From c0bb87a42641611a4e1058c11402c88ccd3978ea Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Sat, 1 Apr 2017 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2017-04-01 | BWBR0034553 | Wet maatregelen woningmarkt 2014 II --- .../BWBR0034553/README.md | 395 ++++++++++++++++-- 1 file changed, 364 insertions(+), 31 deletions(-) diff --git a/wet/wet-maatregelen-woningmarkt-2014-ii/BWBR0034553/README.md b/wet/wet-maatregelen-woningmarkt-2014-ii/BWBR0034553/README.md index a94e935320a..ae3d1617d30 100644 --- a/wet/wet-maatregelen-woningmarkt-2014-ii/BWBR0034553/README.md +++ b/wet/wet-maatregelen-woningmarkt-2014-ii/BWBR0034553/README.md @@ -3,7 +3,7 @@ titel: Wet maatregelen woningmarkt 2014 II bwb_id: BWBR0034553 type: wet status: geldend -datum_inwerkingtreding: '2014-01-01' +datum_inwerkingtreding: '2017-02-01' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0034553 citeertitel: Wet maatregelen woningmarkt 2014 II --- @@ -36,7 +36,7 @@ c. *groep:* de combinatie van rechtspersonen in het geval een rechtspersoon meer 3°. in het kapitaal van die andere rechtspersoon; d. *heffingsjaar:* kalenderjaar waarover de verhuurderheffing is verschuldigd; e. *huurwoning:* in Nederland gelegen voor verhuur bestemde woning die ingevolge artikel 16 van de Wet waardering onroerende zaken als één onroerende zaak wordt aangemerkt en waarvan de huurprijs niet hoger is dan het bedrag, genoemd in artikel 13, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op de huurtoeslag, met uitzondering van een woning die wordt verhuurd in het kader van het hotel-, pension-, kamp- en vakantiebestedingsbedrijf aan personen die in die woning voor een korte periode verblijf houden; -f. *investeringskosten:* door de belastingplichtige betaalde investeringskosten die drukken op de belastingplichtige en noodzakelijkerwijs voortvloeien uit het verrichten van de activiteiten, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, onder 1° tot en met 6°; +f. *investeringskosten:* door de belastingplichtige betaalde investeringskosten die drukken op de belastingplichtige en noodzakelijkerwijs voortvloeien uit het verrichten van de activiteiten, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, onder 1° tot en met 7°; g. *Onze Minister:* Onze Minister voor Wonen en Rijksdienst; h. *WOZ-waarde:* volgens hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor een kalenderjaar vastgestelde waarde. @@ -45,14 +45,15 @@ h. *WOZ-waarde:* volgens hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voo In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt voorts verstaan onder: a. *heffingsvermindering:* vermindering van de verhuurderheffing op grond van een definitieve investeringsverklaring; -b. *voorgenomen investering:* op of na 1 januari 2014 te verrichten activiteit die betreft: +b. *voorgenomen investering:* te verrichten activiteit die betreft: -1°. bouw van huurwoningen; -2°. grootschalige verbouw van huurwoningen; -3°. verbouw van niet voor bewoning bestemde ruimten tot huurwoningen; -4°. sloop van huurwoningen; -5°. kleinschalige verbouw van huurwoningen, of -6°. samenvoeging van huurwoningen teneinde een of meer huurwoningen te verkrijgen; +1°. bouw van huurwoningen waarvan de huurprijs gelijk of hoger is dan het bedrag, genoemd in artikel 20, tweede lid, onderdeel a, van de Wet op de huurtoeslag; +2°. bouw van huurwoningen waarvan de huurprijs lager is dan het bedrag, genoemd in artikel 20, tweede lid, onderdeel a, van de Wet op de huurtoeslag; +3°. grootschalige verbouw van huurwoningen; +4°. verbouw van niet voor bewoning bestemde ruimten tot huurwoningen; +5°. sloop van huurwoningen; +6°. kleinschalige verbouw van huurwoningen, of +7°. samenvoeging van huurwoningen teneinde een of meer huurwoningen te verkrijgen; c. *voorlopige investeringsverklaring:* schriftelijke kennisgeving van Onze Minister aan de aanvrager, met gegevens over: 1°. de voorgenomen investering en @@ -81,7 +82,21 @@ De verhuurderheffing wordt geheven naar het belastbare bedrag. ### Artikel 1.6 -Het belastbare bedrag is de som van de WOZ-waarden van de huurwoningen waarvan de belastingplichtige bij aanvang van het kalenderjaar het genot krachtens eigendom, bezit of beperkt recht heeft, verminderd met tien maal de gemiddelde WOZ-waarde van die huurwoningen. +**1.** Het belastbare bedrag is de som van de WOZ-waarden van de huurwoningen waarvan de belastingplichtige bij aanvang van het kalenderjaar het genot krachtens eigendom, bezit of beperkt recht heeft, verminderd met tien maal de gemiddelde WOZ-waarde van die huurwoningen. + +**2.** + +Van de huurwoningen, bedoeld in het eerste lid, zijn uitgezonderd de huurwoningen die de belastingplichtige in eigendom verwerft tussen 1 januari 2017 en 31 december 2021 voor zover de belastingplichtige een toegelaten instelling is als bedoeld in artikel 1 van de Woningwet en voor zover die huurwoningen: + +a. gelegen zijn in een gemeente als bedoeld in artikel 1.11, tweede lid, onderdelen b en c; +b. zijn opgenomen in een plan dat beoogt uitvoering te geven aan een activiteit in het kader van stedelijke vernieuwing als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet, en +c. de belastingplichtige hiervoor een verklaring heeft van Onze Minister. + +**3.** De uitzondering, bedoeld in het tweede lid, geldt voor een periode van twintig jaren nadat de huurwoning in eigendom is verworven. + +**4.** De aanvraag om in aanmerking te komen voor de toepassing van de uitzondering, bedoeld in het tweede lid, wordt langs elektronische weg ingediend bij Onze Minister. + +**5.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de toepassing van het tweede lid, alsmede omtrent de aanvraag, bedoeld in het vierde lid. ### Afdeling 4. Tarief @@ -117,35 +132,66 @@ De verhuurderheffing wordt verschuldigd op 1 januari van het kalenderjaar. **2.** Indien het bedrag van de heffingsvermindering hoger is dan het bedrag van de verhuurderheffing, kan de belastingplichtige het deel van het bedrag van de heffingsvermindering in mindering brengen dat gelijk is aan de verhuurderheffing. De belastingplichtige kan het deel van het bedrag van de heffingsvermindering, dat hij in enig heffingsjaar niet op het bedrag van de verhuurderheffing in mindering heeft kunnen brengen, in mindering brengen op de over een volgend heffingsjaar verschuldigde verhuurderheffing, doch niet later dan in het heffingsjaar dat ten hoogste drie jaren ligt na het jaar van de dagtekening van de definitieve investeringsverklaring. +**3.** Indien aan de belastingplichtige een besluit als bedoeld in artikel 1.13, vijfde lid, is afgegeven, vermeerdert de belastingplichtige het bedrag van de verhuurderheffing in het eerstvolgende aanslagjaar na bekendmaking van dat besluit, met het bedrag, genoemd in dat besluit. + ### Artikel 1.11 **1.** De heffingsvermindering bedraagt in geval van: -a. bouw van huurwoningen: € 15.000 per gebouwde huurwoning; -b. grootschalige verbouw van huurwoningen: € 15.000 per verbouwde huurwoning; -c. verbouw van niet voor bewoning bestemde ruimten tot huurwoningen: € 10.000 per gerealiseerde huurwoning; -d. sloop van huurwoningen: € 15.000 per gesloopte huurwoning; -e. kleinschalige verbouw van huurwoningen: € 10.000 per verbouwde huurwoning en -f. samenvoeging van huurwoningen teneinde een of meer huurwoningen te verkrijgen: € 15.000 per huurwoning waarmee het aantal huurwoningen door die samenvoeging is verminderd. +a. bouw van huurwoningen als bedoeld in artikel 1.2, tweede lid, onderdeel b, onder 1°: € 25.000 per gebouwde huurwoning; +b. de bouw van huurwoningen als bedoeld in artikel 1.2, tweede lid, onderdeel b, onder 2°, die niet gelegen zijn in een gebied als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, of in een gemeente als bedoeld in het tweede lid, onderdeel d: € 10.000 per gebouwde huurwoning; +c. de bouw van huurwoningen als bedoeld in artikel 1.2, tweede lid, onderdeel b, onder 2°, die gelegen zijn in een gemeente als bedoeld in het tweede lid, onderdeel d: € 20.000 per gebouwde huurwoning; +d. de bouw van huurwoningen als bedoeld in artikel 1.2, tweede lid, onderdeel b, onder 2°, die gelegen zijn in een gebied als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a: € 35.000 per gebouwde huurwoning; +e. grootschalige verbouw van huurwoningen: € 25.000 per verbouwde huurwoning; +f. verbouw van niet voor bewoning bestemde ruimten tot huurwoningen: € 10.000 per gerealiseerde huurwoning; +g. sloop van huurwoningen: € 25.000 per gesloopte huurwoning; +h. kleinschalige verbouw van huurwoningen: € 10.000 per verbouwde huurwoning; +i. samenvoeging van huurwoningen teneinde een of meer huurwoningen te verkrijgen: € 25.000 per huurwoning waarmee het aantal huurwoningen door die samenvoeging is verminderd, en +j. de bouw van huurwoningen als bedoeld in artikel 1.2, tweede lid, onderdeel b, onder 2°, die gelegen zijn in een gebied als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a: € 25.000 per gebouwde huurwoning. **2.** De heffingsvermindering is: -a. met betrekking tot gerealiseerde investeringen als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, b en e, uitsluitend van toepassing in de deelgemeenten Charlois, Feijenoord en IJsselmonde van de gemeente Rotterdam, en -b. met betrekking tot gerealiseerde investeringen als bedoeld in het eerste lid, onderdelen d en f, uitsluitend van toepassing in de in onderdeel a genoemde deelgemeenten en in de gemeenten Appingedam, Beek, Bellingwedde, Brunssum, De Marne, Delfzijl, Eemsmond, Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem, Heerlen, Hulst, Kerkrade, Landgraaf, Loppersum, Maastricht, Meerssen, Menterwolde, Nuth, Oldambt, Onderbanken, Pekela, Schinnen, Simpelveld, Sittard-Geleen, Sluis, Stadskanaal, Stein, Terneuzen, Vaals, Valkenburg aan de Geul, Veendam, Vlagtwedde en Voerendaal. +a. met betrekking tot investeringen als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, e en h, die zijn gerealiseerd op of na 1 januari 2014 uitsluitend van toepassing in de gebieden Charlois, Feijenoord en IJsselmonde van de gemeente Rotterdam; +b. met betrekking tot investeringen als bedoeld in het eerste lid, onderdelen g en i, die zijn gerealiseerd op of na 1 januari 2014 uitsluitend van toepassing in de in onderdeel a genoemde gebieden en in de gemeenten Appingedam, Beek, Bellingwedde, Brunssum, De Marne, Delfzijl, Eemsmond, Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem, Heerlen, Hulst, Kerkrade, Landgraaf, Loppersum, Maastricht, Meerssen, Menterwolde, Nuth, Oldambt, Onderbanken, Pekela, Schinnen, Simpelveld, Sittard-Geleen, Sluis, Stadskanaal, Stein, Terneuzen, Vaals, Valkenburg aan de Geul, Veendam, Vlagtwedde en Voerendaal; +c. met betrekking tot investeringen als bedoeld in het eerste lid, onderdelen g en i, die zijn gerealiseerd op of na 1 januari 2017 uitsluitend van toepassing in de in onderdeel a genoemde gebieden, de in onderdeel b genoemde gemeenten en de gemeenten Aalten, Achtkarspelen, Berkelland, Bronckhorst, Dantumadiel, Doetinchem, Dongeradeel, Ferwerderadiel, Kollumerland en Nieuwkruisland, Montferland, Oost Gelre, Oude IJsselstreek, Tytsjerksteradiel en Winterswijk; +d. met betrekking tot investeringen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, die zijn gerealiseerd op of na 1 januari 2017 uitsluitend van toepassing in de gemeenten, genoemd in de bijlage bij deze wet; +e. met betrekking tot investeringen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, die zijn gerealiseerd op of na 1 januari 2017 uitsluitend van toepassing in de in onderdeel a genoemde gebieden; +f. met betrekking tot investeringen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel f, uitsluitend van toepassing voor zover die investeringen gerealiseerd zijn op of na 1 januari 2014; +g. met betrekking tot investeringen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, uitsluitend van toepassing voor zover die investeringen gerealiseerd zijn op of na 1 januari 2017, en +h. met betrekking tot investeringen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel j, uitsluitend van toepassing voor zover die investeringen zijn gerealiseerd in de in onderdeel a genoemde gebieden in de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2016. -**3.** Gerealiseerde investeringen worden voor de toepassing van de heffingsvermindering slechts in aanmerking genomen indien de investeringskosten voor de activiteiten, bedoeld in artikel 1.2, tweede lid, onderdeel b, onder 3° en 5°, per huurwoning ten minste € 25.000 bedragen, en voor de activiteiten, bedoeld onder 1°, 2°, 4° en 6° van dat onderdeel, per huurwoning ten minste € 37.500 bedragen. +**3.** + +Gerealiseerde investeringen worden voor de toepassing van de heffingsvermindering slechts in aanmerking genomen indien de investeringskosten voor: + +a. de bouw van huurwoningen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, ten minste € 62.500 per gebouwde huurwoning bedragen; +b. de bouw van huurwoningen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, ten minste € 25.000 per gebouwde huurwoning bedragen; +c. de bouw van huurwoningen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, ten minste € 50.000 per gebouwde huurwoning bedragen; +d. de bouw van huurwoningen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, ten minste € 87.500 per gebouwde huurwoning bedragen; +e. de grootschalige verbouw van huurwoningen ten minste € 62.500 per verbouwde huurwoning bedragen; +f. de verbouw van niet voor bewoning bestemde ruimten tot huurwoningen: ten minste € 25.000 per gerealiseerde huurwoning bedragen; +g. de sloop van huurwoningen ten minste € 62.500 per gesloopte huurwoning bedragen; +h. de kleinschalige verbouw van huurwoningen ten minste € 25.000 per verbouwde huurwoning bedragen; +i. de samenvoeging van huurwoningen teneinde een of meer huurwoningen te verkrijgen ten minste € 62.500 per huurwoning waarmee het aantal huurwoningen door die samenvoeging is verminderd, bedragen, en +j. de bouw van huurwoningen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel j, ten minste € 62.500 per gebouwde huurwoning bedragen. **4.** Indien naar het oordeel van Onze Minister op enig tijdstip onvoldoende evenwicht bestaat of komt te bestaan tussen de heffingsverminderingen en het daarvoor in de rijksbegroting opgenomen bedrag, kunnen bij ministeriële regeling met ingang van 1 januari, 1 april, 1 juli of 1 oktober van enig jaar de in het eerste lid en derde lid genoemde bedragen worden verhoogd, verlaagd, dan wel op nihil worden gesteld. De nieuwe bedragen gelden voor voorlopige investeringsverklaringen waarvan de voorgenomen investering is aangemeld na het tijdstip waarop de ministeriële regeling in werking treedt. -**5.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over het toepassingsbereik van de verschillende onderdelen van het eerste lid. Bij ministeriële regeling kan de begrenzing van de deelgemeenten, genoemd in het tweede lid, onderdeel a, nader worden aangeduid. +**5.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over het toepassingsbereik van de verschillende onderdelen van het eerste lid. Bij ministeriële regeling kan de begrenzing van de gebieden, genoemd in het tweede lid, onderdeel a, nader worden aangevuld, kunnen de gemeenten, bedoeld in het tweede lid, onderdelen b en c, en de gemeenten, genoemd in de bijlage, bedoeld in het tweede lid, onderdeel d, worden gewijzigd indien dit noodzakelijk is ten gevolge van een wijziging van de gemeentelijke indeling als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet algemene regels herindeling. ### Artikel 1.12 -**1.** Een voorgenomen investering wordt uiterlijk op 31 december 2017 langs elektronische weg aangemeld bij Onze Minister. +**1.** + +Een voorgenomen investering wordt langs elektronische weg bij Onze Minister uiterlijk aangemeld op: + +a. 31 december 2017 indien het een voorgenomen investering als bedoeld in artikel 1.2, tweede lid, onderdeel b, onder 4°, betreft in huurwoningen waarvan de huurprijs hoger dan of gelijk aan het bedrag, genoemd in artikel 20, tweede lid, onderdeel a, van de Wet op de huurtoeslag, is; +b. 31 december 2019 indien het een voorgenomen investering als bedoeld in artikel 1.2, tweede lid, onderdeel b, onder 1°, 3°, 5°, 6° of 7°, betreft, dan wel indien het een voorgenomen investering als bedoeld in artikel 1.2, tweede lid, onderdeel b, onder 4°, betreft in huurwoningen waarvan de huurprijs lager is dan het bedrag, genoemd in artikel 20, tweede lid, onderdeel a, van de Wet op de huurtoeslag, of +c. 31 december 2021 indien het een voorgenomen investering als bedoeld in artikel 1.2, tweede lid, onderdeel b, onder 2°, betreft. **2.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent de inhoud van de aanmelding en welke gegevens daarbij worden verstrekt. @@ -153,15 +199,16 @@ b. met betrekking tot gerealiseerde investeringen als bedoeld in het eerste lid, Onze Minister geeft met betrekking tot de aanmelding, bedoeld in het eerste lid, uitsluitend een voorlopige investeringsverklaring af indien: -a. de voorgenomen investering voldoet aan het daarover bij of krachtens deze wet bepaalde en -b. niet aannemelijk is dat ter verkrijging van die verklaring gegevens of bescheiden zijn verstrekt die zodanig onjuist of onvolledig zijn dat op de aanmelding een andere beslissing zou zijn genomen indien bij de beoordeling daarvan de juiste en volledige gegevens of bescheiden bekend zouden zijn geweest. +a. de voorgenomen investering, bedoeld in artikel 1.11, tweede lid, onderdelen a tot en met g, is voor de desbetreffende activiteit aangevangen op of na het ten aanzien van die activiteit genoemde tijdstip en de voorgenomen investering, bedoeld in artikel 1.11, tweede lid, onderdeel h, is aangevangen op of na 1 januari 2014 en voor 31 december 2016, +b. de voorgenomen investering voldoet aan het daarover bij of krachtens deze wet bepaalde en +c. niet aannemelijk is dat ter verkrijging van die verklaring gegevens of bescheiden zijn verstrekt die zodanig onjuist of onvolledig zijn dat op de aanmelding een andere beslissing zou zijn genomen indien bij de beoordeling daarvan de juiste en volledige gegevens of bescheiden bekend zouden zijn geweest. **4.** De voorlopige investeringsverklaring vervalt indien: -a. een voorgenomen investering als bedoeld in artikel 1.2, tweede lid, onderdeel b, onder 1°, 2° of 3°, niet binnen vijf jaar nadat deze overeenkomstig het bepaalde bij en krachtens het eerste en tweede lid is aangemeld, als investering is aangemeld, of -b. een voorgenomen investering als bedoeld in artikel 1.2, tweede lid, onderdeel b, onder 4°, 5° of 6°, niet binnen drie jaar nadat deze overeenkomstig het bepaalde bij en krachtens het eerste en tweede lid is aangemeld, als investering is aangemeld. +a. een voorgenomen investering als bedoeld in artikel 1.2, tweede lid, onderdeel b, onder 1°, 2°, 3° of 4°, niet binnen vijf jaar nadat deze overeenkomstig het bepaalde bij en krachtens het eerste en tweede lid is aangemeld, als investering is aangemeld, of +b. een voorgenomen investering als bedoeld in artikel 1.2, tweede lid, onderdeel b, onder 5°, 6° of 7°, niet binnen drie jaar nadat deze overeenkomstig het bepaalde bij en krachtens het eerste en tweede lid is aangemeld, als investering is aangemeld. **5.** @@ -183,21 +230,23 @@ Onze Minister geeft met betrekking tot de aanmelding, bedoeld in het eerste lid, a. met betrekking tot de daarin opgenomen gerealiseerde investering een voorlopige investeringsverklaring is afgegeven en deze niet is vervallen of ingetrokken; b. de gerealiseerde investering voldoet aan het daarover bij of krachtens deze wet bepaalde; c. niet aannemelijk is dat ter verkrijging van die verklaring gegevens of bescheiden zijn verstrekt die zodanig onjuist of onvolledig zijn dat op de aanmelding een andere beslissing zou zijn genomen indien bij de beoordeling daarvan de juiste en volledige gegevens of bescheiden bekend zouden zijn geweest en -d. in geval sprake is van een gerealiseerde investering als bedoeld in artikel 1.2, tweede lid, onderdeel b, onder 2° of 5°: voor dezelfde huurwoning niet eerder een definitieve investeringsverklaring met betrekking tot een zodanige gerealiseerde investering is afgegeven. +d. in geval sprake is van een gerealiseerde investering als bedoeld in artikel 1.2, tweede lid, onderdeel b, onder 3° of 6°: voor dezelfde huurwoning niet eerder een definitieve investeringsverklaring met betrekking tot een zodanige gerealiseerde investering is afgegeven. **3.** Het in een definitieve investeringsverklaring opgenomen bedrag aan heffingsvermindering is niet hoger dan het bedrag dat ten aanzien van de voorgenomen investering is opgenomen in de voorlopige investeringsverklaring. **4.** Artikel 1.12, vijfde en zesde lid, is van overeenkomstige toepassing. +**5.** In het besluit tot intrekking van een definitieve investeringsverklaring wordt het bedrag vermeld waarmee de heffingsvermindering wordt verminderd. Onze minister verstrekt het in dit lid bedoelde besluit aan de inspecteur, bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. + ### Afdeling 7. Diensten van algemeen economisch belang ### Artikel 1.14 -**1.** Als diensten van algemeen economisch belang zijn aan de belastingplichtige opgedragen de activiteiten, bedoeld in artikel 1.2, tweede lid, onderdeel b, onder 1° tot en met 6°, juncto artikel 1.11, tweede lid. +**1.** Als diensten van algemeen economisch belang zijn aan de belastingplichtige opgedragen de activiteiten, bedoeld in de artikelen 1.2, tweede lid, onderdeel b, onder 1° tot en met 7°, juncto artikel 1.11, tweede lid, en artikel 1.6, tweede lid. **2.** De belastingplichtige komt uitsluitend compensatie toe voor de activiteiten, genoemd in het eerste lid. Bij ministeriële regeling worden nadere voorschriften gegeven omtrent de compensatie. -**3.** De opdracht, bedoeld in het eerste lid, heeft een werkingsduur van vier jaar. +**3.** De opdracht, bedoeld in het eerste lid, heeft een werkingsduur van zes jaar. **4.** Artikel 25d van de Mededingingswet is niet van toepassing op de belastingplichtige. @@ -207,11 +256,11 @@ d. in geval sprake is van een gerealiseerde investering als bedoeld in artikel 1 ### Artikel 1.15 -**1.** Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens de artikelen 1.12 en 1.13 bepaalde zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren. +**1.** Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens de artikelen 1.6, tweede en vijfde lid, 1.12 en 1.13 bepaalde zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren. -**2.** De Algemene wet inzake rijksbelastingen, met uitzondering van de artikelen 63 en 67, is niet van toepassing met betrekking tot de uitvoering van het bepaalde in de artikelen 1.12 en 1.13. Voor de toepassing van de artikelen 63 en 67 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen betreffende de uitvoering van de artikelen 1.12 en 1.13 door Onze Minister of de door hem aangewezen ambtenaren, treedt Onze Minister in de plaats van Onze Minister van Financiën. +**2.** De Algemene wet inzake rijksbelastingen, met uitzondering van de artikelen 63 en 67, is niet van toepassing met betrekking tot de uitvoering van het bepaalde in de artikelen 1.6, tweede en vijfde lid, 1.12 en 1.13. Voor de toepassing van de artikelen 63 en 67 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen betreffende de uitvoering van de artikelen 1.6, tweede en vijfde lid, 1.12 en 1.13 door Onze Minister of de door hem aangewezen ambtenaren, treedt Onze Minister in de plaats van Onze Minister van Financiën. -**3.** De in de artikelen 47, 47a, 47b, tweede lid, 48 tot en met 51 en 53, eerste en vierde lid, tot en met 56 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen jegens de inspecteur opgelegde verplichtingen gelden mede jegens de door Onze Minister met betrekking tot de toepassing van de artikelen 1.12 en 1.13 door op grond van het eerste lid aangewezen ambtenaren. +**3.** De in de artikelen 47, 47a, 47b, 48 tot en met 51 en 53, eerste en vierde lid, tot en met 56 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen jegens de inspecteur opgelegde verplichtingen gelden mede jegens de door Onze Minister met betrekking tot de toepassing van de artikelen 1.6, tweede en vijfde lid, 1.12 en 1.13 door op grond van het eerste lid aangewezen ambtenaren. **4.** De artikelen 68, 69 en 72 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen zijn van overeenkomstige toepassing op het bepaalde in het derde lid. @@ -229,6 +278,22 @@ Wijzigt deze wet. Wijzigt deze wet. +### Artikel 2.4 + +Wijzigt deze wet. + +### Artikel 2.4a + +Wijzigt deze wet. + +### Artikel 2.4b + +Wijzigt deze wet. + +### Artikel 2.5 + +Wijzigt deze wet. + ## Hoofdstuk 3. Wijzigingen in de ### Artikel 3.1 @@ -545,3 +610,271 @@ c. artikel 3.2, onderdeel A, eerst toepassing vindt nadat artikel I van het Bela ### Artikel 8.4 Deze wet wordt aangehaald als: Wet maatregelen woningmarkt 2014 II. + +## Bijlage . bij + +Gemeenten bedoeld in artikel 1.11, tweede lid, onderdeel d, per 1 januari 2017 + +Aalsmeer + +Alkmaar + +Amersfoort + +Amstelveen + +Amsterdam + +Apeldoorn + +Asten + +Baarn + +Barneveld + +Beemster + +Bergeijk + +Bergen (Noord-Holland) + +Bernheze + +Best + +Bladel + +Blaricum + +Bloemendaal + +Boekel + +Boxmeer + +Boxtel + +Bunnik + +Bunschoten + +Buren + +Cranendonck + +Cuijk + +Culemborg + +De Bilt + +De Ronde Venen + +Deurne + +Diemen + +Edam-Volendam + +Ede + +Eemnes + +Eersel + +Eindhoven + +Elburg + +Epe + +Ermelo + +Geldermalsen + +Geldrop-Mierlo + +Gemert-Bakel + +Gooise Meren + +Grave + +Haaren + +Haarlem + +Haarlemmerliede en Spaarnwoude + +Haarlemmermeer + +Harderwijk + +Hattem + +Heemstede + +Heerde + +Heerhugowaard + +Heeze-Leende + +Heiloo + +Helmond + +’s-Hertogenbosch + +Heusden + +Hillegom + +Hilversum + +Houten + +Huizen + +IJsselstein + +Kaag en Braassem + +Katwijk + +Laarbeek + +Landerd + +Landsmeer + +Langedijk + +Laren + +Leiden + +Leiderdorp + +Leusden + +Lingewaal + +Lisse + +Lopik + +Maasdriel + +Meierijstad + +Mill en Sint Hubert + +Montfoort + +Neder-Betuwe + +Neerijnen + +Nieuwegein + +Nijkerk + +Noordwijk + +Noordwijkerhout + +Nuenen, Gerwen en Nederwetten + +Nunspeet + +Oegstgeest + +Oirschot + +Oldebroek + +Oostzaan + +Oss + +Ouder-Amstel + +Oudewater + +Purmerend + +Putten + +Renswoude + +Reusel-De Mierden + +Rhenen + +Scherpenzeel + +Sint Anthonis + +Sint-Michielsgestel + +Soest + +Someren + +Son en Breugel + +Stichtse Vecht + +Teylingen + +Tiel + +Uden + +Uithoorn + +Utrecht + +Utrechtse Heuvelrug + +Valkenswaard + +Veenendaal + +Veldhoven + +Vianen + +Voorschoten + +Voorst + +Vught + +Waalre + +Wageningen + +Waterland + +Weesp + +West Maas en Waal + +Wijdemeren + +Wijk bij Duurstede + +Woerden + +Woudenberg + +Zaltbommel + +Zandvoort + +Zeist + +Zoeterwoude