2010-10-10 | BWBR0026494 | Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap 2003 toegespitst op het gebruik in de Nederlandse Antillen

This commit is contained in:
Coornhert 2010-10-10 12:00:00 +00:00
parent e616372bc6
commit be8c7892e9

View file

@ -5425,6 +5425,18 @@ Een onderzoekverslag wordt behoudens uitzonderingen binnen twee maanden
Voor zaken waarin uitsluitend gaten in het verblijfsrecht voorkomen die gelegen zijn nà 1 januari 2009, geldt deze regeling niet. Voor deze datum is gekozen, omdat de verwachting gerechtvaardigd is dat vanaf deze datum de vreemdelingrechtelijke registratie in Curaçao en Sint Maarten consistent is.
#### 1
#### 2
#### 3
#### 4
#### 5
#### 6
### 11-4. Toelichting ad
**Aan het minderjarige niet-Nederlandse kind van een vader of moeder die het Nederlanderschap door optie verkregen heeft of aan wie dat is verleend, dat in deze verkrijging of verlening niet deelde, wordt op zijn verzoek het Nederlanderschap verleend, indien het een onafgebroken periode van ten minste drie jaren onmiddellijk voorafgaand aan het verzoek toelating en hoofdverblijf, en sedert het tijdstip van het verzoek, toelating voor onbepaalde tijd en hoofdverblijf in het Europese deel van Nederland, Aruba, Curaçao, Sint Maarten of de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba heeft. De termijn van toelating en hoofdverblijf is niet van toepassing op het kind dat geboren is nadat zijn ouder de verklaring bedoeld in artikel 6, eerste lid, of het verzoek, bedoeld in artikel 7, eerste lid, heeft ingediend. Aan een kind dat ten tijde van het verzoek de leeftijd van zestien jaar heeft bereikt, wordt het Nederlanderschap slechts verleend, indien het daarmee uitdrukkelijk instemt, hij bereid is bij de verkrijging van het Nederlanderschap een verklaring van verbondenheid af te leggen en op hem geen van de afwijzingsgronden van artikel 9, aanhef en onder a, met inbegrip van het tweede lid van dat artikel, van toepassing is. Het besluit tot verlening wordt niet bekend gemaakt dan nadat de verklaring van verbondenheid daadwerkelijk is afgelegd.**
@ -5516,6 +5528,22 @@ Een onderzoekverslag wordt behoudens uitzonderingen binnen twee maanden
Voor zaken waarin uitsluitend gaten in het verblijfsrecht voorkomen die gelegen zijn nà 1 januari 2009, geldt deze regeling niet. Voor deze datum is gekozen, omdat de verwachting gerechtvaardigd is dat vanaf deze datum de vreemdelingrechtelijke registratie in Curaçao en Sint Maarten consistent is.
#### 1
#### 2
#### 3
#### 4
#### 5
#### 6
#### 7
#### 8
### 11-5. Toelichting ad
**Aan het niet-Nederlandse kind van een vader of moeder die het Nederlanderschap door optie verkregen heeft of aan wie zulks is verleend, dat minderjarig was op het tijdstip van de verklaring of het verzoek van die ouder, en dat in deze verkrijging of verlening niet deelde wegens het bereiken van de meerderjarigheid, wordt het Nederlanderschap op zijn verzoek verleend:**
@ -5594,6 +5622,14 @@ Voor zaken waarin uitsluitend gaten in het verblijfsrecht voorkomen die gelegen
Miguel is 17 jaar op het moment dat zijn vader een verzoek om naturalisatie indient en daarbij vraagt om medenaturalisatie van Miguel. Tijdens de behandeling van het verzoek wordt Miguel 18 jaar. Op het moment dat de vader bij koninklijk besluit wordt genaturaliseerd, voldoet Miguel aan de voorwaarden in artikel 11, derde lid RWN met uitzondering van het vereiste van minderjarigheid. Van de IND ontvangt hij een beschikking die inhoudt dat het verzoek om medenaturalisatie is afgewezen. Miguel gaat hierna twee jaar in Canada wonen om te werken. Vervolgens hervestigt hij zich op Sint Eustatius en heeft daar drie jaar onafgebroken toelating en hoofdverblijf op het moment dat hij een verzoek om naturalisatie indient. Miguel kan niet met succes een beroep doen op artikel 11, vijfde lid RWN. De periode van drie jaar toelating en hoofdverblijf vóór het indienen van zijn verzoek om naturalisatie is immers niet aangevangen vóór het bereiken van de meerderjarigheid van Miguel.
#### 1
#### 2
#### 3
#### 4
### 11-6. Toelichting ad
**De vereisten van toelating en van hoofdverblijf van het tweede en derde lid zijn niet van toepassing op het minderjarige kind van een vader of moeder die hoofdverblijf heeft in het buitenland en die met toepassing van het tweede lid van artikel 8 het Nederlanderschap verkrijgt, mits het kind feitelijk tot het gezin van deze ouder behoort en zijn hoofdverblijf niet heeft in het land waarvan hij onderdaan is.**