diff --git a/ministeriele-regeling/subsidieregeling-intergenerationeel-wonen/BWBR0048391/README.md b/ministeriele-regeling/subsidieregeling-intergenerationeel-wonen/BWBR0048391/README.md index f347e533f94..eba003c1d37 100644 --- a/ministeriele-regeling/subsidieregeling-intergenerationeel-wonen/BWBR0048391/README.md +++ b/ministeriele-regeling/subsidieregeling-intergenerationeel-wonen/BWBR0048391/README.md @@ -26,7 +26,7 @@ In deze regeling wordt verstaan onder: Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS; - *kale huurprijs:* de prijs die is verschuldigd voor het enkele gebruik van de woonruimte, zonder bijkomende kosten voor nutsvoorzieningen en servicekosten, bedoeld in artikel 237, derde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek; - *minister:* de Minister voor Langdurige Zorg en Sport; -- *ouderen:* personen met een leeftijd boven de 55 jaar; +- *ouderen:* personen van 55 jaar en ouder; - *SBI-code:* code van de Standaard Bedrijfsindeling zoals gehanteerd door het Centraal Bureau voor de Statistiek waarmee de economische hoofd- of nevenactiviteit van een bedrijf wordt weergegeven in het handelsregister; - *verhuurder:* privaatrechtelijke rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid die verhuurder is van een geclusterde woonvorm bestemd voor ouderen; - *woonruimte:* een gebouwde onroerende zaak voor zover deze als zelfstandige woning, als bedoeld in artikel 234 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, dan wel als niet zelfstandige woning wordt verhuurd. @@ -48,7 +48,10 @@ b. enkel in aanvulling op de activiteit, bedoeld onder a, het faciliteren van ee De hoogte van de subsidie bedraagt: -a. voor activiteiten, bedoeld in het eerste lid, onder a, € 200,– per jongere per woonruimte per maand; +a. voor activiteiten als bedoeld in het eerste lid, onder a, per jongere per woonruimte per maand: + +1°. € 200,–; of +2°. 1/12 van het bedrag per kalenderjaar van de vergoeding voor vrijwilligers zoals omschreven in artikel 2, zesde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964. Het gaat dan om het bedrag per kalenderjaar dat van toepassing is op het eerste jaar dat de subsidiabele activiteiten, bedoeld in het eerste lid, waarvoor de subsidie wordt verstrekt aanvangen; b. voor activiteiten, bedoeld in het eerste lid, onder b, € 70 per uur voor de begeleiding van de jongere tot ten hoogste 4 uur per jongere per maand; en c. maximaal € 1.000.000 per verhuurder per periode bedoeld in artikel 6, tweede lid. @@ -73,7 +76,7 @@ c. maximaal € 1.000.000 per verhuurder per periode bedoeld in artikel 6, twee De periode voor het uitvoeren van de subsidiabele activiteiten, bedoeld in artikel 3, eerste lid: a. wordt door de verhuurder beoogd uiterlijk aan te vangen binnen drie maanden na het besluit tot subsidieverlening; en -b. loopt tot en met 31 december van het tweede jaar volgend op de datum van het besluit tot subsidieverlening. +b. loopt tot en met 31 december van het eerste of het tweede jaar volgend op de datum van het besluit tot subsidieverlening. **3.** @@ -83,10 +86,9 @@ a. de geclusterde woonvorm: 1°. beschikt over vijf of meer separate adressen; of 2°. bestemd is voor bewoning door personen die recht hebben op zorg in de zin van artikel 3.1.1, eerste lid, van de Wet langdurige zorg; -b. de kale huurprijs die wordt gevraagd aan de jongere niet hoger is dan € 300; -c. de woonruimte wordt verhuurd of zal worden verhuurd aan een jongere die een leeftijd vanaf 18 tot en met 30 jaar heeft op het moment dat de huurovereenkomst wordt gesloten; -d. gedurende de subsidieperiode voor minimaal twee en maximaal tien jongeren per geclusterde woonvorm een woonruimte beschikbaar is; -e. een huurovereenkomst voor de woonruimte wordt opgesteld waarin in ieder geval wordt opgenomen: +b. de woonruimte wordt verhuurd of zal worden verhuurd aan een jongere die een leeftijd vanaf 18 tot en met 30 jaar heeft op het moment dat de huurovereenkomst wordt gesloten; +c. gedurende de subsidieperiode voor minimaal twee en maximaal tien jongeren per geclusterde woonvorm een woonruimte beschikbaar is; +d. een huurovereenkomst voor de woonruimte wordt opgesteld waarin in ieder geval wordt opgenomen: 1°. de geboortedatum van de jongere; 2°. een omschrijving van de woonruimte, waaronder of het een zelfstandige woning, als bedoeld in artikel 234 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, of onzelfstandige woning betreft en het aantal m²; @@ -107,25 +109,33 @@ b. drie jaar relevante werkervaring op het gebied van gedrag en maatschappij of ### Artikel 7 -**1.** Het subsidieplafond bedraagt voor het jaar 2023 € 3.920.000,–. +**1.** Het subsidieplafond bestaat uit het bedrag van de subsidies gezamenlijk dat ten laste van enig kalenderjaar wordt of zal worden uitbetaald op basis van een verlening of vaststelling van een subsidie en wordt in aanmerking genomen voor alle jaren waarop de uitbetaling van een te verstrekken subsidie betrekking heeft. -**2.** Het subsidieplafond bedraagt voor het jaar 2024 € 7.840.000,– verminderd met het bedrag van het aantal verleende subsidies gezamenlijk dat in het kalenderjaar 2023 ten laste van het jaar 2024 is verleend. +**2.** Het subsidieplafond bedraagt voor het jaar 2023 € 3.920.000,–. -**3.** Het subsidieplafond bedraagt voor het jaar 2025 € 11.600.000,– verminderd met het bedrag van het aantal verleende subsidies gezamenlijk dat in de kalenderjaren 2023 en 2024 ten laste van het jaar 2025 is verleend. +**3.** Het subsidieplafond bedraagt voor het jaar 2024 € 7.840.000,–. -**4.** Het subsidieplafond bedraagt voor het jaar 2026 € 15.800.000,– verminderd met het bedrag van het aantal verleende subsidies gezamenlijk dat in de kalenderjaren 2024 en 2025 ten laste van het jaar 2026 is verleend. +**4.** Het subsidieplafond bedraagt voor het jaar 2025 € 11.600.000,–. -**5.** Het subsidieplafond bedraagt voor het jaar 2027 € 18.000.000,– verminderd met het bedrag van het aantal verleende subsidies gezamenlijk dat in de kalenderjaren 2025 en 2026 ten laste van het jaar 2027 is verleend. +**5.** Het subsidieplafond bedraagt voor het jaar 2026 € 15.800.000,–. -**6.** De minister verdeelt het ingevolge het subsidieplafond beschikbare bedrag op volgorde van binnenkomst van de aanvragen, met dien verstande dat wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag is aangevuld als datum van ontvangst geldt. +**6.** Het subsidieplafond bedraagt voor het jaar 2027 € 18.000.000,–. + +**7.** Het subsidieplafond bedraagt voor het jaar 2028 € 5.900.000,–. + +**8.** Het subsidieplafond bedraagt voor het jaar 2029 € 7.900.000,–. + +**9.** Het subsidieplafond bedraagt voor het jaar 2030 € 9.000.000,–. + +**10.** De Minister verdeelt het ingevolge het subsidieplafond beschikbare bedrag op volgorde van binnenkomst van de aanvragen, met dien verstande dat wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag is aangevuld als datum van ontvangst geldt. ### Artikel 8 **1.** Een aanvraag tot subsidieverlening voor het kalenderjaar 2023 kan worden ingediend van 17 juli 2023 om 9.00 uur tot en met 15 september 2023 om 16.00 uur. -**2.** Een aanvraag tot subsidieverlening voor het kalenderjaar 2024 kan worden ingediend van 2 januari 2024 om 9.00 uur tot en met 31 mei 2024 om 16.00 uur. +**2.** Een aanvraag tot subsidieverlening voor subsidiabele activiteiten, bedoeld in artikel 3, eerste lid, die aanvangen in het kalenderjaar 2024 kan worden ingediend van 2 januari 2024 om 9.00 uur tot en met 31 mei 2024 om 16.00 uur. -**3.** Een aanvraag tot subsidieverlening voor de kalenderjaren 2025, 2026 en 2027 kan worden ingediend van 18 november om 9.00 uur voorafgaand aan het betreffende jaar tot en met 30 april om 16.00 uur van het betreffende jaar. +**3.** Een aanvraag tot subsidieverlening voor subsidiabele activiteiten, bedoeld in artikel 3, eerste lid, die aanvangen in het kalenderjaar 2025, 2026 of 2027 kan worden ingediend van 18 november om 9.00 uur voorafgaand aan het betreffende jaar tot en met 30 april om 16.00 uur van het betreffende jaar. **4.** Voor de aanvraag, de verklaringen van de verhuurder, bedoeld in het vierde lid en de begroting, wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt. @@ -154,13 +164,17 @@ d. een door de minister vastgestelde DAEB de-minimisverklaring. ### Artikel 10 -Indien sprake is van leegstand van de woonruimte meldt de verhuurder dit in aanvulling op en afwijking van artikel 5.7, eerste lid, van de Kaderreling: +**1.** + +Indien sprake is van leegstand van de woonruimte meldt de verhuurder dit schriftelijk in aanvulling op en in afwijking van artikel 5.7, eerste lid, van de Kaderreling: a. bij minder dan drie maanden leegstand: -i. indien een verleende subsidie minder dan € 25.000 bedraagt uiterlijk 31 december van het tweede jaar volgend op de datum van de indiening van de aanvraag tot verlening van de subsidie; of -ii. indien een verleende subsidie € 25.000 of meer bedraagt ten tijde van de aanvraag tot subsidievaststelling; -b. bij drie maanden leegstand of meer, onverwijld na afloop van de drie maanden schriftelijk. +1°. indien een verleende subsidie minder dan € 25.000 bedraagt, uiterlijk op de laatste dag van de periode, bedoeld in artikel 6, tweede lid; of +2°. indien een verleende subsidie € 25.000 of meer bedraagt ten tijde van de aanvraag tot subsidievaststelling; +b. bij drie maanden leegstand of meer, onverwijld na afloop van de drie maanden. + +**2.** De betaalde kale huurprijs mag niet hoger zijn dan die in de huurovereenkomst is opgenomen, behoudens verhogingen conform wet- en regelgeving. ### Artikel 11