From bee7c0f3f44ae5fef88f7c3d566db08f73d8a016 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Fri, 1 Aug 2003 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2003-08-01 | BWBR0005946 | Inrichtingsbesluit W.V.O. --- .../BWBR0005946/README.md | 174 ++---------------- 1 file changed, 20 insertions(+), 154 deletions(-) diff --git a/amvb/inrichtingsbesluit-wvo/BWBR0005946/README.md b/amvb/inrichtingsbesluit-wvo/BWBR0005946/README.md index 6afaec1203c..ed917f526e9 100644 --- a/amvb/inrichtingsbesluit-wvo/BWBR0005946/README.md +++ b/amvb/inrichtingsbesluit-wvo/BWBR0005946/README.md @@ -3,22 +3,20 @@ titel: Inrichtingsbesluit W.V.O. bwb_id: BWBR0005946 type: AMvB status: geldend -datum_inwerkingtreding: '1998-08-01' +datum_inwerkingtreding: '2003-08-01' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0005946 citeertitel: Inrichtingsbesluit W.V.O. --- # Inrichtingsbesluit W.V.O. -## Deel I. VOORTGEZET ONDERWIJS - -### Hoofdstuk I. Algemene bepalingen +## Hoofdstuk I. Algemene bepalingen ### Artikel 1 -In deel I van dit besluit wordt verstaan onder: +In dit besluit wordt verstaan onder: -wet: deel I van de Wet op het voortgezet onderwijs; +wet: de Wet op het voortgezet onderwijs; Onze Minister: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en wat het onderwijs op het gebied van landbouw en natuurlijke omgeving betreft, Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij; @@ -34,7 +32,7 @@ v.b.o.: voorbereidend beroepsonderwijs; v.m.b.o.: voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 21 van de wet, verzorgd door een in dat artikel bedoelde school of scholengemeenschap; -school: een school voor v.w.o., een school voor h.a.v.o., een school voor m.a.v.o. , een school voor v.b.o. of een school voor praktijkonderwijs. +school: een school voor v.w.o., een school voor h.a.v.o., een school voor m.a.v.o. , een school voor v.b.o. of een school voor praktijkonderwijs; profiel: het profiel, bedoeld in artikel 12, tweede lid, van de wet; @@ -44,7 +42,7 @@ profieldeel: het in artikel 12, vierde lid, onderdeel *b*, van de wet bedoelde o vrij deel: het in artikel 12, vierde lid, onderdeel *c*, van de wet bedoelde onderdeel van het profiel; -normatieve studielast: de normatieve studielast, bedoeld in artikel 12, vijfde lid, van de wet;. +normatieve studielast: de normatieve studielast, bedoeld in artikel 12, vijfde lid, van de wet; theoretische leerweg: de theoretische leerweg, genoemd in artikel 10 van de wet; @@ -56,7 +54,7 @@ gemengde leerweg: de gemengde leerweg, genoemd in artikel 10d van de wet; praktijkonderwijs: het praktijkonderwijs, bedoeld in artikel 10f van de wet; -intrasectoraal programma: een in artikel 26j genoemd intrasectoraal programma; +intrasectoraal programma: een in artikel 26j genoemd intrasectoraal programma;. bevoegd gezag: het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 1 van de wet; @@ -72,7 +70,7 @@ de vakken behorende tot de beeldende vorming: tekenen, handvaardigheid (handenar kunstvakken: de vakken behorende tot de beeldende vorming, alsmede muziek, dans en drama. -### Hoofdstuk II. Toelating, voorwaardelijke bevordering, verwijdering +## Hoofdstuk II. Toelating, voorwaardelijke bevordering, verwijdering ### Artikel 2 @@ -92,7 +90,7 @@ a. afkomstig is van een school voor basisonderwijs en bij wie naar het oordeel v b. afkomstig is van een school voor basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs en aan het einde van het schooljaar de leeftijd van 14 jaar heeft bereikt, of c. afkomstig is van een school voor speciaal onderwijs, een school voor voortgezet speciaal onderwijs of een school of instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra en bij wie naar het oordeel van de directeur van de desbetreffende school of instelling de grondslag voor het volgen van aansluitend voortgezet onderwijs in voldoende mate is gelegd. -**2.** Bij beslissingen over de toelating op grond van het eerste lid betrekt het bevoegd gezag het onderwijskundig rapport dat ingevolge artikel 42 van de Wet op het primair onderwijs dan wel ingevolge artikel 43, tweede lid, van de Wet op de expertisecentra of artikel 163, tweede lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs is opgesteld. +**2.** Bij beslissingen over de toelating op grond van het eerste lid betrekt het bevoegd gezag het onderwijskundig rapport dat ingevolge artikel 42 van de Wet op het primair onderwijs dan wel ingevolge artikel 43, tweede lid, van de Wet op de expertisecentra is opgesteld. **3.** De toelating tot het eerste leerjaar van een school kan niet voorwaardelijk geschieden. @@ -204,9 +202,9 @@ Alvorens toepassing te geven aan artikel 27, tiende lid, van de wet, vergewist d **4.** Het bevoegd gezag kan de desbetreffende leerling, gedurende de behandeling van het bezwaar tegen een besluit tot definitieve verwijdering de toegang tot de school ontzeggen. -### Hoofdstuk III. Inrichting van het onderwijs +## Hoofdstuk III. Inrichting van het onderwijs -#### Paragraaf 1. Algemeen +### Paragraaf 1. Algemeen ### Artikel 16 @@ -225,7 +223,7 @@ b. nationale feestdagen. Bij ministeriële regeling worden het begin en het einde van de zomervakantie vastgesteld. De begin- en einddatum kunnen per groep van scholen verschillen. -#### Paragraaf 2. Basisvorming +### Paragraaf 2. Basisvorming ### Artikel 18 @@ -259,7 +257,7 @@ d. de zienswijze van de leraar of leraren, belast met het onderwijs in het betro Vervallen -#### Paragraaf 3. Overige inrichtingsvoorschriften v.w.o., h.a.v.o., m.a.v.o., v.b.o. +### Paragraaf 3. Overige inrichtingsvoorschriften v.w.o., h.a.v.o., m.a.v.o., v.b.o. ### Artikel 21 @@ -297,7 +295,7 @@ Vervallen ### Artikel 25 -Onderwijs dat door het bevoegd gezag van een school voor m.a.v.o. of voor v.b.o. wordt verzorgd met het oog op een goede aansluiting op vervolgonderwijs, omvat ten minste de vakken waarvan het bevoegd gezag, na overleg met het vervolgonderwijs, heeft vastgesteld dat deze van belang zijn voor doorstroming van de leerling naar assistentopleidingen en basisberoepsopleidingen als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel a onderscheidenlijk onderdeel b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs. +Vervallen ### Artikel 25a @@ -582,7 +580,7 @@ c. onderwijs gaan volgen in de basisberoepsgerichte leerweg en die in het school **3.** Indien toepassing van artikel 11g, vierde lid, van de wet ertoe heeft geleid dat een leerling in de periode van basisvorming niet de tweede moderne vreemde taal, zijnde Franse taal of Duitse taal, heeft gevolgd, is ten aanzien van die leerling het tweede lid, eerste volzin, van overeenkomstige toepassing. -#### Paragraaf 4. Voorwaarden verzorgen onderdelen programma v.m.b.o. beroepsgerichte leerwegen of gemengde leerweg door andere school +### Paragraaf 4. Voorwaarden verzorgen onderdelen programma v.m.b.o. beroepsgerichte leerwegen of gemengde leerweg door andere school ### Artikel 27 @@ -608,13 +606,13 @@ Vervallen Vervallen. -#### Paragraaf 5. Stichten van afdelingen v.b.o. +### Paragraaf 5. Stichten van afdelingen v.b.o. ### Artikel 30 Vervallen -#### Paragraaf 6. Stages +### Paragraaf 6. Stages ### Artikel 31 @@ -658,7 +656,7 @@ e. een regeling die de inspectie in staat stelt toezicht te houden op de leeract Met het oog op de stage kan het bevoegd gezag ten behoeve van de leerlingen een schriftelijke samenwerkingsovereenkomst met een of meer stagegevers aangaan waarin mede een of meer onderdelen van de stage-overeenkomst, bedoeld in artikel 35, tweede lid, worden opgenomen. -#### Paragraaf 7. Aanwijzing groepen leerlingen in verband met onderwijs in taal land van oorsprong +### Paragraaf 7. Aanwijzing groepen leerlingen in verband met onderwijs in taal land van oorsprong ### Artikel 37 @@ -669,144 +667,12 @@ b. leerlingen van wie ten minste een van de ouders of voogden afkomstig is uit G c. leerlingen die ten laste komen van een onderdaan van een Lid-Staat van de Europese Gemeenschappen, niet zijnde Nederland; d. leerlingen van wie ten minste een der ouders als vreemdeling rechtmatig verblijf heeft op grond van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 28 of 33 van de Vreemdelingenwet 2000. -## Deel II. VOORTGEZET SPECIAAL ONDERWIJS - -### Hoofdstuk I. Algemene bepalingen +## Hoofdstuk IV. Overgangs- en slotbepalingen ### Artikel 38 -In deel II van dit besluit wordt verstaan onder: - -*wet:* - deel II van de Wet op het voortgezet onderwijs; - -*Onze Minister:* Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen; - -*school:* een school voor voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 125 van de Wet op het voortgezet onderwijs, tenzij het tegendeel blijkt; - -*bevoegd gezag* voor wat betreft: - -a. een openbare school: het college van burgemeester en wethouders voor zover de raad niet anders bepaalt, en, indien de raad dit wenselijk oordeelt, met inachtneming van door hem te stellen regelen, dan wel het krachtens een gemeenschappelijke regeling bevoegde orgaan; -b. een bijzondere school: de rechtspersoon bedoeld in artikel 175 van de wet; - -*ouders:* ouders, voogden of verzorgers; - -*schooljaar:* het tijdvak van 1 augustus tot en met 31 juli daaraanvolgend; - -*stage:* de stage bedoeld in artikel 137 van de wet; - -*stagegever:* de rechtspersoon of de natuurlijke persoon bij wie de stage wordt doorlopen; - -*stageleraar:* leraar van de school waarop de leerling is ingeschreven, belast met de begeleiding van de leerling tijdens de stage; - -*stagebegeleider:* degene die is belast met de begeleiding van de leerling en werkzaam is bij de stagegever; - -*symbiose:* onderwijs waarbij een leerling of leerlingen, ter uitvoering van een deel van het schoolplan, onderwijs ontvangt onderscheidenlijk ontvangen op een school voor voortgezet onderwijs; - -*ambulante begeleiding*: de begeleiding door een aan een school verbonden leraar van een of meer leerlingen het voortgezet onderwijs die zonder deze begeleiding zou onderscheidenlijk zouden zijn aangewezen op het onderwijs dat de school verzorgt, alsmede de ondersteuning van een school voor voortgezet onderwijs bij de opvang van zodanige leerlingen door een leraar, orthopedagoog, psycholoog of logopedist van de school; - -*teldatum:* een van de data, bedoeld in artikel 234 van de wet. - -### Hoofdstuk II. Stage +Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. ### Artikel 39 -Het onderwijs kan een stage omvatten die wordt gegeven op een of meer stageplaatsen. - -### Artikel 40 - -Indien het onderwijs een stage omvat, worden het doel, de inhoud, de omvang, de opbouw en de organisatie van de stage beschreven in een stageplan. - -### Artikel 41 - -**1.** De duur van de stage bedraagt ten hoogste twintig weken per schooljaar, gedurende ten hoogste 3 schooljaren. - -**2.** Ten behoeve van het voorzien in of de voltooiing van een stage kan de inspecteur op verzoek van het bevoegd gezag ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid. Hij kan daarbij voorschriften geven. - -### Artikel 42 - -**1.** Het bevoegd gezag sluit met de leerling of diens wettelijke vertegenwoordiger en de stagegever te zamen een schriftelijke stage-overeenkomst waaruit blijkt dat de leerling leeractiviteiten ontplooit in het kader van het stageplan. - -**2.** - -De stage-overeenkomst bevat in elk geval: - -a. de leeractiviteiten die de leerling moet ontplooien en de werkzaamheden die hij bij de stagegever moet verrichten; -b. de aanvangsdatum, de einddatum en de tijden van de stage; -c. een regeling voor de begeleiding van de leerling bij de stagegever waarin in elk geval duidelijk wordt gemaakt welk aandeel in de begeleiding door de stageleraar van de school waarop de leerling is ingeschreven, alsmede door de stagebegeleider, aan te wijzen door of namens het bevoegd gezag onderscheidenlijk de stagegever, wordt verzorgd; -d. de wijze waarop de stagegever bij de beoordeling van de leeractiviteiten van de leerling wordt betrokken; -e. een regeling die de inspecteur in staat stelt zich op de hoogte te stellen van de leeractiviteiten die de leerling bij de stagegever ontplooit. - -### Artikel 43 - -Het bevoegd gezag draagt zorg dat de leerling gedurende de stage en gedurende de reis van de school naar het terrein van de stagegever en omgekeerd, alsmede de stageleraar gedurende de tijd dat hij zich bevindt op het terrein van de stagegever, zijn verzekerd tegen het risico van ongevallen en wettelijke aansprakelijkheid. Van de verplichting bedoeld in de vorige volzin, kan Onze Minister op verzoek van het bevoegd gezag ontheffing verlenen, indien het godsdienstige of levensbeschouwelijke bezwaren heeft tegen verzekering. Onze Minister verleent de ontheffing slechts indien het bevoegd gezag aantoont dat een afdoende andere voorziening is getroffen waaruit de gevolgen van een ongeval of van aansprakelijkheid in geval van schade aan derden kunnen worden gedekt. - -### Hoofdstuk III. Symbiose - -### Artikel 44 - -Indien symbiose plaatsheeft, volgt de leerling, dan wel volgen de leerlingen aan de school of inrichting voor voortgezet onderwijs gedurende ten minste 180 minuten per week onderwijs. - -### Artikel 45 - -**1.** Voor symbiose is vereist dat tussen het bevoegd gezag van een school en het bevoegd gezag van een school of inrichting voor voortgezet onderwijs een schriftelijke overeenkomst inzake de uitvoering daarvan wordt gesloten. - -**2.** - -De overeenkomst bedoeld in het eerste lid, wordt aangegaan voor een termijn van ten minste 2 aaneengesloten schooljaren en bevat in elk geval: - -a. de termijn waarvoor de overeenkomst is aangegaan; -b. de vakken waarin de leerling, dan wel de leerlingen van de school onderwijs zullen ontvangen op de school of inrichting voor voortgezet onderwijs; -c. het aantal lesuren per week dat per vak als bedoeld in onderdeel *b*, ten minste zal kunnen worden geboden; -d. de afspraken welke worden gemaakt inzake de aanwezigheid bij de lessen van een leraar van de school; -e. of en zo ja, welk bedrag voor door de leerling, dan wel de leerlingen van de school verbruikte materialen jaarlijks aan het bevoegd gezag van de school of inrichting voor voortgezet onderwijs zal worden betaald; -f. of en zo ja, welk bedrag voor het gebruik van de lokalen van de school of inrichting voor voortgezet onderwijs jaarlijks aan het bevoegd gezag van die school of inrichting zal worden betaald. - -### Artikel 46 - -Vervallen - -### Hoofdstuk IV. Ambulante begeleiding, partieel en tijdelijk meetellen van leerlingen - -### Artikel 47 - -Leerlingen die ten minste 1 jaar voortgezet speciaal onderwijs hebben gevolgd op een school waar onderwijs wordt gegeven als bedoeld in artikel 125, tweede lid, van de wet en die op grond van een advies van de commissie waarin ambulante begeleiding als voorwaarde wordt gesteld, zijn ingeschreven bij een school voor voortgezet onderwijs of een opleiding als bedoeld in artikel 7.2.2., eerste lid, onder a en b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs tellen op de eerstvolgende teldatum na die inschrijving voor ^1/_4 mee bij het bepalen van de formatie, bedoeld in artikel 233 van de wet. - -### Artikel 48 - -De leerlingen bedoeld in artikel 47, komen gedurende ten hoogste 1 jaar direct volgend op hun in dat artikel bedoelde inschrijving voor ambulante begeleiding in aanmerking. - -### Hoofdstuk V. Bewijzen van bekwaamheid - -### Artikel 49 - -De bewijzen van bekwaamheid die bevoegdheid verlenen tot het geven van onderwijs in een allochtone levende taal als bedoeld in artikel 273 van de wet zijn: - -a. het diploma van de applicatiecursus volledig bevoegd onderwijzer voor buitenlandse onderwijsgevenden; -b. het diploma van de applicatiecursus eigen taal en cultuur te zamen met - -1°. een verklaring van het Instituut voor Toetsontwikkeling dat de toets Nederlands als tweede taal voor OETC-leraren met goed gevolg is afgelegd, -2°. een diploma van het staatsexamen Nederlands als tweede taal volgens programma II, -3°. een verklaring van het Instituut voor Toetsontwikkeling dat een, twee of drie onderdelen van de toets Nederlands als tweede taal voor OETC-leraren met goed gevolg is onderscheidenlijk zijn afgelegd alsmede de met de overige onderdelen van die toets overeenkomende certificaten van het staatsexamen Nederlands als tweede taal volgens programma II, -4°. een certificaat Nederlands als vreemde taal van de Nederlandse Taalunie waarbij de examens op het hoogste niveau zijn afgelegd, -5°. een diploma, een certificaat Nederlandse taal en letterkunde of een certificaat Nederlandse taal van het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, het hoger algemeen voortgezet onderwijs of een opleiding van het middelbaar beroepsonderwijs die uitsluitend of mede is gericht op doorstroming naar het hoger beroepsonderwijs, -6°. één van de bewijzen van bekwaamheid, genoemd in artikel 286, eerste lid, van de wet, dan wel een bevoegdheid op grond van artikel 286, tweede lid eerste volzin, van de wet, -7°. een met een onder 5° of 6° bedoeld diploma vergelijkbaar diploma behaald in het Nederlandstalige onderwijs in België, -8°. een getuigschrift hoger beroepsonderwijs van met goed gevolg afgelegd afsluitend examen in de vierjarige deeltijdse studierichting leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in Arabisch, of -9°. een getuigschrift hoger beroepsonderwijs van met goed gevolg afgelegd afsluitend examen in de vierjarige deeltijdse studierichting leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in Turks; -c. het getuigschrift hoger beroepsonderwijs van met goed gevolg afgelegd afsluitend examen in de studierichting die voorbereidt op het beroep van leraar in één der allochtone levende talen in het primair onderwijs; -d. het getuigschrift hoger beroepsonderwijs van met goed gevolg afgelegd afsluitend examen in de studierichting die voorbereidt op het beroep van leraar basisonderwijs, tezamen met een verklaring dat de leerroute onderwijs in allochtone levende talen met gunstig resultaat is voltooid; -e. het getuigschrift hoger beroepsonderwijs van met goed gevolg afgelegd examen in de vierjarige deeltijdse studierichting leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in Turks, of in Arabisch, tezamen met een verklaring dat de leerroute onderwijs in allochtone levende talen met gunstig resultaat is voltooid; -f. het diploma van de pedagogisch-didactische cursus onderwijs in een allochtone levende taal. - -De bevoegdheid bedoeld in de eerste volzin betreft het geven van onderwijs in de taal van het land van oorsprong van de bezitter van het diploma of van diens ouders. - -### Hoofdstuk VI. Overgangs- en slotbepalingen - -### Artikel 50 - -Dit besluit treedt in werking met ingang van een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. - -### Artikel 51 - Dit besluit wordt aangehaald als: Inrichtingsbesluit W.V.O.