2019-06-01 | BWBR0001903 | Wetboek van Strafvordering
This commit is contained in:
parent
e300f2c3e2
commit
bfb930d0d5
1 changed files with 133 additions and 16 deletions
|
|
@ -7613,17 +7613,88 @@ Niemand kan strafrechtelijk worden vervolgd wegens een feit, begaan voordat hij
|
|||
|
||||
Artikel 94a is van overeenkomstige toepassing op personen die ten tijde van het begaan van het feit de leeftijd van achttien jaren nog niet hebben bereikt, met dien verstande dat inbeslagneming tot bewaring van het recht tot verhaal ten aanzien van jeugdigen mogelijk is in geval van verdenking van onderscheidenlijk verdenking van of veroordeling wegens een misdrijf waarvoor een geldboete van de vierde categorie kan worden opgelegd.
|
||||
|
||||
### Artikel 488aa
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Onverminderd de artikelen 27c en 27ca, wordt aan de verdachte direct wanneer hij is aangehouden mededeling gedaan:
|
||||
|
||||
a. dat de ouders of voogd in kennis worden gesteld van zijn vrijheidsbeneming, indien deze wordt bevolen;
|
||||
b. van het recht vergezeld te worden door de ouders of voogd of een vertrouwenspersoon, buiten het onderzoek op de terechtzitting, bedoeld in artikel 488ab;
|
||||
c. van de mogelijkheid van audiovisuele registratie van verhoren, bedoeld in artikel 488ac;
|
||||
d. van het recht op een medisch onderzoek, bedoeld in artikel 489a;
|
||||
e. van het recht op een advies over zijn persoonlijkheid en zijn levensomstandigheden, bedoeld in artikel 494a.
|
||||
|
||||
**2.** Bij een oproeping om te worden gehoord als bedoeld in artikel 491a, wordt mededeling gedaan van het recht om te worden vergezeld door de ouders of voogd, of een vertrouwenspersoon.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Bij een oproeping om te worden gehoord als bedoeld in artikel 493, vierde lid, wordt mededeling gedaan van:
|
||||
|
||||
a. het recht op vaststelling van een zo kort mogelijk passende duur van de voorlopige hechtenis, en de mogelijkheid van schorsing van de tenuitvoerlegging van het bevel voorlopige hechtenis, bedoeld in artikel 493, eerste lid;
|
||||
b. het recht vergezeld te worden door de ouders of voogd of een vertrouwenspersoon;
|
||||
c. het recht op periodieke toetsing van de voorlopige hechtenis;
|
||||
d. het recht om bij het ondergaan van voorlopige hechtenis gescheiden van volwassenen te verblijven.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Bij de betekening van de dagvaarding wordt mededeling gedaan van:
|
||||
|
||||
a. de verplichting om bij het onderzoek op de terechtzitting in persoon te verschijnen, bedoeld in artikel 495a;
|
||||
b. het recht op behandeling van de strafzaak achter gesloten deuren, bedoeld in artikel 495b;
|
||||
c. het recht bij het onderzoek ter terechtzitting te worden vergezeld door de ouders of voogd, of een vertrouwenspersoon, bedoeld in artikel 496.
|
||||
|
||||
**5.** De mededeling van rechten wordt gedaan in voor de verdachte eenvoudige en toegankelijke bewoordingen. Indien de verdachte de Nederlandse taal niet of onvoldoende beheerst, wordt de mededeling van rechten in een voor hem begrijpelijke taal gedaan.
|
||||
|
||||
### Artikel 488ab
|
||||
|
||||
**1.** Bij het verhoor door de opsporingsambtenaar heeft de verdachte het recht te worden vergezeld door de ouders of voogd of een vertrouwenspersoon.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De toegang van de persoon tot het verhoor kan worden geweigerd indien de hulpofficier van justitie van oordeel is dat:
|
||||
|
||||
a. het niet in het belang van de verdachte is dat hij door de ouder of voogd of vertrouwenspersoon wordt vergezeld, of
|
||||
b. het belang van het onderzoek zich tegen die aanwezigheid verzet.
|
||||
|
||||
**3.** De beslissing, bedoeld in het tweede lid, kan door de hulpofficier van justitie alleen met toestemming van de officier van justitie worden genomen.
|
||||
|
||||
### Artikel 488ac
|
||||
|
||||
Een verhoor door een opsporingsambtenaar wordt audiovisueel geregistreerd wanneer de ernst van het misdrijf of de persoonlijkheid van de verdachte daartoe aanleiding geeft.
|
||||
|
||||
### Artikel 488b
|
||||
|
||||
**1.** In afwijking van artikel 27e, eerste lid, geeft de hulpofficier van justitie die bij de voorgeleiding beveelt dat de verdachte wordt opgehouden voor onderzoek, zo spoedig mogelijk kennis van de vrijheidsbeneming en van de redenen daarvan aan de ouders of voogd.
|
||||
**1.** In afwijking van artikel 27e, eerste lid, geeft de hulpofficier van justitie die bij de voorgeleiding beveelt dat de verdachte wordt opgehouden voor onderzoek, zo spoedig mogelijk kennis van de vrijheidsbeneming en van de redenen daarvan aan de ouders of voogd. De ouders of voogd ontvangen daarbij zo spoedig mogelijk een mededeling van rechten als bedoeld in artikel 488aa.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de in het eerste lid bedoelde kennisgeving met toepassing van artikel 27e, derde lid, wordt uitgesteld, geeft de hulpofficier van justitie kennis van de vrijheidsbeneming van de verdachte aan de Raad voor de kinderbescherming.
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De mededeling van rechten, bedoeld in het eerste lid, blijft achterwege wanneer:
|
||||
|
||||
a. deze in strijd is met de belangen van de verdachte;
|
||||
b. de mededeling niet mogelijk is omdat de ouders of voogd na redelijke inspanning niet kunnen worden bereikt of onbekend zijn.
|
||||
|
||||
**3.** In het geval, bedoeld in het tweede lid, wordt de mededeling gedaan aan een vertrouwenspersoon. Wanneer de verdachte geen vertrouwenspersoon heeft aangewezen, wordt de mededeling gedaan aan de raad voor de kinderbescherming.
|
||||
|
||||
**4.** Indien de omstandigheden, bedoeld in het tweede lid, ophouden te bestaan, ontvangen de ouders of voogd de mededeling alsnog.
|
||||
|
||||
### Artikel 489
|
||||
|
||||
**1.** De verdachte kan geen afstand doen van het in artikel 28c bedoelde onderhoud met de raadsman voorafgaand aan het verhoor.
|
||||
**1.** Indien de verdachte is aangehouden, stelt de officier van justitie of de hulpofficier van justitie die bij de voorgeleiding beveelt dat de verdachte wordt opgehouden voor onderzoek, het bestuur van de raad voor rechtsbijstand direct van zijn aanhouding in kennis, opdat het bestuur een raadsman aanwijst. Deze kennisgeving kan achterwege blijven indien de verdachte een raadsman heeft gekozen en deze of een vervangende raadsman tijdig beschikbaar zal zijn.
|
||||
|
||||
**2.** Tijdens het in het eerste lid bedoelde onderhoud overlegt de raadsman met de verdachte over de noodzaak van zijn aanwezigheid tijdens en deelname aan het verhoor en doet mededeling van de uitkomst van dit overleg aan de hulpofficier van justitie. Op verzoek van de verdachte of diens ouders of voogd verleent de raadsman rechtsbijstand tijdens het verhoor.
|
||||
**2.** Artikel 28a is niet van toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de verdachte in de avonduren wordt heengezonden bij gebrek aan een beschikbare raadsman, onder de gelijktijdige aanzegging dat de verdachte de volgende dag alsnog zal worden verhoord, vindt het eerste lid overeenkomstige toepassing bij dat verhoor.
|
||||
|
||||
### Artikel 489a
|
||||
|
||||
**1.** De hulpofficier van justitie die bij de voorgeleiding beveelt dat de verdachte wordt opgehouden voor onderzoek kan ambtshalve, op verzoek van de verdachte, de raadsman, de ouder of voogd of vertrouwenspersoon bevelen dat de verdachte medisch wordt onderzocht om vast te stellen of deze in staat is een verhoor te ondergaan of te worden onderworpen aan een onderzoekshandeling. Bij een medisch onderzoek wordt de algemene geestelijke en lichamelijke gesteldheid van de verdachte beoordeeld. Het onderzoek is zo non-invasief mogelijk.
|
||||
|
||||
**2.** Een medisch onderzoek vindt plaats door een arts of onder de verantwoordelijkheid van een arts.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de uitkomst van het medisch onderzoek daartoe aanleiding geeft, kan een verhoor van de verdachte of een onderzoekshandeling die deze moet ondergaan en die is gericht op de bewijsgaring, worden uitgesteld.
|
||||
|
||||
**4.** Van een bevel als bedoeld in het eerste lid, of een beslissing van de hulpofficier van justitie als bedoeld in het derde lid, wordt proces-verbaal opgemaakt. Indien ondanks een daartoe strekkend verzoek geen medisch onderzoek heeft plaatsgevonden, vermeldt het proces-verbaal de redenen daarvan. Indien wel een medisch onderzoek heeft plaatsgevonden, vermeldt het proces-verbaal de conclusie daarvan.
|
||||
|
||||
### Artikel 490
|
||||
|
||||
|
|
@ -7639,17 +7710,34 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 491
|
||||
|
||||
**1.** Voor de verdachte die geen raadsman heeft, wijst het bestuur van de raad voor rechtsbijstand een raadsman aan, nadat hij er door het openbaar ministerie over in kennis is gesteld dat tegen de verdachte een vervolging, anders dan door een strafbeschikking, is aangevangen wegens een feit waarvan in eerste aanleg de rechtbank, niet zijnde de kantonrechter, kennis neemt. Artikel 40, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**1.** Onverminderd artikel 489, eerste lid, wijst het bestuur van de raad voor rechtsbijstand voor de verdachte die geen raadsman heeft, een raadsman aan, nadat hij er door het openbaar ministerie over in kennis is gesteld dat tegen de verdachte een vervolging, anders dan door een strafbeschikking, is aangevangen wegens een feit waarvan in eerste aanleg de rechtbank, niet zijnde de kantonrechter, kennis neemt. Artikel 40, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de officier van justitie voornemens is om in een strafbeschikking ter zake van misdrijf een taakstraf als bedoeld in artikel 77f, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht op te leggen en deze meer dan tweeëndertig uren zal belopen, dan wel betalingsverplichtingen uit hoofde van geldboete en schadevergoedingsmaatregel, die afzonderlijk of gezamenlijk meer belopen dan € 200, roept deze de verdachte op om te worden gehoord. Voor de verdachte die geen raadsman heeft, wijst het bestuur van de raad voor rechtsbijstand een raadsman aan, nadat hij door het openbaar ministerie over dit voornemen is ingelicht. Bij die oproeping wordt tevens medegedeeld dat de verdachte zich door een raadsman kan laten bijstaan.
|
||||
|
||||
**3.** Voor de veroordeelde die geen raadsman heeft, wijst het bestuur van de raad voor rechtsbijstand een raadsman aan, indien de veroordeelde, gelet op de aard van een krachtens de artikelen 77u of 77ee, eerste lid, in verband met artikel 14i, derde lid, van het Wetboek van Strafrecht, af te nemen verhoor, diens bijstand behoeft.
|
||||
|
||||
**4.** De aanwijzing, bedoeld in het derde lid, geschiedt op last van de voorzitter van de rechtbank, onderscheidenlijk, wanneer hoger beroep is ingesteld tegen het eindvonnis in eerste aanleg, door de voorzitter van het gerechtshof.
|
||||
|
||||
### Artikel 491a
|
||||
|
||||
**1.** Wanneer de verdachte wordt gehoord als bedoeld in artikel 491, tweede lid, heeft deze het recht te worden vergezeld door de ouders of voogd of een vertrouwenspersoon die de officier van justitie geschikt acht.
|
||||
|
||||
**2.** De officier van justitie roept de ouders of voogd, op bij het horen aanwezig te zijn. Aan de verdachte wordt kennis gegeven dat hij zich bij het horen kan laten vergezellen door een vertrouwenspersoon.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De toegang van die persoon tot het verhoor kan worden geweigerd indien de officier van justitie van oordeel is dat:
|
||||
|
||||
a. het niet in het belang van de verdachte is dat hij door die persoon wordt vergezeld, of
|
||||
b. het belang van het onderzoek of de behandeling van de zaak zich tegen aanwezigheid van die persoon verzet.
|
||||
|
||||
### Artikel 492
|
||||
|
||||
De kinderrechter treedt inzake de toepassing van de voorlopige hechtenis op als rechter-commissaris.
|
||||
|
||||
### Artikel 493
|
||||
|
||||
**1.** Indien de rechter de voorlopige hechtenis van de verdachte beveelt, gaat hij na of de tenuitvoerlegging van dit bevel, hetzij onmiddellijk, hetzij na een bepaald tijdsverloop, kan worden geschorst. De rechter kan daarbij een gecertificeerde instelling als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet of, indien de verdachte inmiddels de leeftijd van zestien jaren heeft bereikt, een reclasseringsinstelling als bedoeld in artikel 14d, tweede lid, opdracht geven toezicht te houden op de naleving van voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.
|
||||
**1.** Voorlopige hechtenis wordt voor een zo kort mogelijke passende duur bevolen. Indien de rechter de voorlopige hechtenis van de verdachte beveelt, gaat hij na of de tenuitvoerlegging van dit bevel, hetzij onmiddellijk, hetzij na een bepaald tijdsverloop, kan worden geschorst. De rechter kan daarbij een gecertificeerde instelling als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet of, indien de verdachte inmiddels de leeftijd van zestien jaren heeft bereikt, een reclasseringsinstelling als bedoeld in artikel 14d, tweede lid, opdracht geven toezicht te houden op de naleving van voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.
|
||||
|
||||
**2.** In het bevel tot voorlopige hechtenis en tot schorsing daarvan worden zodanige bepalingen opgenomen als voor de juiste uitvoering daarvan nodig worden geoordeeld.
|
||||
|
||||
|
|
@ -7659,16 +7747,19 @@ De kinderrechter treedt inzake de toepassing van de voorlopige hechtenis op als
|
|||
|
||||
**5.** In de gevallen waarin verlof kan worden verleend op grond van het bepaalde bij of krachtens de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen, blijft het in het eerste en tweede lid inzake schorsing bepaalde buiten toepassing.
|
||||
|
||||
**6.** Schorsing van de voorlopige hechtenis vindt steeds plaats onder de algemene voorwaarden, genoemd in artikel 80. De rechter kan, na advies te hebben ingewonnen van de raad voor de kinderbescherming, ook bijzondere voorwaarden aan de schorsing verbinden. De rechter verbindt slechts bijzondere voorwaarden aan de schorsing voor zover de jeugdige daarmee instemt. Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald welke bijzondere voorwaarden aan de schorsing kunnen worden verbonden en aan welke eisen de instemming van de jeugdige moet voldoen.
|
||||
**6.** Schorsing van de voorlopige hechtenis vindt steeds plaats onder de algemene voorwaarden, genoemd in artikel 80. De rechter kan, na advies te hebben ingewonnen van de raad voor de kinderbescherming, ook bijzondere voorwaarden aan de schorsing verbinden. De rechter verbindt slechts bijzondere voorwaarden aan de schorsing voor zover de verdachte daarmee instemt. Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald welke bijzondere voorwaarden aan de schorsing kunnen worden verbonden en aan welke eisen de instemming van de verdachte moet voldoen.
|
||||
|
||||
**7.** De rechter slaat acht op de leeftijd en persoonlijkheid van de verdachte en de omstandigheden waaronder het feit zou zijn begaan.
|
||||
|
||||
### Artikel 493a
|
||||
|
||||
**1.** Wanneer de verdachte wordt gehoord als bedoeld in artikel 493, vierde lid, heeft deze het recht te worden vergezeld door de ouders of voogd. De ouders of voogd worden hiertoe opgeroepen.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 496, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 494
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De officier van justitie wint bij de raad voor de kinderbescherming inlichtingen in omtrent de persoonlijkheid en de levensomstandigheden van de verdachte, tenzij hij
|
||||
|
||||
a. aanstonds onvoorwaardelijk van vervolging afziet of
|
||||
b. de zaak voor de kantonrechter vervolgt.
|
||||
**1.** De officier van justitie wint bij de raad voor de kinderbescherming inlichtingen in omtrent de persoonlijkheid en de levensomstandigheden van de verdachte, tenzij hij aanstonds onvoorwaardelijk van vervolging afziet. Indien de officier van justitie de zaak voor de kantonrechter of bij wijze van strafbeschikking vervolgt, kan hij deze inlichtingen bij de raad inwinnen.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de verdachte zich in voorlopige hechtenis bevindt of ingevolge artikel 196 in een instelling is opgenomen, geeft de officier van justitie onverwijld bericht aan de raad.
|
||||
|
||||
|
|
@ -7676,6 +7767,22 @@ b. de zaak voor de kantonrechter vervolgt.
|
|||
|
||||
**4.** De rechter-commissaris kan eveneens bij de raad de inlichtingen, bedoeld in het eerste lid, inwinnen.
|
||||
|
||||
### Artikel 494a
|
||||
|
||||
**1.** Ter uitvoering van het verzoek om inlichtingen als bedoeld in artikel 494 wordt over de verdachte een advies uitgebracht door de raad.
|
||||
|
||||
**2.** Bij het opstellen van het advies wordt melding gemaakt van specifieke kwetsbaarheden zo daarvan blijkt.
|
||||
|
||||
**3.** Van het opstellen van een advies kan worden afgezien indien over de verdachte in de periode van een jaar voorafgaand aan de inverzekeringstelling al een advies is opgesteld.
|
||||
|
||||
**4.** De verdachte, zijn ouders of voogd of een vertrouwenspersoon worden bij het opstellen van het advies betrokken.
|
||||
|
||||
### Artikel 494b
|
||||
|
||||
**1.** Indien over de verdachte advies is uitgebracht als bedoeld in artikel 494a geeft de strafbeschikking aan op welke wijze daarmee rekening is gehouden bij het opleggen van een straf of bij de keuze voor een aanwijzing betreffende het gedrag.
|
||||
|
||||
**2.** Indien over de verdachte advies is uitgebracht als bedoeld in artikel 494a geeft het vonnis aan op welke wijze met het advies rekening is gehouden.
|
||||
|
||||
### Artikel 495
|
||||
|
||||
**1.** De zaak wordt bij de rechtbank in eerste aanleg voor de kinderrechter vervolgd.
|
||||
|
|
@ -7716,9 +7823,19 @@ c. de zaak, indien deze tevens één of meer verdachten betreft die de leeftijd
|
|||
|
||||
**1.** De ouders of de voogd zijn verplicht tot bijwoning van de terechtzitting. Zij worden daartoe opgeroepen. Bij de oproeping wordt hun kennisgegeven, dat, indien zij niet aan deze verplichting voldoen, het gerecht hun medebrenging kan gelasten.
|
||||
|
||||
**2.** Indien ouders of voogd op de terechtzitting zijn verschenen, worden zij, nadat de verdachte, een medeverdachte, een getuige of een deskundige zijn verklaring heeft afgelegd, in de gelegenheid gesteld daartegen in te brengen wat tot verdediging kan dienen. In het in artikel 51g, vierde lid, bedoelde geval kunnen de ouders of de voogd vragen stellen aan een getuige of deskundige, maar alleen betreffende de vordering tot schadevergoeding; zij worden in de gelegenheid gesteld verweer te voeren tegen die vordering.
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
**3.** Niettemin kan het gerecht ambtshalve, op vordering van het openbaar ministerie of op verzoek van de verdachte of diens raadsman bevelen, dat een verhoor van de verdachte, van een getuige of van een deskundige buiten tegenwoordigheid van ouders of voogd geschiedt, tenzij de zaak in het openbaar wordt behandeld. Het gerecht deelt in dat geval de zakelijke inhoud van een en ander aan de ouders of voogd mee, voor zover niet gewichtige redenen zich daartegen verzetten.
|
||||
De verdachte heeft het recht te worden vergezeld door een vertrouwenspersoon die door de rechter geschikt wordt geacht, indien de rechter van oordeel is dat:
|
||||
|
||||
a. de aanwezigheid van de ouders of voogd in strijd is met de belangen van de verdachte;
|
||||
b. na redelijke inspanning is gebleken dat de ouders of voogd niet kunnen worden bereikt of onbekend zijn;
|
||||
c. de behandeling van de zaak zich tegen aanwezigheid van de ouders of voogd verzet.
|
||||
|
||||
**3.** Indien in het geval, bedoeld in het tweede lid, de verdachte geen vertrouwenspersoon heeft aangewezen of wanneer de rechter de aangewezen persoon ongeschikt acht, wordt de verdachte bijgestaan door een vertegenwoordiger van de raad voor de kinderbescherming.
|
||||
|
||||
**4.** Indien ouders of voogd op de terechtzitting zijn verschenen, worden zij, nadat de verdachte, een medeverdachte, een getuige of een deskundige zijn verklaring heeft afgelegd, in de gelegenheid gesteld daartegen in te brengen wat tot verdediging kan dienen. In het in artikel 51g, vierde lid, bedoelde geval kunnen de ouders of de voogd vragen stellen aan een getuige of deskundige, maar alleen betreffende de vordering tot schadevergoeding; zij worden in de gelegenheid gesteld verweer te voeren tegen die vordering.
|
||||
|
||||
**5.** Niettemin kan het gerecht ambtshalve, op vordering van het openbaar ministerie of op verzoek van de verdachte of diens raadsman bevelen, dat een verhoor van de verdachte, van een getuige of van een deskundige buiten tegenwoordigheid van ouders of voogd geschiedt, tenzij de zaak in het openbaar wordt behandeld. Het gerecht deelt in dat geval de zakelijke inhoud van een en ander aan de ouders of voogd mee, voor zover niet gewichtige redenen zich daartegen verzetten.
|
||||
|
||||
### Artikel 496a
|
||||
|
||||
|
|
@ -7776,7 +7893,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 500
|
||||
|
||||
**1.** Op het rechtsgeding voor de kantonrechter zijn de artikelen 495b, 496, eerste lid, tweede volzin, tweede en derde lid, 497 en 498 van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**1.** Op het rechtsgeding voor de kantonrechter zijn de artikelen 495b, 496, 497 en 498 van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de zaak door oproeping aanhangig is gemaakt, wordt in de oproeping van de ouders of de voogd het ten laste gelegde feit opgenomen. In het geval, bedoeld in de aanhef van artikel 390, is dat artikel van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de wijze van oproeping van ouders of voogd, en zo nodig van intrekking van deze oproeping.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue