diff --git a/amvb/besluit-aftrekbeperking-bovenmatige-deelnemingsrente/BWBR0032818/README.md b/amvb/besluit-aftrekbeperking-bovenmatige-deelnemingsrente/BWBR0032818/README.md index 5df6eaf6ae7..bc14ead369c 100644 --- a/amvb/besluit-aftrekbeperking-bovenmatige-deelnemingsrente/BWBR0032818/README.md +++ b/amvb/besluit-aftrekbeperking-bovenmatige-deelnemingsrente/BWBR0032818/README.md @@ -22,12 +22,13 @@ a. *wet:* de Wet op de vennootschapsbelasting 1969; b. *concern:* de belastingplichtige tezamen met de met hem verbonden lichamen, bedoeld in artikel 10a, vierde lid, van de wet; c. *verkrijgingsprijs:* de verkrijgingsprijs, bedoeld in artikel 13l, derde lid, van de wet; d. *fiscale eenheid:* een fiscale eenheid in de zin van de artikelen 15 en 15a van de wet; -e. *moedermaatschappij:* moedermaatschappij als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de wet; -f. *dochtermaatschappij:* dochtermaatschappij als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de wet; -g. *voegingstijdstip:* het tijdstip, bedoeld in artikel 15aa, eerste lid, onderdeel b, van de wet; -h. *geldlening:* een geldlening als bedoeld in artikel 13l, achtste lid, onderdeel a, van de wet; -i. *deelneming:* een deelneming als bedoeld in artikel 13l, achtste lid, onderdeel b, van de wet; -j. *renten en kosten ter zake van schulden:* de renten en kosten ter zake van schulden, bedoeld in artikel 15ad, tiende lid, van de wet. +e. *moedermaatschappij:* moedermaatschappij als bedoeld in artikel 15, eerste of tweede lid, van de wet; +f. *dochtermaatschappij:* dochtermaatschappij als bedoeld in artikel 15, eerste of tweede lid, van de wet; +g. *tussenmaatschappij:* tussenmaatschappij als bedoeld in artikel 15, vijfde lid, van de wet; +h. *voegingstijdstip:* het tijdstip, bedoeld in artikel 15aa, eerste lid, onderdeel b, van de wet; +i. *geldlening:* een geldlening als bedoeld in artikel 13l, achtste lid, onderdeel a, van de wet; +j. *deelneming:* een deelneming als bedoeld in artikel 13l, achtste lid, onderdeel b, van de wet; +k. *renten en kosten ter zake van schulden:* de renten en kosten ter zake van schulden, bedoeld in artikel 15ad, tiende lid, van de wet. **3.** Voor de toepassing van dit besluit worden onder aandelen mede verstaan: winstbewijzen, bewijzen van deelgerechtigdheid, lidmaatschapsrechten in een coöperatie of een vereniging op coöperatieve grondslag, aandelen van een commanditair vennoot in een open commanditaire vennootschap en schuldvorderingen als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel d, van de wet. @@ -72,7 +73,7 @@ b. de activiteiten van het lichaam waarin de aandelen worden verkregen onmiddell ### Artikel 6 -**1.** Ingeval een fiscale eenheid wordt aangegaan met een dochtermaatschappij die aandelen bezit, wordt bij de moedermaatschappij van de fiscale eenheid de verkrijgingsprijs van die aandelen gesteld op de verkrijgingsprijs van deze aandelen door de dochtermaatschappij dan wel, indien dit hoger is, op een evenredig deel van de verkrijgingsprijs van de aandelen in de dochtermaatschappij. Voor de bepaling van het kwalificerende deel van de verkrijgingsprijs is artikel 4 van overeenkomstige toepassing. +**1.** Ingeval een fiscale eenheid wordt aangegaan met een dochtermaatschappij die aandelen bezit, wordt bij de moedermaatschappij van de fiscale eenheid de verkrijgingsprijs van die aandelen gesteld op de verkrijgingsprijs van deze aandelen door de dochtermaatschappij dan wel, indien dit hoger is, op een evenredig deel van de verkrijgingsprijs van de aandelen in de dochtermaatschappij. In afwijking in zoverre van de eerste volzin wordt, voor zover het belang in de dochtermaatschappij waarmee de fiscale eenheid wordt aangegaan middellijk wordt gehouden via een tussenmaatschappij, bij de moedermaatschappij van de fiscale eenheid de verkrijgingsprijs van de bij de te voegen maatschappij in het bezit zijnde aandelen gesteld op de verkrijgingsprijs van deze aandelen door die maatschappij. Voor de bepaling van het kwalificerende deel van de verkrijgingsprijs is artikel 4 van overeenkomstige toepassing. **2.** @@ -81,7 +82,7 @@ In geval van ontvoeging van een dochtermaatschappij wordt de verkrijgingsprijs: a. van de aandelen in die maatschappij gesteld: 1°. indien die maatschappij niet is opgericht binnen de fiscale eenheid: op de verkrijgingsprijs van de aandelen in die maatschappij op het voegingstijdstip vermeerderd met eventuele kapitaalstortingen en verminderd met terugbetalingen van kapitaal; -2°. indien die maatschappij binnen de fiscale eenheid is opgericht: op het in die maatschappij bijeengebrachte kapitaal; +2°. indien die maatschappij binnen de fiscale eenheid is opgericht: op het naar rato van het aandelenbezit in die maatschappij, met inachtneming van eventueel aan dat aandelenbezit verbonden bijzondere rechten, bepaalde deel van het in die maatschappij bijeengebrachte kapitaal; b. van de aandelen die tot de bezittingen van die maatschappij behoren, gesteld op de verkrijgingsprijs van deze aandelen bij de fiscale eenheid, dan wel, indien dit lager is, de verkrijgingsprijs van de aandelen bij eerste verkrijging door het concern. Het kwalificerende deel van de verkrijgingsprijs wordt bepaald met overeenkomstige toepassing van de artikelen 4 en 5. @@ -101,6 +102,8 @@ De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing op onderlinge waarborgmaatsch **2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot een bedrag aan renten en kosten ter zake van schulden dat ingevolge de artikelen 14a, twaalfde of veertiende lid, of 14b, negende of elfde lid, van de wet niet in aftrek komt. +**3.** Ingeval door het aangaan van een fiscale eenheid een bedrag aan renten en kosten ter zake van schulden ingevolge artikel 15ad van de wet niet in aftrek komt en het belang in de maatschappij waarmee de fiscale eenheid wordt aangegaan door de belastingplichtige middellijk is verkregen door het verwerven of uitbreiden van een belang in een tussenmaatschappij, wordt genoemd bedrag aan renten en kosten dat niet in aftrek komt, in afwijking in zoverre van het eerste lid, verminderd naar evenredigheid van het deel van de verkrijgingsprijs van de aandelen in de tussenmaatschappij dat toerekenbaar is aan de vermogensbestanddelen die als gevolg van de voeging deel gaan uitmaken van het vermogen van de fiscale eenheid, voor zover dat deel van die verkrijgingsprijs bij de fiscale eenheid in aanmerking wordt genomen voor het bepalen van de deelnemingsschuld, bedoeld in artikel 13l, derde lid, van de wet. Het eerste lid, tweede volzin, is van overeenkomstige toepassing. + ### Artikel 8 Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2013.