lid, van de Politiewet 2012 en kan optioneel beschikken over handboeien en/of wapenstok. De ingehuurde boa Openbaar Vervoer kan optioneel beschikken over de politiebevoegdheden bedoeld in artikel 7, eerste, derde en vierde lid, van de Politiewet 2012 en optioneel over handboeien. ## 10. Domein V Werk, inkomen en zorg @@ -516,7 +514,7 @@ De boa Werk, inkomen en zorg is belast met de opsporing van de strafbare feiten 6. Wetboek van Strafrecht: artikelen 161 sexies, 161 septies, 177, 179, 180, 181, 182, 184, 184a, 185, , 189, 194, 197, 197a, 197b, 197c, 197d, 198, 225, 226, 227, 227a, 227b, 228, 229, 231, 321, 322, 323a, 326, 340, 341, 342, 343, 344, 345, 347, 348, 350a, 350b, 363, 266/267, 284, 285, 300 juncto artikel 304 onder ten tweede, 416, 417, 417bis, 420 bis, ter en quater, 435, onder ten vierde, 442, 447b, 447c, 447d, 447e, voor zover het feit van belang is voor de toepassing van wetten, algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen, met de uitvoering waarvan de organisatie (o.a. UWV, Inspectie SZW, belastingdienst, gemeenten, Kansspelautoriteit) krachtens de wet is belast dan wel voor de uitvoering van andere taken, voor het verrichten waarvan de organisatie krachtens de Wet Structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen de goedkeuring heeft gekregen; 7. Andere strafbare feiten, indien hij daarmee in een concreet opsporingsonderzoek of voor een concreet project door een officier van justitie wordt belast voor de duur van dat onderzoek of project. -De boa Werk, inkomen en zorg kan optioneel beschikken over de politiebevoegdheden bedoeld in artikel 7 eerste en derde lid van de Politiewet 2012 en kan optioneel beschikken over handboeien. +De boa Werk, inkomen en zorg kan optioneel beschikken over de politiebevoegdheden bedoeld in artikel 7, eerste, derde en vierde lid, van de Politiewet 2012 en kan optioneel beschikken over handboeien. ## 11. Generieke opsporing @@ -608,7 +606,7 @@ De boa generieke opsporing is bevoegd om te handhaven op de volgende artikelen e Voor de politiemedewerkers die vanuit de reorganisatie Politiewet 2012 als boa een deel van een executieve politiefunctie gaan vervullen, wordt bij schriftelijke mededeling als bedoeld in artikel 10, zesde lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie (Barp) bevestigd met welke taken binnen de functie de medewerker belast wordt. -De boa Generieke opsporing kan optioneel beschikken over de politiebevoegdheden bedoeld in artikel 7 eerste en derde lid van de Politiewet 2012 en kan optioneel beschikken over handboeien, wapenstok, pepperspray, surveillancehond en/of vuurwapen. +De boa Generieke opsporing kan optioneel beschikken over de politiebevoegdheden bedoeld in artikel 7, eerste, derde en vierde lid, van de Politiewet 2012 en kan optioneel beschikken over handboeien, wapenstok, pepperspray, surveillancehond en/of vuurwapen. ## Bijlage A. Politiebevoegdheden en geweldsmiddelen @@ -686,10 +684,4 @@ Conform artikel 6, eerste lid, van het BBO dient een aanvraag tot verlenging of ## Bijlage L -*Hieronder volgen een aantal uitgangspunten waaraan voldaan moet worden door de gemeente indien zij digitaal wil handhaven op categorie C borden.* - -*Naast bovenstaande strategische uitgangspunten gelden de volgende technische/juridische randvoorwaarden waaraan voldaan moet worden voor de handhaving met flitspalen (HGV) kan plaatsvinden:* - -*Indien een gemeente door middel van een flitspaal (HGV) wil handhaven dient zij een plan van aanpak te schrijven waarin alle bovengenoemde strategische uitgangspunten en aan de technische en juridische randvoorwaarden dient te worden voldaan. Dit plan van aanpak dient in de lokale driehoek te worden afgestemd.* - -*In het kort ziet het traject van een verzoek te mogen handhaven met een flitspaal (HGV) tot de start van de handhaving er als volgt uit:* +Vervallen