2002-01-01 | BWBR0009747 | Besluit opslaan in ondergrondse tanks 1998
This commit is contained in:
parent
03e71549f9
commit
bf3b0ea578
1 changed files with 12 additions and 14 deletions
|
|
@ -24,7 +24,7 @@ In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
|||
|
||||
*vloeibare brandstof: *lichte olie, halfzware olie of gasolie, als bedoeld in de artikelen 26 en 28 van de Wet op de accijns, met dien verstande dat daaronder niet wordt begrepen LPG;
|
||||
|
||||
*afgewerkte olie: *afgewerkte olie als bedoeld in het Besluit inzamelen afvalstoffen;
|
||||
*afgewerkte olie: *minerale smeer- en systeemolie die hetzij door vermenging met andere stoffen, hetzij op andere wijze onbruikbaar is geworden voor het doel waarvoor zij oorspronkelijk was bestemd;
|
||||
|
||||
*procesvloeistof: *vloeistof die gebruikt wordt in een fysisch of chemisch proces waarbij geen verbranding van de vloeistof plaatsvindt;
|
||||
|
||||
|
|
@ -100,9 +100,9 @@ b. op grond van een vergunning, verleend krachtens artikel 8.1, eerste lid, van
|
|||
|
||||
**2.** Degene die een vloeibare brandstof opslaat in een ondergrondse tank van kunststof, dient te voldoen aan de voorschriften, opgenomen in bijlage II, en aan de krachtens de voorschriften 2.6 en 2.20 van die bijlage door het bevoegd gezag gestelde nadere eisen.
|
||||
|
||||
**3.** Indien krachtens het eerste of het tweede lid, nadere eisen worden gesteld, die mede de arbeidsomstandigheden raken, stelt het bevoegd gezag voorafgaand daaraan de daartoe door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen toezichthouder, bedoeld in artikel 1, derde lid, onderdeel d, van de Arbeidsomstandighedenwet, schriftelijk in de gelegenheid opmerkingen te maken.
|
||||
**3.** Indien krachtens het eerste of het tweede lid, nadere eisen worden gesteld, die mede de arbeidsomstandigheden raken, stelt het bevoegd gezag voorafgaand daaraan de door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid krachtens artikel 24 van de Arbeidsomstandighedenwet 1998 aangewezen bevoegde ambtenaar schriftelijk in de gelegenheid opmerkingen te maken.
|
||||
|
||||
**4.** Een beschikking waarin nadere eisen worden gesteld, wordt gezonden aan de daartoe door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen toezichthouder, bedoeld in artikel 1, derde lid, onderdeel d, van de Arbeidsomstandighedenwet.
|
||||
**4.** Een beschikking waarin nadere eisen worden gesteld, wordt gezonden aan de inspecteur en de door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid krachtens artikel 24 van de Arbeidsomstandighedenwet 1998 aangewezen bevoegde ambtenaar.
|
||||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
|
|
@ -166,11 +166,9 @@ Op het opslaan van huishoudelijk afvalwater in een ondergrondse tank binnen een
|
|||
|
||||
**4.** Indien bij een kennisgeving als bedoeld in artikel 13, derde lid, blijkt dat de bodem met vloeibare brandstof of met afgewerkte olie is verontreinigd, wordt, in afwijking van het bepaalde in het derde lid, de financiële zekerheid in stand gehouden tot het tijdstip waarop gedeputeerde staten aan degene die opslaat, schriftelijk hebben verklaard dat de sanering van de bodem voltooid is. Degene die opslaat, kan gedeputeerde staten schriftelijk verzoeken om een verklaring als bedoeld in de eerste volzin. Gedeputeerde staten beslist op het verzoek uiterlijk vier weken nadat het is verzonden.
|
||||
|
||||
**5.** Burgemeester en wethouders van de gemeenten Amsterdam, 's-Gravenhage, Rotterdam en Utrecht, van gemeenten die zijn aangewezen krachtens artikel 88, negende lid, van de Wet bodembescherming, en een regionaal openbaar bestuur als bedoeld in de Kaderwet bestuur in verandering, treden voor de toepassing van dit artikel in de plaats van gedeputeerde staten. Een regionaal openbaar lichaam als bedoeld in de vorige volzin treedt slechts in de plaats van gedeputeerde staten, indien de in dit artikel bedoelde bevoegdheden bij algemene maatregel van bestuur zijn overgedragen.
|
||||
**5.** Tegen een beschikking inzake een verklaring als bedoeld in het vierde lid, kan beroep worden ingesteld. Paragraaf 20.4 van de Wet milieubeheer is op een zodanig beroep van toepassing.
|
||||
|
||||
**6.** Degene die een vloeibare brandstof of afgewerkte olie opslaat in een ondergrondse tank legt binnen een termijn van 4 weken nadat hij met dit opslaan is aangevangen aan het bevoegd gezag een schriftelijk bewijsstuk over, waaruit blijkt dat voldaan wordt aan het eerste en tweede lid.
|
||||
|
||||
**8.** Degene die een vloeibare brandstof of afgewerkte olie opslaat in een ondergrondse tank draagt er zorg voor dat de vorm van financiële zekerheid en de hoedanigheid van de garant niet wordt gewijzigd dan nadat aan het bevoegd gezag een schriftelijk bewijsstuk is overgelegd, waaruit blijkt dat voldaan wordt aan het eerste en tweede lid.
|
||||
**6.** Burgemeester en wethouders van de gemeenten Amsterdam, 's-Gravenhage, Rotterdam en Utrecht en een regionaal openbaar bestuur als bedoeld in de Kaderwet bestuur in verandering, treden voor de toepassing van dit artikel in de plaats van gedeputeerde staten. Een regionaal openbaar lichaam als bedoeld in de vorige volzin treedt slechts in de plaats van gedeputeerde staten, indien de in dit artikel bedoelde bevoegdheden bij algemene maatregel van bestuur zijn overgedragen.
|
||||
|
||||
### Artikel 16
|
||||
|
||||
|
|
@ -192,7 +190,7 @@ e. een omschrijving van de handelingen die de rechthebbenden in het belang van h
|
|||
|
||||
### Artikel 17
|
||||
|
||||
**1.** Degene die op 1 maart 1993 een vloeistof opslaat in een bestaande ondergrondse tank, meldt dit uiterlijk 1 september 1993 aan het bevoegd gezag en, indien wordt opgeslagen in een ondergrondse tank binnen een inrichting, aan de daartoe door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen toezichthouder, bedoeld in artikel 1, derde lid, onderdeel d, van de Arbeidsomstandighedenwet.
|
||||
**1.** Degene die op 1 maart 1993 een vloeistof opslaat in een bestaande ondergrondse tank, meldt dit uiterlijk 1 september 1993 aan het bevoegd gezag en, indien wordt opgeslagen in een ondergrondse tank binnen een inrichting, aan de inspecteur en de door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid krachtens artikel 24 van de Arbeidsomstandighedenwet 1998 aangewezen bevoegde ambtenaar.
|
||||
|
||||
**2.** De in het eerste lid bedoelde melding is niet vereist, indien de vloeistof wordt opgeslagen in een ondergrondse tank binnen een inrichting en voor die inrichting een vergunning is verleend krachtens artikel 8.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer, voor zover de desbetreffende vergunning mede betrekking heeft op het opslaan van die vloeistof in een ondergrondse tank.
|
||||
|
||||
|
|
@ -275,17 +273,17 @@ Dit besluit treedt in werking met ingang van 15 augustus 1998.
|
|||
|
||||
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit opslaan in ondergrondse tanks 1998.
|
||||
|
||||
## Bijlage I. behorende bij de
|
||||
## Bijlage I. Behorende bij de artikelen 9, eerste lid, 21, derde lid onder a, en 24 onder a, van het Besluit opslaan in ondergrondse tanks 1998:
|
||||
|
||||
## Bijlage II. behorende bij
|
||||
## Bijlage II. Behorende bij artikel 9, tweede lid, van het Besluit opslaan in ondergrondse tanks 1998:
|
||||
|
||||
## Bijlage III. behorende bij de
|
||||
## Bijlage III. Behorende bij de artikelen 10, eerste lid, 21, derde lid onder a, en 24 onder a, van het Besluit opslaan in ondergrondse tanks 1998:
|
||||
|
||||
## Bijlage IV. behorende bij
|
||||
## Bijlage IV. Behorende bij artikel 10, tweede lid, van het Besluit opslaan in ondergrondse tanks 1998:
|
||||
|
||||
## Bijlage V. behorende bij
|
||||
## Bijlage V. Behorende bij artikel 6 van het Besluit opslaan in ondergrondse tanks 1998:
|
||||
|
||||
## Bijlage VI. behorende bij de
|
||||
## Bijlage VI. Behorende bij de artikelen 8, eerste lid, 13, vierde lid, 18, derde, vierde en zesde lid, en 23, eerste lid, van het Besluit opslaan in ondergrondse tanks 1998:
|
||||
|
||||
## Bijlage VII. behorende bij
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue