2017-03-01 | BWBR0004028 | Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen
This commit is contained in:
parent
a6d3b56131
commit
befae53c2a
1 changed files with 7 additions and 7 deletions
|
|
@ -279,7 +279,7 @@ De politierechter, de kinderrechter en de militaire politierechter bezitten elk
|
|||
|
||||
### Artikel 25
|
||||
|
||||
De griffier van de rechtbank doet onverwijld aan de officier van justitie en aan de veroordeelde mededeling van het tijdstip dat voor de behandeling van de vordering is bepaald. Daarbij wordt de veroordeelde, van wie niet blijkt dat hij reeds een raadsman heeft, opmerkzaam gemaakt op zijn bevoegdheid een of meer raadslieden te kiezen en op de mogelijkheden tot toevoeging van een raadsman, alsmede op zijn recht op kennisneming van de processtukken.
|
||||
De griffier van de rechtbank doet onverwijld aan de officier van justitie en aan de veroordeelde mededeling van het tijdstip dat voor de behandeling van de vordering is bepaald. Daarbij wordt de veroordeelde die geen raadsman heeft, gewezen op het recht op bijstand van een raadsman en het recht op kennisneming van de processtukken, bedoeld in artikel 64, eerste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 26
|
||||
|
||||
|
|
@ -295,7 +295,7 @@ De griffier van de rechtbank doet onverwijld aan de officier van justitie en aan
|
|||
|
||||
### Artikel 28
|
||||
|
||||
**1.** De rechtbank onderzoekt de identiteit van de veroordeelde op de wijze, bedoeld in artikel 27a, eerste lid, eerste volzin, van het Wetboek van Strafvordering, alsmede de ontvankelijkheid van de officier van justitie, de mogelijkheid van tenuitvoerlegging in Nederland van de in het buitenland gewezen rechterlijke beslissing en de feiten en omstandigheden die voor haar beslissing van belang zijn. De rechtbank is tevens bevoegd de identiteit van de veroordeelde vast te stellen op de wijze, bedoeld in artikel 27a, tweede lid, van dat wetboek, indien over zijn identiteit twijfel bestaat. Artikel 29a, tweede lid, van dat wetboek is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**1.** De rechtbank onderzoekt de identiteit van de veroordeelde op de wijze, bedoeld in artikel 27a, eerste lid, eerste volzin, van het Wetboek van Strafvordering, alsmede de ontvankelijkheid van de officier van justitie, de mogelijkheid van tenuitvoerlegging in Nederland van de in het buitenland gewezen rechterlijke beslissing en de feiten en omstandigheden die voor haar beslissing van belang zijn. De rechtbank is tevens bevoegd de identiteit van de veroordeelde vast te stellen op de wijze, bedoeld in artikel 27a, tweede lid, van dat wetboek, indien over zijn identiteit twijfel bestaat. Artikel 29c, tweede lid, van dat wetboek is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** De officier van justitie en de veroordeelde en diens raadsman worden in de gelegenheid gesteld ter terechtzitting van de rechtbank te worden gehoord.
|
||||
|
||||
|
|
@ -573,9 +573,9 @@ Indien het openbaar ministerie, met de tenuitvoerlegging van een rechterlijke be
|
|||
|
||||
**2.** Indien het advies van het openbaar ministerie betrekking heeft op een veroordeelde die zich in Nederland bevindt, aan wie een tot vrijheidsbeneming strekkende sanctie is opgelegd en die niet heeft verklaard met de overdracht van de tenuitvoerlegging van die sanctie in te stemmen, dan laat Onze Minister, zo hij voornemens is gevolg te geven aan dit advies, alvorens een beslissing te nemen de veroordeelde schriftelijk van dit advies in kennis stellen. Daarbij wordt de veroordeelde medegedeeld, dat hij binnen veertien dagen na ontvangst van de kennisgeving tegen het voornemen van Onze Minister een bezwaarschrift kan indienen bij het gerecht, dat in hoogste feitelijke instantie de tot vrijheidsbeneming strekkende sanctie heeft opgelegd.
|
||||
|
||||
**3.** Zo spoedig mogelijk na ontvangst van een tijdig ingediend bezwaarschrift onderzoekt het in het vorige lid bedoelde gerecht of Onze Minister bij afweging van de betrokken belangen in redelijkheid tot de voorgenomen beslissing kan komen. De veroordeelde wordt bij het onderzoek gehoord, althans opgeroepen. Indien niet blijkt dat de veroordeelde reeds een raadsman heeft, geeft de voorzitter aan het bestuur van de raad voor rechtsbijstand last tot toevoeging van een raadsman.
|
||||
**3.** Zo spoedig mogelijk na ontvangst van een tijdig ingediend bezwaarschrift onderzoekt het in het vorige lid bedoelde gerecht of Onze Minister bij afweging van de betrokken belangen in redelijkheid tot de voorgenomen beslissing kan komen. De veroordeelde wordt bij het onderzoek gehoord, althans opgeroepen. Indien niet blijkt dat de veroordeelde reeds een raadsman heeft, geeft de voorzitter aan het bestuur van de raad voor rechtsbijstand last tot aanwijzing van een raadsman.
|
||||
|
||||
**4.** De artikelen 21–26 en 29a van het Wetboek van Strafvordering zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**4.** De artikelen 21–26 en 29c van het Wetboek van Strafvordering zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**5.** Van zijn beslissing stelt het gerecht Onze Minister en de veroordeelde schriftelijk in kennis. Acht het gerecht het bezwaarschrift gegrond, dan geeft Onze Minister aan het advies van het openbaar ministerie tot overdracht van de tenuitvoerlegging geen gevolg.
|
||||
|
||||
|
|
@ -652,11 +652,11 @@ Veroordeelden die overeenkomstig deze wet in verzekering of in bewaring zijn ges
|
|||
|
||||
### Artikel 64
|
||||
|
||||
**1.** Het bij en krachtens artikel 40 van het Wetboek van Strafvordering bepaalde is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van een krachtens artikel 9 in verzekering gestelde veroordeelde.
|
||||
**1.** De veroordeelde heeft het recht zich door een raadsman te doen bijstaan. De artikelen 28, 28a, 37, 38 en 43 tot en met 45 en 124 van het Wetboek van Strafvordering, alsmede het in dat wetboek bepaalde betreffende het optreden en de bevoegdheden van de raadsman en de kennisneming van processtukken, zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** Aan de veroordeelde die overeenkomstig artikel 10 in bewaring wordt gesteld, of te wiens aanzien een bevel tot gevangenneming overeenkomstig artikel 29 wordt gevorderd, wordt, zo hij nog geen raadsman heeft, een raadsman toegevoegd door het bestuur van de raad voor rechtsbijstand op last van de voorzitter van de rechtbank van het arrondissement waar hij zich bevindt. De officier van justitie geeft de voorzitter onverwijld schriftelijk kennis dat toevoeging moet plaats hebben.
|
||||
**2.** Indien een veroordeelde op grond van artikel 9 wordt aangehouden, stelt de hulpofficier van justitie het bestuur van de raad voor rechtsbijstand hiervan in kennis, opdat het bestuur een raadsman aanwijst, dan wel stelt hij de door de opgeëiste persoon gekozen raadsman hiervan in kennis. De artikelen 28b, eerste lid, tweede volzin, en 39 van het Wetboek van Strafvordering zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** Het bij en krachtens de artikelen 42, derde lid, en 45 tot en met 49 van het Wetboek van Strafvordering bepaalde, alsmede het in dat Wetboek bepaalde betreffende het optreden en de bevoegdheden van de raadsman en de kennisneming van processtukken is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**3.** Indien een persoon die geen raadsman heeft overeenkomstig deze wet zijn vrijheid wordt benomen – anders dan uit kracht van een bevel tot aanhouding, dan wel tot inverzekeringstelling of tot verlenging van de termijn daarvan – wijst het bestuur van de raad voor rechtsbijstand, na mededeling van de vrijheidsbeneming door het openbaar ministerie, een raadsman aan.
|
||||
|
||||
### Artikel 64a
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue