diff --git a/wet/uitvoeringswet-rechtsvorderingsverdrag-1905/BWBR0001875/README.md b/wet/uitvoeringswet-rechtsvorderingsverdrag-1905/BWBR0001875/README.md index 430fcb3d2a8..954d689a037 100644 --- a/wet/uitvoeringswet-rechtsvorderingsverdrag-1905/BWBR0001875/README.md +++ b/wet/uitvoeringswet-rechtsvorderingsverdrag-1905/BWBR0001875/README.md @@ -14,7 +14,7 @@ citeertitel: Uitvoeringswet Rechtsvorderingsverdrag 1905 ### Artikel 1 -Als de autoriteit, die, overeenkomstig de voorschriften van het op 17 Juli 1905 te 's-Gravenhage gesloten en bij de wet van den 15den Juli 1907 (*Staatsblad* n°. 197) goedgekeurd verdrag betreffende de burgerlijke rechtsvordering, zorg draagt voor de mededeeling van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken, afkomstig uit een der Staten, waar het verdrag van kracht is, wordt aangewezen de officier van justitie bij de arrondissements-rechtbank binnen welker rechtsgebied de mededeeling verlangd wordt. +Als de autoriteit, die, overeenkomstig de voorschriften van het op 17 Juli 1905 te 's-Gravenhage gesloten en bij de wet van den 15den Juli 1907 (*Staatsblad* n°. 197) goedgekeurd verdrag betreffende de burgerlijke rechtsvordering, zorg draagt voor de mededeeling van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken, afkomstig uit een der Staten, waar het verdrag van kracht is, wordt aangewezen de officier van justitie bij de rechtbank binnen welker rechtsgebied de mededeeling verlangd wordt. ### Artikel 2 @@ -28,7 +28,7 @@ Oordeelt de officier van justitie, dat artikel 4 van het verdrag toepasselijk is ### Artikel 4 -**1.** Om overeenkomstig de voorschriften van het verdrag een gerechtelijk of buitengerechtelijk stuk te doen mededeelen in een der Staten, waar het verdrag van kracht is, wordt het exploit gedaan op de wijze, aangegeven bij artikel 55, eerste lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, behoudens het bepaalde bij artikel 6 dezer wet, en met dien verstande, dat, indien het exploit een rechtsgeding betreft, te voeren of aanhangig voor den Hoogen Raad, het zal gedaan worden aan den officier van justitie bij de rechtbank te 's-Gravenhage; voor een gerechtshof, aan den officier van justitie ter plaatse waar de zetel is van dat gerechtshof; voor een kantonrechter, aan den officier van justitie bij de desbetreffende rechtbank. +**1.** Om overeenkomstig de voorschriften van het verdrag een gerechtelijk of buitengerechtelijk stuk te doen mededeelen in een der Staten, waar het verdrag van kracht is, wordt het exploit gedaan op de wijze, aangegeven bij artikel 55, eerste lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, behoudens het bepaalde bij artikel 6 dezer wet, en met dien verstande, dat, indien het exploit een rechtsgeding betreft, te voeren of aanhangig voor den Hoogen Raad, het zal gedaan worden aan de officier van justitie bij het arrondissementsparket Den Haag; voor een gerechtshof, aan de advocaat-generaal bij het ressortsparket; voor een kantonrechter, aan de officier van justitie bij het desbetreffende arrondissementsparket. **2.** @@ -184,17 +184,17 @@ De partij, die de uitvoerbaarverklaring in een der Staten, waar het verdrag van ### Artikel 27 -De uitvoerbaarverklaring van uitspraken overeenkomstig de voorschriften van het verdrag geschiedt in Nederland door de arrondissements-rechtbank van de woonplaats, van dengene, tegen wien de uitspraak is gewezen, of, zoo van eene woonplaats in Nederland niet blijkt, door de arrondissements-rechtbank, door Onzen voornoemden Minister aan te wijzen. +De uitvoerbaarverklaring van uitspraken overeenkomstig de voorschriften van het verdrag geschiedt in Nederland door de rechtbank van de woonplaats, van dengene, tegen wien de uitspraak is gewezen, of, zoo van eene woonplaats in Nederland niet blijkt, door de rechtbank, door Onzen voornoemden Minister aan te wijzen. ### Artikel 28 -**1.** De arrondissements-rechtbank doet zoo spoedig mogelijk uitspraak en zendt onverwijld expeditie van hare beschikking aan Onzen voornoemden Minister, die deze langs diplomatieken weg aan de verzoekende partij doet toekomen. +**1.** De rechtbank doet zoo spoedig mogelijk uitspraak en zendt onverwijld expeditie van hare beschikking aan Onzen voornoemden Minister, die deze langs diplomatieken weg aan de verzoekende partij doet toekomen. **2.** Hetzelfde geldt in geval van hooger beroep of cassatie voor het gerechtshof of den Hoogen Raad. ### Artikel 29 -**1.** Hooger beroep van de afwijzende beschikking der arrondissements-rechtbank, en beroep in cassatie van zoodanige beschikking van het gerechtshof kunnen worden ingesteld door de verzoekende partij binnen ééne maand na den dag waarop de expeditie dier beschikking aan Onzen Minister van Justitie is toegezonden. +**1.** Hooger beroep van de afwijzende beschikking der rechtbank, en beroep in cassatie van zoodanige beschikking van het gerechtshof kunnen worden ingesteld door de verzoekende partij binnen ééne maand na den dag waarop de expeditie dier beschikking aan Onzen Minister van Justitie is toegezonden. **2.** De instelling van hooger beroep of beroep in cassatie geschiedt door eene daartoe strekkende schriftelijke mededeeling aan Onzen voornoemden Minister. Deze mededeeling bevat de gronden of middelen, waarop het beroep steunt. @@ -204,7 +204,7 @@ De uitvoerbaarverklaring van uitspraken overeenkomstig de voorschriften van het ### Artikel 30 -**1.** Hooger beroep van de beschikking der arrondissements-rechtbank, waarbij de uitspraak is uitvoerbaar verklaard, en beroep in cassatie van zoodanige beschikking van het gerechtshof, kunnen worden ingesteld binnen veertien dagen na beteekening door eene daartoe strekkende schriftelijke verklaring ter griffie van het college, dat de beschikking heeft genomen. +**1.** Hooger beroep van de beschikking der rechtbank, waarbij de uitspraak is uitvoerbaar verklaard, en beroep in cassatie van zoodanige beschikking van het gerechtshof, kunnen worden ingesteld binnen veertien dagen na beteekening door eene daartoe strekkende schriftelijke verklaring ter griffie van het college, dat de beschikking heeft genomen. **2.** De gronden of middelen, waarop het beroep steunt, worden in de verklaring opgenomen, of uiteengezet in een nader verzoekschrift, binnen veertien dagen na aanteekening van het beroep te richten tot het college, dat van het beroep heeft kennis te nemen.