From beaf191cc222fe424acc9fa37a1e7ed497e86110 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Thu, 1 Jul 2010 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2010-07-01 | BWBR0001903 | Wetboek van Strafvordering --- .../BWBR0001903/README.md | 114 ++++++++++++------ 1 file changed, 80 insertions(+), 34 deletions(-) diff --git a/wet/wetboek-van-strafvordering/BWBR0001903/README.md b/wet/wetboek-van-strafvordering/BWBR0001903/README.md index b710f6265ed..156ac5826b3 100644 --- a/wet/wetboek-van-strafvordering/BWBR0001903/README.md +++ b/wet/wetboek-van-strafvordering/BWBR0001903/README.md @@ -474,11 +474,11 @@ Als raadslieden worden slechts toegelaten in Nederland ingeschreven advocaten. E ### Artikel 40 -**1.** Het bureau rechtsbijstandvoorziening kan ingeschreven advocaten die zich daartoe bereid hebben verklaard, aanwijzen voor het beurtelings verlenen van rechtsbijstand aan in verzekering gestelde verdachten. +**1.** Het bestuur van de raad voor rechtsbijstand kan ingeschreven advocaten die zich daartoe bereid hebben verklaard, aanwijzen voor het beurtelings verlenen van rechtsbijstand aan in verzekering gestelde verdachten. **2.** Is een krachtens het voorgaande lid aangewezen advocaat beschikbaar voor het verlenen van rechtsbijstand aan een in verzekering gestelde verdachte, dan treedt hij, voor de duur van de inverzekeringstelling, als diens raadsman op. De officier van justitie of een hulpofficier licht de advocaat onverwijld omtrent de inverzekeringstelling in. -**3.** In gevallen waarin geen advocaat beschikbaar is voor het verlenen van rechtsbijstand op de voet van het bepaalde in de voorgaande leden, brengt de officier van justitie of de hulpofficier dit onverwijld ter kennis van de voorzitter van de rechtbank. Deze geeft een last aan het bureau rechtsbijstandvoorziening dat voor de duur van de inverzekeringstelling een raadsman aan de verdachte toevoegt. +**3.** In gevallen waarin geen advocaat beschikbaar is voor het verlenen van rechtsbijstand op de voet van het bepaalde in de voorgaande leden, brengt de officier van justitie of de hulpofficier dit onverwijld ter kennis van de voorzitter van de rechtbank. Deze geeft een last aan het bestuur van de raad voor rechtsbijstand dat voor de duur van de inverzekeringstelling een raadsman aan de verdachte toevoegt. **4.** De in dit artikel bedoelde aanwijzingen en kennisgevingen geschieden overeenkomstig door de Minister van Justitie vast te stellen bepalingen. @@ -490,7 +490,7 @@ Als raadslieden worden slechts toegelaten in Nederland ingeschreven advocaten. E **1.** -Aan de verdachte die geen raadsman heeft, wordt door het bureau rechtsbijstandvoorziening een raadsman toegevoegd; +Aan de verdachte die geen raadsman heeft, wordt door het bestuur van de raad voor rechtsbijstand een raadsman toegevoegd; a. wanneer zijn bewaring of gevangenneming is bevolen, dan wel, indien de verdachte niet in verzekering was gesteld, wanneer zijn bewaring of gevangenneming is gevorderd, op ambtshalve last van de voorzitter van de rechtbank; b. wanneer hoger beroep is ingesteld tegen het eindvonnis in eerste aanleg en het een zaak betreft waarin zijn voorlopige hechtenis is bevolen, op ambtshalve last van de voorzitter van het gerechtshof. @@ -499,11 +499,11 @@ b. wanneer hoger beroep is ingesteld tegen het eindvonnis in eerste aanleg en he ### Artikel 42 -**1.** Op verzoek van de verdachte wordt hem door het bureau rechtsbijstandvoorziening een raadsman toegevoegd, wanneer hij - anders dan krachtens een bevel tot inverzekeringstelling - rechtens van zijn vrijheid is beroofd en een vervolging tegen hem is aangevangen, tenzij hij door de duur van zijn vrijheidsberoving niet in zijn verdediging kan zijn of worden geschaad. +**1.** Op verzoek van de verdachte wordt hem door het bestuur van de raad voor rechtsbijstand een raadsman toegevoegd, wanneer hij - anders dan krachtens een bevel tot inverzekeringstelling - rechtens van zijn vrijheid is beroofd en een vervolging tegen hem is aangevangen, tenzij hij door de duur van zijn vrijheidsberoving niet in zijn verdediging kan zijn of worden geschaad. **2.** Bevoegd tot het geven van een last tot toevoeging overeenkomstig het voorgaande lid is de voorzitter van de rechtbank, dan wel van het gerechtshof, waarvoor de zaak moet dienen. -**3.** Voor zover de wet niet op andere wijze in de toevoeging voorziet, kan de raad voor rechtsbijstand, overeenkomstig het bepaalde in artikel 44 van de Wet op de rechtsbijstand, aan de verdachte op diens verzoek een raadsman toevoegen. +**3.** Voor zover de wet niet op andere wijze in de toevoeging voorziet, kan het bestuur van de raad voor rechtsbijstand, overeenkomstig het bepaalde in artikel 44 van de Wet op de rechtsbijstand, aan de verdachte op diens verzoek een raadsman toevoegen. ### Artikel 43 @@ -528,7 +528,7 @@ b. in geval van aantekening van hoger beroep of beroep in cassatie, door de grif **2.** Op verzoek van de toegevoegde raadsman of van de verdachte kan een andere raadsman worden toegevoegd. -**3.** Toevoeging van een andere raadsman geschiedt door het bureau rechtsbijstandvoorziening dat de te vervangen raadsman heeft toegevoegd. In geval de raadsman is toegevoegd op last van een rechterlijke autoriteit, geschiedt de vervanging na een daartoe strekkende last van die autoriteit. +**3.** Toevoeging van een andere raadsman geschiedt door het bestuur van de raad voor rechtsbijstand dat de te vervangen raadsman heeft toegevoegd. In geval de raadsman is toegevoegd op last van een rechterlijke autoriteit, geschiedt de vervanging na een daartoe strekkende last van die autoriteit. **4.** Blijkt van de verhindering of ontstentenis van de raadsman pas op de terechtzitting, dan geeft de voorzitter last tot toevoeging van een andere raadsman. @@ -540,7 +540,7 @@ b. in geval van aantekening van hoger beroep of beroep in cassatie, door de grif ### Artikel 47 -Van elke door het bureau rechtsbijstandvoorziening gedane toevoeging wordt onverwijld, op de wijze door de Minister van Justitie te bepalen, kennis gegeven aan het openbaar ministerie, de raadsman, de verdachte en, in geval van een gerechtelijk vooronderzoek, tevens aan de rechter-commissaris. +Van elke door het bestuur van de raad voor rechtsbijstand gedane toevoeging wordt onverwijld, op de wijze door de Minister van Justitie te bepalen, kennis gegeven aan het openbaar ministerie, de raadsman, de verdachte en, in geval van een gerechtelijk vooronderzoek, tevens aan de rechter-commissaris. ### Artikel 48 @@ -937,7 +937,7 @@ c. het bevel tot voorlopige hechtenis was gegeven terzake van verdenking van een Een bevel tot voorlopige hechtenis kan worden gegeven in geval van verdenking van: a. een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld; -b. een der misdrijven omschreven in de artikelen 132, 138a, 138b, 139c, 139d, eerste en tweede lid, 161sexies, eerste lid, onder 1°, en tweede lid,137c, tweede lid, 137d, tweede lid, 137e, tweede lid, 137g, tweede lid, 248d, 248e, 285, eerste lid, 285b, 300, eerste lid, 321, 323a, 326c, tweede lid, 350, 350a, 351, 395, 417bis en 420quater van het Wetboek van Strafrecht; +b. een der misdrijven omschreven in de artikelen 132, 138a, 138b, 139c, 139d, eerste en tweede lid, 161sexies, eerste lid, onder 1°, en tweede lid,137c, tweede lid, 137d, tweede lid, 137e, tweede lid, 137g, tweede lid, 254a, 248d, 248e, 285, eerste lid, 285b, 300, eerste lid, 321, 323a, 326c, tweede lid, 350, 350a, 351, 395, 417bis en 420quater van het Wetboek van Strafrecht; c. een der misdrijven omschreven in: artikel 122, eerste lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren; @@ -989,6 +989,8 @@ waardoor de veiligheid van de staat of de gezondheid of veiligheid van personen **3.** Een bevel tot voorlopige hechtenis blijft achterwege, wanneer ernstig rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid dat aan de verdachte in geval van veroordeling geen onvoorwaardelijke vrijheidsstraf of tot vrijheidsbeneming strekkende maatregel zal worden opgelegd, dan wel dat hij bij tenuitvoerlegging van het bevel langere tijd van zijn vrijheid beroofd zou blijven dan de duur van de straf of maatregel. +**4.** Onder onherroepelijke veroordeling als bedoeld in het tweede lid, onder 3°, wordt mede verstaan een onherroepelijke veroordeling door een strafrechter in een andere lidstaat van de Europese Unie wegens soortgelijke feiten. + ### Artikel 67b **1.** Indien tijdens de ten uitvoerlegging van de voorlopige hechtenis de officier van justitie overgaat tot vervolging of verdere vervolging ter zake van nog een ander feit dan hetwelk in het bevel tot voorlopige hechtenis is omschreven ofwel uitsluitend voor een met het in dat bevel omschreven feit samenhangend feit en voor dit andere feit voorlopige hechtenis kan worden bevolen kan hij bij de vordering tot gevangenhouding of de verlenging daarvan vorderen dat de voorlopige hechtenis mede onderscheidenlijk alleen voor dat andere feit wordt bevolen. @@ -3317,23 +3319,55 @@ Wanneer de officier van justitie kennis heeft gekregen van een strafbaar feit me ### Artikel 151e -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** In geval van een misdrijf waarbij uit aanwijzingen blijkt dat besmetting van een slachtoffer met een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen ernstige ziekte kan hebben plaatsgevonden, kan de officier van justitie aan de verdachte verzoeken celmateriaal af te staan ten behoeve van een onderzoek dat tot doel heeft vast te stellen of hij drager is van een dergelijke ziekte. De officier van justitie kan dit verzoek tevens richten aan een ander dan de verdachte, indien uit zodanige aanwijzingen blijkt dat besmetting door misdrijf met behulp van het celmateriaal van die ander is overgebracht op een slachtoffer. De verdachte en de derde tot wie de officier van justitie zich heeft gericht, kunnen van hun instemming met het verzoek om mee te werken aan het afnemen van celmateriaal alleen schriftelijk doen blijken. + +**2.** Indien degene aan wie het verzoek is gericht, medewerking weigert, kan de officier van justitie in het belang van het onderzoek bevelen dat van hem celmateriaal wordt afgenomen ten behoeve van een onderzoek als bedoeld in het eerste lid. Het bevel kan slechts worden gegeven na schriftelijke machtiging van de rechter-commissaris op vordering van de officier van justitie. + +**3.** Het onderzoek, bedoeld in het eerste of tweede lid, wordt uitgevoerd door afname van een hoeveelheid bloed door een arts of een verpleegkundige, tenzij aannemelijk is dat afname van bloed om bijzondere geneeskundige redenen onwenselijk is. In dat geval wordt ander celmateriaal, dat geschikt is voor het onderzoek, afgenomen. + +**4.** Door een arts of een verpleegkundige wordt zoveel celmateriaal afgenomen als voor het onderzoek, bedoeld in het eerste of tweede lid, noodzakelijk is. Zo nodig wordt het bevel, bedoeld in het tweede lid, met behulp van de sterke arm ten uitvoer gelegd. + +**5.** De officier van justitie kan opdracht geven aan celmateriaal dat is aangetroffen ter zake van een misdrijf als bedoeld in het eerste lid, een onderzoek als bedoeld in het eerste lid te verrichten. De officier van justitie kan, indien hij van oordeel is dat zich daarvoor zwaarwegende redenen voordoen en er sprake is van een bekende verdachte opdracht geven het onderzoek te verrichten aan ander celmateriaal dan op grond van het eerste of tweede lid is afgenomen of in de vorige volzin bedoeld is. Deze opdracht kan niet worden gegeven bij een bekende persoon die niet wordt verdacht van een misdrijf, bedoeld in het eerste lid. + +**6.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels omtrent de uitvoering van dit artikel gegeven. ### Artikel 151f -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** Het onderzoek, bedoeld in artikel 151e, eerste, tweede, en vijfde lid, wordt door de officier van justitie opgedragen aan een deskundige, verbonden aan een laboratorium, dat op grond van het vijfde lid is aangewezen. De deskundige brengt zo spoedig mogelijk een met redenen omkleed verslag van zijn onderzoek uit aan de officier van justitie. + +**2.** De officier van justitie geeft degene wiens celmateriaal is onderzocht en het slachtoffer zo spoedig mogelijk kennis van de uitslag van het onderzoek, bedoeld in artikel 151e, eerste lid. Hij doet tevens mededeling van de uitslag van het onderzoek, bedoeld in artikel 151e, vijfde lid, aan het slachtoffer, en aan de verdachte indien diens identiteit bekend is. Hij doet beide mededelingen alleen aan de betrokkene die daarom heeft verzocht. Hij wijst voorts de verdachte op de mogelijkheid van het doen verrichten van een tegenonderzoek. + +**3.** De verdachte kan binnen veertien dagen nadat hem de uitslag is medegedeeld de officier van justitie verzoeken een andere door hem aangewezen deskundige, verbonden aan een van de aangewezen laboratoria, te benoemen met de opdracht tot het verrichten van dit onderzoek. De deskundige brengt aan de officier van justitie een met redenen omkleed verslag uit. De officier van justitie doet mededeling van de uitslag aan de verdachte en aan het slachtoffer dat daarom heeft verzocht. + +**4.** In geval van toepassing van het derde lid wordt de verdachte een deel van de kosten van het tegenonderzoek, waarvan de hoogte bij algemene maatregel van bestuur wordt vastgesteld, in rekening gebracht indien dit onderzoek het in opdracht van de officier van justitie verrichte onderzoek bevestigt. + +**5.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels omtrent de uitvoering van dit artikel gegeven. ### Artikel 151g -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** Het slachtoffer van een misdrijf als bedoeld in artikel 151e, eerste lid, kan de officier van justitie verzoeken het onderzoek bedoeld in artikel 151e, eerste lid, artikel 151h, eerste lid, en artikel 151i, eerste lid, te bevelen. + +**2.** De officier van justitie doet mededeling van zijn gemotiveerde beslissing op het verzoek binnen twaalf uur nadat hij het verzoek heeft ontvangen. + +**3.** Indien de officier van justitie weigert aan het verzoek te voldoen, kan het slachtoffer het verzoek indienen bij de rechter-commissaris. ### Artikel 151h -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** Indien de uitslag van het onderzoek als bedoeld in artikel 151e, eerste lid, negatief is, kan de officier van justitie in het belang van het onderzoek na een periode van drie tot zes maanden na de eerste test opnieuw aan de verdachte verzoeken celmateriaal af te staan. Als de verdachte zijn medewerking weigert, kan het bevel tot medewerking slechts worden gegeven na schriftelijke machtiging van de rechter-commissaris op vordering van de officier van justitie. + +**2.** Indien de verdachte zijn medewerking aan dit onderzoek weigert, kan de officier van justitie zijn aanhouding bevelen. Artikel 55, tweede lid, en artikel 151e, derde en vierde lid, zijn van overeenkomstige toepassing. Zodra het monster is afgenomen, maar uiterlijk binnen zes uur na aanhouding, wordt de verdachte in vrijheid gesteld. + +**3.** Artikel 151f, tweede tot en met vierde lid, is van overeenkomstige toepassing. + +**4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels omtrent de uitvoering van dit artikel gegeven. ### Artikel 151i -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** Indien de uitslag van het in artikel 151e, eerste of vijfde lid, of artikel 151h, eerste lid, bedoelde onderzoek positief is en nadien blijkt dat het slachtoffer met dezelfde ziekte is besmet, kan de officier van justitie een deskundige, verbonden aan een ingevolge het derde lid aangewezen laboratorium, benoemen met de opdracht om het bewaarde celmateriaal te onderzoeken teneinde vast te stellen of de besmetting daadwerkelijk is overgedragen, en hem een met redenen omkleed verslag uit te brengen. + +**2.** Artikel 151f, tweede tot en met vierde lid, is van overeenkomstige toepassing. + +**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels omtrent de uitvoering van dit artikel gegeven. #### Afdeling Derde. Overige ambtenaren met de opsporing belast @@ -3540,7 +3574,15 @@ In geval ter zake van een feit waarop een gerechtelijk vooronderzoek betrekking ### Artikel 177b -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** Het slachtoffer van een misdrijf als bedoeld in artikel 151e, eerste lid, kan aan de rechter-commissaris schriftelijk verzoeken om een onderzoek als bedoeld in artikel 151e, eerste of vijfde lid, artikel 151h, eerste lid, of artikel 151i, eerste lid, nadat dit door de officier van justitie is geweigerd. + +**2.** De rechter-commissaris stelt de officier van justitie, het slachtoffer en degene ten aanzien van wie onderzoek wordt verlangd in de gelegenheid te worden gehoord. + +**3.** Het slachtoffer kan zich doen bijstaan of zich doen vertegenwoordigen door een advocaat indien deze verklaart daartoe bepaaldelijk te zijn gevolmachtigd. + +**4.** De rechter-commissaris beslist zo spoedig mogelijk; hij weigert het verzoek van het slachtoffer of wijst het toe en beveelt het onderzoek bedoeld in artikel 151e, eerste of vijfde lid, artikel 151h, eerste lid, of artikel 151i, eerste lid. + +**5.** Artikel 151f is van overeenkomstige toepassing nadat het bevel is gegeven. ### Artikel 178 @@ -4003,7 +4045,7 @@ b. de getuige te kennen heeft gegeven wegens deze bedreiging geen verklaring te In het andere geval wijst hij de vordering of het verzoek af. -**2.** De officier van justitie, de verdachte, en de getuige worden in de gelegenheid gesteld daaromtrent te worden gehoord. Aan de getuige die nog geen rechtsbijstand heeft, wordt een advocaat toegevoegd. De toevoeging geschiedt op last van de rechter-commissaris door het bureau rechtsbijstandvoorziening. +**2.** De officier van justitie, de verdachte, en de getuige worden in de gelegenheid gesteld daaromtrent te worden gehoord. Aan de getuige die nog geen rechtsbijstand heeft, wordt een advocaat toegevoegd. De toevoeging geschiedt op last van de rechter-commissaris door het bestuur van de raad voor rechtsbijstand. **3.** De rechter-commissaris gaat niet over tot het verhoor van de getuige, zolang tegen zijn beschikking nog hoger beroep openstaat en, zo dit is ingesteld, totdat het is ingetrokken of daarop is beslist, tenzij het belang van het onderzoek geen uitstel van het verhoor gedoogt. In dat geval houdt de rechter-commissaris het proces-verbaal van verhoor van de getuige onder zich totdat op het hoger beroep is beslist. @@ -4068,7 +4110,7 @@ d. de inhoud van de toezegging van de officier van justitie. ### Artikel 226h -**1.** De getuige die met de officier van justitie overlegt over het maken van een afspraak op de voet van artikel 226g, kan zich laten bijstaan door een advocaat. Aan de getuige die nog geen rechtsbijstand heeft, wordt een advocaat toegevoegd. De toevoeging geschiedt op last van de rechter-commissaris door het bureau rechtsbijstandvoorziening. +**1.** De getuige die met de officier van justitie overlegt over het maken van een afspraak op de voet van artikel 226g, kan zich laten bijstaan door een advocaat. Aan de getuige die nog geen rechtsbijstand heeft, wordt een advocaat toegevoegd. De toevoeging geschiedt op last van de rechter-commissaris door het bestuur van de raad voor rechtsbijstand. **2.** De rechter-commissaris hoort de getuige, bedoeld in artikel 226g, eerste lid, over de voorgenomen afspraak. @@ -6467,7 +6509,7 @@ Herziening van eene in kracht van gewijsde gegane einduitspraak houdende veroord ### Artikel 458 -**1.** De aanvrage tot herziening wordt bij den Hoogen Raad aangebracht door het indienen van eene vordering door den procureur-generaal of door het indienen van een verzoekschrift door een veroordeelde te wiens aanzien het arrest of vonnis in kracht van gewijsde is gegaan of door zijn raadsman. Het bureau rechtsbijstandvoorziening kan hem met overeenkomstige toepassing van artikel 42, derde lid, en artikel 43 een raadsman toevoegen. +**1.** De aanvrage tot herziening wordt bij den Hoogen Raad aangebracht door het indienen van eene vordering door den procureur-generaal of door het indienen van een verzoekschrift door een veroordeelde te wiens aanzien het arrest of vonnis in kracht van gewijsde is gegaan of door zijn raadsman. Het bestuur van de raad voor rechtsbijstand kan hem met overeenkomstige toepassing van artikel 42, derde lid, en artikel 43 een raadsman toevoegen. **2.** De aanvrage betreffende het geval vermeld in artikel 457, eerste lid, onder 3°, wordt ingediend binnen drie maanden nadat zich een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat de uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens de veroordeelde bekend is. @@ -6549,7 +6591,7 @@ Beslissingen als bedoeld in de artikelen 460, 461, 467 en 468 worden gegeven bij **1.** Bij de verwijzing kan de Hoge Raad een bevel tot gevangenhouding tegen de veroordeelde uitvaardigen. Dit bevel is geldig voor onbepaalde termijn, doch kan door het gerechtshof worden geschorst of opgeheven. In geen geval zal deze gevangenhouding langer mogen duren dan de nog niet volbrachte straftijd die de veroordeelde krachtens het gewijsde dient te ondergaan. De artikelen 62, 67, 67a, 69, 73 en 77 tot en met 86 zijn van overeenkomstige toepassing. -**2.** Indien de veroordeelde, tegen wie een bevel tot gevangenhouding als bedoeld in het eerste lid van dit artikel is uitgevaardigd, geen raadsman heeft, wordt deze hem ambtshalve door het bureau rechtsbijstandvoorziening op last van de voorzitter van het gerechtshof toegevoegd. +**2.** Indien de veroordeelde, tegen wie een bevel tot gevangenhouding als bedoeld in het eerste lid van dit artikel is uitgevaardigd, geen raadsman heeft, wordt deze hem ambtshalve door het bestuur van de raad voor rechtsbijstand op last van de voorzitter van het gerechtshof toegevoegd. **3.** Hangende de beslissing op de aanvrage tot herziening kan de Hoge Raad te allen tijde de tenuitvoerlegging van het gewijsde opschorten. @@ -6947,7 +6989,7 @@ Vervallen ### Artikel 509c -Ten spoedigste na de beslissing bedoeld in artikel 509a, geeft de voorzitter van het gerecht het bureau rechtsbijstandvoorziening last tot toevoeging van een raadsman aan de verdachte. +Ten spoedigste na de beslissing bedoeld in artikel 509a, geeft de voorzitter van het gerecht het bestuur van de raad voor rechtsbijstand last tot toevoeging van een raadsman aan de verdachte. ### Artikel 509d @@ -6993,13 +7035,13 @@ psychiater: een arts als bedoeld in artikel 90 septies van het Wetboek van Straf ### Artikel 509i -**1.** Wanneer ernstige redenen bestaan voor het vermoeden dat een ter beschikking gestelde aan wie proefverlof is verleend of wiens verpleging van overheidswege voorwaardelijk is beëindigd dan wel aan wie voorwaarden bedoeld in artikel 38, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht zijn gesteld, zich zodanig heeft gedragen, dat het proefverlof zal worden beëindigd, of de hervatting van de verpleging zal worden gelast, dan wel alsnog zijn verpleging zal worden gelast, kan zijn aanhouding worden bevolen door de officier van justitie, tot de vordering bedoeld in artikel 38c of 38k van het Wetboek van Strafrecht bevoegd, of door de officier van justitie in het arrondissement waarin hij zijn feitelijk verblijf heeft. Laatstgenoemde ambtenaar geeft hiervan onverwijld kennis aan de eerstgenoemde officier van justitie. +**1.** Wanneer ernstige redenen bestaan voor het vermoeden dat een ter beschikking gestelde aan wie proefverlof is verleend of wiens verpleging van overheidswege voorwaardelijk is beëindigd dan wel aan wie voorwaarden bedoeld in artikel 38, eerste lid, of artikel 38la, derde lid, van het Wetboek van Strafrecht zijn gesteld, zich zodanig heeft gedragen, dat het proefverlof zal worden beëindigd, of de hervatting van de verpleging zal worden gelast, dan wel alsnog zijn verpleging zal worden gelast, kan zijn aanhouding worden bevolen door de officier van justitie, tot de vordering bedoeld in artikel 38c, 38k of 38la, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht bevoegd, of door de officier van justitie in het arrondissement waarin hij zijn feitelijk verblijf heeft. Laatstgenoemde ambtenaar geeft hiervan onverwijld kennis aan de eerstgenoemde officier van justitie. **2.** Van de aanhouding wordt, indien het een ter beschikking gestelde betreft aan wie proefverlof is verleend, onverwijld kennis gegeven aan de Minister van Justitie. Deze beslist daarna zo spoedig mogelijk omtrent de vrijlating, dan wel de beëindiging van het proefverlof. -**3.** In de overige gevallen dient de officier van justitie, indien hij de gedane aanhouding noodzakelijk blijft vinden, naast de vordering op de voet van artikel 38k, of de vordering op de voet van artikel 38c, van het Wetboek van Strafrecht, onverwijld een vordering tot voorlopige hervatting van de verpleging onderscheidenlijk een vordering tot voorlopige verpleging in bij de rechter-commissaris. De artikelen 40, 509h, tweede lid, en 509k, tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing. +**3.** In de overige gevallen dient de officier van justitie, indien hij de gedane aanhouding noodzakelijk blijft vinden, naast de vordering op de voet van artikel 38k, de vordering op de voet van artikel 38la, zesde lid, of de vordering op de voet van artikel 38c, van het Wetboek van Strafrecht, onverwijld een vordering tot voorlopige hervatting van de verpleging onderscheidenlijk een vordering tot voorlopige verpleging in bij de rechter-commissaris. De artikelen 40, 509h, tweede lid, en 509k, tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing. -**4.** De rechter-commissaris beslist binnen driemaal vierentwintig uur na aanhouding. De terbeschikkinggestelde wordt door de rechter-commissaris gehoord. +**4.** De rechter-commissaris beslist binnen driemaal vierentwintig uur na aanhouding. De ter beschikking gestelde wordt door de rechter-commissaris gehoord. **5.** Een bevel van de rechter-commissaris als bedoeld in het derde lid is dadelijk uitvoerbaar. @@ -7009,25 +7051,29 @@ psychiater: een arts als bedoeld in artikel 90 septies van het Wetboek van Straf Indien de rechter last geeft tot toepassing van de maatregel van terbeschikkingstelling zonder daaraan een bevel tot verpleging van overheidswege te verbinden, doet het openbaar ministerie de uitspraak, zodra deze onherroepelijk is geworden, met alle op dat bevel betrekking hebbende beslissingen aan de ter beschikking gestelde betekenen. De betekening geschiedt aan hem in persoon. -#### Afdeling Tweede. Toepassing van de artikelen 38b, 38c, 38i of 38k van het Wetboek van Strafrecht +#### Afdeling Tweede. Toepassing van de ### Artikel 509j **1.** Wanneer het openbaar ministerie van oordeel is dat toepassing behoort te worden gegeven aan een der bepalingen van de artikelen 38b, 38c, 38i of 38k van het Wetboek van Strafrecht, dient het een daartoe strekkende, met redenen omklede, vordering in. Heeft de ter beschikking gestelde een verzoek als bedoeld in de artikelen 38b of 38i van het Wetboek van Strafrecht gedaan, dan wordt dat verzoek door de griffier ter kennis gebracht van het openbaar ministerie, dat daarop zo spoedig mogelijk een conclusie neemt. -**2.** Tot kennisneming van de vordering of het verzoek is bij uitsluiting bevoegd de rechtbank die in eerste aanleg heeft kennis genomen van het misdrijf ter zake waarvan de terbeschikkingstelling is gelast. +**2.** Het openbaar ministerie geeft toepassing aan artikel 38la, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht en dient een daartoe strekkende, met redenen omklede, vordering in. -**3.** Acht de rechtbank zich onbevoegd dan verwijst zij de zaak naar de rechtbank die haar behoort te berechten. De vordering wordt in dat geval geacht te zijn ingediend door de officier van justitie van die laatste rechtbank. +**3.** Tot kennisneming van de vordering of het verzoek is bij uitsluiting bevoegd de rechtbank die in eerste aanleg heeft kennis genomen van het misdrijf ter zake waarvan de terbeschikkingstelling is gelast. -**4.** Onmiddellijk na de indiening van de vordering of conclusie bepaalt de voorzitter een dag voor het onderzoek van de zaak, tenzij de summiere kennisneming van de stukken de rechtbank aanleiding geeft de vordering of het verzoek buiten verdere behandeling te laten. +**4.** Acht de rechtbank zich onbevoegd dan verwijst zij de zaak naar de rechtbank die haar behoort te berechten. De vordering wordt in dat geval geacht te zijn ingediend door de officier van justitie van die laatste rechtbank. -**5.** Indien een bevel tot voorlopige verpleging dan wel een bevel tot voorlopige hervatting van de verpleging is gegeven, vindt het onderzoek zo spoedig mogelijk, in elk geval, binnen één maand na het indienen van de vordering plaats. +**5.** Onmiddellijk na de indiening van de vordering of conclusie bepaalt de voorzitter een dag voor het onderzoek van de zaak, tenzij de summiere kennisneming van de stukken de rechtbank aanleiding geeft de vordering of het verzoek buiten verdere behandeling te laten. -**6.** Het openbaar ministerie doet vervolgens zo spoedig mogelijk de ter beschikking gestelde en de reclasseringsmedewerker tijdig tot het bijwonen van het onderzoek oproepen, onder betekening van de vordering of conclusie aan de ter beschikking gestelde. +**6.** Indien een bevel tot voorlopige verpleging dan wel een bevel tot voorlopige hervatting van de verpleging is gegeven, vindt het onderzoek zo spoedig mogelijk, in elk geval, binnen één maand na het indienen van de vordering plaats. + +**7.** Het openbaar ministerie doet vervolgens zo spoedig mogelijk de ter beschikking gestelde en de reclasseringsmedewerker tijdig tot het bijwonen van het onderzoek oproepen, onder betekening van de vordering of conclusie aan de ter beschikking gestelde. Oproeping van de reclasseringsmedewerker kan achterwege blijven, indien de vordering is gegrond op artikel 38la, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht. + +**8.** Indien het openbaar ministerie een vordering doet tot toepassing van artikel 38la, is artikel 509q van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 509k -**1.** Strekt de vordering van het openbaar ministerie tot toepassing van artikel 38c, dan wel artikel 38k van het Wetboek van Strafrecht, dan wordt aan de ter beschikking gestelde, zo hij geen raadsman heeft, door het bureau rechtsbijstandvoorziening op last van de voorzitter een raadsman toegevoegd. +**1.** Strekt de vordering van het openbaar ministerie tot toepassing van artikel 38c, artikel 38k, dan wel artikel 38la, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, dan wordt aan de ter beschikking gestelde, zo hij geen raadsman heeft, door het bestuur van de raad voor rechtsbijstand op last van de voorzitter een raadsman toegevoegd. **2.** De raadsman is bevoegd bij het onderzoek tegenwoordig te zijn en van alle daarop betrekking hebbende stukken kennis te nemen. @@ -7047,11 +7093,11 @@ Indien de rechter last geeft tot toepassing van de maatregel van terbeschikkings **2.** Het openbaar ministerie en de ter beschikking gestelde zijn bevoegd, hangende het onderzoek, wijziging te brengen in de vordering of de conclusie, onderscheidenlijk het verzoek. -**3.** Indien de vordering van het openbaar ministerie betrekking heeft op de toepassing van artikel 38c of 38k van het Wetboek van Strafrecht en deze is ingediend binnen vier maanden voor het tijdstip waarop de terbeschikkingstelling door tijdsverloop zal eindigen, kan het openbaar ministerie tevens een vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling indienen. De derde afdeling van deze Titel is alsdan van overeenkomstige toepassing. +**3.** Indien de vordering van het openbaar ministerie betrekking heeft op de toepassing van artikel 38c, 38k of 38la, van het Wetboek van Strafrecht en deze is ingediend binnen vier maanden voor het tijdstip waarop de terbeschikkingstelling door tijdsverloop zal eindigen, kan het openbaar ministerie tevens een vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling indienen. De derde afdeling van deze Titel is alsdan van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 509n -**1.** Indien bevel wordt gegeven dat de ter beschikking gestelde alsnog van overheidswege wordt verpleegd, dan wel de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege wordt opgeheven met last tot hervatting van de verpleging, geeft de beslissing de bijzondere redenen aan die hiertoe hebben geleid. +**1.** Indien bevel wordt gegeven dat de ter beschikking gestelde alsnog van overheidswege wordt verpleegd, de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege wordt opgeheven met last tot hervatting van de verpleging, dan wel de verpleging van overheidswege op grond van artikel 38la, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht wordt hervat, geeft de beslissing de bijzondere redenen aan die hiertoe hebben geleid. **2.** De beslissing op de vordering of het verzoek tot toepassing van artikel 38b, dan wel artikel 38i van het Wetboek van Strafrecht is niet aan enig gewoon rechtsmiddel onderworpen. @@ -7106,7 +7152,7 @@ Tot kennisneming van de vordering is bij uitsluiting bevoegd de rechtbank die in ### Artikel 509r -**1.** Aan de ter beschikking gestelde die van overheidswege wordt verpleegd, wordt, zo hij geen raadsman heeft, door het bureau rechtsbijstandvoorziening op last van de voorzitter een raadsman toegevoegd. +**1.** Aan de ter beschikking gestelde die van overheidswege wordt verpleegd, wordt, zo hij geen raadsman heeft, door het bestuur van de raad voor rechtsbijstand op last van de voorzitter een raadsman toegevoegd. **2.** Artikel 509*k*, tweede en derde lid, is van toepassing. @@ -7200,7 +7246,7 @@ reclasseringswerker: degene die ingevolge artikel 38p, vierde lid, van het Wetbo ### Artikel 509bb -**1.** Indien de vordering van het openbaar ministerie strekt tot toepassing van artikel 38r van het Wetboek van Strafrecht, wordt aan de veroordeelde, zo hij geen advocaat heeft, door het bureau rechtsbijstandvoorziening op last van de voorzitter een advocaat toegevoegd. +**1.** Indien de vordering van het openbaar ministerie strekt tot toepassing van artikel 38r van het Wetboek van Strafrecht, wordt aan de veroordeelde, zo hij geen advocaat heeft, door het bestuur van de raad voor rechtsbijstand op last van de voorzitter een advocaat toegevoegd. **2.** De advocaat is bevoegd bij het onderzoek tegenwoordig te zijn en van alle op de zaak betrekking hebbende stukken kennis te nemen. @@ -8879,7 +8925,7 @@ Indien iemand die tot het ondergaan van straf is aangehouden, blijft ontkennen d **3.** Indien het openbaar ministerie weigert een getuige of deskundige te doen oproepen, kan het gerecht op verzoek van de aangehoudene de oproeping van die getuige of deskundige bevelen. De artikelen 263 en 264 zijn van overeenkomstige toepassing. -**4.** Indien de zaak bij een rechterlijk college is aangebracht, wordt de aangehoudene door het bureau rechtsbijstandvoorziening op last van de voorzitter een raadsman toegevoegd. Ten aanzien van de raadsman gelden de bepalingen van de derde titel van het Eerste Boek. +**4.** Indien de zaak bij een rechterlijk college is aangebracht, wordt de aangehoudene door het bestuur van de raad voor rechtsbijstand op last van de voorzitter een raadsman toegevoegd. Ten aanzien van de raadsman gelden de bepalingen van de derde titel van het Eerste Boek. ### Artikel 581