2008-07-16 | BWBR0016637 | Wet op de jeugdzorg
This commit is contained in:
parent
38e8bafde3
commit
c08f223b74
1 changed files with 6 additions and 6 deletions
|
|
@ -46,7 +46,7 @@ w. eigen bijdrage: de bijdrage, bedoeld in artikel 70;
|
|||
x. pleegouder: degene die in het kader van jeugdzorg een jeugdige die niet zijn kind of stiefkind is, als behorende tot zijn gezin verzorgt en opvoedt;
|
||||
y. verwerken van persoonsgegevens: verwerking van persoonsgegevens als bedoeld in artikel 1, onder b, van de Wet bescherming persoonsgegevens;
|
||||
z. vertrouwenspersoon: een persoon werkzaam bij een rechtspersoon als bedoeld in artikel 41, vierde lid, die, onafhankelijk van het bestuur en van personen in dienst van de stichting of de zorgaanbieder, cliënten van het door de stichting in stand gehouden bureau jeugdzorg of van de zorgaanbieder op hun verzoek ondersteunt in aangelegenheden samenhangend met de door de stichting uitgeoefende taken onderscheidenlijk aangelegenheden samenhangend met de geboden jeugdzorg;
|
||||
aa. landelijk bureau inning onderhoudsbijdragen: het bureau, genoemd in artikel 2, eerste lid, van de Wet Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen.
|
||||
aa. Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen: het bureau, genoemd in artikel 2, eerste lid, van de Wet Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen.
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
|
|
@ -212,7 +212,7 @@ e. het op de hoogte stellen van degene die een melding heeft gedaan, van de stap
|
|||
|
||||
### Artikel 12
|
||||
|
||||
De stichting heeft verder tot taak aan het landelijk bureau inning onderhoudsbijdragen onverwijld schriftelijk mededeling te doen van de aanvang en beëindiging van jeugdzorg waarvoor een ouderbijdrage verschuldigd is. Deze mededeling bevat de gegevens die nodig zijn voor de vaststelling van de bijdrage. De mededeling wordt gedaan met gebruikmaking van een door Onze Ministers vastgesteld formulier.
|
||||
De stichting heeft verder tot taak aan het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen onverwijld schriftelijk mededeling te doen van de aanvang, de wijziging en de beëindiging van jeugdzorg waarvoor een ouderbijdrage verschuldigd is. Deze mededeling bevat de gegevens die nodig zijn voor de vaststelling van de bijdrage. De mededeling wordt gedaan met gebruikmaking van een door Onze Ministers vastgesteld formulier.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3. Kwaliteit
|
||||
|
||||
|
|
@ -268,7 +268,7 @@ De stichting gaat bij de uitoefening van haar taken uit van de godsdienstige gez
|
|||
|
||||
**4.** Gedeputeerde staten doen van een aanwijzing mededeling aan de inspectie.
|
||||
|
||||
**5.** Indien het nemen van maatregelen in verband met gevaar voor een ernstige aantasting van de belangen van de cliënten redelijkerwijs geen uitstel kan lijden, kan de ingevolge artikel 47 met het toezicht belaste ambtenaar een schriftelijk bevel geven, waarvan afschrift wordt gezonden aan gedeputeerde staten van de betrokken provincie. Het bevel heeft een geldigheidsduur van zeven dagen, welke door gedeputeerde staten kunnen worden verlengd.
|
||||
**5.** Indien het nemen van maatregelen in verband met gevaar voor een ernstige aantasting van de belangen van de cliënten redelijkerwijs geen uitstel kan lijden, kan de ingevolge artikel 47 met het toezicht belaste ambtenaar een schriftelijk bevel geven, waarvan afschrift wordt gezonden aan gedeputeerde staten van de betrokken provincie. Het bevel heeft een geldigheidsduur van zeven dagen, welke door gedeputeerde staten kan worden verlengd.
|
||||
|
||||
**6.** De stichting is verplicht binnen de daarbij gestelde termijn aan de aanwijzing onderscheidenlijk onmiddellijk aan het bevel te voldoen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -995,7 +995,7 @@ b. de leeftijd van twaalf jaren heeft bereikt en niet in staat kan worden geacht
|
|||
|
||||
### Artikel 55
|
||||
|
||||
**1.** Onverminderd het tweede lid en artikel 56 bewaren de stichting en de zorgaanbieder bescheiden die deze met betrekking tot een cliënt onder zich hebben gedurende tien jaren, te rekenen van het tijdstip waarop zij zijn vervaardigd, of zoveel langer als redelijkerwijs in verband met een zorgvuldige hulpverlening noodzakelijk is.
|
||||
**1.** Onverminderd het tweede lid en artikel 56 bewaren de stichting en de zorgaanbieder bescheiden die deze met betrekking tot een cliënt onder zich hebben gedurende vijftien jaren, te rekenen van het tijdstip waarop zij zijn vervaardigd, of zoveel langer als redelijkerwijs in verband met een zorgvuldige hulpverlening noodzakelijk is.
|
||||
|
||||
**2.** De stichting bewaart, voor zover deze de taken, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder a, b, en e, uitoefent, de bescheiden tot het jongste kind van het gezin waartoe de jeugdige behoort en met welk gezin het bureau bemoeienis heeft gehad, meerderjarig is geworden, een en ander voor zover aannemelijk gemaakt kan worden dat het bewaren een bijdrage kan leveren aan het beëindigen van een mogelijke situatie van kindermishandeling, of van belang kan zijn voor een situatie waarin een maatregel met betrekking tot het gezag over een minderjarige overwogen dient te worden.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1216,7 +1216,7 @@ Geen ouderbijdrage is verschuldigd indien:
|
|||
a. de jeugdige met het oog op adoptie niet meer door zijn ouders wordt verzorgd en opgevoed;
|
||||
b. de ouders van het gezag over de jeugdige zijn ontheven of ontzet;
|
||||
c. het verblijf en de verzorging worden geboden in een acute noodsituatie, zulks voor de duur van ten hoogste zes weken;
|
||||
d. aan een minderjarige jeugdige nog jeugdzorg wordt geboden als bedoeld in artikel 69 na schriftelijk aan het landelijk bureau inning onderhoudsbijdragen kenbaar gemaakt bezwaar door degene die het ouderlijk gezag of de voogdij uitoefent, tenzij het een jeugdige betreft ten aanzien van wie een maatregel van kinderbescherming is getroffen die tot verlening van zodanige zorg strekt of die deze noodzakelijk maakt;
|
||||
d. aan een minderjarige jeugdige nog jeugdzorg wordt geboden als bedoeld in artikel 69 na schriftelijk aan het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen kenbaar gemaakt bezwaar door degene die het ouderlijk gezag of de voogdij uitoefent, tenzij het een jeugdige betreft ten aanzien van wie een maatregel van kinderbescherming is getroffen die tot verlening van zodanige zorg strekt of die deze noodzakelijk maakt;
|
||||
e. het bij de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 70, tweede lid, te bepalen inkomen van de jeugdige een bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen bedrag te boven gaat.
|
||||
|
||||
**2.** Geen ouderbijdrage is verschuldigd door de ouder of stiefouder ten aanzien van wie de rechter op de voet van de artikelen 406 en 407 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek of van artikel 822, eerste lid, onder c, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering een bedrag heeft bepaald dat hij periodiek moet betalen ter voorziening in de kosten van verzorging en opvoeding van zijn kind of stiefkind.
|
||||
|
|
@ -1237,7 +1237,7 @@ Het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen kan in bij algemene maatregel va
|
|||
|
||||
### Artikel 74
|
||||
|
||||
**1.** De bijdrageplichtige, bedoeld in artikel 69, eerste lid, is verplicht aan de betrokken stichting desgevraagd alle inlichtingen te geven die nodig zijn voor de vaststelling en inning van de ouderbijdrage.
|
||||
**1.** De bijdrageplichtige, bedoeld in artikel 69, eerste lid, is verplicht aan het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen desgevraagd alle inlichtingen te geven die nodig zijn voor de vaststelling en inning van de ouderbijdrage.
|
||||
|
||||
**2.** De jeugdige, die ingevolge artikel 70, eerste lid, een eigen bijdrage verschuldigd is, is verplicht aan de zorgaanbieder die belast is met de vaststelling en de inning van de eigen bijdrage alle inlichtingen te geven die deze daartoe nodig heeft.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue