From bf8d7596a097bd7843e260b4e2a6e895eabb386d Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Fri, 10 Oct 2025 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] =?UTF-8?q?2025-10-10=20|=20BWBR0047689=20|=20Subsidierege?= =?UTF-8?q?ling=20JTF=202021=E2=80=932027?= MIME-Version: 1.0 Content-Type: text/plain; charset=UTF-8 Content-Transfer-Encoding: 8bit --- .../BWBR0047689/README.md | 482 ++++++++++++++---- 1 file changed, 383 insertions(+), 99 deletions(-) diff --git a/ministeriele-regeling/subsidieregeling-jtf-20212027/BWBR0047689/README.md b/ministeriele-regeling/subsidieregeling-jtf-20212027/BWBR0047689/README.md index a6d540ab32d..e3c8b8bab30 100644 --- a/ministeriele-regeling/subsidieregeling-jtf-20212027/BWBR0047689/README.md +++ b/ministeriele-regeling/subsidieregeling-jtf-20212027/BWBR0047689/README.md @@ -3,7 +3,7 @@ titel: Subsidieregeling JTF 2021–2027 bwb_id: BWBR0047689 type: ministeriele-regeling status: geldend -datum_inwerkingtreding: '2025-01-30' +datum_inwerkingtreding: '2025-10-10' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0047689 citeertitel: Subsidieregeling JTF 2021–2027 --- @@ -174,7 +174,7 @@ e. afschrijvingskosten als bedoeld in artikel 67, tweede lid, van de GB-verorden f. andere kosten waarvoor een factuur of document met gelijkwaardige bewijskracht kan worden overgelegd; en g. fondskapitaal. -**2.** De loonverletkosten worden berekend door het aantal aan opleiding te besteden uren te vermenigvuldigen met een vast uurtarief van € 23,91. +**2.** De loonverletkosten worden berekend door het aantal aan opleiding te besteden uren te vermenigvuldigen met een vast uurtarief van € 29,33. **3.** Tenzij anders bepaald in deze regeling, komen vóór indiening van de subsidieaanvraag door de subsidieontvanger gemaakte kosten niet voor subsidie in aanmerking. @@ -186,15 +186,15 @@ g. fondskapitaal. De loonkosten, inclusief overhead, worden berekend: -a. door het aantal aan het project te besteden uren te vermenigvuldigen met een vast uurtarief van € 55; -b. als een vast percentage van een maandtarief van € 7.800 per werknemer, bij een voltijd dienstverband van 1.720 uur per jaar, of een evenredig deel daarvan bij een deeltijd dienstverband, overeenkomstig het vooraf vastgestelde vaste percentage van de tijd dat werknemers per maand aan het project hebben gewerkt en zonder verplichting om een afzonderlijk arbeidstijdregistratiesysteem op te zetten; of +a. door het aantal aan het project te besteden uren te vermenigvuldigen met een vast uurtarief van € 60; +b. als een vast percentage van een maandtarief van € 8.600 per werknemer, bij een voltijd dienstverband van 1.720 uur per jaar, of een evenredig deel daarvan bij een deeltijd dienstverband, overeenkomstig het vooraf vastgestelde vaste percentage van de tijd dat werknemers per maand aan het project hebben gewerkt en zonder verplichting om een afzonderlijk arbeidstijdregistratiesysteem op te zetten; of c. door de kosten, bedoeld in artikel 1.11, eerste lid, aanhef en onderdelen d, e en f, te vermenigvuldigen met 23 procent, onder de voorwaarden, genoemd in artikel 55, eerste lid, van de GB-verordening. **2.** In afwijking van het eerste lid maken kennisinstellingen gebruik van een uurtarief berekend op basis van een door de Minister van EZK goedgekeurde integrale kostensystematiek als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van het Kaderbesluit nationale EZK- en LNV-subsidies, indien zij daarover beschikken. Het gebruik van de integrale kostensystematiek is niet toegestaan indien binnen een project wordt gekozen voor de berekening van de loonkosten inclusief overhead, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c. **3.** Indien op grond van het tweede lid gebruik wordt gemaakt van de integrale kostensystematiek, zijn artikel 12, derde lid, van het Kaderbesluit nationale EZK- en LNV subsidies en artikel 1.2, eerste lid, van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies, van overeenkomstige toepassing. -**4.** De kosten van de door een subsidieontvanger verrichte eigen arbeid ten behoeve van het project worden berekend door het aantal uren dat de betrokken werknemer, werkzaam bij de subsidieontvanger, ten behoeve van het project heeft gewerkt te vermenigvuldigen met een vast uurtarief van € 55. +**4.** De kosten van de door een subsidieontvanger verrichte eigen arbeid ten behoeve van het project worden berekend door het aantal uren dat de betrokken werknemer, werkzaam bij de subsidieontvanger, ten behoeve van het project heeft gewerkt te vermenigvuldigen met een vast uurtarief van € 60. **5.** De subsidieontvanger stelt een document op met vermelding van de namen van de werknemers, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel b, en het vaste percentage, bedoeld in dat onderdeel, waaruit akkoord blijkt van de werkgever en de werknemers, en houdt dat document beschikbaar in zijn administratie. @@ -211,8 +211,8 @@ b. indien gebruik wordt gemaakt van een vast uurtarief als bedoeld in het vierde In afwijking van artikel 1.12 kunnen de kosten, bedoeld in artikel 1.11, eerste lid, aanhef en onderdelen a en c, worden berekend met inbegrip van de kosten, bedoeld in de onderdelen d tot en met f van dat artikellid door: -a. het aantal aan het project te besteden uren te vermenigvuldigen met een vast uurtarief van € 67; of -b. als een vast percentage van een maandtarief van € 9.600 per werknemer bij een voltijd dienstverband van 1.720 uur per jaar, of een evenredig deel daarvan bij een deeltijd dienstverband, overeenkomstig het vaste percentage van de tijd dat de werknemer per maand aan het project heeft gewerkt, zonder de verplichting om een afzonderlijk arbeidstijdregistratiesysteem op te zetten. +a. het aantal aan het project te besteden uren te vermenigvuldigen met een vast uurtarief van € 73; of +b. als een vast percentage van een maandtarief van € 10.400 per werknemer bij een voltijd dienstverband van 1.720 uur per jaar, of een evenredig deel daarvan bij een deeltijd dienstverband, overeenkomstig het vaste percentage van de tijd dat de werknemer per maand aan het project heeft gewerkt, zonder de verplichting om een afzonderlijk arbeidstijdregistratiesysteem op te zetten. **2.** De subsidieontvanger stelt een document op met vermelding van de namen van de werknemers, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel b, en het vaste percentage, bedoeld in dat onderdeel, en houdt dat document beschikbaar in zijn administratie. @@ -602,68 +602,6 @@ e. indien anderszins in strijd wordt gehandeld met de GB-Verordening. ### Artikel 2.1.1 -Vervallen - -### Artikel 2.1.2 - -Vervallen - -### Artikel 2.1.3 - -Vervallen - -### Artikel 2.1.4 - -Vervallen - -### Artikel 2.1.5 - -Vervallen - -### Artikel 2.1.6 - -Vervallen - -### Artikel 2.1.7 - -Vervallen - -### Artikel 2.1.8 - -Vervallen - -### Artikel 2.1.9 - -Vervallen - -### Artikel 2.1.10 - -Vervallen - -### Artikel 2.1.11 - -Vervallen - -### Artikel 2.1.12 - -Vervallen - -### Artikel 2.1.13 - -Vervallen - -### Artikel 2.1.14 - -Vervallen - -### Artikel 2.1.15 - -Vervallen - -### Titel 2.1. Subsidietitel voor steun aan investeringen en bijbehorende opleidingen - -### Artikel 2.1.1 - In deze titel wordt verstaan onder: – *business case:* uitwerking van een investeringsplan; @@ -1214,12 +1152,7 @@ e. een pakket aan modulaire scholingstrajecten dat kan worden ingezet voor bedri ### Artikel 2.4.5 -**1.** - -Het subsidieplafond bedraagt: - -a. voor projecten die hoofdzakelijk bestaan uit de activiteiten, bedoeld in artikel 2.4.4, eerste lid, onderdeel a: € 10.000.000; -b. voor projecten die hoofdzakelijk bestaan uit de activiteiten, bedoeld in artikel 2.4.4, eerste lid, onderdeel b: € 35.000.000. +**1.** Het subsidieplafond bedraagt € 45.000.000. **2.** De Minister van SZW verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van ontvangst van de aanvragen, overeenkomstig artikel 1.18. @@ -1249,13 +1182,15 @@ e. niet strijdig zijn met artikel 6 van de Algemene groepsvrijstellingsverordeni ### Artikel 2.4.9 -**1.** Met de uitvoering van de op grond van deze titel gesubsidieerde projecten wordt gestart binnen drie maanden na dagtekening van de verleningsbeschikking. +**1.** Met de uitvoering van de op grond van deze titel gesubsidieerde projecten wordt gestart binnen zes maanden na dagtekening van de verleningsbeschikking. -**2.** Wanneer ten tijde van het indienen van de aanvraag benodigde vergunningen nog niet zijn verleend, wordt de subsidie verleend onder de opschortende voorwaarde dat alle benodigde vergunningen uiterlijk vijf maanden na datum verleningsbeschikking zijn verkregen. +**2.** Wanneer ten tijde van het indienen van de aanvraag benodigde vergunningen nog niet zijn verleend, wordt de subsidie verleend onder de opschortende voorwaarde dat alle benodigde vergunningen uiterlijk zes maanden na datum verleningsbeschikking zijn verkregen. -**3.** De uitvoering van het project is binnen 36 maanden na dagtekening van de verleningsbeschikking voltooid. +**3.** Wanneer ten tijde van het indienen van de aanvraag de benodigde financiering nog niet is zeker gesteld kan de subsidie worden verleend onder de opschortende voorwaarde dat de financiering uiterlijk zes maanden na datum verleningsbeschikking is zeker gesteld. -**4.** Op verzoek van de subsidieontvanger kan de Minister van SZW de termijnen op grond van het eerste, tweede of derde lid verlengen. +**4.** De uitvoering van het project is binnen 36 maanden na dagtekening van de verleningsbeschikking voltooid. + +**5.** Op verzoek van de subsidieontvanger kan de Minister van SZW de termijn, bedoeld in het eerste, tweede, derde of vierde lid verlengen. ### Artikel 2.4.10 @@ -1673,13 +1608,15 @@ f. kosten van training en opleiding waarvoor verplichtingen zijn aangegaan voor ### Artikel 2.8.9 -**1.** Met de uitvoering van de op grond van deze titel gesubsidieerde projecten wordt gestart binnen drie maanden na dagtekening van de verleningsbeschikking. +**1.** Met de uitvoering van de op grond van deze titel gesubsidieerde projecten wordt gestart binnen zes maanden na dagtekening van de verleningsbeschikking. -**2.** Wanneer ten tijde van het indienen van de aanvraag benodigde vergunningen nog niet zijn verleend, wordt de subsidie verleend onder de opschortende voorwaarde dat alle benodigde vergunningen uiterlijk vijf maanden na datum verleningsbeschikking zijn verkregen. +**2.** Wanneer ten tijde van het indienen van de aanvraag benodigde vergunningen nog niet zijn verleend, wordt de subsidie verleend onder de opschortende voorwaarde dat alle benodigde vergunningen uiterlijk zes maanden na datum verleningsbeschikking zijn verkregen. -**3.** De uitvoering van het project is binnen 48 maanden na dagtekening van de verleningsbeschikking voltooid. +**3.** Wanneer ten tijde van het indienen van de aanvraag de benodigde financiering nog niet is zeker gesteld kan de subsidie worden verleend onder de opschortende voorwaarde dat de financiering uiterlijk zes maanden na datum verleningsbeschikking is zeker gesteld. -**4.** Op verzoek van de subsidieontvanger kan de Minister van SZW de termijn, bedoeld in het eerste, tweede of derde lid, verlengen. +**4.** De uitvoering van het project is binnen 36 maanden na dagtekening van de verleningsbeschikking voltooid. + +**5.** Op verzoek van de subsidieontvanger kan de Minister van SZW de termijn, bedoeld in het eerste, tweede, derde of vierde lid verlengen. ### Artikel 2.8.10 @@ -1785,13 +1722,13 @@ f. de uitstroom van opleidingen beter laten aansluiten op de vraag. ### Artikel 2.9.5 -**1.** Het subsidieplafond bedraagt € 18.500.000. +**1.** Het subsidieplafond bedraagt € 28.500.000. **2.** De Minister van SZW verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van ontvangst van de aanvragen, overeenkomstig artikel 1.18. ### Artikel 2.9.6 -Een aanvraag kan worden ingediend in de periode vanaf 9 oktober 2023 9.00 uur tot en met 31 oktober 2025 17.00 uur. +Een aanvraag kan worden ingediend in de periode vanaf 9 oktober 2023 9.00 uur tot en met 13 februari 2026 17.00 uur. ### Artikel 2.9.7 @@ -1811,13 +1748,15 @@ e. niet strijdig zijn met artikel 6 van de Algemene groepsvrijstellingsverordeni ### Artikel 2.9.9 -**1.** Met de uitvoering van de op grond van deze titel gesubsidieerde projecten wordt gestart binnen drie maanden na dagtekening van de verleningsbeschikking. +**1.** Met de uitvoering van de op grond van deze titel gesubsidieerde projecten wordt gestart binnen zes maanden na dagtekening van de verleningsbeschikking. -**2.** Wanneer ten tijde van het indienen van de aanvraag benodigde vergunningen nog niet zijn verleend, wordt de subsidie verleend onder de opschortende voorwaarde dat alle benodigde vergunningen uiterlijk vijf maanden na indiening van de aanvraag zijn verkregen. +**2.** Wanneer ten tijde van het indienen van de aanvraag benodigde vergunningen nog niet zijn verleend, wordt de subsidie verleend onder de opschortende voorwaarde dat alle benodigde vergunningen uiterlijk zes maanden na datum verleningsbeschikking zijn verkregen. -**3.** De uitvoering van het project is binnen 36 maanden na dagtekening van de verleningsbeschikking voltooid. +**3.** Wanneer ten tijde van het indienen van de aanvraag de benodigde financiering nog niet is zeker gesteld kan de subsidie worden verleend onder de opschortende voorwaarde dat de financiering uiterlijk zes maanden na datum verleningsbeschikking is zeker gesteld. -**4.** Op verzoek van de subsidieontvanger kan de Minister van SZW de termijn, bedoeld in het eerste, tweede of derde lid, verlengen. +**4.** De uitvoering van het project is binnen 36 maanden na dagtekening van de verleningsbeschikking voltooid. + +**5.** Op verzoek van de subsidieontvanger kan de Minister van SZW de termijn, bedoeld in het eerste, tweede, derde of vierde lid verlengen. ### Artikel 2.9.10 @@ -2793,6 +2732,167 @@ De subsidie kan staatssteun bevatten en wordt gerechtvaardigd door de in artikel Deze titel vervalt met ingang van 31 december 2029, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd. +### Titel 2.17. Steun voor middelgrote valorisatieprojecten die aansluiten bij de transities uit de RIS3 2021–2027 2.0 + +### Artikel 2.17.1 + +In deze titel wordt verstaan onder: + +– *kennisinstelling:* + +a. een instelling voor hoger onderwijs, genoemd in de onderdelen a, b, g of h van de bijlage, behorende bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, een academisch ziekenhuis als bedoeld in onderdeel j van de bijlage behorende bij die wet en de Nyenrode Business Universiteit; +b. een andere dan in onderdeel a bedoelde geheel of gedeeltelijk, meerjarig door de overheid gefinancierde onderzoeksorganisatie zonder winstoogmerk die activiteiten verricht met als doel de algemene wetenschappelijke of technische kennis uit te breiden; +c. een geheel of gedeeltelijk, meerjarig door een andere lidstaat van de Europese Unie gefinancierde: + +1°. openbare instelling voor hoger onderwijs of een daaraan verbonden ziekenhuis, gelijkwaardig aan een instelling respectievelijk academisch ziekenhuis als bedoeld in onderdeel a; +2°. onderzoeksorganisatie zonder winstoogmerk die activiteiten verricht met als doel de algemene wetenschappelijke en technische kennis uit te breiden; +d. een rechtspersoon ten aanzien waarvan een instelling als bedoeld in de onderdelen a, b of c direct of indirect: + +1°. meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft; +2°. volledig aansprakelijk vennoot is; of +3°. overwegende zeggenschap heeft; +e. een onderzoeksorganisatie zonder winstoogmerk met eigen medewerkers in loondienst, die tot doel heeft via het structureel doen van eigen onderzoek en het ontwikkelen en testen van technische toepassingen door haar medewerkers, de technologische kennis op een specifiek terrein te bevorderen, die geen instelling is als bedoeld in de onderdelen a tot en met d; +f. een andere onderwijsinstelling, zoals een instelling voor beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 1.3.1, 1.3.2 of 1.4.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, of proeftuin uit het overzicht op de website van SNN (https://www.snn.nl/kennisbank/overzicht-proeftuinen-noord-nederland-0), als plekken waar kennis, kunde en faciliteiten ontsloten kunnen worden ten behoeve van het project; +– *projectpartners:* samenwerkende partijen die een aantoonbaar belang hebben bij het samenwerkingsproject en die geen partnerondernemingen van elkaar zijn of verbonden met elkaar zijn als bedoeld in artikel 3, tweede en derde lid, van bijlage 1 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening. Partijen die partnerondernemingen zijn of verbonden ondernemingen zijn, worden gezien als één projectpartner binnen een samenwerkingsproject; +– *RIS3 2021–2027:* Research & Innovation Strategy for Smart Specialization Noord-Nederland. Dit is het document waarin de innovatiestrategie voor Noord-Nederland voor de periode 2021–2027 is uiteengezet; +– *samenwerkingsproject:* project dat wordt uitgevoerd door minimaal twee onafhankelijke projectpartners, die een aantoonbaar belang hebben bij het project, waarbij contractonderzoek en het verrichten van onderzoeksdiensten overeenkomstig artikel 2, onderdeel 90, van de Algemene groepsvrijstellingsverordening niet worden beschouwd als vormen van samenwerking; +– *SNN:* Samenwerkingsverband Noord-Nederland, de intermediaire instantie voor JTF-regio Groningen; +– *TJTP:* territoriaal plan voor een rechtvaardige transitie voor JTF-regio Groningen-Emmen 2021–2027, zoals opgenomen als bijlage bij het nationaal JTF-programma 2021–2027; +– *transities:* vier transities zoals beschreven in hoofdstuk 1.4 van de RIS3 2021–2027; +– *valorisatieproject:* innovatietraject gericht op ontwikkeling van nieuwe producten, concepten, technologieën en diensten, of het testen van innovatieve toepassingen in de praktijkomgeving gericht op valorisatie van nieuwe technieken. + +### Artikel 2.17.2 + +Een project waaraan op basis van deze titel subsidie wordt verleend moeten passen binnen Spoor 1 en Spoor 2 van het TJTP. Het project draagt bij aan de transformatie en diversificatie van de regionale economie. Dit kan door het stimuleren van de ontwikkeling van nieuwe duurzame waardenketens of innovaties langs de lijnen van de RIS3 2021–2027, zoals de (versnelde) omschakeling naar groene grondstoffen, duurzame waterstof en circulariteit. + +### Artikel 2.17.3 + +De Minister van SZW verstrekt op aanvraag subsidie voor een valorisatieproject aan: + +a. een natuurlijke ondernemingsvorm; +b. een rechtspersoon; +c. een deelnemer in een samenwerkingsverband van natuurlijke- of rechtspersonen. + +### Artikel 2.17.4 + +Subsidie op basis van deze titel kan worden verstrekt voor het uitvoeren van valorisatieprojecten binnen minimaal één van de vier transities. + +### Artikel 2.17.5 + +**1.** Het subsidieplafond bedraagt € 6.000.000. + +**2.** De Minister van SZW verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van ontvangst van de aanvragen, overeenkomstig artikel 1.18. + +### Artikel 2.17.6 + +**1.** Een aanvraag kan worden ingediend in de periode vanaf 16 oktober 2025 12.00 uur tot en met 16 april 2026 12.00 uur. + +**2.** Aanvragen worden ingediend door middel van het door de Minister van SZW vastgestelde aanvraagformulier dat beschikbaar is via https://www.jtf-webportal.nl/mijn/ of via www.snn.nl. + +**3.** Voorafgaand aan de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, wordt een preadvies gevraagd. + +**4.** Het preadvies geeft een advies over de mate waarin het project past binnen het doel van de subsidie. + +**5.** Een aanvraag voor een preadvies kan worden ingediend tot uiterlijk 4 weken voordat de projectaanvraag wordt ingediend. + +**6.** Een aanvraag voor een preadvies die wordt ingediend buiten de periode, bedoeld in het vijfde lid, wordt niet in behandeling genomen. + +**7.** Aanvragers ontvangen uiterlijk vier weken na afloop van de periode, bedoeld in het vijfde lid, het preadvies. + +**8.** Het preadvies wordt aangevraagd door middel van het aanvraagformulier dat beschikbaar is via https://www.snn.nl/over-snn/. + +### Artikel 2.17.7 + +**1.** De subsidie bedraagt 35 procent van de subsidiabele kosten. + +**2.** + +De subsidie wordt met 10 procentpunten verhoogd indien het project: + +a. een samenwerkingsproject betreft, waarbij geen van de individuele aanvragers meer dan 70 procent van de in aanmerking komende kosten voor haar rekening neemt; of +b. een samenwerkingsproject betreft bestaande uit een onderneming of één of meer kennisinstelling(en), waarbij de activiteiten van deze kennisinstelling(en) ten minste 10 procent van de in aanmerking komende kosten dragen en het recht hebben hun eigen onderzoeksresultaten te publiceren, en waarbij een kennisinstelling ook door middel van inhuur betrokken kan zijn bij de samenwerking. + +**3.** De subsidie wordt nogmaals met 5 procentpunten verhoogd indien het project een samenwerkingsproject betreft tussen één of meer kennisinstelling(en) én een of meerdere ondernemingen die geen partnerondernemingen van elkaar of verbonden met elkaar zijn. Hierbij dienen de activiteiten van de kennisinstelling(en) ten minste 10 procent van de in aanmerking komende kosten te dragen en het recht hebben hun eigen onderzoeksresultaten te publiceren, én mag geen van de individuele aanvragers meer dan 70 procent van de in aanmerking komende kosten voor haar rekening nemen. + +**4.** In afwijking van het eerste tot en met derde lid kan de hoogte van het subsidiepercentage per aanvrager worden beperkt, indien de regels van de Algemene groepsvrijstellingsverordening en de de-minimisverordening daartoe aanleiding bieden. + +**5.** De subsidie bedraagt minimaal € 350.000 per project. + +**6.** De subsidie bedraagt maximaal € 1.000.000 per project en maximaal € 625.000 per projectpartner. + +### Artikel 2.17.8 + +**1.** Met de uitvoering van de op grond van deze titel gesubsidieerde projecten wordt gestart binnen drie maanden na dagtekening van de verleningsbeschikking. + +**2.** Wanneer ten tijde van het indienen van de aanvraag de benodigde vergunningen nog niet zijn verleend, wordt de subsidie verleend onder de opschortende voorwaarde dat alle benodigde vergunningen uiterlijk vijf maanden na indiening van de aanvraag zijn verkregen. + +**3.** De uitvoering van het project is binnen 36 maanden na dagtekening van de verleningsbeschikking voltooid. + +**4.** Op verzoek van de subsidieontvanger kan de Minister van SZW de termijn, bedoeld in het eerste tot en met derde lid, verlengen. + +### Artikel 2.17.9 + +Onverminderd artikel 1.25 beslist de Minister van SZW afwijzend op een aanvraag indien: + +a. onvoldoende vertrouwen bestaat in de technische of economische haalbaarheid van het project; +b. door een aanvrager niet voldoende aannemelijk is gemaakt dat het project financieel, ruimtelijk of anderszins, obstakelvrij is; of +c. niet aannemelijk is dat alle projectactiviteiten van het project binnen 36 maanden na dagtekening van de verleningsbeschikking volledig ten uitvoer kunnen zijn gebracht. + +### Artikel 2.17.10 + +**1.** Gelet op artikel 1.20, tweede lid, wordt een project uitsluitend beoordeeld op de onderdelen a, c, d, e en f van artikel 1.20, eerste lid. + +**2.** + +Gelet op artikel 1.20, derde lid, kent de Minister van SZW per onderdeel, genoemd in het eerste lid, maximaal de volgende hoeveelheid punten toe: + +a. de mate waarin het project meer bijdraagt aan de doelstellingen van het Programma JTF 2021–2027: 25 punten; +c. de mate waarin het technische en sociale innovatiegehalte hoger is: 20 punten; +d. de mate waarin het economisch of financieel toekomstperspectief hoger is: 20 punten; +e. de mate waarin de kwaliteit van het projectplan beter is: 15 punten; +f. de mate waarin het project meer bijdraagt aan duurzame ontwikkeling en aan maatschappelijke-sociale impact: 20 punten. + +### Artikel 2.17.11 + +**1.** De Minister van SZW verleent op aanvraag een voorschot vooruitlopend op te maken kosten als bedoeld in artikel 1.30 van 30 procent van de verleende subsidie. + +**2.** De Minister van SZW kan onderbouwd afwijken van de in het eerste lid bedoelde verlening van het voorschot. In ieder geval wordt geen voorschot verleend wanneer de verleningsbeschikking een of meer opschortende of ontbindende voorwaarden bevat. + +**3.** De Minister van SZW verleent op aanvraag opvolgende voorschotten op basis van gerealiseerde projectactiviteiten als bedoeld in artikel 1.31. + +**4.** In afwijking van artikel 1.31, zesde lid, bedragen de voorschotten in totaal maximaal 80 procent van het verleende subsidiebedrag. + +**5.** + +In afwijking van het vierde lid kan een voorschot tot een maximum van 100 procent van de maximaal verleende subsidie worden verstrekt, indien: + +a. het zeer aannemelijk is dat het project conform de subsidievoorwaarden binnen afzienbare termijn kan worden afgerond; +b. het aannemelijk is dat de kosten die nog gemaakt worden subsidiabel gesteld zullen worden; en +c. het niet toekennen van het voorschot onredelijke gevolgen voor de liquiditeitspositie van de aanvragende onderneming heeft. + +### Artikel 2.17.12 + +**1.** + +Onverminderd artikel 1.22 bevat een aanvraag voor subsidie ten minste: + +a. een volledig ingevuld aanvraagformulier; +b. de in het aanvraagformulier genoemde documenten, waarvoor door de Minister van SZW aangeleverde vaste formats moeten worden gebruikt inclusief daaraan verbonden voorschriften; +c. een preadvies als bedoeld in artikel 2.17.6, derde lid. + +**2.** Voor het door de Minister van SZW vastgestelde format voor het projectplan bedoeld in artikel 1.22, eerste lid, onderdeel b, en tweede lid, geldt het maximumaantal pagina’s. Een aanvraag die hieraan niet voldoet wordt afgewezen. + +### Artikel 2.17.13 + +Indien de subsidie staatssteun bevat dan dient het gerechtvaardigd te worden door: + +a. de de-minimisverordening; of +b. de Algemene groepsvrijstellingsverordening. + +### Artikel 2.17.14 + +Deze titel vervalt met ingang van 31 december 2027, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd. + ## Hoofdstuk 3. Subsidies JTF-regio IJmond ### Titel 3.1. Regionale subsidies voor het Territoriaal Just Transition Plan voor de regio IJmond @@ -3184,6 +3284,109 @@ Een scholingsvoucher bevat staatsteun en wordt gerechtvaardigd door artikel 31 v Deze titel vervalt met ingang van 1 januari 2027, met dien verstande dat deze titel van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd. +### Titel 3.4. Steun aan financieringsinstrumenten voor een Sociaal Impact Fonds + +### Artikel 3.4.1 + +In deze titel wordt verstaan onder: + +– *ex ante beoordeling:* ex ante-beoordeling als bedoeld in artikel 58, derde lid, van de GB-verordening; +– *financieringsovereenkomst:* een overeenkomst als bedoeld in artikel 59, vijfde lid, en bijlage X van de GB-verordening; +– *Kapitaalmarktonderzoek ZKIJ:* ex ante Kapitaalmarktonderzoek regio Zuid-Kennemerland en IJmond (Lysias, juni 2025) dat heeft plaatsgevonden om het marktfalen voor sociale ondernemers in dit gebied aan te tonen; +– *TJTP IJmond:* het Territorial Just Transition Plan IJmond, bedoeld in artikel 11 van de JTF-verordening, met betrekking tot de JTF-regio IJmond; +– *werkingsgebied:* de JTF-regio IJmond. + +### Artikel 3.4.2 + +**1.** Het doel van de subsidie op grond van deze titel is om het TJTP IJmond uit te voeren ten aanzien van financieringsinstrumenten die nodig zijn voor de verschillende transities. + +**2.** Projecten waaraan op basis van deze titel subsidie wordt verleend leiden tot meer toegang tot financiering voor sociale ondernemingen die kansen benutten als omschreven in spoor 1, 2 en 3 van het TJTP IJmond. + +### Artikel 3.4.3 + +De Minister van SZW verstrekt op aanvraag subsidie voor een project aan: + +a. een rechtspersoon; +b. een natuurlijke persoon ingeschreven in het handelsregister; of +c. een partij in een samenwerkingsverband van natuurlijke personen of rechtspersonen. + +### Artikel 3.4.4 + +Subsidie op grond van deze titel kan worden verstrekt voor: + +a. het fondsvermogen van een financieringsfonds voor de financiering van sociale ondernemingen die bijdragen aan de doelstellingen van het TJTP IJmond en voldoen aan de conclusies en aanbevelingen van het Kapitaalmarktonderzoek ZKIJ; +b. het fondsmanagement; en +c. de begeleiding van sociale ondernemingen verbonden aan een fonds als bedoeld in onderdeel a. + +### Artikel 3.4.5 + +**1.** Het subsidieplafond bedraagt € 1.000.000. + +**2.** De Minister van SZW verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van ontvangst van de aanvragen, overeenkomstig artikel 1.18. + +### Artikel 3.4.6 + +Een aanvraag kan worden ingediend in de periode vanaf 10 november 2025 9.00 uur tot en met 31 december 2025 17.00 uur. + +### Artikel 3.4.7 + +**1.** De subsidie bedraagt maximaal 50 procent van de subsidiabele kosten. + +**2.** De subsidie bedraagt ten hoogste € 1.000.000 per project. + +### Artikel 3.4.8 + +Onverminderd artikel 1.11, eerste lid, zijn de specifieke subsidiabiliteitsregels voor financieringsinstrumenten conform artikel 68 van de GB-verordening van toepassing op deze titel. + +### Artikel 3.4.9 + +**1.** Met de uitvoering van de op grond van deze titel gesubsidieerde projecten wordt gestart binnen drie maanden na ondertekening van de financieringsovereenkomst. + +**2.** De uitvoering van het project is uiterlijk 31 december 2029 voltooid en afgerekend. + +**3.** Op verzoek van de subsidieontvanger kan de Minister van SZW de termijnen op grond van het eerste lid verlengen. + +### Artikel 3.4.10 + +Onverminderd artikel 1.25 beslist de Minister van SZW afwijzend op een aanvraag, indien: + +a. de activiteiten niet hoofdzakelijk worden verricht in of ten behoeve van het werkingsgebied; +b. de aan het project te verlenen subsidie minder bedraagt dan € 500.000; +c. er onvoldoende vertrouwen is in de technische of economische haalbaarheid van het project; of +d. niet aannemelijk is dat alle projectactiviteiten van het project uiterlijk 31 december 2029 volledig ten uitvoer kunnen zijn gebracht. + +### Artikel 3.4.11 + +**1.** Gelet op artikel 1.20, tweede lid, wordt een project uitsluitend beoordeeld op de onderdelen a, b, e en f van het eerste lid van dat artikel. + +**2.** + +Gelet op artikel 1.20, derde lid, bedraagt het aantal punten per onderdeel als bedoeld in het eerste lid ten hoogste: + +a. voor de mate waarin het project bijdraagt aan de doelstellingen van het Programma JTF Nederland 2021–2027 en voldoen aan de conclusies en aanbevelingen van het Kapitaalmarktonderzoek ZKIJ: 25 punten; +b. voor de mate van sociaaleconomische integraliteit: 20 punten; +c. voor de kwaliteit van het projectplan: 25 punten; +d. voor de mate waarin het project bijdraagt aan duurzame ontwikkeling en aan maatschappelijke-sociale impact: 30 punten. + +### Artikel 3.4.12 + +**1.** De Minister van SZW verleent op aanvraag een voorschot vooruitlopend op te maken kosten als bedoeld in artikel 1.30 van maximaal 30 procent van de verleende subsidie. Het voorschot kan pas verstrekt worden na ondertekening van de financieringsovereenkomst. + +**2.** De Minister van SZW kan onderbouwd afwijken van de in het eerste lid bedoelde verstrekking van het voorschot. In ieder geval wordt geen voorschot verleend wanneer de verleningsbeschikking een of meer opschortende of ontbindende voorwaarden bevat. + +**3.** De Minister van SZW verleent op aanvraag opvolgende voorschotten op basis van gerealiseerde financiering als bedoeld in artikel 1.31. + +### Artikel 3.4.13 + +Aanvragen worden ingediend door middel van het door de Minister van SZW vastgestelde aanvraagformulier dat beschikbaar is via https://www.jtf-webportal.nl/mijn/. Onverminderd artikel 1.22 bevat een aanvraag voor subsidie ten minste: + +a. een volledig ingevuld aanvraagformulier; +b. de bij het aanvraagformulier behorende documenten als bijlagen. + +### Artikel 3.4.14 + +Deze titel vervalt met ingang van 1 januari 2026, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd. + ## Hoofdstuk 4. Subsidies JTF-regio Groot-Rijnmond ### Titel 4.1. Regionale Subsidies voor Spoor 1 en 2 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio Groot-Rijnmond @@ -3261,7 +3464,7 @@ f. bijdrage aan duurzame ontwikkeling en aan maatschappelijke-sociale impact: 20 ### Artikel 4.1.11 -Deze titel en bijlage 3 vervallen met ingang van 1 januari 2027, met dien verstande dat deze titel van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd. +Deze titel vervalt met ingang van 1 januari 2027, met dien verstande dat deze titel van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd. ### Titel 4.2. Regionale Subsidies voor Spoor 3 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio Rijnmond @@ -3387,7 +3590,7 @@ b. een voorschakeltraject. ### Artikel 4.3.6 -**1.** Het subsidieplafond voor deze titel bedraagt € 500.000. +**1.** Het subsidieplafond voor deze titel bedraagt € 600.000. **2.** De Minister van SZW verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van ontvangst van de aanvragen, overeenkomstig artikel 1.18. @@ -3560,7 +3763,7 @@ Subsidie op basis van deze titel kan worden verstrekt voor projecten die passen ### Artikel 4.5.5 -**1.** Het subsidieplafond bedraagt € 7.500.000. +**1.** Het subsidieplafond bedraagt € 13.347.070. **2.** De Minister van SZW verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van ontvangst van de aanvragen, overeenkomstig artikel 1.18. @@ -3612,6 +3815,83 @@ e. bijdrage aan duurzame ontwikkeling en aan maatschappelijke-sociale impact: 15 Deze titel en bijlage 4 vervallen met ingang van 1 januari 2027, met dien verstande dat deze titel van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd. +### Titel 4.6. Regionale Subsidies voor Spoor 1 en 2 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio Groot-Rijnmond + +### Artikel 4.6.1 + +In deze titel wordt verstaan onder: + +– *TJTP Groot-Rijnmond:* het Territorial Just Transition Plan, bedoeld in artikel 11 van de JTF-verordening met betrekking tot de JTF-regio Groot-Rijnmond. + +### Artikel 4.6.2 + +Het doel van de subsidie op grond van deze titel is het bevorderen van vernieuwing en versterking van de regionale economie met nieuwe, duurzame of circulaire industriële ketens en versnellen van de transitie met investeringen in technologie, systemen en infrastructuur tot decarbonisatie van bestaande industriële ketens. + +### Artikel 4.6.3 + +De Staatssecretaris van SZW verstrekt op aanvraag subsidie aan een aanvrager van een project dat: + +a. past binnen één van de in bijlage 3 opgenomen beschrijvingen; +b. wordt uitgevoerd in de JTF-regio Groot-Rijnmond; en +c. past binnen de kaders van deze regeling. + +### Artikel 4.6.4 + +Subsidie op basis van deze titel kan worden verstrekt voor projecten die passen binnen de prioritaire as 3, spoor 1 – het vernieuwen en versterken regionale economie met duurzame en/of circulaire industriële ketens of spoor 2 – het versnellen van transitie met investeringen in technologie, systemen en infrastructuur tot decarbonisatie industriële ketens, van het Programma JTF 2021–2027. + +### Artikel 4.6.5 + +**1.** Het subsidieplafond bedraagt € 11.597.000. + +**2.** De Staatssecretaris van SZW verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van ontvangst van de aanvragen, overeenkomstig artikel 1.18. + +### Artikel 4.6.6 + +**1.** Een aanvraag kan worden ingediend vanaf 15 oktober 2025 9.00 uur tot en met 31 december 2029 17.00 uur. + +**2.** Aanvragen worden ingediend door middel van het door de Staatssecretaris van SZW vastgestelde aanvraagformulier dat beschikbaar is in het webportaal Externe link: https://start.jtf-webportal.nl/. + +### Artikel 4.6.7 + +**1.** De subsidie bedraagt maximaal 50 procent van de subsidiabele kosten. + +**2.** De subsidie bedraagt ten hoogste € 1.500.000 per project. + +### Artikel 4.6.8 + +**1.** De projectactiviteiten in het kader van deze titel vangen niet eerder aan dan de dag waarop de aanvraag compleet is ingediend. + +**2.** De projectactiviteiten zijn uiterlijk 31 december 2029 uitgevoerd. + +### Artikel 4.6.9 + +**1.** Aanvragen worden beoordeeld op alle onderdelen van artikel 1.20, eerste lid. + +**2.** + +Gelet op artikel 1.20, derde lid, bedraagt het aantal punten per onderdeel van het eerste lid ten hoogste: + +a. bijdrage aan de doelstellingen van het Programma JTF 2021–2027: 30 punten; +b. sociaaleconomische integraliteit: 20 punten; +c. technische en sociale innovatiegehalte: 15 punten; +d. economisch of financieel toekomstperspectief: 15 punten; +e. kwaliteit van het projectplan: 15 punten; +f. bijdrage aan duurzame ontwikkeling en aan maatschappelijke-sociale impact: 20 punten. + +### Artikel 4.6.10 + +**1.** De Staatssecretaris van SZW verleent op basis van een gemotiveerde aanvraag een voorschot als werkkapitaal op het moment van beschikken van de subsidie van maximaal 30 procent van de subsidiabele projectkosten. + +**2.** De Staatssecretaris van SZW kan onderbouwd afwijken van de in het eerste lid genoemde verstrekking van het voorschot. + +**3.** In ieder geval wordt geen voorschot verleend wanneer de verleningsbeschikking een of meer opschortende of ontbindende voorwaarden bevat. + +**4.** De Staatssecretaris van SZW verleent op aanvraag opvolgende voorschotten op basis van gerealiseerde projectactiviteiten als bedoeld in artikel 1.31. + +### Artikel 4.6.11 + +Deze titel en bijlage 3 vervallen met ingang van 1 januari 2030, met dien verstande dat deze titel van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd. + ## Hoofdstuk 5. Subsidies JTF-regio West-Noord-Brabant ### Artikel 5.1 @@ -4960,6 +5240,14 @@ Vervallen **3.** Een aanvraag kan worden ingediend vanaf 15 april 2024 9.00 uur. +### Artikel 9.2.3.2 + +**1.** De Minister van EZK verstrekt subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 4.6.4. + +**2.** Het subsidieplafond voor subsidie als bedoeld in het eerste lid bedraagt € 2.500.000. + +**3.** Een aanvraag kan worden ingediend vanaf 15 oktober 2025 9.00 uur. + #### Paragraaf 9.2.4. EZK-cofinanciering JTF-West Noord-Brabant ### Artikel 9.2.4.1 @@ -4989,9 +5277,9 @@ b. in de tweede periode die loopt van 5 juni 2023 10.00 uur tot en met 7 juli **1.** De Minister van EZK verstrekt subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 6.4.4, eerste lid, onderdelen a en b, en activiteiten als bedoeld in artikel 6.4.4, tweede lid. -**2.** Het subsidieplafond voor subsidie als bedoeld in het eerste lid bedraagt € 2.178.800. +**2.** Het subsidieplafond voor subsidie als bedoeld in het eerste lid bedraagt € 1.919.481. -**3.** Een aanvraag kan worden ingediend van 17 februari 2025 10.00 uur tot en met 28 mei 2025 17.00 uur. +**3.** Een aanvraag kan worden ingediend van 16 juni 2025 10.00 uur tot en met 12 december 2025 17.00 uur. #### Paragraaf 9.2.6. EZK-cofinanciering JTF-regio Zuid-Limburg @@ -5033,13 +5321,9 @@ Op de respectieve criteria B, D en F per criterium minimaal een score van 50 pr Bij vaststelling wordt ook getoetst op daadwerkelijke realisatie op de criteria B (B1) en D (D1). Indien de totaalscore bij vaststelling lager is dan 70 punten door een lagere score op deze beide criteria, leidt dat tot intrekking van de subsidie. Er wordt bij vaststelling niet opnieuw getoetst aan het minimum van 50 procent van het maximumaantal punten voor deze beide criteria. -## Bijlage 1. behorende bij - -Vervallen - ## Bijlage 2. behorende bij -## Bijlage 3. behorende bij +## Bijlage 3. behorende bij de ## Bijlage 4. behorende bij