2013-01-01 | BWBR0012066 | Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001

This commit is contained in:
Coornhert 2013-01-01 12:00:00 +00:00
parent 54176e66a6
commit bdc21c7d91

View file

@ -351,14 +351,14 @@ Bij een voor het enkele gebruik van de woning verschuldigde jaarlijkse huur of p
| meer dan | maar niet meer dan | bedraagt de leegwaarderatio |
| --- | --- | --- |
| 0% | 1,0% | 50% |
| 1,0% | 1,5% | 54% |
| 1,5% | 2,0% | 58% |
| 2,0% | 2,5% | 63% |
| 2,5% | 3,0% | 67% |
| 3,0% | 3,5% | 72% |
| 3,5% | 4,0% | 76% |
| 4,0% | 5,0% | 81% |
| 5,0% | | 85% |
| 1,0% | 1,5% | 53% |
| 1,5% | 2,0% | 56% |
| 2,0% | 2,5% | 59% |
| 2,5% | 3,0% | 62% |
| 3,0% | 3,5% | 66% |
| 3,5% | 4,0% | 69% |
| 4,0% | 5,0% | 73% |
| 5,0% | | 78% |
**3.** De jaarlijkse huur of pacht, bedoeld in het tweede lid, wordt gesteld op twaalf maal de maandelijkse huur, onderscheidenlijk pacht, zoals die geldt aan het begin van het kalenderjaar. Indien de huurprijs, onderscheidenlijk pachtprijs, zoals die tussen gelieerde partijen is overeengekomen zodanig is dat deze tussen willekeurige derden niet overeengekomen zou zijn, wordt de huurprijs, onderscheidenlijk pachtprijs, voor de toepassing van het tweede lid gesteld op 3,5% van de WOZ-waarde.
@ -538,46 +538,54 @@ a. met betrekking tot betaalproducten, spaarproducten en beleggingsproducten:
3°. de in het kalenderjaar genoten opbrengst, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet op de dividendbelasting 1965;
4°. de obligatierente die in het kalenderjaar is genoten, alsmede de obligatierente die in het kalenderjaar is betaald, is verrekend, ter beschikking is gesteld of rentedragend is geworden;
5°. de in het kalenderjaar ten laste van de belastingplichtige geheven dividendbelasting en ingehouden buitenlandse bronbelasting;
b. met betrekking tot schulden als bedoeld in artikel 3.119a van de wet en schulden als bedoeld in artikel 5.3 van de wet:
b. met betrekking tot schulden als bedoeld in artikel 3.119a van de wet:
1°. de waarde in het economische verkeer aan het einde van het kalenderjaar;
2°. de rente die in het kalenderjaar is betaald, is verrekend, ter beschikking is gesteld of rentedragend is geworden;
c. met betrekking tot een kapitaalverzekering eigen woning als bedoeld in artikel 3.116, tweede lid, van de wet:
3°. de datum van aangaan van de schuld;
4°. het startbedrag van de schuld;
5°. de maandelijkse rentevoet aan het einde van het kalenderjaar;
6°. de resterende maximale looptijd in maanden aan het einde van het kalenderjaar;
c. met betrekking tot schulden als bedoeld in artikel 10bis.1 van de wet en schulden als bedoeld in artikel 5.3 van de wet:
1°. de waarde in het economische verkeer aan het einde van het kalenderjaar;
2°. de rente die in het kalenderjaar is betaald, is verrekend, ter beschikking is gesteld of rentedragend is geworden;
d. met betrekking tot een kapitaalverzekering eigen woning als bedoeld in artikel 10bis.2 van de wet:
1°. het in het kalenderjaar genoten bedrag aan uitkering;
2°. indien de verzekering op grond van artikel 3.116, derde lid, onderdeel a, b, c, e, f of g, van de wet in het kalenderjaar wordt geacht tot uitkering te zijn gekomen: de waarde in het economische verkeer van de verzekering op het tijdstip waarop die verzekering wordt geacht tot uitkering te zijn gekomen;
d. met betrekking tot een spaarrekening eigen woning of een beleggingsrecht eigen woning als bedoeld in artikel 3.116a, tweede lid, onderscheidenlijk artikel 3.116a, derde lid, van de wet:
2°. indien de verzekering op grond van artikel 10bis.4, derde lid, onderdelen a, b, c, e, f of g, van de wet in het kalenderjaar wordt geacht tot uitkering te zijn gekomen: de waarde in het economische verkeer van de verzekering op het tijdstip waarop die verzekering wordt geacht tot uitkering te zijn gekomen;
e. met betrekking tot een spaarrekening eigen woning of een beleggingsrecht eigen woning als bedoeld in artikel 10bis.2 van de wet:
1°. het in het kalenderjaar gedeblokkeerde tegoed, onderscheidenlijk de in het kalenderjaar gedeblokkeerde waarde;
2°. indien de spaarrekening of het beleggingsrecht op grond van artikel 3.116a, vierde lid, onderdeel a, b, d, e of f, van de wet in het kalenderjaar wordt geacht te zijn gedeblokkeerd: het tegoed op de spaarrekening onderscheidenlijk de waarde in het economische verkeer van het beleggingsrecht op het tijdstip waarop die spaarrekening of dat beleggingsrecht wordt geacht te zijn gedeblokkeerd;
e. met betrekking tot een lijfrente als bedoeld in de artikelen 3.124 en 3.125 van de wet:
2°. indien de spaarrekening of het beleggingsrecht op grond van artikel 10bis.5, vierde lid, onderdelen a, b, d, e of f, van de wet in het kalenderjaar wordt geacht te zijn gedeblokkeerd: het tegoed op de spaarrekening onderscheidenlijk de waarde in het economische verkeer van het beleggingsrecht op het tijdstip waarop die spaarrekening of dat beleggingsrecht wordt geacht te zijn gedeblokkeerd;
f. met betrekking tot een lijfrente als bedoeld in de artikelen 3.124 en 3.125 van de wet:
1°. de in het kalenderjaar betaalde of verrekende premies;
2°. indien in het kalenderjaar zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 3.133, tweede lid, onderdeel a, b, c, d voor zover betrekking hebbend op vervreemding, e, g, h, i of j, van de wet of zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 3.133, derde lid, van de wet: de omstandigheid die zich heeft voorgedaan en de waarde in het economische verkeer van de aanspraak bepaald met toepassing van artikel 3.137 van de wet;
3°. de restituties in het kalenderjaar van in een eerder kalenderjaar betaalde of verrekende premies indien de restitutie geen afkoop is in de zin van artikel 3.133, tweede lid, onderdeel d, van de wet;
f. met betrekking tot een lijfrentespaarrekening of een lijfrentebeleggingsrecht als bedoeld in artikel 3.126a van de wet:
g. met betrekking tot een lijfrentespaarrekening of een lijfrentebeleggingsrecht als bedoeld in artikel 3.126a van de wet:
1°. de in het kalenderjaar overgemaakte bedragen;
2°. indien in het kalenderjaar zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 3.133, achtste lid, van de wet in samenhang met artikel 3.133, tweede lid, onderdeel a, b, c, d voor zover betrekking hebbend op vervreemding, e, g, h, i of j, van de wet: de omstandigheid die zich heeft voorgedaan en de waarde in het economische verkeer van de aanspraak bepaald met toepassing van artikel 3.137 van de wet;
g. met betrekking tot een recht of een tegoed als bedoeld in artikel 5.10, eerste lid, onderdeel a onderscheidenlijk onderdeel b, van de wet: waarde in het economische verkeer van het recht onderscheidenlijk het tegoed aan het begin van het kalenderjaar;
h. met betrekking tot een recht op kapitaaluitkering uit een op 14 september 1999 bestaande levensverzekering:
h. met betrekking tot een recht of een tegoed als bedoeld in artikel 5.10, eerste lid, onderdeel a onderscheidenlijk onderdeel b, van de wet: waarde in het economische verkeer van het recht onderscheidenlijk het tegoed aan het begin van het kalenderjaar;
i. met betrekking tot een recht op kapitaaluitkering uit een op 14 september 1999 bestaande levensverzekering:
1°. de waarde in het economische verkeer van het recht aan het begin van het kalenderjaar;
2°. een verhoging in het kalenderjaar van het verzekerde kapitaal bij leven, dan wel, bij het ontbreken hiervan, een verhoging in het kalenderjaar van de premies, alsmede een verlenging van de looptijd van de levensverzekering in het kalenderjaar, een en ander voor zover die verhoging of verlenging de eerbiedigende werking van hoofdstuk 2, artikel I, onderdeel AN, van de Invoeringswet Wet inkomstenbelasting 2001, verloren doet gaan;
3°. het in het kalenderjaar genoten bedrag aan uitkering;
i. met betrekking tot een recht op kapitaaluitkering uit een op 31 december 2000 bestaande levensverzekering, niet zijnde een recht als bedoeld in onderdeel h:
j. met betrekking tot een recht op kapitaaluitkering uit een op 31 december 2000 bestaande levensverzekering, niet zijnde een recht als bedoeld in onderdeel i:
1°. de waarde in het economische verkeer van het recht aan het begin van het kalenderjaar;
2°. het in het kalenderjaar genoten bedrag aan uitkering;
j. met betrekking tot een recht op kapitaaluitkering of prestatie uit levensverzekering, niet zijnde een recht als bedoeld in de onderdelen c, g, h en i en niet zijnde een recht als bedoeld in artikel 5.10, eerste lid, onderdeel c, van de wet: de waarde in het economische verkeer van het recht aan het begin van het kalenderjaar;
k. met betrekking tot een aanspraak op periodieke uitkeringen of verstrekkingen ter zake van invaliditeit, ziekte of ongeval als bedoeld in artikel 3.124, eerste lid, onderdeel c, van de wet:
k. met betrekking tot een recht op kapitaaluitkering of prestatie uit levensverzekering, niet zijnde een recht als bedoeld in de onderdelen d, h, i en j en niet zijnde een recht als bedoeld in artikel 5.10, eerste lid, onderdeel c, van de wet: de waarde in het economische verkeer van het recht aan het begin van het kalenderjaar;
l. met betrekking tot een aanspraak op periodieke uitkeringen of verstrekkingen ter zake van invaliditeit, ziekte of ongeval als bedoeld in artikel 3.124, eerste lid, onderdeel c, van de wet:
1°. indien in het kalenderjaar zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 3.133, tweede lid, onderdeel a, d voor zover betrekking hebbend op vervreemding, e, g of i, laatstgenoemd onderdeel in samenhang met het vijfde lid, van de wet: de omstandigheid die zich heeft voorgedaan en de waarde in het economische verkeer van de aanspraak bepaald met toepassing van artikel 3.137 van de wet;
2°. de in het kalenderjaar betaalde of verrekende premies;
3°. de restituties in het kalenderjaar van betaalde of verrekende premies indien de restitutie geen afkoop is in de zin van artikel 3.133, tweede lid, onderdeel d, van de wet;
l. met betrekking tot een aanspraak op periodieke uitkeringen of verstrekkingen, niet zijnde een aanspraak als bedoeld in de onderdelen e, f en k: de waarde in het economische verkeer van het recht aan het begin van het kalenderjaar.
m. met betrekking tot een aanspraak op periodieke uitkeringen of verstrekkingen, niet zijnde een aanspraak als bedoeld in de onderdelen f, g en l: de waarde in het economische verkeer van het recht aan het begin van het kalenderjaar.
**3.** Onder rente als bedoeld in het tweede lid, onderdelen a en b, wordt verstaan: hetgeen tussen de geldgever en de geldnemer is overeengekomen als vergoeding voor het gedurende de looptijd van de geldlening ter beschikking stellen van de hoofdsom. Onder spaarproducten in de zin van het tweede lid, onderdeel a, wordt niet verstaan: het geblokkeerde deel van een spaarloonrekening.
**3.** Onder rente als bedoeld in het tweede lid, onderdelen a, b en c, wordt verstaan: hetgeen tussen de geldgever en de geldnemer is overeengekomen als vergoeding voor het gedurende de looptijd van de geldlening ter beschikking stellen van de hoofdsom. Onder spaarproducten in de zin van het tweede lid, onderdeel a, wordt niet verstaan: het geblokkeerde deel van een spaarloonrekening.
**4.**
@ -593,7 +601,7 @@ Een administratieplichtige kan de verstrekking van gegevens en inlichtingen acht
a. naar het oordeel van de inspecteur het belang van ontvangst van de gegevens en inlichtingen niet opweegt tegen de inspanning tot verstrekking daarvan door de administratieplichtige;
b. naar het oordeel van de inspecteur de administratieplichtige tijdelijk niet in staat is de gegevens en inlichtingen te verstrekken of niet in de gelegenheid is tijdig de gegevens en inlichtingen te verstrekken en de administratieplichtige met de inspecteur een tijdstip is overeengekomen waarop hij geacht wordt daartoe wel weer in staat onderscheidenlijk in de gelegenheid te zijn;
c. de waarde in het economische verkeer van het recht, bedoeld in het tweede lid, onderdelen g en h, onder 1°, lager is dan het bedrag, genoemd in artikel 5.10, eerste lid, onderdeel a, van de wet, of
c. de waarde in het economische verkeer van het recht, bedoeld in het tweede lid, onderdelen h en i, onder 1°, lager is dan het bedrag, genoemd in artikel 5.10, eerste lid, onderdeel a, van de wet, of
d. de gegevens of inlichtingen door de inspecteur zijn aangewezen als van verstrekking vrijgestelde gegevens en inlichtingen en aan de voor die vrijstelling verbonden voorwaarden is voldaan.
### Artikel 23