2008-12-31 | BWBR0018238 | Besluit brede doeluitkering sociaal, integratie en veiligheid
This commit is contained in:
parent
12d6d7985b
commit
bf6594759c
1 changed files with 33 additions and 36 deletions
|
|
@ -36,21 +36,20 @@ n. jeugdige veelpleger: een persoon van 12 tot en met 17 jaar tegen wie meer dan
|
|||
o. inburgeringsdeel: het deel van de uitkering dat afkomstig is uit de middelen voor de inburgering van nieuwkomers en voor de inburgering van oudkomers, gedurende 2005 en 2006;
|
||||
p. programmadeel: het andere deel van de uitkering dan het inburgeringsdeel;
|
||||
q. inburgeringsplichtige: de inburgeringsplichtige, bedoeld in de artikelen 19, eerste en tweede lid, en 20 van de Wet inburgering, aan wie geen lening als bedoeld in artikel 16 van die wet is verstrekt, hetzij ten behoeve van wie die lening is terugbetaald, en die niet behoort tot de inburgeringsplichtigen, bedoeld in het besluit van de Staatssecretaris van Justitie van 12 juni 2007, nr. 2007/11, houdende wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000, aan wie een persoonsvolgend budget is verstrekt;
|
||||
r. Nederlander: de Nederlander, bedoeld in artikel 1, onderdeel o, van de Wet inburgering;
|
||||
s. inburgeraar: de Nederlander of de rechtmatig in Nederland verblijvende vreemdeling, bedoeld in artikel 5, tweede lid, onderdeel a, van de Wet inburgering, het rechtmatig in Nederland verblijvende familielid van voornoemde vreemdeling of de rechtmatig in Nederland verblijvende vreemdeling die onderdaan is van een staat wiens onderdanen op grond van bepalingen van verdragen of besluiten van volkenrechtelijke organisaties geen inburgeringsplicht als bedoeld van artikel 7 van de Wet inburgering kan worden opgelegd, en die
|
||||
r. inburgeraar: de Nederlander of de rechtmatig in Nederland verblijvende vreemdeling, bedoeld in artikel 5, tweede lid, onderdeel a, van de Wet inburgering, het rechtmatig in Nederland verblijvende familielid van voornoemde vreemdeling of de rechtmatig in Nederland verblijvende vreemdeling die onderdaan is van een staat wiens onderdanen op grond van bepalingen van verdragen of besluiten van volkenrechtelijke organisaties geen inburgeringsplicht als bedoeld van artikel 7 van de Wet inburgering kan worden opgelegd, en die
|
||||
|
||||
1°. ouder is dan 15 jaar;
|
||||
2°. minder dan acht jaren tijdens de leerplichtige leeftijd in Nederland heeft verbleven, en;
|
||||
3°. niet beschikt over een diploma, certificaat of document als bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit inburgering;
|
||||
4°. niet leerplichtig of kwalificatieplichtig is, dan wel een opleiding volgt waarvan de afronding leidt tot uitreiking van een diploma, certificaat of document als bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit inburgering;
|
||||
5°. geen overeenkomst heeft afgesloten op grond van de Regeling inburgering allochtone vrouwen niet-G31, de Regeling inburgering allochtone vrouwen G31, dan wel het extensieve deel van de Pilot inburgering allochtone vrouwen Taal Totaal;
|
||||
t. geestelijke bedienaar: de persoon, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel g, van de Wet inburgering;
|
||||
u. inburgeringsvoorziening: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1, onderdeel j, van het Besluit inburgering;
|
||||
v. gecombineerde inburgeringsvoorziening: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1, onderdeel k, van het Besluit inburgering;
|
||||
w. handhavingsbeschikking: de beschikking, bedoeld in artikel 26 van de Wet inburgering, die niet tevens is gegeven op grond van artikel 22, tweede lid, van die wet;
|
||||
x. kennisgeving: de schriftelijke informatieverstrekking op grond van artikel 5.3, derde lid, van het Besluit inburgering;
|
||||
y. Wet inburgering nieuwkomers: Wet inburgering nieuwkomers zoals die luidde op 31 december 2006;
|
||||
z. persoonsvolgend budget: budget dat ter beschikking wordt gesteld ten behoeve van de inburgering van een persoon als bedoeld in het besluit van de Staatssecretaris van Justitie van 12 juni 2007, nr. 2007/11, houdende wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Stcrt. 2007, 111), die inburgeringsplichtig is op grond van de artikelen 3 tot en met 6 van de Wet inburgering en die op 1 januari 2008 in een opvangvoorziening als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers verblijft.
|
||||
s. geestelijke bedienaar: de persoon, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel g, van de Wet inburgering;
|
||||
t. inburgeringsvoorziening: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1, onderdeel j, van het Besluit inburgering;
|
||||
u. gecombineerde inburgeringsvoorziening: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1, onderdeel k, van het Besluit inburgering;
|
||||
v. handhavingsbeschikking: de beschikking, bedoeld in artikel 26 van de Wet inburgering, die niet tevens is gegeven op grond van artikel 22, tweede lid, van die wet;
|
||||
w. kennisgeving: de schriftelijke informatieverstrekking op grond van artikel 5.3, derde lid, van het Besluit inburgering;
|
||||
x. Wet inburgering nieuwkomers: Wet inburgering nieuwkomers zoals die luidde op 31 december 2006;
|
||||
y. persoonsvolgend budget: budget dat ter beschikking wordt gesteld ten behoeve van de inburgering van een persoon als bedoeld in het besluit van de Staatssecretaris van Justitie van 12 juni 2007, nr. 2007/11, houdende wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Stcrt. 2007, 111), die inburgeringsplichtig is op grond van de artikelen 3 tot en met 6 van de Wet inburgering en die op 1 januari 2008 in een opvangvoorziening als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers verblijft.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid, aanhef en onderdeel d, loopt de GSB III periode voor de gemeente Sittard-Geleen van 1 januari 2006 tot en met 31 december 2009.
|
||||
|
||||
|
|
@ -168,7 +167,9 @@ o. inburgering van inburgeringsplichtigen en inburgeraars, te weten:
|
|||
2°. het aantal inburgeringsplichtigen aan wie een handhavingsbeschikking zal worden bekendgemaakt dan wel een kennisgeving zal worden verstrekt;
|
||||
3°. het aantal inburgeringsplichtigen en inburgeraars, tevens zijnde geestelijke bedienaar, ten behoeve van wie voor de eerste keer een inburgeringsvoorziening zal worden vastgesteld;
|
||||
4°. het aantal inburgeringsplichtigen en inburgeraars dat op 1 januari 2007 deelneemt aan opleidingen educatie, bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onderdeel d, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, alsmede de omvang van het bedrag dat benodigd is om deze opleidingen educatie gedurende het jaar 2007 te bekostigen;
|
||||
5º. het aantal inburgeringsplichtigen, bedoeld in het besluit van de Staatssecretaris van Justitie van 12 juni 2007, nr. 2007/11, houdende wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000, aan wie geen persoonsvolgend budget is verstrekt, ten behoeve van wie voor de eerste keer een inburgeringsvoorziening zal worden vastgesteld in het komende kalenderjaar, als bedoeld in artikel 5, vijfde lid.
|
||||
5º. het aantal inburgeringsplichtigen, bedoeld in het besluit van de Staatssecretaris van Justitie van 12 juni 2007, nr. 2007/11, houdende wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000, aan wie geen persoonsvolgend budget is verstrekt, ten behoeve van wie voor de eerste keer een inburgeringsvoorziening zal worden vastgesteld in het komende kalenderjaar, als bedoeld in artikel 5, vijfde lid;
|
||||
6°. het aantal inburgeringsplichtigen, inburgeringsplichtigen, bedoeld in het besluit van de Staatssecretaris van Justitie van 12 juni 2007, nr. 2007/11, houdende wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000, aan wie geen persoonsvolgend budget is verstrekt en inburgeraars ten behoeve van wie voor de eerste keer een duale inburgeringsvoorziening als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel r, van het Besluit inburgering zal worden vastgesteld en aan wie geen lening als bedoeld in artikel 16 van de Wet inburgering is verstrekt, hetzij ten behoeve van wie die lening in zijn geheel is terugbetaald;
|
||||
7°. het aantal inburgeringsplichtigen, inburgeringsplichtigen, bedoeld in het besluit van de Staatssecretaris van Justitie van 12 juni 2007, nr. 2007/11, houdende wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000, aan wie geen persoonsvolgend budget is verstrekt en inburgeraars ten behoeve van wie voor de eerste keer een taalkennisvoorziening als bedoeld in artikel 19, derde lid, van de Wet inburgering zal worden vastgesteld en aan wie geen lening als bedoeld in artikel 16 van de Wet inburgering is verstrekt, hetzij ten behoeve van wie die lening in zijn geheel is terugbetaald.
|
||||
|
||||
**2.** De resultaten ten aanzien van de onderwerpen, genoemd in het eerste lid, onder a tot en met o, worden geformuleerd met inachtneming van de bij regeling van Onze Minister vast te stellen indicatoren. Bij de regeling van Onze Minister worden de categorieën van middelen van het programmadeel, percentsgewijs toegedeeld aan één of meer indicatoren.
|
||||
|
||||
|
|
@ -254,8 +255,8 @@ c. de van de oudkomer af te nemen toetsen.
|
|||
|
||||
Het verslag bevat de bij regeling van Onze Minister vastgestelde gegevens waartoe in ieder geval behoren:
|
||||
|
||||
a. het aantal beschikkingen omtrent een inburgeringsprogramma, bedoeld in artikel 1, onderdeel e, van het Bekostigingsbesluit inburgering nieuwkomers;
|
||||
b. het aantal door het bevoegd gezag van een instelling uitgereikte verklaringen als bedoeld in artikel 7.4.15., eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
|
||||
a. het aantal beschikkingen omtrent een inburgeringsprogramma, bedoeld in artikel 1, onderdeel e, van het Bekostigingsbesluit inburgering nieuwkomers, zoals dat artikel luidde op 31 december 2006;
|
||||
b. het aantal door het bevoegd gezag van een instelling uitgereikte verklaringen als bedoeld in artikel 7.4.15., eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, zoals dat artikel luidde op 31 december 2006;
|
||||
c. het aantal oudkomers dat een inburgeringsprogramma voor oudkomers is gestart, en met wie het gemeentebestuur een overeenkomst heeft gesloten, en
|
||||
d. het aantal oudkomers dat een inburgeringsprogramma voor oudkomers heeft afgerond.
|
||||
|
||||
|
|
@ -263,12 +264,6 @@ d. het aantal oudkomers dat een inburgeringsprogramma voor oudkomers heeft afger
|
|||
|
||||
**4.** Onze Minister stelt nadere regels vast voor de inrichting van het verslag, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
**5.** De gegevens, bedoeld in het tweede en derde lid, zijn voorzien van een verklaring omtrent de getrouwheid, afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
|
||||
|
||||
**6.** Ten behoeve van de verklaring omtrent de getrouwheid, bedoeld in het vijfde lid, stelt Onze Minister een controleprotocol vast.
|
||||
|
||||
**7.** Aan Onze Minister wordt op diens verzoek inzicht gegeven in de gegevens die bij de controle op enigerlei wijze een rol spelen, en in de controlerapporten van de accountant.
|
||||
|
||||
### Artikel 16
|
||||
|
||||
**1.** Indien gedurende de GSB III periode andere middelen dan bedoeld in artikel 4, eerste lid, voor de uitkering beschikbaar komen, verhoogt Onze Minister de verleende uitkering volgens bij regeling van Onze Minister te stellen regels.
|
||||
|
|
@ -285,10 +280,10 @@ d. het aantal oudkomers dat een inburgeringsprogramma voor oudkomers heeft afger
|
|||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De wijziging geschiedt niet dan nadat
|
||||
De wijziging geschiedt niet dan nadat:
|
||||
|
||||
a. een onderzoek van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport naar de verdeling van de middelen voor maatschappelijke opvang en verslavingsbeleid en voor vrouwenopvang heeft plaatsgevonden, en
|
||||
b. het college van burgemeester en wethouders van de centrumgemeenten voor maatschappelijke opvang en verslavingsbeleid en het college van burgemeester en wethouders van de centrumgemeenten voor vrouwenopvang zijn gehoord over de resultaten van het onder a bedoeld onderzoek.
|
||||
b. het college van burgemeester en wethouders van de centrumgemeenten voor maatschappelijke opvang en verslavingsbeleid en het college van burgemeester en wethouders van de centrumgemeenten voor vrouwenopvang zijn gehoord over de resultaten van het onder a bedoelde onderzoek.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister brengt ambtshalve de verlening van de uitkering in overeenstemming met het gewijzigde procentuele aandeel van de gemeente in de middelen voor maatschappelijke opvang en verslavingsbeleid en voor vrouwenopvang.
|
||||
|
||||
|
|
@ -326,15 +321,17 @@ Onze Minister kan ingeval van majeure wijzigingen van de financieel-economische
|
|||
|
||||
**6.** De gemeente besteedt de ontvangen voorschotten uitsluitend aan activiteiten ten behoeve van de doeleinden als bedoeld in artikel 3 die in de GSB III periode worden verricht.
|
||||
|
||||
**7.** De gemeente kan de betaalde voorschotten mede besteden aan omzetbelasting ter zake van de in het zesde lid bedoelde activiteiten die ingevolge de Wet op het BTW-compensatiefonds recht geeft op een bijdrage uit het fonds.
|
||||
**7.** De gemeente kan de betaalde voorschotten in de jaren 2005 tot en met 2007 mede besteden aan omzetbelasting ter zake van de in het zesde lid bedoelde activiteiten die ingevolge de Wet op het BTW-compensatiefonds recht geeft op een bijdrage uit het fonds.
|
||||
|
||||
### Artikel 21
|
||||
|
||||
Het college van burgemeester en wethouders dient voor 1 april 2009 bij Onze Minister een aanvraag in tot vaststelling van het inburgeringsdeel.
|
||||
**1.** Het college van burgemeester en wethouders dient voor 15 juli 2010 bij Onze Minister een aanvraag in tot vaststelling van het inburgeringsdeel.
|
||||
|
||||
**2.** Bij de beoordeling van de aanvraag wordt gebruik gemaakt van de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 58a van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten.
|
||||
|
||||
### Artikel 22
|
||||
|
||||
**1.** Indien Onze Minister op 1 april 2009 geen aanvraag tot vaststelling van het inburgeringsdeel heeft ontvangen, stelt hij dat deel ambtshalve vast.
|
||||
**1.** Indien Onze Minister op 15 juli 2010 geen aanvraag tot vaststelling van het inburgeringsdeel heeft ontvangen, stelt hij dat deel ambtshalve vast.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister gaat niet over tot toepassing van het eerste lid dan nadat hij het college van burgemeester en wethouders in de gelegenheid heeft gesteld binnen een door hem te bepalen termijn alsnog een aanvraag in te dienen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -352,7 +349,7 @@ Het college van burgemeester en wethouders dient voor 1 april 2009 bij Onze Min
|
|||
|
||||
**6.** Onverschuldigd betaalde voorschotten op het inburgeringsdeel kunnen worden teruggevorderd zolang nog geen vijf jaren zijn verstreken na de dag waarop het inburgeringsdeel is vastgesteld.
|
||||
|
||||
**7.** Onverschuldigd betaalde voorschotten op het inburgeringsdeel kunnen tevens worden verrekend met nog door Onze Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie aan de gemeente te betalen bedragen.
|
||||
**7.** Onverschuldigd betaalde voorschotten op het inburgeringsdeel kunnen tevens worden verrekend met nog door Onze Minister aan de gemeente te betalen bedragen.
|
||||
|
||||
### Artikel 24
|
||||
|
||||
|
|
@ -360,12 +357,10 @@ Het college van burgemeester en wethouders dient voor 1 april 2009 bij Onze Min
|
|||
|
||||
**2.** Bij de beoordeling van de aanvraag wordt gebruik gemaakt van de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 58a van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de in het ontwikkelingsprogramma opgenomen resultaten niet volledig zijn behaald en het gemeentebestuur een verzoek doet als bedoeld in artikel 27, vijfde lid, neemt zij in het verslag over de besteding van de verleende voorschotten, bedoeld in het vierde lid, de verdeling van die besteding over die resultaten op.
|
||||
**3.** Indien de in het ontwikkelingsprogramma opgenomen resultaten niet volledig zijn behaald en het gemeentebestuur een verzoek doet als bedoeld in artikel 27, vijfde lid, neemt zij in de verantwoordingsinformatie, bedoeld in het tweede lid, de verdeling van de besteding van de verleende voorschotten over die resultaten op.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister stelt binnen vier maanden na ontvangst van de aanvraag het bedrag van het programmadeel vast.
|
||||
|
||||
**5.** De termijn, bedoeld in het tiende lid, wordt opgeschort met ingang van de dag waarop Onze Minister de gemeente mededeelt dat hij voornemens is om toepassing te geven aan artikel 26, eerste lid, tot de dag waarop hij het verslag, bedoeld in artikel 26, tweede lid, heeft ontvangen.
|
||||
|
||||
### Artikel 25
|
||||
|
||||
**1.** Indien Onze Minister op 15 juli 2010 geen aanvraag tot vaststelling van het programmadeel heeft ontvangen, stelt hij dat deel ambtshalve vast.
|
||||
|
|
@ -376,9 +371,11 @@ Het college van burgemeester en wethouders dient voor 1 april 2009 bij Onze Min
|
|||
|
||||
**1.** Indien uit de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 24, tweede lid, blijkt dat de in het ontwikkelingsprogramma opgenomen resultaten niet volledig zijn bereikt, kan Onze Minister een periode voor het gemeentebestuur vaststellen om de ontbrekende resultaten alsnog te realiseren.
|
||||
|
||||
**2.** Het college van burgemeester en wethouders zendt aan Onze Minister na afloop van de periode, bedoeld in het eerste lid, binnen een door hem te bepalen termijn een verantwoordingsverslag over de realisatie van de ontbrekende resultaten, bedoeld in het eerste lid. Dat verantwoordingsverslag wordt vormgegeven volgens het model, bedoeld in artikel 58a van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten.
|
||||
**2.** Het college van burgemeester en wethouders zendt aan Onze Minister na afloop van de periode, bedoeld in het eerste lid, binnen een door hem te bepalen termijn de verantwoordingsinformatie over de realisatie van de ontbrekende resultaten, bedoeld in het eerste lid. Die verantwoordingsinformatie wordt vormgegeven volgens het model, bedoeld in artikel 58a van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten.
|
||||
|
||||
**3.** Indien een deel van de verleende voorschotten niet is besteed aan de bestedingsdoeleinden, bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt bij de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 24, tweede lid, tevens verantwoordingsinformatie gevoegd over de besteding van dat deel.
|
||||
**3.** Indien een deel van de verleende voorschotten niet is besteed aan de bestedingsdoeleinden, bedoeld in artikel 3, wordt bij de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 24, tweede lid, tevens verantwoordingsinformatie gevoegd over de besteding van dat deel.
|
||||
|
||||
**4.** Indien Onze Minister toepassing heeft gegeven aan het eerste lid stelt hij, in afwijking van artikel 24, vierde lid, binnen de termijn, genoemd in dat lid, het deel van het bedrag van het programmadeel vast dat overeenkomt met de resultaten die volledig zijn bereikt. Voor het deel van het bedrag van het programmadeel dat overeenkomt met de niet volledig bereikte resultaten, bedoeld in het eerste lid, wordt de termijn, bedoeld in artikel 24, vierde lid, opgeschort met ingang van de dag waarop Onze Minister het college van burgemeester en wethouders mededeelt dat hij voornemens is om toepassing te geven aan het eerste lid tot de dag waarop hij het verslag, bedoeld in het tweede lid, heeft ontvangen.
|
||||
|
||||
### Artikel 27
|
||||
|
||||
|
|
@ -393,20 +390,20 @@ b. bij het vaststellen van onderdeel R, bedoeld in artikel 4, eerste lid, de doo
|
|||
|
||||
Onze Minister stelt het programmadeel in afwijking van het eerste lid lager vast, indien:
|
||||
|
||||
a. uit de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 24, tweede lid, of uit het verslag, bedoeld in artikel 26, tweede lid, blijkt dat de in het ontwikkelingsprogramma opgenomen resultaten niet volledig zijn bereikt;
|
||||
b. het gemeentebestuur niet heeft voldaan aan de ingevolge artikel 12 aan de verlening van de uitkering verbonden verplichtingen, of
|
||||
a. uit de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 24, tweede lid, of artikel 26, tweede lid, blijkt dat de in het ontwikkelingsprogramma opgenomen resultaten niet volledig zijn bereikt;
|
||||
b. het gemeentebestuur niet heeft voldaan aan de ingevolge artikel 12 aan de verlening van de uitkering verbonden verplichtingen;
|
||||
c. de gemeente verleende voorschotten voor een ander doel heeft aangewend dan voor de activiteiten, bedoeld in artikel 20, zesde lid;
|
||||
d. de door de gemeente gerealiseerde resultaten en de uitkomst van de berekeningswijze, bedoeld in het eerste lid, daartoe aanleiding geven.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister geeft geen toepassing aan het tweede lid, onderdeel a, indien de gemeente in de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 24, tweede lid, dan wel in het verslag, bedoeld in artikel 26, derde lid, naar zijn oordeel genoegzaam heeft aangetoond dat het niet volledig bereiken van de in het ontwikkelingsprogramma opgenomen resultaten haar niet kan worden toegerekend.
|
||||
**3.** Onze Minister geeft geen toepassing aan het tweede lid, onderdeel a, indien de gemeente in de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 24, tweede lid, dan wel artikel 26, tweede lid, naar zijn oordeel genoegzaam heeft aangetoond dat het niet volledig bereiken van de in het ontwikkelingsprogramma opgenomen resultaten haar niet kan worden toegerekend.
|
||||
|
||||
**4.** De lagere vaststelling van het programmadeel ingevolge het tweede lid, onderdeel a, geschiedt naar evenredigheid van de krachtens artikel 7, tweede lid en derde lid, en artikel 16, derde lid, vastgestelde verdeling over de indicatoren.
|
||||
|
||||
**5.** Behalve ten aanzien van de onderdelen Q en R, bedoeld in artikel 4, eerste lid, kan Onze Minister in afwijking van het vierde lid de lagere vaststelling van het programmadeel ingevolge het tweede lid, onderdeel a, op verzoek van het gemeentebestuur, bepalen aan de hand van de relatieve verdeling van de besteding van de verleende voorschotten over de in het ontwikkelingsprogramma opgenomen resultaten ten aanzien van de indicatoren, zoals die de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 24, tweede lid, en in artikel 26, derde lid, is opgenomen. Ten behoeve van de lagere vaststelling past hij de hierbedoelde relatieve verdeling toe op het totaal van de verleende rijksbijdrage.
|
||||
**5.** Behalve ten aanzien van de onderdelen Q en R, bedoeld in artikel 4, eerste lid, kan Onze Minister in afwijking van het vierde lid de lagere vaststelling van het programmadeel ingevolge het tweede lid, onderdeel a, op verzoek van het gemeentebestuur, bepalen aan de hand van de relatieve verdeling van de besteding van de verleende voorschotten over de in het ontwikkelingsprogramma opgenomen resultaten ten aanzien van de indicatoren, zoals die in de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 26, tweede lid, en in artikel 26, derde lid, is opgenomen. Ten behoeve van de lagere vaststelling past hij de hierbedoelde relatieve verdeling toe op het totaal van de verleende rijksbijdrage.
|
||||
|
||||
**6.** Het programmadeel kan in afwijking van het eerste lid, volgens bij regeling van Onze Minister vast te stellen regels, hoger worden vastgesteld, indien het gemeentebestuur de in het ontwikkelingsprogramma opgenomen resultaten heeft overtroffen en dit naar zijn oordeel aan het gemeentebestuur kan worden toegerekend.
|
||||
|
||||
**7.** In afwijking van het zesde lid wordt de onderdelen Q en R, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van het programmadeel hoger vastgesteld indien de door de gemeente gerealiseerde resultaten en de uitkomst van de berekeningswijze, bedoeld in het eerste lid, daartoe aanleiding geven.
|
||||
**7.** In afwijking van het zesde lid worden de onderdelen Q en R, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van het programmadeel hoger vastgesteld indien de door de gemeente gerealiseerde resultaten en de uitkomst van de berekeningswijze, bedoeld in het eerste lid, daartoe aanleiding geven.
|
||||
|
||||
**8.** De vaststelling geeft aanspraak op betaling van het vastgestelde bedrag van het programmadeel.
|
||||
|
||||
|
|
@ -414,7 +411,7 @@ d. de door de gemeente gerealiseerde resultaten en de uitkomst van de berekening
|
|||
|
||||
**10.** Het bedrag van het programmadeel wordt binnen vier weken na de vaststelling betaald.
|
||||
|
||||
**11.** Onze Minister neemt geen beslissing als bedoeld in het derde lid, geen toepassing te geven aan het tweede lid, onderdeel a, dan nadat hij het oordeel van een deskundige heeft gevraagd ten aanzien van de in het verslag opgenomen redengeving voor het niet volledig bereiken van de in het ontwikkelingsprogramma opgenomen resultaten. Onze Minister wijst niet eerder een deskundige aan dan nadat hij het college van burgemeester en wethouders in de gelegenheid heeft gesteld te worden gehoord.
|
||||
**11.** Onze Minister neemt geen beslissing als bedoeld in het derde lid, geen toepassing te geven aan het tweede lid, onderdeel a, dan nadat hij het oordeel van een deskundige heeft gevraagd ten aanzien van de in de verantwoordingsinformatie opgenomen redengeving voor het niet volledig bereiken van de in het ontwikkelingsprogramma opgenomen resultaten. Onze Minister wijst niet eerder een deskundige aan dan nadat hij het college van burgemeester en wethouders in de gelegenheid heeft gesteld te worden gehoord.
|
||||
|
||||
**12.** Het elfde lid vindt geen toepassing indien het college van burgemeester en wethouders een daartoe strekkend verzoek aan Onze Minister heeft gedaan.
|
||||
|
||||
|
|
@ -426,7 +423,7 @@ Onverschuldigd betaalde voorschotten op het programmadeel kunnen worden teruggev
|
|||
|
||||
**1.** Het college van burgemeester en wethouders van een gemeente verstrekt desgevraagd inlichtingen omtrent de besteding van de verleende voorschotten en de realisatie van de in het ontwikkelingsplan opgenomen doelstellingen aan de door Onze Minister aangewezen ambtenaren.
|
||||
|
||||
**2.** De ambtenaren, bedoeld in het eerste lid, kunnen ten aanzien van de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 24, tweede lid, en artikel 26, derde lid, tevens informatie inwinnen bij de in artikel 213, tweede lid, van de Gemeentewet bedoelde accountants.
|
||||
**2.** De ambtenaren, bedoeld in het eerste lid, kunnen ten aanzien van de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 24, tweede lid, en artikel 26, tweede lid, tevens informatie inwinnen bij de in artikel 213, tweede lid, van de Gemeentewet bedoelde accountants.
|
||||
|
||||
### Artikel 30
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue