2007-01-01 | BWBR0002844 | Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945
This commit is contained in:
parent
bbfaebf83f
commit
bfe5d05549
1 changed files with 8 additions and 18 deletions
|
|
@ -162,8 +162,8 @@ b. In afwijking van het bepaalde onder a wordt, indien de vervolging in het voor
|
|||
|
||||
De in de vorige leden, behoudens in het derde lid, onder b, bedoelde grondslag wordt bepaald op:
|
||||
|
||||
a. tenminste een bedrag van € 1746,61 per maand per 1 juli 1976 voor een nabetaling over december 2005: € 1793,87en
|
||||
b. ten hoogste een bedrag van 3625,89 per maand per 1 juli 1976 voor een nabetaling over december 2005: € 3723,99.
|
||||
a. tenminste een bedrag van € 1 795,86 per maand per 1 juli 1976 voor een nabetaling over december 2006: € 2 264,31en
|
||||
b. ten hoogste een bedrag van € 3 728,14 per maand per 1 juli 1976 voor een nabetaling over december 2006: € 4 700,60.
|
||||
|
||||
**8.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -187,18 +187,18 @@ Het bepaalde in deze paragraaf is niet van toepassing, indien de aanspraken op e
|
|||
De uitkering bedraagt een percentage van de ingevolge artikel 8 vastgestelde grondslag, en wel:
|
||||
|
||||
a. 85% voor de gehuwde vervolgde, tenzij het bepaalde onder b van toepassing is;
|
||||
b. 75% voor de gehuwde vervolgde, indien het inkomen van de echtgenoot, inkomsten uit vermogen daaronder niet begrepen, meer bedraagt dan 30% van het bedrag, bedoeld in artikel 8, zevende lid, onder b, onderscheidenlijk achtste lid, onder b;
|
||||
b. 75% voor de gehuwde vervolgde, indien het inkomen van de echtgenoot, inkomsten uit vermogen daaronder niet begrepen, meer bedraagt dan 30% van het bedrag, bedoeld in artikel 8, zevende lid, onder *b*, onderscheidenlijk achtste lid, onder b;
|
||||
c. 80% voor de ongehuwde vervolgde met minderjarige kinderen;
|
||||
d. 75% voor de alleenstaande vervolgde;
|
||||
e. 75% voor de weduwe en de weduwnaar van de vervolgde met minderjarige kinderen, met dien verstande dat de uitkering ten hoogste wordt bepaald op een bedrag van € 2369,38 per maand per 1 juli 1976 voor een nabetaling over december 2005: € 2433,48;
|
||||
f. 70% voor de weduwe en de weduwnaar van de vervolgde zonder minderjarige kinderen, met dien verstande dat de uitkering ten hoogste wordt bepaald op een bedrag van € 2204,68 per maand per 1 juli 1976 voor een nabetaling over december 2005: € 2264,33.
|
||||
e. 75% voor de weduwe en de weduwnaar van de vervolgde met minderjarige kinderen, met dien verstande dat de uitkering ten hoogste wordt bepaald op een bedrag van € 2 436,20 per maand per 1 juli 1976 voor een nabetaling over december 2006: € 3 071,66;
|
||||
f. 70% voor de weduwe en de weduwnaar van de vervolgde zonder minderjarige kinderen, met dien verstande dat de uitkering ten hoogste wordt bepaald op een bedrag van € 2 266,85 per maand per 1 juli 1976 voor een nabetaling over december 2006: € 2 858,15.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
a. De percentages, genoemd in het eerste lid, onder a, b, c en d, worden met 15 verminderd met ingang van de eerste dag van de maand waarin de uitkeringsgerechtigde de leeftijd van 65 jaar bereikt, tenzij artikel 8, derde lid, onder b, van toepassing is.
|
||||
b. De percentages, genoemd in het eerste lid, onder e en f, worden met 20 verminderd met ingang van de eerste dag van de maand waarin de uitkeringsgerechtigde de leeftijd van 65 jaar bereikt, tenzij artikel 8, derde lid, onder b, van toepassing is.
|
||||
a. De percentages, genoemd in het eerste lid, onder *a*, *b, c* en *d*, worden met 15 verminderd met ingang van de eerste dag van de maand waarin de uitkeringsgerechtigde de leeftijd van 65 jaar bereikt, tenzij artikel 8, derde lid, onder b, van toepassing is.
|
||||
b. De percentages, genoemd in het eerste lid, onder *e* en *f*, worden met 20 verminderd met ingang van de eerste dag van de maand waarin de uitkeringsgerechtigde de leeftijd van 65 jaar bereikt, tenzij artikel 8, derde lid, onder b, van toepassing is.
|
||||
|
||||
**3.** In de in het eerste lid onder a, b, c en d genoemde percentages is een toeslagpercentage van 5 begrepen. Deze toeslag bedraagt niet minder dan een bedrag overeenkomende met 10% van de grondslag genoemd in artikel 8, zevende lid, onder a.
|
||||
|
||||
|
|
@ -295,16 +295,6 @@ b. aan de gehuwde uitkeringsgerechtigde, van wie de echtgenoot recht heeft op en
|
|||
|
||||
**3.** Onder enig pensioen als bedoeld in het tweede lid, onder b, wordt verstaan, een pensioen ten laste van de Nederlandse Schatkist of die van de Nederlandse Antillen of Aruba, van een publiekrechtelijk lichaam of een privaatrechtelijke rechtspersoon in Nederland, de Nederlandse Antillen of Aruba, dan wel ten laste van een door het openbaar gezag in Nederland, de Nederlandse Antillen of Aruba ingesteld fonds, alsmede een uitkering ingevolge deze wet of de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940–1945.
|
||||
|
||||
### Artikel 17a
|
||||
|
||||
**1.** Indien de uitkeringsgerechtigde over zijn uitkering de inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in artikel 41 van de Zorgverzekeringswet, verschuldigd is, heeft hij recht op een toeslag. Deze toeslag bedraagt het percentage van de uitkering dat overeenkomt met het bijdragepercentage, bedoeld in artikel 45, tweede lid, van de Zorgverzekeringswet, vermenigvuldigd met anderhalf, voorzover de uitkering is te rekenen tot het deel van het bijdrage-inkomen, bedoeld in artikel 43, eerste lid, onderdeel a, van de Zorgverzekeringswet.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de uitkeringsgerechtigde over zijn uitkering de bijdrage, bedoeld in artikel 69, tweede lid, van de Zorgverzekeringswet, verschuldigd is heeft hij recht op een toeslag. Voor de berekening van deze toeslag is het eerste lid, tweede volzin, van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** Het in aanmerking te nemen bijdrage-inkomen bedraagt op jaarbasis ten hoogste het bedrag, bedoeld in artikel 43, tweede lid, van de Zorgverzekeringswet.
|
||||
|
||||
**4.** In afwijking van de artikelen 59 en 59a worden de toeslagen, bedoeld in het eerste en tweede lid, in de maand waarin de betaling plaatsvindt definitief vastgesteld.
|
||||
|
||||
### Artikel 18
|
||||
|
||||
**1.** Indien de op 31 december 1995 reeds ingegane pensioenen en reeds bestaande uitzichten op pensioen, bedoeld in artikel 10 van de Wet privatisering ABP, ingevolge dat artikel worden aangepast aan een algemene bezoldigingswijziging, worden de grondslagen, bedoeld in artikel 8, eerste, tweede en zesde lid, naar overeenkomstige normen en voorwaarden aangepast. Onze Minister stelt de regels voor de uitvoering van de eerste volzin. Indien de algemene bezoldigingswijziging een verhoging is, werken deze regels zo nodig terug tot en met de datum waarop bedoelde algemene bezoldigingswijziging is ingegaan.
|
||||
|
|
@ -348,7 +338,7 @@ d. de overige inkomsten, met uitzondering van inkomsten van de echtgenoot van de
|
|||
|
||||
|
||||
|
||||
a. De inkomsten uit vermogen, bedoeld in het eerste lid, onder c, worden berekend naar het vermogen dat de uitkeringsgerechtigde en zijn echtgenoot op het tijdstip van de aanvraag, bedoeld in artikel 30, bezitten. Deze inkomsten worden jaarlijks bepaald op een percentage van dat vermogen dat gelijk is aan het forfaitaire rendementspercentage, genoemd in artikel 5.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001, met dien verstande dat van het aldus berekende bedrag f 1428 per 1 januari 2006: € 733,54. per jaar wordt vrijgelaten.
|
||||
a. De inkomsten uit vermogen, bedoeld in het eerste lid, onder c, worden berekend naar het vermogen dat de uitkeringsgerechtigde en zijn echtgenoot op het tijdstip van de aanvraag, bedoeld in artikel 30, bezitten. Deze inkomsten worden jaarlijks bepaald op een percentage van dat vermogen dat gelijk is aan het forfaitaire rendementspercentage, genoemd in artikel 5.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001, met dien verstande dat van het aldus berekende bedrag f 1428 per 1 januari 2007: € 739,97 per jaar wordt vrijgelaten.
|
||||
b. Indien na het tijdstip van de aanvraag aan de uitkeringsgerechtigde en zijn echtgenoot andere vermogensbestanddelen toevallen, worden de inkomsten uit het vermogen opnieuw berekend overeenkomstig het bepaalde onder *a*.
|
||||
c. Wijziging van het vermogen, anders dan bedoeld onder *b*, geeft geen aanleiding tot herziening van de overeenkomstig dit lid, onder *a* en *b* vastgestelde inkomsten, tenzij het vermogen, door oorzaken gelegen in factoren waarop de uitkeringsgerechtigde generlei invloed heeft kunnen uitoefenen, zodanig is verminderd, dat dit tot een klaarblijkelijke hardheid zou leiden. Bij de beoordeling hiervan wordt rekening gehouden met de totale vermogens- en inkomstenpositie van de uitkeringsgerechtigde en zijn echtgenoot.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue