From c08468df1d2203454c2d4115c78ecce5b9384f6f Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Thu, 1 Jan 2015 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2015-01-01 | BWBR0024649 | Wet tijdelijk huisverbod --- wet/wet-tijdelijk-huisverbod/BWBR0024649/README.md | 4 ++-- 1 file changed, 2 insertions(+), 2 deletions(-) diff --git a/wet/wet-tijdelijk-huisverbod/BWBR0024649/README.md b/wet/wet-tijdelijk-huisverbod/BWBR0024649/README.md index dff3b47155a..ca5c9a2e043 100644 --- a/wet/wet-tijdelijk-huisverbod/BWBR0024649/README.md +++ b/wet/wet-tijdelijk-huisverbod/BWBR0024649/README.md @@ -24,7 +24,7 @@ c. *uithuisgeplaatste:* degene aan wie een huisverbod is opgelegd. **2.** Een huisverbod kan slechts worden opgelegd aan een meerderjarig persoon. -**3.** Indien de burgemeester voornemens is het huisverbod op te leggen wegens kindermishandeling of een ernstig vermoeden daarvan, neemt hij contact op met de stichting, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet op de jeugdzorg teneinde te overleggen over het voornemen om een huisverbod op te leggen. +**3.** Indien de burgemeester voornemens is het huisverbod op te leggen wegens kindermishandeling of een ernstig vermoeden daarvan, neemt hij contact op met het advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling, bedoeld in artikel 4.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 teneinde te overleggen over het voornemen om een huisverbod op te leggen. **4.** @@ -95,7 +95,7 @@ De griffier zendt een afschrift van de uitspraak of van het proces-verbaal van d a. de echtgenoot, geregistreerde partner, andere levensgezel of andere meerderjarige persoon met wie de uithuisgeplaatste het huishouden deelt; b. de politie van de gemeente waar het huisverbod is opgelegd; -c. ingeval er minderjarigen betrokken zijn: de stichting, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet op de jeugdzorg. +c. ingeval er minderjarigen betrokken zijn: het advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling, bedoeld in artikel 4.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. **2.** De griffier stelt de uithuisgeplaatste, de raadsman van de uithuisgeplaatste en de burgemeester onverwijld mondeling op de hoogte van de uitspraak. De burgemeester stelt de personen, bedoeld in het eerste lid, onder a, voor zover zij niet aanwezig waren ter zitting waarop de uitspraak werd gedaan, en de politie onverwijld mondeling op de hoogte van de uitspraak.