2018-09-01 | BWBR0037837 | Besluit experimenten flexibel hoger onderwijs
This commit is contained in:
parent
1855cc433b
commit
bd5ddf8e5a
1 changed files with 33 additions and 33 deletions
|
|
@ -20,7 +20,7 @@ a. *wet:*
|
|||
Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
|
||||
b. *Onze Minister:* Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en, voorzover het betreft het onderwijs en het onderzoek op het gebied van landbouw en natuurlijke omgeving, Onze Minister van Economische Zaken;
|
||||
c. *inspectie:* de inspectie, bedoeld in de Wet op het onderwijstoezicht;
|
||||
d. *instelling voor hoger onderwijs:* instelling als bedoeld in artikel 1.2, onderdelen a en b, van de wet;
|
||||
d. *instelling voor hoger onderwijs:* instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in de wet;
|
||||
e. *bekostigde instelling voor hoger onderwijs:* bekostigde instelling voor hoger onderwijs, bedoeld in artikel 1.8 van de wet;
|
||||
f. *bestuur:* instellingsbestuur als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel j, van de wet;
|
||||
g. *rechtspersoon voor hoger onderwijs:* rechtspersoon als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel aa, van de wet;
|
||||
|
|
@ -31,8 +31,8 @@ k. *bacheloropleiding:* bacheloropleiding als bedoeld in artikel 7.3a, eerste li
|
|||
l. *masteropleiding:* masteropleiding als bedoeld in artikel 7.3a, eerste lid, onderdeel b, of tweede lid, onderdeel b, van de wet;
|
||||
m. *deeltijds:* deeltijds als bedoeld in artikel 7.7, eerste lid, van de wet;
|
||||
n. *duaal:* duaal als bedoeld in artikel 7.7, tweede lid, van de wet;
|
||||
o. *Ad-programma:* Ad-programma als bedoeld in artikel 7.8a van de wet;
|
||||
p. *accreditatieorgaan:* de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie bedoeld in artikel 1 van het op 3 september 2003 te Den Haag totstandgekomen Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Vlaamse Gemeenschap van België inzake de accreditatie van opleidingen binnen het Nederlandse en Vlaamse hoger onderwijs (Trb. 2003, 167);
|
||||
o. *Ad-opleiding:* Ad-opleiding als bedoeld in artikel 7.3a, tweede lid, onderdeel a, van de wet;
|
||||
p. *accreditatieorgaan:* de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie bedoeld in artikel 1 van het op 3 september 2003 te Den Haag totstandgekomen Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Vlaamse Gemeenschap van België inzake de accreditatie van opleidingen binnen het Nederlandse en Vlaamse hoger onderwijs (Trb. 2003, 167);
|
||||
q. *accreditatie:* keurmerk dat tot uitdrukking brengt dat de kwaliteit van een bachelor- of een masteropleiding door het accreditatieorgaan positief is beoordeeld;
|
||||
r. *toets nieuwe opleiding:* keurmerk dat tot uitdrukking brengt dat de kwaliteit van een voorgenomen bachelor- of masteropleiding door het accreditatieorgaan positief is beoordeeld;
|
||||
s. *studiepunt:* studiepunt als bedoeld in artikel 7.4, eerste lid, van de wet;
|
||||
|
|
@ -46,14 +46,14 @@ z. *experiment leeruitkomsten:* experiment als bedoeld in artikel 7;
|
|||
aa. *experiment accreditatie onvolledige opleidingen:* experiment als bedoeld in artikel 19;
|
||||
bb. *experiment educatieve module:* experiment als bedoeld in artikel 27;
|
||||
cc. *experiment flexstuderen:* experiment als bedoeld in artikel 17b;
|
||||
dd. *studiejaar:* tijdvak dat begint op 1 september en eindigt op 31 augustus van het daaropvolgende jaar.
|
||||
dd. *studiejaar:* tijdvak dat begint op 1 september en eindigt op 31 augustus van het daaropvolgende jaar.
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
Het bestuur van een instelling voor hoger onderwijs die deelneemt aan een experiment in de zin van dit besluit is verplicht
|
||||
|
||||
a. tijdig zodanige informatie aan studenten en aanstaande studenten te verstrekken over de deelname aan en inrichting van het desbetreffende experiment dat het hen in staat stelt zich voorafgaand aan de inschrijving een goed oordeel te vormen over de gevolgen daarvan; en
|
||||
b. tijdig in de onderwijs- en examenregeling bekend te maken op welke opleidingen of Ad-programma’s en op welke wijze dit besluit van toepassing is.
|
||||
b. tijdig in de onderwijs- en examenregeling bekend te maken op welke opleidingen en op welke wijze dit besluit van toepassing is.
|
||||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
|
|
@ -92,16 +92,16 @@ In dit hoofdstuk wordt verstaan onder deelnemende instelling: instelling voor ho
|
|||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
**1.** Instellingen voor hoger onderwijs kunnen deeltijdse en duale Ad-programma’s, deeltijdse en duale bacheloropleidingen of deeltijdse en duale masteropleidingen, aanbieden waarbij geen sprake hoeft te zijn van een samenhangend geheel van onderwijseenheden als bedoeld in artikel 7.3 van de wet, maar waarbij sprake kan zijn van een samenhangend geheel van eenheden van leeruitkomsten, op basis waarvan opleidingstrajecten kunnen worden ingericht en afgestemd op de uitgangspositie, werksituatie, kenmerken en behoeften van individuele studenten of groepen studenten.
|
||||
**1.** Instellingen voor hoger onderwijs kunnen deeltijdse en duale associate degree-opleidingen, deeltijdse en duale bacheloropleidingen of deeltijdse en duale masteropleidingen, aanbieden waarbij geen sprake hoeft te zijn van een samenhangend geheel van onderwijseenheden als bedoeld in artikel 7.3 van de wet, maar waarbij sprake kan zijn van een samenhangend geheel van eenheden van leeruitkomsten, op basis waarvan opleidingstrajecten kunnen worden ingericht en afgestemd op de uitgangspositie, werksituatie, kenmerken en behoeften van individuele studenten of groepen studenten.
|
||||
|
||||
**2.** Het experiment leeruitkomsten, bedoeld in het eerste lid, duurt van 1 juli 2016 tot en met 30 juni 2022.
|
||||
**2.** Het experiment leeruitkomsten, bedoeld in het eerste lid, duurt van 1 juli 2016 tot en met 30 juni 2022.
|
||||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
Met het experiment leeruitkomsten wordt beoogd te onderzoeken of het verzorgen van hoger onderwijs als bedoeld in artikel 7 leidt tot:
|
||||
|
||||
a. een grotere deelname van studenten aan deeltijdse en duale opleidingen en deeltijdse en duale Ad-programma’s; en
|
||||
b. het verlenen van meer graden als bedoeld in de artikelen 7.10a en 7.10b van de wet.
|
||||
a. een grotere deelname van studenten aan deeltijdse en duale opleidingen; en
|
||||
b. het verlenen van meer graden als bedoeld in de artikelen 7.10a van de wet.
|
||||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
||||
|
|
@ -111,7 +111,7 @@ In verband met het experiment leeruitkomsten wordt afgeweken van de artikelen 7.
|
|||
|
||||
Onze Minister evalueert het experiment leeruitkomsten op basis van de volgende criteria:
|
||||
|
||||
a. de mate waarin het verzorgen van hoger onderwijs als bedoeld in artikel 7 tot een grotere deelname door studenten aan deeltijdse en duale Ad-programma’s, deeltijdse en duale bacheloropleidingen of deeltijdse en duale masteropleidingen en tot het verlenen van meer graden als bedoeld in de artikelen 7.10a en 7.10b van de wet leidt;
|
||||
a. de mate waarin het verzorgen van hoger onderwijs als bedoeld in artikel 7 tot een grotere deelname door studenten aan deeltijdse en duale associate degree-opleidingen, deeltijdse en duale bacheloropleidingen of deeltijdse en duale masteropleidingen en tot het verlenen van meer graden als bedoeld in de artikelen 7.10a en 7.10b van de wet leidt;
|
||||
b. de mate waarin flexibiliteit van de inrichting en uitvoering van het hoger onderwijs, bedoeld in artikel 7, leidt tot meer tevredenheid bij studenten en werkgevers; en
|
||||
c. de mate waarin de tijdens het experiment gehanteerde kaders ter borging van de onderwijskwaliteit effectief blijken te zijn.
|
||||
|
||||
|
|
@ -123,31 +123,31 @@ Deelname aan het experiment leeruitkomsten staat open voor instellingen voor hog
|
|||
|
||||
**1.** Voor deelname aan het experiment leeruitkomsten is toestemming van Onze Minister vereist.
|
||||
|
||||
**2.** Een instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 11 die toestemming wenst te verkrijgen voor deelname aan het experiment leeruitkomsten, dient daartoe voor 1 mei 2016, voor 1 november 2016 of voor 1 mei 2017 bij Onze Minister een aanvraag in.
|
||||
**2.** Een instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 11 die toestemming wenst te verkrijgen voor deelname aan het experiment leeruitkomsten, dient daartoe voor 1 mei 2016, voor 1 november 2016 of voor 1 mei 2017 bij Onze Minister een aanvraag in.
|
||||
|
||||
**3.** In de aanvraag maakt de aanvrager inzichtelijk hoe de desbetreffende opleiding of het desbetreffende Ad-programma, bedoeld in artikel 7, zal worden vormgegeven.
|
||||
**3.** In de aanvraag maakt de aanvrager inzichtelijk hoe de desbetreffende opleiding, bedoeld in artikel 7, zal worden vormgegeven.
|
||||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister legt een aanvraag na ontvangst ter advisering voor aan het accreditatieorgaan.
|
||||
|
||||
**2.** Het accreditatieorgaan adviseert Onze Minister binnen zes weken over de mate waarin de kwaliteit van de desbetreffende opleiding of van het desbetreffende Ad-programma is gewaarborgd.
|
||||
**2.** Het accreditatieorgaan adviseert Onze Minister binnen zes weken over de mate waarin de kwaliteit van de desbetreffende opleiding is gewaarborgd.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister neemt na ontvangst van het advies van het accreditatieorgaan binnen een redelijke termijn gelijktijdig een besluit over de voor 1 mei 2016, voor 1 november 2016 of voor 1 mei 2017 ingediende aanvragen tot deelname aan het experiment leeruitkomsten.
|
||||
**3.** Onze Minister neemt na ontvangst van het advies van het accreditatieorgaan binnen een redelijke termijn gelijktijdig een besluit over de voor 1 mei 2016, voor 1 november 2016 of voor 1 mei 2017 ingediende aanvragen tot deelname aan het experiment leeruitkomsten.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister verleent uitsluitend toestemming voor deelname aan het experiment leeruitkomsten, indien de aanvraag het doel, bedoeld in artikel 8, in voldoende mate ondersteunt.
|
||||
|
||||
**5.** Toestemming wordt in ieder geval geweigerd, indien uit het advies, bedoeld in het tweede lid, blijkt dat de kwaliteit van de desbetreffende opleiding of het desbetreffende Ad-programma onvoldoende is gewaarborgd.
|
||||
**5.** Toestemming wordt in ieder geval geweigerd, indien uit het advies, bedoeld in het tweede lid, blijkt dat de kwaliteit van de desbetreffende opleiding onvoldoende is gewaarborgd.
|
||||
|
||||
**6.** Onze Minister bepaalt in het besluit op welke opleidingen of Ad-programma’s de toestemming betrekking heeft.
|
||||
**6.** Onze Minister bepaalt in het besluit op welke opleidingen de toestemming betrekking heeft.
|
||||
|
||||
### Artikel 14
|
||||
|
||||
**1.** Het bestuur van een deelnemende instelling stelt voor een opleiding die, of een Ad-programma dat tot het experiment leeruitkomsten is toegelaten, de leeruitkomsten en de daaraan verbonden studiepunten vast.
|
||||
**1.** Het bestuur van een deelnemende instelling stelt voor een opleiding die tot het experiment leeruitkomsten is toegelaten, de leeruitkomsten en de daaraan verbonden studiepunten vast.
|
||||
|
||||
**2.** Het bestuur van een deelnemende instelling stelt vast hoe de studiepunten, bedoeld in het eerste lid, zijn opgebouwd en op welke wijze zij met elkaar samenhangen.
|
||||
|
||||
**3.** De studielast van een eenheid van leeruitkomsten bedraagt niet meer dan 30 studiepunten.
|
||||
**3.** De studielast van een eenheid van leeruitkomsten bedraagt niet meer dan 30 studiepunten.
|
||||
|
||||
**4.** Het bestuur van een deelnemende instelling maakt de vastgestelde leeruitkomsten, de daaraan verbonden studiepunten, alsmede de opbouw en samenhang daarvan tijdig bekend in de onderwijs- en examenregeling.
|
||||
|
||||
|
|
@ -177,7 +177,7 @@ c. wanneer het afsluitend examen, bedoeld in artikel 7.10a, onderscheidenlijk he
|
|||
|
||||
**1.** Van 2017 tot en met 2020 rapporteert het bestuur van een deelnemende instelling jaarlijks over de uitvoering van het experiment leeruitkomsten in het voorafgaande kalenderjaar.
|
||||
|
||||
**2.** Voor 1 mei 2021 rapporteert het bestuur van een deelnemende instelling over de uitvoering van het experiment leeruitkomsten in het tijdvak 2016 tot en met 2020.
|
||||
**2.** Voor 1 mei 2021 rapporteert het bestuur van een deelnemende instelling over de uitvoering van het experiment leeruitkomsten in het tijdvak 2016 tot en met 2020.
|
||||
|
||||
**3.** Het bestuur van een bekostigde instelling voor hoger onderwijs neemt de rapportages, bedoeld in het eerste en tweede lid, op in het verslag, bedoeld in artikel 2.9 van de wet. Het bestuur van een andere deelnemende instelling neemt de rapportages, bedoeld in het eerste en tweede lid, op in het verslag, bedoeld in artikel 1.12, derde lid, van de wet.
|
||||
|
||||
|
|
@ -195,7 +195,7 @@ In dit hoofdstuk wordt verstaan onder deelnemende instelling: een universiteit a
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Een deelnemende instelling kan een student die is ingeschreven voor een voltijdse bachelor- of masteropleiding of een Ad-programma de mogelijkheid bieden die opleiding, het Ad-programma, of een deel daarvan, flexibel te volgen, waarbij
|
||||
Een deelnemende instelling kan een student die is ingeschreven voor een voltijdse opleiding de mogelijkheid bieden die opleiding, of een deel daarvan, flexibel te volgen, waarbij
|
||||
|
||||
a. de hoogte van het collegegeld wordt bepaald door de omvang van het onderwijs dat de student van plan is te volgen, en
|
||||
b. de student uitsluitend het onderwijs volgt waarvoor hij collegegeld betaalt.
|
||||
|
|
@ -206,7 +206,7 @@ b. de student uitsluitend het onderwijs volgt waarvoor hij collegegeld betaalt.
|
|||
|
||||
### Artikel 17c
|
||||
|
||||
**1.** Een deelnemende instelling laat in een studiejaar niet meer studenten toe tot het experiment flexstuderen dan 10 procent van het totaal aantal studenten dat in het daaraan voorafgaande studiejaar per 1 oktober was ingeschreven bij alle voltijdse opleidingen van die instelling.
|
||||
**1.** Een deelnemende instelling laat in een studiejaar niet meer studenten toe tot het experiment flexstuderen dan 10 procent van het totaal aantal studenten dat in het daaraan voorafgaande studiejaar per 1 oktober was ingeschreven bij alle voltijdse opleidingen van die instelling.
|
||||
|
||||
**2.** Per studiejaar laat een deelnemende instelling maximaal 1.000 nieuwe studenten toe tot het experiment flexstuderen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -214,7 +214,7 @@ b. de student uitsluitend het onderwijs volgt waarvoor hij collegegeld betaalt.
|
|||
|
||||
### Artikel 17d
|
||||
|
||||
Het experiment flexstuderen duurt van 1 september 2017 tot 1 september 2023, tenzij Onze Minister een besluit neemt als bedoeld in artikel 17h, tweede lid.
|
||||
Het experiment flexstuderen duurt van 1 september 2017 tot 1 september 2023, tenzij Onze Minister een besluit neemt als bedoeld in artikel 17h, tweede lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 17e
|
||||
|
||||
|
|
@ -255,13 +255,13 @@ Aan het experiment flexstuderen kan uitsluitend worden deelgenomen door universi
|
|||
|
||||
**1.** Voor deelname aan het experiment flexstuderen is toestemming van Onze Minister vereist.
|
||||
|
||||
**2.** Een universiteit of een hogeschool die toestemming wenst te verkrijgen voor deelname aan het experiment flexstuderen, dient daartoe voor 1 maart 2017 bij Onze Minister elektronisch een aanvraag in via het e-mailadres experimentflexstuderen@minocw.nl.
|
||||
**2.** Een universiteit of een hogeschool die toestemming wenst te verkrijgen voor deelname aan het experiment flexstuderen, dient daartoe voor 1 maart 2017 bij Onze Minister elektronisch een aanvraag in via het e-mailadres experimentflexstuderen@minocw.nl.
|
||||
|
||||
**3.** In de aanvraag maakt de aanvrager inzichtelijk hoe het experiment bij de instelling zal worden vormgegeven.
|
||||
|
||||
### Artikel 17k
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister neemt binnen zes weken gelijktijdig een besluit over de voor 1 maart 2017 ingediende aanvragen tot deelname aan het experiment flexstuderen.
|
||||
**1.** Onze Minister neemt binnen zes weken gelijktijdig een besluit over de voor 1 maart 2017 ingediende aanvragen tot deelname aan het experiment flexstuderen.
|
||||
|
||||
**2.** Onverminderd het derde tot en met vijfde lid verleent Onze Minister uitsluitend toestemming voor deelname aan het experiment flexstuderen, indien de aanvraag het doel, bedoeld in artikel 17e, in voldoende mate ondersteunt.
|
||||
|
||||
|
|
@ -305,7 +305,7 @@ deel te nemen aan het onderwijs waarvoor hij overeenkomstig artikel 17b betaalt,
|
|||
|
||||
Het bestuur van een deelnemende instelling maakt de inrichting van het experiment flexstuderen binnen de instelling tijdig bekend. De informatie, bedoeld in de eerste volzin, betreft in ieder geval de volgende onderwerpen:
|
||||
|
||||
a. een vermelding van de voltijdse bachelor- of masteropleidingen of de Ad-programma’s waarop het experiment flexstuderen betrekking heeft;
|
||||
a. een vermelding van de voltijdse opleidingen waarop het experiment flexstuderen betrekking heeft;
|
||||
b. de wijze van aanmelding door studenten voor het experiment flexstuderen;
|
||||
c. de maximaal tot het experiment flexstuderen toe te laten studenten en de in verband daarmee vastgestelde selectiecriteria en -procedure;
|
||||
d. een regeling voor het herkansen van tentamens en de geldigheidsduur van tentamenresultaten;
|
||||
|
|
@ -339,7 +339,7 @@ a. die deelnemen aan het experiment leeruitkomsten;
|
|||
b. waarbij het onderwijsaanbod beperkt is tot de afsluitende fase van de opleiding; en
|
||||
c. waarbij de studielast van het aangeboden onderwijs minder bedraagt dan 240 studiepunten.
|
||||
|
||||
**2.** Het experiment accreditatie onvolledige opleidingen duurt van 1 juli 2016 tot en met 30 juni 2022.
|
||||
**2.** Het experiment accreditatie onvolledige opleidingen duurt van 1 juli 2016 tot en met 30 juni 2022.
|
||||
|
||||
### Artikel 20
|
||||
|
||||
|
|
@ -364,7 +364,7 @@ b. de mate van effectiviteit van de kaders voor accreditatie of toets nieuwe opl
|
|||
|
||||
**1.** Rechtspersonen voor hoger onderwijs die deeltijdse of duale bacheloropleidingen in het hoger beroepsonderwijs verzorgen, waarbij het onderwijsaanbod beperkt is tot de afsluitende fase van de opleiding en waarbij de studielast van het aangeboden onderwijs minder bedraagt dan 240 studiepunten, kunnen deelnemen aan het experiment accreditatie onvolledige opleidingen door het indienen van een aanvraag als bedoeld in de artikelen 5a.9 en 5a.11 van de wet bij het accreditatieorgaan.
|
||||
|
||||
**2.** Een aanvraag wordt voor 1 januari 2018 worden ingediend.
|
||||
**2.** Een aanvraag wordt voor 1 januari 2018 worden ingediend.
|
||||
|
||||
**3.** In de aanvraag geeft de aanvrager aan hoe het voor de desbetreffend onvolledige opleiding benodigde toelatingsniveau van aspirant-studenten wordt gewaarborgd.
|
||||
|
||||
|
|
@ -372,7 +372,7 @@ b. de mate van effectiviteit van de kaders voor accreditatie of toets nieuwe opl
|
|||
|
||||
### Artikel 24
|
||||
|
||||
**1.** Het accreditatieorgaan legt voor 1 juli 2016 in het accreditatiekader, bedoeld in artikel 5a.2a van de wet, vast op welke wijze en volgens welke criteria accreditatie of toets nieuwe opleiding wordt verleend aan de deeltijdse en duale bacheloropleidingen in het hoger beroepsonderwijs, bedoeld in artikel 19.
|
||||
**1.** Het accreditatieorgaan legt voor 1 juli 2016 in het accreditatiekader, bedoeld in artikel 5a.2a van de wet, vast op welke wijze en volgens welke criteria accreditatie of toets nieuwe opleiding wordt verleend aan de deeltijdse en duale bacheloropleidingen in het hoger beroepsonderwijs, bedoeld in artikel 19.
|
||||
|
||||
**2.** Het accreditatieorgaan besteedt bij het vastleggen van de werkwijze en de beoordelingscriteria, bedoeld in het eerste lid, in ieder geval aandacht aan de kwaliteit van de toetsing en beoordeling door de deelnemende rechtspersoon voor hoger onderwijs van het toelatingsniveau van aspirant-studenten op het niveau dat benodigd is voor deelname aan het onderwijs dat door de rechtspersoon voor hoger onderwijs wordt verzorgd in het kader van de desbetreffende opleiding.
|
||||
|
||||
|
|
@ -384,7 +384,7 @@ b. de mate van effectiviteit van de kaders voor accreditatie of toets nieuwe opl
|
|||
|
||||
### Artikel 25
|
||||
|
||||
**1.** Van 2017 tot en met 2020 rapporteert het bestuur van een deelnemende rechtspersoon voor hoger onderwijs jaarlijks voor 1 juli in het verslag, bedoeld in artikel 1.12, derde lid, van de wet, aan Onze Minister over de uitvoering van het experiment accreditatie onvolledige opleidingen in het voorafgaande kalenderjaar.
|
||||
**1.** Van 2017 tot en met 2020 rapporteert het bestuur van een deelnemende rechtspersoon voor hoger onderwijs jaarlijks voor 1 juli in het verslag, bedoeld in artikel 1.12, derde lid, van de wet, aan Onze Minister over de uitvoering van het experiment accreditatie onvolledige opleidingen in het voorafgaande kalenderjaar.
|
||||
|
||||
**2.** In 2021 rapporteert het bestuur van een deelnemende rechtspersoon voor hoger onderwijs aan Onze Minister over de uitvoering van het experiment accreditatie onvolledige opleidingen in het tijdvak 2016 tot en met 2020.
|
||||
|
||||
|
|
@ -410,7 +410,7 @@ In dit hoofdstuk wordt verstaan onder een deelnemende instelling: een instelling
|
|||
|
||||
**5.** Een student die beschikt over een getuigschrift als bedoeld in artikel 7.11 van de wet betreffende een bacheloropleiding in het wetenschappelijk onderwijs of een masteropleiding in het wetenschappelijk onderwijs en tevens beschikt over een certificaat educatieve module, is met inachtneming van de verwantschapsvoorschriften, bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de Regeling verwantschapstabel educatieve minor, bevoegd tot het geven van middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, het geven van onderwijs in de eerste drie leerjaren van het hoger algemeen voortgezet onderwijs of van het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs of de Wet voortgezet onderwijs BES in een met zijn opleiding inhoudelijk overeenkomend vak in die leerjaren.
|
||||
|
||||
**6.** Het experiment educatieve module duurt van 1 juli 2016 tot en met 30 juni 2019.
|
||||
**6.** Het experiment educatieve module duurt van 1 juli 2016 tot en met 30 juni 2019.
|
||||
|
||||
### Artikel 28
|
||||
|
||||
|
|
@ -431,13 +431,13 @@ b. de mate waarin meer gediplomeerden op bachelorniveau in het wetenschappelijk
|
|||
|
||||
**1.** Aan het experiment educatieve module kan uitsluitend worden deelgenomen door de instellingen voor hoger onderwijs bedoeld in artikel 26.
|
||||
|
||||
**2.** Een instelling die het voornemen heeft deel te nemen aan het experiment educatieve module meldt dat voor 1 september 2016 aan Onze Minister.
|
||||
**2.** Een instelling die het voornemen heeft deel te nemen aan het experiment educatieve module meldt dat voor 1 september 2016 aan Onze Minister.
|
||||
|
||||
### Artikel 32
|
||||
|
||||
**1.** Van 2017 tot en met 2019 rapporteert het bestuur van een deelnemende instelling jaarlijks in het verslag, bedoeld in artikel 2.9 van de wet, over de uitvoering van het experiment educatieve module in het voorafgaande kalenderjaar.
|
||||
|
||||
**2.** Voor 1 juli 2020 rapporteert het bestuur van een deelnemende instelling in het verslag, bedoeld in artikel 2.9 van de wet over de uitvoering van het experiment educatieve module in het tijdvak 2016 tot en met 2019.
|
||||
**2.** Voor 1 juli 2020 rapporteert het bestuur van een deelnemende instelling in het verslag, bedoeld in artikel 2.9 van de wet over de uitvoering van het experiment educatieve module in het tijdvak 2016 tot en met 2019.
|
||||
|
||||
**3.** Het bestuur van een deelnemende instelling verstrekt desgevraagd nadere informatie aan Onze Minister of het accreditatieorgaan in verband met de deelname aan en monitoring, evaluatie en effectmeting van het experiment educatieve module.
|
||||
|
||||
|
|
@ -449,7 +449,7 @@ b. de mate waarin meer gediplomeerden op bachelorniveau in het wetenschappelijk
|
|||
|
||||
### Artikel 33
|
||||
|
||||
Dit besluit treedt in werking op 1 mei 2016 en vervalt met ingang van 1 januari 2025.
|
||||
Dit besluit treedt in werking op 1 mei 2016 en vervalt met ingang van 1 januari 2025.
|
||||
|
||||
### Artikel 34
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue