2009-02-01 | BWBR0024238 | Wet tuchtrechtspraak accountants
This commit is contained in:
parent
445af778dc
commit
c07aed0418
1 changed files with 125 additions and 1 deletions
|
|
@ -31,6 +31,130 @@ j. *register* het register bedoeld in de artikelen 11, eerste lid, van de Wet to
|
|||
|
||||
## Hoofdstuk III. De accountantskamer
|
||||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
**1.** Er is een accountantskamer gevestigd te Zwolle.
|
||||
|
||||
**2.** De accountantskamer vormt uit haar midden kamers voor het vervullen van haar taak. Kamers kunnen ook buiten de vestigingsplaats zitting houden.
|
||||
|
||||
**3.** De accountantskamer stelt bij reglement nadere regels vast over haar werkwijze.
|
||||
|
||||
### Artikel 11
|
||||
|
||||
**1.** De accountantskamer heeft een voorzitter, ten hoogste acht leden en een secretaris.
|
||||
|
||||
**2.** De accountantskamer heeft ten hoogste tien plaatsvervangende leden.
|
||||
|
||||
**3.** De accountantskamer kan een of meer plaatsvervangend-secretarissen hebben.
|
||||
|
||||
**4.** De voorzitter van de accountantskamer wijst twee personen, bedoeld in artikel 12, tweede lid, eerste volzin, aan als plaatsvervangend voorzitter.
|
||||
|
||||
### Artikel 12
|
||||
|
||||
**1.** De voorzitter is rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast.
|
||||
|
||||
**2.** Van de leden is de helft rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast. De overige leden zijn accountant of deskundig ter zake van werkzaamheden die accountants verrichten.
|
||||
|
||||
**3.** Van de plaatsvervangende leden is de meerderheid rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast. De overige plaatsvervangende leden zijn accountant of deskundig ter zake van werkzaamheden die accountants verrichten.
|
||||
|
||||
**4.** De secretaris en de plaatsvervangend-secretarissen zijn gerechtssecretaris.
|
||||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
||||
De voorzitter, de leden, de plaatsvervangende leden, de secretaris en de plaatsvervangend-secretarissen worden op voordracht van Onze Minister bij koninklijk besluit benoemd voor een periode van zes jaren.
|
||||
|
||||
### Artikel 14
|
||||
|
||||
**1.** De secretaris en de leden zijn voor hun werkzaamheden enkel verantwoording verschuldigd aan de accountantskamer.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 42 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren is ten aanzien van de voorzitter de leden en de secretaris van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 15
|
||||
|
||||
**1.** De voorzitter, de leden en de secretaris leggen voorafgaand aan de aanvang van hun werkzaamheden voor de accountantskamer de eed of belofte af. Het formulier voor de eed of belofte wordt als bijlage bij deze wet gevoegd.
|
||||
|
||||
**2.** De voorzitter legt de eed of belofte af ten overstaan van een plaatsvervangend-voorzitter.
|
||||
|
||||
**3.** De leden en de secretaris leggen de eed of belofte af ten overstaan van de voorzitter.
|
||||
|
||||
**4.** Bij een opvolgende benoeming binnen de accountantskamer van de voorzitter, een lid of de secretaris blijft de beëdiging achterwege.
|
||||
|
||||
**5.** De secretaris houdt een register waarin de koninklijke besluiten van de bij de accountantskamer benoemde personen en de formulieren van de eed/belofte worden bewaard.
|
||||
|
||||
### Artikel 16
|
||||
|
||||
**1.** De voorzitter, de leden en de secretaris zijn geen lid van het bestuur van of werknemer bij de Autoriteit Financiële Markten, een klachtencommissie belast met het behandelen van klachten inzake externe accountants, Accountants-Administratieconsulenten of registeraccountants, de NOvAA of het NIVRA. Onze Minister kan regels stellen ten aanzien van functies of betrekkingen die zich niet verhouden tot het lidmaatschap van de accountantskamer.
|
||||
|
||||
**2.** Tussen de voorzitter, de leden en de secretaris mag niet bestaan een verhouding van werkgever tot werknemer. Zij mogen niet met elkaar in de uitoefening van een beroep voor gemene rekening of onder gemeenschappelijke naam optreden.
|
||||
|
||||
**3.** Tussen de voorzitter, de leden en de secretaris mag niet bestaan de verhouding van echtgenoten of geregistreerde partners, bloed- of aanverwantschap tot de derde graad ingesloten.
|
||||
|
||||
### Artikel 17
|
||||
|
||||
De voorzitter, de leden en de secretaris zijn verplicht tot geheimhouding van de gegevens waarover zij bij de uitoefening van hun taak de beschikking krijgen en waarvan zij het vertrouwelijke karakter kennen of redelijkerwijs moeten vermoeden, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hen tot mededeling verplicht of uit hun taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit.
|
||||
|
||||
### Artikel 18
|
||||
|
||||
**1.** Het lidmaatschap van de accountantskamer van de voorzitter, de leden en de secretaris vervalt van rechtswege indien zij ophouden te voldoen aan de vereisten voor benoeming. Het lidmaatschap eindigt voorts van rechtswege door het verstrijken van de benoemingstermijn van zes jaar. Na deze termijn is herbenoeming mogelijk.
|
||||
|
||||
**2.** De voorzitter, de leden en de secretaris kunnen op eigen verzoek bij koninklijk besluit worden ontslagen.
|
||||
|
||||
**3.** De voorzitter, de leden en de secretaris worden in ieder geval bij koninklijk besluit ontslagen met ingang van de eerste dag van de maand volgend op die waarin zij de leeftijd van zeventig jaren hebben bereikt.
|
||||
|
||||
**4.** De voorzitter, de leden en de secretaris kunnen bij koninklijk besluit worden ontslagen op de gronden aangegeven in de artikelen 46c, tweede lid, 46d, tweede lid, 46l, eerste en derde lid, en 46m van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren en indien zij wegens ziekte ongeschikt zijn voor hun taak, mits de ongeschiktheid twee jaar onafgebroken heeft geduurd en herstel binnen zes maanden na de termijn van twee jaar redelijkerwijs niet is te verwachten.
|
||||
|
||||
### Artikel 19
|
||||
|
||||
**1.** De voorzitter, de leden en de plaatsvervangende leden die rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast zijn, worden voor hun werkzaamheden voor de accountantskamer vrijgesteld.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister compenseert het betrokken gerecht voor de vrijgestelde tijd overeenkomstig de bezoldiging die de voorzitter, de leden en de plaatsvervangende leden, bedoeld in het eerste lid, op grond van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren ontvangen.
|
||||
|
||||
**3.** De overige leden en plaatsvervangende leden ontvangen van Onze Minister een vacatiegeld voor hun werkzaamheden voor de accountantskamer volgens bij ministeriële regeling te stellen regels.
|
||||
|
||||
**4.** De opgeroepen getuigen en deskundigen ontvangen ten laste van Onze Minister een vergoeding overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens de Wet tarieven in strafzaken.
|
||||
|
||||
### Artikel 20
|
||||
|
||||
**1.** De artikelen 14 tot en met 18 zijn van overeenkomstige toepassing op de plaatsvervangers van de voorzitter, de leden en de secretaris.
|
||||
|
||||
**2.** De artikelen 34 en 35 zijn van overeenkomstige toepassing op de plaatsvervangers van de voorzitter en de leden.
|
||||
|
||||
### Artikel 21
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister draagt de kosten van de accountantskamer.
|
||||
|
||||
**2.** De accountantskamer stelt jaarlijks een begroting op van de in het daaropvolgende jaar te verwachten baten en lasten, investeringsuitgaven alsmede inkomsten en uitgaven met betrekking tot de uitvoering van de bij en krachtens deze wet opgedragen taak en de daaruit voortvloeiende werkzaamheden.
|
||||
|
||||
**3.** De begrotingsposten worden van een toelichting voorzien.
|
||||
|
||||
**4.** Tenzij de werkzaamheden waarop de begroting betrekking heeft nog niet eerder werden verricht, bevat de begroting een vergelijking met de begroting van het lopende jaar waarmee Onze Minister heeft ingestemd.
|
||||
|
||||
**5.** De accountantskamer zendt de begroting voor 1 december van het aan het begrotingsjaar voorafgaande jaar ter instemming aan Onze Minister.
|
||||
|
||||
**6.** De instemming kan worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. Ingeval van gebleken strijdigheid wordt instemming niet onthouden dan nadat de accountantskamer in de gelegenheid is gesteld de begroting aan te passen, binnen een door Onze Minister te stellen redelijke termijn.
|
||||
|
||||
**7.** Wanneer Onze Minister niet met de begroting heeft ingestemd vóór 1 januari van het jaar waarop deze betrekking heeft, kan de accountantskamer, in het belang van een juiste uitvoering van haar taak, voor het aangaan van verplichtingen en het verrichten van uitgaven beschikken over ten hoogste drie twaalfde gedeelten van de bedragen die bij de overeenkomstige onderdelen in de begroting van het voorafgaande jaar waren toegestaan.
|
||||
|
||||
### Artikel 21a
|
||||
|
||||
Indien gedurende het jaar aanmerkelijke verschillen ontstaan of dreigen te ontstaan tussen de werkelijke en begrote baten en lasten dan wel inkomsten en uitgaven, doet de accountantskamer daarvan onverwijld mededeling aan Onze Minister onder vermelding van de oorzaak van de verschillen.
|
||||
|
||||
### Artikel 21b
|
||||
|
||||
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld voor de inrichting van de begroting.
|
||||
|
||||
### Artikel 21c
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Artikel 21d
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Artikel 21e
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk IV. Het tuchtgeding in eerste aanleg
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk V. Het beroep
|
||||
|
|
@ -55,7 +179,7 @@ Wijzigt de Wet toezicht accountantsorganisaties.
|
|||
|
||||
### Artikel 51
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
In afwijking van artikel 15 legt de eerste voorzitter van de accountantskamer de eed of belofte, bedoeld in artikel 15, af, ten overstaan van de president van het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
|
||||
|
||||
### Artikel 52
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue