2025-01-01 | BWBR0033471 | Dagloonbesluit werknemersverzekeringen

This commit is contained in:
Coornhert 2025-01-01 12:00:00 +00:00
parent b7959dd3cd
commit be5d936032

View file

@ -553,63 +553,19 @@ In de gevallen waarin de artikelen 48, eerste lid, onderdelen b en c, en 55, eer
### Artikel 22
**1.**
Dit hoofdstuk is van toepassing op de werknemer:
a. die recht heeft of heeft gehad op een reguliere WW-uitkering dat is ontstaan op of na 1 juli 2015 en voor 1 december 2016 en die in de periode van een jaar die eindigt op de laatste dag van de tweede kalendermaand voorafgaande aan de kalendermaand waarin de eerste dag van werkloosheid is gelegen, geen loon heeft genoten in één of meer kalendermaanden;
b. die recht heeft of heeft gehad op een reguliere WW-uitkering dat is ontstaan op of na 1 juli 2015 en voor 1 december 2016, die de wachttijd, bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de Wet WIA, heeft doorlopen, die geen recht heeft gekregen op een werkhervattingsuitkering gedeeltelijk arbeidsgeschikten, bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet WIA, omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en het ongemaximeerde dagloon op grond van dit hoofdstuk ten minste 2,5% hoger is dan het ongemaximeerde dagloon op grond van hoofdstuk 2;
c. die recht heeft of heeft gehad op een reguliere WW-uitkering:
1°. dat is ontstaan op of na 1 juli 2015 en voor 1 december 2016;
2°. waarbij op een dag in de kalendermaand waarin het recht op een reguliere WW-uitkering is ontstaan een eerder recht op een reguliere WW-uitkering bestaat; en
3°. die in de referteperiode, bedoeld in artikel 22b, derde lid, geen loon heeft genoten in één of meer kalendermaanden;
d. die recht heeft of heeft gehad op een reguliere WW-uitkering:
1°. dat is ontstaan op of na 1 juli 2015 en voor 1 december 2016;
2°. die de wachttijd, bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de Wet WIA, heeft doorlopen, en die geen recht heeft gekregen op een Wet WIA-uitkering omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt was;
3°. het ongemaximeerde dagloon op grond van dit hoofdstuk ten minste 2,5% hoger is dan het ongemaximeerde dagloon op grond van hoofdstuk 2; en
4°. waarbij op een dag in de kalendermaand waarin het recht op een reguliere WW-uitkering is ontstaan een eerder recht op een reguliere WW-uitkering bestaat.
**2.**
In afwijking van het eerste lid is dit hoofdstuk niet van toepassing op de werknemer:
a. bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, indien op een dag in de kalendermaand waarin het recht op een reguliere WW-uitkering is ontstaan een eerder recht op een reguliere WW-uitkering bestaat; of
b. van wie de WW-uitkering blijvend geheel is geweigerd op grond van artikel 27 van de WW.
**3.** In afwijking van het eerste lid, onderdelen a en c, is dit hoofdstuk niet van toepassing op de werknemer van wie het ongemaximeerde dagloon op grond van dit hoofdstuk niet meer dan 7% hoger is dan het ongemaximeerde dagloon op grond van hoofdstuk 2.
Vervallen
### Artikel 22a
**1.**
In dit hoofdstuk wordt, in zoverre in afwijking van de hoofdstukken 1, 2 en 3, verstaan onder:
a. *loon:* hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 3, eerste lid, met dien verstande dat indien in een aangiftetijdvak geen of minder loon is genoten vanwege verlof als loon in dat aangiftetijdvak wordt aangemerkt het loon dat in dezelfde dienstbetrekking is genoten in het laatste aan dat verlof voorafgaande aangiftetijdvak waarin geen sprake was van verlof;
b. *ongemaximeerde dagloon:* het dagloon op grond van hoofdstuk 2 of dit hoofdstuk indien dat niet zou zijn gemaximeerd op het bedrag, genoemd in artikel 17, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen.
**2.** Het in een aangiftetijdvak genoten loon wordt toegerekend aan de kalendermaand waarin de laatste dag van het aangiftetijdvak ligt.
**3.** De artikelen 2, tweede lid, 4, tweede lid, 5, tweede lid, en 6 zijn niet van toepassing op dit hoofdstuk.
Vervallen
### Artikel 22b
**1.** Het dagloon van de uitkering van de werknemer, bedoeld in artikel 22, eerste lid, onderdeel a, is de uitkomst van de berekening, bedoeld in artikel 5, eerste lid, vermenigvuldigd met 1,004, met dien verstande dat onder de referteperiode wordt verstaan de periode van een jaar die eindigt op de laatste dag van de tweede kalendermaand voorafgaande aan de kalendermaand waarin de eerste dag van werkloosheid is gelegen.
**2.** Het dagloon van de uitkering van de werknemer, bedoeld in artikel 22, eerste lid, onderdeel b, is de uitkomst van de berekening, bedoeld in artikel 5, eerste lid, vermenigvuldigd met 1,0291, met dien verstande dat onder de referteperiode wordt verstaan de periode van een jaar die eindigt op de laatste dag van de vijfentwintigste kalendermaand voorafgaande aan de kalendermaand waarin de eerste dag van werkloosheid is gelegen.
**3.** Het dagloon van de uitkering van de werknemer, bedoeld in artikel 22, eerste lid, onderdeel c, is de uitkomst van de berekening, bedoeld in artikel 5, eerste lid, vermenigvuldigd met 1,0097, met dien verstande dat onder de referteperiode wordt verstaan de periode, bedoeld in het eerste lid, tenzij in die periode een eerder recht op een reguliere WW-uitkering bestaat. De referteperiode begint dan op de eerste dag van werkloosheid van dat eerdere recht en eindigt op de laatste dag van de tweede kalendermaand voorafgaande aan de kalendermaand waarin de eerste dag van werkloosheid van het latere recht is ingetreden. Indien de eerste dag van werkloosheid van het eerdere recht is gelegen na de eerste dag van een kalendermaand, begint de referteperiode, in afwijking van de vorige volzin, op de eerste dag van de kalendermaand na de kalendermaand waarin de eerste dag van werkloosheid van het eerdere recht ligt.
**4.** Het dagloon van de uitkering van de werknemer, bedoeld in artikel 22, eerste lid, onderdeel d, is de uitkomst van de berekening, bedoeld in artikel 5, eerste lid, vermenigvuldigd met 1,035, met dien verstande dat onder de referteperiode wordt verstaan de periode, bedoeld in het tweede lid, tenzij in die periode een eerder recht op een reguliere WW-uitkering bestaat. De referteperiode begint dan op de eerste dag van werkloosheid van dat eerdere recht en eindigt het op de laatste dag van de vijfentwintigste kalendermaand voorafgaande aan de kalendermaand waarin de eerste dag van werkloosheid is gelegen van het latere recht. Indien de eerste dag van werkloosheid van het eerdere recht is gelegen na de eerste dag van een kalendermaand, begint de referteperiode, in afwijking van de vorige volzin, op de eerste dag van de kalendermaand na de kalendermaand waarin de eerste dag van werkloosheid van het eerdere recht ligt.
**5.** Bij de vaststelling van het dagloon op grond van dit hoofdstuk wordt artikel 25 toegepast.
**6.** In afwijking van het derde en vierde lid wordt het dagloon van de uitkering van de werknemer, bedoeld in artikel 22, eerste lid, onderdelen c en d, berekend op grond van artikel 5, zevende lid, indien er geen dagloondagen op grond van het derde lid in de referteperiode van het recht liggen.
Vervallen
### Artikel 22c
Dit hoofdstuk vervalt met ingang van 1 januari 2025.
Vervallen
## Hoofdstuk 4. Slotbepalingen