diff --git a/wet/verenwet/BWBR0001905/README.md b/wet/verenwet/BWBR0001905/README.md index a301fa582c8..cef773f29e7 100644 --- a/wet/verenwet/BWBR0001905/README.md +++ b/wet/verenwet/BWBR0001905/README.md @@ -54,13 +54,13 @@ Het veerrecht kan niet worden afgescheiden van de eigendom van de grond onder he **1.** Het is den gerechtigde tot het veerrecht verboden hooger veergeld te heffen dan geoorloofd is krachtens het voor zijn veer geldende tarief. -**2.** Bij gebreke, onvolledigheid of onduidelijkheid van een zoodanig tarief, wordt dat naar billijkheid vastgesteld, aangevuld of verduidelijkt door de Staten van de provincie of de provinciën, waarin het veer is gelegen. +**2.** Bij gebreke, onvolledigheid of onduidelijkheid van een zoodanig tarief, wordt dat naar billijkheid vastgesteld, aangevuld of verduidelijkt door de Gedeputeerde Staten van de provincie of de provinciën, waarin het veer is gelegen. -**3.** De Staten van de provincie of de provinciën, waarin het veer is gelegen, kunnen den gerechtigde tot het veerrecht onder daarbij te stellen voorwaarden machtigen om voortdurend of voor een bepaalden tijd naar een daarbij vast te stellen hooger tarief te heffen. +**3.** De Gedeputeerde Staten van de provincie of de provinciën, waarin het veer is gelegen, kunnen den gerechtigde tot het veerrecht onder daarbij te stellen voorwaarden machtigen om voortdurend of voor een bepaalden tijd naar een daarbij vast te stellen hooger tarief te heffen. -**4.** Voor zover het veerrecht betrekking heeft op een verbinding waar de op de veerverbinding aansluitende openbare wegen in de zin van de Wegenwet (*Stb.* 1930, 342) in beheer bij een of meer gemeenten of waterschappen zijn, treedt voor de toepassing van het tweede en het derde lid de raad van de gemeente of de raden van de gemeenten, waarin het veer is gelegen, in de plaats van provinciale staten. +**4.** Voor zover het veerrecht betrekking heeft op een verbinding waar de op de veerverbinding aansluitende openbare wegen in de zin van de Wegenwet in beheer bij een of meer gemeenten of waterschappen zijn, treedt voor de toepassing van het tweede en het derde lid het college van burgemeester en wethouders van de gemeente of de gemeenten, waarin het veer is gelegen, in de plaats van gedeputeerde staten. -**5.** Zolang de raad van een gemeente geen uitvoering heeft gegeven aan het bepaalde in het vierde lid, blijft een voor de inwerkingtreding van de Wet herverdeling wegenbeheer (*Stb.* 1992, 563.) krachtens het tweede of derde lid genomen beslissing van provinciale staten die betrekking heeft op een veerrecht als bedoeld in het vierde lid, van kracht. +**5.** Zolang het college van burgemeester en wethouders geen uitvoering heeft gegeven aan het bepaalde in het vierde lid, blijft een voor de inwerkingtreding van de Wet herverdeling wegenbeheer (*Stb.* 1992, 563.) krachtens het tweede of derde lid genomen beslissing van provinciale staten die betrekking heeft op een veerrecht als bedoeld in het vierde lid, van kracht. ### Artikel 10 @@ -120,13 +120,13 @@ Opheffing van een veerrecht kan tegen schadeloosstelling en volgens de voorschri door Onzen met de zaken van waterstaat belasten Minister ter uitvoering van een door Ons genomen besluit; -door Gedeputeerde Staten van de provincie, waarin het veer is gelegen, ter uitvoering van een besluit der Staten. +door Gedeputeerde Staten van de provincie waarin het veer gelegen is. ### Artikel 19 **1.** -Door Onzen Minister voornoemd met de uitvoering van Ons besluit of door Gedeputeerde Staten met de uitvoering van het besluit der Staten belast, wordt kennis gegeven: +Door Onzen Minister voornoemd met de uitvoering van Ons besluit of door Gedeputeerde Staten wordt kennis gegeven: a. dat tot opheffing van het door aanwijzing der eindpunten van het veer te omschrijven veerrecht tegen schadeloosstelling zal worden overgegaan; b. dat zij, die aanspraak maken op het veerrecht of het vruchtgebruik daarvan, vóór eenen bij de kennisgeving te bepalen dag schriftelijk van een en ander aangifte moeten doen aan Onzen Commissaris in de provincie, waarin het veer is gelegen. @@ -135,7 +135,7 @@ b. dat zij, die aanspraak maken op het veerrecht of het vruchtgebruik daarvan, v **3.** Tusschen de kennisgeving en den dag vóór welken de aangifte moet geschieden, moet een tijdruimte van ten minste drie maanden worden gelaten. -**4.** Is het veer in meer dan een provincie gelegen, dan wordt Onze Commissaris in één dier provinciën bij Ons besluit of bij het besluit der Staten aangewezen om de aangifte in ontvangst te nemen, en wordt die aanwijzing in de kennisgeving vermeld. +**4.** Is het veer in meer dan een provincie gelegen, dan wordt Onze Commissaris in één dier provinciën bij Ons besluit of bij het besluit van de Gedeputeerde Staten van betrokken provincies aangewezen om de aangifte in ontvangst te nemen, en wordt die aanwijzing in de kennisgeving vermeld. **5.** Onze Commissaris teekent den dag van ontvangst op de aangifte aan en geeft een gedagteekend bewijs van ontvangst af. @@ -157,7 +157,7 @@ Is met hen, die aangifte hebben gedaan, eene overeenkomst over de schadeloosstel ### Artikel 23 -Buiten de gevallen in de artt. 20 en 21 voorzien, wordt, naar gelang de opheffing ingevolge een door Ons of een door de Staten genomen besluit geschiedt, door het Rijk of door de provincie of provinciën tegen hen, die aangifte hebben gedaan, eene rechtsvordering ingesteld strekkende tot bepaling van het bedrag, dat als schadeloosstelling voor het veerrecht moet worden betaald, en tot beslissing aan wie der gedaagden of eventueel tusschengekomen partijen dat bedrag of een aan te wijzen deel daarvan moet worden uitgekeerd. +Buiten de gevallen in de artt. 20 en 21 voorzien, wordt, naar gelang de opheffing ingevolge een door Ons of een door Gedeputeerde Staten genomen besluit geschiedt, door het Rijk of Gedeputeerde Staten van de provincie of provinciën tegen hen, die aangifte hebben gedaan, eene rechtsvordering ingesteld strekkende tot bepaling van het bedrag, dat als schadeloosstelling voor het veerrecht moet worden betaald, en tot beslissing aan wie der gedaagden of eventueel tusschengekomen partijen dat bedrag of een aan te wijzen deel daarvan moet worden uitgekeerd. ### Artikel 24 @@ -300,7 +300,7 @@ De bekendmaking van het besluit waarbij het veerrecht wordt opgeheven, geschiedt ### Artikel 44 -**1.** Heeft de opheffing van het veerrecht ingevolge art. 20 of 21 plaats gehad, dan blijven het Rijk, de provincie of de provinciën, naar gelang de opheffing plaats had krachtens een besluit van Ons of van de Staten van een of meer provinciën, verplicht tot schadeloosstelling van hen, die tot het veerrecht of het vruchtgebruik daarvan ten tijde der opheffing gerechtigd waren, en zulks bij opheffing ingevolge art. 21, behoudens verhaal op degenen, die ten onrechte eene schadeloosstelling wegens de opheffing van het veerrecht hebben ontvangen, ten hoogste tot het bedrag, zonder bijberekening van renten, dat als schadeloosstelling aan deze is uitbetaald. +**1.** Heeft de opheffing van het veerrecht ingevolge art. 20 of 21 plaats gehad, dan blijven het Rijk, de provincie of de provinciën, naar gelang de opheffing plaats had krachten een besluit van Ons of van gedeputeerde staten van één of meer provinciën, verplicht tot schadeloosstelling van hen, die tot het veerrecht of het vruchtgebruik daarvan ten tijde der opheffing gerechtigd waren, en zulks bij opheffing ingevolge art. 21, behoudens verhaal op degenen, die ten onrechte eene schadeloosstelling wegens de opheffing van het veerrecht hebben ontvangen, ten hoogste tot het bedrag, zonder bijberekening van renten, dat als schadeloosstelling aan deze is uitbetaald. **2.** Is geen der partijen in het krachtens art. 23 gevoerde geding tot het veerrecht of het vruchtgebruik daarvan gerechtigd verklaard, dan blijft gelijke verplichting bestaan met betrekking tot die gerechtigden, welke geen partij waren in het gevoerde geding.