From bea162834aaad3b7d01fd0d1ff278e35f438a7de Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Thu, 1 Aug 2013 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] =?UTF-8?q?2013-08-01=20|=20BWBR0031840=20|=20Reglement=20?= =?UTF-8?q?Participatiefonds=20voor=20het=20Primair=20Onderwijs=20voor=20h?= =?UTF-8?q?et=20schooljaar=202012=E2=80=932013?= MIME-Version: 1.0 Content-Type: text/plain; charset=UTF-8 Content-Transfer-Encoding: 8bit --- .../BWBR0031840/README.md | 72 +++++++++---------- 1 file changed, 36 insertions(+), 36 deletions(-) diff --git a/zbo/reglement-participatiefonds-voor-het-primair-onderwijs-voor-het-schooljaar-20122/BWBR0031840/README.md b/zbo/reglement-participatiefonds-voor-het-primair-onderwijs-voor-het-schooljaar-20122/BWBR0031840/README.md index e5c4d72bb95..2cd98271e2c 100644 --- a/zbo/reglement-participatiefonds-voor-het-primair-onderwijs-voor-het-schooljaar-20122/BWBR0031840/README.md +++ b/zbo/reglement-participatiefonds-voor-het-primair-onderwijs-voor-het-schooljaar-20122/BWBR0031840/README.md @@ -64,7 +64,7 @@ Het bestuur van de Stichting Participatiefonds voor het Onderwijs besluit, gelet 4 *Benoeming in reguliere betrekking:* een (her)benoeming in een betrekking niet zijnde een vervangingsbetrekking. 5 *Bestuursvoorschriften:* de bestuursvoorschriften en bijlagen zoals die door het bestuur zijn vastgesteld ter bevordering van een correcte toepassing van het reglement Participatiefonds. 6 *Bevoegd gezag:* het bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1 WPO, respectievelijk het bevoegd gezag van de rechtspersoon als bedoeld in artikel 68 WPO, tenzij het bevoegd gezag door de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, op grond van bezwaren van godsdienstige of levensbeschouwelijke aard is uitgezonderd van aansluiting bij de Stichting Participatiefonds voor het Onderwijs. -7 *CAO-PO:* de collectieve arbeidsovereenkomst voor het primair onderwijs zoals die tussen de Werkgeversvereniging Primair Onderwijs (WvPO) en de organisaties van werknemers in het onderwijs voor de periode 1 januari 2009 tot 1 januari 2010 is overeengekomen en welke tot nader order van kracht blijft. +7 *CAO-PO:* de collectieve arbeidsovereenkomst voor het primair onderwijs zoals die tussen de Werkgeversvereniging Primair Onderwijs (WvPO) en de organisaties van werknemers in het onderwijs voor de periode 1 januari 2009 tot 1 januari 2010 is overeengekomen en welke tot nader order van kracht blijft. 8 *Centrale diensten:* diensten zoals bedoeld in artikel 68 WPO. 9 *Contractactiviteiten:* activiteiten waarvoor een prijs bij derden in rekening wordt gebracht. 10 *Detachering:* de situatie dat onderwijspersoneel op eigen verzoek of met zijn instemming voor bepaalde tijd wordt belast met werkzaamheden bij een ander bevoegd gezag of buiten het onderwijs. @@ -82,7 +82,7 @@ Het bestuur van de Stichting Participatiefonds voor het Onderwijs besluit, gelet *Ingetrokken melding:* de ontslagmelding die is gedaan, wordt ingetrokken door het bevoegd gezag. 21 *Natuurlijk verloop:* de omvang in netto-loonkosten op jaarbasis van het eindigen of beëindigen van dienstverbanden zonder dat daar een uitkering op volgt welke op grond van het BWOO dan wel de WW en de bovenwettelijke regeling door UWV wordt uitbetaald. Een en ander uitgezonderd einde vervangingsbetrekking. 22 *Netto-loonkosten:* het betreft hier de bruto loonkosten minus de eventuele brutokortingen vermeerderd met de werkgeverslasten. -23 *OALT:* Onderwijs in Allochtone Levende Talen zoals bedoeld in de voormalige Afdeling 11 van de WPO (die kwam te vervallen per 1 augustus 2004). +23 *OALT:* Onderwijs in Allochtone Levende Talen zoals bedoeld in de voormalige Afdeling 11 van de WPO (die kwam te vervallen per 1 augustus 2004). 24 *Onderwijsassistent in opleiding:* de functie als bedoeld in artikel 3.27 en 4.26 CAO-PO. 25 *Onderwijspersoneel:* directieleden, leraren en onderwijsondersteunend personeel in dienstbetrekking bij het bevoegd gezag als hierboven bedoeld en leden van het bestuur van die scholen die zijn benoemd door een raad van toezicht als bedoeld in artikel 17c, derde lid, WPO, voor zover die leden mede zijn benoemd op basis van een arbeidsovereenkomst of een akte van aanstelling. 26 *Ontslag:* beëindiging van een dienstverband voor onbepaalde tijd. Het eindigen of de beëindiging van een dienstverband voor bepaalde tijd, of een tijdelijke uitbreiding van een (vast) dienstverband, wordt ongeacht de reden met ontslag gelijkgesteld. @@ -103,10 +103,10 @@ In beide situaties behoeft geen melding bij het Participatiefonds te worden geda 28 *Participatiefonds:* de rechtspersoon als bedoeld in artikel 184, eerste lid van de WPO. 29 *Projectformatie:* additionele gelden als bedoeld in de artikelen 3.4 en 4.4 beiden aanhef en onder d van de CAO-PO. 30 *Samenwerkingsverband:* - *bkb-Samenwerkingsverband*: een bestuurlijke krachtenbundeling tussen zelfstandige bevoegde gezagsorganen zoals bedoeld in de beleidsregel van OC en W van 4 april 1997, kenmerk PO/PJ-97008394, Uitleg nummer 11, 16 april 1997 en 12 april 2002, kenmerk PO/KB-2002/14416, Uitleg nummer 11, 24 april 2002. + *bkb-Samenwerkingsverband*: een bestuurlijke krachtenbundeling tussen zelfstandige bevoegde gezagsorganen zoals bedoeld in de beleidsregel van OC en W van 4 april 1997, kenmerk PO/PJ-97008394, Uitleg nummer 11, 16 april 1997 en 12 april 2002, kenmerk PO/KB-2002/14416, Uitleg nummer 11, 24 april 2002. *wpo-Samenwerkingsverband:* een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 18 WPO. -31 *Schooljaar:* een schooljaar loopt van 1 augustus tot en met 31 juli van het opvolgende kalenderjaar. +31 *Schooljaar:* een schooljaar loopt van 1 augustus tot en met 31 juli van het opvolgende kalenderjaar. 32 *Schoolsoort:* het basisonderwijs en de scholen voor speciaal basisonderwijs als bedoeld in de WPO. 33 *Schoonmaakpersoneel:* personeel waarvan in de functieomschrijving is opgenomen het schoonmaken en schoonhouden van de binnenzijde van het schoolgebouw en waarvoor de bekostiging is genormeerd in de materiële vergoeding. 34 *Uitvoeringsorganisatie Participatiefonds:* door het bestuur van het Participatiefonds aangewezen organisatie voor de uitvoering van de instroomtoets. @@ -162,7 +162,7 @@ Het bevoegd gezag is verplicht, op de wijze zoals bepaald in de bestuursvoorschr De kosten van werkloosheidsuitkeringen, suppleties inzake arbeidsongeschiktheid alsmede uitkeringen wegens ziekte en arbeidsongeschiktheid van gewezen personeel anders dan op grond van de Ziektewet, worden conform artikel 138, derde lid van de WPO door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap in mindering gebracht op de door het bevoegd gezag verkregen vergoeding van de uitgaven voor het personeel, tenzij het Participatiefonds instemt met het verzoek de uitkeringskosten ten laste van dit fonds te laten komen. Dit vergoedingsverzoek wordt aan de hand van een door het bevoegd gezag ingediende melding beoordeeld. 3.2 **Melden** -Van elk ontslag per of na 1 augustus 2012 wordt bij de Uitvoeringsorganisatie Participatiefonds melding gedaan. De melding wordt in ieder geval gedaan binnen 4 weken na de datum van beëindiging van het dienstverband. De beoordeling van het vergoedingsverzoek geschiedt door middel van een toetsing van deze melding. +Van elk ontslag per of na 1 augustus 2012 wordt bij de Uitvoeringsorganisatie Participatiefonds melding gedaan. De melding wordt in ieder geval gedaan binnen 4 weken na de datum van beëindiging van het dienstverband. De beoordeling van het vergoedingsverzoek geschiedt door middel van een toetsing van deze melding. 3.3 **Rappel** Indien de melding het Participatiefonds niet heeft bereikt, rappelleert deze het bevoegd gezag éénmaal. Dit rappel geschiedt op basis van een periodieke vergelijking van de door UWV toegekende uitkeringen en de bij het Participatiefonds gemelde ontslagen. @@ -296,7 +296,7 @@ Naast de in artikel 4.4 genoemde activiteiten, onderzoekt het bestuur van een ce 5.2.3 *Bij een ontslag op grond van formatieve ontwikkelingen van personeel in vaste dienst is het van belang om te weten wat de ontwikkelingen zijn geweest van de aanstellingen van het overige personeel in vaste en/of tijdelijke dienst. Hiervoor zijn vijf vragen opgesteld. Indien het antwoord op een of meer van deze vragen ‘ja’ is, dient onderbouwd te worden waarom betrokkene niet voor deze functie in aanmerking kwam. Dit antwoord op de betreffende vragen dient onderbouwd te worden met behulp van artikel 8, dat wil zeggen, de onderdelen van artikel 8 die van toepassing zijn, toegespitst op deze situatie.* 5.2.4 *Bij een ontslag op grond van kwalitatieve fricties van personeel in vaste dienst is het van belang om te weten wat de ontwikkelingen zijn geweest van de aanstellingen van het overige personeel in vaste en/of tijdelijke dienst. Hiervoor zijn vijf vragen opgesteld. Indien het antwoord op een of meer van deze vragen ‘ja’ is, dient onderbouwd te worden waarom betrokkene niet voor deze functie in aanmerking kwam. Dit antwoord op de betreffende vragen dient bij de onderbouwing van artikel 8 ook aan de orde te komen. Indien de bijgevoegde bescheiden wel aantonen waarom het personeel in tijdelijke dienst gehandhaafd moet blijven, maar niet waarom juist deze personeelsleden uit vaste dienst ontslagen moeten worden, wordt het ontslag van deze vaste personeelsleden tevens getoetst op grond van artikel 7, 7a of 7b.* -5.1 Het bevoegd gezag verstrekt bij de ontslagen per of na 1 augustus 2012 informatie over de personele bezetting, als het ontslag op grond van artikel 7, 7a, 7b, 8 of 11 gemeld wordt. +5.1 Het bevoegd gezag verstrekt bij de ontslagen per of na 1 augustus 2012 informatie over de personele bezetting, als het ontslag op grond van artikel 7, 7a, 7b, 8 of 11 gemeld wordt. 5.2 De te overleggen informatie onderbouwt de reden dat juist voor deze persoon (personen) het vergoedingsverzoek is ingediend, in de volgende situaties: 5.2.1 **Beëindiging tijdelijk dienstverband op grond van de formatieve ontwikkelingen** @@ -394,7 +394,7 @@ b. *Een bevoegd gezag wordt in het eerste jaar geconfronteerd met een daling, ma *Dit betekent dat bij een ontslag van een personeelslid van een speciale school voor het basisonderwijs die participeert in meer dan één samenwerkingsverband, de bedoelde passage van alle samenwerkingsverbanden dient te worden overgelegd. (zie art. 18 lid 8 WPO)* 7.7 Toetsingsdatum -*Bij een ontslag per andere datum dan 1 augustus of laatste schooldag past het bevoegd gezag zijn melding aan, aan deze andere datum en richt de melding verder in overeenkomstig de wijze als in artikel 7 beschreven, maar nu met als uitgangspunt deze andere datum. * +*Bij een ontslag per andere datum dan 1 augustus of laatste schooldag past het bevoegd gezag zijn melding aan, aan deze andere datum en richt de melding verder in overeenkomstig de wijze als in artikel 7 beschreven, maar nu met als uitgangspunt deze andere datum. * 7.1 **Ontslaggrond** @@ -415,9 +415,9 @@ Bij de beëindiging van een tijdelijk dienstverband verstrekt het bevoegd gezag, Ter beoordeling van een in het eerste lid bedoelde ontslag wordt een vergelijking van de rijksbekostiging en financiële bijdragen van derden gemaakt. In deze vergelijking wordt de totale rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden direct voorafgaand aan het ontslag vergeleken met de totale rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van het ontslag. Het budget voor personeels- en arbeidsmarktbeleid wordt voor 65% in de vergelijking betrokken. Dit betekent dat bij de berekening van de rijksbekostiging wordt uitgegaan van 65% inzet van het budget voor de bekostiging van personeel. -Vanaf 1 augustus 2012 vervalt de Regeling versterking cultuureducatie 2011–2012 en worden de met cultuureducatie gemoeide middelen toegevoegd aan de Regeling prestatiebox primair onderwijs. Aangezien de Regeling prestatiebox primair onderwijs, anders dan de Regeling versterking cultuureducatie 2011–2012, wél onderdeel uitmaakt van de vergelijking, zullen de met de Regeling versterking cultuureducatie gemoeide middelen eenmalig eveneens in de vergelijking per 1 augustus 2012 worden betrokken. +Vanaf 1 augustus 2012 vervalt de Regeling versterking cultuureducatie 2011–2012 en worden de met cultuureducatie gemoeide middelen toegevoegd aan de Regeling prestatiebox primair onderwijs. Aangezien de Regeling prestatiebox primair onderwijs, anders dan de Regeling versterking cultuureducatie 2011–2012, wél onderdeel uitmaakt van de vergelijking, zullen de met de Regeling versterking cultuureducatie gemoeide middelen eenmalig eveneens in de vergelijking per 1 augustus 2012 worden betrokken. -Bij ontslagen per 1 augustus 2012 wegens opheffing van de betrekking, worden de middelen van de Regeling prestatiebox primair onderwijs niet volledig, maar slechts voor 65% bij de bekostigingsvergelijking meegeteld. +Bij ontslagen per 1 augustus 2012 wegens opheffing van de betrekking, worden de middelen van de Regeling prestatiebox primair onderwijs niet volledig, maar slechts voor 65% bij de bekostigingsvergelijking meegeteld. Het niveau van de vergelijking van de rijksbekostiging personeel en financiële bijdragen van derden is afhankelijk van één van de onderstaande situaties: @@ -435,7 +435,7 @@ Het ontslag wordt getoetst op het niveau van de centrale dienst indien er sprake Indien er sprake is van uitgesteld ontslag, wordt het ontslag getoetst op bestuursniveau over drie schooljaren. In de vergelijking wordt de rijksbekostiging personeel en financiële bijdragen van derden zoals beschreven in artikel 7.2 in de schooljaren 2010–2011 en 2011–2012 vergeleken. Daarna volgt een vergelijking van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden tot de datum van het ontslag ten opzichte van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van het ontslag. -De ontslagruimte per 1 augustus 2011 wordt opgeteld bij de ontslagruimte, of in mindering gebracht op de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van het ontslag. Tevens wordt bij de beoordeling bekeken of betrokkene op andere middelen dan begrepen in de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zoals is beschreven in artikel 7.2 in dienst is gehouden. +De ontslagruimte per 1 augustus 2011 wordt opgeteld bij de ontslagruimte, of in mindering gebracht op de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van het ontslag. Tevens wordt bij de beoordeling bekeken of betrokkene op andere middelen dan begrepen in de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zoals is beschreven in artikel 7.2 in dienst is gehouden. 7.4 **Natuurlijk verloop en andere ontslagen** Ten gevolge van natuurlijk verloop en andere ontslagen komen rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden beschikbaar. Om deze reden wordt de omvang van het natuurlijk verloop en de andere ontslagen in een periode van zes maanden voorafgaand aan en per de datum van het gemelde ontslag in de vergelijking betrokken. @@ -457,7 +457,7 @@ d in geval van uitgesteld ontslag toont het bevoegd gezag tevens aan dat betrokk e in geval van uitgesteld ontslag, een gespecificeerde opgave in nettoloonkosten van de omvang van het natuurlijk verloop en andere ontslagen in de periode vanaf 1 februari 2011 tot aan de datum van het gemelde ontslag. 7.7 **Toetsingsdatum** -Ontslag op grond van artikel 7 per of na de laatste schooldag van een schooljaar wordt getoetst als zijnde een ontslag per 1 augustus van het volgend schooljaar. Een ontslag op grond van artikel 7 per een andere datum voorafgaand aan de laatste schooldag van een schooljaar wordt per deze andere datum getoetst. +Ontslag op grond van artikel 7 per of na de laatste schooldag van een schooljaar wordt getoetst als zijnde een ontslag per 1 augustus van het volgend schooljaar. Een ontslag op grond van artikel 7 per een andere datum voorafgaand aan de laatste schooldag van een schooljaar wordt per deze andere datum getoetst. 7.8 **Inspanningsverplichting** Bij een ontslag op grond van artikel 7 dient het bevoegd gezag te voldoen aan de inspanningsverplichting, artikel 4, categorie IV. @@ -543,9 +543,9 @@ Toewijzing van het vergoedingsverzoek op basis van de in dit artikel genoemde on Ter beoordeling van een in het eerste lid bedoelde ontslag uit een tijdelijk dienstverband wordt een vergelijking van de rijksbekostiging personeel en financiële middelen van derden gemaakt. In deze vergelijking wordt de totale bekostiging van personeel direct voorafgaand aan het ontslag vergeleken met de totale bekostiging van personeel per de datum van het ontslag. Het budget voor personeels- en arbeidsmarktbeleid wordt voor 65% in de vergelijking betrokken. Dit betekent dat bij de berekening van de rijksbekostiging personeel en financiële middelen van derden wordt uitgegaan van 65% inzet van het budget voor de bekostiging van personeel. -Vanaf 1 augustus 2012 vervalt de Regeling versterking cultuureducatie 2011–2012 en worden de met cultuureducatie gemoeide middelen toegevoegd aan de Regeling prestatiebox primair onderwijs. Aangezien de Regeling prestatiebox primair onderwijs, anders dan de Regeling versterking cultuureducatie 2011–2012, wél onderdeel uitmaakt van de vergelijking, zullen de met de Regeling versterking cultuureducatie gemoeide middelen eenmalig eveneens in de vergelijking per 1 augustus 2012 worden betrokken. +Vanaf 1 augustus 2012 vervalt de Regeling versterking cultuureducatie 2011–2012 en worden de met cultuureducatie gemoeide middelen toegevoegd aan de Regeling prestatiebox primair onderwijs. Aangezien de Regeling prestatiebox primair onderwijs, anders dan de Regeling versterking cultuureducatie 2011–2012, wél onderdeel uitmaakt van de vergelijking, zullen de met de Regeling versterking cultuureducatie gemoeide middelen eenmalig eveneens in de vergelijking per 1 augustus 2012 worden betrokken. -Bij ontslagen per 1 augustus 2012 wegens opheffing van de betrekking, worden de middelen van de Regeling prestatiebox primair onderwijs niet volledig, maar slechts voor 65% bij de bekostigingsvergelijking meegeteld. +Bij ontslagen per 1 augustus 2012 wegens opheffing van de betrekking, worden de middelen van de Regeling prestatiebox primair onderwijs niet volledig, maar slechts voor 65% bij de bekostigingsvergelijking meegeteld. Het niveau van de vergelijking van de rijksbekostiging personeel en financiële middelen van derden is afhankelijk van één van de onderstaande situaties: @@ -563,7 +563,7 @@ Het ontslag uit een tijdelijk dienstverband wordt getoetst op het niveau van de Het bevoegd gezag overlegt een afschrift van de passage van het zorgplan als bedoeld in artikel 19, lid 2, onder b van de WPO over de inzet van de bekostiging van de zorgvoorzieningen in de periode tot en per de datum van het ontslag. 7a.3.5 **Toetsingsdatum** -Ontslag op grond van artikel 7A per of na de laatste schooldag van een schooljaar wordt getoetst als zijnde een ontslag per 1 augustus van het volgend schooljaar. Een ontslag op grond van artikel 7A per een andere datum voorafgaand aan de laatste schooldag van een schooljaar wordt per deze andere datum getoetst. +Ontslag op grond van artikel 7A per of na de laatste schooldag van een schooljaar wordt getoetst als zijnde een ontslag per 1 augustus van het volgend schooljaar. Een ontslag op grond van artikel 7A per een andere datum voorafgaand aan de laatste schooldag van een schooljaar wordt per deze andere datum getoetst. 7a.4 **Inspanningsverplichting** Bij een ontslag op grond van artikel 7A dient het bevoegd gezag te voldoen aan de inspanningsverplichting, artikel 4, categorie IV. Hieronder volgen de eisen die het Participatiefonds in dit kader aan een ontslag op grond van artikel 7A, stelt: @@ -593,7 +593,7 @@ Bij een ontslag op grond van artikel 7A dient het bevoegd gezag te voldoen aan d *Dit betekent dat bij een ontslag van een personeelslid van een speciale school voor het basisonderwijs die participeert in meer dan één samenwerkingsverband, de bedoelde passage van alle samenwerkingsverbanden dient te worden overgelegd.* 7B.4 Toetsingsdatum -*Bij een ontslag per andere datum dan 1 augustus of laatste schooldag past het bevoegd gezag zijn melding aan, aan deze andere datum en richt de melding verder in overeenkomstig de wijze als in artikel 7B beschreven, maar nu met als uitgangspunt deze andere datum. * +*Bij een ontslag per andere datum dan 1 augustus of laatste schooldag past het bevoegd gezag zijn melding aan, aan deze andere datum en richt de melding verder in overeenkomstig de wijze als in artikel 7B beschreven, maar nu met als uitgangspunt deze andere datum. * 7b.1 **Ontslaggrond** @@ -616,7 +616,7 @@ Toewijzing van het vergoedingsverzoek op basis van de in dit artikel genoemde on 7b.3 **Vervallen** 7b.4 **Toetsingsdatum** -Ontslag op grond van artikel 7B per of na de laatste schooldag van een schooljaar wordt getoetst als zijnde een ontslag per 1 augustus van het volgend schooljaar. Een ontslag op grond van artikel 7B per een andere datum voorafgaand aan de laatste schooldag van een schooljaar wordt per deze andere datum getoetst. +Ontslag op grond van artikel 7B per of na de laatste schooldag van een schooljaar wordt getoetst als zijnde een ontslag per 1 augustus van het volgend schooljaar. Een ontslag op grond van artikel 7B per een andere datum voorafgaand aan de laatste schooldag van een schooljaar wordt per deze andere datum getoetst. 7b.5 **Inspanningsverplichting** Bij een ontslag op grond van artikel 7B dient het bevoegd gezag te voldoen aan de inspanningsverplichting, artikel 4, categorie IV. Hieronder volgen de eisen die het Participatiefonds in dit kader aan een ontslag op grond van artikel 7B, stelt @@ -704,7 +704,7 @@ b een gespecificeerde opgave van de omvang in geld van het natuurlijk verloop en c een afschrift van de passage van het zorgplan over de inzet van de zorgformatie, als bedoeld in artikel 19, lid 2, onder b, WPO, voor het schooljaar tot aan het ontslag en voor het schooljaar erna. 8.5 **Toetsingsdatum** -Ontslag op grond van artikel 8 per of na de laatste schooldag van een schooljaar wordt getoetst als zijnde een ontslag per 1 augustus van het volgend schooljaar. Een ontslag op grond van artikel 8 per een andere datum voorafgaand aan de laatste schooldag van een schooljaar wordt per deze andere datum getoetst. +Ontslag op grond van artikel 8 per of na de laatste schooldag van een schooljaar wordt getoetst als zijnde een ontslag per 1 augustus van het volgend schooljaar. Een ontslag op grond van artikel 8 per een andere datum voorafgaand aan de laatste schooldag van een schooljaar wordt per deze andere datum getoetst. 8.6 **Inspanningsverplichting** Bij een ontslag op grond van artikel 8 dient het bevoegd gezag te voldoen aan de inspanningsverplichting, artikel 4, categorie III en IV. @@ -744,7 +744,7 @@ e Ontslag op grond van arbeidsongeschiktheid *Wie volgens UWV 35% of meer arbeidsongeschikt is, maakt op grond van de WIA aanspraak op een WGA- of IVA-uitkering. Er bestaat geen aanspraak op een WW- of een bovenwettelijke werkloosheidsuitkering (BW). Omdat er geen uitkering ten laste van het Participatiefonds kan ontstaan, behoeven ontslagen van personeel dat blijkens de WIA-beschikking 35% of meer arbeidsongeschikt is, niet gemeld te worden in het kader van de instroomtoets.* -*Waar voorheen bij ontslag uit een vast dienstverband werd gevraagd om een afschrift van het functie-ongeschiktheidsadvies te overleggen, is die eis sinds de aanpassing van het BZA per 1 februari 2007 niet meer aan de orde. Sinds de invoering van de WIA maakt de beoordeling van functie-ongeschiktheid namelijk deel uit van de WIA-beschikking. Er kan worden volstaan met het overleggen van deze WIA-beschikking.* +*Waar voorheen bij ontslag uit een vast dienstverband werd gevraagd om een afschrift van het functie-ongeschiktheidsadvies te overleggen, is die eis sinds de aanpassing van het BZA per 1 februari 2007 niet meer aan de orde. Sinds de invoering van de WIA maakt de beoordeling van functie-ongeschiktheid namelijk deel uit van de WIA-beschikking. Er kan worden volstaan met het overleggen van deze WIA-beschikking.* *Als betrokkene of het bevoegd gezag een deskundigenoordeel aan het UWV heeft aangevraagd, moet dit door het bevoegd gezag zijn betrokken bij het onderzoek ter beoordeling van de vraag of er sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 9 sub e (arbeidsongeschiktheid en een onderzoek waaruit is gebleken dat er geen mogelijkheden zijn om betrokkene te herplaatsen).* f Sector kanton van de Rechtbank, Commissie van Beroep, sector bestuursrecht van de Rechtbank, Centrale Raad van Beroep @@ -761,7 +761,7 @@ h Andere gronden *Hiertoe overlegt het bevoegd gezag een afschrift van de beschikking van UWV Groningen of, indien de eigen wachtgelder (nog) niet daadwerkelijk een werkloosheidsuitkering geniet, de akten van aanstelling waaruit blijkt dat er sprake is van eigen wachtgeldverplichtingen.* -*Een ontslag per laatste schooldag van het jaar omdat betrokkene is aangesteld per of na 1 maart van datzelfde schooljaar, kan op grond van dit artikellid worden gemeld indien betrokkene per 1 augustus voor minimaal eenzelfde omvang wordt herbenoemd in een reguliere betrekking. Hiertoe overlegt het bevoegd gezag de akte van aanstelling na 1 maart of het ontslagbesluit per de laatste schooldag, en de akte van benoeming per 1 augustus van het volgend schooljaar. Het kan hierbij dus niet gaan om een aanstelling in een vervangingsbetrekking per 1 augustus.* +*Een ontslag per laatste schooldag van het jaar omdat betrokkene is aangesteld per of na 1 maart van datzelfde schooljaar, kan op grond van dit artikellid worden gemeld indien betrokkene per 1 augustus voor minimaal eenzelfde omvang wordt herbenoemd in een reguliere betrekking. Hiertoe overlegt het bevoegd gezag de akte van aanstelling na 1 maart of het ontslagbesluit per de laatste schooldag, en de akte van benoeming per 1 augustus van het volgend schooljaar. Het kan hierbij dus niet gaan om een aanstelling in een vervangingsbetrekking per 1 augustus.* *Onder de in dit artikellid bedoelde gronden valt niet het van rechtswege eindigen van een aanstelling. Er dient een in het reglement genoemde ontslaggrond te zijn, die aan betrokkene is medegedeeld waarom het tijdelijk dienstverband niet verlengd wordt.* j Leraar in opleiding @@ -1108,7 +1108,7 @@ Bij een ontslag op grond van artikel 9 sub l, dient het bevoegd gezag te voldoen m **Vervallen** n **Ontslag uit een in- en doorstroombaan als gevolg van beëindiging van de subsidie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Besluit in- en doorstroombanen (Stb. 1999, 591 ) ** -Nadat eerst het Besluit in- en doorstroombanen per 1 januari 2003 is gewijzigd is het per 1 januari 2004 geheel vervallen. Sindsdien krijgen Gemeenten in het kader van de Wet Werk en Bijstand (WWB) een budget en daarmee de ruimte om een eigen afweging te maken over het aantal te subsidiëren banen. Een ontslag uit een in- en doorstroombaan (ID-baan) dat wordt veroorzaakt door beëindiging van de subsidie door de gemeente kan op grond van artikel 9 sub n worden gemeld. +Nadat eerst het Besluit in- en doorstroombanen per 1 januari 2003 is gewijzigd is het per 1 januari 2004 geheel vervallen. Sindsdien krijgen Gemeenten in het kader van de Wet Werk en Bijstand (WWB) een budget en daarmee de ruimte om een eigen afweging te maken over het aantal te subsidiëren banen. Een ontslag uit een in- en doorstroombaan (ID-baan) dat wordt veroorzaakt door beëindiging van de subsidie door de gemeente kan op grond van artikel 9 sub n worden gemeld. Toewijzing van het vergoedingsverzoek op basis van de in dit artikel genoemde ontslaggrond doet zich voor indien het bevoegd gezag aantoont dat er sprake is van ontslag als hierboven bedoeld. Het betreft uitsluitend een werknemer die in het kader van het Besluit ID-banen is aangesteld. @@ -1229,7 +1229,7 @@ Dit artikel is ook van toepassing op het ontslag van personeel bij een Centrale 11.3 Ontslagmoment -*Indien het ontslag op een andere datum dan 1 januari of 1 augustus wordt geëffectueerd, geeft het bevoegd gezag aan welke daling aan het ontslag ten grondslag ligt en waarom betrokkene niet langer in dienst gehouden kan worden. * +*Indien het ontslag op een andere datum dan 1 januari of 1 augustus wordt geëffectueerd, geeft het bevoegd gezag aan welke daling aan het ontslag ten grondslag ligt en waarom betrokkene niet langer in dienst gehouden kan worden. * 11.1 **Ontslaggrond** @@ -1248,35 +1248,35 @@ In plaats van bovengenoemd afschrift van het ontslagbesluit waarin de reden voor Bij de beëindiging van een tijdelijk dienstverband verstrekt het bevoegd gezag, wanneer er geen ontslagbesluit wordt opgemaakt, een afschrift van de akte van benoeming en een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor de beëindiging, zoals genoemd in artikel 11, aan betrokkene is kenbaar gemaakt. 11.2 **Toetsingsmoment** -Omdat de materiële instandhouding op basis van kalenderjaar wordt toegekend, wordt de vergoeding per 31 december vergeleken met de vergoeding per 1 januari opvolgend. +Omdat de materiële instandhouding op basis van kalenderjaar wordt toegekend, wordt de vergoeding per 31 december vergeleken met de vergoeding per 1 januari opvolgend. 11.3 **Ontslagmoment** Het ontslag van schoonmaakpersoneel wordt vaak met ingang van een volgend schooljaar geëffectueerd. Er bestaan derhalve drie mogelijkheden: -I het ontslag wordt geëffectueerd per 1 augustus volgend op de daling; -II het ontslag wordt geëffectueerd per 1 augustus voorafgaand aan een verwachte daling, *of* -III het ontslag wordt geëffectueerd per 1 januari, op het moment van de daling van de vergoeding. -11.4.1 **Ontslag per 1 augustus volgend op de daling** +I het ontslag wordt geëffectueerd per 1 augustus volgend op de daling; +II het ontslag wordt geëffectueerd per 1 augustus voorafgaand aan een verwachte daling, *of* +III het ontslag wordt geëffectueerd per 1 januari, op het moment van de daling van de vergoeding. +11.4.1 **Ontslag per 1 augustus volgend op de daling** -Indien het ontslag geëffectueerd wordt per 1 augustus 2012 volgend op de daling wordt de materiële instandhouding over de jaren 2011 en 2012 vergeleken. Toewijzing van het vergoedingsverzoek doet zich voor indien de daling in de vergoeding per 1 januari 2012 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2011, inclusief andere ontslagen en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het gemelde ontslag. -11.4.2 **Ontslag per 1 augustus voorafgaand aan een verwachte daling** +Indien het ontslag geëffectueerd wordt per 1 augustus 2012 volgend op de daling wordt de materiële instandhouding over de jaren 2011 en 2012 vergeleken. Toewijzing van het vergoedingsverzoek doet zich voor indien de daling in de vergoeding per 1 januari 2012 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2011, inclusief andere ontslagen en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het gemelde ontslag. +11.4.2 **Ontslag per 1 augustus voorafgaand aan een verwachte daling** -Indien het ontslag geëffectueerd wordt per 1 augustus 2012 voorafgaand aan een verwachte daling wordt de materiële instandhouding over de jaren 2012 en 2013 vergeleken. Toewijzing van het vergoedingsverzoek doet zich voor indien de daling in de vergoeding per 1 januari 2013 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2012 inclusief andere ontslagen en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het gemelde ontslag. -11.4.3 **Ontslag per 1 januari, op het moment van de daling** +Indien het ontslag geëffectueerd wordt per 1 augustus 2012 voorafgaand aan een verwachte daling wordt de materiële instandhouding over de jaren 2012 en 2013 vergeleken. Toewijzing van het vergoedingsverzoek doet zich voor indien de daling in de vergoeding per 1 januari 2013 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2012 inclusief andere ontslagen en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het gemelde ontslag. +11.4.3 **Ontslag per 1 januari, op het moment van de daling** -Indien het ontslag geëffectueerd wordt per 1 januari 2012 het moment van de daling, wordt de materiële instandhouding over de jaren 2012 en 2013 vergeleken. Toewijzing van het vergoedingsverzoek doet zich voor indien de daling in de vergoeding per 1 januari 2013 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2012, inclusief andere ontslagen en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het gemelde ontslag. +Indien het ontslag geëffectueerd wordt per 1 januari 2012 het moment van de daling, wordt de materiële instandhouding over de jaren 2012 en 2013 vergeleken. Toewijzing van het vergoedingsverzoek doet zich voor indien de daling in de vergoeding per 1 januari 2013 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2012, inclusief andere ontslagen en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het gemelde ontslag. 11.5.1 **Natuurlijk verloop en andere ontslagen** Als gevolg van natuurlijk verloop en andere ontslagen komt budget beschikbaar. Bij de toetsing van een onder artikel 11.3 onder I bedoeld ontslag wordt daarom de omvang van het natuurlijk verloop en de andere ontslagen in een periode vanaf 1 juli 2011 tot en met de datum van het ontslag betrokken. -11.5.2 Bij de toetsing van een onder artikel 11.3 onder II bedoeld ontslag wordt de verwachte omvang van het natuurlijk verloop en de andere ontslagen in een periode vanaf 1 februari 2012 tot en met 1 januari 2013 betrokken. -11.5.3 Bij de toetsing van een onder artikel 11.3 onder III bedoeld ontslag wordt de verwachte omvang van het natuurlijk verloop en andere ontslagen in een periode vanaf 1 juli 2012 tot en met 1 januari 2013 betrokken. Indien er sprake is van een daling in het budget wordt de omvang van het natuurlijk verloop en de andere ontslagen op deze daling in mindering gebracht. In het geval dat er sprake is van een stijging in het budget wordt de omvang van het natuurlijk verloop en de andere ontslagen bij deze stijging opgeteld. +11.5.2 Bij de toetsing van een onder artikel 11.3 onder II bedoeld ontslag wordt de verwachte omvang van het natuurlijk verloop en de andere ontslagen in een periode vanaf 1 februari 2012 tot en met 1 januari 2013 betrokken. +11.5.3 Bij de toetsing van een onder artikel 11.3 onder III bedoeld ontslag wordt de verwachte omvang van het natuurlijk verloop en andere ontslagen in een periode vanaf 1 juli 2012 tot en met 1 januari 2013 betrokken. Indien er sprake is van een daling in het budget wordt de omvang van het natuurlijk verloop en de andere ontslagen op deze daling in mindering gebracht. In het geval dat er sprake is van een stijging in het budget wordt de omvang van het natuurlijk verloop en de andere ontslagen bij deze stijging opgeteld. 11.6 **Benodigde gegevens** Ter beoordeling van een ontslag als bedoeld in het eerste lid, overlegt het bevoegd gezag afhankelijk van de onder artikel 11.3 genoemde mogelijkheden: a een opgave van de materiële instandhouding over de jaren 2011 en 2012 en een gespecificeerde opgave in netto-loonkosten van de omvang van het natuurlijk verloop en de andere ontslagen in een periode vanaf 1 juli 2011 tot en met de datum van het ontslag; of -b een opgave van de materiële instandhouding over de jaren 2012 en 2013 en een gespecificeerde opgave van de verwachte omvang van het natuurlijk verloop en de andere ontslagen in een periode van 1 februari 2012 tot en met 1 januari 2013; of -c een opgave van de materiële instandhouding over de jaren 2011 en 2012 en een gespecificeerde opgave van de verwachte omvang van het natuurlijk verloop en de andere ontslagen in een periode van 1 juli 2012 tot en met 1 januari 2013; +b een opgave van de materiële instandhouding over de jaren 2012 en 2013 en een gespecificeerde opgave van de verwachte omvang van het natuurlijk verloop en de andere ontslagen in een periode van 1 februari 2012 tot en met 1 januari 2013; of +c een opgave van de materiële instandhouding over de jaren 2011 en 2012 en een gespecificeerde opgave van de verwachte omvang van het natuurlijk verloop en de andere ontslagen in een periode van 1 juli 2012 tot en met 1 januari 2013; d bij meerdere ontslagen uit vaste dienst een opgave van de onderlinge volgorde van de ontslagen, of bij meerdere beëindiging van tijdelijke dienstverbanden de door het bevoegd gezag vastgestelde onderlinge ontslagvolgorde. 11.7 **Inspanningsverplichting** @@ -1406,7 +1406,7 @@ Dit reglement kan worden aangehaald als het ‘Reglement Participatiefonds voor #### 32. Inwerkingtreding -Dit reglement treedt in werking op 1 februari 2012 en heeft betrekking op niet voortgezette en beëindigde dienstverbanden die zijn of worden geëffectueerd in de periode van 1 augustus 2012 tot en met 31 juli 2013. Voor genoemde niet voortgezette en beëindigde dienstverbanden is dit reglement voor onbepaalde tijd van kracht. +Dit reglement treedt in werking op 1 februari 2012 en heeft betrekking op niet voortgezette en beëindigde dienstverbanden die zijn of worden geëffectueerd in de periode van 1 augustus 2012 tot en met 31 juli 2013. Voor genoemde niet voortgezette en beëindigde dienstverbanden is dit reglement voor onbepaalde tijd van kracht. #### 33. Bekendmaking