diff --git a/rijkswet/belastingregeling-voor-het-koninkrijk/BWBR0002464/README.md b/rijkswet/belastingregeling-voor-het-koninkrijk/BWBR0002464/README.md index 9a4e84b22c4..8a62f7dcbb3 100644 --- a/rijkswet/belastingregeling-voor-het-koninkrijk/BWBR0002464/README.md +++ b/rijkswet/belastingregeling-voor-het-koninkrijk/BWBR0002464/README.md @@ -14,7 +14,7 @@ citeertitel: Belastingregeling voor het Koninkrijk ### Artikel 1 -**1.** In Nederland, de Nederlandse Antillen en Aruba worden vreemdelingen niet onderworpen aan enige belasting of daarmede verband houdende verplichting welke drukkender is dan die, waaraan Nederlanders onder overigens gelijke omstandigheden worden onderworpen. +**1.** In Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten worden vreemdelingen niet onderworpen aan enige belasting of daarmede verband houdende verplichting welke drukkender is dan die, waaraan Nederlanders onder overigens gelijke omstandigheden worden onderworpen. **2.** Een lichaam dat is opgericht naar het recht van een land van het Koninkrijk wordt in een ander land van het Koninkrijk niet aan enige belastingheffing of daarmee verband houdende verplichting onderworpen, die anders of zwaarder is dan de belastingheffing en daarmee verband houdende verplichtingen, waaraan lichamen die naar het recht van het andere land zijn opgericht onder dezelfde omstandigheden zijn of kunnen worden onderworpen. @@ -28,7 +28,7 @@ citeertitel: Belastingregeling voor het Koninkrijk Deze Rijkswet verstaat onder: -a. landen: Nederland, de Nederlandse Antillen en Aruba; +a. landen: Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten; b. personen: natuurlijke personen en lichamen; c. lichamen: rechtspersonen, maat- of vennootschappen, andere verenigingen van personen, ondernemingen van publiekrechtelijke rechtspersonen en doelvermogens; d. inwoner van een van de landen: een persoon die, ingevolge de desbetreffende belastingregelingen van een van de landen aldaar aan belasting is onderworpen op grond van zijn woonplaats, verblijf, plaats van leiding, of enige andere soortgelijke omstandigheid. @@ -81,7 +81,7 @@ a. wordt, tenzij de context anders vereist, verstaan onder: 3°. uitbetalende instantie: een uitbetalende instantie als bedoeld in artikel 4 van de Richtlijn 2003/48/EG; 4°. rentebetaling: een rentebetaling als bedoeld in artikel 6 van de Richtlijn 2003/48/EG, met inachtneming van artikel 15 van de Richtlijn 2003/48/EG; 5°. termen, gebruikt in artikel 13a en artikel 24, tiende lid, die niet anderszins in dit artikel zijn omschreven: de betekenis die in de Richtlijn 2003/48/EG daaraan wordt gegeven; -b. wordt in de bepalingen in de Richtlijn 2003/48/EG waarnaar in dit artikel, artikel 13a en artikel 24, tiende lid, wordt verwezen in plaats van «lidstaten» gelezen: de Nederlandse Antillen onderscheidenlijk Nederland, al naar de context vereist. +b. wordt in de bepalingen in de Richtlijn 2003/48/EG waarnaar in dit artikel, artikel 13a en artikel 24, tiende lid, wordt verwezen in plaats van «lidstaten» gelezen: Curaçao, Sint Maarten of Nederland, al naar de context vereist. ## Hoofdstuk II. Vermijding van dubbele belasting @@ -105,14 +105,15 @@ a. zoveel Nederland betreft: 4°. de dividendbelasting; 5°. de commissarissenbelasting; 6°. de vermogensbelasting; -b. zoveel de Nederlandse Antillen betreft: +b. zoveel Curaçao en Sint Maarten betreft: 1°. de inkomstenbelasting; 2°. de winstbelasting; c. zoveel Aruba betreft: 1°. de inkomstenbelasting; -2°. de winstbelasting. +2°. de winstbelasting; +3°. de dividendbelasting. ### Artikel 4 @@ -171,12 +172,12 @@ Winst uit onderneming genoten door een inwoner van een van de landen uit het opt **3.** -Het tarief van de in het tweede lid bedoelde belasting gaat onder nader te stellen voorwaarden ter verzekering van een juiste toepassing van dit artikel zowel naar doel als naar strekking 7,5 percent niet te boven indien het dividend wordt genoten door een lichaam waarvan het kapitaal geheel of ten dele in aandelen is verdeeld en dat inwoner is van het andere land en voor ten minste 25 percent van het nominaal gestorte kapitaal aandeelhouder is van het lichaam dat het dividend verschuldigd is. Het tarief bedraagt onder nader te stellen voorwaarden ter verzekering van een juiste toepassing van dit artikel zowel naar doel als naar strekking in het in de vorige volzin bedoelde geval echter niet meer dan 5 percent indien het dividend in het land waarvan het lichaam dat het dividend geniet inwoner is, onderworpen is aan een belasting naar de winst met een tarief van ten minste 5,5 percent. In afwijking van de voorgaande twee volzinnen geldt met betrekking tot dividend dat wordt genoten door een lichaam dat inwoner is van de Nederlandse Antillen en verschuldigd is door een lichaam dat inwoner is van Nederland het volgende: +Het tarief van de in het tweede lid bedoelde belasting gaat onder nader te stellen voorwaarden ter verzekering van een juiste toepassing van dit artikel zowel naar doel als naar strekking 7,5 percent niet te boven indien het dividend wordt genoten door een lichaam waarvan het kapitaal geheel of ten dele in aandelen is verdeeld en dat inwoner is van het andere land en voor ten minste 25 percent van het nominaal gestorte kapitaal aandeelhouder is van het lichaam dat het dividend verschuldigd is. Het tarief bedraagt onder nader te stellen voorwaarden ter verzekering van een juiste toepassing van dit artikel zowel naar doel als naar strekking in het in de vorige volzin bedoelde geval echter niet meer dan 5 percent indien het dividend in het land waarvan het lichaam dat het dividend geniet inwoner is, onderworpen is aan een belasting naar de winst met een tarief van ten minste 5,5 percent. In afwijking van de voorgaande twee volzinnen geldt met betrekking tot dividend dat wordt genoten door een lichaam dat inwoner is van Curaçao onderscheidenlijk Sint Maarten en verschuldigd is door een lichaam dat inwoner is van Nederland het volgende: -a. het tarief van de in het tweede lid bedoelde belasting zal 8,3 percent niet te boven gaan, indien het dividend wordt genoten door een lichaam waarvan het kapitaal geheel of ten dele in aandelen is verdeeld en dat voor ten minste 25 percent van het nominaal gestorte kapitaal aandeelhouder is van het lichaam dat het dividend verschuldigd is en mits in de Nederlandse Antillen met de in het tweede lid bedoelde belasting formeel of in feite niet zodanig rekening wordt gehouden dat de feitelijke gecombineerde belastingdruk op het dividend overeenkomstig het eerste lid enerzijds en het tweede en derde lid anderzijds lager is dan 8,3 percent; -b. een bedrag ter hoogte van de aldus afgedragen belasting zal onverwijld en zonder het stellen van aanvullende voorwaarden aan de Nederlands-Antilliaanse overheid worden overgemaakt; +a. het tarief van de in het tweede lid bedoelde belasting zal 8,3 percent niet te boven gaan, indien het dividend wordt genoten door een lichaam waarvan het kapitaal geheel of ten dele in aandelen is verdeeld en dat voor ten minste 25 percent van het nominaal gestorte kapitaal aandeelhouder is van het lichaam dat het dividend verschuldigd is en mits in Curaçao onderscheidenlijk Sint Maarten met de in het tweede lid bedoelde belasting formeel of in feite niet zodanig rekening wordt gehouden dat de feitelijke gecombineerde belastingdruk op het dividend overeenkomstig het eerste lid enerzijds en het tweede en derde lid anderzijds lager is dan 8,3 percent; +b. een bedrag ter hoogte van de aldus afgedragen belasting zal onverwijld en zonder het stellen van aanvullende voorwaarden aan de overheid van Curaçao onderscheidenlijk Sint Maarten worden overgemaakt; -indien blijkt dat bij de definitieve aanslagregeling in de Nederlandse-Antillen over het betreffende jaar niet is voldaan aan de voorwaarde genoemd in onderdeel a van deze volzin, wordt het bedrag dat aan de Nederlands-Antilliaanse overheid wordt overgemaakt gekort met het hierop betrekking hebbende bedrag en wordt alsnog belasting geheven volgens de regeling van het tweede lid. +indien blijkt dat bij de definitieve aanslagregeling in Curaçao onderscheidenlijk Sint Maarten over het betreffende jaar niet is voldaan aan de voorwaarde genoemd in onderdeel a van deze volzin, wordt het bedrag dat aan de overheid van Curaçao onderscheidenlijk Sint Maarten wordt overgemaakt gekort met het hierop betrekking hebbende bedrag en wordt alsnog belasting geheven volgens de regeling van het tweede lid. **4.** @@ -200,17 +201,17 @@ c. indien de bedoelde Ministers zulks overeenkomen: met ingang van de datum van ### Artikel 13a -**1.** Indien de uiteindelijk gerechtigde van rente woonachtig is in Nederland en de uitbetalende instantie in de Nederlandse Antillen is gevestigd, heffen de Nederlandse Antillen gedurende de in artikel 10 van de Richtlijn 2003/48/EG bedoelde overgangsperiode bronbelasting, gedurende de eerste drie jaar van de overgangsperiode tegen een tarief van 15%, gedurende de volgende drie jaar tegen een tarief van 20% en daarna tegen een tarief van 35%. De uitbetalende instantie houdt de bronbelasting in op een wijze als omschreven in artikel 11, tweede en derde lid, van de Richtlijn 2003/48/EG. +**1.** Indien de uiteindelijk gerechtigde van rente woonachtig is in Nederland en de uitbetalende instantie in Curaçao of Sint Maarten is gevestigd, heft Curaçao onderscheidenlijk Sint Maarten gedurende de in artikel 10 van de Richtlijn 2003/48/EG bedoelde overgangsperiode bronbelasting, gedurende de eerste drie jaar van de overgangsperiode tegen een tarief van 15%, gedurende de volgende drie jaar tegen een tarief van 20% en daarna tegen een tarief van 35%. De uitbetalende instantie houdt de bronbelasting in op een wijze als omschreven in artikel 11, tweede en derde lid, van de Richtlijn 2003/48/EG. -**2.** Het opleggen van bronbelasting door de Nederlandse Antillen op grond van dit artikel belet Nederland niet de inkomsten te belasten overeenkomstig het nationale recht met inachtneming van de andere bepalingen in deze Rijkswet. +**2.** Het opleggen van bronbelasting door Curaçao of Sint Maarten op grond van dit artikel belet Nederland niet de inkomsten te belasten overeenkomstig het nationale recht met inachtneming van de andere bepalingen in deze Rijkswet. -**3.** Tijdens de overgangsperiode kunnen de Nederlandse Antillen bepalen dat een marktdeelnemer die rente uitbetaalt of een rentebetaling bewerkstelligt voor een in Nederland gevestigde entiteit als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de Richtlijn 2003/48/EG, wordt aangemerkt als de uitbetalende instantie in plaats van de entiteit, en heffen zij de bronbelasting op die rente, tenzij die entiteit formeel heeft aanvaard dat haar naam en adres alsmede het totale bedrag van de rentebetaling die aan haar is verricht of voor haar is bewerkstelligd, worden meegedeeld overeenkomstig de laatste alinea van dat lid. +**3.** Tijdens de overgangsperiode kunnen Curaçao en Sint Maarten bepalen dat een marktdeelnemer die rente uitbetaalt of een rentebetaling bewerkstelligt voor een in Nederland gevestigde entiteit als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de Richtlijn 2003/48/EG, wordt aangemerkt als de uitbetalende instantie in plaats van de entiteit, en heffen zij de bronbelasting op die rente, tenzij die entiteit formeel heeft aanvaard dat haar naam en adres alsmede het totale bedrag van de rentebetaling die aan haar is verricht of voor haar is bewerkstelligd, worden meegedeeld overeenkomstig de laatste alinea van dat lid. -**4.** De Nederlandse Antillen behouden 25% van de opbrengsten van de bronheffing, bedoeld in het eerste lid, en dragen 75% van de opbrengsten af aan Nederland. Indien de Nederlandse Antillen overeenkomstig het derde lid bronbelasting heffen, behouden de Nederlandse Antillen 25% van de opbrengsten geheven op rentebetalingen aan in Nederland gevestigde entiteiten als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de Richtlijn 2003/48/EG en dragen 75% af aan Nederland. Die overdrachten vinden plaats uiterlijk in de zes maanden volgende op het eind van het belastingjaar van de Nederlandse Antillen. De Nederlandse Antillen treffen de maatregelen die nodig zijn om het systeem voor de verdeling van de belastingopbrengsten correct te doen functioneren. +**4.** Curaçao onderscheidenlijk Sint Maarten behoudt 25% van de opbrengsten van de bronheffing, bedoeld in het eerste lid, en draagt 75% van de opbrengsten af aan Nederland. Indien Curaçao onderscheidenlijk Sint Maarten overeenkomstig het derde lid bronbelasting heft, behoudt Curaçao onderscheidenlijk Sint Maarten 25% van de opbrengsten geheven op rentebetalingen aan in Nederland gevestigde entiteiten als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de Richtlijn 2003/48/EG en draagt Curaçao onderscheidenlijk Sint Maarten 75% af aan Nederland. Die overdrachten vinden plaats uiterlijk in de zes maanden volgende op het eind van het belastingjaar van Curaçao onderscheidenlijk Sint Maarten. Curaçao onderscheidenlijk Sint Maarten treft de maatregelen die nodig zijn om het systeem voor de verdeling van de belastingopbrengsten correct te doen functioneren. -**5.** De Nederlandse Antillen voorzien in één van beide of beide procedures, bedoeld in artikel 13, eerste lid, van de Richtlijn 2003/48/EG. Op verzoek van de uiteindelijk gerechtigde geeft de bevoegde autoriteit van Nederland, bedoeld in artikel 37 een verklaring af in overeenstemming met artikel 13, tweede lid, van de Richtlijn 2003/48/EG. +**5.** Curaçao onderscheidenlijk Sint Maarten voorziet in één van beide of beide procedures, bedoeld in artikel 13, eerste lid, van de Richtlijn 2003/48/EG. Op verzoek van de uiteindelijk gerechtigde geeft de bevoegde autoriteit van Nederland, bedoeld in artikel 37 een verklaring af in overeenstemming met artikel 13, tweede lid, van de Richtlijn 2003/48/EG. -**6.** Voor de toepassing van dit artikel bepalen de Nederlandse Antillen de procedures die nodig zijn om de uitbetalende instantie in staat te stellen de identiteit en woonplaats van de uiteindelijk gerechtigde vast te stellen en dragen zorg voor de toepassing van deze procedures in de Nederlandse Antillen. Deze procedures voldoen aan de minimumnormen van artikel 3, tweede en derde lid, van de Richtlijn 2003/48/EG, met dien verstande dat met betrekking tot het bepaalde in het tweede lid, onderdeel a, en in het derde lid, onderdeel a, de identiteit en woonplaats van de uiteindelijk gerechtigde worden vastgesteld op grond van de informatie waarover de uitbetalende instantie krachtens de toepassing van de desbetreffende wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de Nederlandse Antillen beschikt. De bestaande vrijstellingen of ontheffingen die in voorkomend geval op verzoek aan uiteindelijk gerechtigden met woonplaats in Nederland zijn verleend, zijn evenwel niet langer van toepassing en aan die uiteindelijk gerechtigden worden geen verdere vrijstellingen of ontheffingen van dien aard verleend. +**6.** Voor de toepassing van dit artikel bepaalt Curaçao onderscheidenlijk Sint Maarten de procedures die nodig zijn om de uitbetalende instantie in staat te stellen de identiteit en woonplaats van de uiteindelijk gerechtigde vast te stellen en dragen zorg voor de toepassing van deze procedures in Curaçao onderscheidenlijk Sint Maarten. Deze procedures voldoen aan de minimumnormen van artikel 3, tweede en derde lid, van de Richtlijn 2003/48/EG, met dien verstande dat met betrekking tot het bepaalde in het tweede lid, onderdeel a, en in het derde lid, onderdeel a, de identiteit en woonplaats van de uiteindelijk gerechtigde worden vastgesteld op grond van de informatie waarover de uitbetalende instantie krachtens de toepassing van de desbetreffende wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van Curaçao onderscheidenlijk Sint Maarten beschikt. De bestaande vrijstellingen of ontheffingen die in voorkomend geval op verzoek aan uiteindelijk gerechtigden met woonplaats in Nederland zijn verleend, zijn evenwel niet langer van toepassing en aan die uiteindelijk gerechtigden worden geen verdere vrijstellingen of ontheffingen van dien aard verleend. **7.** Aan het einde van de overgangsperiode vindt artikel 10, derde lid van de Richtlijn 2003/48/EG overeenkomstige toepassing. @@ -307,7 +308,7 @@ Schulden - andere dan obligatieschulden - van een inwoner van een van de landen, **4.** Indien het land van inwoning geen belasting heft overeenkomstig artikel 11, tweede of derde lid, dan wel belasting heft tot een lager percentage dan door de genoemde bepaling is toegestaan, is dat land niet verplicht de in het derde lid bedoelde vermindering te verlenen, onderscheidenlijk niet verplicht die vermindering tot een hoger percentage te verlenen dan het land overeenkomstig de genoemde artikelen zelf heft van dergelijke inkomsten. -**5.** Indien de Nederlandse Antillen en Aruba geen belasting heffen overeenkomstig artikel 13, tweede lid, dan wel belasting heffen tot een lager percentage dan door de genoemde bepaling is toegestaan, zijn de Nederlandse Antillen en Aruba als land van inwoning niet verplicht de in het derde lid bedoelde vermindering - voor zover op rente betrekking hebbend - te verlenen, onderscheidenlijk niet verplicht die vermindering tot een hoger percentage te verlenen dan de Nederlandse Antillen en Aruba overeenkomstig artikel 13, tweede lid, zelf heffen van dergelijke inkomsten. +**5.** Indien Aruba, Curaçao of Sint Maarten geen belasting heft overeenkomstig artikel 13, tweede lid, dan wel belasting heft tot een lager percentage dan door de genoemde bepaling is toegestaan, is Curaçao, onderscheidenlijk Aruba onderscheidenlijk Sint Maarten als land van inwoning niet verplicht de in het derde lid bedoelde vermindering – voor zover op rente betrekking hebbend – te verlenen, onderscheidenlijk niet verplicht die vermindering tot een hoger percentage te verlenen dan Aruba, Curaçao en Sint Maarten overeenkomstig artikel 13, tweede lid, zelf heffen van dergelijke inkomsten. **6.** Ingeval artikel 12, tweede lid, toepassing vindt, staat dat land op zijn belasting over die voordelen een aftrek toe. Het bedrag van die aftrek is gelijk aan de belasting die is betaald over de genoemde voordelen in het land waarvan die aandeelhouder inwoner is, maar bedraagt in geen geval meer dan dat deel van de inkomstenbelasting, zoals berekend voor de aftrek is toegestaan, dat toerekenbaar is aan de genoemde voordelen. @@ -338,7 +339,7 @@ a. zoveel Nederland betreft: 1°. het recht van successie; 2°. het recht van overgang; 3°. het recht van schenking; -b. zoveel de Nederlandse Antillen betreft: +b. zoveel Curaçao en Sint Maarten betreft: 1°. de successiebelasting; 2°. de overgangsbelasting; @@ -375,7 +376,7 @@ Ingeval een inwoner van een van de landen binnen een periode van twaalf maanden Deze afdeling is van toepassing op: a. zoveel Nederland betreft:het zegelrecht; -b. zoveel de Nederlandse Antillen betreft:de zegelbelasting; +b. zoveel Curaçao en Sint Maarten betreft:de zegelbelasting; c. zoveel Aruba betreft:de zegelbelasting; en op elke gelijksoortige belasting geheven ten behoeve van een van de landen of een staatkundig onderdeel daarvan. @@ -393,7 +394,7 @@ en op elke gelijksoortige belasting geheven ten behoeve van een van de landen of Deze afdeling is van toepassing op: a. zoveel Nederland betreft:de motorrijtuigenbelasting; -b. zoveel de Nederlandse Antillen betreft:de motorrijtuig- en motorbootbelasting; +b. zoveel Curaçao en Sint Maarten betreft:de motorrijtuig- en motorbootbelasting; c. zoveel Aruba betreft:de motorrijtuig- en motorbootbelasting; en op elke gelijksoortige belasting geheven ten behoeve van een van de landen of een staatkundig onderdeel daarvan. @@ -541,7 +542,7 @@ De artikelen 36, 37 en 38 vinden overeenkomstige toepassing met betrekking tot s ### Artikel 45 -**1.** Voor de heffing van belastingen naar het inkomen en naar het vermogen in de zin van artikel 3, voor de heffing van belastingen ter zake van successie en schenking in de zin van artikel 26, alsmede voor de toepassing van deze Rijkswet voor zover zij op die belastingen betrekking heeft, worden, voor zoveel nodig in afwijking van de overige bepalingen van deze Rijkswet omtrent de woonplaats, de Gevolmachtigde Ministers van de Nederlandse Antillen en Aruba geacht inwoner te zijn van het land waarvoor zij zijn uitgezonden. +**1.** Voor de heffing van belastingen naar het inkomen en naar het vermogen in de zin van artikel 3, voor de heffing van belastingen ter zake van successie en schenking in de zin van artikel 26, alsmede voor de toepassing van deze Rijkswet voor zover zij op die belastingen betrekking heeft, worden, voor zoveel nodig in afwijking van de overige bepalingen van deze Rijkswet omtrent de woonplaats, de Gevolmachtigde Ministers van Aruba, Curaçao en Sint Maarten geacht inwoner te zijn van het land waarvoor zij zijn uitgezonden. **2.** De Ministers van Financiën van de betrokken landen kunnen gezamenlijk bepalen dat het eerste lid mede wordt toegepast ten aanzien van de plaatsvervangers van de Gevolmachtigde Ministers en met hen gelijk te stellen functionarissen. @@ -557,9 +558,9 @@ Het inwerkingtreden van deze Rijkswet wordt door Ons geregeld bij algemene maatr ### Artikel 48 -**1.** Onverminderd artikel 18, tweede lid, kan de wetgever van elk van de landen bepalen dat gezamenlijk buiten werking treden de hoofdstukken II en III, en de artikelen 39, 40, 41, 44 en 45. De daartoe strekkende wettelijke regeling treedt niet in werking voor de aanvang van het tweede kalenderjaar volgend op dat waarin de regeling is afgekondigd. Onder het voorbehoud van belangrijke wijzigingen in de wetgeving, de heffing, alsmede in de administratieve praktijk als bedoeld in artikel 38, tweede lid, onder *a*, met betrekking tot de belastingen welke het onderwerp uitmaken van deze Rijkswet kan binnen een periode van acht jaar na 1 januari 1986 van de in dit lid gegeven bevoegdheid geen gebruik worden gemaakt. +**1.** Onverminderd artikel 18, tweede lid, kan de wetgever van elk van de landen ten aanzien van één of meer van de andere landen bepalen dat gezamenlijk buiten werking treden de hoofdstukken II en III, en de artikelen 39, 40, 41, 44 en 45. De daartoe strekkende wettelijke regeling treedt niet in werking voor de aanvang van het tweede kalenderjaar volgend op dat waarin de regeling is afgekondigd. Onder het voorbehoud van belangrijke wijzigingen in de wetgeving, de heffing, alsmede in de administratieve praktijk als bedoeld in artikel 38, tweede lid, onder a, met betrekking tot de belastingen welke het onderwerp uitmaken van deze Rijkswet kan binnen een periode van acht jaar na 1 januari 1986 van de in dit lid gegeven bevoegdheid geen gebruik worden gemaakt. -**2.** Een wettelijke regeling van een van de landen welke op grond van het eerste lid is getroffen, wordt bekend gemaakt in het andere land door plaatsing van de tekst in, voor zover Nederland betreft het *Staatsblad* en voor zover het de Nederlandse Antillen en Aruba betreft in de officiële publicatiebladen. +**2.** Een wettelijke regeling van een van de landen welke op grond van het eerste lid is getroffen, wordt bekend gemaakt in het andere land door plaatsing van de tekst in, voor zover Nederland betreft het *Staatsblad* en voor zover het Aruba, Curaçao en Sint Maarten betreft in de officiële publicatiebladen. ### Artikel 49