2003-11-30 | BWBR0014248 | Besluit vaststelling entschema Verordening bestrijding Ziekte van Aujeszky 2002

This commit is contained in:
Coornhert 2003-11-30 12:00:00 +00:00
parent f8e39fc524
commit c028be0892

View file

@ -33,51 +33,30 @@ In dit Uitvoeringsbesluit wordt voorts verstaan onder:
Als entschema bedoeld in artikel 2, eerste lid van de Verordening bestrijding Ziekte van Aujeszky 2002, wordt voor heel Nederland het navolgende entschema vastgesteld:
I. I.
vrouwelijke opfokvarkens:
dienen tot het moment van eerste dekking casu quo inseminatie driemaal als volgt te worden geënt:
eerste enting in de periode van de 10e tot de 12e levensweek;
tweede enting in de periode van de 14e tot de 16e levensweek;
derde enting in de periode van de 20e levensweek tot twee weken voor de eerste dekking casu quo inseminatie.
mannelijke opfokvarkens:
dienen tot de leeftijd van 200 dagen driemaal als volgt te worden geënt:
eerste enting in de periode van de 10e tot de 12e levensweek;
tweede enting in de periode van de 14e tot de 16e levensweek;
derde enting in de periode van de 20e levensweek tot aan de leeftijd van 200 dagen.
I. vrouwelijke opfokvarkens:
dienen tot het moment van eerste dekking casu quo inseminatie driemaal als volgt te worden geënt:
- eerste enting in de periode van de 10e tot de 12e levensweek;
- tweede enting in de periode van de 14e tot de 16e levensweek;
- derde enting in de periode van de 20e levensweek tot twee weken voor de eerste dekking casu quo inseminatie.
mannelijke opfokvarkens:
dienen tot de leeftijd van 200 dagen driemaal als volgt te worden geënt:
- eerste enting in de periode van de 10e tot de 12e levensweek;
- tweede enting in de periode van de 14e tot de 16e levensweek;
- derde enting in de periode van de 20e levensweek tot aan de leeftijd van 200 dagen.
II. II.
vleesvarkens:
dienen tweemaal als volgt te worden geënt:
eerste enting in de periode van de 10e tot de 16e levensweek;
tweede enting vier weken na de eerste enting.
II. vleesvarkens:
dienen tweemaal als volgt te worden geënt:
- eerste enting in de periode van de 10e tot de 16e levensweek;
- tweede enting vier weken na de eerste enting.
III. III.
zeugen en beren:
dienen tenminste driemaal per jaar te worden geënt, met een maximale periode van vier maanden tussen twee entingen.
III. zeugen en beren:
dienen tenminste driemaal per jaar te worden geënt, met een maximale periode van vier maanden tussen twee entingen.
### Artikel 3