From bd2c17ce7a2d5c6523ac8e386892a7c5bac90ac2 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Thu, 1 Jan 2009 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2009-01-01 | BWBR0010646 | Uitvoeringsbesluit WEB --- .../BWBR0010646/README.md | 168 +++--------------- 1 file changed, 25 insertions(+), 143 deletions(-) diff --git a/amvb/uitvoeringsbesluit-web/BWBR0010646/README.md b/amvb/uitvoeringsbesluit-web/BWBR0010646/README.md index 7f34ba08505..4bb116626ef 100644 --- a/amvb/uitvoeringsbesluit-web/BWBR0010646/README.md +++ b/amvb/uitvoeringsbesluit-web/BWBR0010646/README.md @@ -435,31 +435,21 @@ per 19 november 2008 en terugwerkend tot en met 1 augustus 2008: ### Artikel 3.1 -In dit hoofdstuk wordt onder volwassen inwoner verstaan, een persoon van 18 jaren of ouder die op grond van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens bij een gemeente is ingeschreven. +Vervallen ### Paragraaf 2. De rijksbijdrage educatie ### Artikel 3.2.1 -Binnen het raam van de door de begrotingswetgever voor het desbetreffende kalenderjaar beschikbaar gestelde middelen, stelt Onze Minister jaarlijks de omvang vast van het landelijk beschikbare budget voor de educatie, bedoeld in artikel 2.3.1, eerste lid, van de wet. +Vervallen ### Artikel 3.2.2 -**1.** - -De in artikel 2.3.1, eerste lid, van de wet bedoelde rijksbijdrage educatie wordt door Onze Minister berekend op grond van: - -a. het door het Centraal Bureau voor de Statistiek op verzoek van Onze Minister berekende aantal volwassen inwoners van de gemeente op 1 januari van het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de rijksbijdrage wordt vastgesteld, -b. het door het Centraal Bureau voor de Statistiek op verzoek van Onze Minister berekende gemiddelde percentage volwassen inwoners van de gemeente met een opleiding op ten hoogste het niveau van het diploma middelbaar algemeen voortgezet onderwijs of voorbereidend beroepsonderwijs over het zevende tot en met tweede jaar voorafgaande aan het jaar van de rijksbijdrage, vermenigvuldigd met het onder a bedoelde aantal inwoners op 1 januari van het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de rijksbijdrage wordt vastgesteld, en -c. het door het Centraal Bureau voor de Statistiek op verzoek van Onze Minister berekende aantal volwassen inwoners van de gemeente op 1 januari van het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de rijksbijdrage wordt vastgesteld, waarvoor geldt dat beide ouders of de volwassen inwoner zelf en 1 ouder geboren zijn in een land dat niet is opgenomen in bijlage 1c bij dit besluit. - -**2.** Bij een wijziging van de gemeentelijke indeling of een grenscorrectie wordt de rijksbijdrage die op grond van het eerste lid is berekend voor een gemeente die geheel of gedeeltelijk opgaat in 1 of meer andere gemeenten, vanaf de datum van herindeling aan de gemeenten toegerekend naar rato van het aantal inwoners dat in de desbetreffende gemeente blijft onderscheidenlijk naar de desbetreffende gemeente overgaat. - -**3.** De in artikel 2.3.1, eerste lid, van de wet bedoelde rijksbijdrage educatie kan met inachtneming van het eerste en tweede lid worden aangepast in verband met uit de rijksbegroting voortvloeiende maatregelen. +Vervallen ### Artikel 3.2.3 -Onze Minister stelt de percentages vast voor de maatstaven, bedoeld in artikel 3.2.2, eerste lid, onderdeel a, b en c, aan de hand waarvan de in artikel 2.3.1, eerste lid, van de wet bedoelde rijksbijdrage educatie wordt berekend. +Vervallen ### Paragraaf 3. Rijksbijdrage voor huisvestingskosten vavo @@ -823,14 +813,14 @@ De bepalingen van dit hoofdstuk hebben betrekking op: a. instellingen als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b, onder 1° tot en met 4°, van de wet, b. kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b2, van de wet, met uitzondering van het kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven op het gebied van de landbouw en de natuurlijke omgeving, en -c. colleges van burgemeester en wethouders en instellingen als bedoeld in artikel 2.3.4 van de wet. +c. instellingen als bedoeld in artikel 2.3.4 van de wet. ### Artikel 5.1.2 In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: a. kenniscentrum: een kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b2, van de wet, -b. gegevenswoordenboek: de opsomming van een door het bevoegd gezag van een instelling, het college van burgemeester en wethouders of het bestuur van een landelijk orgaan te verzamelen gegevens, bedoeld in artikel 5.2.1. +b. gegevenswoordenboek: de opsomming van een door het bevoegd gezag van een instelling of het bestuur van een kenniscentrum te verzamelen gegevens, bedoeld in artikel 5.2.1. ### Paragraaf 2. Ordening en wijze van beschikbaarstelling gegevens @@ -838,15 +828,17 @@ b. gegevenswoordenboek: de opsomming van een door het bevoegd gezag van een inst **1.** De informatieverzameling, bedoeld in de artikelen 2.2.4, 2.3.6, 2.5.3 en 2.5.5 van de wet, waarover het bevoegd gezag van een instelling dient te beschikken, bevat de gegevens volgens de beschrijving in het gegevenswoordenboek dat is opgenomen in bijlagen 1 en 1c bij dit besluit. -**2.** De informatieverzameling, bedoeld in artikel 2.3.6 van de wet, waarover het college van burgemeester en wethouders dient te beschikken, bevat de gegevens volgens de beschrijving in het gegevenswoordenboek dat is opgenomen in bijlage 2 bij dit besluit. +**2.** De informatieverzameling, bedoeld in artikel 2.5.10 juncto artikel 2.5.5 van de wet, waarover het bestuur van een kenniscentrum dient te beschikken, bevat de gegevens volgens de beschrijving in het gegevenswoordenboek dat is opgenomen in bijlage 3 bij dit besluit. -**3.** De informatieverzameling, bedoeld in artikel 2.5.10 juncto artikel 2.5.5 van de wet, waarover het bestuur van een kenniscentrum dient te beschikken, bevat de gegevens volgens de beschrijving in het gegevenswoordenboek dat is opgenomen in bijlage 3 bij dit besluit. - -**4.** De gegevens, bedoeld in het eerste en derde lid, die betrekking hebben op de bekostiging, zijn in het desbetreffende gegevenswoordenboek als zodanig aangeduid. +**3.** De gegevens, bedoeld in het eerste en tweede lid, die betrekking hebben op de bekostiging, zijn in het desbetreffende gegevenswoordenboek als zodanig aangeduid. ### Artikel 5.2.2 -Op verzoek van Onze Minister stelt het bevoegd gezag van een instelling, het college van burgemeester en wethouders dan wel het bestuur van een kenniscentrum gegevens aan hem ter beschikking, die door de instelling, het college van burgemeester en wethouders of het kenniscentrum op grond van artikel 5.2.1 zijn verzameld. De beschikbaarstelling geschiedt overeenkomstig de formulieren die op het beroepsonderwijs, de educatie respectievelijk de werkzaamheden van het kenniscentrum van toepassing zijn, zoals die zijn opgenomen in bijlage 4, bijlage 5, respectievelijk bijlage 6 bij dit besluit. In voorkomende gevallen kan Onze Minister bij het verzoek om beschikbaarstelling reeds bij hem bekende gegevens opnemen. +**1.** Op verzoek van Onze Minister stelt het bevoegd gezag van een instelling dan wel het bestuur van een kenniscentrum gegevens aan hem beschikbaar, die door de instelling of het kenniscentrum op grond van artikel 5.2.1 zijn verzameld. + +**2.** De beschikbaarstelling geschiedt overeenkomstig de formulieren die op het beroepsonderwijs respectievelijk de werkzaamheden van het kenniscentrum van toepassing zijn, zoals die zijn opgenomen in bijlage 4 en bijlage 6 bij dit besluit. + +**3.** In voorkomende gevallen kan Onze Minister bij het verzoek om beschikbaarstelling reeds bij hem bekende gegevens opnemen. ### Artikel 5.2.3 @@ -854,9 +846,9 @@ Bij ministeriële regeling kan in bijzondere gevallen een aanvullende vragenlijs ### Artikel 5.2.4 -**1.** Het bevoegd gezag van een instelling, het college van burgemeester en wethouders en het bestuur van een kenniscentrum bewaren de boeken, bescheiden en informatie op andere informatiedragers die verband houden met de toepassing van dit hoofdstuk voor zover het betreft gegevens ten behoeve van het door Onze Minister te voeren beleid ten aanzien van het beroepsonderwijs, van de educatie en van de kenniscentra, gedurende ten minste zeven jaren. +**1.** Het bevoegd gezag van een instelling en het bestuur van een kenniscentrum bewaren de boeken, bescheiden en informatie op andere informatiedragers die verband houden met de toepassing van dit hoofdstuk voor zover het betreft gegevens ten behoeve van het door Onze Minister te voeren beleid ten aanzien van het beroepsonderwijs, van de educatie en van de kenniscentra, gedurende ten minste zeven jaren. -**2.** Het bevoegd gezag van een instelling, het college van burgemeester en wethouders en het bestuur van een kenniscentrum bewaren de gegevens die verband houden met de toepassing van dit hoofdstuk op zodanige wijze dat daaruit de voor de vaststelling van de geaggregeerde gegevens van belang zijnde gegevens kunnen worden nagegaan. +**2.** Het bevoegd gezag van een instelling en het bestuur van een kenniscentrum bewaren de gegevens die verband houden met de toepassing van dit hoofdstuk op zodanige wijze dat daaruit de voor de vaststelling van de geaggregeerde gegevens van belang zijnde gegevens kunnen worden nagegaan. ### Paragraaf 3. Controleprotocol @@ -962,69 +954,23 @@ Voor de toepassing van artikel 4b.2.3, eerste lid, in het studiejaar 2007–2008 ### Artikel 6.2.1 -In deze paragraaf wordt verstaan onder: - -rijksbijdrage educatie: de rijksbijdrage, bedoeld in artikel 2.3.1, eerste lid, van de wet; - -landelijk beschikbare budget: het landelijk beschikbare budget voor de educatie, bedoeld in artikel 2.3.1, eerste lid, van de wet; - -oude berekening: berekening van de rijksbijdrage educatie voor het jaar 2000 op grond van de Tijdelijke regeling rijksbijdrage educatie zoals luidend op 1 september 1999, toegepast op het landelijk beschikbare budget voor het jaar 2000; - -nieuwe berekening: berekening van de rijksbijdrage educatie voor het jaar 2000 op grond van de artikelen 3.2.2 en 3.2.3, toegepast op het landelijk beschikbare budget voor het jaar 2000. +Vervallen ### Artikel 6.2.2 -**1.** De berekeningsmaatstaven, bedoeld in de artikelen 3.2.2 en 3.2.3, worden in de jaren 2000 tot en met 2003 toegepast op het landelijk beschikbare budget, verminderd met een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag. In de ministeriële regeling worden de bedragen van de vermindering voor de jaren 2001, 2002 en 2003 vastgesteld op onderscheidenlijk 75%, 50% en 25% van het bedrag van de vermindering voor het jaar 2000. - -**2.** De op grond van het eerste lid berekende verminderingen van de rijksbijdrage educatie kunnen worden aangepast in verband met uit de rijksbegroting voortvloeiende maatregelen. +Vervallen ### Artikel 6.2.3 -**1.** - -Indien de rijksbijdrage educatie in het jaar 2000 bij de nieuwe berekening hoger of lager is dan bij de oude berekening, wordt in de jaren 2000 tot en met 2003 de op grond van de artikelen 3.2.2, 3.2.3 en 6.2.2 bepaalde rijksbijdrage educatie verlaagd onderscheidenlijk verhoogd met het verschil tussen de uitkomsten van die beide berekeningen, vermenigvuldigd met A x B/C, waarin: - -A = - -– in het jaar 2000: 4/5, -– in het jaar 2001: 3/5, -– in het jaar 2002: 2/5, -– in het jaar 2003: 1/5; - -B = het landelijk beschikbare budget voor het desbetreffende jaar, verminderd met het op grond van artikel 6.2.2 voor het desbetreffende jaar vastgestelde bedrag en - -C = het landelijk beschikbare budget voor het desbetreffende jaar. - -**2.** Bij een wijziging van de gemeentelijke indeling of een grenscorrectie worden de op grond van het eerste lid berekende verlagingen of verhogingen van de rijksbijdrage educatie voor een gemeente die geheel of gedeeltelijk opgaat in 1 of meer andere gemeenten vanaf de datum van herindeling aan de gemeenten toegerekend naar rato van het aantal inwoners dat in de desbetreffende gemeente blijft onderscheidenlijk naar de desbetreffende gemeente overgaat. - -**3.** De op grond van het eerste en tweede lid berekende verlagingen of verhogingen van de rijksbijdrage educatie kunnen worden aangepast in verband met uit de rijksbegroting voortvloeiende maatregelen. +Vervallen ### Artikel 6.2.4 -**1.** Onze Minister voegt in het jaar 2000 een bedrag toe aan de rijksbijdrage educatie voor een gemeente indien deze rijksbijdrage bij de nieuwe berekening ten minste f 2 000 000,– lager is dan bij de oude berekening. - -**2.** - -Onze Minister voegt in het jaar 2000 een bedrag toe aan het totaal van de rijksbijdragen educatie in een samenwerkingsgebied als bedoeld in artikel 2 van de Wet gemeenschappelijke regelingen naar de situatie op 1 januari 1999, indien - -a. het totaal van de rijksbijdragen educatie voor de gemeenten in dat gebied bij de nieuwe berekening ten minste f 800 000,– lager is dan bij de oude berekening, of -b. het totaal van de rijksbijdragen educatie voor de gemeenten in dat gebied bij de nieuwe berekening, gelijk is aan of lager is dan 0,9 x dat totaal bij de oude berekening. - -**3.** De op grond van het eerste of tweede lid toe te voegen bedragen worden vastgesteld door het op grond van artikel 6.2.2 voor het jaar 2000 vastgestelde bedrag te verdelen over de gemeenten, bedoeld in het eerste lid, en de samenwerkingsgebieden, bedoeld in het tweede lid. Deze verdeling geschiedt naar rato van de omvang van de verschillen tussen de uitkomsten van de oude en de nieuwe berekening bij die gemeenten onderscheidenlijk bij het totaal van de gemeenten in die gebieden. - -**4.** De op grond van het tweede en derde lid berekende bedragen voor de samenwerkingsgebieden, bedoeld in het tweede lid, worden door Onze Minister verdeeld over de gemeenten in het desbetreffende gebied die bij de nieuwe berekening een lagere rijksbijdrage educatie zouden ontvangen dan bij de oude berekening. De verdeling vindt plaats naar rato van de omvang van de verschillen tussen de uitkomsten van de oude en de nieuwe berekening bij die gemeenten. - -**5.** Bij de berekeningen, bedoeld in het tweede en vierde lid, en bij de berekening op grond van het derde lid met betrekking tot de gemeenten in de samenwerkingsgebieden, bedoeld in het tweede lid, worden de gemeenten, bedoeld in het eerste lid, buiten beschouwing gelaten. - -**6.** In de jaren 2001, 2002 en 2003 voegt Onze Minister aan de rijksbijdragen van de gemeenten, bedoeld in het eerste lid, en de gemeenten, bedoeld in het vierde lid, onderscheidenlijk 75%, 50% en 25% van het bedrag voor het jaar 2000 toe. - -**7.** Bij een wijziging van de gemeentelijke indeling of een grenscorrectie worden de op grond van het eerste tot en met zesde lid berekende bedragen voor een gemeente die geheel of gedeeltelijk opgaat in 1 of meer andere gemeenten vanaf de datum van herindeling aan de gemeenten toegerekend naar rato van het aantal inwoners dat in de desbetreffende gemeente blijft onderscheidenlijk naar de desbetreffende gemeente overgaat. - -**8.** De op grond van het eerste tot en met zesde lid berekende bedragen kunnen worden aangepast in verband met uit de rijksbegroting voortvloeiende maatregelen. +Vervallen ### Artikel 6.2.5 -De in deze paragraaf voor de jaren 2002 en 2003 berekende bedragen worden vastgesteld in euro's door de uitkomst van de berekeningen te delen door 2.20371. +Vervallen ### Paragraaf 3. Kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven @@ -1096,78 +1042,12 @@ Vervallen ## Bijlage 1C. Lijst ontwikkelde landen bij doelgroepen bve bij hoofdstuk 5, informatie, van het Uitvoeringsbesluit WEB -Deze lijst bevat de (eventueel voormalige) landen die **géén doelgroepland** zijn voor de definitie van allochtoon bij Doelgroepen uit het Gegevenswoordenboek BVE-Instellingen. Alle andere landen zijn Doelgroepland. Daaronder vallen ook (eventueel voormalige) overzeese gebiedsdelen als Suriname en de Nederlandse Antillen en de EU-landen Griekenland, Italië, Portugal en Spanje. - -Australië - -België - -Duitsland (incl. Bondsrepubliek en DDR) - -Canada - -Denemarken - -Faeröer, de - -Finland - -Frankrijk - -Groenland - -Groot-Brittannië - -Ierland - -IJsland - -Israël - -Japan - -Kaiser Wilhelmsland - -Kanaaleilanden - -Liechtenstein - -Luxemburg - -Man - -Monaco - -Nederland (exclusief overzeese gebiedsdelen) - -Nederlands Indië - -Nederlands Nieuw Guinea - -New Foundland - -Nieuw-Zeeland - -Noorwegen - -Norfolk - -Oostenrijk - -Oostenrijk-Hongarije - -Palestina - -Saarland - -V.S. - -Zweden - -Zwitserland +Vervallen ## Bijlage 2. Informatieverzameling gemeenten bij +Vervallen + ## Bijlage 3. Informatieverzameling kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven bij hoofdstuk 5, informatie, van het Uitvoeringsbesluit WEB INHOUDSOPGAVE @@ -1178,4 +1058,6 @@ INHOUDSOPGAVE ## Bijlage 5. Modellen van formulieren gemeenten bij +Vervallen + ## Bijlage 6. Modellen van formulieren kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven bij hoofdstuk 5, informatie, van het Uitvoeringsbesluit WEB