From beb30ce4459404bbe02315f76402612c9428ed06 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Sun, 1 Jul 2012 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2012-07-01 | BWBR0012287 | Vreemdelingencirculaire 2000 (A) --- .../BWBR0012287/README.md | 128 ++++++++++-------- 1 file changed, 74 insertions(+), 54 deletions(-) diff --git a/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-a/BWBR0012287/README.md b/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-a/BWBR0012287/README.md index 47dfe42021e..4e5321c0d77 100644 --- a/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-a/BWBR0012287/README.md +++ b/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-a/BWBR0012287/README.md @@ -238,7 +238,11 @@ De organisaties die belast zijn met de uitvoering van de vreemdelingenwet- en re De vreemdelingenwet- en regelgeving wordt onder de verantwoordelijkheid van het Ministerie van BZK geformuleerd. -De afdeling Publieksvoorlichting van het Ministerie van BZK is ondergebracht bij de Postbus 51 Informatiedienst, welke op werkdagen is te bereiken op het gratis telefoonnummer 0800- 8051 en op internet op de website www.rijksoverheid.nl. Bij Postbus 51 kunnen alle algemene vragen worden gesteld over de rijksoverheid. Voor informatie over verblijfsaanvragen wordt verwezen naar de IND. +De afdeling Publieksvoorlichting van het Ministerie van BZK is ondergebracht bij de Informatiedienst van de Rijksoverheid. + +Iedereen kan voor vragen aan de Rijksoverheid op maandag t/m vrijdag van 8.00 tot 20.00 uur bellen naar telefoonnummer 1400. + +Voor informatie over verblijfsaanvragen wordt verwezen naar de IND. Overheidsinstanties die werkzaam zijn binnen de vreemdelingenketen kunnen de website www.vreemdelingenketen.nl bezoeken, welke de onderlinge informatie-uitwisseling tussen deze overheidsinstanties als doel heeft. @@ -250,31 +254,31 @@ Hieronder is een alfabetische lijst opgenomen van organisaties die betrokken zij De ACVZ is een onafhankelijk adviescollege dat adviezen uitbrengt inzake het vreemdelingenrecht en vreemdelingenbeleid. Zij adviseert daarover gevraagd en ongevraagd aan de Regering en aan het Parlement. -• Telefoon: 070- 370 43 00 +• Telefoon: 070-370 43 00 • Internet: www.acvz.org Het COA is verantwoordelijk voor de opvang van asielzoekers. Het COA zorgt voor onderdak gedurende de asielprocedure en bereidt asielzoekers voor op een verblijf in Nederland, terugkeer naar het land van herkomst of doormigratie. -• Telefoon: 0800 - 023 80 23 (gratis) +• Telefoon: 0800-023 80 23 (gratis) • Internet: www.coa.nl De DJI is verantwoordelijk voor de uitvoering van vrijheidsbenemende straffen en maatregelen, waaronder de vreemdelingenbewaring. -• Telefoon Informatielijn: 070 - 370 27 34 +• Telefoon Informatielijn: 070-370 27 34 • Internet: www.dji.nl De directie Inburgering en Integratie van het Ministerie van BZK richt zich op de totstandkoming van een samenleving, waarin de in Nederland verblijvende leden van etnische groepen op basis van volwaardig en gedeeld burgerschap kunnen deelnemen. De directie ontwikkelt onder andere het beleid met betrekking tot de inburgering en de Remigratiewet. De directie Inburgering en Integratie van het Ministerie van BZK is bereikbaar via: -• Telefoon: (algemeen): 070 - 339 0289 +• Telefoon: (algemeen): 070-339 0289 • Internet: www.rijksoverheid.nl De Directie Migratiebeleid van het Ministerie van BZK draagt zorg voor de nationale en internationale beleidsontwikkeling op het asiel- en immigratieterrein, alsmede op het terrein van opvang van asielzoekers. Het aandachtsveld van de directie bestaat aldus uit toelating, verblijf, toezicht, terugkeer, grensbewaking, visumbeleid, opvang en de coördinatie van het beleid tot het tegengaan van illegaal verblijf. De DT&V is als taakorganisatie belast met de uitvoering van de vreemdelingenwetgeving terzake vertrek en uitzetting. De DT&V bevordert, organiseert en realiseert het daadwerkelijk vertrek uit Nederland van vreemdelingen zonder verblijfsrecht. Bij het uitvoeren van deze taak staat het stimuleren van het zelfstandig vertrek voorop. Zo nodig bereidt de DT&V het gedwongen vertrek van de vreemdeling uit Nederland voor. De DT&V voert haar taak uit in samenwerking met andere ketenpartners van de overheid die een taak hebben in het vertrekproces. De DT&V regisseert het vertrekproces op operationeel niveau. Taken die wettelijk zijn voorbehouden aan ambtenaren belast met het toezicht of de grensbewaking, worden niet verricht door de DT&V. -• Telefoon (algemeen): 0800 - 8051 +• Telefoon (algemeen): 0800-8051 • Internet: www.dienstterugkeerenvertrek.nl • E-mail: info@dtv.minbzk.nl @@ -289,20 +293,20 @@ Daartoe is het Expertisecentrum Mensenhandel en Mensensmokkel een centrale plek De IND is onder meer verantwoordelijk voor de beoordeling van alle aanvragen voor toelating en naturalisatie van vreemdelingen. -• Informatielijn IND (beschikbaar voor publiek): 0900- 12 34 561 (0,10 euro pm) +• Informatielijn IND (beschikbaar voor publiek): 0900-12 34 561 (0,10 euro pm) • Informatielijn IND vanuit het buitenland: +31 20 8893045 -• Telefoon IND Ketenservice (beschikbaar voor ketenpartners): 070 - 888 00 00 -• Piketnummer (buiten kantooruren op werkdagen bereikbaar van 17.00 tot 23.00 uur en in het weekeinde van 7.00 tot 23.00 uur): 070 - 370 60 60 +• Telefoon IND Ketenservice (beschikbaar voor ketenpartners): 070-888 00 00 +• Piketnummer (buiten kantooruren op werkdagen bereikbaar van 17.00 tot 23.00 uur en in het weekeinde van 7.00 tot 23.00 uur): 070-370 60 60 • Internet: www.ind.nl IOM richt zich op velerlei migratievraagstukken. Zo biedt IOM ondersteuning aan uitgeprocedeerde vreemdelingen die Nederland vrijwillig willen verlaten, organiseren zij het vervoer van personen naar of uit Nederland en richten zij zich op (her)integratie, bestrijding van mensenhandel, arbeidsmigratie, migratie en ontwikkeling en migratie en gezondheid. -• Telefoon: 0900 - 7464466 (0,05 euro pm) +• Telefoon: 0900-7464466 (0,05 euro pm) • Internet: www.iom-nederland.nl De KMar is op de luchthavens en in de zeehavens in Nederland alsmede op zee belast met de grensbewaking. De grensbewaking in het competentiegebied van politieregio Rotterdam-Rijnmond wordt uitgevoerd door de ZHP (zie hierna onder ZHP), met uitzondering van de grensdoorlaatpost Hoek van Holland/ Europoort. In het kader van de grensbewaking verstrekt de KMar in voorkomende gevallen visa aan de buitengrens. Aan de binnengrens met België en Duitsland en op de luchthavens is de KMar belast met de uitvoering van het MTV. Voorts is de KMar verantwoordelijk voor de uitzetting en begeleiding van uitgeprocedeerde vreemdelingen uit Nederland en van aan de grens geweigerde personen. -• Telefoon KMar voorlichting: 070 - 318 83 57 +• Telefoon KMar voorlichting: 070-318 83 57 • Internet: www.kmar.nl Het Ministerie van BuZa is verantwoordelijk voor de behandeling van visumaanvragen voor een verblijf korter dan drie maanden en mvv’s. Indien ambassades en consulaten niet zelfstandig kunnen of mogen beslissen, worden de visumaanvragen voor een verblijf korter dan drie maanden – als het gaat om zakenbezoeken, diplomaten, politieke bezoeken, het verrichten van technische werkzaamheden, deelname aan/bijwonen van een congres, conferentie of sportmanifestatie, bezoeken van wetenschappelijke aard, aanvragen van personen uit de voormalige Sovjetrepublieken, bezoeken van personen die geregistreerd staan in het SIS of op een visumsanctielijst – voorgelegd aan de afdeling Vreemdelingen- en Visumzaken van de directie Consulaire Zaken en Migratiebeleid van het Ministerie van BuZa (zie voor overige visumaanvragen hierna onder Visadienst). @@ -311,50 +315,50 @@ Het Ministerie van BuZa is tevens verantwoordelijk voor algemene en individuele Daarnaast is het Ministerie van Buza verantwoordelijk voor het afnemen van het basisexamen inburgering in het buitenland op de Nederlandse posten. -• Telefoon Visuminformatie: 070 - 348 4844 -• Telefoon algemeen: 070 - 348 64 86 +• Telefoon Visuminformatie: 070-348 4844 +• Telefoon algemeen: 070-348 64 86 • Internet: www.minbuza.nl De NVVB biedt een platform aan leidinggevenden en medewerkers van organisaties, die zich binnen en buiten de overheid professioneel bezig houden met het brede terrein van burgerzaken. Onder burgerzaken vallen activiteiten op het terrein van de GBA en de loketfunctie voor vreemdelingen die een aanvraag voor een reguliere verblijfsvergunning willen indienen. De NVVB heeft voor haar gemeentelijke leden een adviesfunctie op het gehele terrein van burgerzaken in de vorm van een helpdesk. -• Telefoon helpdesk (voor gemeenten): 020 - 551 90 07 of 020 - 551 90 09 +• Telefoon helpdesk (voor gemeenten): 020-551 90 07 of 020-551 90 09 • Internet: www.nvvb.nl De (vreemdelingen)politie houdt toezicht op personen die in Nederland verblijven, maar niet de Nederlandse nationaliteit hebben en is onder meer verantwoordelijk voor het opsporen, staande houden, inbewaring stellen, het vertrek onder toezicht alsmede het vaststellen van de identiteit van niet rechtmatig in Nederland verblijvende vreemdelingen. De Taakorganisatie Vreemdelingen is een landelijk werkend bureau dat de politie adviseert en ondersteunt bij de ontwikkeling van de visie, de strategie en het beleid van de politiële vreemdelingentaak. Daarbij is zij tevens het landelijk aanspreekpunt van waaruit de belangenbehartiging ten behoeve van de vreemdelingenpolitie plaatsvindt en het knooppunt in de communicatie en informatie-uitwisseling tussen de vreemdelingenpolitie onderling en van en naar ketenpartners. -• Telefoon politie algemeen: 0900 - 8844 (lokaal tarief) -• Telefoon Taakorganisatie Vreemdelingen: 030 - 635 33 44 +• Telefoon politie algemeen: 0900-8844 (lokaal tarief) +• Telefoon Taakorganisatie Vreemdelingen: 030-635 33 44 • Internet: www.politie.nl De RvS is naast onafhankelijk adviseur van de regering over wetgeving en bestuur ook hoogste algemene bestuursrechter van het land. De ABRvS spreekt recht in hoogste instantie in geschillen tussen de burger en de overheid. Sinds de inwerkingtreding van de Vw geldt dit ook voor vreemdelingrechtelijke geschillen. -• Telefoon publieksvoorlichting: 070 - 426 42 51 of 070 - 426 46 43 -• Telefoon (algemeen en spoedeisende zaken): 070 - 426 44 26 +• Telefoon publieksvoorlichting: 070-426 42 51 of 070-426 46 43 +• Telefoon (algemeen en spoedeisende zaken): 070-426 44 26 • Internet: www.raadvanstate.nl De Raden voor Rechtsbijstand geven uitvoering aan de Wet op de rechtsbijstand, waarin de rechtsbijstand aan minder draagkrachtigen is geregeld. De raden subsidiëren de Stichting Rechtsbijstand Asiel en zien ook toe op de kwaliteit en voldoende beschikbaarheid van de rechtsbijstandverlening. Voor juridische informatie en advies is er het Juridisch Loket. -• Telefoon Juridisch Loket: 0900 - 8020 (10 cent pm) +• Telefoon Juridisch Loket: 0900-8020 (10 cent pm) • Internet: www.rvr.org De Visadienst is onderdeel van het Ministerie van BuZa. De Minister van BuZa heeft het Hoofd van de IND en het plaatsvervangend Hoofd van de IND mandaat verleend voor het nemen en ondertekenen van besluiten die door hen in hun functie van Hoofd van de Visadienst, respectievelijk plaatsvervangend Hoofd van de Visadienst, namens hem worden genomen. Ondermandaat is verleend aan de ambtenaar belast met de grensbewaking en het toezicht en specifieke functionarissen van de IND voorzover zij besluiten nemen of handelingen verrichten namens het Hoofd van de Visadienst. -De Visadienst behandelt namens de Minister van BuZa alle door de ambassades en consulaten voorgelegde aanvragen voor mvv’s en visumaanvragen voor toerisme, familie- en privé-bezoek, artiesten, studenten, personen die gesignaleerd staan in het OPS of SIS, stagiaires en medische bezoeken, met uitzondering van personen uit de voormalige Sovjet republieken. De laatste categorie personen dient zich te wenden tot het Ministerie van BuZa (zie hiervoor onder Ministerie van Buza). Bovendien behandelt de Visadienst aanvragen voor visumverlenging en verlening van terugkeervisa. +De Visadienst behandelt namens de Minister van BuZa alle door de ambassades en consulaten voorgelegde aanvragen voor mvv’s en visumaanvragen voor toerisme, familie- en privé-bezoek, artiesten, studenten, personen die gesignaleerd staan in het OPS of SIS, stagiaires en medische bezoeken, met uitzondering van personen uit de voormalige Sovjetrepublieken. De laatste categorie personen dient zich te wenden tot het Ministerie van BuZa (zie hiervoor onder Ministerie van Buza). Bovendien behandelt de Visadienst aanvragen voor visumverlenging en verlening van terugkeervisa. • Contactinformatie: zie IND De VNG verzorgt de belangenbehartiging van alle gemeenten bij andere overheden. Bij de gemeenten worden aanvragen voor verblijfsvergunningen regulier en naturalisatie ingediend. Daarnaast zijn gemeenten verantwoordelijk voor de registratie van persoonsgegevens in de GBA. -• Telefoon: 070 - 373 83 93 +• Telefoon: 070-373 83 93 • Internet: www.vng.nl De Vereniging Vluchtelingenwerk Nederland behartigt de belangen van vluchtelingen en asielzoekers die zich in Nederland bevinden. -• Telefoon (algemeen): 020 - 346 72 00 +• Telefoon (algemeen): 020-346 72 00 • Internet: www.vluchtelingenwerk.nl De vreemdelingenkamers zijn onderdeel van een rechtbank en houden zich uitsluitend bezig met het behandelen van vreemdelingenrechtelijke geschillen. Formeel behandelt de rechtbank ’s-Gravenhage deze geschillen, maar binnen alle negentien rechtbanken in Nederland zijn zogeheten nevenzittingsplaatsen aangewezen. @@ -363,13 +367,13 @@ Het Landelijk Stafbureau Vreemdelingenkamers biedt ondersteuning op het gebied v Bij het Centraal Inschrijfbureau Vreemdelingenzaken dienen vreemdelingenzaken te worden ingediend, waarop deze door het Centraal Inschrijfbureau Vreemdelingenzaken zo evenwichtig mogelijk over de nevenzittingsplaatsen worden verdeeld. -• Pikettelefoon van het Centraal Inschrijfbureau Vreemdelingenzaken: 023 - 512 66 20 +• Pikettelefoon van het Centraal Inschrijfbureau Vreemdelingenzaken: 023-512 66 20 • Internet: www.rechtspraak.nl De ZHP is belast met de grensbewaking in het competentiegebied van politieregio Rotterdam-Rijnmond alsmede op zee, het havengerelateerde vreemdelingentoezicht en de bestrijding van (migratie)criminaliteit in de Rotterdamse havens. Daarnaast verzorgt de ZHP in voorkomende gevallen de verlening en verlenging van visa voor in de politieregio Rotterdam-Rijnmond verblijvende zeelieden. -• Telefoon: 010 - 2747471 -• Faxnummer: 010 - 2750121 +• Telefoon: 010-2747471 +• Faxnummer: 010-2750121 Internet: www.dutch-immigration.nl @@ -2925,7 +2929,7 @@ In hoofdstuk 4 Vw zijn regels opgenomen over onder meer het vertrek en de uitzet Ten aanzien van vreemdelingen die dienen te vertrekken naar een land buiten de Unie geldt dat zij een schriftelijk terugkeerbesluit dienen te ontvangen, waaruit blijkt dat de vreemdeling de Unie dient te verlaten. Het terugkeerbesluit kan tevens een inreisverbod inhouden (artikel 66a Vw, zie ook A5/1). -De Vw kent slechts de begrippen vertrek en uitzetting. Vertrek wordt behandeld in hoofdstuk 6, afdeling 1, artikel 61 en 62 Vw. Uitzetting wordt behandeld in hoofdstuk 6, afdeling 2, artikel 63 tot en met 66 Vw. +De Vw kent slechts de begrippen vertrek en uitzetting. Vertrek wordt behandeld in hoofdstuk 6, afdeling 1, artikel 61, 62 en 62a Vw. Uitzetting wordt behandeld in hoofdstuk 6, afdeling 2, artikel 63 tot en met 66 Vw. Van vertrek is sprake indien een vreemdeling, al dan niet aantoonbaar, zelfstandig of gedwongen vertrekt uit Nederland. Zelfstandig vertrek wordt onder andere gefaciliteerd door IOM in Nederland. Hiertoe biedt IOM een vertrekregeling aan (zie A4/5). @@ -2933,7 +2937,7 @@ De wet bevat geen definitie van het begrip uitzetting. De term uitzetting wordt Het begrip verwijdering, dat niet voorkomt in de Vw, omvat alle overheidshandelingen en handelingen van vervoerders die erop gericht zijn om een vreemdeling die Nederland moet verlaten daadwerkelijk te doen vertrekken. Hieronder vallen de begrippen (zelfstandig) vertrek en uitzetting. De handelingen van vervoerders zien enkel op vreemdelingen ten aanzien van wie zij op grond van artikel 65 Vw een terugvoerverplichting hebben. -De administratieve of rechterlijke beslissing of handeling waarbij wordt vastgesteld dat het verblijf van een onderdaan van een derde land illegaal is of die illegaal wordt verklaard en een terugkeerverplichting wordt opgelegd of vastgelegd. +De administratieve of rechterlijke beslissing of handeling waarbij wordt vastgesteld dat het verblijf van een onderdaan van een derde land illegaal is of die illegaal wordt verklaard en een terugkeerverplichting wordt opgelegd of vastgelegd. Onder terugkeer wordt verstaan: terugkeer naar een derde land, gelegen buiten de Europese Unie (met uitzondering van het Verenigd Koninkrijk en Ierland), de Europese Economische Ruimte en Zwitserland. Eenieder die geen burger van de Unie is in de zin van artikel 17, lid 1, van het Verdrag en die geen persoon is, die onder het Gemeenschapsrecht inzake vrij verkeer valt, als bepaald in artikel 2, punt 5, van de Schengengrenscode. @@ -2943,7 +2947,7 @@ Eenieder die geen burger van de Unie is in de zin van artikel 17, lid 1, van het Uitgangspunt in de Vw is dat de vreemdeling die geen rechtmatig verblijf in Nederland (meer) heeft, Nederland uit eigen beweging moet verlaten. De vreemdeling is daarbij zelf verantwoordelijk voor zijn vertrek uit Nederland. Deze eigen verantwoordelijkheid is neergelegd in artikel 61, eerste lid, Vw. De verplichting om Nederland te verlaten is ingevolge dat artikel afhankelijk van de rechtmatigheid van het verblijf. Welke vreemdeling rechtmatig in Nederland verblijft, is opgenomen in artikel 8 Vw. -De rechtsplicht om Nederland te verlaten ontstaat op het moment waarop het rechtmatig verblijf eindigt. Dit wordt in voorkomende gevallen door middel van een meeromvattende beschikking die tevens geldt als een terugkeerbesluit aan de vreemdeling kenbaar gemaakt. Conform artikelen 27 en 45 Vw heeft deze meeromvattende beschikking een vertrekplicht tot gevolg. De termijn waarbinnen de vreemdeling Nederland moet verlaten is vastgesteld in artikel 62 Vw. De vreemdeling die na afloop van de termijn die vermeld is in het terugkeerbesluit Nederland niet zelfstandig heeft verlaten kan worden uitgezet. In aanvulling op het genomen terugkeerbesluit krijgt hij in overeenstemming met A5/1 een inreisverbod opgelegd (zie artikel 66a Vw en zie A5/1). In het geval uitzetting niet mogelijk blijkt, bijvoorbeeld omdat de vreemdeling zich aan toezicht heeft onttrokken, wordt eveneens in aanvulling op het terugkeerbesluit een inreisverbod uitgevaardigd. In dat geval moet van de beschikking mededeling worden gedaan in de Stcrt (artikel 66a, vijfde lid, Vw). Voor personen die Nederland legaal zijn ingereisd voor een bepaalde duur, en waarvan de termijn voor verblijf in Nederland is verlopen, geldt ook dat een terugkeerbesluit wordt uitgereikt, dat tevens een inreisverbod (zie artikel 66a Vw en zie A5/1) zal inhouden. +De rechtsplicht om Nederland te verlaten ontstaat op het moment waarop het rechtmatig verblijf eindigt. Dit wordt in voorkomende gevallen door middel van een meeromvattende beschikking die tevens geldt als een terugkeerbesluit aan de vreemdeling kenbaar gemaakt. Conform artikelen 27 en 45 Vw heeft deze meeromvattende beschikking een vertrekplicht tot gevolg. De termijn waarbinnen de vreemdeling Nederland moet verlaten is vastgesteld in artikel 62 Vw. De vreemdeling die na afloop van de termijn die vermeld is in het terugkeerbesluit Nederland niet zelfstandig heeft verlaten kan worden uitgezet. In aanvulling op het genomen terugkeerbesluit krijgt hij in overeenstemming met A5/1 een inreisverbod opgelegd (zie artikel 66a Vw en zie A5/1). In het geval uitzetting niet mogelijk blijkt, bijvoorbeeld omdat de vreemdeling zich aan toezicht heeft onttrokken, wordt eveneens in aanvulling op het terugkeerbesluit een inreisverbod uitgevaardigd. In dat geval moet van de beschikking mededeling worden gedaan in de Stcrt (artikel 66a, vijfde lid, Vw). Voor personen die Nederland legaal zijn ingereisd voor een bepaalde duur en waarvan de termijn voor verblijf in Nederland is verlopen, geldt ook dat een terugkeerbesluit wordt uitgereikt, dat tevens een inreisverbod (zie artikel 66a Vw en zie A5/1) zal inhouden. Vreemdelingen die nooit rechtmatig verblijf in Nederland hebben gehad en zich dus illegaal toegang tot Nederland hebben verschaft, krijgen in geval van aantreffen een terugkeerbesluit, waarmee zij van de op hen rustende vertrekplicht in kennis worden gesteld. Alvorens tot het uitvaardigen van een terugkeerbesluit wordt overgegaan, wordt de vreemdeling eerst hieromtrent gehoord. Als uit dat gehoor blijkt dat het voornemen van de vreemdeling bestaat asiel te vragen wordt de vreemdeling de gelegenheid gegeven een dergelijke aanvraag in te dienen en wordt pas een terugkeerbesluit uitgevaardigd als hij van deze mogelijkheid geen gebruik maakt. Voor zover blijkt dat vreemdeling om andere redenen verblijf hier te lande wenst, wordt de vreemdeling erop gewezen dat een verblijfsvergunning regulier ingediend kan worden. In laatstgenoemde situatie bestaat er geen aanleiding om het uitbrengen van een terugkeerbesluit achterwege te laten. In het terugkeerbesluit kan worden bepaald dat de vreemdeling de Unie – en daarmee ook Nederland – moet verlaten binnen vier weken. De vreemdeling die na afloop van de termijn vermeld in het terugkeerbesluit Nederland niet zelfstandig heeft verlaten kan worden uitgezet en krijgt onder intrekking of wijziging van het genomen terugkeerbesluit een nieuw terugkeerbesluit dat tevens een inreisverbod inhoudt (zie artikel 66a Vw en zie A5/1). @@ -2953,9 +2957,13 @@ Voor vreemdelingen die een aanvraag hebben ingediend, maar waarvan de aanvraag i Voor vreemdelingen uit derde landen die illegaal in Nederland verblijven en in het bezit zijn van een door een andere lidstaat afgegeven geldige verblijfsvergunning of andere toestemming tot verblijf, geldt dat zij een aanzegging krijgen om zich onmiddellijk naar het grondgebied van die andere lidstaat te begeven. Wanneer deze aanzegging niet wordt nageleefd, of uit de verklaringen of gedragingen van de vreemdeling aannemelijk kan worden geacht dat hij deze aanzegging niet zal opvolgen of indien om redenen van openbare orde of nationale veiligheid het onmiddellijke vertrek van de vreemdelingen vereist is, zal wel een terugkeerbesluit worden uitgereikt. Van openbare orde aspecten in de vorige zin is in ieder geval sprake indien de vreemdeling is veroordeeld wegens het plegen van een strafbaar feit. Dat de nationale veiligheid het onmiddellijke vertrek vereist kan ondermeer uit een ambtsbericht van de AIVD volgen. Nadat de vreemdeling een terugkeerbesluit is uitgereikt, zal een terugkeerprocedure worden opgestart die in beginsel is gericht op de terugkeer naar het land van herkomst. Indien de vreemdeling alsnog – al dan niet gefaciliteerd door de overheid – bereid en in staat is terug te keren naar de lidstaat die hem een vergunning heeft verleend, dan wordt hij begeleid in de terugkeer naar dat land. Op dit punt wordt in dat geval ten gunste van de vreemdeling afgeweken van de richtlijn 2008/115. -Indien de vreemdeling een verblijfsrecht heeft in een andere lidstaat van de Unie wordt geen inreisverbod uitgevaardigd anders dan vanwege de aspecten opgenomen in artikel 66a, zevende lid van de Vw2000, aangezien deze vreemdelingen immers wel elders in de Unie verblijf kunnen hebben. Wel kan een signalering in OPS worden opgenomen. Indien strafbare feiten waarvoor de vreemdeling is veroordeeld daarvoor aanleiding geven, kan door middel van het formulier M63 aan de IND om een inreisverbod als bedoeld in artikel 66A lid zevende lid Vw2000 (zie A3/9) worden verzocht. Alvorens een terugkeerbesluit uit te reiken dat tevens een inreisverbod inhoudt. zal in dit geval (via Sirene) contact opgenomen moeten worden met de lidstaat door wie de verblijfsvergunning is afgegeven, om nadere informatie te verkrijgen over de aard van het verblijf in die lidstaat. Indien hieruit geconcludeerd moet worden dat het uitvaardigen van het terugkeerbesluit strijd oplevert met internationale verplichtingen (het verbod op refoulement), wordt geen terugkeerbesluit uitgevaardigd. +Indien de vreemdeling een verblijfsrecht heeft in een andere lidstaat van de Unie wordt geen inreisverbod uitgevaardigd aangezien deze vreemdelingen immers wel elders in de Unie verblijf heeft. Alvorens een terugkeerbesluit uit te reiken dat tevens een inreisverbod inhoudt, zal in dit geval (via Sirene) contact opgenomen moeten worden met de lidstaat door wie de verblijfsvergunning is afgegeven om nadere informatie te verkrijgen over de aard van het verblijf in die lidstaat. Pas indien de betreffende lidstaat over gaat tot intrekking van de verblijfsvergunning van de vreemdeling, kan een inreisverbod worden opgelegd. Indien hieruit geconcludeerd moet worden dat het uitvaardigen van het terugkeerbesluit strijd oplevert met internationale verplichtingen (het verbod op refoulement), wordt geen terugkeerbesluit uitgevaardigd. -Vreemdelingen uit derde landen die illegaal in Nederland verblijven en kunnen worden overgedragen aan een andere lidstaat op grond van een bilaterale overeenkomst of regeling, die al van kracht was op 13 januari 2009, ontvangen ook geen terugkeerbesluit, omdat zij de Unie niet verlaten. +Vreemdelingen uit derde landen die illegaal in Nederland verblijven en kunnen worden overgedragen aan een andere lidstaat op grond van een bilaterale overeenkomst of regeling, die al van kracht was op 13 januari 2009, ontvangen ook geen terugkeerbesluit, omdat zij de Unie niet verlaten. + +Vreemdelingen die voldoen aan de uit het terugkeerbesluit voortvloeiende terugkeerverplichting en die opnieuw Nederland binnenkomen krijgen een nieuw terugkeerbesluit, voor zover hun verblijfsrechtelijke positie daar aanleiding toe geeft, bijvoorbeeld indien een verblijfsaanvraag wordt afgewezen, maar ook indien de vreemdeling zonder het indienen van een aanvraag als illegaal wordt aangetroffen. + +Vreemdelingen wier verblijfsvergunning wordt ingetrokken of van wie de geldigheidsduur van hun verblijfsvergunning niet wordt verlengd, krijgen eveneens een terugkeerbesluit. Zie B14 in geval de vreemdeling buiten zijn schuld niet uit Nederland kan vertrekken. @@ -2996,13 +3004,19 @@ Indien de vreemdeling de beroepstermijn ongebruikt laat, kan deze in mindering w Er kunnen zich omstandigheden voordoen, die het wenselijk maken om een kortere vertrektermijn te geven. Om die reden is in artikel 62, tweede lid, Vw de bevoegdheid van de Minister opgenomen om de vertrektermijn tot minder dan vier weken te verkorten dan wel te bepalen dat de vreemdeling Nederland (het grondgebied van de Unie) onmiddellijk moet verlaten. De Korpschef, dan wel de Commandant der KMar kan ingevolge artikel 1.4 Vb zelfstandig tot verkorting van de vertrektermijn besluiten. -De vertrektermijn kan op grond van artikel 62, tweede lid, Vw, worden verkort of onthouden indien: +De vertrektermijn wordt op grond van artikel 62, tweede lid, Vw, onthouden indien: • een risico bestaat dat de vreemdeling zich aan het toezicht zal onttrekken; • de aanvraag van de vreemdeling tot het verlenen van een verblijfsvergunning of tot het verlengen van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning is afgewezen als kennelijk ongegrond of wegens het verstrekken van onjuiste of onvolledige gegevens; of • de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde, de openbare veiligheid of de nationale veiligheid. -Als gevaar voor de openbare orde wordt hier aangemerkt iedere verdenking en veroordeling ter zake van een misdrijf. +Een risico dat de vreemdeling zich aan het toezicht zal onttrekken wordt op grond van artikel 6.1, lid 1en 2, Vb aangenomen ten minste twee van de feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 5.1b Vb op de vreemdeling van toepassing zijn. Een dergelijk risico zal niet worden aangenomen bij een eerste asielaanvraag. + +Bij de uitleg van voldoende middelen van bestaan als bedoeld in artikel 5.1b, lid 1 onder j, Vb wordt aangesloten bij de bestaande invulling van dit begrip in artikel 3.74 Vb en Vc B1/4.3.3. + +Van de mogelijkheid om de vertrektermijn te onthouden wegens kennelijke ongegrondheid van de verblijfsaanvraag wordt geen gebruik gemaakt, aangezien kennelijke ongegrondheid van de verblijfsaanvraag als afwijzingsgrond niet is beschreven in de nationale wetgeving. + +Als gevaar voor de openbare orde wordt hier aangemerkt iedere verdenking of veroordeling ter zake van een misdrijf. Ook het aanvaarden van een transactie ter zake van een misdrijf wordt aangemerkt als een gevaar voor de openbare orde. Een verdenking moet kunnen worden bevestigd door de Korpschef. Om te kunnen spreken van gevaar voor de nationale veiligheid is geen strafrechtelijke veroordeling vereist. Wel dienen er concrete aanwijzingen te zijn dat de vreemdeling een gevaar vormt voor de nationale veiligheid. Bij het bestaan van concrete aanwijzingen dient in de eerste plaats te worden gedacht aan een ambtsbericht van de AIVD. In voorkomende gevallen kan echter ook worden uitgegaan van een ambtsbericht van onder andere de Dienst Nationale Recherche, ((inter)nationale) ministeries of inlichtingendiensten. @@ -3013,11 +3027,11 @@ Bij EU-/EER-onderdanen en Zwitserse onderdanen, alsmede de familieleden als bedo De verkorting of onthouding van de vertrektermijn kan op twee manieren door de rechter worden beoordeeld: • indien de Minister de vertrektermijn tegelijk met de afwijzing van de aanvraag verkort of een vertrektermijn onthoudt, dan zal de rechter die kortere vertrektermijn, als onderdeel van het bij de meeromvattende beschikking horende terugkeerbesluit, kunnen beoordelen; -• indien de Minister pas na afloop van het beroep op de rechter de vertrektermijn verkort, dan wordt dit gezien als een verzoek om heroverweging van het eerdere terugkeerbesluit, waar ingevolge artikel 75 Vw beroep tegen open staat. +• indien de Minister pas na afloop van het beroep op de rechter de vertrektermijn verkort, dan wordt dit gezien als heroverweging van het eerdere terugkeerbesluit, waar ingevolge artikel 75 Vw beroep tegen open staat. Het verkorten of onthouden van de vertrektermijn heeft overigens geen gevolg voor de termijn waarbinnen de vreemdeling bezwaar of beroep kan instellen. Deze termijn blijft in genoemde situaties in het algemeen vier weken, tenzij de aanvraag in de algemene asielprocedure wordt afgedaan, in welk geval de beroepstermijn een week bedraagt (zie artikel 69, eerste en tweede lid, Vw). -De vreemdeling die reeds eerder een terugkeerbesluit heeft gehad en niet heeft voldaan aan de daaruit voortvloeiende terugkeerverplichting (inclusief vertrektermijn) krijgt op grond van artikel 62a, eerste lid, en onder a, Vw in beginsel niet opnieuw een vertrektermijn. De gedachte hierachter is dat deze vreemdeling een eerder opgelegde vertrektermijn ongebruikt heeft laten verstrijken. Hiervan is bijvoorbeeld sprake bij een vreemdeling die een opvolgende aanvraag indient, terwijl niet gebleken is dat hij gehoor heeft gegeven aan een eerder opgelegd terugkeerbesluit met vertrektermijn. De vreemdeling ontvangt van de IND na afwijzing van de opvolgende aanvraag onder aanvulling van het genomen terugkeerbesluit in overeenstemming met A5/1 wel een inreisverbod  (zie artikel 66a Vw en zie A5/1). +De vreemdeling die reeds eerder een terugkeerbesluit heeft gehad en niet heeft voldaan aan de daaruit voortvloeiende terugkeerverplichting (inclusief vertrektermijn) krijgt op grond van artikel 62a, eerste lid, en onder a, Vw in beginsel niet opnieuw een vertrektermijn. De gedachte hierachter is dat deze vreemdeling een eerder opgelegde vertrektermijn ongebruikt heeft laten verstrijken. Hiervan is bijvoorbeeld sprake bij een vreemdeling die een opvolgende aanvraag indient, terwijl niet gebleken is dat hij gehoor heeft gegeven aan een eerder opgelegd terugkeerbesluit met vertrektermijn. Indien de aanvraag van de vreemdeling wordt afgewezen, wordt een nieuw terugkeerbesluit uitgevaardigd waarin de vertrektermijn wordt onthouden en een inreisverbod wordt opgelegd in overeenstemming met A5/1 (zie artikel 66a Vw en zie A5/1). #### 3.4. Verlengen van de vrijwillige vertrektermijn @@ -3045,7 +3059,7 @@ De voorwaarden voor het verlengen van de vrijwillige vertrektermijn staan beschr Indien voorzienbaar is dat de reden voor het vragen van uitstel van het vertrek betrekking heeft op een langere tijd, volgt uit het systeem van de wet dat voor dat doel een verblijfsvergunning dient te worden aangevraagd. Om die reden kan in beginsel geen verlenging van de vertrektermijn voor meer dan drie maanden aan de orde zijn. Indien vertrek binnen de beoogde vertrektermijn niet voldoende verzekerd is, wordt het verzoek om een langere vertrektermijn afgewezen. -De individuele omstandigheden kunnen gelegen zijn in de verblijfsduur, het feit dat er schoolgaande kinderen zijn, en het bestaan van andere gezinsbanden en sociale banden. Hierbij kan worden gedacht aan de begrafenis van een familielid of het vertrek tijdens schoolvakanties. Hierbij dient echter ook voldaan te worden aan het overigens gestelde in deze paragraaf. +De individuele omstandigheden kunnen gelegen zijn in de verblijfsduur, het feit dat er schoolgaande kinderen zijn en het bestaan van andere gezinsbanden en sociale banden. Hierbij kan worden gedacht aan de begrafenis van een familielid of het vertrek tijdens schoolvakanties. Hierbij dient echter ook voldaan te worden aan het overigens gestelde in deze paragraaf. De vreemdeling dient (op korte termijn) te beschikken over documenten, waarmee hij daadwerkelijk Nederland uit kan reizen. De verlenging van de vrijwillige vertrektermijn is niet bedoeld om voor onbepaalde duur te werken aan het verkrijgen van reisdocumenten. Wanneer een (vervangend) reisdocument aanwezig is en de geldigheidsduur van het betreffende document beperkt is, zal de vertrektermijn in beginsel niet langer verlengd worden dan tot enkele dagen voor het aflopen van de geldigheid van dit (vervangende) reisdocument. @@ -3053,7 +3067,7 @@ Een vreemdeling komt in ieder geval niet in aanmerking voor verlenging van de vr De vertrektermijn wordt niet verlengd om redenen van medische aard. Indien er een medisch beletsel is om te vertrekken, wordt de procedure inzake artikel 64 Vw doorlopen. -Tegen een besluit tot afwijzing van een verzoek om verlenging van de vrijwillige vertrektermijn staat op grond van artikel 75 Vw beroep bij de rechtbank open. Het indienen van een beroepschrift schort de vertrektermijn niet op. Ook een eventueel in te dienen verzoek om voorlopige voorziening schort de vertrektermijn niet op. +Tegen een besluit tot afwijzing van een verzoek om verlenging van de vrijwillige vertrektermijn staat bezwaar open. Het indienen van een bezwaarschrift schort de vertrektermijn niet op. Ook een eventueel in te dienen verzoek om voorlopige voorziening schort de vertrektermijn niet op. ### 4. Reisdocumenten @@ -3634,7 +3648,7 @@ a. het inreisverbod (artikel 66a Vw); b. de signalering tot ongewenst vreemdeling; c. de ongewenstverklaring van de vreemdeling (artikel 67 Vw). -Het inreisverbod wordt of kan worden opgelegd aan derdelanders, niet zijnde gemeenschapsonderdanen. Dit inreisverbod, dat tezamen met een terugkeerbesluit wordt opgelegd door de vreemdelingenpolitie, Koninklijke Marechaussee of de IND, wordt geregistreerd in het Schengen Informatie Systeem (SIS). +Het inreisverbod wordt of kan worden opgelegd aan derdelanders, niet zijnde gemeenschapsonderdanen. Dit inreisverbod, dat tezamen met een terugkeerbesluit wordt opgelegd door de Vreemdelingenpolitie, Koninklijke Marechaussee, ZHP of de IND, wordt geregistreerd in het Schengen Informatie Systeem (SIS). Met de invoering van het inreisverbod zal de verklaring tot ongewenst vreemdeling nog zelden voorkomen. Dit is bijvoorbeeld nog wel mogelijk indien een vreemdeling de toegang is geweigerd. De ongewenstverklaring op grond van artikel 67 Vw zal in beginsel beperkt blijven tot gemeenschapsonderdanen en vreemdelingen die niet in Nederland verblijven of aan wie de toegang is geweigerd. @@ -3651,18 +3665,14 @@ Op grond van artikel 66a, eerste lid, Vw krijgt een vreemdeling een inreisverbod • hij Nederland onmiddellijk moet verlaten op grond van artikel 62, tweede lid, Vw; • hij Nederland niet binnen de hem opgelegde vertrektermijn uit eigen beweging heeft verlaten. -De gronden uit artikel 66a Vw, eerste lid, zijn imperatief. Op grond van artikel 66a, achtste lid Vw is het echter mogelijk om vanwege humanitaire of andere redenen af te zien van het uitvaardigen van een inreisverbod. +De gronden uit artikel 66a, eerste lid, Vw zijn imperatief. Op grond van artikel 66a, achtste lid, Vw is het echter mogelijk om vanwege humanitaire of andere redenen af te zien van het uitvaardigen van een inreisverbod. Daarnaast kan op grond van artikel 66a, tweede lid, Vw een inreisverbod worden opgelegd aan de vreemdeling, niet zijnde een gemeenschapsonderdaan, die Nederland niet onmiddellijk moet verlaten. -Hierbij kan gedacht worden aan een vreemdeling die een gevaar is voor de openbare orde, openbare veiligheid of nationale veiligheid, indien er redenen bestaan om in een dergelijk geval de vreemdeling – in afwijking van artikel 62, tweede lid, onder c Vw – een vertrektermijn te gunnen. +Hierbij kan gedacht worden aan een vreemdeling die een gevaar is voor de openbare orde, openbare veiligheid of nationale veiligheid, indien er redenen bestaan om in een dergelijk geval de vreemdeling – in afwijking van artikel 62, tweede lid, onder c Vw – een vertrektermijn te gunnen dan wel indien er redenen bestaan (de ratio van) artikel 64 Vw op hem van toepassing te achten. De in artikel 66a, tweede lid neergelegde bevoegdheid wordt toegepast overeenkomstig het beleid zoals dat geldt ten aanzien van de ongewenstverklaring (paragraaf A5/10 Vc). -De gronden die in artikel 66a, zevende lid, Vw worden genoemd voor het opleggen van een inreisverbod zijn vrijwel gelijk aan de gronden die in artikel 67 Vw zijn neergelegd om tot ongewenstverklaring over te gaan. Ten aanzien van de a-grond van artikel 67 Vw geldt dat overeenkomstig het geldende beleid voor de ongewenstverklaring in een dergelijke situatie ook een inreisverbod wordt opgelegd. - -De vreemdeling aan wie een inreisverbod is opgelegd, wordt gesignaleerd in (N)SIS (zie A3/9). - #### 2.2. Geen rechtmatig verblijf Op grond van artikel 66a, zesde lid, Vw kan de vreemdeling die een inreisverbod heeft ontvangen of die is gesignaleerd ter fine van weigering van de toegang geen rechtmatig verblijf hebben als bedoeld in artikel 8 Vw. @@ -3671,11 +3681,15 @@ Uitzonderingen hierop zijn: • het rechtmatig verblijf hangende de beslissing op een eerste aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 28; • de situatie waarin het, gelet op de gezondheidstoestand van de vreemdeling of die van een van zijn gezinsleden niet verantwoord is om te reizen, bedoeld in artikel 64; -• indien de uitzetting van de vreemdeling op grond van een rechterlijke beslissing achterwege dient te blijven totdat op het bezwaarschrift of beroepschrift is beslist +• indien de uitzetting van de vreemdeling op grond van een rechterlijke beslissing achterwege dient te blijven totdat op het bezwaarschrift of beroepschrift is beslist. -Door middel van artikel 66a, zevende lid, Vw wordt gewaarborgd dat de rechtsgevolgen van het inreisverbod voor het rechtmatig verblijf vergelijkbaar zijn met de gevolgen voor het rechtmatig verblijf in geval de vreemdeling ongewenst (ex art. 67 VW2000) zou zijn verklaard. Voor het overige is gewaarborgd dat het inreisverbod in vergelijkbare gevallen kan worden gegeven als waarin een ongewenstverklaring kan worden gegeven, doordat in het zevende lid de gronden voor de ongewenstverklaring, beschreven in artikel 67, eerste lid, onder b tot en met e, zijn overgenomen in artikel 66a, zevende lid, onderdelen a tot en met d. +Door middel van artikel 66a, zevende lid, Vw wordt gewaarborgd dat de rechtsgevolgen van het inreisverbod voor het rechtmatig verblijf vergelijkbaar zijn met de gevolgen voor het rechtmatig verblijf in geval de vreemdeling ongewenst (ex art. 67 Vw 2000) zou zijn verklaard. Voor het overige is gewaarborgd dat het inreisverbod in vergelijkbare gevallen kan worden gegeven als waarin een ongewenstverklaring kan worden gegeven, doordat in het zevende lid de gronden voor de ongewenstverklaring, beschreven in artikel 67, eerste lid, onder b tot en met e, zijn overgenomen in artikel 66a, zevende lid, onderdelen a tot en met d. Ten aanzien van artikel 67, eerste lid, onder a, Vw geldt dat overeenkomstig het geldende beleid voor de ongewenstverklaring in een dergelijke situatie ook een inreisverbod wordt opgelegd. Voor een uitleg bij de onderdelen a, b en d van artikel 66a, zevende lid, Vw wordt verwezen naar A5/10.2 ad b tot en met e. -Het inreisverbod betekent dus dat behoudens genoemde uitzonderingen artikel 8 Vw niet van toepassing is. Dit heeft tot gevolg dat deze vreemdelingen – zolang het inreisverbod van kracht blijft – niet gedurende de ‘vrije termijn’ in Nederland mogen verblijven en geen andere titel tot verblijf kunnen verkrijgen. Dit betekent ook dat in het kader van de grensbewaking aan deze vreemdelingen de toegang tot het grondgebied zal worden geweigerd. Evenmin is het hun toegestaan de behandeling van een aanvraag in Nederland af te wachten. +Het inreisverbod betekent dus dat behoudens genoemde uitzonderingen artikel 8 Vw niet van toepassing is. Dit heeft tot gevolg dat deze vreemdelingen – zolang het inreisverbod van kracht blijft – niet gedurende de ‘vrije termijn’ in Nederland mogen verblijven. Dit betekent ook dat in het kader van de grensbewaking aan deze vreemdelingen de toegang tot het grondgebied zal worden geweigerd. Evenmin is het hun toegestaan de behandeling van een aanvraag in Nederland af te wachten. + +Vreemdelingen die een inreisverbod hebben en op wie artikel 66a, zevende lid, Vw niet van toepassing is, kunnen een verblijfsaanvraag indienen die verband houdt met een verblijfsdoel dat wordt genoemd in art. 6.5(2) Vb. Dit geldt ook verblijfsaanvragen voor gezinshereniging/-vorming. Indien aan alle voorwaarden voor verblijf wordt voldaan, dan bestaat aanleiding het lichte inreisverbod op te heffen. + +De vreemdeling aan wie een inreisverbod is opgelegd, wordt gesignaleerd in (N)SIS (zie A3/9). #### 2.3. Strafbaarheid @@ -3690,12 +3704,14 @@ Op grond van artikel 66a, eerste lid, Vw wordt geen inreisverbod opgelegd aan di Daarnaast wordt ook geen inreisverbod uitgevaardigd, als: • de vreemdeling onderwerp is van de Dublin-verordening (claim uit-procedure); -• de vreemdeling in het bezit is van een verblijfsvergunning afgegeven door een andere lidstaat. Enkel indien de andere lidstaat er na consultatie via SIRENE mee instemt de verblijfsvergunning in te trekken, kan aan de vreemdeling een terugkeerbesluit en inreisverbod worden opgelegd. De vreemdeling dient vervolgens terug te keren naar zijn land van herkomst, buiten de Europese Unie; +• de vreemdeling in het bezit is van een verblijfsvergunning afgegeven door een andere lidstaat. Enkel indien de andere lidstaat er na consultatie via SIRENE mee instemt de verblijfsvergunning in te trekken, kan aan de vreemdeling een inreisverbod worden opgelegd; • de vreemdeling niet in Nederland verblijft. Een inreisverbod kan wel uitgevaardigd worden bij uitreis uit Nederland. -Verder wordt geen inreisverbod uitgevaardigd in de situatie als beschreven in artikel 6.5, lid 1 of 2 Vb, tenzij de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde, de openbare veiligheid of de nationale veiligheid. +Verder wordt geen inreisverbod uitgevaardigd in de situatie als beschreven in artikel 6.5, eerste of tweede lid, Vb, tenzij de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde, de openbare veiligheid of de nationale veiligheid. + +Ook wordt geen inreisverbod uitgevaardigd, indien het uitvaardigen van een inreisverbod een schending van artikel 8 EVRM betekent. Dit betekent dat bij het uitvaardigen van een inreisverbod rekening gehouden moet worden met artikel 8 EVRM aspecten (zie B2/10 Vc2000). Als de vreemdeling in bovengenoemde situaties al eerder een inreisverbod is opgelegd, dan wordt dit inreisverbod inclusief de signalering opgeheven. @@ -3707,12 +3723,16 @@ Het inreisverbodhoeft niet altijd gelijktijdig met het terugkeerbesluit gegeven ### 5. Duur van het inreisverbod -Op grond van artikel 66a, vierde lid, Vw, bedraagt de duur van een inreisverbod niet langer dan vijf jaren, tenzij het inreisverbod is gegeven op grond dat de vreemdeling naar het oordeel van de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel een ernstige bedreiging vormt van de openbare orde, openbare veiligheid of nationale veiligheid. +Op grond van artikel 66a, vierde lid, Vw, bedraagt de duur van een inreisverbod niet langer dan vijf jaren, tenzij het inreisverbod is gegeven op grond dat de vreemdeling naar het oordeel van de Minister voor Immigratie, Integratie en Asiel een ernstige bedreiging vormt van de openbare orde, openbare veiligheid of nationale veiligheid. -Om te voldoen aan de verplichting die is neergelegd in de Richtlijn Terugkeer om de duur te bepalen volgens alle relevante omstandigheden van het individuele geval is in artikel 6.5a Vb opgenomen dat de duur niet meer mag bedragen dan de daar vermelde maximumduur, die afhankelijk is van de reden waarom het inreisverbod wordt opgelegd. +Om te voldoen aan de verplichting die is neergelegd in de Terugkeerrichtlijn om de duur te bepalen volgens alle relevante omstandigheden van het individuele geval, is in artikel 6.5a Vb opgenomen dat de duur niet meer mag bedragen dan de daar vermelde maximumduur. De maximum duur is afhankelijk is van de reden waarom het inreisverbod wordt opgelegd. De maximale duur van het inreisverbod is afhankelijk van het bepaalde in artikel 6.5a Vb. In dit artikel is reeds verdisconteerd de ernst van de aanleiding om tot het opleggen van een inreisverbod over te gaan. Om die reden wordt, behoudens door de vreemdeling aangevoerde en nader onderbouwde bijzondere individuele omstandigheden, de maximale duur opgelegd zoals die in de verschillende onderdelen van artikel 6.5a Vb staan genoemd. +Met de vrijheidsstraf zoals bedoeld in artikel 6.5a Vb, wordt een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf bedoeld. + +Volgens artikel 6.5a, lid 4, aanhef en onder d, Vb bedraagt de duur van het inreisverbod ten hoogste vijf jaren indien de vreemdeling zich op het grondgebied van Nederland heeft begeven terwijl een inreisverbod van kracht was. Dit houdt in dat, indien een vreemdeling Nederland en daarmee de EU (met uitzondering van VK en Ierland), EER en Zwitserland niet heeft verlaten, en zich dus in weerwil van het inreisverbod op het grondgebied bevindt, de duur van het inreisverbod wordt verhoogd naar vijf jaren. Ook betekent dit dat indien een vreemdeling Nederland en daarmee de EU (met uitzondering van VK en Ierland), EER en Zwitserland wél heeft verlaten, maar zich vervolgens wederom op het grondgebied bevindt terwijl een inreisverbod van kracht is, de duur van het inreisverbod tevens wordt verhoogd naar vijf jaren. + ### 6. Procedurele aspecten #### 6.1. Inleiding @@ -3834,12 +3854,10 @@ Indien zodanige gemachtigde er niet is, niet bekend is, of stelt niet of niet la #### 6.6. Bezwaar en beroep -Op grond van artikel 75 Vw staat tegen een terugkeerbesluit dat wordt aangevuld met een inreisverbod beroep open bij de rechtbank ’s-Gravenhage (de vreemdelingenkamer). +Op grond van artikel 75, onder c, Vw staat tegen een terugkeerbesluit dat wordt aangevuld met een inreisverbod beroep open bij de rechtbank ’s-Gravenhage (de vreemdelingenkamer). Het indienen van een beroepschrift leidt er niet toe dat de werking van de beschikking hangende de behandeling van het beroepsschrift wordt opgeschort. De beschikking heeft dus onmiddellijke werking (zie artikel 6:16 Awb). Indien het inreisverbod deel uitmaakt van een meeromvattende beschikking in een toelatingsprocedure wordt de bezwaar- en/of beroepsmogelijkheid gevolgd van de hoofdprocedure. -Het indienen van een bezwaarschrift of beroepschrift leidt er niet toe dat de werking van de beschikking hangende de behandeling van het bezwaar of beroepsschrift wordt opgeschort. De beschikking heeft dus onmiddellijke werking (zie artikel 6:16 Awb). - #### 6.7. Stellen van aantekeningen Een aantekening over het inreisverbod wordt in het document voor grensoverschrijding van de vreemdeling gesteld, indien naar het oordeel van de Korpschef of (Commandant der) KMar gegronde reden bestaat om te vermoeden dat de vreemdeling zal proberen naar één van de Schengenlanden terug te keren. In het kader van de grensbewaking is de ambtenaar belast met grensbewaking bevoegd een aantekening te stellen in het reisdocument van de vreemdeling omtrent de reden van weigering toegang in verband met het inreisverbod, zie artikel 4.29, eerste lid, aanhef en onder j, Vb. @@ -3866,7 +3884,7 @@ Een vreemdeling die buiten de rechtsmacht van Nederland een ernstig misdrijf hee Ingevolge artikel 66b, eerste lid, Vw kan ambtshalve dan wel op aanvraag worden beslist tot opheffing of tijdelijke opheffing van het inreisverbod. De redenen voor een mogelijke opheffing staan beschreven in artikel 6.5b Vb. -Daarnaast worden ook in artikel 6.5, tweede lid, Vb redenen genoemd, die tot intrekking van een inreisverbod kunnen leiden. +Daarnaast worden ook in artikel 6.5, tweede lid, Vb redenen genoemd, die tot opheffen van een inreisverbod kunnen leiden. #### 7.2. De vorm van de aanvraag @@ -3898,6 +3916,8 @@ In voorkomende gevallen kan ook worden uitgegaan van een ambtsbericht van onder De IND beslist op een aanvraag om opheffing van het inreisverbod. Indien de aanvraag niet wordt ingewilligd kan de vreemdeling of zijn gemachtigde hiertegen beroep instellen bij de rechtbank. +Aangezien een wettelijke beslistermijn ontbreekt, wordt een beschikking op een aanvraag om opheffing van het inreisverbod binnen een redelijke termijn gegeven. Deze termijn wordt gesteld op acht weken. Indien een beschikking niet binnen acht weken kan worden gegeven, deelt de IND dit binnen deze termijn aan de aanvrager mede en noemt de IND een termijn waarbinnen de beslissing alsnog tegemoet kan worden gezien. Verwezen wordt naar art. 4:13-4:15 Awb. + Indien de aanvraag wordt ingewilligd, wordt de signalering uit de systemen verwijderd (zie A3/9.2). ### 8. Tijdelijke opheffing van het inreisverbod