2023-07-01 | BWBR0023771 | Besluit algemene regels milieu mijnbouw
This commit is contained in:
parent
188f2ca574
commit
bdd12bf251
1 changed files with 17 additions and 17 deletions
|
|
@ -41,7 +41,7 @@ Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent de toepassing van de NR
|
|||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
**1.** De uitvoerder die weet of redelijkerwijs had kunnen weten dat door het in werking zijn van de mobiele installatie dan wel onderzeese installatie en de in verband met de mobiele installatie dan wel onderzeese installatie verrichte werkzaamheden en activiteiten nadelige gevolgen voor het milieu ontstaan of kunnen ontstaan die niet of onvoldoende worden voorkomen of beperkt door naleving van de bij of krachtens dit besluit gestelde regels, voorkomt die gevolgen of beperkt die voor zover voorkomen niet mogelijk is en voor zover dit redelijkerwijs van hem kan worden gevergd.
|
||||
**1.** De uitvoerder of de uitvoerder aardwarmte die weet of redelijkerwijs had kunnen weten dat door het in werking zijn van de mobiele installatie dan wel onderzeese installatie en de in verband met de mobiele installatie dan wel onderzeese installatie verrichte werkzaamheden en activiteiten nadelige gevolgen voor het milieu ontstaan of kunnen ontstaan die niet of onvoldoende worden voorkomen of beperkt door naleving van de bij of krachtens dit besluit gestelde regels, voorkomt die gevolgen of beperkt die voor zover voorkomen niet mogelijk is en voor zover dit redelijkerwijs van hem kan worden gevergd.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 2.1, tweede en vierde lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
|
|
@ -97,13 +97,13 @@ b. een bepaling als bedoeld in de artikelen 10 tot en met 19, 21 tot en met 61,
|
|||
|
||||
**3.** Het aanleggen, testen, onderhouden, repareren en het gebruik van een onderzeese installatie geschiedt in overeenstemming met de voorschriften die zijn opgenomen in hoofdstuk 5.
|
||||
|
||||
**4.** De uitvoerder draagt er zorg voor dat de voorschriften, bedoeld in het eerste tot en met derde lid, worden nageleefd.
|
||||
**4.** De uitvoerder of de uitvoerder aardwarmte draagt er zorg voor dat de voorschriften, bedoeld in het eerste tot en met derde lid, worden nageleefd.
|
||||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De uitvoerder die het voornemen heeft om werkzaamheden uit te voeren op land met een mobiele installatie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, meldt ten minste vier weken voor de aanvang van die werkzaamheden schriftelijk of per elektronische post aan Onze Minister:
|
||||
De uitvoerder of de uitvoerder aardwarmte die het voornemen heeft om werkzaamheden uit te voeren op land met een mobiele installatie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, meldt ten minste vier weken voor de aanvang van die werkzaamheden schriftelijk of per elektronische post aan Onze Minister:
|
||||
|
||||
a. het adres, de kadastrale aanduiding en de ligging van de mobiele installatie met bijbehorend terrein ten opzichte van de directe nabijheid van geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen;
|
||||
b. de naam dan wel nummer of aanduiding van de mobiele installatie alsmede de eigenaar;
|
||||
|
|
@ -168,13 +168,13 @@ In dit hoofdstuk wordt verstaan onder «terrein»: terrein waarop met een mobiel
|
|||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
Indien zich op een mobiele installatie en bijbehorend terrein een ongewoon voorval voordoet of heeft voorgedaan waardoor nadelige gevolgen voor het milieu zijn ontstaan of dreigen te ontstaan, meldt de uitvoerder het ongewoon voorval zo spoedig mogelijk telefonisch aan de inspecteur-generaal der mijnen. De uitvoerder bevestigt de melding binnen 24 uur schriftelijk.
|
||||
Indien zich op een mobiele installatie en bijbehorend terrein een ongewoon voorval voordoet of heeft voorgedaan waardoor nadelige gevolgen voor het milieu zijn ontstaan of dreigen te ontstaan, meldt de uitvoerder of de uitvoerder aardwarmte het ongewoon voorval zo spoedig mogelijk telefonisch aan de inspecteur-generaal der mijnen. De uitvoerder of de uitvoerder aardwarmte bevestigt de melding binnen 24 uur schriftelijk.
|
||||
|
||||
### Artikel 11
|
||||
|
||||
**1.** Op de buitengrens van het terrein is een stevig minimaal twee meter hoog hekwerk geplaatst waarvan de toegangsdeuren naar buiten opendraaien.
|
||||
|
||||
**2.** Toegang tot het terrein hebben slechts personen die daartoe bevoegd zijn en de controle daarop vindt plaats door de uitvoerder.
|
||||
**2.** Toegang tot het terrein hebben slechts personen die daartoe bevoegd zijn en de controle daarop vindt plaats door de uitvoerder of de uitvoerder aardwarmte.
|
||||
|
||||
### Artikel 12
|
||||
|
||||
|
|
@ -190,7 +190,7 @@ De op het terrein aanwezige boorputten zijn voorzien van een doeltreffende bevei
|
|||
|
||||
### Artikel 14
|
||||
|
||||
Op het terrein treft de uitvoerder doeltreffende maatregelen en voorzieningen om laad- en loswerkzaamheden lekvrij te doen geschieden en waardoor het wegvloeien van stoffen wordt voorkomen.
|
||||
Op het terrein treft de uitvoerder of de uitvoerder aardwarmte doeltreffende maatregelen en voorzieningen om laad- en loswerkzaamheden lekvrij te doen geschieden en waardoor het wegvloeien van stoffen wordt voorkomen.
|
||||
|
||||
### Artikel 15
|
||||
|
||||
|
|
@ -202,7 +202,7 @@ Op het terrein treft de uitvoerder doeltreffende maatregelen en voorzieningen om
|
|||
|
||||
### Artikel 16
|
||||
|
||||
**1.** De uitvoerder stelt na overleg met de commandant van de plaatselijke bandweer een brandbestrijdingsplan op en zorgt er voor dat het plan tijdens het boren op de locatie aanwezig is.
|
||||
**1.** De uitvoerder of de uitvoerder aardwarmte stelt na overleg met de commandant van de plaatselijke bandweer een brandbestrijdingsplan op en zorgt er voor dat het plan tijdens het boren op de locatie aanwezig is.
|
||||
|
||||
**2.** Bij ministeriële regeling worden regels gegeven met betrekking tot de informatie die het brandbestrijdingsplan bevat.
|
||||
|
||||
|
|
@ -228,7 +228,7 @@ a. de niveaus op de in de tabel I genoemde plaatsen en tijdstippen bedragen niet
|
|||
b. de in tabel I opgenomen maximale geluidsniveaus (L_Amax) zijn niet van toepassing op het laden en lossen, transportbewegingen, pipehandling en het verbranden van (aard)gas in de open lucht;
|
||||
c. de activiteiten, genoemd onder b, vinden plaats tussen 07:00 en 19:00 uur, tenzij dit redelijkerwijs niet mogelijk is;
|
||||
d. de in de tabel aangegeven waarden in geluidsgevoelige gebouwen gelden alleen indien de gebruiker ervan toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van geluidmetingen;
|
||||
e. als er een geluidsgevoelig gebouw aanwezig is binnen 300 meter vanaf het hart van de boorinstallatie, monitort en registreert de uitvoerder het geluid continu. De monitoring geschiedt zodanig dat een goede indicatie wordt verkregen van het equivalent geluidsniveau op de gevel van de meest met geluid belaste woning;
|
||||
e. als er een geluidsgevoelig gebouw aanwezig is binnen 300 meter vanaf het hart van de boorinstallatie, monitort en registreert de uitvoerder of de uitvoerder aardwarmte het geluid continu. De monitoring geschiedt zodanig dat een goede indicatie wordt verkregen van het equivalent geluidsniveau op de gevel van de meest met geluid belaste woning;
|
||||
f. als er een geluidsgevoelig gebouw aanwezig is binnen 300 meter vanaf het hart van de boorinstallatie wordt voorafgaand aan de boring in een rapport van een akoestisch onderzoek op grond van verrichte geluidsmetingen of geluidsberekeningen aangetoond dat aan de geluidniveaus uit tabel I, dan wel volgens een maatwerkvoorschrift als bedoeld in artikel 20, kan worden voldaan. In het rapport wordt aangegeven welke voorzieningen worden getroffen om te voorkomen dat de geldende geluidniveaus worden overschreden. Het akoestisch onderzoek wordt uitgevoerd overeenkomstig de Handleiding meten en rekenen met industrielawaai. De resultaten van dit akoestische onderzoek worden uiterlijk vier weken voorafgaand aan de boring bij de inspecteur-generaal der mijnen ingediend.
|
||||
|
||||
### Artikel 20
|
||||
|
|
@ -313,9 +313,9 @@ Op het terrein waarop de mobiele installatie zich bevindt, worden bodembescherme
|
|||
|
||||
Indien uit een onderzoek als bedoeld in artikel 28 blijkt dat de bodem als gevolg van de activiteiten op het terrein is aangetast of verontreinigd, dan wel door welke andere oorzaak dan ook bodemverontreiniging is ontstaan:
|
||||
|
||||
a. draagt de uitvoerder er zorg voor dat het beperken en zoveel mogelijk ongedaan maken van de verontreiniging of de aantasting en de directe gevolgen daarvan, geschiedt door een persoon of een instelling die beschikt over een erkenning op grond van het Besluit uitvoeringskwaliteit bodembeheer;
|
||||
b. zorgt de uitvoerder onverwijld voor melding ervan aan de inspecteur-generaal der mijnen;
|
||||
c. meldt de uitvoerder de afronding van de werkzaamheden, bedoeld onder a, direct aan de inspecteur-generaal der mijnen door middel van een verklaring van de persoon of instelling, bedoeld onder a.
|
||||
a. draagt de uitvoerder of de uitvoerder aardwarmte er zorg voor dat het beperken en zoveel mogelijk ongedaan maken van de verontreiniging of de aantasting en de directe gevolgen daarvan, geschiedt door een persoon of een instelling die beschikt over een erkenning op grond van het Besluit uitvoeringskwaliteit bodembeheer;
|
||||
b. zorgt de uitvoerder of de uitvoerder aardwarmte onverwijld voor melding ervan aan de inspecteur-generaal der mijnen;
|
||||
c. meldt de uitvoerder of de uitvoerder aardwarmte de afronding van de werkzaamheden, bedoeld onder a, direct aan de inspecteur-generaal der mijnen door middel van een verklaring van de persoon of instelling, bedoeld onder a.
|
||||
|
||||
### Artikel 30
|
||||
|
||||
|
|
@ -327,13 +327,13 @@ a. de staat en goede werking wordt gecontroleerd van bodembeschermende voorzieni
|
|||
b. er voor zorg wordt gedragen dat zo vaak als de omstandigheden daarom vragen inspecties op morsingen en lekkages plaatsvinden en
|
||||
c. is gewaarborgd dat gemorst of gelekte stoffen direct worden opgeruimd.
|
||||
|
||||
**2.** De uitvoerder draagt er zorg voor dat de medewerkers die binnen de inrichting bodembedreigende activiteiten verrichten, op de hoogte zijn van de interne bedrijfsprocedures en werkinstructies als bedoeld in het eerste lid, dat deze worden nageleefd en op het terrein zodanig aanwezig zijn dat een ieder daarvan op eenvoudige wijze kennis kan nemen.
|
||||
**2.** De uitvoerder of de uitvoerder aardwarmte draagt er zorg voor dat de medewerkers die binnen de inrichting bodembedreigende activiteiten verrichten, op de hoogte zijn van de interne bedrijfsprocedures en werkinstructies als bedoeld in het eerste lid, dat deze worden nageleefd en op het terrein zodanig aanwezig zijn dat een ieder daarvan op eenvoudige wijze kennis kan nemen.
|
||||
|
||||
**3.** De controle, het onderhoud en het beheer van bodembeschermende voorzieningen vinden zodanig plaats dat vrijgekomen stoffen zijn verwijderd voordat deze in de bodem kunnen geraken.
|
||||
|
||||
**4.** Morsingen en lekkages worden overeenkomstig de interne bedrijfsprocedures en werkinstructies als bedoeld in het eerste lid, verholpen en opgeruimd.
|
||||
|
||||
**5.** De uitvoerder draagt er zorg voor dat de in het kader van de interne bedrijfsprocedures en werkinstructies noodzakelijke middelen ter bescherming van de bodem binnen het terrein in voldoende mate aanwezig zijn en dat er voldoende, in het gebruik van deze middelen, geïnstrueerd personeel aanwezig is.
|
||||
**5.** De uitvoerder of de uitvoerder aardwarmte draagt er zorg voor dat de in het kader van de interne bedrijfsprocedures en werkinstructies noodzakelijke middelen ter bescherming van de bodem binnen het terrein in voldoende mate aanwezig zijn en dat er voldoende, in het gebruik van deze middelen, geïnstrueerd personeel aanwezig is.
|
||||
|
||||
**6.** Bevindingen van controles van of onderhoud aan bodembeschermende voorzieningen, alsmede acties genomen na incidenten met bodembedreigende stoffen worden opgenomen in een logboek dat te allen tijde beschikbaar is voor de inspecteur-generaal der mijnen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -391,7 +391,7 @@ Opslag van dieselolie vindt plaats volgens PGS 30.
|
|||
|
||||
### Artikel 40
|
||||
|
||||
**1.** Bij het inwerking hebben van de mobiele installatie streeft de uitvoerder naar een zo hoog mogelijke energie-efficiency.
|
||||
**1.** Bij het inwerking hebben van de mobiele installatie streeft de uitvoerder of de uitvoerder aardwarmte naar een zo hoog mogelijke energie-efficiency.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister kan met betrekking tot de energie-efficiency van de bij een boring te gebruiken dieselmotoren en generatoren maatwerkvoorschriften stellen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -420,17 +420,17 @@ voor de mobiele installatie zijn afgegeven dan wel voorgeschreven, zijn die docu
|
|||
|
||||
### Artikel 43
|
||||
|
||||
**1.** Er is een handleiding op de mobiele installatie aanwezig waarin regels zijn gesteld door de uitvoerder ten aanzien van transportbewegingen, pipehandling, het verbranden van aardgas in de openlucht en andere geluidsintensieve activiteiten.
|
||||
**1.** Er is een handleiding op de mobiele installatie aanwezig waarin regels zijn gesteld door de uitvoerder of de uitvoerder aardwarmte ten aanzien van transportbewegingen, pipehandling, het verbranden van aardgas in de openlucht en andere geluidsintensieve activiteiten.
|
||||
|
||||
**2.** De regels, bedoeld in het eerste lid, beperken de schade aan milieu en overlast voor de omgeving zo goed mogelijk.
|
||||
|
||||
**3.** De uitvoerder draagt er zorg voor dat een ieder die werkzaam is op de mobiele installatie bekend is met de handleiding en de regels, bedoeld in het eerste lid, naleeft.
|
||||
**3.** De uitvoerder of de uitvoerder aardwarmte draagt er zorg voor dat een ieder die werkzaam is op de mobiele installatie bekend is met de handleiding en de regels, bedoeld in het eerste lid, naleeft.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 9. Externe veiligheid
|
||||
|
||||
### Artikel 44
|
||||
|
||||
De uitvoerder berekent het plaatsgebonden risico voorafgaand aan de boring, overeenkomstig het Besluit externe veiligheid inrichtingen.
|
||||
De uitvoerder of de uitvoerder aardwarmte berekent het plaatsgebonden risico voorafgaand aan de boring, overeenkomstig het Besluit externe veiligheid inrichtingen.
|
||||
|
||||
### Artikel 45
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue