From c0e5486aa49c9a13c0c087c0b82334762bbd7ffd Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Thu, 1 Aug 2002 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2002-08-01 | BWBR0005682 | Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek --- .../BWBR0005682/README.md | 317 +++++++++++++++--- 1 file changed, 264 insertions(+), 53 deletions(-) diff --git a/wet/wet-op-het-hoger-onderwijs-en-wetenschappelijk-onderzoek/BWBR0005682/README.md b/wet/wet-op-het-hoger-onderwijs-en-wetenschappelijk-onderzoek/BWBR0005682/README.md index f28782e737e..5607091bf50 100644 --- a/wet/wet-op-het-hoger-onderwijs-en-wetenschappelijk-onderzoek/BWBR0005682/README.md +++ b/wet/wet-op-het-hoger-onderwijs-en-wetenschappelijk-onderzoek/BWBR0005682/README.md @@ -3,7 +3,7 @@ titel: Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek bwb_id: BWBR0005682 type: wet status: geldend -datum_inwerkingtreding: '2002-06-19' +datum_inwerkingtreding: '2002-08-01' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0005682 citeertitel: Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek --- @@ -41,6 +41,9 @@ n. duale opleiding: een opleiding als bedoeld in artikel 7.7, tweede lid, of art o. faculteit der geneeskunde: de faculteit waarin de opleiding voor het beroep van arts is ingesteld; p. waarborgfonds: het fonds bedoeld in artikel 2.15; q. Informatie Beheer Groep: de Informatie Beheer Groep, genoemd in de Wet verzelfstandiging Informatiseringsbank. +r. accreditatieorgaan: accreditatieorgaan hoger onderwijs als bedoeld in artikel 5a.2; +s. accreditatie: het keurmerk dat tot uitdrukking brengt dat de kwaliteit van een opleiding positief is beoordeeld; +t. toets nieuwe opleiding: de toets die tot uitdrukking brengt dat de kwaliteit van een nieuwe opleiding positief is beoordeeld. ### Artikel 1.2 @@ -99,9 +102,9 @@ Het instellingsbestuur stelt richtlijnen vast met betrekking tot de ethische asp ### Artikel 1.9 -**1.** Ten behoeve van het verzorgen van initieel onderwijs en, voorzover het universiteiten betreft, mede ten behoeve van het verrichten van wetenschappelijk onderzoek hebben de in de bijlage van deze wet onder *a*, *c* en *h* genoemde instellingen en de gemeenten en openbare lichamen, onderscheidenlijk rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid, waarvan de overige in de bijlage van deze wet genoemde instellingen uitgaan, aanspraak op bekostiging uit ’s Rijks kas. Voor de toepassing van dit lid wordt het onderwijsgebonden onderzoek aan hogescholen gerekend tot het daarop betrekking hebbende initieel onderwijs. +**1.** Ten behoeve van het verzorgen van initieel onderwijs en, voorzover het universiteiten betreft, mede ten behoeve van het verrichten van wetenschappelijk onderzoek hebben de in de bijlage van deze wet onder *a*, *c* en *h* genoemde instellingen en de gemeenten en openbare lichamen, onderscheidenlijk rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid, waarvan de overige in de bijlage van deze wet genoemde instellingen uitgaan, aanspraak op bekostiging uit ’s Rijks kas, voorzover opleidingen zijn geaccrediteerd dan wel de toets nieuwe opleiding met positief gevolg hebben ondergaan. Voor de toepassing van dit lid wordt het onderwijsgebonden onderzoek aan hogescholen gerekend tot het daarop betrekking hebbende initieel onderwijs. -**2.** Aan de met goed gevolg afgelegde examens van initiële opleidingen, verzorgd door de bekostigde instellingen, is een getuigschrift verbonden als bedoeld in artikel 7.11, eerste lid. Degenen die in het bezit zijn van een dergelijk getuigschrift onderscheidenlijk hebben voldaan aan de vereisten, gesteld in artikel 7.18, zijn gerechtigd in de daarvoor in aanmerking komende gevallen de titels te voeren, genoemd in de artikelen 7.20 tot en met 7.22. +**2.** Aan de met goed gevolg afgelegde examens van initiële opleidingen, verzorgd door de bekostigde instellingen, is een getuigschrift verbonden als bedoeld in artikel 7.11, eerste lid, voorzover opleidingen zijn geaccrediteerd dan wel de toets nieuwe opleiding met positief gevolg hebben ondergaan. Degenen die in het bezit zijn van een dergelijk getuigschrift onderscheidenlijk hebben voldaan aan de vereisten, gesteld in artikel 7.18, zijn gerechtigd in de daarvoor in aanmerking komende gevallen de titels te voeren, genoemd in de artikelen 7.20 tot en met 7.22. **3.** @@ -136,7 +139,7 @@ Andere instellingen voor hoger onderwijs dan die genoemd in de bijlage van deze ### Artikel 1.12 -**1.** Aan de met goed gevolg afgelegde examens van initiële opleidingen, verzorgd door de aangewezen instellingen, is een getuigschrift verbonden als bedoeld in artikel 7.11, eerste lid. Degenen die in het bezit zijn van een dergelijk getuigschrift onderscheidenlijk hebben voldaan aan de vereisten, gesteld in artikel 7.18, zijn gerechtigd in de daarvoor in aanmerking komende gevallen de titels te voeren, genoemd in de artikelen 7.20 tot en met 7.22. +**1.** Aan de met goed gevolg afgelegde examens van initiële opleidingen, verzorgd door de aangewezen instellingen, is een getuigschrift verbonden als bedoeld in artikel 7.11, eerste lid, voorzover deze opleidingen zijn geaccrediteerd dan wel de toets nieuwe opleiding met positief gevolg hebben ondergaan. Degenen die in het bezit zijn van een dergelijk getuigschrift onderscheidenlijk hebben voldaan aan de vereisten, gesteld in artikel 7.18, zijn gerechtigd in de daarvoor in aanmerking komende gevallen de titels te voeren, genoemd in de artikelen 7.20 tot en met 7.22. **2.** @@ -203,7 +206,9 @@ d. het bestuur en de inrichting. **1.** Het instellingsbestuur van een in artikel 1.2, onder a, b en d, bedoelde instelling draagt er zorg voor dat, zoveel mogelijk in samenwerking met andere instellingen, wordt voorzien in een regelmatige beoordeling, mede door onafhankelijke deskundigen, van de kwaliteit van de werkzaamheden van de instelling. De beoordeling bij instellingen voor hoger onderwijs geschiedt mede aan de hand van het oordeel van studenten over de kwaliteit van het onderwijs van de instelling. Voorzover die beoordeling mede geschiedt door onafhankelijke deskundigen, zijn de uitkomsten daarvan openbaar. -**2.** Onze minister ziet toe op de uitvoering van het bepaalde in het eerste lid. Hij kan onderzoek laten verrichten naar de kwaliteit van de werkzaamheden van de instellingen. Voorzover het betreft het hoger onderwijs geschiedt dit onderzoek overeenkomstig hoofdstuk 5. Daarbij wordt de eigen aard van de bijzondere instelling in acht genomen. +**2.** Onze minister ziet toe op de uitvoering van het eerste lid. Hij kan onderzoek laten verrichten naar de kwaliteit van de werkzaamheden van de instellingen voorzover het betreft de instellingen, bedoeld in artikel 1.2, onderdeel d. + +**3.** Het instellingsbestuur van een in artikel 1.2, onderdelen a en b, bedoelde instelling draagt er tevens zorg voor dat, zoveel mogelijk in samenwerking met andere instellingen, wordt voorzien in een regelmatige beoordeling, mede door onafhankelijke deskundigen, van de kwaliteit van de opleidingen. De laatste twee volzinnen van het eerste lid zijn van overeenkomstige toepassing. De beoordeling bevat een samenvattend oordeel. Bij de beoordeling worden ten minste de accreditatiekaders, bedoeld in artikel 5a.8, eerste lid, en de aspecten van kwaliteit, bedoeld in artikel 5a.8, tweede lid, in acht genomen. ## Hoofdstuk 2. Planning en bekostiging @@ -545,6 +550,162 @@ Vervallen Bij de uitoefening van het toezicht op opleidingen, gericht op een beroep waarvoor bij of krachtens de wet vereisten zijn gesteld ten aanzien van de kennis, het inzicht en de vaardigheden die betrokkenen zich op grond van de opleiding tot dat beroep moeten hebben verworven, pleegt de inspectie overleg met door Onze minister welke het aangaat, aangewezen ambtenaren. +## Hoofdstuk 5a. Accreditatie in het hoger onderwijs + +### Artikel 5a.1 + +Dit hoofdstuk heeft betrekking op de bekostigde universiteiten en hogescholen en de Open Universiteit en op de universiteiten en hogescholen die ingevolge artikel 6.9 zijn aangewezen. + +### Titel 1. Accreditatieorgaan + +### Artikel 5a.2 + +**1.** Er is een accreditatieorgaan hoger onderwijs. + +**2.** Het accreditatieorgaan is belast met activiteiten in het kader van het accrediteren van opleidingen in het hoger onderwijs en het afnemen van de toets nieuwe opleiding in het hoger onderwijs. + +**3.** Het accreditatieorgaan heeft tevens tot taak de accreditatiekaders en toetsingskaders te bespreken met de Europese landen, in het bijzonder met de grenslanden. + +**4.** Bij ministeriële regeling worden de overige werkzaamheden bepaald die het accreditatieorgaan verricht in verband met de voorbereiding van een stelsel van bacheloropleidingen en masteropleidingen in Nederland of het beoordelen van ander onderwijs dan hoger onderwijs. + +### Artikel 5a.3 + +**1.** Het accreditatieorgaan heeft ten hoogste veertien leden waaronder een voorzitter. + +**2.** Onze minister benoemt, schorst en ontslaat de leden van het accreditatieorgaan, gehoord de gezamenlijke instellingen, bedoeld in artikel 1.2, onderdelen a en b, evenals de vertegenwoordigers namens de beroepsgroep. Twee leden worden benoemd, gehoord de gezamenlijke studentenorganisaties, bedoeld in artikel 3.3. De leden van het accreditatieorgaan zijn deskundig op het gebied van het hoger onderwijs, de beroepspraktijk van het hoger onderwijs of de kwaliteitszorg. De benoeming van de leden van het accreditatieorgaan geschiedt voor een periode van ten hoogste vijf jaar. Bij de benoeming van de leden van het accreditatieorgaan bepaalt Onze minister wie de voorzitter is. In het accreditatieorgaan worden geen aan Onze minister ondergeschikte ambtenaren benoemd. + +**3.** Schorsing en ontslag vinden slechts plaats wegens ongeschiktheid of onbekwaamheid voor de vervulde functie dan wel wegens andere zwaarwegende in de persoon van de betrokkene gelegen redenen. Ontslag vindt voorts plaats op eigen verzoek. + +**4.** Een lid van het accreditatieorgaan vervult geen andere functies die ongewenst zijn met het oog op een goede vervulling van zijn functie of de handhaving van zijn onafhankelijkheid of van het vertrouwen daarin. + +**5.** + +In het bestuursreglement worden regels vastgesteld omtrent: + +a. het aanvaarden van een nevenfunctie anders dan uit hoofde van het lidmaatschap van het accreditatieorgaan, en +b. de wijze van openbaarmaking van nevenfuncties. + +**6.** De inspectie wordt in de gelegenheid gesteld de vergaderingen van het accreditatieorgaan als waarnemer bij te wonen. + +### Artikel 5a.4 + +**1.** Aan het lidmaatschap van het accreditatieorgaan is een bezoldiging dan wel een schadeloosstelling verbonden. + +**2.** Onze minister stelt de bezoldiging of de schadeloosstelling vast. + +### Artikel 5a.5 + +Het accreditatieorgaan stelt een bestuursreglement vast. Het bestuursreglement en elke wijziging daarvan behoeven de goedkeuring van Onze minister. De goedkeuring kan worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. + +### Artikel 5a.6 + +**1.** Het accreditatieorgaan zendt jaarlijks voor 1 april aan Onze minister de ontwerpbegroting voor het daaropvolgende jaar. + +**2.** Indien gedurende een kalenderjaar aanmerkelijke verschillen ontstaan of dreigen te ontstaan tussen de werkelijke en de begrote baten en lasten dan wel inkomsten en uitgaven, doet het accreditatieorgaan daarvan onverwijld mededeling aan Onze minister onder vermelding van de oorzaak van de verschillen. + +### Artikel 5a.7 + +**1.** Het accreditatieorgaan stelt jaarlijks voor 1 juli een verslag op van de werkzaamheden, het gevoerde beleid in het algemeen en de doelmatigheid en doeltreffendheid van zijn werkzaamheden en werkwijze in het bijzonder in het afgelopen kalenderjaar. + +**2.** Het verslag wordt aan Onze minister gezonden. + +### Titel 2. Accreditatie en toets nieuwe opleiding + +### Artikel 5a.8 + +**1.** Het accreditatieorgaan legt zijn werkwijze voor de accreditatie van opleidingen vast in afzonderlijke accreditatiekaders voor opleidingen in het wetenschappelijk onderwijs en het hoger beroepsonderwijs. In de accreditatiekaders wordt tevens bepaald welke gegevens het instellingsbestuur meezendt bij een verzoek om accreditatie. + +**2.** Bij het verlenen van accreditatie wordt aandacht geschonken aan de aspecten van kwaliteit, die betrekking hebben op het niveau van de opleiding, de onderwijsinhoud, het onderwijsproces, de opbrengsten van het onderwijs van de opleiding, voldoende voorzieningen die noodzakelijk zijn om de opleiding te kunnen verzorgen, een adequate methode die bij de beoordeling, bedoeld in artikel 1.18, derde lid, wordt gehanteerd. + +**3.** + +Bij de toepassing van het tweede lid wordt begrepen onder: + +a. het niveau van de opleiding: dit is gericht op het eindniveau van de opleiding gelet op hetgeen gewenst en gangbaar is, bij voorkeur gemeten naar internationale standaard; +b. de onderwijsinhoud: deze omvat in ieder geval de aard van het onderwijs, voldoende samenhang in het opleidingsprogramma van de opleiding, de studielast en een duidelijke relatie tussen de doelstellingen en de inhoud van het opleidingsprogramma; +c. het onderwijsproces: dit omvat in ieder geval een voldoende afstemming tussen vormgeving van het onderwijs en de inhoud, voldoende studiebegeleiding en inzichtelijke beoordeling en toetsing van het onderwijs; +d. de opbrengsten van het onderwijs: deze omvatten in ieder geval voldoende maatschappelijke relevantie van de bereikte eindkwalificaties van afgestudeerden van de opleiding en voldoende rendement van de opleiding in relatie tot de beargumenteerde streefcijfers; +e. de voorzieningen: deze omvatten in ieder geval de materiële voorzieningen, de kwaliteit van het personeel, de organisatie en de interne kwaliteitszorg; +f. de methoden die bij de beoordeling, bedoeld in artikel 1.18, derde lid, worden gehanteerd: deze hebben in ieder geval betrekking op de mogelijkheid de opleiding te vergelijken met andere opleidingen en op een internationaal beoordelingskader. + +**4.** Alvorens een accreditatiekader vast te stellen of te wijzigen voert het accreditatieorgaan overleg met vertegenwoordigers van de instellingen en andere betrokkenen, waaronder studentenorganisaties als bedoeld in artikel 3.3 en de daarvoor in aanmerking komende vakorganisaties van overheids- en onderwijspersoneel. + +**5.** Een accreditatiekader of een wijziging daarvan behoeft de goedkeuring van Onze minister. De goedkeuring kan worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. Onze minister verleent zijn goedkeuring niet dan nadat vier weken zijn verstreken nadat zijn voornemen daartoe aan de beide kamers der Staten-Generaal is voorgelegd. Het besluit omtrent goedkeuring wordt binnen 17 weken na de verzending ter goedkeuring bekendgemaakt aan het accreditatieorgaan. + +**6.** De accreditatiekaders worden bekendgemaakt door plaatsing in de Staatscourant. + +**7.** Het accreditatieorgaan legt zijn werkwijze voor de toets nieuwe opleiding vast in afzonderlijke toetsingskaders voor opleidingen in het wetenschappelijk onderwijs en opleidingen in het hoger beroepsonderwijs. Het eerste tot en met zesde lid, met uitzondering van het derde lid, onderdeel f, zijn van overeenkomstige toepassing. + +### Artikel 5a.8a + +Het accreditatieorgaan maakt jaarlijks aan de instellingen bekend welke instanties met behulp van onafhankelijke deskundigen als bedoeld in artikel 1.18, derde lid, eerste volzin, opleidingen beoordelen op de wijze, bedoeld in artikel 1.18, derde lid, vierde volzin. + +### Artikel 5a.9 + +Dit artikel is nog niet in werking getreden. + +### Artikel 5a.10 + +**1.** Het accreditatieorgaan legt de bevindingen naar aanleiding van de beoordeling van de opleiding, bedoeld in artikel 5a.9, derde lid, en het besluit over de accreditatie van de opleiding vast in een accreditatierapport. Het accreditatieorgaan kan in het accreditatierapport overige opmerkingen opnemen over de bijzondere kwaliteitskenmerken van de opleiding. + +**2.** Alvorens het accreditatierapport vast te stellen stelt het accreditatieorgaan het instellingsbestuur in de gelegenheid binnen een door het accreditatieorgaan te bepalen termijn zijn zienswijze over het voorgenomen accreditatierapport naar voren te brengen. + +**3.** Het accreditatieorgaan zendt het accreditatierapport na vaststelling onverwijld aan het instellingsbestuur en maakt het rapport tegelijkertijd openbaar. + +**4.** Het accreditatieorgaan verstrekt een afschrift van het accreditatierapport op verzoek. Het accreditatieorgaan vraagt een vergoeding van de kosten voor de afgifte van een afschrift van het accreditatierapport overeenkomstig een door hem vast te stellen tarief. + +### Artikel 5a.11 + +Dit artikel is nog niet in werking getreden. + +### Artikel 5a.12 + +**1.** Indien de accreditatie van een opleiding na het verstrijken van de periode, bedoeld in artikel 5a.9, zesde lid, niet opnieuw wordt verleend, draagt de instelling er zorg voor dat aan studenten die voor de opleiding zijn ingeschreven, de gelegenheid wordt geboden deze opleiding te voltooien aan een andere instelling. De instelling stelt de redelijke termijn vast gedurende welke de opleiding wordt voortgezet ten behoeve van studenten voor wie het niet mogelijk is de opleiding aan een andere instelling te voltooien, indien zij die opleiding zonder onderbreking blijven volgen. + +**2.** Het verstrijken van de periode, bedoeld in artikel 5a.9, zesde lid, heeft ten aanzien van een bekostigde instelling tot gevolg dat na het verstrijken van de door de instelling vastgestelde termijn, genoemd in het eerste lid, geen aanspraak bestaat op bekostiging als bedoeld in artikel 1.9, eerste lid, dat aan de examens geen getuigschrift als bedoeld in artikel 7.11, eerste lid, is verbonden en dat de registratie in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs, bedoeld in artikel 6.13, wordt beëindigd. + +**3.** Het verstrijken van de periode, bedoeld in artikel 5a.9, zesde lid, heeft ten aanzien van een aangewezen instelling tot gevolg dat na het verstrijken van de door de instelling vastgestelde termijn, genoemd in het eerste lid, aan de examens geen getuigschrift als bedoeld in artikel 7.11, eerste lid, is verbonden en dat de registratie in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs, bedoeld in artikel 6.13, wordt beëindigd. + +**4.** Het eerste tot en met derde lid zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van een opleiding die op grond van artikel 5a.11, eerste lid, als nieuwe opleiding is opgenomen in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs en waaraan binnen de termijn, genoemd in artikel 5a.9, zesde lid, geen accreditatie is verleend. + +**5.** In afwijking van het eerste tot en met vierde lid en indien het belang van het instandhouden van een doelmatig onderwijsaanbod dit vordert, kan Onze minister na het verstrijken van de periode, bedoeld in artikel 5a.9, zesde lid, besluiten dat een bekostigde instelling gedurende een door Onze minister vast te stellen termijn aanspraak behoudt op bekostiging als bedoeld in artikel 1.9, eerste lid, dat aan de examens een getuigschrift als bedoeld in artikel 7.11, eerste lid, blijft verbonden en dat de registratie in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs, bedoeld in artikel 6.13, niet wordt beëindigd. + +### Artikel 5a.12a + +**1.** In afwijking van artikel 5a.12, eerste tot en met vierde lid, kan een instelling binnen twee weken na het verstrijken van de periode, bedoeld in artikel 5a.9, zesde lid, besluiten er voor zorg te dragen dat voor de opleiding binnen een termijn van twee jaar na die periode accreditatie wordt verkregen. Indien een instelling daartoe besluit, heeft het verstrijken van de periode, bedoeld in artikel 5a.9, zesde lid, tot gevolg dat er geen studenten voor de eerste maal voor de opleiding worden ingeschreven. + +**2.** Indien binnen de termijn van twee jaar, bedoeld in het eerste lid, geen accreditatie aan de opleiding is verleend, is artikel 5a.12 van overeenkomstige toepassing met ingang van de eerste dag na die twee jaar. + +**3.** Indien binnen de termijn van twee jaar, bedoeld in het eerste lid, accreditatie aan de opleiding is verleend, treedt dat accreditatiebesluit, in afwijking van artikel 5a.9, vierde lid, tweede volzin, in werking met ingang van de dag van bekendmaking van dat besluit. + +### Titel 3. Overige bepalingen + +### Artikel 5a.13 + +De tarieven die het accreditatieorgaan op grond van de artikelen 5a.9, achtste lid, en 5a.10, vierde lid, vaststelt, behoeven de goedkeuring van Onze minister. De goedkeuring kan worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. + +### Artikel 5a.14 + +**1.** Het accreditatieorgaan verstrekt desgevraagd aan Onze minister alle voor de uitoefening van diens taak benodigde inlichtingen. + +**2.** Onze minister kan inzage vorderen van alle zakelijke gegevens en bescheiden, indien dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is. + +### Artikel 5a.15 + +**1.** Onze minister kan een besluit van het accreditatieorgaan vernietigen, indien dit besluit is genomen in strijd met het recht of het algemeen belang. + +**2.** In afwijking van artikel 5a.12, kan Onze minister bij toepassing van het eerste lid bepalen dat een instelling gedurende een door Onze minister te bepalen termijn aanspraak behoudt op bekostiging als bedoeld in artikel 1.9, eerste lid, of dat aan de examens een getuigschrift als bedoeld in artikel 7.11, eerste lid, blijft verbonden en dat de registratie in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs, bedoeld in artikel 6.13, niet wordt beëindigd. + +**3.** Van het vernietigingsbesluit wordt mededeling gedaan in de Staatscourant. + +### Artikel 5a.16 + +**1.** Indien naar het oordeel van Onze minister het accreditatieorgaan zijn taak ernstig verwaarloost, kan Onze minister de noodzakelijke voorzieningen treffen. + +**2.** De voorzieningen worden, spoedeisende gevallen uitgezonderd, niet eerder getroffen dan nadat het accreditatieorgaan in de gelegenheid is gesteld om binnen een door Onze minister te stellen termijn alsnog zijn taak naar behoren uit te voeren. + +**3.** Onze minister stelt de beide kamers der Staten-Generaal onverwijld in kennis van door hem getroffen voorzieningen als bedoeld in het eerste lid. + ## Hoofdstuk 6. Onderwijsaanbod ### Artikel 6.1 @@ -663,16 +824,20 @@ Het Centraal register opleidingen hoger onderwijs bevat van elke opleiding de vo a. de naam van de opleiding en de instelling die de opleiding verzorgt, b. of het hoger beroepsonderwijs dan wel wetenschappelijk onderwijs betreft, -c. de indeling in het register, -d. de hoofdlijnen van de onderwijs- en examenregeling, bedoeld in artikel 7.15, daaronder ten minste begrepen afstudeerrichtingen binnen opleidingen en differentiaties binnen opleidingen op het gebied van de kunst en binnen lerarenopleidingen op het gebied van de kunst, -e. het voltijdse, deeltijdse of duale karakter, -f. de studielast, -g. of aan een opleiding een propedeutisch examen is verbonden en tevens een kandidaatsexamen, -h. of het een opleiding gericht op een bepaald beroep betreft, waarvoor bij of krachtens de wet vereisten zijn vastgesteld, -i. of toepassing is gegeven aan artikel 7.25, vierde lid, -j. of eisen omtrent het verrichten van werkzaamheden als bedoeld in artikel 7.27 gesteld worden, -k. de gemeente waar de opleiding wordt verzorgd; -l. de bepaling dat de registratie zal worden beëindigd, alsmede het tijdstip waarop. +c. of de opleiding is geaccrediteerd dan wel de toets nieuwe opleiding met positief gevolg heeft ondergaan alsmede de geldigheidsduur daarvan, +d. de indeling in het register, +e. de hoofdlijnen van de onderwijs- en examenregeling, bedoeld in artikel 7.15, daaronder ten minste begrepen afstudeerrichtingen binnen opleidingen en differentiaties binnen opleidingen op het gebied van de kunst en binnen lerarenopleidingen op het gebied van de kunst, +f. het voltijdse, deeltijdse of duale karakter, +g. de studielast, +h. of aan een opleiding een propedeutisch examen is verbonden en tevens een kandidaatsexamen, +i. of het een opleiding gericht op een bepaald beroep betreft, waarvoor bij of krachtens de wet vereisten zijn vastgesteld, +j. of toepassing is gegeven aan artikel 7.25, vierde lid, +k. of eisen omtrent het verrichten van werkzaamheden als bedoeld in artikel 7.27 gesteld worden, +l. de gemeente waar de opleiding wordt verzorgd; +m. de door de instelling op grond van artikel 5a.12, eerste lid, tweede volzin, vastgestelde termijn, +n. de door de minister op grond van de artikelen 5a.12, vijfde lid, of 5a.15, tweede lid, vastgestelde termijn, +o. het door een instelling op grond van artikel 5a.12a, eerste lid, genomen besluit, +p. de bepaling dat de registratie zal worden beëindigd, alsmede het tijdstip waarop. **5.** Onze minister legt het ontwerp van de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het derde lid, voor aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal. De voordracht voor die algemene maatregel van bestuur wordt niet gedaan dan nadat dertig dagen na die voorlegging zijn verstreken. @@ -757,7 +922,7 @@ c. indien de specifieke aard, de inrichting of de kwaliteit van het onderwijs da **3.** De studielast van opleidingen voor het beroep van tandarts en wijsgeer van een bepaald wetenschapsgebied bedraagt 210 studiepunten. De studielast van opleidingen voor het beroep van arts, dierenarts en apotheker bedraagt 252 studiepunten. -**4.** De studielast van universitaire eerstegraads lerarenopleidingen en van lerarenopleidingen speciaal onderwijs bedraagt 42 studiepunten. De universitaire eerstegraads lerarenopleidingen kunnen volgen op opleidingen met een studielast van 168 of 210 studiepunten en de lerarenopleidingen speciaal onderwijs volgen op opleidingen met een studielast van 168 studiepunten. De studielast van de opleidingen tot leraar voortgezet onderwijs van de eerste graad in algemene vakken en van de deeltijdse hogere kaderopleiding pedagogiek, die volgen onderscheidenlijk mede volgen op opleidingen gericht op het beroep van leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in algemene vakken, bedraagt 63 studiepunten. +**4.** De studielast van universitaire eerstegraads lerarenopleidingen en van lerarenopleidingen speciaal onderwijs bedraagt 42 studiepunten. De universitaire eerstegraads lerarenopleidingen kunnen volgen op opleidingen met een studielast van 168 of 210 studiepunten en de lerarenopleidingen speciaal onderwijs volgen op opleidingen met een studielast van 168 studiepunten. De studielast van de opleidingen tot leraar voortgezet onderwijs van de eerste graad in algemene vakken en van de deeltijdse hogere kaderopleiding pedagogiek, die volgen onderscheidenlijk mede volgen op opleidingen gericht op het beroep van leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in algemene vakken, bedraagt 63 studiepunten. **5.** De studielast van voortgezette kunstopleidingen bedraagt ten hoogste 84 studiepunten. Deze opleidingen volgen op opleidingen op het gebied van de kunst met een studielast van 168 studiepunten. De studielast van voortgezette opleidingen bouwkunst bedraagt 168 studiepunten. Deze opleidingen volgen op bouwkunde opleidingen op het gebied van de techniek met een studielast van 168 studiepunten. @@ -788,7 +953,7 @@ i. technische informatica aan de Open Universiteit. Wetenschappelijk onderwijs gericht op het beroep van leraar voortgezet onderwijs van de eerste graad wordt verzorgd aan: a. universitaire eerstegraads lerarenopleidingen als bedoeld in artikel 7.4, vierde lid, en -b. de desbetreffende afstudeerrichtingen binnen opleidingen met een studielast van 168 of 210 studiepunten. +b. de desbetreffende afstudeerrichtingen binnen opleidingen met een studielast van 168 of 210 studiepunten. **2.** Indien een in de bijlage van deze wet genoemde universiteit een opleiding tot leraar in het voortgezet onderwijs instelt voor vakken van voortgezet onderwijs waarvoor bij de algemene maatregel van bestuur bedoeld in artikel 34, tweede lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, een aan een universiteit verkregen getuigschrift van met goed gevolg afgelegd examen van een universitaire eerstegraads lerarenopleiding van deze wet als bewijs van bekwaamheid van de eerste graad is aangewezen, geschiedt dit op basis van een overeenkomst van samenwerking, gesloten met een of meer in de bijlage van deze wet genoemde hogescholen waaraan opleidingen voor leraar in het voortgezet onderwijs zijn verbonden. Deze samenwerking vindt plaats op voet van gelijkwaardigheid. @@ -938,11 +1103,11 @@ Vervallen ### Artikel 7.9c -Indien het instellingsbestuur niet kan vaststellen welke studenten onder de artikelen 5.12 of 10.6 van de Wet studiefinanciering 2000 vallen, verstrekt het tevens de gegevens, bedoeld in de artikelen 7.9a, eerste lid, of 7.9b, eerste lid, over alle studenten. In dat geval vermeldt het dit feit in de mededeling, bedoeld in de artikelen 7.9a, tweede lid, of 7.9b, tweede lid. +Indien het instellingsbestuur niet kan vaststellen welke studenten onder de artikelen 5.12 of 10.6 van de Wet studiefinanciering 2000 vallen, verstrekt het tevens de gegevens, bedoeld in de artikelen 7.9a, eerste lid, of 7.9b, eerste lid, over alle studenten. In dat geval vermeldt het dit feit in de mededeling, bedoeld in de artikelen 7.9a, tweede lid, of 7.9b, tweede lid. ### Artikel 7.9d -Het instellingsbestuur doet voor het einde van de tweede maand volgend op de maand waarin een student, bedoeld in de artikelen 5.5 of 5.7 van de Wet studiefinanciering 2000, het afsluitend examen met goed gevolg heeft afgelegd, daarvan mededeling aan de Informatie Beheer Groep. Het stuurt gelijktijdig met die mededeling bericht van het verzenden daarvan aan de betrokkene. +Het instellingsbestuur doet voor het einde van de tweede maand volgend op de maand waarin een student, bedoeld in de artikelen 5.5 of 5.7 van de Wet studiefinanciering 2000, het afsluitend examen met goed gevolg heeft afgelegd, daarvan mededeling aan de Informatie Beheer Groep. Het stuurt gelijktijdig met die mededeling bericht van het verzenden daarvan aan de betrokkene. ### Artikel 7.9e @@ -1434,7 +1599,8 @@ d. het lidmaatschap, daaronder begrepen het voorzitterschap, van: e. andere door het instellingsbestuur te bepalen omstandigheden waarin betrokkene activiteiten ontplooit in het kader van de organisatie en het bestuur van de instelling; f. ter beoordeling van het instellingsbestuur: het lidmaatschap van het bestuur van een studentenorganisatie van enige omvang met volledige rechtsbevoegdheid; g. een onvoldoende studeerbare opleiding; -h. andere dan de in de onderdelen a tot en met g bedoelde omstandigheden die, indien een daarop gebaseerd verzoek om financiële ondersteuning door het instellingsbestuur niet zou worden gehonoreerd, zouden leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. +h. verlies van accreditatie van de opleiding waaraan de student is ingeschreven; +i. andere dan de in de onderdelen a tot en met h bedoelde omstandigheden die, indien een daarop gebaseerd verzoek om financiële ondersteuning door het instellingsbestuur niet zou worden gehonoreerd, zouden leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. **3.** Het instellingsbestuur deelt de student schriftelijk de beslissing op de aanvraag om toekenning van financiële ondersteuning zo spoedig mogelijk mede, nadat de student een bijzondere omstandigheid heeft aangemeld. De financiële ondersteuning wordt de student zo spoedig mogelijk ter beschikking gesteld of op een ander, door de student te bepalen tijdstip. @@ -3628,7 +3794,7 @@ b. deelname aan de loting voor een opleiding in 1998 of eerdere jaren niet meete ### Artikel 16.9b -**1.** Onverminderd artikel 7.51 treft het instellingsbestuur van een universiteit of hogeschool een financiële voorziening ten aanzien van een student die op grond van een van de artikelen 10.7 of 10.8 van de Wet studiefinanciering 2000 geen aanspraak kan maken op studiefinanciering op de voet van hoofdstuk 3 van die wet, indien de student naar het oordeel van het instellingsbestuur door bijzondere omstandigheden het bij of krachtens de artikelen 10.6 tot en met 10.8 van die wet bepaalde resultaat niet heeft behaald. Deze financiële voorziening is zodanig dat de betrokkene niet in een slechtere financiële situatie wordt gebracht dan wanneer hij studiefinanciering zou hebben genoten zonder toepassing van artikel 10.6 van de Wet studiefinanciering 2000. +**1.** Onverminderd artikel 7.51 treft het instellingsbestuur van een universiteit of hogeschool een financiële voorziening ten aanzien van een student die op grond van een van de artikelen 10.7 of 10.8 van de Wet studiefinanciering 2000 geen aanspraak kan maken op studiefinanciering op de voet van hoofdstuk 3 van die wet, indien de student naar het oordeel van het instellingsbestuur door bijzondere omstandigheden het bij of krachtens de artikelen 10.6 tot en met 10.8 van die wet bepaalde resultaat niet heeft behaald. Deze financiële voorziening is zodanig dat de betrokkene niet in een slechtere financiële situatie wordt gebracht dan wanneer hij studiefinanciering zou hebben genoten zonder toepassing van artikel 10.6 van de Wet studiefinanciering 2000. **2.** De bijzondere omstandigheden, bedoeld in het eerste lid, zijn de bijzondere omstandigheden, genoemd in artikel 7.51, tweede lid. Bij de toepassing van het eerste lid betrekt het instellingsbestuur als bijzondere omstandigheid tevens de omstandigheid dat de opleiding zodanig is ingericht dat de student redelijkerwijs niet in staat is geweest het in dat lid bedoelde resultaat te behalen. @@ -4112,6 +4278,51 @@ Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, da Deze wet kan worden aangehaald als "Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek". +## Hoofdstuk 17. Overgangs- en invoeringsbepalingen wijzigingswetten + +### Titel 1. Overgangsrecht wet van 6 juni 2002 houdende wijziging van onder meer de wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek in verband met de invoering van accreditatie in het hoger onderwijs + +### Artikel 17.1 + +In afwijking van artikel 5a.6, eerste lid, bepaalt Onze minister in het eerste jaar na inwerkingtreding van de wet van 6 juni 2002 (Stb. 302) het tijdstip waarvoor het accreditatieorgaan de ontwerpbegroting voor het daaropvolgende jaar zendt. + +### Artikel 17.2 + +**1.** Opleidingen verzorgd door instellingen die voor de dag van de datum van inwerkingtreding van de wet van 6 juni 2002 (Stb. 302) zijn geregistreerd in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs, bedoeld in artikel 6.13, en waarvan de beoordeling, bedoeld in artikel 1.18, eerste lid, heeft plaatsgevonden voor 1 januari 2000, zijn geaccrediteerd tot en met 31 december 2005. + +**2.** + +Opleidingen verzorgd door instellingen die voor de dag van de datum van inwerkingtreding van de wet van 6 juni 2002 (Stb. 302) zijn geregistreerd in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs, bedoeld in artikel 6.13, zijn geaccrediteerd tot en met 31 december van het jaar, dat volgt op het zesde jaar na de laatste beoordeling, bedoeld in artikel 1.18, eerste lid, indien die beoordeling heeft plaatsgevonden: + +a. na 31 december 1999 en voor 1 januari 2004, of +b. na 1 januari 2004 en de instelling aantoont dat op 1 december 2001 de start van die beoordeling was gepland op een datum die eerder is dan de eerste plaatsing van de accreditatiekaders in de Staatscourant. + +**3.** Opleidingen die blijkens het Centraal register opleidingen hoger onderwijs, bedoeld in artikel 6.13, zijn gestart of zullen starten met ingang van enig studiejaar, in de periode van de studiejaren vanaf 2000–2001 tot en met 2004–2005, en waarop artikel 6.3 of 17.5 van toepassing is, zijn geaccrediteerd tot en met 31 december van het kalenderjaar, dat zes jaar na de start van de opleiding ingaat. + +### Artikel 17.3 + +Dit artikel is nog niet in werking getreden. + +### Artikel 17.4 + +Onderzoek dat wordt verricht naar de kwaliteit van de werkzaamheden van een instelling op grond van artikel 1.18, tweede lid, zoals dat luidde op de dag voor de inwerkingtreding van de wet van 6 juni 2002 (Stb. 302) wordt afgerond met in achtneming van de wet zoals die luidde voor de dag van inwerkingtreding van de eerdergenoemde wet van 6 juni 2002. + +### Artikel 17.5 + +Verzoeken die voor de datum van de eerste plaatsing van de toetsingskaders in de Staatscourant zijn ingediend bij de adviescommissie onderwijsaanbod op grond van artikel 6.3, eerste of tweede lid, van de wet zoals die luidde op de dag voor de datum van inwerkingtreding van de wet van 6 juni 2002 (Stb. 302) worden afgehandeld volgens de bepalingen van deze wet zoals die luidden voor de dag van die plaatsing. + +### Artikel 17.6 + +**1.** Ten aanzien van de mogelijkheid om bezwaar te maken of beroep in te stellen tegen een besluit op grond van de artikelen 6.4, 6.5, 6.8, 6.10 en 6.11 of onderdelen daarvan, dat is genomen voor de datum van het vervallen van die artikelen, blijft het recht zoals het gold voor die datum van toepassing. + +**2.** Ten aanzien van een bezwaarschrift of beroepschrift tegen een besluit op grond van de artikelen 6.4, 6.5, 6.8, 6.10 en 6.11 of onderdelen daarvan, dat is ingediend voor de datum van het vervallen van die artikelen, blijft het recht zoals het gold voor die datum van toepassing. + +### Artikel 17.7 + +**1.** Onze minister zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van de wet van 6 juni 2002 (Stb. 302) aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten in de praktijk van die wet. + +**2.** Onze minister zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van de wet van 6 juni 2002 (Stb. 302) en vervolgens telkens na vier jaar aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en doelmatigheid van het functioneren van het accreditatieorgaan. + ## Hoofdstuk 17a. Overgangs- en invoeringsbepalingen van de wet betreffende de invoering van de bachelor-masterstructuur in het hoger onderwijs ### Titel 1. Wet van 6 juni 2002 (Stb. 303) @@ -4120,7 +4331,7 @@ Deze wet kan worden aangehaald als "Wet op het hoger onderwijs en wetenschappeli ### Artikel 17a.1 -Onverminderd artikel 17a.7, tweede lid, kunnen met ingang van 1 september 2002 aan een bekostigde of aangewezen universiteit of aan de Open Universiteit geen nieuwe opleidingen in het wetenschappelijk onderwijs als bedoeld in artikel 7.3, zoals dat artikel op 31 augustus 2002 luidde, meer worden ingesteld. +Onverminderd artikel 17a.7, tweede lid, kunnen met ingang van 1 september 2002 aan een bekostigde of aangewezen universiteit of aan de Open Universiteit geen nieuwe opleidingen in het wetenschappelijk onderwijs als bedoeld in artikel 7.3, zoals dat artikel op 31 augustus 2002 luidde, meer worden ingesteld. #### Paragraaf 2. Instelling en registratie van bachelor- en masteropleidingen in het wetenschappelijk onderwijs; tijdelijke handhaving van opleidingen in afbouw @@ -4128,9 +4339,9 @@ Onverminderd artikel 17a.7, tweede lid, kunnen met ingang van 1 september 2002 **1.** Met ingang van het studiejaar 2002–2003 kan aan een bekostigde of aangewezen universiteit of aan de Open Universiteit onderwijs worden verzorgd in bacheloropleidingen, bedoeld in artikel 7.3a, eerste lid, onder a, en in masteropleidingen, bedoeld in artikel 7.3a, eerste lid, onder b. -**2.** Indien het instellingsbestuur van een instelling als bedoeld in heteerste lid met betrekking tot een opleiding in het wetenschappelijk onderwijs die in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs, bedoeld in artikel 6.13, is geregistreerd, in een bepaald studiejaar voornemens is de bachelor-masterstructuur in te voeren, stelt hij een bacheloropleiding in en zonodig een of meer daarop aansluitende masteropleidingen. Het aantal in te stellen masteropleidingen is gelijk aan ten hoogste het aantal afstudeerrichtingen dat op 31 augustus 2002 in de onderwijs- en examenregeling van de opleiding in het wetenschappelijk onderwijs, bedoeld in de eerste volzin, was beschreven. De in te stellen bachelor- en masteropleidingen zijn samengesteld uit programmaonderdelen die in het studiejaar voorafgaand aan de instelling van die opleidingen door de instelling werden verzorgd. +**2.** Indien het instellingsbestuur van een instelling als bedoeld in heteerste lid met betrekking tot een opleiding in het wetenschappelijk onderwijs die in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs, bedoeld in artikel 6.13, is geregistreerd, in een bepaald studiejaar voornemens is de bachelor-masterstructuur in te voeren, stelt hij een bacheloropleiding in en zonodig een of meer daarop aansluitende masteropleidingen. Het aantal in te stellen masteropleidingen is gelijk aan ten hoogste het aantal afstudeerrichtingen dat op 31 augustus 2002 in de onderwijs- en examenregeling van de opleiding in het wetenschappelijk onderwijs, bedoeld in de eerste volzin, was beschreven. De in te stellen bachelor- en masteropleidingen zijn samengesteld uit programmaonderdelen die in het studiejaar voorafgaand aan de instelling van die opleidingen door de instelling werden verzorgd. -**3.** Artikel 7.4a, zevende lid, blijft ten aanzien van een masteropleiding in het wetenschappelijk onderwijs als bedoeld in artikel 7.13, derde lid, op het moment van instelling van die opleiding buiten toepassing. De eerste volzin is niet van toepassing op een masteropleiding die een voortzetting vormt van een opleiding ten aanzien waarvan het instellingsbestuur uiterlijk op 1 september 2001 met toepassing van artikel 7.4, zevende lid, zoals die bepaling op die datum luidde, heeft bepaald dat de desbetreffende opleiding een grotere studielast had dan 168 studiepunten. +**3.** Artikel 7.4a, zevende lid, blijft ten aanzien van een masteropleiding in het wetenschappelijk onderwijs als bedoeld in artikel 7.13, derde lid, op het moment van instelling van die opleiding buiten toepassing. De eerste volzin is niet van toepassing op een masteropleiding die een voortzetting vormt van een opleiding ten aanzien waarvan het instellingsbestuur uiterlijk op 1 september 2001 met toepassing van artikel 7.4, zevende lid, zoals die bepaling op die datum luidde, heeft bepaald dat de desbetreffende opleiding een grotere studielast had dan 168 studiepunten. **4.** De bevoegdheid, bedoeld in het tweede lid, vervalt met ingang van het tijdstip, vastgesteld bij het in artikel 17a.7, eerste lid, bedoelde koninklijk besluit. @@ -4144,9 +4355,9 @@ Onverminderd artikel 17a.7, tweede lid, kunnen met ingang van 1 september 2002 ### Artikel 17a.2b -**1.** Het instellingsbestuur van een bekostigde of aangewezen universiteit dat met betrekking tot een opleiding in het wetenschappelijk onderwijs waaraan een afstudeerrichting is verbonden als bedoeld in artikel 7.5, eerste lid, onder b, zoals die bepaling op 31 augustus 2002 luidde, voornemens is de bachelor-masterstructuur in te voeren, is bevoegd in een bepaald studiejaar in plaats van een masteropleiding in het wetenschappelijk onderwijs als bedoeld in artikel 17a.2, tweede lid, een opleiding als bedoeld in artikel 7.4a, derde lid, eerste volzin, in te stellen. +**1.** Het instellingsbestuur van een bekostigde of aangewezen universiteit dat met betrekking tot een opleiding in het wetenschappelijk onderwijs waaraan een afstudeerrichting is verbonden als bedoeld in artikel 7.5, eerste lid, onder b, zoals die bepaling op 31 augustus 2002 luidde, voornemens is de bachelor-masterstructuur in te voeren, is bevoegd in een bepaald studiejaar in plaats van een masteropleiding in het wetenschappelijk onderwijs als bedoeld in artikel 17a.2, tweede lid, een opleiding als bedoeld in artikel 7.4a, derde lid, eerste volzin, in te stellen. -**2.** Het instellingsbestuur van een universiteit waaraan een opleiding als bedoeld in artikel 7.5, eerste lid, onder a, zoals die bepaling op 31 augustus 2002 luidde, is verbonden, is bevoegd in een bepaald studiejaar een opleiding als bedoeld in artikel 7.4a, derde lid, eerste volzin, in te stellen. +**2.** Het instellingsbestuur van een universiteit waaraan een opleiding als bedoeld in artikel 7.5, eerste lid, onder a, zoals die bepaling op 31 augustus 2002 luidde, is verbonden, is bevoegd in een bepaald studiejaar een opleiding als bedoeld in artikel 7.4a, derde lid, eerste volzin, in te stellen. **3.** Artikel 17a.2, derde tot en met vijfde lid, is van toepassing. @@ -4160,39 +4371,39 @@ Onverminderd artikel 17a.7, tweede lid, kunnen met ingang van 1 september 2002 **4.** Indien het college van bestuur van de Open Universiteit de vereiste instemming niet verwerft en hij zijn voorgenomen besluit wenst te handhaven, legt hij het geschil onverwijld voor aan de raad van toezicht van die instelling. Artikel 11.16, tweede lid, is van toepassing. De raad van toezicht neemt een besluit binnen uiterlijk vier weken, nadat het geschil door het college van bestuur aan de raad is voorgelegd. -**5.** Indien 1 september 2002 geldt als de voorgenomen datum van invoering van de bachelor-masterstructuur, wordt het verzoek om instemming als bedoeld in het eerste lid voor 25 juni 2002 door het instellingsbestuur van een universiteit bij de faculteitsraad of door het college van bestuur van de Open Universiteit bij de studentenraad ingediend. In afwijking van het tweede lid wordt de mededeling, bedoeld in die volzin, binnen drie weken gedaan. In afwijking van het derde lid doet de commissie voor geschillen binnen twee weken een uitspraak. In afwijking van het vierde lid neemt de raad van toezicht van de Open Universiteit binnen twee weken een besluit. +**5.** Indien 1 september 2002 geldt als de voorgenomen datum van invoering van de bachelor-masterstructuur, wordt het verzoek om instemming als bedoeld in het eerste lid voor 25 juni 2002 door het instellingsbestuur van een universiteit bij de faculteitsraad of door het college van bestuur van de Open Universiteit bij de studentenraad ingediend. In afwijking van het tweede lid wordt de mededeling, bedoeld in die volzin, binnen drie weken gedaan. In afwijking van het derde lid doet de commissie voor geschillen binnen twee weken een uitspraak. In afwijking van het vierde lid neemt de raad van toezicht van de Open Universiteit binnen twee weken een besluit. -**6.** Dit artikel is voor het studiejaar 2002–2003 niet van toepassing, indien het Staatsblad waarin de wet van 6 juni 2002 tot wijziging van onder meer de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en de Wet studiefinanciering 2000 in verband met de invoering van de bachelor-masterstructuur in het hoger onderwijs wordt geplaatst, niet is uitgegeven voor 21 juni 2002. +**6.** Dit artikel is voor het studiejaar 2002–2003 niet van toepassing, indien het Staatsblad waarin de wet van 6 juni 2002 tot wijziging van onder meer de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en de Wet studiefinanciering 2000 in verband met de invoering van de bachelor-masterstructuur in het hoger onderwijs wordt geplaatst, niet is uitgegeven voor 21 juni 2002. **7.** Indien de universiteitsraad van een universiteit reeds betrokken is geweest bij de voorbereiding van de gehele of gedeeltelijke invoering van de bachelor-masterstructuur in die universiteit, kan het instellingsbestuur, in afwijking van het eerste lid, met betrekking tot een besluit als bedoeld in het eerste lid in plaats van de faculteitsraad de universiteitsraad om instemming als bedoeld in dat lid verzoeken. In het geval dat de eerste volzin toepassing heeft gevonden, wordt in het eerste, tweede, derde en vijfde lid «faculteitsraad» vervangen door: universiteitsraad. ### Artikel 17a.3 -**1.** Het instellingsbestuur, bedoeld in artikel 17a.2, artikel 17a.2a of artikel 17a.2b dat een bacheloropleiding in het wetenschappelijk onderwijs dan wel een of meer daarop aansluitende masteropleidingen met het oog op de verzorging van dat onderwijs met ingang van het studiejaar 2002–2003 heeft ingesteld, meldt die opleiding of die opleidingen uiterlijk op 1 augustus 2002 aan bij de Informatie Beheer Groep voor registratie in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs. Bij de aanmelding verstrekt het instellingsbestuur de gegevens, bedoeld in artikel 6.13, vierde lid. +**1.** Het instellingsbestuur, bedoeld in artikel 17a.2, artikel 17a.2a of artikel 17a.2b dat een bacheloropleiding in het wetenschappelijk onderwijs dan wel een of meer daarop aansluitende masteropleidingen met het oog op de verzorging van dat onderwijs met ingang van het studiejaar 2002–2003 heeft ingesteld, meldt die opleiding of die opleidingen uiterlijk op 1 augustus 2002 aan bij de Informatie Beheer Groep voor registratie in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs. Bij de aanmelding verstrekt het instellingsbestuur de gegevens, bedoeld in artikel 6.13, vierde lid. **2.** De Informatie Beheer Groep registreert de opleidingen overeenkomstig de door het instellingsbestuur verstrekte gegevens in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs dat betrekking heeft op het studiejaar 2002–2003. Onverminderd artikel 6.13, vierde lid, bevat het register van elke opleiding het tijdstip waarop voor het eerst inschrijving voor de opleiding mogelijk is. -**3.** Indien de gegevens niet volledig zijn, stelt de Informatie Beheer Groep het instellingsbestuur in de gelegenheid om uiterlijk 15 augustus 2002 te voorzien in de ontbrekende gegevens. +**3.** Indien de gegevens niet volledig zijn, stelt de Informatie Beheer Groep het instellingsbestuur in de gelegenheid om uiterlijk 15 augustus 2002 te voorzien in de ontbrekende gegevens. -**4.** De Informatie Beheer Groep weigert registratie in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs uitsluitend, indien hij de gegevens uiterlijk 15 augustus 2002 niet of niet volledig heeft ontvangen. De Informatie Beheer Groep stelt het instellingsbestuur zo spoedig mogelijk op de hoogte van een besluit houdende weigering van de registratie. +**4.** De Informatie Beheer Groep weigert registratie in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs uitsluitend, indien hij de gegevens uiterlijk 15 augustus 2002 niet of niet volledig heeft ontvangen. De Informatie Beheer Groep stelt het instellingsbestuur zo spoedig mogelijk op de hoogte van een besluit houdende weigering van de registratie. **5.** De Informatie Beheer Groep maakt voor 1 september 2002 het Centraal register opleidingen hoger onderwijs in verband met de invoering van de bachelor-masterstructuur bekend. Van deze bekendmaking wordt mededeling gedaan in de Staatscourant. ### Artikel 17a.4 -**1.** Het instellingsbestuur, bedoeld in artikel 17a.2 , artikel 17a.2a of artikel 17a.2b dat een bacheloropleiding in het wetenschappelijk onderwijs dan wel een of meer daarop aansluitende masteropleidingen met het oog op de verzorging van dat onderwijs met ingang van een studiejaar 2003–2004 heeft ingesteld, meldt die opleiding of die opleidingen uiterlijk op 28 februari 2003 aan bij de Informatie Beheer Groep voor registratie in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs. Bij de aanmelding verstrekt het instellingsbestuur de gegevens, bedoeld in artikel 6.13, vierde lid. +**1.** Het instellingsbestuur, bedoeld in artikel 17a.2 , artikel 17a.2a of artikel 17a.2b dat een bacheloropleiding in het wetenschappelijk onderwijs dan wel een of meer daarop aansluitende masteropleidingen met het oog op de verzorging van dat onderwijs met ingang van een studiejaar 2003–2004 heeft ingesteld, meldt die opleiding of die opleidingen uiterlijk op 28 februari 2003 aan bij de Informatie Beheer Groep voor registratie in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs. Bij de aanmelding verstrekt het instellingsbestuur de gegevens, bedoeld in artikel 6.13, vierde lid. **2.** Artikel 17a.3, tweede lid, is van toepassing met dien verstande dat de registratie betrekking heeft op het studiejaar 2003–2004. -**3.** Artikel 17a.3, derde en vierde lid, is van toepassing met dien verstande dat het uiterste tijdstip 31 mei 2003 is. +**3.** Artikel 17a.3, derde en vierde lid, is van toepassing met dien verstande dat het uiterste tijdstip 31 mei 2003 is. **4.** -De Informatie Beheer Groep maakt voor 1 juli 2003 met betrekking tot het Centraal register opleidingen hoger onderwijs de volgende wijzigingen bekend: +De Informatie Beheer Groep maakt voor 1 juli 2003 met betrekking tot het Centraal register opleidingen hoger onderwijs de volgende wijzigingen bekend: a. de uit het tweede lid voortvloeiende wijzigingen, en -b. de verschillen tussen het Centraal register opleidingen hoger onderwijs dat betrekking heeft op het studiejaar 2002–2003, en het Centraal register opleidingen hoger onderwijs dat betrekking heeft op het studiejaar 2003–2004 zoals bekendgemaakt voor 1 juli 2002. +b. de verschillen tussen het Centraal register opleidingen hoger onderwijs dat betrekking heeft op het studiejaar 2002–2003, en het Centraal register opleidingen hoger onderwijs dat betrekking heeft op het studiejaar 2003–2004 zoals bekendgemaakt voor 1 juli 2002. Van deze bekendmaking wordt mededeling gedaan in de Staatscourant. @@ -4204,7 +4415,7 @@ Van deze bekendmaking wordt mededeling gedaan in de Staatscourant. **3.** Artikel 6.14, vierde lid, eerste en tweede volzin, en vijfde lid, eerste volzin, is van overeenkomstige toepassing. -**4.** De Informatie Beheer Groep maakt de uit het tweede lid voortvloeiende wijzigingen bekend voor 1 juli van het kalenderjaar voorafgaand aan het desbetreffende studiejaar. Van deze bekendmaking wordt mededeling gedaan in de Staatscourant. +**4.** De Informatie Beheer Groep maakt de uit het tweede lid voortvloeiende wijzigingen bekend voor 1 juli van het kalenderjaar voorafgaand aan het desbetreffende studiejaar. Van deze bekendmaking wordt mededeling gedaan in de Staatscourant. ### Artikel 17a.6 @@ -4212,13 +4423,13 @@ Van deze bekendmaking wordt mededeling gedaan in de Staatscourant. **2.** Met ingang van het in artikel 17a.2, tweede lid, bedoelde studiejaar worden geen studenten of extraneï voor de eerste maal voor de propedeutische fase van de desbetreffende opleiding in het wetenschappelijk onderwijs ingeschreven. -**3.** Op een in dit artikel bedoelde opleiding en de daarvoor ingeschreven studenten en extraneï blijven de voorschriften van deze wet en de daarop gebaseerde uitvoeringsregelingen, zoals die op 31 augustus 2002 luidden, van toepassing. +**3.** Op een in dit artikel bedoelde opleiding en de daarvoor ingeschreven studenten en extraneï blijven de voorschriften van deze wet en de daarop gebaseerde uitvoeringsregelingen, zoals die op 31 augustus 2002 luidden, van toepassing. #### Paragraaf 3. Ongedeelde opleidingen in het wetenschappelijk onderwijs ### Artikel 17a.7 -**1.** Tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip kunnen aan een bekostigde of aangewezen universiteit of aan de Open Universiteit opleidingen als bedoeld in artikel 7.3, zoals dat artikel op 31 augustus 2002 luidde, worden verzorgd, voorzover die opleidingen op 31 augustus 2002 aan die instelling zijn verbonden. Het tijdstip, vastgesteld bij het in de eerste volzin bedoelde koninklijk besluit, is 1 september van enig jaar. Het koninklijk besluit wordt vastgesteld en bekendgemaakt voor 1 september van het jaar dat voorafgaat aan het tijdstip, vastgesteld bij dat besluit. +**1.** Tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip kunnen aan een bekostigde of aangewezen universiteit of aan de Open Universiteit opleidingen als bedoeld in artikel 7.3, zoals dat artikel op 31 augustus 2002 luidde, worden verzorgd, voorzover die opleidingen op 31 augustus 2002 aan die instelling zijn verbonden. Het tijdstip, vastgesteld bij het in de eerste volzin bedoelde koninklijk besluit, is 1 september van enig jaar. Het koninklijk besluit wordt vastgesteld en bekendgemaakt voor 1 september van het jaar dat voorafgaat aan het tijdstip, vastgesteld bij dat besluit. **2.** Onder de opleidingen, bedoeld in het eerste lid, worden mede begrepen de opleidingen die zijn ingesteld en geregistreerd in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs dan wel tijdig voor registratie in dat register zijn aangemeld. @@ -4226,7 +4437,7 @@ Van deze bekendmaking wordt mededeling gedaan in de Staatscourant. ### Artikel 17a.7a -**1.** Tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip kunnen aan een bekostigde of aangewezen universiteit universitaire eerstegraads lerarenopleidingen als bedoeld in artikel 7.4, vierde lid, zoals die bepaling op 31 augustus 2002 luidde, worden verzorgd, voorzover die opleidingen op 31 augustus 2002 aan die instelling zijn verbonden. Artikel 17a.7, eerste lid, tweede en derde volzin, is van toepassing. +**1.** Tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip kunnen aan een bekostigde of aangewezen universiteit universitaire eerstegraads lerarenopleidingen als bedoeld in artikel 7.4, vierde lid, zoals die bepaling op 31 augustus 2002 luidde, worden verzorgd, voorzover die opleidingen op 31 augustus 2002 aan die instelling zijn verbonden. Artikel 17a.7, eerste lid, tweede en derde volzin, is van toepassing. **2.** Artikel 17a.7, tweede en derde lid, is van toepassing. @@ -4236,25 +4447,25 @@ Indien het koninklijk besluit, bedoeld in artikel 17a.7 of artikel 17a.7a, tot s ### Artikel 17a.9 -Op de in artikel 17a.7 of artikel 17a.7a bedoelde opleidingen en de daarvoor ingeschreven studenten en extraneï blijven de voorschriften van deze wet en de daarop gebaseerde uitvoeringsregelingen, zoals die op 31 augustus 2002 luidden, van toepassing. +Op de in artikel 17a.7 of artikel 17a.7a bedoelde opleidingen en de daarvoor ingeschreven studenten en extraneï blijven de voorschriften van deze wet en de daarop gebaseerde uitvoeringsregelingen, zoals die op 31 augustus 2002 luidden, van toepassing. #### Paragraaf 4. Omzetting van rechtswege en registratie van bacheloropleidingen in het hoger beroepsonderwijs; tijdelijke handhaving van voortgezette opleidingen ### Artikel 17a.10 -**1.** De opleidingen in het hoger beroepsonderwijs waarvan de studielast op 31 augustus 2002 168 studiepunten bedroeg, zijn met ingang van 1 september 2002 bacheloropleidingen als bedoeld in artikel 7.3a, tweede lid, onder a. +**1.** De opleidingen in het hoger beroepsonderwijs waarvan de studielast op 31 augustus 2002 168 studiepunten bedroeg, zijn met ingang van 1 september 2002 bacheloropleidingen als bedoeld in artikel 7.3a, tweede lid, onder a. **2.** Onder de opleidingen, bedoeld in het eerste lid, worden mede begrepen de opleidingen die zijn ingesteld en geregistreerd in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs dan wel tijdig voor registratie in dat register zijn aangemeld. ### Artikel 17a.10a -**1.** Tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip kunnen aan een bekostigde hogeschool opleidingen in het hoger beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 7.4, vierde en vijfde lid, zoals die artikelleden op 31 augustus 2002 luidden, worden verzorgd, voorzover die opleidingen op 31 augustus 2002 aan die hogeschool zijn verbonden. Artikel 17a.7, eerste lid, tweede en derde volzin, is van toepassing. +**1.** Tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip kunnen aan een bekostigde hogeschool opleidingen in het hoger beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 7.4, vierde en vijfde lid, zoals die artikelleden op 31 augustus 2002 luidden, worden verzorgd, voorzover die opleidingen op 31 augustus 2002 aan die hogeschool zijn verbonden. Artikel 17a.7, eerste lid, tweede en derde volzin, is van toepassing. **2.** Artikel 17a.7, derde lid, is van overeenkomstige toepassing. **3.** Het in het eerste lid bedoelde tijdstip kan voor de onderscheiden opleidingen verschillend worden bepaald. Indien toepassing wordt gegeven aan de eerste volzin, wordt dat besluit niet eerder genomen dan nadat voor de desbetreffende opleiding een besluit als bedoeld in artikel 7.3a, tweede lid, is genomen, waarbij een masteropleiding is aangemerkt die een voortzetting vormt van eerstbedoelde opleiding. -**4.** Indien een besluit als bedoeld artikel 7.3a, tweede lid, betrekking heeft op een masteropleiding die een voortzetting vormt van een opleiding als bedoeld in artikel 7.4, vierde en vijfde lid, zoals die artikelleden op 31 augustus 2002 luidden, bedraagt de studielast van die opleiding het aantal studiepunten, genoemd in die artikelleden, vermenigvuldigd met de factor 1,43. De uitkomst daarvan wordt voorzover nodig rekenkundig afgerond. +**4.** Indien een besluit als bedoeld artikel 7.3a, tweede lid, betrekking heeft op een masteropleiding die een voortzetting vormt van een opleiding als bedoeld in artikel 7.4, vierde en vijfde lid, zoals die artikelleden op 31 augustus 2002 luidden, bedraagt de studielast van die opleiding het aantal studiepunten, genoemd in die artikelleden, vermenigvuldigd met de factor 1,43. De uitkomst daarvan wordt voorzover nodig rekenkundig afgerond. ### Artikel 17a.10b @@ -4264,7 +4475,7 @@ De artikelen 17a.8 en 17a.9 zijn van overeenkomstige toepassing op de opleidinge **1.** De Informatie Beheer Groep registreert de opleidingen, bedoeld in artikel 17a.10, in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs dat betrekking heeft op het studiejaar 2002–2003. -**2.** De Informatie Beheer Groep beëindigt de registratie van de opleidingen in het hoger beroepsonderwijs met uitzondering van de opleidingen, bedoeld in artikel 17a.10a, eerste lid, met ingang van 1 september 2002. +**2.** De Informatie Beheer Groep beëindigt de registratie van de opleidingen in het hoger beroepsonderwijs met uitzondering van de opleidingen, bedoeld in artikel 17a.10a, eerste lid, met ingang van 1 september 2002. **3.** De Informatie Beheer Groep maakt de uit het eerste en tweede lid voortvloeiende wijzigingen bekend in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs, bedoeld in artikel 17a.3, vijfde lid. @@ -4276,7 +4487,7 @@ De artikelen 17a.8 en 17a.9 zijn van overeenkomstige toepassing op de opleidinge **2.** Met betrekking tot de bacheloropleidingen in het hoger beroepsonderwijs en de masteropleidingen in het hoger beroepsonderwijs, bedoeld in artikel 7.3a, tweede lid, onder b, wordt de studielast van die opleidingen met ingang van het studiejaar 2002–2003 uitgedrukt in studiepunten overeenkomstig artikel 7.4b. -**3.** Met betrekking tot de opleidingen, bedoeld in artikel 17a.6, de opleidingen, bedoeld in artikel 17a.7, en de opleidingen, bedoeld in artikel 17a.10a, wordt de studielast van die opleidingen met ingang van het studiejaar 2002–2003 uitgedrukt in studiepunten overeenkomstig artikel 7.4, tweede tot en met zesde lid, zoals die artikelleden luidden op 31 augustus 2002, vermenigvuldigd met de factor 1,43. De uitkomst daarvan wordt voorzover nodig rekenkundig afgerond. +**3.** Met betrekking tot de opleidingen, bedoeld in artikel 17a.6, de opleidingen, bedoeld in artikel 17a.7, en de opleidingen, bedoeld in artikel 17a.10a, wordt de studielast van die opleidingen met ingang van het studiejaar 2002–2003 uitgedrukt in studiepunten overeenkomstig artikel 7.4, tweede tot en met zesde lid, zoals die artikelleden luidden op 31 augustus 2002, vermenigvuldigd met de factor 1,43. De uitkomst daarvan wordt voorzover nodig rekenkundig afgerond. ### Artikel 17a.11b @@ -4284,13 +4495,13 @@ Het instellingsbestuur wijzigt voor 1 september 2004 van de onderwijs- en examen ### Artikel 17a.11c -**1.** De omrekenfactor voor de omzetting van studiepunten als bedoeld in artikel 7.4, zoals dat artikel luidde op 31 augustus 2002, in studiepunten als bedoeld in de artikelen 7.4a en 7.4b is het getal 1,43. +**1.** De omrekenfactor voor de omzetting van studiepunten als bedoeld in artikel 7.4, zoals dat artikel luidde op 31 augustus 2002, in studiepunten als bedoeld in de artikelen 7.4a en 7.4b is het getal 1,43. **2.** De uitkomst van de omzetting van studiepunten wordt rekenkundig afgerond op een decimaal achter de komma. ### Artikel 17a.11d -Het instellingsbestuur deelt een student of extraneus desgevraagd mee het aantal studiepunten, bedoeld in de artikelen 7.4a en 7.4b, dat hij tot en met 31 augustus 2002 heeft behaald. Het instellingsbestuur waarborgt daarbij dat de rechten die een student of extraneus kan ontlenen aan de voor 1 september 2002 behaalde studiepunten, door deze omrekening niet minder kunnen worden. +Het instellingsbestuur deelt een student of extraneus desgevraagd mee het aantal studiepunten, bedoeld in de artikelen 7.4a en 7.4b, dat hij tot en met 31 augustus 2002 heeft behaald. Het instellingsbestuur waarborgt daarbij dat de rechten die een student of extraneus kan ontlenen aan de voor 1 september 2002 behaalde studiepunten, door deze omrekening niet minder kunnen worden. #### Paragraaf 6. Overig invoerings- en overgangsrecht @@ -4302,11 +4513,11 @@ Voor de toepassing van artikel 7.8b, vijfde lid, tweede volzin, wordt onder bach **1.** Het instellingsbestuur, bedoeld in artikel 17a.2, artikel 17a.2a of artikel 17a.2b stelt uiterlijk drie maanden voorafgaand aan het studiejaar waarin het onderwijs in de opleiding, bedoeld in dat artikel, voor het eerst wordt verzorgd, de onderwijs- en examenregeling, bedoeld in artikel 7.13, voor die opleiding vast. -**2.** Voor het studiejaar 2002–2003 is het tijdstip, bedoeld in het eerste lid, uiterlijk 15 augustus 2002. +**2.** Voor het studiejaar 2002–2003 is het tijdstip, bedoeld in het eerste lid, uiterlijk 15 augustus 2002. ### Artikel 17a.14 -Degene die op of voor 31 augustus 2002 voldoet aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 7.18, tweede lid, onder a, zoals die bepaling luidde op 31 augustus 2002, wordt gelijkgesteld aan degene die voldoet aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 7.18, tweede lid, onder a. +Degene die op of voor 31 augustus 2002 voldoet aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 7.18, tweede lid, onder a, zoals die bepaling luidde op 31 augustus 2002, wordt gelijkgesteld aan degene die voldoet aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 7.18, tweede lid, onder a. ### Artikel 17a.15 @@ -4314,9 +4525,9 @@ De bezitter van een getuigschrift van een met goed gevolg afgelegd kandidaatsexa ### Artikel 17a.16 -**1.** Degenen die op grond van artikel 7.20a, zoals die bepaling op 31 augustus 2002 luidde, gerechtigd waren tot het voeren van de titel kandidaat, blijven gerechtigd die titel te voeren overeenkomstig dat artikel. +**1.** Degenen die op grond van artikel 7.20a, zoals die bepaling op 31 augustus 2002 luidde, gerechtigd waren tot het voeren van de titel kandidaat, blijven gerechtigd die titel te voeren overeenkomstig dat artikel. -**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op degenen die na 31 augustus 2002 met goed gevolg het kandidaatsexamen van een opleiding als bedoeld in artikel 17a.6 of van een opleiding als bedoeld in artikel 17a.7 hebben afgelegd. +**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op degenen die na 31 augustus 2002 met goed gevolg het kandidaatsexamen van een opleiding als bedoeld in artikel 17a.6 of van een opleiding als bedoeld in artikel 17a.7 hebben afgelegd. ### Artikel 17a.17 @@ -4330,13 +4541,13 @@ Voor de toepassing van de paragrafen 4 en 4a van titel 3 van hoofdstuk 7 wordt o ### Artikel 17a.19 -De opleidingscommissies, bedoeld in de artikelen 9.18 en 10.3c, zoals die artikelen op 31 augustus 2002 luidden, en in artikel 11.11, zijn mede ingesteld voor de overeenkomstige opleidingen, bedoeld in de artikelen 17a.6 en 17a.7. +De opleidingscommissies, bedoeld in de artikelen 9.18 en 10.3c, zoals die artikelen op 31 augustus 2002 luidden, en in artikel 11.11, zijn mede ingesteld voor de overeenkomstige opleidingen, bedoeld in de artikelen 17a.6 en 17a.7. #### Paragraaf 7. Overige bepalingen ### Artikel 17a.20 -Ten aanzien van de beslissing op een bezwaarschrift of een beroepschrift dat gericht is tegen een besluit dat voor 1 september 2002 is bekendgemaakt, blijft het recht zoals het gold voor die dag van toepassing. +Ten aanzien van de beslissing op een bezwaarschrift of een beroepschrift dat gericht is tegen een besluit dat voor 1 september 2002 is bekendgemaakt, blijft het recht zoals het gold voor die dag van toepassing. ### Artikel 17a.21