2009-07-01 | BWBR0020611 | Wet inburgering
This commit is contained in:
parent
c88f46bf06
commit
bf64590ee9
1 changed files with 11 additions and 66 deletions
|
|
@ -405,11 +405,11 @@ Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met
|
|||
|
||||
### Artikel 29
|
||||
|
||||
Het college legt een bestuurlijke boete op indien de krachtens artikel 25, eerste of tweede lid, opgeroepen persoon handelt in strijd met artikel 25, vierde lid.
|
||||
Het college legt een bestuurlijke boete op aan de krachtens artikel 25, eerste of tweede lid, opgeroepen persoon ter zake van overtreding van artikel 25, vierde lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 30
|
||||
|
||||
Het college legt een bestuurlijke boete op indien de inburgeringsplichtige ten aanzien van wie een beschikking als bedoeld in artikel 19a, eerste lid, of 22, eerste lid, is gegeven, handelt in strijd met artikel 23, eerste lid, dan wel met de krachtens artikel 23, derde lid, gestelde regels.
|
||||
Het college legt een bestuurlijke boete op aan de inburgeringsplichtige ten aanzien van wie een beschikking als bedoeld in artikel 19a, eerste lid, of 22, eerste lid, is gegeven, ter zake van overtreding van artikel 23, eerste lid, dan wel van de krachtens artikel 23, derde lid, gestelde regels.
|
||||
|
||||
### Artikel 31
|
||||
|
||||
|
|
@ -449,9 +449,7 @@ De gemeenteraad stelt bij verordening het bedrag vast van de bestuurlijke boete
|
|||
|
||||
### Artikel 36
|
||||
|
||||
**1.** Degene die wordt verhoord met het oog op het opleggen van een bestuurlijke boete, is niet verplicht ten behoeve daarvan verklaringen af te leggen.
|
||||
|
||||
**2.** Voor het verhoor wordt aan de betrokkene medegedeeld dat hij niet verplicht is tot antwoorden.
|
||||
Artikel 5:53 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing indien artikel 30, 31, eerste lid, of 33 is overtreden.
|
||||
|
||||
### Artikel 37
|
||||
|
||||
|
|
@ -459,72 +457,27 @@ Het college legt geen bestuurlijke boete op indien voor dezelfde gedraging de bi
|
|||
|
||||
### Artikel 38
|
||||
|
||||
**1.** Het college legt geen bestuurlijke boete op voorzover de overtreding niet aan de overtreder kan worden verweten.
|
||||
|
||||
**2.** Het college stemt de bestuurlijke boete af op de ernst van de overtreding en de mate waarin deze aan de overtreder kan worden verweten. Het college houdt daarbij zo nodig rekening met de omstandigheden waaronder de overtreding is gepleegd.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 39
|
||||
|
||||
**1.** De bestuurlijke boete wordt bij beschikking opgelegd.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De beschikking vermeldt in ieder geval:
|
||||
|
||||
a. de naam van de overtreder;
|
||||
b. het bedrag van de boete;
|
||||
c. het feit ter zake waarvan de boete wordt opgelegd alsmede het overtreden wettelijke voorschrift;
|
||||
d. de termijn waarbinnen de boete moet worden betaald.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 40
|
||||
|
||||
**1.** Het college stelt de overtreder desgevraagd in de gelegenheid de gegevens waarop het opleggen van de bestuurlijke boete, dan wel het voornemen daartoe, berust, in te zien en daarvan afschriften te vervaardigen.
|
||||
|
||||
**2.** Het college draagt zorg voor bijstand door een tolk, indien blijkt dat de verdediging van de overtreder dit redelijkerwijs vergt.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 41
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Het college maakt van de in de artikelen 30, 31 en 33 bedoelde overtredingen binnen vier weken een rapport op. Dit rapport is gedagtekend en vermeldt:
|
||||
|
||||
a. de naam van de overtreder;
|
||||
b. de overtreding;
|
||||
c. het overtreden voorschrift;
|
||||
d. de hoogte van de op de overtreding ten hoogste gestelde boete.
|
||||
|
||||
**2.** Het college beslist binnen dertien weken na de dagtekening van het in het eerste lid bedoelde rapport omtrent het opleggen van de bestuurlijke boete.
|
||||
|
||||
**3.** Mandaat tot het opleggen van een bestuurlijke boete wordt niet verleend aan degene die van de overtreding een rapport opgemaakt heeft.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 42
|
||||
|
||||
**1.** In afwijking van afdeling 4.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht stelt het college de overtreder van de in de artikelen 30, 31 en 33 bedoelde feiten steeds in de gelegenheid zijn zienswijze naar voren te brengen.
|
||||
|
||||
**2.** Het in artikel 41 bedoelde rapport wordt bij de uitnodiging daartoe aan de overtreder toegezonden of uitgereikt.
|
||||
|
||||
**3.** Het college zorgt voorts voor bijstand door een tolk, indien blijkt dat de verdediging van de overtreder dit redelijkerwijs vergt.
|
||||
|
||||
**4.** Indien het college nadat de overtreder zijn zienswijze naar voren heeft gebracht, beslist dat voor de overtreding geen boete zal worden opgelegd, wordt dit schriftelijk aan de overtreder medegedeeld.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 43
|
||||
|
||||
**1.** Het college legt geen boete op indien de overtreder is overleden.
|
||||
|
||||
**2.** Een bestuurlijke boete vervalt indien zij op het tijdstip van het overlijden van de overtreder niet onherroepelijk is. Een onherroepelijke bestuurlijke boete vervalt voorzover zij op dat tijdstip nog niet is betaald.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Het college legt geen bestuurlijke boete op:
|
||||
|
||||
a. indien aan de overtreder wegens dezelfde overtreding reeds eerder een bestuurlijke boete is opgelegd.
|
||||
b. voorzover voor de overtreding een rechtvaardigingsgrond bestond.
|
||||
|
||||
**4.** De bevoegdheid tot het opleggen van een boete als bedoeld in de artikelen 30, 31 en 33 vervalt vijf jaren nadat de overtreding is begaan.
|
||||
|
||||
**5.** De bevoegdheid tot het opleggen van een boete als bedoeld in artikel 29 vervalt twee jaren nadat de overtreding is begaan.
|
||||
|
||||
**6.** Indien tegen de bestuurlijke boete bezwaar wordt gemaakt of beroep wordt ingesteld, wordt de vervaltermijn opgeschort tot onherroepelijk op het bezwaar of beroep is beslist.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 44
|
||||
|
||||
|
|
@ -536,19 +489,11 @@ b. voorzover voor de overtreding een rechtvaardigingsgrond bestond.
|
|||
|
||||
### Artikel 45
|
||||
|
||||
**1.** Indien de boete niet is betaald binnen de op grond van artikel 39, tweede lid, onderdeel d, gestelde termijn, wordt de overtreder schriftelijk aangemaand binnen twee weken alsnog het bedrag van de boete, verhoogd met de kosten van de aanmaning, te betalen.
|
||||
|
||||
**2.** Bij gebreke van betaling kan het college de boete, verhoogd met de op de aanmaning en invordering betrekking hebbende kosten, bij dwangbevel invorderen.
|
||||
|
||||
**3.** De bevoegdheid tot invordering vervalt binnen vijf jaren nadat de beschikking inzake oplegging van de boete onherroepelijk is geworden.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 46
|
||||
|
||||
**1.** Het dwangbevel wordt op kosten van de overtreder bij deurwaardersexploot betekend en levert een executoriale titel op in de zin van het Tweede Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
|
||||
|
||||
**2.** Gedurende zes weken na de dag van betekening staat verzet tegen het dwangbevel open door dagvaarding van de gemeente. Het verzet schorst de tenuitvoerlegging. Op verzoek van de gemeente kan de rechter de schorsing van de tenuitvoerlegging opheffen.
|
||||
|
||||
**3.** De boete komt ten goede aan de gemeente.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 7. Informatiebepalingen
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue