From bfa98d89c9e20721e7375320caa45f0fabea1df6 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Tue, 1 Jul 2014 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2014-07-01 | BWBR0030250 | Wet dieren --- wet/wet-dieren/BWBR0030250/README.md | 719 +++++++++++++++++++++++++-- 1 file changed, 677 insertions(+), 42 deletions(-) diff --git a/wet/wet-dieren/BWBR0030250/README.md b/wet/wet-dieren/BWBR0030250/README.md index 074fdb77120..e7ae656b545 100644 --- a/wet/wet-dieren/BWBR0030250/README.md +++ b/wet/wet-dieren/BWBR0030250/README.md @@ -20,7 +20,13 @@ citeertitel: Wet dieren In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: +– *beroepsmatig verrichten van diergeneeskundige handelingen:* het als economische activiteit verlenen van diensten aan derden in de vorm van het verrichten van diergeneeskundige handelingen; – *biologisch diagnosticum:* diergeneesmiddel dat is bereid uit of met behulp van micro-organismen of parasieten en dat al dan niet vermengd met andere substanties is bestemd voor gebruik ter onderkenning van een dierziekte, zoönose of ziekteverschijnsel of de immunologische status van dieren; +– *dierenarts:* degene die is ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 4.3, en: + +1°. aan wie op grond van het afleggen van een examen van een opleiding in het wetenschappelijk onderwijs door een universiteit dan wel de Open Universiteit waarop de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek betrekking heeft, de graad Master op het gebied van de diergeneeskunde is verleend; +2°. die in het bezit is van een getuigschrift waaruit blijkt dat hij het afsluitend examen van de opleiding diergeneeskunde, bedoeld in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, met goed gevolg heeft afgelegd, of +3°. die in het bezit is van een door een bevoegde instelling van een lidstaat van de Europese Unie, van een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, of van Zwitserland verleende titel na een opleiding op het gebied van de diergeneeskunde, welke voldoet aan bij ministeriële regeling gestelde eisen; – *diergeneeskundige handeling:* een van de volgende handelingen bij of met betrekking tot dieren: 1°. het voorschrijven of uitvoeren van een behandeling of het onderzoeken van een dier, met het oog op het voorkomen, genezen, verzachten, onderkennen of opheffen van een aandoening, dierziekte, zoönose, ziekteverschijnsel, gebrek, of van in- of uitwendig letsel of pijn; @@ -50,6 +56,7 @@ b. een medische diagnose te stellen; – *houder:* eigenaar, houder of hoeder; – *immunologisch diergeneesmiddel:* diergeneesmiddel dat wordt toegediend om actieve of passieve immuniteit tot stand te brengen of de mate van immuniteit te bepalen; – *kadavers:* lichamen van dode dieren die niet worden verwerkt tot voor menselijke consumptie bestemde producten; +– *lichamelijke ingreep:* ingreep bij een dier, waarbij de natuurlijke samenhang van levende weefsels wordt verbroken, met inbegrip van het afnemen van bloed en het geven van injecties, en met uitzondering van het doden van een dier; – *Onze Minister:* Onze Minister van Economische Zaken; – *Onze Ministers:* Onze Minister en Onze Minister van Veiligheid en Justitie gezamenlijk; – *serum:* diergeneesmiddel dat bereid is uit bloed of lymfe van dieren dan wel afkomstig is uit dierlijke producten en dat, al dan niet vermengd met andere substanties, is bestemd voor toepassing ter voorkoming of genezing van een infectieziekte of een parasitaire ziekte bij dieren door passieve immunisatie; @@ -101,7 +108,26 @@ Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden ### Artikel 2.1 -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** Het is verboden om zonder redelijk doel of met overschrijding van hetgeen ter bereiking van zodanig doel toelaatbaar is, bij een dier pijn of letsel te veroorzaken dan wel de gezondheid of het welzijn van het dier te benadelen. + +**2.** + +Tot de in het eerste lid verboden gedragingen worden in ieder geval gerekend: + +a. een dier arbeid doen verrichten die kennelijk zijn krachten te boven gaat of waartoe het uit hoofde van zijn toestand ongeschikt is; +b. een koe met overvolle uier vervoeren of op een markt of openbare verkoping ten verkoop houden; +c. bij de verlossing van een koe gebruikmaken van dierlijke trekkracht of van een niet daarvoor toegelaten krachttoestel, en +d. een hond als trekkracht gebruiken met uitzondering van de sledehondensport, voor zover toegelaten. + +**3.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen voorts gedragingen worden aangewezen die in ieder geval worden gerekend tot de verboden gedragingen, bedoeld in het eerste lid. + +**4.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld voor een toelating als bedoeld in het tweede lid, onderdeel c en d, of voor de bij algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het derde lid, aangewezen gedragingen. + +**5.** Van de krachtens het derde lid aangewezen gedragingen kan, al dan niet in daarbij aangewezen gevallen, deel uitmaken het gebruik van voorwerpen die bij dieren pijn of letsel kunnen veroorzaken, dan wel de gezondheid of het welzijn kunnen benadelen. + +**6.** Een ieder verleent een hulpbehoevend dier de nodige zorg. + +**7.** Het bij en krachtens het eerste tot en met het zesde lid bepaalde is tevens van toepassing ten aanzien van andere dan gehouden dieren. ### Artikel 2.2 @@ -115,11 +141,11 @@ Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden **5.** Het is verboden dieren te houden waarbij in strijd met het bepaalde bij of krachtens artikel 2.25 substanties zijn toegepast. -**6.** Dit lid is nog niet in werking getreden. +**6.** Het is verboden bij ministeriële regeling aangewezen dieren te houden. Een dier als bedoeld in de eerste volzin wordt aangewezen indien het een gevaar kan opleveren voor mens of dier. -**7.** Dit lid is nog niet in werking getreden. +**7.** Het is verboden dieren behorende tot bij algemene maatregel van bestuur aangewezen diersoorten of diercategorieën van het ouderdier te scheiden voordat die dieren een bij die maatregel vastgestelde leeftijd hebben bereikt. -**8.** Dit lid is nog niet in werking getreden. +**8.** Het is houders van dieren verboden aan deze dieren de nodige verzorging te onthouden. **9.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld voor de uitvoering van bindende EU-rechtshandelingen over het houden van dieren behorende tot bij die maatregel aangewezen diersoorten of diercategorieën. @@ -132,34 +158,59 @@ a. een verbod op de aanwezigheid op of in de nabijheid van een bedrijf van bepaa 1°. diervoeders; 2°. diergeneesmiddelen, of 3°. andere substanties of materialen voor zover die een risico kunnen opleveren voor de diergezondheid, het welzijn van dieren, de volksgezondheid, het milieu of de kwaliteit van een dierlijk product; -b. dit onderdeel is nog niet in werking getreden; -c. dit onderdeel is nog niet in werking getreden; -d. dit onderdeel is nog niet in werking getreden; -e. het gebruik en de bewaring van bepaalde diervoeders of bepaalde diergeneesmiddelen, alsmede een verbod daarop; -f. dit onderdeel is nog niet in werking getreden; -g. dit onderdeel is nog niet in werking getreden; +b. de ruimte of het terrein waar dieren worden gehouden, waaronder: + +1°. de afmeting, uitvoering en vormgeving; +2°. de wanden, de vloer en de grond; +3°. de voorzieningen, waaronder de voeder- en drinkwatervoorziening; +4°. de verlichting, luchtverversing en verwarming; +5°. het onderbrengen of afzonderen van zieke dieren, dieren die mogelijk met een besmettelijke ziekteverwekker zijn besmet, of dieren met een bepaalde gezondheidstoestand; +6°. de afrasteringen en beschutting, en +7°. de ligging ten opzichte van onroerende zaken en ruimten waar zich mensen kunnen bevinden; +c. de wijze waarop dieren worden gehouden, waaronder: + +1°. het vastleggen of aangebonden houden van dieren; +2°. het gescheiden houden van dieren, al naar gelang de leeftijd, het geslacht of de soort; +3°. het groeperen van dieren; +4°. het aantal dieren dat in één ruimte wordt gehouden, en +5°. de ruimte waarover dieren kunnen beschikken; +d. de verzorging, de behandeling, het africhten, de voedering en de drenking van dieren; +e. het gebruik en de bewaring van bepaalde diervoeders, alsmede een verbod daarop; +f. de bestrijding van organismen die schadelijk zijn voor de gezondheid of het welzijn van dieren; +g. de reiniging en ontsmetting van ruimten en aanwezige gereedschappen en andere instrumenten of uitrustingen waarmee dieren in aanraking kunnen komen; h. dit onderdeel is nog niet in werking getreden; i. dit onderdeel is nog niet in werking getreden; j. de bedrijfsbegeleiding door een dierenarts; -k. dit onderdeel is nog niet in werking getreden; +k. de bij de houder, de personen die bij hem in dienst zijn en de personen die voor hem diensten verrichten aanwezige kennis over het houden van dieren; l. het bijhouden, overleggen, controleren, bewaren en melden van gegevens, onder meer over: -1°. dit onderdeel is nog niet in werking getreden; -2°. dit onderdeel is nog niet in werking getreden; -3°. dit onderdeel is nog niet in werking getreden; +1°. dieren, waaronder de gezondheidstoestand, geboorte- en sterftegevallen; +2°. bezoekers van bedrijven, en vervoermiddelen; +3°. de herkomst, bestemming of verplaatsing van dieren, en 4°. de herkomst, ontvangst, bereiding, bewerking, verwerking en verdere behandeling, opslag en bewaring van diervoeders en diergeneesmiddelen, alsmede het gebruik van diervoeders, onderscheidenlijk het toepassen van diergeneesmiddelen alsmede over het voeren van een administratie of het invoeren van gegevens inzake het toepassen van diergeneesmiddelen of diervoeders met medicinale werking in een gecentraliseerd registratiesysteem voor diergeneesmiddelen; -m. dit onderdeel is nog niet in werking getreden; -n. dit onderdeel is nog niet in werking getreden; +m. de te verrichten onderzoeken bij dieren of in ruimten of op terreinen en gebieden waar dieren kunnen worden gehouden, naar de aanwezigheid van besmettelijke dierziekten, zoönosen, ziekteverschijnselen, ziekteverwekkers of organismen die drager van een ziekteverwekker kunnen zijn, of naar de werking van vaccins; +n. hygiëne, het voorkomen van de verspreiding van dierziekten, zoönosen en ziekteverschijnselen, en het weren van ziekteverwekkers; o. dit onderdeel is nog niet in werking getreden; p. de gevallen waarin een dierenarts of een ander persoon die is toegelaten tot het beroepsmatig verrichten van een diergeneeskundige handeling, wordt geconsulteerd; q. de voorwaarden waaronder, met betrekking tot de wijze waarop dieren worden gehouden op het bedrijf een bij of krachtens de maatregel aangewezen exclusieve aanduiding mag worden gebruikt, en -r. een verbod op het houden van bepaalde diersoorten, diercategorieën, of een bepaald dier, indien niet is voldaan aan ten aanzien van dat dier of die dieren gestelde regels als bedoeld in de onderdelen b tot en met q. +r. een verbod op het houden van bepaalde diersoorten of diercategorieën, indien niet is voldaan aan ten aanzien van dat dier gestelde regels als bedoeld in onderdeel b, c, d, e, f, k, l en p. **11.** Het bepaalde krachtens het tiende lid, onderdeel e, is tevens van toepassing ten aanzien van andere dan gehouden dieren. ### Artikel 2.3 -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** Het is verboden dieren te gebruiken met het oog op de productie van dierlijke producten. + +**2.** Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing op dieren behorende tot bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen diersoorten of diercategorieën. + +**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden in het belang van de bescherming van het welzijn en de gezondheid van dieren regels gesteld voor de uitvoering van bindende onderdelen van EU-rechtshandelingen over de doeleinden of activiteiten waarvoor dieren, diersoorten of diercategorieën kunnen worden gebruikt. + +**4.** + +Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voor het onderwerp, bedoeld in het derde lid, regels worden gesteld die betrekking hebben op onder meer: + +a. een verbod op het gebruik van bepaalde dieren, diersoorten of diercategorieën voor bepaalde doelen of activiteiten, en +b. het toestaan van het gebruik van bepaalde dieren, diersoorten of diercategorieën voor bepaalde doelen of activiteiten onder bij of krachtens de in het derde lid bedoelde algemene maatregel van bestuur gestelde voorwaarden. ### Artikel 2.4 @@ -167,11 +218,48 @@ Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden ### Artikel 2.5 -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld voor de uitvoering van bindende onderdelen van EU-rechtshandelingen over het vervoer van dieren behorende tot bij die maatregel aangewezen diersoorten of diercategorieën. + +**2.** + +Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voor het onderwerp, bedoeld in het eerste lid, regels worden gesteld voor bij deze maatregel aangewezen diersoorten of diercategorieën die betrekking hebben op onder meer: + +a. een verbod op het vervoeren van bepaalde dieren; +b. de bij de te vervoeren dieren te verrichten onderzoeken; +c. het bijeenbrengen, aanvoeren en afvoeren van dieren; +d. de bewijsstukken die de dieren tijdens het vervoer vergezellen; +e. de wijze van vervoer; +f. de duur en de afstand van het vervoer, met inbegrip van rustpauzes; +g. het in-, bij-, uit- en overladen van dieren; +h. de beladingsdichtheid van vervoermiddelen; +i. het verzegelen of merken van vervoermiddelen; +j. voorwerpen die ten behoeve van het vervoer van dieren worden gebruikt; +k. de verzorging, voedering en drenking van dieren tijdens het vervoer; +l. de over het vervoer bij te houden gegevens; +m. de reiniging en ontsmetting van vervoermiddelen, en de plaatsen of inrichtingen waar dit plaatsvindt; +n. hygiëne, het voorkomen van de verspreiding van dierziekten, zoönosen en ziekteverschijnselen, en het weren van ziekteverwekkers, en +o. de vakbekwaamheid van degene die de dieren vervoert of die bij het vervoer betrokken is. ### Artikel 2.6 -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** Dit lid is nog niet in werking getreden. + +**2.** + +Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voor het onderwerp, bedoeld in het eerste lid, regels worden gesteld voor bij deze maatregel aangewezen diersoorten of diercategorieën die betrekking hebben op onder meer: + +a. een verbod op het fokken of het voor de fok gebruiken van: + +1°. dieren die beschikken over een bepaalde aandoening die, of een uiterlijk kenmerk dat, de gezondheid of het welzijn van het dier of de nakomelingen van het dier kan aantasten; +2°. dieren die een gevaar kunnen opleveren voor de veiligheid van mens of dier, en +3°. andere bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen dieren, diersoorten of diercategorieën; +b. de methode van fokken, waaronder een verbod op bepaalde methoden van fokken; +c. het voorafgaand aan het fokken door de fokker te verrichten of te doen verrichten onderzoek bij dieren waarmee wordt gefokt naar de aanwezigheid van aandoeningen die de gezondheid of het welzijn van de dieren of de nakomelingen van die dieren kunnen aantasten; +d. hygiëne, het voorkomen van de verspreiding van dierziekten, zoönosen en ziekteverschijnselen, en het weren van ziekteverwekkers; +e. het aantal nesten dat dieren gedurende een bepaalde periode krijgen, en +f. de bij te houden en over te leggen gegevens. + +**3.** Dit lid is nog niet in werking getreden. ### Artikel 2.7 @@ -198,13 +286,15 @@ k. hygiëne, het voorkomen van de verspreiding van dierziekten, zoönosen en zie l. de vakbekwaamheid van degene die de dieren in de handel brengt, verkoopt, voor de verkoop in voorraad heeft, voor de verkoop aanbiedt, koopt, verhuurt of aflevert, en m. een verbod op het verkopen van bij of krachtens die maatregel aangewezen diersoorten of diercategorieën aan een persoon van wie niet is vastgesteld dat deze een in die maatregel genoemde leeftijd heeft bereikt. +**3.** Het is verboden dieren waarbij een bij artikel 2.8 verboden lichamelijke ingreep is verricht voor de verkoop in voorraad te hebben, voor de verkoop aan te bieden, te verkopen en te kopen. + ### Artikel 2.8 **1.** Het is verboden: -a. dit onderdeel is nog niet in werking getreden; +a. lichamelijke ingrepen te verrichten; b. diergeneesmiddelen waarvoor geen vergunning als bedoeld in artikel 2.19, eerste lid, is verstrekt, bij dieren toe te passen, of c. diergeneesmiddelen toe te passen in strijd met voorschriften en beperkingen als bedoeld in artikel 2.19, derde lid, onderdeel a, die zijn verbonden aan de vergunning die ten behoeve van dat diergeneesmiddel is verstrekt. @@ -212,9 +302,9 @@ c. diergeneesmiddelen toe te passen in strijd met voorschriften en beperkingen a Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing ten aanzien van: -a. dit onderdeel is nog niet in werking getreden; -b. dit onderdeel is nog niet in werking getreden; -c. dit onderdeel is nog niet in werking getreden; +a. lichamelijke ingrepen waarvoor een diergeneeskundige noodzaak bestaat; +b. bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen lichamelijke ingrepen; +c. overige bij of krachtens enig wettelijk voorschrift verplichte dan wel toegestane lichamelijke ingrepen, en d. het toepassen van diergeneesmiddelen als bedoeld in het eerste lid, onderdelen b en c, in bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen gevallen. **3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld voor de uitvoering van bindende onderdelen van EU-rechtshandelingen over het verrichten van diergeneeskundige handelingen. @@ -223,10 +313,10 @@ d. het toepassen van diergeneesmiddelen als bedoeld in het eerste lid, onderdele Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voor het onderwerp, bedoeld in het derde lid, regels worden gesteld die betrekking hebben op onder meer: -a. dit onderdeel is nog niet in werking getreden; +a. de verplichting om daarbij aangewezen diergeneeskundige handelingen te verrichten; b. de wijze waarop en de voorwaarden waaronder diergeneeskundige handelingen worden verricht; c. de aanwijzing van dieren waarbij of met betrekking tot welke de daarbij aangewezen diergeneeskundige handelingen mogen worden verricht; -d. dit onderdeel is nog niet in werking getreden; +d. de inrichting en het gebruik van de ruimten waarin diergeneeskundige handelingen worden verricht; e. de hoedanigheid, het voorhanden of in voorraad hebben, het aanbieden, het afleveren, het verkopen, het kopen, het in de handel brengen, het in en buiten Nederland brengen en het gebruik van hulpmiddelen, waaronder apparatuur, die bij het verrichten van diergeneeskundige handelingen worden gebruikt, en f. het melden en het voeren van een administratie met betrekking tot verrichte diergeneeskundige handelingen, het bewaren en overleggen van die administratie en de daarmee verband houdende bescheiden alsmede de wijze van controle door de houder van de administratie, of het invoeren van gegevens in een gecentraliseerd registratiesysteem voor diergeneesmiddelen. @@ -238,11 +328,58 @@ f. het melden en het voeren van een administratie met betrekking tot verrichte d ### Artikel 2.9 -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** Het beroepsmatig verrichten van diergeneeskundige handelingen is verboden voor een ieder die daartoe niet bij of krachtens artikel 4.1 is toegelaten. + +**2.** Het anders dan beroepsmatig verrichten van lichamelijke ingrepen is verboden voor anderen dan de personen, bedoeld in het eerste lid. + +**3.** De verboden, bedoeld in het eerste en tweede lid, zijn niet van toepassing op bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen diergeneeskundige handelingen. De aanwijzing van diergeneeskundige handelingen kan worden beperkt tot het in een bepaalde hoedanigheid verrichten van de aangewezen handeling. + +**4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen andere diergeneeskundige handelingen dan lichamelijke ingrepen worden aangewezen waarvan het anders dan beroepsmatig verrichten bij dieren, verboden is. + +**5.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de kwalificaties van andere personen dan die bij of krachtens artikel 4.1 zijn toegelaten, die diergeneeskundige handelingen verrichten, waaronder de opleiding en bij- of nascholing. + +**6.** Het bij en krachtens het eerste tot en met het vijfde lid bepaalde is tevens van toepassing op het verrichten van diergeneeskundige handelingen bij andere dan gehouden dieren. ### Artikel 2.10 -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** Het is verboden om dieren behorend tot bij algemene maatregel van bestuur aangewezen diersoorten of diercategorieën te doden, behoudens in gevallen waarin een dier wordt gedood voor de bedrijfsmatige productie van dierlijke producten of in bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen gevallen. + +**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld voor de uitvoering van bindende onderdelen van EU-rechtshandelingen over het doden, het bedwelmen, het fixeren, het onderbrengen en het verplaatsen van dieren. + +**3.** + +Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voor het onderwerp, bedoeld in het tweede lid, regels worden gesteld voor bij deze maatregel aan te wijzen diersoorten of diercategorieën die betrekking hebben op onder meer: + +a. een verbod op het doden van bepaalde dieren; +b. de wijze waarop dieren worden gedood; +c. situaties waarin het is toegestaan dieren te doden; +d. voorwaarden waaronder het is toegestaan dieren te doden; +e. de personen die dieren doden, of die daarbij betrokken zijn; +f. de plaats waar dieren worden gedood; +g. het vervoeren, het aanvoeren en het afvoeren van dieren naar de plaats waar wordt gedood; +h. het verplaatsen van dieren in de ruimten waar dieren worden gedood; +i. het onderbrengen van dieren in de ruimten waar dieren worden gedood; +j. het fixeren van dieren; +k. het bedwelmen van dieren; +l. de inrichting, uitvoering en vormgeving van ruimten waar dieren worden gedood, waaronder de aanwezige voorzieningen; +m. de gegevens over de te doden dieren die voorafgaand aan het doden worden overgelegd; +n. de gezondheidsstatus van de te doden dieren; +o. de onderzoeken aan en met betrekking tot de dieren; +p. de keuring van dieren; +q. de personen die dieren keuren, of die daarbij betrokken zijn; +r. hygiëne, het voorkomen van de verspreiding van dierziekten, zoönosen en ziekteverschijnselen, en het weren van ziekteverwekkers, en +s. de instrumenten, installaties en verdere voorzieningen voor het fixeren, bedwelmen of doden van dieren. + +**4.** Het is toegestaan om dieren zonder voorafgaande bedwelming te doden volgens de israëlitische of de islamitische ritus. Bij algemene maatregel van bestuur worden in het belang van de bescherming van de dieren nadere regels gesteld over het doden volgens de israëlitische of de islamitische ritus. + +**5.** + +De regels, bedoeld in het vierde lid, kunnen betrekking hebben op onder meer: + +a. de wijze waarop dieren worden gedood; +b. de personen die het doden van dieren uitvoeren; +c. de inrichting, uitvoering en vormgeving van ruimten waar dieren worden gedood, waaronder de aanwezige voorzieningen, en +d. de aanwezigheid van een op grond van artikel 8.1 aangewezen ambtenaar, tevens zijnde een dierenarts, en de door die ambtenaar te geven aanwijzingen. ### Artikel 2.11 @@ -254,19 +391,65 @@ Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden ### Artikel 2.13 -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +Het is verboden dieren als prijs, beloning of gift uit te loven of uit te reiken naar aanleiding van wedstrijden, verlotingen, weddenschappen of andere dergelijke evenementen. ### Artikel 2.14 -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** Het is verboden dierengevechten te organiseren of dieren aan dierengevechten te doen deelnemen. + +**2.** Het is verboden bij dierengevechten aanwezig te zijn. ### Artikel 2.15 -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld voor de uitvoering van bindende onderdelen van EU-rechtshandelingen over wedstrijden met dieren. + +**2.** + +Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voor het onderwerp, bedoeld in het eerste lid, regels worden gesteld die betrekking hebben op onder meer: + +a. een verbod op het organiseren en het houden van wedstrijden met een bepaald doel, en het daaraan doen deelnemen van dieren; +b. een verbod voor bepaalde personen op het organiseren van wedstrijden; +c. de leeftijd, de gezondheidstoestand en afkomst van de dieren die aan wedstrijden deelnemen; +d. de frequentie waarmee dieren aan wedstrijden deelnemen; +e. een verbod op het inschrijven voor, het toelaten tot en het deelnemen aan wedstrijden van bepaalde dieren; +f. de aanwezigheid van een dierenarts bij wedstrijden; +g. de baan- en hindernisbouw bij wedstrijden; +h. de organisatie van wedstrijden en de inrichting van wedstrijdterreinen, en +i. hygiëne, het voorkomen van de verspreiding van dierziekten, zoönosen en ziekteverschijnselen, en het weren van ziekteverwekkers. + +**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over het gebruik van substanties bij dieren die het prestatievermogen van dieren in wedstrijden kunnen beïnvloeden. + +**4.** + +De regels, bedoeld in het derde lid, kunnen betrekking hebben op onder meer: + +a. een verbod op het gebruik van bepaalde substanties en het vaststellen van het maximum toegestane gehalte aan bepaalde substanties; +b. de toepassing van substanties bij dieren; +c. de uitsluiting van dieren van deelname aan wedstrijden ingeval in de dieren een substantie, een bestanddeel daarvan of een omzettingsproduct, aanwezig is, of dat wordt vermoed; +d. de wijze waarop de aanwezigheid van een substantie in dieren, een bestanddeel daarvan of een omzettingsproduct, wordt aangetoond, en +e. een verbod op het voorhanden, in voorraad of aanwezig hebben van substanties. + +**5.** Het is verboden deel te nemen aan wedstrijden met dieren waarbij een bij artikel 2.8 verboden lichamelijke ingreep is verricht. + +**6.** Het is verboden dieren waarbij een bij artikel 2.8 verboden lichamelijke ingreep is verricht, tot een wedstrijd toe te laten. ### Artikel 2.16 -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over het houden van keuringen, tentoonstellingen en andere gelegenheden of inrichtingen waar dieren worden gehouden en aan het publiek worden getoond wegens recreatieve, sportieve of opvoedkundige doeleinden. + +**2.** + +De regels, bedoeld in het eerste lid, kunnen onder meer betrekking hebben op: + +a. een verbod op het met bepaalde dieren deelnemen aan een tentoonstelling; +b. een verbod op het toelaten van bepaalde dieren tot een tentoonstelling, een gelegenheid of een inrichting; +c. hygiëne, het voorkomen van de verspreiding van dierziekten, zoönosen en ziekteverschijnselen, en het weren van ziekteverwekkers; +d. de bevordering van de instandhouding van diersoorten, en +e. informatie en educatie met betrekking tot de tentoongestelde diersoorten. + +**3.** Het is verboden deel te nemen aan tentoonstellingen of keuringen met dieren waarbij een bij artikel 2.8 verboden lichamelijke ingreep is verricht. + +**4.** Het is verboden dieren waarbij een bij artikel 2.8 verboden lichamelijke ingreep is verricht, tot een tentoonstelling of keuring toe te laten. ### Paragraaf 2. Regels over diervoeders @@ -393,6 +576,34 @@ b. bereiders van sera, entstoffen of biologische diagnostica, voor zover de ziek ### Paragraaf 4. Biotechnologie +### Artikel 2.23 + +**1.** Het is verboden om uitsluitend voor sportprestaties of vermaak het genetisch materiaal van dieren te wijzigen op een wijze die voorbij gaat aan de natuurlijke barrières van geslachtelijke voortplanting en van recombinatie. + +**2.** + +Het is zonder vergunning verboden: + +a. het genetisch materiaal van dieren te wijzigen op een wijze die voorbij gaat aan de natuurlijke barrières van geslachtelijke voortplanting en van recombinatie; +b. biotechnologische technieken bij een dier of een dierlijk embryo toe te passen. + +**3.** Het tweede lid is niet van toepassing op handelingen als bedoeld in het tweede lid voor zover die handelingen worden verricht ten behoeve van biomedisch onderzoek. + +**4.** + +Onze Minister verleent een vergunning slechts indien naar zijn oordeel: + +a. de handelingen geen onaanvaardbare gevolgen hebben voor de gezondheid of het welzijn van dieren; en +b. tegen de handelingen geen ethische bezwaren bestaan. + +**5.** In afwijking van artikel 7.7, eerste lid, vraagt Onze Minister telkenmale omtrent een verzoek tot verlening van een vergunning als bedoeld in het tweede lid advies aan een door hem met betrekking tot dat verzoek in te stellen commissie van onafhankelijke deskundigen. + +**6.** Met toepassing van artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op een aanvraag tot een vergunning als bedoeld in het tweede lid. + +### Artikel 2.24 + +Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen handelingen worden aangewezen ten aanzien waarvan in ieder geval niet is voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 2.23, vierde lid. + ### Paragraaf 5. Overig ### Artikel 2.25 @@ -526,6 +737,77 @@ b. de maximum hoogte van de vergoeding. ## Hoofdstuk 4. Toelating beroepen in de uitoefening van de diergeneeskunde +### Artikel 4.1 + +**1.** Tot het beroepsmatig verrichten van diergeneeskundige handelingen zijn toegelaten dierenartsen en andere personen die zijn ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 4.3, eerste lid. + +**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over het beroepsmatig verrichten van diergeneeskundige handelingen en de toelating daartoe, in overeenstemming met EU-rechtshandelingen die betrekking hebben op beroepskwalificaties en diensten. + +**3.** + +Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voor de onderwerpen, bedoeld in het tweede lid, regels worden gesteld die betrekking hebben op onder meer: + +a. de kwalificaties van degene die is of wordt toegelaten, waaronder de opleiding en bij- of nascholing; +b. de gevallen waarin en de wijze waarop de handelingen, waarop de toelating betrekking heeft, worden verricht, waarbij kan worden bepaald dat die handelingen uitsluitend plaatsvinden onder leiding, op aanwijzing of onder controle van een dierenarts; +c. de verhouding van de persoon die wordt toegelaten, tot de dierenarts; +d. de gevallen waarin een toelating op aanvraag plaatsvindt, alsmede de wijze waarop de aanvraag en de toelating plaatsvindt; +e. de geldigheidsduur van de toelating, en +f. de gevallen waarin de toelating kan worden ingetrokken. + +**4.** Een toelating als bedoeld in het tweede lid kan onder voorwaarden en beperkingen worden verleend. + +**5.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen de andere personen, bedoeld in het eerste lid, voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen worden gelijkgesteld met dierenartsen. + +### Artikel 4.2 + +**1.** + +Personen, die zijn toegelaten tot het beroepsmatig verrichten van diergeneeskundige handelingen, schieten niet door enig handelen of nalaten tekort in de zorg die zij in hun hoedanigheid: + +a. behoren te betrachten ten opzichte van een dier met betrekking tot welke hun hulp is ingeroepen, en +b. verlenen of in geval van nood behoren te verlenen ten opzichte van een dier. + +**2.** Personen die zijn toegelaten tot het beroepsmatig verrichten van diergeneeskundige handelingen, schieten niet zodanig tekort in hetgeen van hen in hun hoedanigheid mag worden verwacht dat daardoor ernstige schade kan ontstaan voor de gezondheidszorg voor dieren. + +**3.** Het in het eerste en tweede lid bepaalde is tevens van toepassing ten aanzien van andere dan gehouden dieren. + +### Artikel 4.3 + +**1.** Onze Minister houdt een openbaar register bij van personen die een opleiding op het gebied van de diergeneeskunde als bedoeld in artikel 1.1 met goed gevolg hebben voltooid en andere personen die worden toegelaten tot het beroepsmatig verrichten van diergeneeskundige handelingen. + +**2.** Een persoon wordt niet in het register ingeschreven of zijn inschrijving wordt doorgehaald indien krachtens een onherroepelijk geworden rechterlijke of tuchtrechtelijke uitspraak zijn bevoegdheid tot het beroepsmatig verrichten van diergeneeskundige handelingen is ingetrokken. + +**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld ten aanzien van de registratie in het register, bedoeld in het eerste lid, waaronder regels als bedoeld in artikel 7.2, tweede en derde lid. + +### Artikel 4.4 + +**1.** + +Aan personen die zijn opgenomen in een register als bedoeld in artikel 4.3, eerste lid, is het recht voorbehouden om: + +a. in het openbaar aan te kondigen dat zij de diergeneeskundige handelingen waarop de registratie betrekking heeft beroepsmatig verrichten, +b. een titel, aanduiding of vermelding te bezigen die bij het publiek redelijkerwijs de indruk kan wekken dat zij de diergeneeskundige handelingen waarop de registratie betrekking heeft beroepsmatig verrichten, en +c. een titel als bedoeld in artikel 4.5, tweede lid, onderdeel c, te bezigen of een aanduiding of vermelding te bezigen die bij het publiek redelijkerwijs de indruk kan wekken dat zij een dergelijke titel verkregen hebben. + +**2.** Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat het eerste lid niet van toepassing is op daarbij aangewezen personen, onder de daarbij gestelde voorwaarden. + +### Artikel 4.5 + +**1.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over specialismen binnen het beroepsmatig verrichten van diergeneeskundige handelingen alsmede over de vermelding van de titel, behorende bij die specialismen, in het register, bedoeld in artikel 4.3, eerste lid. + +**2.** + +De regels, bedoeld in het eerste lid, kunnen betrekking hebben op onder meer: + +a. de opleiding tot de specialismen; +b. de aanwijzing van en de eisen aan organisaties of instellingen die zijn belast met de regeling van of de opleiding tot de specialismen; +c. de verkrijging en de intrekking van een titel, verbonden aan de specialismen, en +d. de voorwaarden waaronder personen die beschikken over een titel, verbonden aan een specialisme, het recht is voorbehouden om: + +1°. in het openbaar aan te kondigen dat zij de diergeneeskundige handelingen waarop de specialisatie betrekking heeft beroepsmatig verrichten, +2°. een titel, aanduiding of vermelding te bezigen die bij het publiek redelijkerwijs de indruk kan vestigen dat zij de diergeneeskundige handelingen waarop het specialisme betrekking heeft beroepsmatig verrichten, en +3°. een titel als bedoeld in artikel 4.4, eerste lid, onderdeel c, te voeren. + ## Hoofdstuk 5. Maatregelen ### Paragraaf 1. Algemeen @@ -644,7 +926,14 @@ c. een verplichting tot vaststelling van hygiëneprocedures of tot ander handele ### Artikel 5.13 -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** + +De burgemeester van de gemeente waar zich een dier bevindt dat in strijd met het bepaalde krachtens artikel 2.6, tweede lid, onderdeel a, onder 2°, is gefokt, of dat in strijd met het bepaalde bij en krachtens artikel 2.2, zesde lid, eerste volzin, wordt gehouden, kan besluiten dat dit dier: + +a. naar een door hem aangewezen plaats wordt vervoerd, en +b. aldaar wordt gedood. + +**2.** De burgemeester voert de handeling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, niet uit indien de houder binnen zes weken nadat het besluit, bedoeld in het eerste lid, aan hem is bekendgemaakt, een verzoek als bedoeld in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht heeft ingediend en op dat verzoek niet afwijzend is beslist. ### Artikel 5.14 @@ -679,7 +968,7 @@ b. de uitvoering van EU-rechtshandelingen die krachtens de onder a bedoelde rech **1.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld voor de uitvoering van onderdelen van EU-rechtshandelingen waarin een EU-rechtshandeling een tot de overheid behorend orgaan of een door de overheid aangesteld persoon de opdracht geeft of de keuze laat. -**2.** Dit lid is nog niet in werking getreden. +**2.** Tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald is Onze Minister bevoegd de besluiten te nemen waartoe een voorschrift van een EU-verordening als bedoeld in artikel 6.2 een tot de overheid behorend orgaan of een door de overheid aangesteld persoon de opdracht geeft of de keuze laat. ### Artikel 6.4 @@ -898,7 +1187,10 @@ Bij gebreke van volledige betaling binnen de gestelde termijn kan Onze Minister ### Artikel 8.13 -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +Artikel 195 van het Wetboek van Strafrecht is van overeenkomstige toepassing op een persoon: + +a. die, hoewel hij bij onherroepelijk geworden uitspraak geheel of gedeeltelijk is geschorst in het beroepsmatig verrichten van diergeneeskundige handelingen, tijdens die schorsing de handelingen waarop die schorsing betrekking heeft, uitoefent, of +b. die, hoewel hem bij onherroepelijk geworden uitspraak de hem bij of krachtens deze wet verleende bevoegdheid tot het beroepsmatig verrichten van diergeneeskundige handelingen geheel of gedeeltelijk is ontzegd, de handelingen waarop die ontzegging betrekking heeft, uitoefent. ### Artikel 8.14 @@ -910,6 +1202,336 @@ Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden ### Paragraaf 5. Veterinair tuchtrecht +### Artikel 8.15 + +**1.** Bij het veterinair tuchtcollege kan een schriftelijke klacht worden ingediend tegen een dierenarts of een andere persoon die is toegelaten tot het beroepsmatig verrichten van diergeneeskundige handelingen, wegens het in strijd handelen met artikel 4.2. + +**2.** + +Een klacht als bedoeld in het eerste lid, kan worden ingediend door: + +a. degene die als gevolg van het handelen, bedoeld in het eerste lid, rechtstreeks in zijn belang is getroffen, of +b. een ambtenaar, aangewezen door Onze Minister. + +### Artikel 8.16 + +**1.** Het veterinair tuchtcollege is gevestigd in Den Haag. + +**2.** Het veterinair tuchtcollege is belast met de behandeling in eerste aanleg van zaken over het handelen in strijd met artikel 4.2. + +**3.** + +Het veterinair tuchtcollege bestaat uit de volgende leden: + +a. een rechtsgeleerde die voorzitter is; +b. vier praktiserende dierenartsen, en +c. een door Onze Ministers te bepalen aantal andere personen als bedoeld in artikel 4.1, eerste lid, dat op grond van dat artikellid zijn toegelaten tot het beroepsmatig verrichten van diergeneeskundige handelingen en als zodanig werkzaam zijn. + +**4.** Het veterinair tuchtcollege heeft een secretaris en zo nodig een plaatsvervangend secretaris, die rechtsgeleerden zijn. + +**5.** De rechtsgeleerde leden van het veterinair tuchtcollege, de secretaris en diens plaatsvervanger, voldoen aan artikel 5 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren. + +### Artikel 8.17 + +**1.** De voorzitter en de overige leden van het veterinair tuchtcollege, alsmede voor elk van hen een of meer plaatsvervangers, worden voor de tijd van zes jaren door Onze Ministers benoemd. Zij zijn bij hun aftreden herbenoembaar. Op eigen verzoek kunnen zij door Onze Ministers worden ontslagen. De benoemingstermijn van degene die wordt benoemd ter vervulling van een tussentijdse vacature, eindigt bij het verstrijken van de benoemingstermijn van degene in wiens plaats hij is getreden. + +**2.** Voor de plaatsvervangers, bedoeld in het eerste lid, gelden dezelfde vereisten van benoembaarheid als voor de leden die zij vervangen. + +**3.** Onze Ministers verlenen aan de leden en hun plaatsvervangers ontslag met ingang van de maand, volgend op die waarin de betrokkenen de leeftijd van zeventig jaren hebben bereikt. Zij verlenen aan de leden en hun plaatsvervangers eveneens ontslag bij verlies van een vereiste voor hun benoembaarheid. + +**4.** De secretaris en de plaatsvervangend secretaris worden door Onze Ministers benoemd, geschorst en ontslagen. + +### Artikel 8.18 + +**1.** Tussen de leden, de plaatsvervangende leden, de secretaris en de plaatsvervangend secretaris van het veterinair tuchtcollege mag niet bestaan de verhouding van echtgenoten, geregistreerde partners, bloed- en aanverwanten tot de derde graad ingesloten, een vennootschap of ander duurzaam samenwerkingsverband tot het uitoefenen van de diergeneeskunde of de verhouding van werkgever tot werknemer. + +**2.** Indien het huwelijk of het geregistreerd partnerschap eerst mocht worden aangegaan na de benoeming, zal de jongstbenoemde der echtgenoten of geregistreerde partners zijn ambt niet kunnen behouden. + +**3.** Indien de aanverwantschap eerst mocht zijn ontstaan na de benoeming, zal degene, die haar veroorzaakte, zijn ambt niet kunnen behouden, behoudens door Onze Ministers te verlenen vergunning. + +### Artikel 8.19 + +De artikelen 46c, tweede lid, 46d, tweede lid, 46f, 46i met uitzondering van het eerste lid, onderdeel c, 46j, 46l, eerste lid, onderdeel a, en derde lid, 46m, 46o en 46p van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren voor de leden van de rechterlijke macht zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de leden van het college en hun plaatsvervangers. + +### Artikel 8.20 + +**1.** De voorzitter van het veterinair tuchtcollege is bevoegd ambtshalve aan de leden en hun plaatsvervangers, die de waardigheid van hun ambt, hun ambtsbezigheden of ambtsplichten verwaarlozen of die zich schuldig maken aan overtreding van artikel 8.21, de nodige waarschuwing te doen, na hen in de gelegenheid te hebben gesteld om te worden gehoord. + +**2.** De voorzitter van het veterinair beroepscollege, bedoeld in artikel 8.36, heeft gelijke bevoegdheid ten aanzien van de voorzitter van het veterinair tuchtcollege en diens plaatsvervangers. + +### Artikel 8.21 + +**1.** Leden van het veterinair tuchtcollege en hun plaatsvervangers laten zich op geen enkele wijze uit over enige aangelegenheid, welke door hen behandeld wordt of waarvan zij weten of vermoeden dat deze door hen behandeld zal worden, in enig bijzonder onderhoud of gesprek met partijen of hun raadslieden of gemachtigden, noch nemen daarover enige bijzondere inlichting of schriftelijk stuk aan. + +**2.** Het is leden van het veterinair tuchtcollege en hun plaatsvervangers verboden hetgeen zij als zodanig te weten zijn gekomen verder bekend te maken dan voor de uitoefening van hun functie gevorderd wordt. De verplichting tot geheimhouding geldt niet tegenover ambtenaren van politie of justitie, voor zover mededeling aan hen op grond van een wettelijk voorschrift is vereist. + +**3.** De leden van het veterinair tuchtcollege en hun plaatsvervangers bewaren het geheim omtrent de gevoelens die in de raadkamer over aanhangige zaken zijn geuit. + +**4.** Het tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op de secretaris van het veterinair tuchtcollege en zijn plaatsvervanger. + +### Artikel 8.22 + +**1.** De voorzitter en de leden van het veterinair tuchtcollege en hun plaatsvervangers ontvangen vacatiegeld, alsmede een vergoeding van reis- en verblijfkosten en van verdere onkosten. + +**2.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld ten aanzien van de vergoedingen, bedoeld in het eerste lid. + +### Artikel 8.23 + +**1.** Zodra een klacht is ingediend, stelt de voorzitter van het veterinair tuchtcollege een voorlopig onderzoek in. De ambtenaar, bedoeld in artikel 8.15, tweede lid, onderdeel b, verleent daarbij desgevraagd medewerking. + +**2.** + +Het intrekken van een klacht of de staking van de werkzaamheden door de persoon over wie geklaagd is, heeft geen invloed op de behandeling van de klacht indien: + +a. het algemeen belang dit vordert naar het oordeel van de ambtenaar, bedoeld in artikel 8.15, tweede lid, onderdeel b, of +b. wanneer de persoon over wie geklaagd is, verklaart de voortzetting van de behandeling te verlangen. + +### Artikel 8.24 + +**1.** + +Het veterinair tuchtcollege houdt zitting in een samenstelling bestaande uit vijf leden, te weten de voorzitter, alsmede: + +a. vier dierenartsen, indien de klacht gericht is tegen een dierenarts, en +b. twee dierenartsen en twee leden van dezelfde beroepsgroep als de beklaagde, indien de klacht is gericht tegen een andere persoon als bedoeld in artikel 4.1, eerste lid, die op grond van dat artikellid is toegelaten. + +**2.** + +De voorzitter kan bepalen dat het veterinair tuchtcollege bij een gezamenlijke behandeling van klachten als bedoeld in artikel 8.28, eerste lid, zitting houdt in een van het eerste lid afwijkende samenstelling, onder de volgende voorwaarden: + +a. het aantal leden dat zitting houdt bedraagt maximaal vijf, en +b. voor elk van de beroepsgroepen tot welke degenen over wie is geklaagd behoren, neemt ten minste een lid deel dat tot diezelfde groep behoort. + +**3.** Bij algemene maatregel van bestuur kan in afwijking van het eerste lid, aanhef en onderdeel b, of het tweede lid, worden bepaald dat bij ontstentenis van benoemde leden van dezelfde beroepsgroep als de beklaagde, dierenartsen zitting nemen in plaats van die leden. + +### Artikel 8.25 + +**1.** De behandeling van een zaak door het veterinair tuchtcollege geschiedt in een openbare zitting, tenzij het veterinair tuchtcollege om gewichtige redenen beveelt dat de behandeling van de zaak geheel of gedeeltelijk met gesloten deuren zal plaatsvinden. Het bevel daartoe houdt de overwegingen in waarop het steunt. + +**2.** De beslissing in een door het veterinair tuchtcollege behandelde zaak wordt in het openbaar uitgesproken. + +**3.** Tijd en plaats van een openbare zitting of van een openbare uitspraak worden ten minste veertien dagen en ten hoogste een maand tevoren in de Staatscourant bekendgemaakt. + +### Artikel 8.26 + +**1.** Behoudens in de gevallen, bedoeld in artikel 8.30, eerste lid, neemt het veterinair tuchtcollege geen beslissing aangaande een ingediende klacht dan na verhoor, althans behoorlijke oproeping van de persoon over wie geklaagd is en van de klager. + +**2.** De persoon over wie geklaagd is kan, tenzij het veterinair tuchtcollege beveelt dat hij in persoon zal verschijnen, zich tijdens de zitting doen vertegenwoordigen door een daartoe gemachtigde. Hij kan zich door een raadsman doen bijstaan. + +**3.** Het veterinair tuchtcollege kan weigeren bepaalde personen die geen advocaat zijn, als gemachtigde of als raadsman toe te laten. Bij zodanige weigering houdt het veterinair tuchtcollege de zaak tot een volgende zitting aan. + +**4.** De persoon over wie geklaagd is en zijn raadsman worden in de gelegenheid gesteld ten minste veertien dagen voorafgaand aan de aanvang van het onderzoek tijdens de zitting, van de processtukken kennis te nemen. + +### Artikel 8.27 + +**1.** Het veterinair tuchtcollege kan getuigen en deskundigen oproepen en horen op verzoek van de persoon over wie geklaagd is, op verzoek van de klager of ambtshalve. De oproeping geschiedt bij aangetekende brief. Het is degene die als getuige of deskundige is opgeroepen verboden geen gevolg te geven aan de oproeping. + +**2.** Indien een getuige of een deskundige niet verschijnt op de oproeping, doet de officier van justitie bij het arrondissementsparket Den Haag op verzoek van het veterinair tuchtcollege hem dagvaarden. Het is een getuige of deskundige verboden niet te verschijnen na dagvaarding. + +**3.** Indien een getuige of een deskundige niet verschijnt op de dagvaarding, bedoeld in het tweede lid, doet de officier van justitie bij de rechtbank te Den Haag op verzoek van het veterinair tuchtcollege hem nogmaals dagvaarden met, voor zover verzocht door het veterinair tuchtcollege, bevel tot medebrenging. + +**4.** Artikel 556 van het Wetboek van Strafvordering is van overeenkomstige toepassing. + +**5.** Ten aanzien van getuigen en deskundigen zijn de artikelen 217 tot en met 219 van het Wetboek van Strafvordering van overeenkomstige toepassing. + +**6.** De getuigen en deskundigen ontvangen indien zij dit verkiezen op vertoon van hun oproeping of dagvaarding een vergoeding overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens de Wet tarieven in strafzaken. + +### Artikel 8.28 + +**1.** De voorzitter van het veterinair tuchtcollege kan ten aanzien van twee of meer met elkaar samenhangende klachten bepalen dat deze ter terechtzitting gezamenlijk worden behandeld. + +**2.** Een gezamenlijke behandeling van klachten als bedoeld in het eerste lid vindt niet plaats ingeval de klachten zijn gericht tegen drie of meer andere personen als bedoeld in artikel 4.1, eerste lid, die op grond van dat artikellid zijn toegelaten, voor zover drie of meer van die personen tot verschillende beroepsgroepen behoren. + +**3.** De voorzitter van het veterinair tuchtcollege kan bepalen de behandeling van gevoegde zaken te splitsen. + +### Artikel 8.29 + +**1.** Leden van het veterinair tuchtcollege en hun plaatsvervangers kunnen zich verschonen en kunnen worden gewraakt, indien ten aanzien van hen feiten of omstandigheden bestaan waardoor in het algemeen de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. + +**2.** Over wraking of verschoning wordt zo spoedig mogelijk beslist door hen die deel uitmaken van het veterinair tuchtcollege, met uitzondering van degene die wordt gewraakt of die zich wil verschonen. Bij staking van stemmen wordt de wraking onderscheidenlijk de verschoning toegewezen. + +### Artikel 8.30 + +**1.** + +Het veterinair tuchtcollege kan naar aanleiding van het voorlopig onderzoek, bedoeld in artikel 8.23, eerste lid, beslissen om, zonder nader onderzoek: + +a. de klager niet-ontvankelijk te verklaren, indien artikel 8.15, tweede lid, onderdeel a, niet op hem van toepassing is, of +b. de klacht af te wijzen, indien deze kennelijk ongegrond is omdat de feiten waarop de klacht berust geen betrekking hebben op het handelen in strijd met artikel 4.2. + +**2.** + +Het veterinair tuchtcollege neemt in andere gevallen dan die, bedoeld in het eerste lid, een van de volgende beslissingen: + +a. het ongegrond verklaren van de klacht, of +b. het geheel of gedeeltelijk gegrond verklaren van de klacht, al dan niet onder oplegging van een maatregel als bedoeld in artikel 8.31, eerste lid, aan degene op wie de klacht betrekking heeft. + +### Artikel 8.31 + +**1.** + +De maatregelen, bedoeld in artikel 8.30, tweede lid, onderdeel b, zijn: + +a. een waarschuwing; +b. een berisping; +c. een geldboete van de derde categorie als bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht; +d. een geldboete van de vierde categorie als bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, indien de waarde van de goederen, met betrekking tot welke een overtreding is begaan, of de waarde van het wederrechtelijk genoten voordeel dat geheel of gedeeltelijk door middel van de overtreding is verkregen, hoger is dan het vierde gedeelte van het maximumbedrag van de geldboete dat op grond van onderdeel c, kan worden opgelegd; +e. een gehele of gedeeltelijke schorsing voor ten hoogste een jaar, van de bij of krachtens deze wet verleende bevoegdheid tot het beroepsmatig verrichten van diergeneeskundige handelingen, en +f. een gehele of gedeeltelijke ontzegging van de bij of krachtens deze wet verleende bevoegdheid tot het beroepsmatig verrichten van diergeneeskundige handelingen. + +**2.** De maatregelen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen c en d, kunnen gelijktijdig worden opgelegd met een van de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen e of f. + +**3.** Een beslissing waarbij de maatregel, bedoeld in het eerste lid, onderdeel f, is opgelegd, wordt bekendgemaakt in de Staatscourant en aan in de beslissing aangewezen tijdschriften of nieuwsbladen ter bekendmaking aangeboden, al dan niet met weglating van de namen of de woonplaatsen van de daarin genoemde personen, alsmede van andere gegevens welke aanwijzingen omtrent die personen bevatten. + +**4.** Bij oplegging van de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met e, kan worden bevolen dat de beslissing overeenkomstig het derde lid wordt bekendgemaakt. + +**5.** Maatregelen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen c, d of e, kunnen voorwaardelijk worden opgelegd. + +**6.** Bij toepassing van het vijfde lid worden de maatregelen geheel of gedeeltelijk niet ten uitvoer gelegd onder de voorwaarde dat de betrokkene zich binnen een daartoe vastgestelde proeftijd van ten hoogste drie jaren, niet schuldig maakt aan handelingen in strijd met artikel 4.2, dan wel in strijd met een bijzondere voorwaarde die aan de voorwaardelijke oplegging van de maatregel is verbonden. + +**7.** Een bijzondere voorwaarde als bedoeld in het zesde lid kan zijn dat de betrokkene de door zijn gedraging veroorzaakte schade, voor zover die niet meer bedraagt dan € 5 000,-, geheel of gedeeltelijk binnen een daarbij te stellen termijn, korter dan de proeftijd, vergoedt. + +**8.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de tenuitvoerlegging van de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, en de uitvoering van de bevelen, bedoeld in het vierde lid. + +**9.** De geldboete, bedoeld in het eerste lid, onderdelen c en d, komt ten bate van de Staat. Degene aan wie een boete is opgelegd, wordt door een door Onze Minister aan te wijzen ambtenaar bij gedagtekende brief uitgenodigd de verschuldigde geldboete te betalen. + +**10.** Indien de schuldenaar in gebreke blijft, kan de invordering van de verschuldigde geldboete bij dwangbevel geschieden door de ambtenaar, bedoeld in het negende lid. + +### Artikel 8.32 + +Een maatregel als bedoeld in artikel 8.31, eerste lid, wordt niet opgelegd indien dit door het veterinair tuchtcollege raadzaam wordt geacht in verband met de geringe ernst van het feit, de persoon van de dader of de omstandigheden waaronder het feit is begaan, dan wel omstandigheden die zich nadien hebben voorgedaan. + +### Artikel 8.33 + +**1.** De beslissing van het veterinair tuchtcollege over een ingediende klacht houdt de overweging in waarop zij steunt en wordt op schrift gesteld. + +**2.** + +Van de beslissing, bedoeld in het eerste lid, wordt door de secretaris van het veterinair tuchtcollege onverwijld een afschrift gezonden: + +a. aan de persoon over wie geklaagd is; +b. aan de klager, en +c. aan de ambtenaar, bedoeld in artikel 8.15, tweede lid, onderdeel b. + +**3.** De secretaris van het veterinair tuchtcollege verstrekt desgevraagd aan de gerechten en het openbaar ministerie inlichtingen omtrent onherroepelijke beslissingen. + +### Artikel 8.34 + +Beslissingen van het veterinair tuchtcollege, genomen met een ander aantal personen of in een andere samenstelling, dan bij of krachtens deze wet is voorgeschreven, zijn nietig. + +### Artikel 8.35 + +**1.** Bij het veterinair beroepscollege kan beroep worden ingesteld tegen een beslissing van het veterinair tuchtcollege op een ingediende klacht, binnen twee maanden na de dag van verzending van de aangetekende brief, bedoeld in artikel 8.33, tweede lid. + +**2.** + +Beroep als bedoeld in het eerste lid, kan worden ingesteld door: + +a. de persoon over wie geklaagd is, indien de klacht geheel of gedeeltelijk gegrond is verklaard; +b. de klager, voor zover hij niet-ontvankelijk is verklaard, zijn klacht is afgewezen, of zijn klacht geheel of gedeeltelijk ongegrond is verklaard, of +c. de ambtenaar, bedoeld in artikel 8.15, tweede lid, onderdeel b. + +**3.** Het beroep wordt ingesteld bij een met redenen omkleed beroepschrift, tezamen met een gewaarmerkt afschrift van de beslissing waartegen het beroep gericht is. Het beroep schorst de beslissing. + +**4.** Het veterinair beroepscollege kan het veterinair tuchtcollege uitnodigen inlichtingen te verstrekken. + +**5.** Indien alleen de persoon over wie geklaagd is, beroep heeft ingesteld, kan het veterinair beroepscollege slechts met eenparigheid van stemmen een beslissing geven die een wijziging ten nadele van de persoon over wie geklaagd is, brengt in hetgeen door het veterinair tuchtcollege was beslist. + +### Artikel 8.36 + +**1.** Het veterinair beroepscollege is gevestigd in Den Haag. + +**2.** + +Het veterinair beroepscollege is belast met: + +a. de behandeling in beroep van zaken over handelen in strijd met artikel 4.2, en +b. het waken tegen nodeloze vertraging van het onderzoek door het veterinair tuchtcollege. + +**3.** + +Het veterinair beroepscollege bestaat uit de volgende leden: + +a. drie rechtsgeleerden waarvan één voorzitter is; +b. twee praktiserende dierenartsen, en +c. een door Onze Ministers te bepalen aantal andere personen als bedoeld in artikel 4.1, eerste lid, dat op grond van dat artikellid zijn toegelaten tot het beroepsmatig verrichten van diergeneeskundige handelingen en als zodanig werkzaam zijn. + +**4.** Het lidmaatschap van het veterinair beroepscollege is niet verenigbaar met het lidmaatschap van het veterinair tuchtcollege. + +**5.** De artikelen 8.16, vierde en vijfde lid, 8.17, 8.18, 8.19, 8.20, eerste lid, 8.21 en 8.22 zijn van overeenkomstige toepassing. + +### Artikel 8.37 + +**1.** + +Het veterinair beroepscollege houdt zitting in een samenstelling bestaande uit vijf leden, te weten de drie rechtsgeleerden waaronder de voorzitter, alsmede: + +a. twee dierenartsen indien de klacht gericht is tegen een dierenarts, en +b. een dierenarts en een lid van dezelfde beroepsgroep als de beklaagde, indien de klacht is gericht tegen een andere persoon als bedoeld in artikel 4.1, eerste lid, die op grond van dat artikellid is toegelaten. + +**2.** Bij algemene maatregel van bestuur kan in afwijking van het eerste lid, aanhef en onderdeel b, worden bepaald dat bij ontstentenis van benoemde leden van dezelfde beroepsgroep als de beklaagde, dierenartsen zitting nemen in plaats van die leden. + +### Artikel 8.38 + +**1.** De artikelen 8.25, 8.26, 8.27, 8.28, 8.29 en 8.34 zijn van overeenkomstige toepassing. + +**2.** + +De voorzitter kan bepalen dat het veterinaire beroepscollege bij een gezamenlijke behandeling van klachten als bedoeld in artikel 8.28, eerste lid, zitting houdt in een van artikel 8.37, eerste lid, afwijkende samenstelling, onder de volgende voorwaarden: + +a. het aantal leden dat zitting houdt bedraagt vijf of zeven; +b. de samenstelling bestaat voor de meerderheid uit rechtsgeleerden, en +c. voor elk van de beroepsgroepen tot welke degenen over wie is geklaagd behoren, neemt tenminste een lid deel dat tot diezelfde groep behoort. + +**3.** Artikel 8.37, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op het tweede lid. + +### Artikel 8.39 + +**1.** + +Het veterinair beroepscollege kan in beroep de volgende beslissingen nemen: + +a. degene die beroep heeft ingesteld niet-ontvankelijk verklaren; +b. het beroep verwerpen, of +c. het beroep gegrond verklaren. + +**2.** Indien het veterinair beroepscollege het beroep gegrond verklaart dan wel bij de behandeling van het beroep op andere dan de in het beroepschrift aangevoerde gronden tot het oordeel komt, dat de in eerste aanleg gegeven beslissing niet kan worden gehandhaafd, vernietigt het deze beslissing en doet de zaak zelf af. + +**3.** De artikelen 8.30, 8.31 en 8.32 zijn van overeenkomstige toepassing ingeval het veterinair beroepscollege op grond van het tweede lid de zaak zelf afdoet. + +### Artikel 8.40 + +**1.** De beslissing in beroep houdt de overweging in waarop zij steunt en wordt op schrift gesteld. + +**2.** + +De secretaris van het veterinair beroepscollege zendt van de beslissing onverwijld bij aangetekende brief afschrift: + +a. aan de persoon over wie geklaagd is; +b. aan de klager; +c. aan de ambtenaar, bedoeld in artikel 8.15, tweede lid, onderdeel b, en +d. aan het veterinair tuchtcollege. + +**3.** De secretaris van het veterinair beroepscollege verstrekt desgevraagd aan de gerechten en het openbaar ministerie inlichtingen omtrent beslissingen van het veterinair beroepscollege. + +### Artikel 8.41 + +**1.** Het veterinair beroepscollege kan zich de stukken met betrekking tot een zaak die in behandeling is bij het veterinair tuchtcollege, doen overleggen en het tuchtcollege een termijn stellen, binnen welke de beslissing wordt genomen. + +**2.** Indien het veterinair tuchtcollege niet voldoet aan het bepaalde krachtens het eerste lid, kan het veterinair beroepscollege de behandeling van de zaak aan zich trekken en in hoogste ressort beslissen. + +**3.** De artikelen 8.30, 8.31, 8.32, 8.34 en 8.40 zijn van overeenkomstige toepassing ingeval het tweede lid wordt toegepast. + +### Artikel 8.42 + +**1.** In bijzondere gevallen kan bij koninklijk besluit worden bepaald, het veterinaire tuchtcollege gehoord, dat degene ten aanzien van wie de bij of krachtens deze wet verleende bevoegdheid tot het beroepsmatig verrichten van diergeneeskundige handelingen geheel of gedeeltelijk is ontzegd, op zijn verzoek in die bevoegdheid wordt hersteld. + +**2.** Herstel kan onder beperkingen worden verleend. + +### Artikel 8.43 + +Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de rechtsgang ten behoeve van de waarborging van een deugdelijke berechting. + ### Paragraaf 6. Gidsen voor goede praktijken ### Artikel 8.44 @@ -924,6 +1546,8 @@ Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden ### Artikel 8.45 +Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2014/571. + Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden ### Artikel 8.46 @@ -1010,11 +1634,13 @@ Vervallen ### Artikel 10.6 -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** Deze wet treedt niet in hetgeen bij of krachtens de Wet op de dierproeven is bepaald, met dien verstande dat onverminderd van kracht blijft hetgeen is bepaald bij of krachtens de artikelen 2.2, 2.6 en 2.23. + +**2.** Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt het verrichten van dierproeven of proeven in de zin van de Wet op de dierproeven niet aangemerkt als het verrichten van diergeneeskundige handelingen, tenzij deze handelingen plaatsvinden op verzoek van de houder van het desbetreffende dier met het oog op dat dier zelf. ### Artikel 10.7 -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +In hetgeen is voorzien bij of krachtens de Visserijwet 1963, wordt niet voorzien krachtens deze wet. ### Artikel 10.8 @@ -1054,6 +1680,10 @@ Onze Minister zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de **6.** De op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven aanhangige zaken die betrekking hebben op het nemen van een besluit als bedoeld in het eerste lid, worden overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van de wetten, bedoeld in het eerste lid, behandeld en beslist. +**7.** Dierenartsen die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet zijn ingeschreven in het register van praktizerende dierenartsen, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Wet op de uitoefening van de diergeneeskunde 1990, worden geacht te zijn ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 4.3, eerste lid. + +**8.** Artikel 5.13 is van overeenkomstige toepassing op dieren die in strijd met artikel 73 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, zoals dat luidde bij inwerkingtreding van deze wet, zijn gefokt. + ### Paragraaf 2. Wijziging andere wetten ### Artikel 11.1a @@ -1066,7 +1696,7 @@ Wijzigt het Burgerlijk Wetboek Boek 3. ### Artikel 11.3 -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +Wijzigt de Flora- en faunawet. ### Artikel 11.4 @@ -1074,11 +1704,11 @@ Wijzigt de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren. ### Artikel 11.5 -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +Wijzigt de Landbouwkwaliteitswet. ### Artikel 11.6 -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +Wijzigt de Visserijwet 1963. ### Artikel 11.7 @@ -1102,7 +1732,7 @@ Wijzigt de Wet op de omzetbelasting 1968. ### Artikel 11.12 -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +Wijzigt het Wetboek van Strafvordering. ### Artikel 11.13 @@ -1110,6 +1740,8 @@ Vervallen ### Artikel 11.14 +Wijzigt deze wet. + Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden ## Hoofdstuk 12. Slotbepalingen @@ -1119,7 +1751,10 @@ Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden De volgende wetten worden ingetrokken: a. Kaderwet diervoeders; -b. Diergeneesmiddelenwet. +b. Diergeneesmiddelenwet; +c. Wet op de dierenbescherming; +d. Wet op de uitoefening van de diergeneeskunde 1990; +e. de wet van 9 juli 2007, houdende wijziging van de Wet op de uitoefening van de diergeneeskunde 1990 (verhoging maximaal bedrag tuchtrechtelijke boete en wijziging samenstellingseisen van tuchtcolleges ter zitting) (Stb. 285). ### Artikel 12.2