2012-01-01 | BWBR0020420 | Besluit prudentiële regels Wft
This commit is contained in:
parent
590aeb05a1
commit
becd8dbd54
1 changed files with 123 additions and 116 deletions
|
|
@ -30,7 +30,7 @@ c. Australië of Nieuw-Zeeland;
|
|||
|
||||
*entiteit voor securitisatiedoeleinden*: onderneming:
|
||||
|
||||
a. die geen kredietinstelling is;
|
||||
a. die geen bank is;
|
||||
b. die is opgericht ten behoeve van een of meer securitisaties;
|
||||
c. wier activiteiten zich beperken tot hetgeen noodzakelijk is voor die securitisaties;
|
||||
d. wier oprichting dient om haar verplichtingen te scheiden van de verplichtingen van de initiator; en
|
||||
|
|
@ -50,6 +50,8 @@ d. de activa bieden gedurende de looptijd van de obligatie voldoende dekking voo
|
|||
e. op de activa is het recht van toepassing van een lidstaat, de Verenigde Staten van Amerika, Canada, Japan, de Republiek Korea, Hong Kong, Singapore, Australië, Nieuw-Zeeland of Zwitserland; en
|
||||
f. de uitgevende bank heeft geen aandelenbelang in de rechtspersonen, bedoeld onder c, onder 1º, oefent daarin geen beleidsbepalende zeggenschap uit en is ook niet op andere wijze gerechtigd tot een eigendomsbelang in die rechtspersonen.
|
||||
|
||||
*gemiddeld uitstaand elektronisch geld:* het gemiddelde totale bedrag gedurende de zes voorafgaande kalendermaanden van de met elektronisch geld verband houdende financiële verplichtingen dat op het eind van elke kalenderdag in omloop is, berekend op de eerste kalenderdag van elke kalendermaand en toegepast voor die kalendermaand.
|
||||
|
||||
*geregistreerde gedekte obligatie:*
|
||||
|
||||
obligatie, behorend tot een categorie die:
|
||||
|
|
@ -98,7 +100,7 @@ b. functie waaraan een bevoegdheid is verbonden die een wezenlijk risico inhoudt
|
|||
|
||||
*kans op wanbetaling*: kans dat een wederpartij over een periode van een jaar in gebreke blijft;
|
||||
|
||||
*kasstromen van het kernbedrijf:* kasstromen van leningen die met een vaste termijn zijn verstrekt aan tegenpartijen, die geen kantoren en bancaire deelnemingen zijn die niet in de rapportage worden betrokken, die geen kredietinstellingen en geen professionele geldmarktpartijen zijn, en van deze tegenpartijen met een vaste termijn opgenomen gelden, met inbegrip van te ontvangen onderscheidenlijk te betalen rente;
|
||||
*kasstromen van het kernbedrijf:* kasstromen van leningen die met een vaste termijn zijn verstrekt aan tegenpartijen, die geen kantoren en bancaire deelnemingen zijn die niet in de rapportage worden betrokken, die geen banken en geen professionele geldmarktpartijen zijn, en van deze tegenpartijen met een vaste termijn opgenomen gelden, met inbegrip van te ontvangen onderscheidenlijk te betalen rente;
|
||||
|
||||
*kredietbeoordeling*: taxatie van de kans op wanbetaling en de mate van wanbetaling door een bepaalde debiteur op al zijn verplichtingen of een deel van zijn verplichtingen;
|
||||
|
||||
|
|
@ -236,7 +238,7 @@ c. waarvan geen van de personen die het beleid bepalen of mede bepalen personen
|
|||
|
||||
**1.** Berekeningen met betrekking tot het minimumbedrag aan eigen vermogen, de solvabiliteit en de liquiditeit op grond van de hoofdstukken 9, 10 onderscheidenlijk 11 worden, voor zover niet anders is bepaald, gedaan op basis van de enkelvoudige jaarrekening zoals opgemaakt ingevolge Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek of de internationale jaarrekeningstandaarden.
|
||||
|
||||
**2.** Berekeningen met betrekking tot de solvabiliteit van kredietinstellingen op grond van hoofdstuk 10 en de liquiditeit van banken op grond van hoofdstuk 11 worden, voor zover niet anders is bepaald, gedaan op basis van de geconsolideerde jaarrekening indien deze wordt opgemaakt ingevolge Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek of de internationale jaarrekeningstandaarden.
|
||||
**2.** Berekeningen met betrekking tot de solvabiliteit van banken op grond van hoofdstuk 10 en de liquiditeit van banken op grond van hoofdstuk 11 worden, voor zover niet anders is bepaald, gedaan op basis van de geconsolideerde jaarrekening indien deze wordt opgemaakt ingevolge Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek of de internationale jaarrekeningstandaarden.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 2. Betrouwbaarheid
|
||||
|
||||
|
|
@ -292,13 +294,13 @@ De Nederlandsche Bank neemt bij de vaststelling, bedoeld in artikel 5, in aanmer
|
|||
|
||||
a. het onderlinge verband tussen de aan een antecedent ten grondslag liggende gedraging of gedragingen en de overige omstandigheden van het geval;
|
||||
b. de belangen die de wet beoogt te beschermen; en
|
||||
c. de overige belangen van de clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling of verzekeraar en de betrokkene.
|
||||
c. de overige belangen van de clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, bank of verzekeraar en de betrokkene.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 3. Integere uitoefening van het bedrijf
|
||||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
**1.** Een betaalinstelling, clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, premiepensioeninstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 3:10, eerste lid, 3:11, 3:12, 3:13 of 3:14 van de wet draagt zorg voor een systematische analyse van integriteitsrisico´s.
|
||||
**1.** Een betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, entiteit voor risico-acceptatie, bank, premiepensioeninstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 3:10, eerste lid, 3:11, 3:12, 3:13 of 3:14 van de wet draagt zorg voor een systematische analyse van integriteitsrisico´s.
|
||||
|
||||
**2.** De financiële onderneming, onderscheidenlijk het bijkantoor, draagt er zorg voor dat het beleid, bedoeld in artikel 3:10, eerste lid, van de wet zijn neerslag vindt in procedures en maatregelen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -314,24 +316,24 @@ c. de overige belangen van de clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptati
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Een betaalinstelling, clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, premiepensioeninstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, 3:23, 3:24a, 3:24b, 3:26 of 3:27 van de wet beschikt over procedures en maatregelen met betrekking tot het tegengaan van verstrengeling van privé-belangen van:
|
||||
Een betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, entiteit voor risico-acceptatie, bank, premiepensioeninstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, 3:23, 3:24a, 3:24b, 3:26 of 3:27 van de wet beschikt over procedures en maatregelen met betrekking tot het tegengaan van verstrengeling van privé-belangen van:
|
||||
|
||||
a. personen die het beleid van de financiële onderneming bepalen;
|
||||
b. groepsbestuurders;
|
||||
c. leden van het orgaan dat is belast met het toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de financiële onderneming; en
|
||||
d. andere werknemers of andere personen die in haar opdracht op structurele basis werkzaamheden voor haar verrichten, met haar belangen of die van haar cliënten.
|
||||
|
||||
**2.** De entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, premiepensioeninstelling of verzekeraar, onderscheidenlijk het bijkantoor, beschikt over procedures en maatregelen met betrekking tot het verlenen van financiële diensten op basis van personeelscondities aan personen die het beleid van de financiële onderneming bepalen en groepsbestuurders.
|
||||
**2.** De entiteit voor risico-acceptatie, bank, premiepensioeninstelling of verzekeraar, onderscheidenlijk het bijkantoor, beschikt over procedures en maatregelen met betrekking tot het verlenen van financiële diensten op basis van personeelscondities aan personen die het beleid van de financiële onderneming bepalen en groepsbestuurders.
|
||||
|
||||
**3.** Financiële dienstverlening door de entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, premiepensioeninstelling of verzekeraar, onderscheidenlijk het bijkantoor, op basis van personeelscondities aan personen die het beleid van de financiële onderneming bepalen of groepsbestuurders vindt uitsluitend plaats in de normale uitoefening van het bedrijf en vindt telkens slechts plaats na instemming door het orgaan dat is belast met het toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de financiële onderneming dan wel namens een daartoe aangewezen orgaan.
|
||||
**3.** Financiële dienstverlening door de entiteit voor risico-acceptatie, bank, premiepensioeninstelling of verzekeraar, onderscheidenlijk het bijkantoor, op basis van personeelscondities aan personen die het beleid van de financiële onderneming bepalen of groepsbestuurders vindt uitsluitend plaats in de normale uitoefening van het bedrijf en vindt telkens slechts plaats na instemming door het orgaan dat is belast met het toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de financiële onderneming dan wel namens een daartoe aangewezen orgaan.
|
||||
|
||||
**4.** Financiële dienstverlening door de entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, premiepensioeninstelling of verzekeraar, onderscheidenlijk het bijkantoor, aan personen die het beleid van de financiële onderneming bepalen of groepsbestuurders vindt, indien de dienst buiten de grenzen van het bij de financiële onderneming bestaande systeem van personeelscondities wordt verleend, uitsluitend plaats in de normale uitoefening van het bedrijf en tegen de gebruikelijke commerciële voorwaarden en zekerheden.
|
||||
**4.** Financiële dienstverlening door de entiteit voor risico-acceptatie, bank, premiepensioeninstelling of verzekeraar, onderscheidenlijk het bijkantoor, aan personen die het beleid van de financiële onderneming bepalen of groepsbestuurders vindt, indien de dienst buiten de grenzen van het bij de financiële onderneming bestaande systeem van personeelscondities wordt verleend, uitsluitend plaats in de normale uitoefening van het bedrijf en tegen de gebruikelijke commerciële voorwaarden en zekerheden.
|
||||
|
||||
**5.** Financiële dienstverlening door de entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, premiepensioeninstelling of verzekeraar, onderscheidenlijk het bijkantoor, aan leden van het orgaan dat belast is met het toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de financiële onderneming, alsmede aan familieleden, niet zijnde personeelsleden, van personen die het beleid van de financiële onderneming bepalen, van groepsbestuurders en van leden van het orgaan dat belast is met het toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de financiële onderneming, geschiedt uitsluitend in de normale uitoefening van het bedrijf en tegen de gebruikelijke commerciële voorwaarden en zekerheden.
|
||||
**5.** Financiële dienstverlening door de entiteit voor risico-acceptatie, bank, premiepensioeninstelling of verzekeraar, onderscheidenlijk het bijkantoor, aan leden van het orgaan dat belast is met het toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de financiële onderneming, alsmede aan familieleden, niet zijnde personeelsleden, van personen die het beleid van de financiële onderneming bepalen, van groepsbestuurders en van leden van het orgaan dat belast is met het toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de financiële onderneming, geschiedt uitsluitend in de normale uitoefening van het bedrijf en tegen de gebruikelijke commerciële voorwaarden en zekerheden.
|
||||
|
||||
### Artikel 12
|
||||
|
||||
**1.** Een betaalinstelling, clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, premiepensioeninstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 11, eerste lid, beschikt over procedures en maatregelen met betrekking tot de omgang met en vastlegging van incidenten.
|
||||
**1.** Een betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, entiteit voor risico-acceptatie, bank, premiepensioeninstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 11, eerste lid, beschikt over procedures en maatregelen met betrekking tot de omgang met en vastlegging van incidenten.
|
||||
|
||||
**2.** De financiële onderneming, onderscheidenlijk het bijkantoor, neemt naar aanleiding van een incident maatregelen die zijn gericht op het beheersen van de opgetreden risico’s en het voorkomen van herhaling.
|
||||
|
||||
|
|
@ -339,15 +341,15 @@ d. andere werknemers of andere personen die in haar opdracht op structurele basi
|
|||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
||||
**1.** Een betaalinstelling, clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, premiepensioeninstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 11, eerste lid, maakt een onderbouwde beoordeling van de betrouwbaarheid van personen die zij wil benoemen in een integriteitsgevoelige functie.
|
||||
**1.** Een betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, entiteit voor risico-acceptatie, bank, premiepensioeninstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 11, eerste lid, maakt een onderbouwde beoordeling van de betrouwbaarheid van personen die zij wil benoemen in een integriteitsgevoelige functie.
|
||||
|
||||
**2.** De financiële onderneming, onderscheidenlijk het bijkantoor, draagt zorg voor de beoordeling van de betrouwbaarheid van degenen die, anders dan op grond van een arbeidsovereenkomst, werkzaamheden in een integriteitgevoelige functie verrichten.
|
||||
|
||||
### Artikel 14
|
||||
|
||||
**1.** Een kredietinstelling, levensverzekeraar, premiepensioeninstelling of bijkantoor als bedoeld in artikel 11, eerste lid, beschikt met het oog op een integere uitoefening van het bedrijf over procedures en maatregelen met betrekking tot de acceptatie van cliënten.
|
||||
**1.** Een bank, levensverzekeraar, premiepensioeninstelling of bijkantoor als bedoeld in artikel 11, eerste lid, beschikt met het oog op een integere uitoefening van het bedrijf over procedures en maatregelen met betrekking tot de acceptatie van cliënten.
|
||||
|
||||
**2.** Onverminderd het bepaalde ingevolge de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme beschikt een kredietinstelling, levensverzekeraar, premiepensioeninstelling of bijkantoor als bedoeld in het eerste lid, over procedures en maatregelen met betrekking tot het vaststellen van de identiteit van cliënten en van de verificatie daarvan. De kredietinstelling, levensverzekeraar, onderscheidenlijk het bijkantoor, accepteert een cliënt niet indien de identiteit niet is vastgesteld overeenkomstig het daarvoor opgestelde beleid.
|
||||
**2.** Onverminderd het bepaalde ingevolge de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme beschikt een bank, levensverzekeraar, premiepensioeninstelling of bijkantoor als bedoeld in het eerste lid, over procedures en maatregelen met betrekking tot het vaststellen van de identiteit van cliënten en van de verificatie daarvan. De bank, levensverzekeraar, onderscheidenlijk het bijkantoor, accepteert een cliënt niet indien de identiteit niet is vastgesteld overeenkomstig het daarvoor opgestelde beleid.
|
||||
|
||||
**3.** De financiële onderneming, bedoeld in het tweede lid, onderscheidenlijk het bijkantoor, beschikt met het oog op een integere uitoefeningvan het bedrijf over organisatorische en administratieve procedures en maatregelen die betrekking hebben op risicoclassificaties ten aanzien van cliënten, producten of diensten.
|
||||
|
||||
|
|
@ -355,15 +357,15 @@ d. andere werknemers of andere personen die in haar opdracht op structurele basi
|
|||
|
||||
**5.** De financiële onderneming, bedoeld in het tweede lid, onderscheidenlijk het bijkantoor, draagt zorg voor de documentatie en vastlegging met betrekking tot de acceptatie en indeling naar risico van cliënten, de identificatie en verificatie van de gegevens van cliënten en de bewaking van het handelen van cliënten. Dergelijke gegevens worden tot vijf jaar na de dienstverlening of het beëindigen van de relatie bewaard.
|
||||
|
||||
**6.** De Nederlandsche Bank kan met het oog op een integere uitoefening van het bedrijf regels stellen met betrekking tot het door kredietinstellingen en bijkantoren van kredietinstellingen als bedoeld in het eerste lid te voeren beleid met betrekking tot afgeschermde rekeningen.
|
||||
**6.** De Nederlandsche Bank kan met het oog op een integere uitoefening van het bedrijf regels stellen met betrekking tot het door banken en bijkantoren van banken als bedoeld in het eerste lid te voeren beleid met betrekking tot afgeschermde rekeningen.
|
||||
|
||||
### Artikel 15
|
||||
|
||||
**1.** Een kredietinstelling of bijkantoor van een kredietinstelling als bedoeld in artikel 11, eerste lid, beschikt over procedures met betrekking tot de verstrekking van back-to-back leningen.
|
||||
**1.** Een bank of bijkantoor van een bank als bedoeld in artikel 11, eerste lid, beschikt over procedures met betrekking tot de verstrekking van back-to-back leningen.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de kredietinstelling of het bijkantoor voornemens is een back-to-back lening te verstrekken, onderzoekt zij of het krediet voor legitieme doeleinden gebruikt zal worden.
|
||||
**2.** Indien de bank of het bijkantoor voornemens is een back-to-back lening te verstrekken, onderzoekt zij of het krediet voor legitieme doeleinden gebruikt zal worden.
|
||||
|
||||
**3.** Indien er een back-to-back lening wordt verstrekt, legt de kredietinstelling of het bijkantoor de overeenkomst met vermelding van de gestelde essentiële zekerheden, deugdelijk vast.
|
||||
**3.** Indien er een back-to-back lening wordt verstrekt, legt de bank of het bijkantoor de overeenkomst met vermelding van de gestelde essentiële zekerheden, deugdelijk vast.
|
||||
|
||||
### Artikel 16
|
||||
|
||||
|
|
@ -379,10 +381,10 @@ d. andere werknemers of andere personen die in haar opdracht op structurele basi
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De bedrijfsvoering van een betaalinstelling, clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, premiepensioeninstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, 3:23, 3:24a, 3:24b, 3:26 of 3:27 van de wet omvat:
|
||||
De bedrijfsvoering van een betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, entiteit voor risico-acceptatie, bank, premiepensioeninstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, 3:23, 3:24a, 3:24b, 3:26 of 3:27 van de wet omvat:
|
||||
|
||||
a. een duidelijke en adequate organisatiestructuur;
|
||||
b. een duidelijke en adequate verdeling van taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden;
|
||||
a. een duidelijke, evenwichtige en adequate organisatiestructuur;
|
||||
b. een duidelijke, evenwichtige en adequate verdeling van taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden;
|
||||
c. een adequate vastlegging van rechten en verplichtingen;
|
||||
d. eenduidige rapportagelijnen; en
|
||||
e. een adequaat systeem van informatievoorziening en communicatie.
|
||||
|
|
@ -404,15 +406,15 @@ d. het ten minste jaarlijks rapporteren aan de personen die het dagelijks beleid
|
|||
|
||||
### Artikel 18
|
||||
|
||||
Een betaalinstelling, clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, premiepensioeninstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 17 beschikt over een adequate functiescheiding met het oog op een beheerste bedrijfsvoering.
|
||||
Een betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, entiteit voor risico-acceptatie, bank, premiepensioeninstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 17 beschikt over een adequate functiescheiding met het oog op een beheerste bedrijfsvoering.
|
||||
|
||||
### Artikel 19
|
||||
|
||||
De bedrijfsvoering van een betaalinstelling, clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, premiepensioeninstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 17 voorziet in een juiste, tijdige en volledige vastlegging van alle rechten en verplichtingen van de financiële onderneming of bijkantoor in een daartoe bestemde administratie.
|
||||
De bedrijfsvoering van een betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, entiteit voor risico-acceptatie, bank, premiepensioeninstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 17 voorziet in een juiste, tijdige en volledige vastlegging van alle rechten en verplichtingen van de financiële onderneming of bijkantoor in een daartoe bestemde administratie.
|
||||
|
||||
### Artikel 20
|
||||
|
||||
**1.** Een betaalinstelling, clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, premiepensioeninstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 17 beschikt over een informatiesysteem dat een effectieve beheersing van de bedrijfsprocessen en de risico’s mogelijk maakt en dat voorziet in interne en externe informatiebehoeften.
|
||||
**1.** Een betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, entiteit voor risico-acceptatie, bank, premiepensioeninstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 17 beschikt over een informatiesysteem dat een effectieve beheersing van de bedrijfsprocessen en de risico’s mogelijk maakt en dat voorziet in interne en externe informatiebehoeften.
|
||||
|
||||
**2.** De financiële onderneming of bijkantoor beschikt over procedures en maatregelen om de integriteit, voortdurende beschikbaarheid en beveiliging van geautomatiseerde gegevensverwerking te waarborgen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -420,7 +422,7 @@ De bedrijfsvoering van een betaalinstelling, clearinginstelling, entiteit voor r
|
|||
|
||||
### Artikel 21
|
||||
|
||||
**1.** Een betaalinstelling, clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, premiepensioeninstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 17 beschikt over een organisatieonderdeel dat op onafhankelijke en effectieve wijze een compliancefunctie uitoefent. Het organisatieonderdeel heeft als taak het controleren van de naleving van wettelijke regels en van interne regels die de financiële onderneming of bijkantoor zelf heeft opgesteld.
|
||||
**1.** Een betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, entiteit voor risico-acceptatie, bank, premiepensioeninstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 17 beschikt over een organisatieonderdeel dat op onafhankelijke en effectieve wijze een compliancefunctie uitoefent. Het organisatieonderdeel heeft als taak het controleren van de naleving van wettelijke regels en van interne regels die de financiële onderneming of bijkantoor zelf heeft opgesteld.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -435,7 +437,7 @@ d. het ten minste jaarlijks rapporteren aan de personen die het dagelijks beleid
|
|||
|
||||
### Artikel 22
|
||||
|
||||
De opdracht tot onderzoek van de jaarrekening van een betaalinstelling, clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, premiepensioeninstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 17 aan de externe accountant voorziet in een toetsing en beoordeling op hoofdlijnen met betrekking tot de toereikendheid van de organisatie-inrichting en risicobeheersing.
|
||||
De opdracht tot onderzoek van de jaarrekening van een betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, entiteit voor risico-acceptatie, bank, premiepensioeninstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 17 aan de externe accountant voorziet in een toetsing en beoordeling op hoofdlijnen met betrekking tot de toereikendheid van de organisatie-inrichting en risicobeheersing.
|
||||
|
||||
### Artikel 22a
|
||||
|
||||
|
|
@ -445,7 +447,7 @@ De werknemers van een bank die een vergunning heeft als bedoeld in artikel 2:11
|
|||
|
||||
### Artikel 23
|
||||
|
||||
**1.** Een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten, beleggingsonderneming, betaalinstelling clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 3:17, eerste en derde lid, 3:22, 3:23, 3:24a, 3:24b, 3:26 of 3:27 van de wet voert beleid gericht op het beheersen van relevante risico’s.
|
||||
**1.** Een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten, beleggingsonderneming, betaalinstelling clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, entiteit voor risico-acceptatie, bank, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 3:17, eerste en derde lid, 3:22, 3:23, 3:24a, 3:24b, 3:26 of 3:27 van de wet voert beleid gericht op het beheersen van relevante risico’s.
|
||||
|
||||
**2.** Onder relevante risico’s, bedoeld in het eerste lid, worden in het bijzonder verstaan het concentratierisico, krediet- en tegenpartijrisico, liquiditeitsrisico, marktrisico, operationeel risico, renterisico voortvloeiend uit niet-handelsactiviteiten, restrisico, securitisatierisico en verzekeringsrisico. Een bank, beleggingsonderneming of clearinginstelling als bedoeld in artikel 3:17, eerste of derde lid, 3:22, 3:23 of 3:27 van de wet houdt tevens rekening met de risico’s die voortvloeien uit de macro-economische omgeving waarin de onderneming actief is en die verband houden met de stand van de conjunctuurcyclus.
|
||||
|
||||
|
|
@ -535,7 +537,7 @@ f. opzetten, implementeren en in stand houden van adequate procedures die in gev
|
|||
|
||||
### Artikel 24
|
||||
|
||||
Een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten, beleggingsonderneming, betaalinstelling, clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 23, eerste lid, ziet er op systematische wijze op toe dat de procedures en maatregelen, bedoeld in artikel 23, derde lid, worden nageleefd en zorgt ervoor dat gesignaleerde tekortkomingen of gebreken worden opgeheven.
|
||||
Een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten, beleggingsonderneming, betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, entiteit voor risico-acceptatie, bank, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 23, eerste lid, ziet er op systematische wijze op toe dat de procedures en maatregelen, bedoeld in artikel 23, derde lid, worden nageleefd en zorgt ervoor dat gesignaleerde tekortkomingen of gebreken worden opgeheven.
|
||||
|
||||
### Artikel 24a
|
||||
|
||||
|
|
@ -574,7 +576,7 @@ b. regelmatig verslag uit over de actuele omvang van het risico dat elke door de
|
|||
|
||||
### Artikel 25
|
||||
|
||||
Indien een beleggingsonderneming, betaalinstelling, clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 23, eerste lid, gebruik maakt van intern ontwikkelde modellen, beoordeelt deze die modellen en de gehanteerde veronderstellingen en variabelen op systematische wijze op validiteit, onder meer door voorspellingen van het model te vergelijken met de werkelijke uitkomsten.
|
||||
Indien een beleggingsonderneming, betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, entiteit voor risico-acceptatie, bank, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 23, eerste lid, gebruik maakt van intern ontwikkelde modellen, beoordeelt deze die modellen en de gehanteerde veronderstellingen en variabelen op systematische wijze op validiteit, onder meer door voorspellingen van het model te vergelijken met de werkelijke uitkomsten.
|
||||
|
||||
### Artikel 25a
|
||||
|
||||
|
|
@ -642,11 +644,13 @@ Een premiepensioeninstelling beschikt over procedures en maatregelen die waarbor
|
|||
|
||||
**1.** Een financiële onderneming of bijkantoor als bedoeld in artikel 3:18, eerste lid, 3:22, 3:23, 3:24b, 3:25, 3:26 of 3:27, van de wet gaat niet over tot het uitbesteden van werkzaamheden indien die uitbesteding een belemmering kan vormen voor een adequaat toezicht op de naleving van het bij of krachtens het Deel Prudentieel toezicht financiële ondernemingen van de wet bepaalde.
|
||||
|
||||
**2.** Een betaalinstelling, clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, premiepensioeninstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 3:18, tweede lid, 3:23, 3:26 of 3:27 van de wet besteedt de taken en werkzaamheden van personen die het dagelijks beleid bepalen, daaronder mede verstaan het vaststellen van het beleid en het afleggen van verantwoording over het gevoerde beleid, niet uit.
|
||||
**2.** Een betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, entiteit voor risico-acceptatie, bank, premiepensioeninstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 3:18, tweede lid, 3:23, 3:26 of 3:27 van de wet besteedt de taken en werkzaamheden van personen die het dagelijks beleid bepalen, daaronder mede verstaan het vaststellen van het beleid en het afleggen van verantwoording over het gevoerde beleid, niet uit.
|
||||
|
||||
### Artikel 27a
|
||||
|
||||
Indien een betaalinstelling voornemens is werkzaamheden in verband met het verlenen van betaaldiensten uit te besteden, stelt zij de Nederlandsche Bank daarvan in kennis.
|
||||
**1.** Indien een betaalinstelling of een elektronischgeldinstelling voornemens is werkzaamheden in verband met het verlenen van betaaldiensten uit te besteden, stelt zij de Nederlandsche Bank daarvan in kennis.
|
||||
|
||||
**2.** Indien een elektronischgeldinstelling voornemens is werkzaamheden in verband met de uitgifte van elektronisch geld uit te besteden, stelt zij de Nederlandsche Bank daarvan in kennis.
|
||||
|
||||
### Artikel 27b
|
||||
|
||||
|
|
@ -654,19 +658,19 @@ Bij de uitbesteding van werkzaamheden in verband met het verlenen van betaaldien
|
|||
|
||||
### Artikel 28
|
||||
|
||||
Een betaalinstelling, clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, premiepensioeninstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 27, tweede lid, gaat niet over tot het uitbesteden van werkzaamheden indien dat afbreuk doet aan de kwaliteit van haar onafhankelijke interne toetsing als bedoeld in artikel 17, vierde lid.
|
||||
Een betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, entiteit voor risico-acceptatie, bank, premiepensioeninstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 27, tweede lid, gaat niet over tot het uitbesteden van werkzaamheden indien dat afbreuk doet aan de kwaliteit van haar onafhankelijke interne toetsing als bedoeld in artikel 17, vierde lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 29
|
||||
|
||||
Een betaalinstelling, clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, premiepensioeninstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 27, tweede lid, voert een adequaat beleid en beschikt over procedures en maatregelen met betrekking tot het op structurele basis uitbesteden van werkzaamheden.
|
||||
Een betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, entiteit voor risico-acceptatie, bank, premiepensioeninstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 27, tweede lid, voert een adequaat beleid en beschikt over procedures en maatregelen met betrekking tot het op structurele basis uitbesteden van werkzaamheden.
|
||||
|
||||
### Artikel 30
|
||||
|
||||
Een betaalinstelling, clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, premiepensioeninstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 27, tweede lid, beschikt over toereikende procedures, maatregelen, deskundigheid en informatie om de uitvoering van de op structurele basis uitbestede werkzaamheden te kunnen beoordelen.
|
||||
Een betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, entiteit voor risico-acceptatie, bank, premiepensioeninstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 27, tweede lid, beschikt over toereikende procedures, maatregelen, deskundigheid en informatie om de uitvoering van de op structurele basis uitbestede werkzaamheden te kunnen beoordelen.
|
||||
|
||||
### Artikel 31
|
||||
|
||||
**1.** Een betaalinstelling, clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, premiepensioeninstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 27, tweede lid, legt de overeenkomst met de derde waaraan de werkzaamheden op structurele basis worden uitbesteed schriftelijk vast.
|
||||
**1.** Een betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, entiteit voor risico-acceptatie, bank, premiepensioeninstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 27, tweede lid, legt de overeenkomst met de derde waaraan de werkzaamheden op structurele basis worden uitbesteed schriftelijk vast.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -686,27 +690,29 @@ De artikelen 29 tot en met 31 zijn niet van toepassing op het uitbesteden van we
|
|||
|
||||
### Artikel 32a
|
||||
|
||||
**1.** Dit hoofdstuk is, met uitzondering van artikel 27a, slechts van toepassing op het uitbesteden van werkzaamheden door betaalinstellingen voor zover het belangrijke werkzaamheden betreft.
|
||||
**1.** Dit hoofdstuk is, met uitzondering van artikel 27a, slechts van toepassing op het uitbesteden van werkzaamheden door betaalinstellingen of elektronischgeldinstellingen voor zover het belangrijke werkzaamheden betreft.
|
||||
|
||||
**2.** Een werkzaamheid wordt als belangrijk aangemerkt indien een gebrekkige of tekortschietende uitvoering ervan wezenlijk afbreuk zou doen aan de naleving door de betaalinstelling van de vergunningsvereisten, als bedoeld in artikel 2:3b van de wet, of van andere verplichtingen ingevolge de wet of Titel 7B van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, dan wel aan haar financiële resultaten of de soliditeit of continuïteit van haar betaaldiensten.
|
||||
|
||||
**3.** Een werkzaamheid wordt als belangrijk aangemerkt indien een gebrekkige of tekortschietende uitvoering ervan wezenlijk afbreuk zou doen aan de naleving door de elektronischgeldinstelling van de vergunningvereisten, genoemd in artikel 2:10b van de wet, dan wel aan haar financiële resultaten of de soliditeit of continuïteit van haar dienstverlening ter zake van de uitgifte van elektronisch geld.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 6. Wijzigingen met betrekking tot verstrekte gegevens
|
||||
|
||||
### Artikel 32b
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Een betaalinstelling geeft onverwijld schriftelijk aan de Nederlandsche Bank kennis van een wijziging in de ingevolge artikel 2:3b, tweede lid, van de wet verstrekte gegevens met betrekking tot:
|
||||
Een betaalinstelling of elektronischgeldinstelling geeft onverwijld schriftelijk aan de Nederlandsche Bank kennis van een wijziging in de ingevolge artikel 2:3b, tweede lid, van de wet respectievelijk ingevolge artikel 2:10b, tweede lid, van de wet verstrekte gegevens met betrekking tot:
|
||||
|
||||
a. de activiteiten die de betaaldienstverlener voornemens is te verrichten;
|
||||
b. het bedrijfsplan waarmee wordt aangetoond dat de betaaldienstverlener in staat is gebruik te maken van passende en evenredige systemen, middelen en procedures om op een gezonde basis te opereren;
|
||||
c. de identiteit van personen die, direct of indirect, gekwalificeerde deelnemingen als bedoeld in artikel 1 van de wet in de betaaldienstverlener bezitten, alsmede de omvang van hun deelnemingen en het bewijs van hun geschiktheid;
|
||||
d. indien van toepassing, de accountantsorganisatie of het auditkantoor, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdelen a en c, van de Wet toezicht accountantsorganisaties, belast met de wettelijke controle bedoeld in artikel 2, onderdeel 1, van de richtlijn nr. 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 17 mei 2006 betreffende de wettelijke controles van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen, tot wijziging van de Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad, en houdende intrekking van Richtlijn 84/253/EEG van de Raad (PbEU L 157) van de jaarrekening van de betaaldienstverlener;
|
||||
a. de activiteiten die de betaaldienstverlener of de elektronischgeldinstelling voornemens is te verrichten;
|
||||
b. het bedrijfsplan waarmee wordt aangetoond dat de betaaldienstverlener of de elektronischgeldinstelling in staat is gebruik te maken van passende en evenredige systemen, middelen en procedures om op een gezonde basis te opereren;
|
||||
c. de identiteit van personen die, direct of indirect, gekwalificeerde deelnemingen als bedoeld in artikel 1 van de wet in de betaaldienstverlener of de elektronischgeldinstelling bezitten, alsmede de omvang van hun deelnemingen en het bewijs van hun geschiktheid;
|
||||
d. indien van toepassing, de accountantsorganisatie of het auditkantoor, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdelen a en c, van de Wet toezicht accountantsorganisaties, belast met de wettelijke controle bedoeld in artikel 2, onderdeel 1, van de richtlijn nr. 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 17 mei 2006 betreffende de wettelijke controles van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen, tot wijziging van de Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad, en houdende intrekking van Richtlijn 84/253/EEG van de Raad (PbEU L 157) van de jaarrekening van de betaaldienstverlener of de elektronischgeldinstelling;
|
||||
e. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank heeft geoordeeld dat wordt voldaan aan hetgeen ingevolge artikel 3:8 van de wet is bepaald met betrekking tot de deskundigheid van de personen die het dagelijks beleid bepalen;
|
||||
f. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank heeft geoordeeld dat wordt voldaan aan hetgeen ingevolge artikel 3:9 van de wet is bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de personen die het beleid bepalen of mede bepalen of onderdeel zijn van een orgaan dat belast is met toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken;
|
||||
g. het voorgenomen beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:10, eerste lid, van de wet;
|
||||
h. de inrichting van de bedrijfsvoering met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:17, eerste en tweede lid, van de wet;
|
||||
i. de wijze waarop wordt voldaan aan het ingevolge artikel 3:29a van de wet bepaalde met betrekking tot de geldmiddelen die worden of zijn ontvangen van betaaldienstgebruikers of andere betaaldienstverleners; en
|
||||
i. de wijze waarop wordt voldaan aan het ingevolge artikel 3:29a van de wet bepaalde met betrekking tot de geldmiddelen die worden of zijn ontvangen van betaaldienstgebruikers of betaaldienstverleners en met betrekking tot de geldmiddelen die worden of zijn ontvangen in ruil voor elektronisch geld dat is uitgegeven; en
|
||||
j. het eigen vermogen, bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet.
|
||||
|
||||
**2.** Bij de toepassing van het eerste lid, onderdelen h en i, geeft de betaalinstelling een beschrijving van de wijzigingen in de regelingen voor accountantscontrole en de organisatorische regelingen die hij heeft getroffen voor het nemen van alle redelijke maatregelen om de belangen van zijn gebruikers te beschermen en om de continuïteit en betrouwbaarheid bij het uitvoeren van betaaldiensten te garanderen.
|
||||
|
|
@ -717,7 +723,7 @@ j. het eigen vermogen, bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet.
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Een clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, of verzekeraar als bedoeld in artikel 3:29, eerste lid, 3:42, 3:43, tweede lid, of 3:49 van de wet geeft schriftelijk aan de Nederlandsche Bank kennis van het voornemen tot een wijziging van:
|
||||
Een betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, entiteit voor risico-acceptatie, bank, of verzekeraar als bedoeld in artikel 3:29, eerste lid, 3:42, 3:43, tweede lid, of 3:49 van de wet geeft schriftelijk aan de Nederlandsche Bank kennis van het voornemen tot een wijziging van:
|
||||
|
||||
a. de personen die het dagelijks beleid van de financiële onderneming bepalen of het beleid van de financiële onderneming bepalen of mede bepalen; en
|
||||
b. indien van toepassing, de personen die onderdeel zijn van een orgaan dat belast is met het toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de financiële onderneming.
|
||||
|
|
@ -749,7 +755,7 @@ d. een kopie van een geldig identiteitsbewijs.
|
|||
|
||||
### Artikel 34
|
||||
|
||||
**1.** Een betaalinstelling, clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling of verzekeraar als bedoeld in artikel 33, eerste lid, geeft schriftelijk kennis aan de Nederlandsche Bank van een wijziging van gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank heeft geoordeeld dat wordt voldaan aan hetgeen ingevolge artikel 3:9 wordt bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de in dat artikel bedoelde personen.
|
||||
**1.** Een betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, entiteit voor risico-acceptatie, bank of verzekeraar als bedoeld in artikel 33, eerste lid, geeft schriftelijk kennis aan de Nederlandsche Bank van een wijziging van gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank heeft geoordeeld dat wordt voldaan aan hetgeen ingevolge artikel 3:9 wordt bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de in dat artikel bedoelde personen.
|
||||
|
||||
**2.** De financiële onderneming geeft van een wijziging als bedoeld in het eerste lid onverwijld schriftelijk kennis nadat zij van de wijziging op de hoogte is gekomen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -757,7 +763,7 @@ d. een kopie van een geldig identiteitsbewijs.
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Een betaalinstelling, clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling of verzekeraar als bedoeld in artikel 33, eerste lid, geeft schriftelijk kennis aan de Nederlandsche Bank van een wijziging in:
|
||||
Een betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, entiteit voor risico-acceptatie, bank of verzekeraar als bedoeld in artikel 33, eerste lid, geeft schriftelijk kennis aan de Nederlandsche Bank van een wijziging in:
|
||||
|
||||
a. de naam of het adres van de financiële onderneming;
|
||||
b. de rechtsvorm van de financiële onderneming;
|
||||
|
|
@ -771,19 +777,19 @@ g. indien van toepassing, het adres van een in een andere staat gelegen bijkanto
|
|||
|
||||
### Artikel 36
|
||||
|
||||
**1.** Een clearinginstelling, kredietinstelling of verzekeraar als bedoeld in artikel 3:29, eerste lid, 3:42 of 3:43, eerste lid, van de wet geeft schriftelijk aan de Nederlandsche Bank kennis van het voornemen tot een wijziging van de personen die het dagelijks beleid van het bijkantoor bepalen.
|
||||
**1.** Een clearinginstelling, bank of verzekeraar als bedoeld in artikel 3:29, eerste lid, 3:42 of 3:43, eerste lid, van de wet geeft schriftelijk aan de Nederlandsche Bank kennis van het voornemen tot een wijziging van de personen die het dagelijks beleid van het bijkantoor bepalen.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 33, tweede tot en met vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 37
|
||||
|
||||
**1.** Een clearinginstelling, kredietinstelling of verzekeraar als bedoeld in artikel 3:29, eerste lid, van de wet met zetel in Nederland die haar bedrijf uitoefent vanuit een in een andere lidstaat gelegen bijkantoor geeft schriftelijk aan de Nederlandsche Bank en de toezichthoudende instantie van die lidstaat kennis van een wijziging in het adres van het bijkantoor.
|
||||
**1.** Een clearinginstelling, bank of verzekeraar als bedoeld in artikel 3:29, eerste lid, van de wet met zetel in Nederland die haar bedrijf uitoefent vanuit een in een andere lidstaat gelegen bijkantoor geeft schriftelijk aan de Nederlandsche Bank en de toezichthoudende instantie van die lidstaat kennis van een wijziging in het adres van het bijkantoor.
|
||||
|
||||
**2.** Onverminderd het eerste lid, geeft een kredietinstelling als bedoeld in artikel 3:29, eerste lid, van de wet, met zetel in Nederland die haar bedrijf uitoefent vanuit een in een andere lidstaat gelegen bijkantoor geeft schriftelijk aan de Nederlandsche Bank en de toezichthoudende instantie van die lidstaat kennis van een wijziging met betrekking tot de toepasselijkheid van een depositogarantiestelsel op het bijkantoor.
|
||||
**2.** Onverminderd het eerste lid, geeft een bank als bedoeld in artikel 3:29, eerste lid, van de wet, met zetel in Nederland die haar bedrijf uitoefent vanuit een in een andere lidstaat gelegen bijkantoor geeft schriftelijk aan de Nederlandsche Bank en de toezichthoudende instantie van die lidstaat kennis van een wijziging met betrekking tot de toepasselijkheid van een depositogarantiestelsel op het bijkantoor.
|
||||
|
||||
**3.** De financiële onderneming geeft van een wijziging als bedoeld in het eerste of tweede lid kennis binnen twee weken nadat de wijziging zich heeft voorgedaan.
|
||||
|
||||
**4.** Een clearinginstelling of kredietinstelling als bedoeld in artikel 3:29, eerste lid, van de wet die haar bedrijf uitoefent vanuit een in een andere lidstaat gelegen bijkantoor geeft schriftelijk kennis aan de Nederlandsche Bank en de toezichthoudende instantie van die lidstaat van het voornemen de uitoefening van haar bedrijf vanuit het in de andere lidstaat gelegen bijkantoor te staken. De clearinginstelling of kredietinstelling geeft geen uitvoering aan het voornemen gedurende de eerste vier weken na de kennisgeving.
|
||||
**4.** Een clearinginstelling of bank als bedoeld in artikel 3:29, eerste lid, van de wet die haar bedrijf uitoefent vanuit een in een andere lidstaat gelegen bijkantoor geeft schriftelijk kennis aan de Nederlandsche Bank en de toezichthoudende instantie van die lidstaat van het voornemen de uitoefening van haar bedrijf vanuit het in de andere lidstaat gelegen bijkantoor te staken. De clearinginstelling of bank geeft geen uitvoering aan het voornemen gedurende de eerste vier weken na de kennisgeving.
|
||||
|
||||
### Artikel 38
|
||||
|
||||
|
|
@ -838,13 +844,13 @@ c. een opgave van de naam en het adres van de schaderegelaar, bedoeld in artikel
|
|||
|
||||
**2.** De financiële onderneming geeft van een wijziging als bedoeld in het eerste lid, onverwijld kennis nadat zij van de wijziging op de hoogte is gekomen.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 6a. Veilig stellen geldmiddelen betaaldiensten en verlenen krediet door betaalinstellingen
|
||||
## Hoofdstuk 6a. Veilig stellen geldmiddelen en verlenen krediet door betaalinstellingen en elektronischgeldinstellingen met zetel in Nederland
|
||||
|
||||
### Artikel 40a
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Een betaalinstelling stelt geldmiddelen die zijn ontvangen van betaaldienstgebruikers of andere betaaldienstverleners voor de uitvoering van betalingstransacties op een van de volgende wijzen veilig:
|
||||
Een betaalinstelling als bedoeld in artikel 3:29a, eerste lid, van de wet stelt geldmiddelen die zijn ontvangen van betaaldienstgebruikers of andere betaaldienstverleners voor de uitvoering van betalingstransacties op een van de volgende wijzen veilig:
|
||||
|
||||
a. de geldmiddelen worden niet vermengd met de geldmiddelen van andere schuldeisers van de betaalinstelling; of
|
||||
b. de geldmiddelen worden gedekt door een verzekeringspolis of een vergelijkbare garantie van een verzekeraar of een bank die niet tot dezelfde groep behoort als de betaalinstelling, tegen het risico dat de betaalinstelling niet in staat is haar verplichtingen met betrekking tot de geldmiddelen na te komen, voor een bedrag dat gelijk is aan het bedrag dat afgescheiden zou zijn bij het ontbreken van de verzekeringspolis of vergelijkbare garantie.
|
||||
|
|
@ -861,18 +867,33 @@ In buitengewone omstandigheden en wanneer dit voldoende gemotiveerd is, mogen de
|
|||
|
||||
**4.** Indien het deel van de geldmiddelen dat bestemd is voor toekomstige betalingstransacties niet bekend of variabel is, is het de betaalinstellingen toegestaan om het eerste lid uitsluitend toe te passen op een representatief gedeelte dat geacht wordt voor betalingsdiensten te worden gebruikt. Dit representatieve gedeelte moet redelijkerwijs kunnen worden geraamd op basis van historische gegevens.
|
||||
|
||||
**5.** Het eerste tot en met vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing op elektronischgeldinstellingen als bedoeld in artikel 3:29a, eerste lid, van de wet.
|
||||
|
||||
### Artikel 40b
|
||||
|
||||
Betaalinstellingen verlenen slechts krediet in verband met de in de punten 4, 5 en 7 van de bijlage bij de richtlijn betaaldiensten bedoelde betaaldiensten indien:
|
||||
**1.** Een elektronischgeldinstelling als bedoeld in artikel 3:29a, tweede lid, van de wet, stelt de middelen die zij ontvangt in ruil voor elektronisch geld dat is uitgegeven, veilig op het moment dat deze gelden ter beschikking komen van de elektronischgeldinstelling doch uiterlijk vijf werkdagen na uitgifte van het elektronisch geld.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De financiële onderneming stelt chartale of girale gelden die zij ontvangt in ruil voor elektronisch geld op een van de volgende wijzen veilig:
|
||||
|
||||
a. de gelden worden niet vermengd met de geldmiddelen van andere schuldeisers van de elektronischgeldinstelling;
|
||||
b. de gelden worden gedekt door een verzekeringspolis of een vergelijkbare garantie van een verzekeraar of een bank die niet tot dezelfde groep behoort als de elektronischgeldinstelling, tegen het risico dat de elektronischgeldinstelling niet in staat is haar verplichtingen met betrekking tot de gelden na te komen, voor een bedrag dat gelijk is aan het bedrag dat afgescheiden zou zijn bij het ontbreken van de verzekeringspolis of vergelijkbare garantie.
|
||||
|
||||
**3.** Indien toepassing wordt gegeven aan het tweede lid, aanhef en onderdeel a, worden de ontvangen gelden op een afzonderlijke rekening gestort bij een bank of belegd in veilige, liquide activa met een lage risicograad, op zodanige wijze dat andere schuldeisers van de elektronischgeldinstelling, in het bijzonder in het geval van insolventie van de elektronischgeldinstelling, hun vorderingen niet op deze gelden kunnen verhalen.
|
||||
|
||||
**4.** Voor de toepassing van het derde lid is artikel 40a, derde lid, van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**5.** Voor de toepassing van het tweede en derde lid is artikel 40a, vierde lid, van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 40c
|
||||
|
||||
Betaalinstellingen of elektronischgeldinstellingen verlenen slechts krediet in verband met de in de punten 4, 5 en 7 van de bijlage bij de richtlijn betaaldiensten bedoelde betaaldiensten indien:
|
||||
|
||||
a. het krediet een aanvullend krediet is en uitsluitend wordt verstrekt in verband met de uitvoering van een betalingstransactie;
|
||||
b. het krediet dat is verstrekt in verband met een betaaldienst die is verleend door middel van dienstverrichting naar een andere lidstaat of vanuit een bijkantoor in een andere lidstaat wordt terugbetaald binnen een korte termijn, die in geen geval meer dan twaalf maanden bedraagt;
|
||||
c. het niet wordt verleend uit geldmiddelen die zijn ontvangen of die worden aangehouden voor het uitvoeren van toekomstige betalingstransacties; en
|
||||
d. het eigen vermogen van de betaalinstelling te allen tijde in redelijke verhouding staat tot het totale bedrag van het verleende krediet.
|
||||
|
||||
### Artikel 40c
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
d. het eigen vermogen van de betaalinstelling of de elektronischgeldinstelling te allen tijde in redelijke verhouding staat tot het totale bedrag van het verleende krediet.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 7. Verzekering bijkomende risico’s
|
||||
|
||||
|
|
@ -973,7 +994,7 @@ l. € 20.000 voor een betaalinstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid,
|
|||
m. € 50.000 voor een betaalinstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet die uitsluitend de in punt 7 van de richtlijn betaaldiensten vermelde betaaldienst verleent;
|
||||
n. € 125.000 voor een betaalinstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet die een in de punten 1 tot en met 5 van de bijlage bij de richtlijn betaaldiensten vermelde betaaldienst verleent;
|
||||
o. € 112.500 voor een bewaarder als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:55, eerste lid, van de wet;
|
||||
p. € 1 miljoen voor een elektronischgeldinstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:54, eerste lid, van de wet;
|
||||
p. € 350.000 voor een elektronischgeldinstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet;
|
||||
q. € 225.000 voor een premiepensioeninstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet;
|
||||
r. € 112.500 voor een pensioenbewaarder als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1034,7 +1055,7 @@ Voor schadeverzekeraars als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdelen f en
|
|||
|
||||
### Artikel 50
|
||||
|
||||
**1.** Het minimumbedrag aan eigen vermogen van een bank als bedoeld in artikel 2:13, eerste lid, 3:53, eerste lid, of 3:54, eerste lid, van de wet, van een beheerder van een instelling voor collectieve beleggingen in effecten als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet, van een beheerder als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:55, eerste lid, van de wet die geen beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten is en die een vermogen van minder dan € 250 miljoen beheert, van een beleggingsmaatschappij als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet, van een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:54, eerste lid, van de wet, van een betaalinstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet, van een clearinginstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:55, eerste lid, van de wet of van een premiepensioeninstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet, wordt gevormd door de waarde van de vermogensbestanddelen, bedoeld in artikel 91, tweede lid, onderdelen a tot en met c.
|
||||
**1.** Het minimumbedrag aan eigen vermogen van een bank als bedoeld in artikel 2:13, eerste lid, 3:53, eerste lid, of 3:54, eerste lid, van de wet, van een beheerder van een instelling voor collectieve beleggingen in effecten als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet, van een beheerder als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:55, eerste lid, van de wet die geen beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten is en die een vermogen van minder dan € 250 miljoen beheert, van een beleggingsmaatschappij als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet, van een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:54, eerste lid, van de wet, van een betaalinstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet, van een clearinginstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:55, eerste lid, van de wet, van een elektronischgeldinstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet of van een premiepensioeninstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet, wordt gevormd door de waarde van de vermogensbestanddelen, bedoeld in artikel 91, tweede lid, onderdelen a tot en met c.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 89, eerste en tweede lid, onderdeel a, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1315,7 +1336,15 @@ b. de bank kan aantonen dat een aanzienlijk deel van haar activiteiten op het ge
|
|||
|
||||
### Artikel 64
|
||||
|
||||
De minimumomvang van het toetsingsvermogen van een elektronischgeldinstelling als bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, of 3:58, eerste lid, van de wet bedraagt twee procent van het lopende bedrag of het gemiddelde bedrag over de laatste zes maanden van haar totale financiële verplichtingen die met uitstaand elektronisch geld verband houden, naar gelang welk bedrag het hoogst is. Indien de elektronischgeldinstelling haar werkzaamheden niet gedurende zes maanden heeft uitgeoefend, bedraagt de minimumomvang van het toetsingsvermogen twee procent van het lopende bedrag of het blijkens haar programma van werkzaamheden op zes maanden nagestreefde bedrag van haar totale financiële verplichtingen die met uitstaand elektronisch geld verband houden, naar gelang welk bedrag het hoogst is. De Nederlandsche Bank kan, indien de vorige volzin van toepassing is en aannemelijk is dat het nagestreefde bedrag te laag is geschat, besluiten dat voor de elektronischgeldinstelling een hogere minimumomvang geldt.
|
||||
**1.** Voor het deel van de werkzaamheden van een elektronischgeldinstelling dat betrekking heeft op de uitgifte van elektronisch geld en betaaldiensten die verband houden met de uitgifte van dit elektronisch geld, bedraagt de minimumomvang van het toetsingsvermogen 2% van het gemiddeld uitstaand elektronisch geld.
|
||||
|
||||
**2.** Voor het deel van de werkzaamheden van een elektronischgeldinstelling dat betrekking heeft op het verlenen van betaaldiensten die geen verband houden met de uitgifte van elektronisch geld, wordt de minimumomvang van het toetsingsvermogen berekend met overeenkomstige toepassing van artikel 60a, eerste lid.
|
||||
|
||||
**3.** De omvang van het toetsingsvermogen van een elektronischgeldinstelling bedraagt te allen tijde ten minste de som van de minimumomvang van het toetsingsvermogen berekend volgens het eerste lid en de minimumomvang van het toetsingsvermogen berekend volgens het tweede lid.
|
||||
|
||||
**4.** Indien een elektronischgeldinstelling de uitgifte van elektronisch geld niet gedurende ten minste zes maanden heeft uitgeoefend, bedraagt de minimum omvang van het toetsingsvermogen, bedoeld in het tweede lid, twee procent van het uitstaand elektronisch geld of het blijkens haar programma van werkzaamheden na zes maanden nagestreefde bedrag aan uitstaand elektronisch geld, naar gelang welk bedrag het hoogst is.
|
||||
|
||||
**5.** In afwijking van het eerste en tweede lid kan de Nederlandsche Bank indien een evaluatie van de risicobeheersingsprocessen, het verzamelen en vastleggen van risicoverliesgegevens en het internecontrolesysteem van de elektronischgeldinstelling daartoe aanleiding geeft, de elektronischgeldinstelling verplichten een toetsingsvermogen aan te houden dat ten hoogste 20 procent hoger is dan het bedrag dat het resultaat is van de toepassing van de methode, bedoeld in het eerste of tweede lid, of de elektronischgeldinstelling toestaan een toetsingsvermogen aan te houden dat ten hoogste 20 procent lager is dan het bedrag dat het resultaat is van de toepassing van de methode, bedoeld in het eerste of tweede lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 64a
|
||||
|
||||
|
|
@ -1595,7 +1624,7 @@ b. datastromen en procedures ten behoeve van het risicomeetsysteem van de financ
|
|||
|
||||
**3.** De Nederlandsche Bank stelt regels met betrekking tot het risicomeetsysteem en het risicobeheersingsysteem voor de berekening van de vereiste solvabiliteit ter dekking van het operationeel risico.
|
||||
|
||||
**4.** Indien een Nederlandse EU-moederbeleggingsonderneming of Nederlandse EU-moederkredietinstelling en haar dochterondernemingen of de dochterondernemingen van een Nederlandse financiële EU-moederholding een geavanceerde benadering voor het operationeel risico centraal toepast, kan de Nederlandsche Bank, op verzoek, toestaan dat de moederonderneming en haar dochterondernemingen samen voldoen aan de bij of krachtens dit besluit gestelde regels met betrekking tot de geavanceerde benadering.
|
||||
**4.** Indien een Nederlandse EU-moederbeleggingsonderneming of Nederlandse EU-moederbank en haar dochterondernemingen of de dochterondernemingen van een Nederlandse financiële EU-moederholding een geavanceerde benadering voor het operationeel risico centraal toepast, kan de Nederlandsche Bank, op verzoek, toestaan dat de moederonderneming en haar dochterondernemingen samen voldoen aan de bij of krachtens dit besluit gestelde regels met betrekking tot de geavanceerde benadering.
|
||||
|
||||
**5.** De Nederlandsche Bank stelt regels waaraan het verzoek, bedoeld in het vierde lid, moet voldoen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1756,14 +1785,12 @@ b. het als immateriële activa als bedoeld in de artikelen 91, derde lid, onderd
|
|||
|
||||
### Artikel 90
|
||||
|
||||
**1.** Het toetsingsvermogen van een bank, beleggingsonderneming, betaalinstelling of clearinginstelling als bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, 3:58, eerste lid, of 3:61, eerste lid, van de wet wordt gevormd door de som van het overeenkomstig artikel 94, eerste lid, onderdelen a tot en met c, tweede, derde en vierde lid, in aanmerking te nemen kernkapitaal en aanvullend kapitaal.
|
||||
**1.** Het toetsingsvermogen van een bank, beleggingsonderneming, betaalinstelling, clearinginstelling of elektronischgeldinstelling als bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, 3:58, eerste lid, of 3:61, eerste lid, van de wet wordt gevormd door de som van het overeenkomstig artikel 94, eerste lid, onderdelen a tot en met c, tweede, derde en vierde lid, in aanmerking te nemen kernkapitaal en aanvullend kapitaal.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid kan de financiële onderneming ervoor kiezen dat haar toetsingsvermogen, uitsluitend ter dekking van de bedragen, bedoeld in artikel 60, eerste lid, onderdeel b, voor zover het betreft de vereiste solvabiliteit ter dekking van de positierisico’s en grote posities, en onderdeel c, en het vereiste, bedoeld in artikel 60, derde lid, wordt gevormd door de som van het overeenkomstig artikel 94, in aanmerking te nemen kernkapitaal, aanvullend kapitaal en overig kapitaal. De bestanddelen van dit toetsingsvermogen dienen niet tevens ter dekking van andere in artikel 60, eerste lid, bedoelde bedragen.
|
||||
|
||||
**3.** Het toetsingsvermogen van een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten als bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, van de wet wordt gevormd door de som van het overeenkomstig artikel 94, eerste lid, onderdelen a tot en met c, in aanmerking te nemen kernkapitaal en aanvullend kapitaal.
|
||||
|
||||
**4.** Het toetsingsvermogen van een elektronischgeldinstelling als bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, of 3:58, eerste lid, van de wet wordt gevormd door de som van het overeenkomstig artikel 94, eerste lid, onderdelen a en b, tweede en derde lid, in aanmerking te nemen kernkapitaal en aanvullend hoger kapitaal.
|
||||
|
||||
### Artikel 91
|
||||
|
||||
**1.** Het kernkapitaal wordt gevormd door de waarde van de vermogensbestanddelen, bedoeld in het tweede lid, verminderd met de waarde van de posten, bedoeld in het derde lid.
|
||||
|
|
@ -1799,7 +1826,7 @@ e. in geval van een financiële onderneming die artikel 90, tweede lid, toepast,
|
|||
|
||||
1°. materiële vaste activa andere dan terreinen en gebouwen die in aanmerking genomen kunnen worden tegenover de leningen waarvoor zij als zekerheid dienen;
|
||||
2°. de posten, bedoeld in artikel 94, tweede lid, aanhef en onderdelen a tot en met e, waarbij het vijfde tot en met zevende lid van dat artikel van overeenkomstige toepassing zijn;
|
||||
3°. niet onmiddellijk verhandelbare deelnemingen en andere beleggingen in ondernemingen die geen entiteit voor risico-acceptatie, financiële instelling, kredietinstelling of verzekeraar zijn;
|
||||
3°. niet onmiddellijk verhandelbare deelnemingen en andere beleggingen in ondernemingen die geen entiteit voor risico-acceptatie, financiële instelling, bank of verzekeraar zijn;
|
||||
4°. tekorten bij dochterondernemingen;
|
||||
5°. deposito’s, uitgezonderd deposito’s die binnen negentig dagen opvraagbaar zijn of margebetalingen in verband met rechten op overdracht op termijn van goederen en optiecontracten;
|
||||
6°. leningen en andere verschuldigde bedragen, die niet binnen negentig dagen hoeven worden afgelost; en
|
||||
|
|
@ -1894,11 +1921,11 @@ f. mag, indien wordt voldaan aan de onderdelen b, c en e, voor de berekening van
|
|||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het ingevolge het eerste lid als toetsingsvermogen in aanmerking te nemen kernkapitaal en aanvullend kapitaal van een bank, beleggingsonderneming, betaalinstelling of clearinginstelling als bedoeld in artikel 90, eerste lid, of elektronischgeldinstelling als bedoeld in artikel 90, vierde lid, worden beide verminderd met de helft van de som van de waarde van:
|
||||
Het ingevolge het eerste lid als toetsingsvermogen in aanmerking te nemen kernkapitaal en aanvullend kapitaal van een bank, beleggingsonderneming, betaalinstelling, clearinginstelling of elektronischgeldinstelling als bedoeld in artikel 90, eerste lid, worden beide verminderd met de helft van de som van de waarde van:
|
||||
|
||||
a. aandelen die een belang van meer dan tien procent vertegenwoordigen van het geplaatste aandelenkapitaal van een financiële instelling of kredietinstelling;
|
||||
b. indien de bank, beleggingsonderneming, betaalinstelling, clearinginstelling of elektronischgeldinstelling een belang als bedoeld in onderdeel a aanhoudt, de achtergestelde leningen en de posten, bedoeld in artikel 92, tweede lid, onderdelen b en c, en derde lid, onderdelen b en c, die tot het toetsingsvermogen van de financiële instelling of kredietinstelling gerekend worden;
|
||||
c. aandelen die een belang van tien procent of minder vertegenwoordigen van het geplaatste aandelenkapitaal van een financiële instelling of kredietinstelling, achtergestelde leningen en posten, bedoeld in artikel 92, tweede lid, onderdelen b en c, en derde lid, onderdelen b en c, die tot het toetsingsvermogen van andere dan de in onderdeel b bedoelde financiële instellingen of kredietinstellingen gerekend worden, voor zover de waarde tien procent van het in aanmerking te nemen toetsingsvermogen van de bank, beleggingsonderneming, betaalinstelling, clearinginstelling of elektronischgeldinstelling zonder toepassing van dit lid overstijgt, en indien de genoemde posten deel uitmaken van de handelsportefeuille van de bank, beleggingsonderneming, betaalinstelling, clearinginstelling of elektronischgeldinstelling voor zover de waarde per individuele financiële instelling of kredietinstelling tien procent van het in aanmerking te nemen toetsingsvermogen van de bank, beleggingsonderneming, betaalinstelling, clearinginstelling of elektronischgeldinstelling zonder toepassing van dit lid overstijgt;
|
||||
a. aandelen die een belang van meer dan tien procent vertegenwoordigen van het geplaatste aandelenkapitaal van een financiële instelling of bank;
|
||||
b. indien de bank, beleggingsonderneming, betaalinstelling, clearinginstelling of elektronischgeldinstelling een belang als bedoeld in onderdeel a aanhoudt, de achtergestelde leningen en de posten, bedoeld in artikel 92, tweede lid, onderdelen b en c, en derde lid, onderdelen b en c, die tot het toetsingsvermogen van de financiële instelling of bank gerekend worden;
|
||||
c. aandelen die een belang van tien procent of minder vertegenwoordigen van het geplaatste aandelenkapitaal van een financiële instelling of bank, achtergestelde leningen en posten, bedoeld in artikel 92, tweede lid, onderdelen b en c, en derde lid, onderdelen b en c, die tot het toetsingsvermogen van andere dan de in onderdeel b bedoelde financiële instellingen of banken gerekend worden, voor zover de waarde tien procent van het in aanmerking te nemen toetsingsvermogen van de bank, beleggingsonderneming, betaalinstelling, clearinginstelling of elektronischgeldinstelling zonder toepassing van dit lid overstijgt, en indien de genoemde posten deel uitmaken van de handelsportefeuille van de bank, beleggingsonderneming, betaalinstelling, clearinginstelling of elektronischgeldinstelling voor zover de waarde per individuele financiële instelling of bank tien procent van het in aanmerking te nemen toetsingsvermogen van de bank, beleggingsonderneming, betaalinstelling, clearinginstelling of elektronischgeldinstelling zonder toepassing van dit lid overstijgt;
|
||||
d. deelnemingen als bedoeld in artikel 3:268, eerste lid, onderdeel b, van de wet in een entiteit voor risico-acceptatie of verzekeraar;
|
||||
e. indien de bank, beleggingsonderneming, betaalinstelling, clearinginstelling of elektronischgeldinstelling een deelneming als bedoeld in onderdeel d aanhoudt, de posten, bedoeld in artikel 96, die tot de solvabiliteitsmarge van de entiteit voor risico-acceptatie of verzekeraar worden gerekend;
|
||||
f. indien de financiële onderneming voor de berekening van de naar risico gewogen activa en posten buiten de balanstelling ingevolge paragraaf 10.2 een interne modellenmethode toepast:
|
||||
|
|
@ -1911,11 +1938,11 @@ g. de vorderingen bij securitisatieposities waaraan ingevolge artikel 85, tweede
|
|||
|
||||
**4.** Indien de helft van de som van de waarde van de bestanddelen, bedoeld in het tweede lid, meer bedraagt dan het als toetsingsvermogen in aanmerking te nemen aanvullend kapitaal, wordt het verschil in mindering gebracht op het als toetsingsvermogen in aanmerking te nemen kernkapitaal.
|
||||
|
||||
**5.** De Nederlandsche Bank kan, op verzoek, besluiten dat de financiële onderneming, bedoeld in het tweede lid, aanhef, al dan niet voor bepaalde tijd, haar als toetsingsvermogen in aanmerking te nemen kernkapitaal en aanvullend kapitaal niet hoeft te verminderen met de waarde van de in het tweede lid bedoelde posten indien het belang in de entiteit voor risico-acceptatie, financiële instelling, kredietinstelling, verzekeraar of verzekeringsholding, of de door deze financiële ondernemingen uitgegeven achtergestelde leningen of overige posten tijdelijk worden gehouden met het oog op een financiële bijstandsoperatie, bedoeld om die financiële onderneming te saneren of te redden.
|
||||
**5.** De Nederlandsche Bank kan, op verzoek, besluiten dat de financiële onderneming, bedoeld in het tweede lid, aanhef, al dan niet voor bepaalde tijd, haar als toetsingsvermogen in aanmerking te nemen kernkapitaal en aanvullend kapitaal niet hoeft te verminderen met de waarde van de in het tweede lid bedoelde posten indien het belang in de entiteit voor risico-acceptatie, financiële instelling, bank, verzekeraar of verzekeringsholding, of de door deze financiële ondernemingen uitgegeven achtergestelde leningen of overige posten tijdelijk worden gehouden met het oog op een financiële bijstandsoperatie, bedoeld om die financiële onderneming te saneren of te redden.
|
||||
|
||||
**6.** De financiële onderneming, bedoeld in het tweede lid, aanhef, kan, in plaats van de vermindering met de waarde van de posten, bedoeld in het tweede lid, onderdelen d en e, de methodes 1, 2 of 3, bedoeld in bijlage B van het Besluit prudentieel toezicht financiële groepen Wft op overeenkomstige wijze toepassen, met dien verstande dat methode 1 uitsluitend kan worden toegepast indien de Nederlandsche Bank, op verzoek, heeft besloten dat haar dat is toegestaan. De Nederlandsche Bank besluit hiertoe indien het geïntegreerd beheer en de interne controle van de in de consolidatie te betrekken ondernemingen voldoende zijn.
|
||||
|
||||
**7.** Indien op de financiële onderneming, bedoeld in de aanhef van het tweede lid, toezicht op geconsolideerde basis ingevolge afdeling 3.6.2 van de wet of prudentieel toezicht op financiële conglomeraten ingevolge afdeling 3.6.4 van de wet wordt gehouden, hoeft zij haar als toetsingsvermogen in aanmerking te nemen kernkapitaal en aanvullend kapitaal niet te verminderen met de waarde van de in het tweede lid bedoelde posten die worden gehouden in een financiële instelling, kredietinstelling, verzekeraar of verzekeringsholding die in dat geconsolideerde toezicht of prudentieel toezicht op financiële conglomeraten wordt betrokken.
|
||||
**7.** Indien op de financiële onderneming, bedoeld in de aanhef van het tweede lid, toezicht op geconsolideerde basis ingevolge afdeling 3.6.2 van de wet of prudentieel toezicht op financiële conglomeraten ingevolge afdeling 3.6.4 van de wet wordt gehouden, hoeft zij haar als toetsingsvermogen in aanmerking te nemen kernkapitaal en aanvullend kapitaal niet te verminderen met de waarde van de in het tweede lid bedoelde posten die worden gehouden in een financiële instelling, bank, verzekeraar of verzekeringsholding die in dat geconsolideerde toezicht of prudentieel toezicht op financiële conglomeraten wordt betrokken.
|
||||
|
||||
**8.** De Nederlandsche Bank kan op verzoek besluiten dat het een bank of beleggingsonderneming is toegestaan de limieten, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b en c, en het negende lid in noodsituaties tijdelijk te overschrijden.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1955,7 +1982,7 @@ b. de egalisatiereserve voor de branche Krediet, bedoeld in artikel 114, tweede
|
|||
c. het onverdeelde verlies;
|
||||
d. de boekwaarde van de door de verzekeraar uitgegeven effecten en van afgeleide financiële instrumenten op door de verzekeraar uitgegeven effecten, voor zover het vermogensbestanddelen als bedoeld in het tweede lid omvat;
|
||||
e. immateriële activa;
|
||||
f. deelnemingen als bedoeld in artikel 3:268, eerste lid, onderdeel b, van de wet in een beleggingsonderneming, financiële instelling, kredietinstelling, verzekeraar of verzekeringsholding als bedoeld in artikel 3:268, eerste lid, onderdeel j, van de wet; en
|
||||
f. deelnemingen als bedoeld in artikel 3:268, eerste lid, onderdeel b, van de wet in een beleggingsonderneming, financiële instelling, bank, verzekeraar of verzekeringsholding als bedoeld in artikel 3:268, eerste lid, onderdeel j, van de wet; en
|
||||
g. indien de verzekeraar een deelneming als bedoeld in onderdeel f aanhoudt: de posten, bedoeld in de artikelen 92, tweede lid, onderdelen b en c, en derde lid, onderdelen b en c, en 96, die tot de solvabiliteitsmarge dan wel het toetsingsvermogen van de financiële onderneming, bedoeld in onderdeel f, worden gerekend.
|
||||
|
||||
**4.** De Nederlandsche Bank kan, op verzoek, besluiten dat een verzekeraar als bedoeld in het eerste lid, al dan niet voor bepaalde tijd, zijn aanwezige solvabiliteitsmarge niet hoeft te verminderen met de waarde van de posten, bedoeld in het derde lid, onderdelen f en g, indien deze posten tijdelijk worden gehouden met het oog op een financiële bijstandsoperatie, bedoeld om de financiële onderneming, bedoeld in het derde lid, onderdeel f, te saneren of te redden.
|
||||
|
|
@ -2073,19 +2100,7 @@ c. leningen met als doel de verwerving van vreemde valuta waardoor de netto schu
|
|||
|
||||
### Artikel 105
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Een elektronischgeldinstelling als bedoeld in artikel 3:57, zesde lid, of 3:58, eerste lid, van de wet houdt, ter dekking van haar financiële verplichtingen die met uitstaand elektronisch geld verband houden, uitsluitend de volgende activa aan, gewaardeerd tegen de historische kostprijs of de actuele waarde, naar gelang welke het laagst is:
|
||||
|
||||
a. activa die voldoende liquide zijn, waaraan ingevolge artikel 61, derde lid, onderdeel a, een risicogewicht van nul procent is toegekend;
|
||||
b. onmiddellijk opvraagbare deposito’s bij een bank met zetel in Nederland, in een andere lidstaat, of in een ingevolge artikel 3:2, eerste lid, onderdeel c, onder 2°, van de wet aangewezen staat; en
|
||||
c. overige voldoende liquide schuldinstrumenten als bedoeld in artikel 113, eerste lid, die niet zijn uitgegeven door een persoon met welke de elektronischgeldinstelling in een formele of feitelijke zeggenschapsstructuur is verbonden, indien de Nederlandsche Bank daartoe, op verzoek, heeft besloten.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de financiële verplichtingen van de elektronischgeldinstelling die met uitstaand elektronisch geld verband houden niet volledig worden gedekt door de activa, bedoeld in het eerste lid, kan de Nederlandsche Bank, op verzoek, besluiten dat de elektronischgeldinstelling deze verplichtingen voor een beperkte duur door andere activa dekt. De waarde van deze andere activa bedraagt niet meer dan vijf procent van haar totale financiële verplichtingen die met uitstaand elektronisch geld verband houden of haar toetsingsvermogen, naargelang welk bedrag het laagst is.
|
||||
|
||||
**3.** Artikel 102, eerste tot en met derde lid en vierde lid, eerste, tweede en vierde volzin, is van overeenkomstige toepassing op de activa, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b en c, met dien verstande dat de totale waarde van deze activa niet meer bedraagt dan twintig maal het toetsingsvermogen van de elektronischgeldinstelling, en dat artikel 102, eerste lid, niet van toepassing is op een elektronischgeldinstelling waarvan de financiële verplichtingen die met uitstaand elektronisch geld verband houden, minder dan € 50 miljoen bedragen. Een elektronischgeldinstelling gaat geen risico’s aan ten aanzien van personen die formeel of feitelijk zeggenschap over haar hebben.
|
||||
|
||||
**4.** De Nederlandsche Bank stelt nadere regels met betrekking tot het beperken van of het verbinden van voorwaarden aan het aanhouden van activa en posten buiten de balanstelling door een elektronischgeldinstelling.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 11. Liquiditeit
|
||||
|
||||
|
|
@ -2159,7 +2174,7 @@ c. vrije en grensoverschrijdende overdracht van liquiditeit mogelijk is.
|
|||
De financiële onderneming betrekt bij de berekening van de aanwezige liquiditeit niet:
|
||||
|
||||
a. activa die niet onbelemmerd overdraagbaar zijn;
|
||||
b. direct opeisbare tegoeden bij personen die geen kredietinstelling of professionele geldmarktpartij zijn.
|
||||
b. direct opeisbare tegoeden bij personen die geen bank of professionele geldmarktpartij zijn.
|
||||
|
||||
**6.** De Nederlandsche Bank stelt regels met betrekking tot de in het eerste, tweede en derde lid bedoelde posten en de weging daarvan.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2175,24 +2190,7 @@ e. onvoorwaardelijke garanties van banken en verzekeraars die een vergunning als
|
|||
|
||||
### Artikel 113
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De aanwezige liquiditeit van een elektronischgeldinstelling als bedoeld in artikel 3:63 of 3:65 van de wet wordt gevormd door activa als bedoeld in artikel 105, eerste lid, voorzover deze beleggingen direct in geld opvraagbare activa zijn of beleggingen zijn:
|
||||
|
||||
a. waarvoor door een gereglementeerde markt of door verschillende, niet gelieerde, professionele marktpartijen regelmatig en minimaal dagelijks biedprijzen en laatprijzen worden afgegeven;
|
||||
b. die regelmatig worden verhandeld;
|
||||
c. waarvan de verkoop of belening op dagelijkse termijn kan plaatsvinden;
|
||||
d. waarvan de opbrengstwaarde dan wel de beleningswaarde niet anders dan marginaal wordt beïnvloed door de omvang of de snelheid van de verkoop onderscheidenlijk de belening;
|
||||
e. waarvan de liquiditeit ten minste gelijkwaardig is aan uitzettingen bij centrale overheidslichamen van een krachtens artikel 3:2, eerste lid, onderdeel c, onder 2°, van de wet aangewezen staat; en
|
||||
f. waarvan de afwikkeling in de markt waar de desbetreffende activa worden verhandeld, plaats vindt volgens een vast en niet onderhandelbaar tijdschema.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De financiële onderneming houdt ten minste twintig procent van de betalingsverplichtingen, bedoeld in artikel 110, aan in de vorm van:
|
||||
|
||||
a. direct opvraagbare deposito’s;
|
||||
b. onherroepelijke officiële stand-by faciliteiten bij banken met zetel in een lidstaat of een staat die deel uitmaakt van de G10; of
|
||||
c. direct bij een centrale bank beleenbaar papier tegen de beleningswaarde.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 12. Technische voorzieningen
|
||||
|
||||
|
|
@ -2370,7 +2368,7 @@ b. de volgende vorderingen:
|
|||
c. de volgende andere activa:
|
||||
|
||||
1°. materiële vaste activa, andere dan onroerende zaken;
|
||||
2°. liquide middelen en deposito’s bij kredietinstellingen of bij buitenlandse andere instellingen die vergunning hebben om deposito’s te ontvangen;
|
||||
2°. liquide middelen en deposito’s bij banken of bij buitenlandse andere instellingen die vergunning hebben om deposito’s te ontvangen;
|
||||
3°. overlopende acquisitiekosten;
|
||||
4°. lopende interest en huur en andere overlopende posten; en
|
||||
5°. zakelijke rechten waarvan het genot is uitgesteld.
|
||||
|
|
@ -2385,7 +2383,7 @@ c. de volgende andere activa:
|
|||
|
||||
Onverminderd de artikelen 122 en 122b, worden de waarden die dienen tot dekking van de technische voorzieningen van een levensverzekeraar of schadeverzekeraar als bedoeld in artikel 3:67, eerste lid, of 3:68, eerste lid, van de wet, ten opzichte van het totaal van de technische voorzieningen, per categorie van activa als bedoeld in artikel 122b, eerste lid, verdeeld met inachtneming van de volgende maxima:
|
||||
|
||||
a. leningen als bedoeld in artikel 122b, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, aan ondernemingen en instellingen die geen beleggingsinstelling, kredietinstelling of verzekeraar met zetel in een lidstaat zijn, voor zover deze leningen niet zijn voorzien van een garantie, hypotheek of andere zekerheid: vijf procent;
|
||||
a. leningen als bedoeld in artikel 122b, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, aan ondernemingen en instellingen die geen beleggingsinstelling, bank of verzekeraar met zetel in een lidstaat zijn, voor zover deze leningen niet zijn voorzien van een garantie, hypotheek of andere zekerheid: vijf procent;
|
||||
b. kasmiddelen: drie procent; en
|
||||
c. beleggingen als bedoeld in artikel 122b, eerste lid, onderdeel a, onder 1°en 3°, voor zover deze beleggingen niet op een gereglementeerde markt worden verhandeld: tien procent.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2394,13 +2392,13 @@ c. beleggingen als bedoeld in artikel 122b, eerste lid, onderdeel a, onder 1°en
|
|||
De waarden die dienen tot dekking van de technische voorzieningen worden, ten opzichte van het totaal van de technische voorzieningen, per individueel actief als bedoeld in artikel 122b, eerste lid, verdeeld met inachtneming van de volgende maxima:
|
||||
|
||||
a. een bepaald terrein of gebouw als bedoeld in artikel 122b, eerste lid, onderdeel a, onder 5°, of een complex van verschillende terreinen of gebouwen dat als een belegging kan worden beschouwd: tien procent per object; en
|
||||
b. een bepaalde lening als bedoeld in artikel 122b, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, aan ondernemingen en instellingen die geen beleggingsinstelling, kredietinstelling of verzekeraar met zetel in een lidstaat zijn, voor zover deze leningen niet zijn voorzien van een garantie, hypotheek of andere zekerheid: een procent per lening.
|
||||
b. een bepaalde lening als bedoeld in artikel 122b, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, aan ondernemingen en instellingen die geen beleggingsinstelling, bank of verzekeraar met zetel in een lidstaat zijn, voor zover deze leningen niet zijn voorzien van een garantie, hypotheek of andere zekerheid: een procent per lening.
|
||||
|
||||
**3.** De waarden die dienen tot dekking van de technische voorzieningen bestaan, ten opzichte van het totaal van de technische voorzieningen, voor maximaal vijf procent uit beleggingen als bedoeld in artikel 122b, eerste lid, onderdeel a, onder 1° en 3°, uitgegeven door een bepaalde emittent of uit leningen aan een bepaalde kredietnemer, tezamen genomen. Waardepapieren uitgegeven of gegarandeerd door onderscheidenlijk leningen aan of gegarandeerd door centrale, regionale of lokale overheidslichamen of internationale instellingen of organisaties waarvan een of meer lidstaten deel uitmaken, blijven hierbij buiten beschouwing.
|
||||
|
||||
**4.** De Nederlandsche Bank kan, op verzoek, besluiten het maximum, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, voor een levensverzekeraar te verhogen tot acht procent van de technische voorzieningen en het maximum, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, tot twee procent van de technische voorzieningen indien de belangen van de verzekeringnemers, verzekerden of gerechtigden op uitkeringen zich daartegen niet verzetten.
|
||||
|
||||
**5.** De Nederlandsche Bank kan, op verzoek, besluiten dat voor de toepassing van het derde lid een bepaalde kredietinstelling met zetel in Nederland met een overheidslichaam wordt gelijkgesteld, indien de aandelen van die kredietinstelling in handen zijn van de Nederlandse Staat of Nederlandse provincies, gemeenten, waterschappen of andere openbare lichamen als bedoeld in artikel 134 van de Grondwet en de werkzaamheden van die kredietinstelling statutair bestaan in het door haar tussenkomst verstrekken van leningen aan, of met garantie van de Nederlandse Staat of andere overheidslichamen of het vertrekken van leningen aan nauw met de Nederlandse Staat of de lokale overheidslichamen verbonden instanties.
|
||||
**5.** De Nederlandsche Bank kan, op verzoek, besluiten dat voor de toepassing van het derde lid een bepaalde bank met zetel in Nederland met een overheidslichaam wordt gelijkgesteld, indien de aandelen van die bank in handen zijn van de Nederlandse Staat of Nederlandse provincies, gemeenten, waterschappen of andere openbare lichamen als bedoeld in artikel 134 van de Grondwet en de werkzaamheden van die bank statutair bestaan in het door haar tussenkomst verstrekken van leningen aan, of met garantie van de Nederlandse Staat of andere overheidslichamen of het vertrekken van leningen aan nauw met de Nederlandse Staat of de lokale overheidslichamen verbonden instanties.
|
||||
|
||||
**6.** Het maximum, bedoeld in het derde lid, wordt gesteld op tien procent van de technische voorzieningen indien de waarden die dienen tot dekking van de technische voorzieningen voor niet meer dan veertig procent bestaan uit leningen aan of waardepapieren van kredietnemers en emittenten waarin de verzekeraar meer dan vijf procent van zijn activa heeft belegd.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2411,7 +2409,7 @@ Onverminderd artikel 123 stelt de Nederlandsche Bank nadere regels met betrekkin
|
|||
a. de leningen waarvoor niet door middel van een bankgarantie, een garantie toegekend door een verzekeraar, een recht van hypotheek of een andere wijze zekerheid is gegeven;
|
||||
b. deelnemingen in een beleggingsinstelling, voor zover de richtlijn beleggingsinstellingen niet van toepassing is;
|
||||
c. effecten die niet worden verhandeld op een gereglementeerde markt; en
|
||||
d. beleggingen als bedoeld in artikel 122b, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, uitgegeven door een emittent niet zijnde centrale, regionale of lokale overheid of een ander openbaar lichaam, een internationale organisatie waarvan een of meer lidstaten deel uitmaken of een kredietinstelling met zetel in Nederland, in een andere lidstaat of in een ingevolge artikel 3:2, eerste lid, onderdeel c, onder 2°, van de wet aangewezen staat.
|
||||
d. beleggingen als bedoeld in artikel 122b, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, uitgegeven door een emittent niet zijnde centrale, regionale of lokale overheid of een ander openbaar lichaam, een internationale organisatie waarvan een of meer lidstaten deel uitmaken of een bank met zetel in Nederland, in een andere lidstaat of in een ingevolge artikel 3:2, eerste lid, onderdeel c, onder 2°, van de wet aangewezen staat.
|
||||
|
||||
### Artikel 124a
|
||||
|
||||
|
|
@ -2535,7 +2533,7 @@ b. in geval van een natura-uitvaartverzekeraar met zetel in een niet-aangewezen
|
|||
|
||||
### Artikel 129
|
||||
|
||||
Een betaalinstelling, clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, pensioenbewaarder, premiepensioeninstelling of verzekeraar als bedoeld in artikel 3:71, eerste lid, 3:81, eerste lid, of 3:85, eerste of tweede lid, van de wet verstrekt de documenten, bedoeld in artikel 3:71, eerste lid, of 3:81, eerste lid, van de wet, wat betreft indeling en inhoud in de vorm waarin deze zijn opgemaakt ingevolge Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, de internationale jaarrekeningstandaarden onderscheidenlijk het recht van de staat waar deze financiële onderneming haar zetel heeft. Een financiële onderneming met zetel in Nederland vermeldt of de jaarrekening al dan niet is vastgesteld en goedgekeurd overeenkomstig de statuten of de vennootschapsakte.
|
||||
Een betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, entiteit voor risico-acceptatie, bank, pensioenbewaarder, premiepensioeninstelling of verzekeraar als bedoeld in artikel 3:71, eerste lid, 3:81, eerste lid, of 3:85, eerste of tweede lid, van de wet verstrekt de documenten, bedoeld in artikel 3:71, eerste lid, of 3:81, eerste lid, van de wet, wat betreft indeling en inhoud in de vorm waarin deze zijn opgemaakt ingevolge Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, de internationale jaarrekeningstandaarden onderscheidenlijk het recht van de staat waar deze financiële onderneming haar zetel heeft. Een financiële onderneming met zetel in Nederland vermeldt of de jaarrekening al dan niet is vastgesteld en goedgekeurd overeenkomstig de statuten of de vennootschapsakte.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 13.2. Verstrekking van de staten
|
||||
|
||||
|
|
@ -2543,7 +2541,7 @@ Een betaalinstelling, clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredi
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De door een beleggingsonderneming of kredietinstelling als bedoeld in artikel 3:72, eerste lid, of 3:82, eerste lid, van de wet of door een clearinginstelling als bedoeld in artikel 3:72, eerste lid, of 3:86, eerste lid, van de wet te verstrekken staten omvatten uitsluitend:
|
||||
De door een beleggingsonderneming of bank als bedoeld in artikel 3:72, eerste lid, of 3:82, eerste lid, van de wet of door een clearinginstelling als bedoeld in artikel 3:72, eerste lid, of 3:86, eerste lid, van de wet te verstrekken staten omvatten uitsluitend:
|
||||
|
||||
a. balans- en resultatengegevens alsmede aanvullende financiële gegevens ten behoeve van het toezicht op de naleving van het Deel Prudentieel toezicht financiële ondernemingen van de wet;
|
||||
b. andere gegevens ten behoeve van het toezicht op de naleving van de regels met betrekking tot:
|
||||
|
|
@ -2562,7 +2560,15 @@ b. andere gegevens ten behoeve van het toezicht op de naleving van de regels met
|
|||
1°. de solvabiliteit ingevolge artikel 3:57, eerste lid, 3:58, eerste of tweede lid, 3:59, 3:61, eerste of tweede lid, of 3:62 van de wet; en
|
||||
2°. de technische voorzieningen ingevolge artikel 3:67, 3:68, 3:68a, 3:69 of 3:73 van de wet.
|
||||
|
||||
**3.** De door een bijkantoor als bedoeld in artikel 3:77 van de wet te verstrekken staten omvatten uitsluitend gegevens ten behoeve van het toezicht op de liquiditeit ingevolge artikel 3:64.
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De door een betaalinstelling of elektronischgeldinstelling als bedoeld in artikel 3:72, eerste lid, van de wet te verstrekken staten omvatten uitsluitend:
|
||||
|
||||
a. balans- en resultatengegevens alsmede aanvullende financiële gegevens ten behoeve van het toezicht op de naleving van het Deel Prudentieel toezicht financiële ondernemingen van de wet;
|
||||
b. andere gegevens ten behoeve van het toezicht op de naleving van de regels met betrekking tot de solvabiliteit ingevolge artikel 3:57, eerste lid, van de wet;
|
||||
c. voor zover van toepassing een opgave van het gemiddeld uitstaand elektronisch geld.
|
||||
|
||||
**4.** De door een bijkantoor als bedoeld in artikel 3:77 van de wet te verstrekken staten omvatten uitsluitend gegevens ten behoeve van het toezicht op de liquiditeit ingevolge artikel 3:64.
|
||||
|
||||
### Artikel 131
|
||||
|
||||
|
|
@ -2585,7 +2591,8 @@ De regels, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b, f, g en h, zijn afgestemd op
|
|||
|
||||
a. twaalf maal per jaar voor de staten ten behoeve van het toezicht op de liquiditeit, bedoeld in artikel 130, eerste lid, onderdeel b, onder 3° en derde lid;
|
||||
b. een maal per jaar voor de jaarrekening, bedoeld in artikel 130, tweede lid, onderdeel a, en de staten ten behoeve van het toezicht op de technische voorzieningen, bedoeld in artikel 130, tweede lid, onderdeel b, onder 2°; en
|
||||
c. vier maal per jaar voor de overige in artikel 130, eerste en tweede lid, genoemde staten.
|
||||
c. vier maal per jaar voor de overige in artikel 130, eerste en tweede lid, genoemde staten;
|
||||
d. twee maal per jaar voor de in artikel 130, derde lid, genoemde staten.
|
||||
|
||||
**3.** De Nederlandsche Bank kan in individuele gevallen besluiten dat een financiële onderneming als bedoeld in artikel 130 periodiek moet melden of haar solvabiliteit of liquiditeit zich boven een door de Nederlandsche Bank vastgestelde signaleringswaarde bevindt. De frequentie van de melding is niet hoger dan een maal per maand en is afgestemd op de aard en de omvang van de financiële onderneming, alsmede op de omvang van de solvabiliteit van de financiële onderneming.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2608,7 +2615,7 @@ b. het eerste lid geen toepassing heeft gevonden en de staten die ingevolge de r
|
|||
|
||||
### Artikel 132
|
||||
|
||||
Indien een beleggingsonderneming, clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 130 de staten niet langs elektronische weg verstrekt, kan de Nederlandsche Bank, op verzoek van de financiële onderneming, besluiten dat het de financiële onderneming is toegestaan andere informatiedragers dan de modellen, bedoeld in artikel 131, eerste lid, onderdeel a, te gebruiken, indien deze wat betreft indeling en inhoud geen afwijking vertonen van de modellen.
|
||||
Indien een beleggingsonderneming, betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, entiteit voor risico-acceptatie, bank, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 130 de staten niet langs elektronische weg verstrekt, kan de Nederlandsche Bank, op verzoek van de financiële onderneming, besluiten dat het de financiële onderneming is toegestaan andere informatiedragers dan de modellen, bedoeld in artikel 131, eerste lid, onderdeel a, te gebruiken, indien deze wat betreft indeling en inhoud geen afwijking vertonen van de modellen.
|
||||
|
||||
### Artikel 133
|
||||
|
||||
|
|
@ -2731,7 +2738,7 @@ c. de identiteit van de bestuurders en de personen die verantwoordelijk zijn voo
|
|||
|
||||
Onverminderd het tweede lid is hoofdstuk 5 niet van toepassing op overeenkomsten met betrekking tot het uitbesteden van werkzaamheden die:
|
||||
|
||||
a. zijn gesloten door een clearinginstelling, kredietinstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 3:18, eerste lid, 3:23, 3:25, 3:26 of 3:27 van de wet voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit; en
|
||||
a. zijn gesloten door een clearinginstelling, bank, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 3:18, eerste lid, 3:23, 3:25, 3:26 of 3:27 van de wet voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit; en
|
||||
b. voldoen aan de op dat moment geldende regelgeving.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de overeenkomst, bedoeld in het eerste lid, materieel wordt aangepast, is hoofdstuk 5 vanaf dat moment van toepassing op de gehele overeenkomst.
|
||||
|
|
@ -2756,7 +2763,7 @@ Een besluit, genomen op grond van een van de artikelen, bedoeld in kolom A, word
|
|||
|
||||
### Artikel 146
|
||||
|
||||
Indien de Nederlandsche Bank ten aanzien van een bank of elektronischgeldinstelling een besluit heeft genomen dat overeenkomt met een besluit als bedoeld in artikel 60, eerste lid, onderdeel a, of derde lid, 62, vijfde lid, 64, 92, tweede of derde lid, 93, 102, zevende lid, of 105, tweede lid, wordt het eerstbedoelde besluit aangemerkt als besluit in de zin van het desbetreffende artikel. De aan het besluit gestelde beperkingen of verbonden voorschriften blijven van kracht.
|
||||
Indien de Nederlandsche Bank ten aanzien van een bank of elektronischgeldinstelling een besluit heeft genomen dat overeenkomt met een besluit als bedoeld in artikel 60, eerste lid, onderdeel a, of derde lid, 62, vijfde lid, 64, 92, tweede of derde lid, 93, 102, zevende lid, wordt het eerstbedoelde besluit aangemerkt als besluit in de zin van het desbetreffende artikel. De aan het besluit gestelde beperkingen of verbonden voorschriften blijven van kracht.
|
||||
|
||||
### Artikel 147
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue