2010-10-06 | BWBR0020183 | Besluit WWB 2007
This commit is contained in:
parent
d553973734
commit
bf0ff4827c
1 changed files with 18 additions and 33 deletions
|
|
@ -158,7 +158,7 @@ a. voldaan is aan bij ministeriële regeling te stellen vormvoorschriften;
|
|||
b. de gemaakte kosten, bedoeld in artikel 69, eerste lid, van de wet, de verstrekte uitkering met minimaal tien procent overstijgen;
|
||||
c. de uitkomst van de beoordeling van het effect van de arbeidsmarkt en van het gevoerde gemeentelijk beleid en de uitvoering daarvan alsmede de rechtmatige uitvoering van de wet daartoe aanleiding geeft.
|
||||
|
||||
**2.** De toetsingscommissie beoordeelt of een verzoek tot een incidentele aanvullende uitkering voldoet aan de in het eerste lid genoemde voorwaarden en adviseert Onze Minister. Indien de toetsingscommissie van oordeel is dat een gemeente in aanmerking komt voor een incidentele aanvullende uitkering, is de hoogte van deze uitkering gelijk aan het verschil tussen de werkelijk gemaakte kosten als bedoeld in artikel 69, eerste lid, van de wet en 110% van het verstrekte inkomensdeel.
|
||||
**2.** De toetsingscommissie beoordeelt of een verzoek tot een incidentele aanvullende uitkering voldoet aan de in het eerste lid genoemde voorwaarden en adviseert Onze Minister. Indien de toetsingscommissie van oordeel is dat een gemeente in aanmerking komt voor een incidentele aanvullende uitkering, is de hoogte van deze uitkering gelijk aan het verschil tussen de werkelijk gemaakte kosten als bedoeld in artikel 69, eerste lid, van de wet en 110% van de verstrekte uitkering.
|
||||
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het eerste lid, onderdelen b en c, en het tweede lid, waarbij voor gemeenten tot maximaal 40.000 inwoners een afwijkende invulling kan worden gegeven van het eerste lid, onderdeel c.
|
||||
|
||||
|
|
@ -167,7 +167,7 @@ c. de uitkomst van de beoordeling van het effect van de arbeidsmarkt en van het
|
|||
Een verzoek tot een incidentele aanvullende uitkering wordt in ieder geval afgewezen, indien:
|
||||
|
||||
a. Onze Minister een aanwijzing als bedoeld in artikel 76, derde lid, van de wet heeft gegeven; of
|
||||
b. in elk van de drie kalenderjaren voorafgaande aan het kalenderjaar waarop het verzoek betrekking heeft de gemaakte kosten het verstrekte inkomensdeel met minimaal 2,5% overstijgen.
|
||||
b. in elk van de drie kalenderjaren voorafgaande aan het kalenderjaar waarop het verzoek betrekking heeft de gemaakte kosten de verstrekte uitkering met minimaal het in artikel 10a, eerste lid, onderdeel c, bedoelde percentage overstijgen.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -176,6 +176,8 @@ Het vierde lid, onderdeel b, is niet van toepassing op gemeenten:
|
|||
a. waarvoor de budgetgrondslag in ten minste een van de drie kalenderjaren voorafgaande aan het kalenderjaar waarop het verzoek betrekking heeft, berekend is op grond van artikel 5; of
|
||||
b. wier verzoek tot een meerjarige aanvullende uitkering is afgewezen vanwege het enkele feit dat niet is voldaan aan het vereiste, genoemd in artikel 10a, eerste lid, onderdeel e.
|
||||
|
||||
**6.** Het vierde lid, onderdeel b, is evenmin van toepassing op gemeenten wier verzoek tot een meerjarige aanvullende uitkering is afgewezen vanwege het feit dat het tekort niet is veroorzaakt door een stoornis in het objectief verdeelmodel. De incidentele aanvullende uitkering kan in dit geval jaarlijks worden aangevraagd voor de kalenderjaren, waarop het verzoek tot een meerjarige aanvullende uitkering als bedoeld in artikel 10a, tweede lid, betrekking had.
|
||||
|
||||
### Artikel 10a
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
|
@ -184,7 +186,7 @@ Tot een inhoudelijke beoordeling van een verzoek om een meerjarige aanvullende u
|
|||
|
||||
a. voldaan is aan bij ministeriële regeling te stellen vormvoorschriften;
|
||||
b. de budgetgrondslag over elk van de drie kalenderjaren voorafgaande aan het kalenderjaar waarin het verzoek tot een meerjarige aanvullende uitkering wordt ingediend berekend is op grond van artikel 6 of artikel 7;
|
||||
c. in elk van de drie kalenderjaren voorafgaande aan het kalenderjaar waarin het verzoek, bedoeld in onderdeel b, wordt ingediend de gemaakte kosten, bedoeld in artikel 69, eerste lid, van de wet, de verstrekte uitkering met minimaal 2,5% overstijgen;
|
||||
c. in elk van de drie kalenderjaren voorafgaande aan het kalenderjaar waarin het verzoek, bedoeld in onderdeel b, wordt ingediend de gemaakte kosten, bedoeld in artikel 69, eerste lid, van de wet, de verstrekte uitkering met minimaal 2,5% plus een bij ministeriële regeling vast te stellen percentage voor elk van die drie kalenderjaren overstijgen;
|
||||
d. het aannemelijk is dat een overstijging als bedoeld in onderdeel c niet geheel het gevolg is van het gemeentelijke beleid en de uitvoering daarvan;
|
||||
e. het aannemelijk is dat een overstijging als bedoeld in onderdeel c zich zal voordoen in het kalenderjaar waarin het verzoek, bedoeld in onderdeel b, wordt ingediend en de twee daaropvolgende kalenderjaren;
|
||||
f. het college een analyserapport heeft opgesteld over de mogelijke oorzaken van de overstijgingen, bedoeld in onderdeel c, en een overzicht heeft toegevoegd van de genomen en eventueel nog te treffen maatregelen ter verbetering van het gemeentelijke beleid en de uitvoering daarvan;
|
||||
|
|
@ -213,9 +215,7 @@ b. *verzoek:* het verzoek, bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onderdeel b.
|
|||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De meerjarige aanvullende uitkering bestaat uit drie delen: U(1), U(2) en U(3)
|
||||
|
||||
waarbij:
|
||||
De meerjarige aanvullende uitkering bestaat uit drie delen: U(1), U(2) en U(3) waarbij:
|
||||
|
||||
a. U(1) staat voor het deel van de meerjarige aanvullende uitkering dat ziet op het kalenderjaar waarin het verzoek wordt ingediend;
|
||||
b. U(2) staat voor het deel van de meerjarige aanvullende uitkering dat ziet op het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarop U(1) ziet;
|
||||
|
|
@ -223,45 +223,30 @@ c. U(3) staat voor het deel van de meerjarige aanvullende uitkering dat ziet op
|
|||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De hoogte van U(1) wordt berekend aan de hand van de volgende formule:
|
||||
De hoogte van U(1), U(2) respectievelijk U(3) is gelijk aan:
|
||||
|
||||
U(1) = (A – (B x C)) x m
|
||||
(A – B) x m
|
||||
|
||||
waarbij:
|
||||
|
||||
a. A staat voor de gemiddelde overstijging in euro’s over de drie kalenderjaren direct voorafgaand aan het kalenderjaar waarin het verzoek wordt ingediend;
|
||||
a. A staat voor de werkelijk gemaakte kosten in het kalenderjaar waarop het desbetreffende deel van de meerjarige aanvullende uitkering betrekking heeft;
|
||||
b. B staat voor:
|
||||
|
||||
1°. 2,5%, indien de overstijging niet mede het gevolg is van het gemeentelijke beleid en de uitvoering daarvan;
|
||||
2°. 5%, indien de overstijging gedeeltelijk het gevolg is van het gemeentelijke beleid en de uitvoering daarvan; dan wel
|
||||
3°. 7,5%, indien de overstijging bijna uitsluitend het gevolg is van het gemeentelijke beleid en de uitvoering daarvan;
|
||||
c. C staat voor het gemiddelde toegekende inkomensdeel in euro’s in de drie kalenderjaren direct voorafgaand aan het kalenderjaar waarin het verzoek wordt ingediend; en
|
||||
d. m staat voor:
|
||||
1° 102,5% plus een bij ministeriële regeling vast te stellen percentage van de uitkering, indien de overstijging niet mede het gevolg is van het gemeentelijke beleid en de uitvoering daarvan;
|
||||
2° 105% plus een bij ministeriële regeling vast te stellen percentage van de uitkering, indien de overstijging gedeeltelijk het gevolg is van het gemeentelijke beleid en de uitvoering daarvan; dan wel
|
||||
3° 107,5% plus een bij ministeriële regeling vast te stellen percentage van de uitkering, indien de overstijging bijna uitsluitend het gevolg is van het gemeentelijke beleid en de uitvoering daarvan;
|
||||
c. m staat voor:
|
||||
|
||||
1°. 1, indien de budgetgrondslag in het kalenderjaar waarin het verzoek wordt ingediend berekend is op grond van artikel 7; dan wel
|
||||
2°. het aantal inwoners in de gemeente, verminderd met 25.000 en vervolgens gedeeld door 15.000, indien de budgetgrondslag in het kalenderjaar waarin het verzoek wordt ingediend berekend is op grond van artikel 6.
|
||||
1° 1, indien de budgetgrondslag in het kalenderjaar waarop het desbetreffende deel van de meerjarige aanvullende uitkering betrekking heeft, berekend is op grond van artikel 7; dan wel
|
||||
2° het aantal inwoners in de gemeente, verminderd met 25.000 en vervolgens gedeeld door 15.000, indien de budgetgrondslag in het kalenderjaar waarop het desbetreffende deel van de meerjarige aanvullende uitkering betrekking heeft, berekend is op grond van artikel 6.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
**4.** De in het derde lid bedoelde uitkering is ten minste gelijk aan het verschil tussen A en 110% van de over het betreffende kalenderjaar toegekende uitkering als bedoeld in artikel 69 van de wet.
|
||||
|
||||
De hoogte van U(2) respectievelijk U(3) bedraagt:
|
||||
|
||||
a. U(1) indien de overstijging niet mede het gevolg is van het gemeentelijke beleid en de uitvoering daarvan;
|
||||
b. vijfzesde van U(1) respectievelijk tweederde van U(1) indien de overstijging gedeeltelijk het gevolg is van het gemeentelijke beleid en de uitvoering daarvan; dan wel
|
||||
c. tweederde van U(1) respectievelijk eenderde van U(1) indien de overstijging bijna uitsluitend het gevolg is van het gemeentelijke beleid en de uitvoering daarvan.
|
||||
|
||||
**5.** Het maximale bedrag dat per kalenderjaar beschikbaar is voor meerjarige aanvullende uitkeringen bedraagt € 25.000,000,–. Van dit bedrag is voor nieuwe verzoeken beschikbaar hetgeen resteert na aftrek van hetgeen reeds voor dat kalenderjaar is toegekend op basis van verzoeken uit voorgaande kalenderjaren.
|
||||
|
||||
**6.** Bij de verdeling van het maximale bedrag, bedoeld in het vijfde lid, hebben verzoeken waarbij B als bedoeld in het derde lid, onderdeel b, staat voor een lager percentage, voorrang op verzoeken waarbij die B staat voor een hoger percentage.
|
||||
|
||||
**7.** Indien het bedrag dat resteert na toepassing van het zesde lid, onvoldoende is om aan alle verzoeken te voldoen, wordt het resterende bedrag verdeeld over die verzoeken waarbij B als bedoeld in het derde lid, onderdeel b, staat voor eenzelfde percentage, naar rato van de hoogte van de uitkering, zoals die zou worden vastgesteld indien er geen maximaal bedrag als bedoeld in het vijfde lid was geweest. Bij de toepassing van de eerste zin hebben lagere percentages voorrang op hogere percentages.
|
||||
|
||||
**8.** Onze Minister kan van het derde, vierde, zesde en zevende lid afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat de artikelen 10a, 10b, en 10d beogen te beschermen zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
|
||||
**5.** Onze Minister kan van het derde lid afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat de artikelen 10a, 10b en 10d beogen te beschermen zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
|
||||
|
||||
### Artikel 10d
|
||||
|
||||
**1.** Bij een wijziging van de gemeentelijke indeling of een grenscorrectie als bedoeld in de Wet algemene regels herindeling worden de gegevens waarmee de berekeningen op grond van de artikelen 10a, eerste lid, onderdeel c, en 10c, worden uitgevoerd, vastgesteld op basis van een redelijke schatting van de toestand van die gegevens zoals die zou zijn geweest als de wijziging op de datum waarop die gegevens betrekking hebben reeds was ingegaan.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de toepassing van de artikelen 10a en 10c is bij de bepaling van de gemaakte kosten, bedoeld in artikel 69, eerste lid, van de wet, over 2006 en het verstrekte inkomensdeel over 2006, artikel 8a, eerste en tweede lid, van overeenkomstige toepassing.
|
||||
Bij een wijziging van de gemeentelijke indeling of een grenscorrectie als bedoeld in de Wet algemene regels herindeling worden de gegevens waarmee de berekeningen op grond van de artikelen 10a, eerste lid, onderdeel c, en 10c, worden uitgevoerd, vastgesteld op basis van een redelijke schatting van de toestand van die gegevens zoals die zou zijn geweest als de wijziging op de datum waarop die gegevens betrekking hebben reeds was ingegaan.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 4. Overige en slotbepalingen
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue