2014-09-13 | BWBR0001950 | Algemeen Rijksambtenarenreglement
This commit is contained in:
parent
9cab566137
commit
bdf45052cc
1 changed files with 35 additions and 38 deletions
|
|
@ -104,7 +104,7 @@ c. de ambtenaar die een functie vervult waarvoor salarisschaal 16 of 15 van de
|
|||
|
||||
De in het eerste lid bedoelde berichten worden niet uitsluitend elektronisch verzonden:
|
||||
|
||||
a. indien de ambtenaar geen mogelijkheid heeft om kennis te nemen van een elektronische bericht;
|
||||
a. indien de ambtenaar geen mogelijkheid heeft om kennis te nemen van een elektronisch verzonden bericht;
|
||||
b. bij ontslag of overlijden van de ambtenaar;
|
||||
c. op verzoek van de ambtenaar in het geval deze een zwaarwegend belang heeft bij incidentele verzending op andere wijze.
|
||||
|
||||
|
|
@ -236,7 +236,7 @@ b. een geneeskundig onderzoek, indien dit op grond van een wettelijk voorschrift
|
|||
|
||||
**5.** Onze Minister stelt vast voor welke functies een onderzoek naar de medische geschiktheid van de betrokkene noodzakelijk is.
|
||||
|
||||
**6.** Het bevoegd gezag kan, met uitzondering van de gevallen, bedoeld in het zevende en het achtste lid, van de betrokkene vergen dat deze een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in de Wet justitiële gegevens overlegt.
|
||||
**6.** Het bevoegd gezag kan, met uitzondering van de gevallen, bedoeld in het zevende en het achtste lid, van de betrokkene vergen dat deze een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens overlegt.
|
||||
|
||||
**7.** Indien een functie niet zijnde een vertrouwensfunctie als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder a, van de Wet veiligheidsonderzoeken, bijzondere eisen stelt aan de integriteit of de verantwoordelijkheid van degene die deze functie vervult en indien een zwaarwegend algemeen belang dit vordert, kunnen aan het bevoegd gezag justitiële gegevens worden verstrekt voor het verrichten van een onderzoek naar de betrouwbaarheid en de geschiktheid van een kandidaat voor die functie. Aanstelling in een zodanige functie is slechts mogelijk, indien op grond van het onderzoek tegen de vervulling door betrokkene van de desbetreffende functie geen bezwaar blijkt te bestaan.
|
||||
|
||||
|
|
@ -397,7 +397,7 @@ Is de vaststelling van het bedrag op deze wijze niet mogelijk, dan wordt dit, me
|
|||
|
||||
**1.** De ambtenaar, die ingevolge wettelijke verplichting anders dan voor herhalingsoefening als militair in werkelijke dienst is, geniet onverminderd het bepaalde in artikel 92 de aan zijn ambt verbonden bezoldiging voor zoveel deze meer bedraagt dan zijn militaire beloning, met dien verstande, dat indien de ambtenaar ongehuwd is, hij slechts de aan zijn ambt verbonden bezoldiging geniet, voor zoveel 70 ten honderd daarvan meer bedraagt dan zijn militaire beloning.
|
||||
|
||||
**2.** Zonodig in afwijking van het bepaalde in het eerste lid blijft de ambtenaar als daar bedoeld in ieder geval de aan zijn ambt verbonden bezoldiging genieten tot een bedrag, dat gelijk is aan het bedrag van het op hem te verhalen gedeelte van de pensioenbijdrage en van de premie voor de Regeling flexibel pensioen en uittreden, bedoeld in artikel 3 van de Centrale vut-overeenkomst overheids- en onderwijspersoneel en artikel 1.5 van het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP.
|
||||
**2.** Zonodig in afwijking van het bepaalde in het eerste lid blijft de ambtenaar als daar bedoeld in ieder geval de aan zijn ambt verbonden bezoldiging genieten tot een bedrag, dat gelijk is aan het bedrag van het verschuldigde premieverhaal op de overheidswerknemers op grond van de overeenkomst, bedoeld in artikel 4, eerste lid van de Wet privatisering ABP.
|
||||
|
||||
**3.** Ongehuwde enige kostwinners worden voor de toepassing van het eerste lid gelijk gesteld met gehuwden. Onze Minister, Hoofd van het betrokken departement van algemeen bestuur, beslist of een ongehuwde als enig kostwinner wordt beschouwd.
|
||||
|
||||
|
|
@ -409,7 +409,7 @@ Is de vaststelling van het bedrag op deze wijze niet mogelijk, dan wordt dit, me
|
|||
|
||||
**1.** Het bepaalde in artikel 18 is eerst van toepassing, nadat de ambtenaar als militair de opleiding en oefening heeft volbracht.
|
||||
|
||||
**2.** De ambtenaar, die ingevolge een wettelijke verplichting voor opleiding en oefening als militair in werkelijke dienst is, geniet gedurende deze opleiding en oefening, de aan zijn ambt verbonden bezoldiging tot een bedrag, hetwelk gelijk is aan het op hem te verhalen gedeelte van de pensioenbijdrage en van de premie voor de Regeling flexibel pensioen en uittreden, bedoeld in artikel 3 van de Centrale vut-overeenkomst overheids- en onderwijspersoneel en artikel 1.5 van het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP.
|
||||
**2.** De ambtenaar, die ingevolge een wettelijke verplichting voor opleiding en oefening als militair in werkelijke dienst is, geniet gedurende deze opleiding en oefening, de aan zijn ambt verbonden bezoldiging tot een bedrag, hetwelk gelijk is aan het verschuldigde premieverhaal op de overheidswerknemers op grond van de overeenkomst, bedoeld in artikel 4, eerste lid van de Wet privatisering ABP.
|
||||
|
||||
**3.** Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing ten aanzien van ambtenaren op wie bij koninklijk besluit de artikelen 17 en 18 van overeenkomstige toepassing zijn verklaard.
|
||||
|
||||
|
|
@ -461,15 +461,15 @@ Op de ambtenaar, die in tijdelijke dienst is aangesteld, zijn de bepalingen, ver
|
|||
|
||||
**2.** De in het eerste lid bedoelde ambtenaar blijft gedurende het aldaar bedoelde verlof, onverminderd het bepaalde in artikel 92, in het genot van de aan zijn ambt verbonden bezoldiging, met dien verstande, dat deze bezoldiging, indien het verlof langer dan twee weken duurt, voor de verdere duur van het verlof wordt verminderd met de beloning, waarop de ambtenaar als vrijwilliger aanspraak heeft.
|
||||
|
||||
**3.** De in het tweede lid bedoelde vermindering wordt slechts toegepast tot een zodanig bedrag, dat de ambtenaar in het genot blijft van een bedrag gelijk aan het op hem te verhalen gedeelte van de pensioenbijdrage en van de premie voor de Regeling flexibel pensioen en uittreden, bedoeld in artikel 3 van de Centrale vut-overeenkomst overheids- en onderwijspersoneel en artikel 1.5 van het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP.
|
||||
**3.** De in het tweede lid bedoelde vermindering wordt slechts toegepast tot een zodanig bedrag, dat de ambtenaar in het genot blijft van een bedrag gelijk aan het verschuldigde premieverhaal op de overheidswerknemers op grond van de overeenkomst, bedoeld in artikel 4, eerste lid van de Wet privatisering ABP.
|
||||
|
||||
**4.** Het bepaalde in het eerste, tweede en derde lid is niet van toepassing indien de ambtenaar de werkelijke dienst als vrijwilliger vervult tijdens aan hem verleend vakantieverlof.
|
||||
|
||||
**5.** Het bepaalde in artikel 20*c* is voor zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**5.** Het bepaalde in artikel 20c is voor zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 20e
|
||||
|
||||
Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties stelt regels ten aanzien van het spaarloon, bedoeld in artikel 32 van de Wet op de Loonbelasting 1964.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk IV. Dienst- en werktijden
|
||||
|
||||
|
|
@ -802,9 +802,8 @@ c. bij overlijden van:
|
|||
|
||||
1e. in artikel 33i, tweede lid, genoemde personen: vier dagen;
|
||||
2e. bloed- of aanverwanten in de tweede graad: twee dagen, of, indien de ambtenaar is belast met de regeling van de lijkbezorging of van de nalatenschap dan wel van beide, ten hoogste vier dagen;
|
||||
d. bij bevalling van zijn echtgenote: ten hoogste twee dagen.
|
||||
|
||||
|
||||
d. bij bevalling van zijn echtgenote: ten hoogste twee dagen;
|
||||
e. na de bevalling van de echtgenote of degene van wie hij het kind erkent, gedurende een tijdvak van vier weken vanaf de eerste dag dat het kind feitelijk op hetzelfde adres als de moeder woont: twee dagen.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de toepassing van dit artikel wordt onder huwelijk mede begrepen het sluiten van een samenlevingscontract als bedoeld in artikel 4, vierde lid, of het aangaan van een geregistreerd partnerschap.
|
||||
|
||||
|
|
@ -853,7 +852,7 @@ b. in alle andere gevallen, indien de ambtenaar, alle omstandigheden in aanmerki
|
|||
|
||||
**2.** Gedurende het zwangerschaps- en bevallingsverlof behoudt de vrouwelijke ambtenaar haar aanspraak op bezoldiging.
|
||||
|
||||
**3.** De vrouwelijke ambtenaar heeft recht op een zwangerschapsverlof vanaf de dag waarop de bevalling blijkens een verklaring van een arts of van een verloskundige aangevende de vermoedelijke datum van de bevalling, binnen zes weken is te verwachten. Het verlof vangt uiterlijk aan vier weken voorafgaand aan de vermoedelijke datum van de bevalling.
|
||||
**3.** De vrouwelijke ambtenaar heeft recht op een zwangerschapsverlof vanaf de dag waarop de bevalling blijkens een verklaring van een arts of van een verloskundige aangevende de vermoedelijke datum van de bevalling, binnen zes weken is te verwachten. Dit verlof gaat uiterlijk in vier weken voor de dag na de vermoedelijke datum van bevalling.
|
||||
|
||||
**4.** De vrouwelijke ambtenaar heeft recht op een bevallingsverlof van tien weken vanaf de dag volgend op die van de bevalling. Dit verlof wordt verlengd tot ten hoogste zestien weken, voor zover het zwangerschapsverlof voorafgaand aan de vermoedelijke datum van bevalling, om andere redenen dan wegens ziekte minder dan zes weken heeft bedragen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1182,7 +1181,7 @@ b. met ingang van de dag volgende op die waarop de ambtenaar is overleden.
|
|||
|
||||
**7.**
|
||||
|
||||
In zoverre in afwijking van het derde lid, bedraagt voor de ambtenaar die na het bereiken van de leeftijd van 65 jaar wegens ziekte ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid, de aanvullende uitkering na de eerste 52 het verschil tussen:
|
||||
In zoverre in afwijking van het derde lid, bedraagt voor de ambtenaar die na het bereiken van de leeftijd van 65 jaar wegens ziekte ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid, de aanvullende uitkering na de eerste 52 weken het verschil tussen:
|
||||
|
||||
a. het bedrag waarop de ambtenaar op grond van artikel 76a van de Ziektewet recht zou hebben gehad indien hem geen andere functie zou zijn opgedragen, vermeerderd met de vakantie-uitkering en eindejaarsuitkering; en
|
||||
b. zijn bezoldiging na herplaatsing, vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering.
|
||||
|
|
@ -1191,7 +1190,7 @@ b. zijn bezoldiging na herplaatsing, vermeerderd met de vakantie-uitkering en de
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De ambtenaar, bedoeld in artikel 37a, tweede lid, die voor 1 januari 2012 is herplaatst, ontvangt bij voortdurende arbeidsongeschiktheid gedurende hoogstens vijf jaar een uitkering van 70% van het verschil tussen:
|
||||
De ambtenaar, bedoeld in artikel 37a, tweede lid, die voor 1 januari 2015 is herplaatst, ontvangt bij voortdurende arbeidsongeschiktheid gedurende hoogstens vijf jaar een uitkering van 70% van het verschil tussen:
|
||||
|
||||
a. zijn bezoldiging, vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering zoals die zou zijn geweest op de dag voor zijn herplaatsing indien de ambtenaar op die dag niet ongeschikt zou zijn geweest tot werken, en
|
||||
b. zijn bezoldiging na herplaatsing verminderd met eventuele daarna volgende verhogingen op grond van artikel 7 van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984, en vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering.
|
||||
|
|
@ -1216,7 +1215,7 @@ De gewezen ambtenaar die wegens ziekte, ontstaan voor het tijdstip van ingang va
|
|||
a. zolang hij ongeschikt tot werken is wegens ziekte, maar niet langer dan een tijdvak van 52 weken, recht op doorbetaling van zijn laatstelijk genoten bezoldiging vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering;
|
||||
b. zolang hij na afloop van het tijdvak, bedoeld in onderdeel a, nog ongeschikt is tot het verrichten van arbeid wegens ziekte, gedurende maximaal 26 weken recht op doorbetaling van 70% van zijn laatstelijk genoten bezoldiging vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering.
|
||||
|
||||
**2.** De gewezen ambtenaar die binnen een maand na het tijdstip van zijn ontslag wegens ziekte ongeschikt wordt een naar aard en omvang soortgelijke functie te vervullen, heeft, zolang hij ongeschikt is tot werken wegens ziekte, gedurende maximaal 52 weken recht op doorbetaling van zijn laatstelijk genoten bezoldiging indien hij gedurende ten minste twee maanden onmiddellijk aan het ontslag voorafgaande in dienst is geweest.
|
||||
**2.** De gewezen ambtenaar die binnen vier weken na het tijdstip van zijn ontslag wegens ziekte ongeschikt wordt een naar aard en omvang soortgelijke functie te vervullen, heeft, zolang hij ongeschikt is tot werken wegens ziekte, gedurende maximaal 52 weken recht op doorbetaling van zijn laatstelijk genoten bezoldiging indien hij gedurende ten minste twee maanden onmiddellijk aan het ontslag voorafgaande in dienst is geweest.
|
||||
|
||||
**3.** De gewezen ambtenaren, bedoeld in het eerste en tweede lid, hebben gedurende een tijdvak van 104 weken als bedoeld in artikel 23 van de WIA, recht op doorbetaling van hun laatstelijk genoten bezoldiging vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering indien hun arbeidsongeschiktheid wordt veroorzaakt door een beroepsincident.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1243,7 +1242,7 @@ b. met ingang van de dag volgende op die waarop de gewezen ambtenaar is overlede
|
|||
De aanvullende uitkering, bedoeld in het zevende lid, is gelijk aan het verschil tussen:
|
||||
|
||||
a. een percentage van de laatstelijk genoten bezoldiging vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering, in het jaar voorafgaande aan zijn ontslag; en
|
||||
b. de aan de ambtenaar toegekende WIA-uitkering, in voorkomend geval vermeerderd met een hem toegekende AAOP-uitkering.
|
||||
b. de aan de gewezen ambtenaar toegekende WIA-uitkering, in voorkomend geval vermeerderd met een hem toegekende AAOP-uitkering.
|
||||
|
||||
**9.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -1273,7 +1272,7 @@ b. met ingang van de dag volgende op die waarop de gewezen ambtenaar is overlede
|
|||
|
||||
### Artikel 39
|
||||
|
||||
De artikelen 37, vierde lid, 37a, tweede tot en met vijfde lid, 38, 38a en 69, tweede lid, zijn niet van toepassing op de ambtenaar en de gewezen ambtenaar die geen deelnemer zijn in de zin van het Pensioenreglement.
|
||||
De artikelen 37, vierde lid, 37a, derde tot en met zevende lid, 38, 38a en 69, tweede lid, zijn niet van toepassing op de ambtenaar en de gewezen ambtenaar die geen overheidswerknemer zijn als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet privatisering ABP.
|
||||
|
||||
### Artikel 39a
|
||||
|
||||
|
|
@ -1432,7 +1431,7 @@ b) de kalendermaand waarin de gewezen ambtenaar wegens ziekte ongeschikt is gewo
|
|||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Indien ook voor het overige de bezoldiging niet in een vast bedrag per maand kan worden uitgedrukt, wordt gerekend met het bedrag dat gemiddeld per maand is toegekend in de drie kalendermaanden voorafgaande aan de maand waarin:
|
||||
Indien ook voor het overige de bezoldiging niet in een vast bedrag per maand kan worden uitgedrukt, wordt gerekend met het bedrag dat gemiddeld per maand is toegekend over de drie kalendermaanden voorafgaande aan de maand waarin:
|
||||
|
||||
a) de ambtenaar ongeschikt is geworden tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte;
|
||||
b) de gewezen ambtenaar wegens ziekte ongeschikt is geworden een naar aard en omvang soortgelijke betrekking te vervullen.
|
||||
|
|
@ -1589,7 +1588,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 49n
|
||||
|
||||
**1.** De ambtenaar die in verband met zijn herplaatsing of plaatsing in een passende functie in opdracht van Onze Minister is verhuisd, wordt eenmalig een bedrag toegekend van € 10 890,73 bruto ter tegemoetkoming in de daarmee verband houdende kosten.
|
||||
**1.** De ambtenaar die in verband met zijn herplaatsing of plaatsing in een passende functie in opdracht van Onze Minister is verhuisd, wordt eenmalig een bedrag toegekend van € 11.637,69 bruto ter tegemoetkoming in de daarmee verband houdende kosten.
|
||||
|
||||
**2.** In de gevallen waarin de ambtenaar en zijn echtgenoot beiden in aanmerking komen voor het bedrag bedoeld in het eerste lid ontvangt elk de helft daarvan.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1984,7 +1983,7 @@ e. op verzoek van het bevoegd gezag of op verzoek van de verplichte VWNW-kandida
|
|||
|
||||
**4.** In afwijking van het tweede lid, kan de ambtenaar die is aangesteld in tijdelijke dienst voor een proeftijd of de ambtenaar die is aangesteld in vaste dienst, op zijn aanvraag voor de duur van maximaal achttien maanden in dienst blijven. Bij de overgang naar een bij de Stichting Pensioenfonds ABP aangesloten organisatie kan betrokkene maximaal twaalf maanden in dienst blijven. De ambtenaar in vaste dienst wordt eervol ontslag verleend indien hij gedurende deze periode niet kan worden geplaatst in een andere functie.
|
||||
|
||||
**5.** Tijdens de periode, bedoeld in het vierde lid, heeft de ambtenaar aanspraak op het begeleidingtraject en de voorzieningen bedoeld in paragraaf 3 van dit hoofdstuk.
|
||||
**5.** Tijdens de periode, bedoeld in het vierde lid, heeft de ambtenaar overeenkomstig de verplichte kandidaat aanspraak op het begeleidingtraject en de voorzieningen bedoeld in paragraaf 3 van dit hoofdstuk, met dien verstande dat artikel 49dd, tweede en derde lid, niet van toepassing zijn.
|
||||
|
||||
### Artikel 49ww
|
||||
|
||||
|
|
@ -2314,7 +2313,7 @@ c. daarbij door de ambtenaar bewijsstukken worden overgelegd waaruit blijkt dat
|
|||
|
||||
**1.** Onze Minister kan naar billijkheid de ambtenaar schadeloos stellen, kosten vergoeden of overigens een geldelijke tegemoetkoming verlenen.
|
||||
|
||||
**2.** De ambtenaar en de gewezen ambtenaar die een beroepsincident als bedoeld in artikel 35, onderdeel f, hebben gehad, hebben recht op volledige vergoeding van de schade die zij ten gevolge van dat beroepsincident lijden. In overeenstemming met de ambtenaar kan deze vergoeding mede strekken ter vervanging van de uitkering, bedoeld in artikel 38, zevende lid.
|
||||
**2.** De ambtenaar en de gewezen ambtenaar die een beroepsincident als bedoeld in artikel 35, hebben gehad, hebben recht op volledige vergoeding van de schade die zij ten gevolge van dat beroepsincident lijden. In overeenstemming met de ambtenaar kan deze vergoeding mede strekken ter vervanging van de uitkering, bedoeld in artikel 38, zevende lid.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister is bevoegd omtrent schadeloosstelling, kostenvergoedingen en overige geldelijke tegemoetkomingen aan groepen van ambtenaren in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties regels te geven.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2426,7 +2425,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 80
|
||||
|
||||
**1.** De ambtenaar, die de hem opgelegde verplichtingen niet nakomt of zich overigens aan plichtsverzuim schuldig maakt, kan deswege disciplinair worden gestrafd.
|
||||
**1.** De ambtenaar, die de hem opgelegde verplichtingen niet nakomt of zich overigens aan plichtsverzuim schuldig maakt, kan deswege disciplinair worden gestraft.
|
||||
|
||||
**2.** Plichtsverzuim omvat zowel het overtreden van enig voorschrift als het doen of nalaten van iets, hetwelk een goed ambtenaar in gelijke omstandigheden behoort na te laten of te doen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2551,13 +2550,11 @@ c. ingevolge een aanvraag van de ambtenaar.
|
|||
|
||||
### Artikel 94a
|
||||
|
||||
**1.** Onder de Centrale vut-overeenkomst overheids- en onderwijspersoneel, als bedoeld in dit artikel, wordt verstaan de overeenkomst die is aangegaan op grond van artikel 2 van de Wet kaderregeling vut overheidspersoneel.
|
||||
**1.** Aan de ambtenaar die ontslag vraagt met het oog op een uitkering op grond van de Wet kaderregeling vut overheidspersoneel en een ontslaguitkering van de Stichting Pensioenfonds ABP ten aanzien van overheidspersoneel, wordt ontslag verleend indien het bestuur van de Stichting fonds vrijwillig vervroegd uittreden overheidspersoneel en het bestuur van de Stichting Pensioenfonds ABP op grond van een desbetreffende aanvraag hebben vastgesteld dat na het te verlenen ontslag recht bestaat op een uitkering. Het ontslag gaat niet eerder in dan met ingang van de dag waarop het recht op de in de vorige volzin bedoelde uitkering ontstaat.
|
||||
|
||||
**2.** Aan de ambtenaar die ontslag vraagt met het oog op een uitkering op grond van de Regeling flexibel pensioen en uittreden, bedoeld in artikel 3 van de Centrale vut-overeenkomst overheids- en onderwijspersoneel en artikel 1.5 van het Pensioenreglement van de Stichting pensioenfonds Abp wordt ontslag verleend, indien het bestuur van de Stichting fonds vrijwillig vervroegd uittreden overheidspersoneel alsmede het bestuur van de Stichting Pensioenfonds Abp op grond van een desbetreffende aanvraag hebben vastgesteld dat na dat te verlenen ontslag recht bestaat op een uitkering op grond van die regeling. Het ontslag gaat niet eerder in dan met ingang van de dag waarop het recht op de in de vorige volzin bedoelde uitkering ontstaat.
|
||||
**2.** Op aanvraag van de ambtenaar kan het in het eerste lid bedoelde ontslag ook voor een gedeelte van de voor hem geldende arbeidsduur worden verleend, tenzij de belangen van de dienst zich hiertegen verzetten. Het gedeelte van dit ontslag bedraagt ten minste 10% van de arbeidsduur. Ontslag voor een gedeelte van de arbeidsduur waaruit reeds eerder gedeeltelijk ontslag met het oog op de in het eerste lid bedoelde uitkering heeft plaatsgevonden, bedraagt ten minste 10% van de oorspronkelijke arbeidsduur.
|
||||
|
||||
**3.** Op aanvraag van de ambtenaar kan het in het tweede lid bedoelde ontslag ook voor een gedeelte van de voor hem geldende arbeidsduur worden verleend, tenzij de belangen van de dienst zich hiertegen verzetten. Het gedeelte van dit ontslag bedraagt ten minste 10% van de omvang van de dienstverhouding. Ontslag voor een gedeelte van de arbeidsduur waaruit reeds eerder gedeeltelijk ontslag met het oog op de in het tweede lid bedoelde uitkering heeft plaatsgevonden bedraagt ten minste 10% van de oorspronkelijke arbeidsduur.
|
||||
|
||||
**4.** Artikel 94 , tweede tot en met vijfde lid, is zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**3.** Artikel 94, tweede tot en met vijfde lid, is zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 95
|
||||
|
||||
|
|
@ -2681,7 +2678,7 @@ c. met de duur van het tijdvak dat het UWV op grond van artikel 25, negende lid,
|
|||
|
||||
**6.** Perioden van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid, anders dan bedoeld in het vijfde lid, worden samengeteld indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen, of indien zij direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode waarin zwangerschaps- of bevallingsverlof wordt genoten overeenkomstig artikel 3:1, tweede en derde lid, van de Wet arbeid en zorg, tenzij de ongeschiktheid redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak.
|
||||
|
||||
**7.** Bij de beoordeling of er sprake is van een situatie als bedoeld in het derde lid, betrekt het bevoegd gezag de uitslag van de beoordeling door het UWV van de claim in het kader van de WIA. Indien deze beoordeling niet of langer dan een jaar geleden heeft plaatsgevonden, vraagt het bevoegd gezag aan het UWV een oordeel als bedoeld in artikel 32, eerste lid, van de Wet SUWI en betrekt dit bij zijn beoordeling.
|
||||
**7.** Bij de beoordeling of er sprake is van een situatie als bedoeld in het derde lid, betrekt het bevoegd gezag de uitslag van de beoordeling door het UWV van de claim in het kader van de WIA. Indien deze beoordeling niet of langer dan een jaar geleden heeft plaatsgevonden, vraagt het bevoegd gezag aan het UWV een oordeel als bedoeld in artikel 32, derde lid, van de Wet SUWI en betrekt dit bij zijn beoordeling.
|
||||
|
||||
**8.** Indien herplaatsing als bedoeld in artikel 37a plaatsvindt in een betrekking voor minder uren dan het aantal waarvoor de ambtenaar was aangesteld, heeft het ontslag uitsluitend betrekking op het meerdere aantal uren.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2732,11 +2729,11 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**2.** Indien de ambtenaar bij zijn overlijden een positief of negatief vakantiesaldo heeft, vinden artikel 24, eerste en tweede lid, overeenkomstige toepassing. Het aldus openstaande bedrag en de reeds voor zijn overlijden aan de ambtenaar uitbetaalde bezoldiging over een na zijn overlijden gelegen tijdvak worden verrekend met het eventueel aan de nagelaten betrekkingen of rechtverkrijgenden van de ambtenaar verschuldigde bedrag wegens nog niet vergolden aanspraken van de ambtenaar, en bij gebreke hiervan of indien dit bedrag daarvoor niet toereikend is, op de uitkering, bedoeld in het derde lid.
|
||||
|
||||
**3.** Aan de nabestaande, van wie de overleden ambtenaar niet duurzaam gescheiden leefde, wordt een bedrag uitgekeerd gelijk aan de bezoldiging over drie maanden vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering hierover. Indien de ambtenaar op de dag direct voorafgaand aan zijn overlijden aanspraak maakte op een uitkering op grond van de Ziektewet, Werkloosheidswet of de WIA, wordt als maatstaf voor de bezoldiging uitgegaan van de bezoldiging die hij zou hebben genoten als hij op die dag arbeidsgeschikt zou zijn geweest.
|
||||
**3.** Aan de nabestaande, van wie de overleden ambtenaar niet duurzaam gescheiden leefde, wordt een bedrag uitgekeerd gelijk aan de bezoldiging over drie maanden, vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering over die maanden. Indien de ambtenaar op de dag direct voorafgaand aan zijn overlijden aanspraak maakte op een uitkering op grond van de Ziektewet, Werkloosheidswet of de WIA, wordt als maatstaf voor de bezoldiging uitgegaan van de bezoldiging die hij zou hebben genoten als hij op die dag arbeidsgeschikt zou zijn geweest.
|
||||
|
||||
**4.** Indien de ambtenaar in het genot was van een toelage als bedoeld in artikel 17 of 18a van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984, wordt de in het derde lid bedoelde bezoldiging in zoverre gesteld op het gemiddelde van het bedrag dat de overleden ambtenaar is toegekend of zou zijn toegekend in de drie kalendermaanden voorafgaande aan de dag van overlijden, of het intreden van de arbeidsongeschiktheid.
|
||||
**4.** Indien de ambtenaar in het genot was van een toelage als bedoeld in de artikelen 17, 17a, 18 en 18a en 18b, van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984, wordt de in het derde lid bedoelde bezoldiging in zoverre gesteld op het gemiddelde van het bedrag dat de overleden ambtenaar is toegekend of zou zijn toegekend in de drie kalendermaanden voorafgaande aan de dag van overlijden, of het intreden van de arbeidsongeschiktheid.
|
||||
|
||||
**5.** Op het bedrag, bedoeld in het derde lid, wordt in mindering gebracht een uitkering op grond van artikel 35 van de ZW, artikel 74 van de WIA, artikel 11.17 van het pensioenreglement of andere naar aard en strekking hiermee overeenkomende uitkeringen die voortvloeien uit dezelfde dienstbetrekking.
|
||||
**5.** Op het bedrag, bedoeld in het derde lid, wordt in mindering gebracht een uitkering op grond van artikel 35 van de ZW, artikel 74 van de WIA, of een overlijdensuitkering die is verleend door de Stichting Pensioenfonds ABP indien recht bestaat op arbeidsongeschiktheidspensioen of andere naar aard en strekking hiermee overeenkomende uitkeringen die voortvloeien uit dezelfde dienstbetrekking.
|
||||
|
||||
**6.** Bij ontstentenis van een nabestaande, van wie de overledene niet duurzaam gescheiden leefde, geschiedt de uitkering, bedoeld in het derde lid, ten behoeve van de minderjarige kinderen. Onder kinderen in de zin van dit artikel worden mede verstaan natuurlijke kinderen en kinderen waarover de overledene de pleegouderlijke zorg droeg. Onder pleegouderlijke zorg wordt verstaan de zorg voor het onderhoud en de opvoeding van het kind als was het een eigen kind, onafhankelijk van enige verplichting daartoe of van het genieten van een vergoeding daarvoor. Ontbreken ook zodanige kinderen dan geschiedt de uitkering aan degenen die geheel of grotendeels afhankelijk waren van de bezoldiging van de ambtenaar.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2752,13 +2749,13 @@ Na het overlijden van de gewezen ambtenaar, die op de dag van zijn overlijden op
|
|||
|
||||
Indien het overlijden van de ambtenaar is veroorzaakt door een dienstongeval of een door het verrichten van zijn arbeid opgelopen beroepsziekte, wordt aan degene die in verband met dit overlijden krachtens het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP, een nabestaandenpensioen geniet, een uitkering toegekend ten bedrage van 18 procent van het resultaat van de vermenigvuldiging van:
|
||||
|
||||
a) indien het gaat om de partner, bedoeld in artikel 7.1 van het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP, vijf zevende deel van 1,75 procent van de berekeningsgrondslag, bedoeld in artikel 6.2 van het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP en de pensioengeldige diensttijd, bedoeld in hoofdstuk 5 van het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP;
|
||||
b) indien het gaat om de wees, bedoeld in artikel 7.7, eerste lid, aanhef, onderdeel a, van het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP, een zevende deel van 1,75 procent van de berekeningsgrondslag, bedoeld in artikel 6.2 van het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP, en de pensioengeldige diensttijd, bedoeld in hoofdstuk 5 van het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP;
|
||||
c) indien het gaat om de wees, bedoeld in artikel 7.7, eerste lid, aanhef, onderdeel b, van het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP, twee zevende deel van 1,75 procent van de berekeningsgrondslag, bedoeld in artikel 6.2 van het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP, en de pensioengeldige diensttijd, bedoeld in hoofdstuk 5 van het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP.
|
||||
a. indien het gaat om de partner, vijf zevende deel van 1,75 procent van het pensioengevend inkomen en de pensioengeldige diensttijd, zoals deze begrippen door de Stichting Pensioenfonds ABP worden gehanteerd ten aanzien van overheidswerknemers als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet privatisering ABP;
|
||||
b. indien het gaat om de wees waarvan de verzorger geen recht heeft op partnerpensioen of bijzonder partnerpensioen, een zevende deel van 1,75 procent van het pensioengevend inkomen en de pensioengeldige diensttijd, zoals deze begrippen door de Stichting Pensioenfonds ABP worden gehanteerd ten aanzien van overheidswerknemers als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet privatisering ABP;
|
||||
c. indien het gaat om de wees zonder verzorger als bedoeld in onderdeel b, twee zevende deel van 1,75 procent van het pensioengevend inkomen en de pensioengeldige diensttijd, zoals deze begrippen door de Stichting Pensioenfonds ABP worden gehanteerd ten aanzien van overheidswerknemers als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet privatisering ABP.
|
||||
|
||||
Indien de weduwe of weduwnaar een samenlevingscontract sluit dan wel een geregistreerd partnerschap aangaat, eindigt de uitkering met ingang van de maand volgend op de datum van het sluiten van het samenlevingscontract dan wel het aangaan van het geregistreerd partnerschap.
|
||||
|
||||
**2.** De uitkering eindigt met ingang van de dag waarop de overledene de leeftijd van 65 jaar zou hebben bereikt, dan wel, indien de partner, bedoeld in artikel 7.1 van het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP, aan wie een pensioen werd toegekend, hertrouwt, met ingang van de maand volgende op de datum van het hertrouwen. Indien de weduwe of weduwnaar een samenlevingscontract sluit dan wel een geregistreerd partnerschap aangaat, eindigt de uitkering met ingang van de maand volgende op de datum van het sluiten van het samenlevingscontract dan wel van het aangaan van het geregistreerd partnerschap.
|
||||
**2.** De uitkering eindigt met ingang van de dag waarop de overledene de leeftijd van 65 jaar zou hebben bereikt, dan wel, indien de partner, zoals dit begrip door de Stichting Pensioenfonds ABP wordt gehanteerd ten aanzien van overheidswerknemers als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet privatisering ABP aan wie een pensioen werd toegekend, hertrouwt, met ingang van de maand volgende op de datum van het hertrouwen. Indien de weduwe of weduwnaar een samenlevingscontract sluit dan wel een geregistreerd partnerschap aangaat, eindigt de uitkering met ingang van de maand volgende op de datum van het sluiten van het samenlevingscontract dan wel van het aangaan van het geregistreerd partnerschap.
|
||||
|
||||
**3.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de gewezen ambtenaar ten aanzien van wie artikel 38, derde lid, toepassing heeft gevonden, indien zijn overlijden het rechtstreeks gevolg is van de arbeidsongeschiktheid, bedoeld in dat artikel.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2806,9 +2803,9 @@ e. andere door Ons tot het overleg toegelaten centrales van verenigingen van amb
|
|||
|
||||
**4.** In de Sectorcommissie wordt geen overleg gevoerd over voorstellen die betrekking hebben op het gehele overheidspersoneel.
|
||||
|
||||
**5.** Indien een voorstel als bedoeld in het vierde lid, ziet op het van toepassing verklaren op overheidspersoneel van een wettelijke regeling die betrekking heeft op werknemers, die krachtens arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 1637*a* van het Burgerlijk Wetboek werkzaam zijn, vindt in de Sectorcommissie overleg plaats over de gevolgen van een desbetreffend voorstel voor ambtenaren en de eventueel daarmee samenhangende wijzigingen in de voor hen geldende regelingen. Het overeenstemmingsvereiste, bedoeld in het derde lid, is daarbij niet van toepassing, mits het totaal van rechten en verplichtingen van ambtenaren over het geheel beoordeeld niet ongunstiger wordt.
|
||||
**5.** Indien een voorstel als bedoeld in het vierde lid, ziet op het van toepassing verklaren op overheidspersoneel van een wettelijke regeling die betrekking heeft op werknemers, die krachtens arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 610, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek werkzaam zijn, vindt in de Sectorcommissie overleg plaats over de gevolgen van een desbetreffend voorstel voor ambtenaren en de eventueel daarmee samenhangende wijzigingen in de voor hen geldende regelingen. Het overeenstemmingsvereiste, bedoeld in het derde lid, is daarbij niet van toepassing, mits het totaal van rechten en verplichtingen van ambtenaren over het geheel beoordeeld niet ongunstiger wordt.
|
||||
|
||||
**6.** Indien bij het overleg, bedoeld in het vijfde lid, een geschil ontstaat over de vraag of wordt voldaan aan de voorwaarde dat het totaal van rechten en verplichtingen van de ambtenaren over het geheel beoordeeld niet ongunstiger wordt, wordt dat geschil onderworpen aan arbitrage door de Advies- en Arbitragecommissie, genoemd in artikel 110*g*.
|
||||
**6.** Indien bij het overleg, bedoeld in het vijfde lid, een geschil ontstaat over de vraag of wordt voldaan aan de voorwaarde dat het totaal van rechten en verplichtingen van de ambtenaren over het geheel beoordeeld niet ongunstiger wordt, wordt dat geschil onderworpen aan arbitrage door de Advies- en Arbitragecommissie, genoemd in artikel 110g.
|
||||
|
||||
### Artikel 106
|
||||
|
||||
|
|
@ -3210,11 +3207,11 @@ In afwijking van artikel 97, tweede lid, wordt aan de ambtenaar die is geboren v
|
|||
|
||||
### Artikel 131
|
||||
|
||||
Op personen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit in het genot zijn van een wachtgeld, toegekend krachtens het Koninklijk besluit van 24 Juli 1869 (*Staatsblad* n°. 142), zooals dat besluit laatstelijk is gewijzigd, blijven de bepalingen van dat besluit van toepassing.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 131a
|
||||
|
||||
**1.** De ambtenaar, bedoeld in artikel 58a, eerste lid, die voor de datum van inwerkingtreding van het Besluit van (...) tot wijziging van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, het Ambtenarenreglement Staten-Generaal en het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken in verband met de harmonisatie van enkele secundaire arbeidsvoorwaarden Rijk en het herstel van enkele technische omissies (Stb. 2013, nr. 000) is aangewezen om tevens werkzaam te zijn als bedrijfshulpverlener, ontvangt eenmalig een compensatievergoeding.
|
||||
**1.** De ambtenaar, bedoeld in artikel 58a, eerste lid, die voor de datum van inwerkingtreding van het Besluit van 26 november 2013 tot wijziging van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, het Ambtenarenreglement Staten-Generaal en het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken in verband met de harmonisatie van enkele secundaire arbeidsvoorwaarden Rijk en het herstel van enkele technische omissies (Stb. 2013, nr. 489) is aangewezen om tevens werkzaam te zijn als bedrijfshulpverlener, ontvangt eenmalig een compensatievergoeding.
|
||||
|
||||
**2.** De compensatievergoeding, bedoeld in het eerste lid, bedraagt tweemaal het positieve verschil tussen de vergoeding, bedoeld in artikel 58a, eerste lid, op jaarbasis van het jaar voor inwerkingtreding en de vergoeding op jaarbasis van het jaar na inwerkingtreding van genoemd besluit.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue