2013-01-01 | BWBR0032514 | Beleidsregel boeteoplegging Brzo 1999

This commit is contained in:
Coornhert 2013-01-01 12:00:00 +00:00
parent d7a3b33862
commit bd4ba4b1db

View file

@ -0,0 +1,100 @@
---
titel: Beleidsregel boeteoplegging Brzo 1999
bwb_id: BWBR0032514
type: beleidsregel
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2013-01-01'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0032514
citeertitel: Beleidsregel boeteoplegging Brzo 1999
---
# Beleidsregel boeteoplegging Brzo 1999
### Artikel 1
**1.** In deze beleidsregel wordt verstaan onder Brzo 1999: Besluit risicos zware ongevallen 1999.
**2.**
In deze beleidsregel wordt onderscheid gemaakt tussen twee typen overtredingen:
a. een overtreding met directe boete (ODB), oftewel een overtreding die in tabel 1 van bijlage 1 van deze beleidsregel als ODB is aangemerkt en waarvoor direct een boete wordt gegeven, en
b. een overige overtreding (OO), oftewel een overtreding die in tabel 1 van bijlage 1 van deze beleidsregel als OO is aangemerkt en waarvoor eerst een waarschuwing wordt gegeven of een eis wordt gesteld en pas in tweede instantie, nadat is geconstateerd dat de betreffende overtreding niet is opgeheven, wordt overgegaan tot boeteoplegging.
### Artikel 2
In tabel 1 van bijlage 1 van deze beleidsregel is voor elk artikel of artikellid of onderdeel waarvoor een bestuurlijke boete kan worden opgelegd op grond van artikel 25, derde lid, van het Brzo 1999, aangegeven welk type overtreding het betreft.
Tevens is in tabel 1 van bijlage 1 van deze beleidsregel voor elk artikel of artikellid of onderdeel waarvoor een bestuurlijke boete kan worden opgelegd op grond van artikel 25, derde lid, van het Brzo 1999, een boetenormbedrag opgenomen. Met uitzondering van artikel 5, eerste en derde lid en artikel 22, eerste lid, van het Brzo 1999 worden de in de tabel 1 van bijlage 1 van deze beleidsregel opgenomen boetenormbedragen als uitgangspunt gehanteerd voor de verdere boeteberekening. Voor artikel 5, eerste en derde lid en artikel 22, eerste lid, van het Brzo 1999 zijn in tabel 2 van bijlage 2 van deze beleidsregel boetenormbedragen opgenomen die als uitgangspunt voor de verdere boeteberekening worden gehanteerd.
### Artikel 3
De totale bij een boetebeschikking op te leggen bestuurlijke boete bestaat, in geval er sprake is van meer dan één overtreding, uit de som van de per overtreding berekende boetebedragen.
### Artikel 4
**1.**
De op grond van artikel 2 toe te passen boetenormbedragen zijn uitgangspunt voor de berekening van op te leggen bestuurlijke boetes voor werkgevers met 50 of meer werknemers. Voor werkgevers met minder werknemers geldt het volgende:
a. bij werkgevers met minder dan 10 werknemers wordt het boetenormbedrag met 50 procent verminderd;
b. bij werkgevers met 10 of meer maar minder dan 50 werknemers wordt het boetenormbedrag met 25 procent verminderd.
Het boetenormbedrag al dan niet op werkgeversgrootte gecorrigeerd wordt gebruikt voor eventuele verdere boeteberekening.
**2.** Voor de boeteberekening van overtredingen wordt als werkgeversgrootte het aantal werknemers van de gehele juridische eenheid gehanteerd.
### Artikel 5
Bij de berekening van de op te leggen bestuurlijke boete kunnen, in het geval er sprake is van een overtreding die door een handeling van een persoon is begaan, één of meer van de volgende factoren aan de orde zijn die achtereenvolgens leiden tot verlaging van het boetebedrag:
1°. indien de overtreder aantoont dat hij de risicos ten aanzien waarvan de overtreding zich heeft voorgedaan voldoende heeft geïnventariseerd en op grond daarvan een veilige werkwijze heeft ontwikkeld, de benodigde maatregelen heeft getroffen en een kenbaar en voldoende preventiebeleid heeft, wordt de bestuurlijke boete met een derde gematigd;
2°. indien de overtreder bovendien aantoont dat hij voldoende instructies heeft gegeven, wordt de bestuurlijke boete met nog een derde gematigd;
3°. indien de overtreder bovendien aantoont dat hij adequaat toezicht heeft gehouden, wordt geen bestuurlijke boete opgelegd.
### Artikel 6
**1.**
Er is sprake van recidive als dezelfde overtreding of een soortgelijke overtreding van hetzelfde artikel, artikellid of onderdeel van een artikel of artikellid als bedoeld in artikel 25, derde lid, van het Brzo 1999, aan de orde is. Het te hanteren boetenormbedrag van de op te leggen bestuurlijke boete moet binnen dezelfde boetecategorie vallen als het gehanteerde boetenormbedrag van de eerdere onherroepelijke boete. De boetecategorieën voor het bepalen van recidive van overtredingen zijn:
a. < €100.000;
b. €100.000 t/m €200.000;
c. €200.001 t/m €400.000;
d. > €400.000.
**2.** Bij de vaststelling of sprake is van herhaling van dezelfde of soortgelijke overtredingen wordt bij zelfstandig opererende nevenvestigingen van rechtspersonen gehandeld alsof deze afzonderlijke ondernemingen zijn.
**3.** Het tweede lid is niet van toepassing op ernstige overtredingen, als bedoeld in artikel 25a, derde lid, van het Brzo 1999.
### Artikel 7
Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van 1 januari 2013.
### Artikel 8
Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel boeteoplegging Brzo 1999.
## Bijlage 1. Algemene boete- en tarieflijst, als bedoeld in
In tabel 1 staan voor de artikelen die volgens artikel 25, derde lid van het Brzo 1999 bestuurlijk beboetbaar zijn, welk type overtreding het betreft en het boetenormbedrag van elk artikel, lid of onderdeel. ODB staat voor een overtreding waarvoor direct een boete volgt en OO voor een overige overtreding.
De in tabel 1 gegeven boetenormbedragen voor de artikelen 5, eerste en derde lid, en 22, eerste lid, van het Brzo 1999 worden verder aangepast in bijlage 2. Deze in bijlage 2 gegeven boetenormbedragen worden gebruikt voor de verdere boeteberekening voor die artikelen.
^1 De overtreding zal een ODB zijn als er sprake is van een stillegging als bedoeld in artikel 28 Arbeidsomstandighedenwet en er in overleg met het Openbaar Ministerie wordt gekozen om geen proces verbaal op te maken maar een bestuurlijke boete op te leggen.
^2 Een overtreding van artikel 5, derde lid, heeft geen afzonderlijk boetenormbedrag aangezien dit opgebouwd is uit de afzonderlijke onderdelen van bijlage II.
## Bijlage 2. : Boete- en tarieflijst, als bedoeld in
Bij de berekening van een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 25, derde lid, van het Brzo 1999, wordt voor overtredingen van de artikelen 5, eerste en derde lid, en 22, eerste lid, van het Brzo 1999 eerst onderstaande beoordelingssystematiek toegepast op het in bijlage 1 van deze beleidsregel gegeven boetenormbedrag. De in tabel 2 van deze bijlage van deze beleidsregel opgenomen bedragen zijn de nieuwe boetenormbedragen die voor de verdere berekening van de bestuurlijke boete worden gebruikt.
De beoordelingssystematiek is van toepassing op het beoordelen van technische en organisatorische maatregelen die de kans op een zwaar ongeval en de mogelijke gevolgen beperken of wegnemen. Het veiligheidsbeheersysteem als gegeven in artikel 5, derde lid, van het Brzo 1999 en het interne noodplan als gegeven in artikel 22, eerste lid, van het Brzo 1999 worden op dezelfde manier beoordeeld. De beoordelingsystematiek is op drie aspecten gestoeld:
Indien de toezichthouder overeenkomstig het handhavingsbeleid van een overtreding een boeterapport wil opmaken, zal hij voor de in die overtreding aan de orde zijnde verkeerde, ontbrekende of onvolledige maatregel of systeemverplichting een beoordeling opstellen op één of meer van de bovenstaande aspecten. De maatregel of systeemverplichting wordt beoordeeld op minimaal één van de 3 bovenstaande aspecten (geïmplementeerd, geschikt en gedocumenteerd) waarbij de toezichthouder per aspect dit waardeert met een oordeel goed, redelijk, matig of slecht. Bij het oordeel slecht of matig wordt aan de beoordeling een waarde gekoppeld als gegeven in tabel 1 van deze bijlage van deze beleidsregel 2. Aspecten die niet beoordeeld zijn, krijgen een waarde van 0 toegekend.
De waarde van alle drie de aspecten wordt bij elkaar opgeteld en door 16 gedeeld. 16 is de maximale uitkomst namelijk 3x slecht (2 + 6 + 8). De uitkomst is de correctiefactor waarmee de boetenormbedragen voor de artikelen 5, eerste en derde lid, en 22, eerste lid, van het Brzo 1999 worden gecorrigeerd.
Er kan meer dan een maatregel volgens deze systematiek beoordeeld worden die samen dé overtreding van het betreffende artikellid vormen. In dat geval worden de volgens deze systematiek gecorrigeerde boetenormbedragen bij elkaar opgeteld.
In onderstaande tabel 2 van deze bijlage van deze beleidsregel zijn voor elke mogelijke uitkomst de te hanteren boetenormbedragen voor deze artikelen gegeven.