From c0e6eef6e262c5d256537872241b8753cab66263 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Sun, 1 Jan 2006 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2006-01-01 | BWBR0003994 | Wet bodembescherming --- .../BWBR0003994/README.md | 489 ++++++++++++------ 1 file changed, 318 insertions(+), 171 deletions(-) diff --git a/wet/wet-bodembescherming/BWBR0003994/README.md b/wet/wet-bodembescherming/BWBR0003994/README.md index 8b25333f721..1b0dacdac65 100644 --- a/wet/wet-bodembescherming/BWBR0003994/README.md +++ b/wet/wet-bodembescherming/BWBR0003994/README.md @@ -42,6 +42,10 @@ waterkwaliteitsbeheerder: het bestuursorgaan dat bevoegd is tot vergunningverlen provinciaal milieuprogramma: provinciaal milieuprogramma, bedoeld in artikel 4.14 van de Wet milieubeheer, voor zover dat betrekking heeft op gevallen als bedoeld in het tweede lid, onder *a*, onder 1°, van dat artikel; +budgetperiode: de periode van vijf jaar waarvoor Onze Minister aan provincies een budget kan verlenen op grond van de artikelen 76 en 76n; + +watersysteem: het samenhangend geheel van oppervlaktewateren en grondwatervoorkomens. + ## Hoofdstuk II. Technische commissie bodembescherming ### Artikel 2 @@ -222,7 +226,7 @@ b. welke voorschriften ter bescherming van het grondwater moeten worden verbonde ### Artikel 13 -Ieder die op of in de bodem handelingen verricht als bedoeld in de artikelen 6 tot en met 11 en die weet of redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat door die handelingen de bodem kan worden verontreinigd of aangetast, is verplicht alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd, teneinde die verontreiniging of aantasting te voorkomen, dan wel indien die verontreiniging of aantasting zich voordoet, de bodem te saneren of de aantasting en de directe gevolgen daarvan te beperken en zoveel mogelijk ongedaan te maken. Indien de verontreiniging of aantasting het gevolg is van een ongewoon voorval, worden de maatregelen onverwijld genomen. +Ieder die op of in de bodem handelingen verricht als bedoeld in de artikelen 6 tot en met 11 en die weet of redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat door die handelingen de bodem kan worden verontreinigd of aangetast, is verplicht alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd, teneinde die verontreiniging of aantasting te voorkomen, dan wel indien die verontreiniging of aantasting zich voordoet, de verontreiniging of de aantasting en de directe gevolgen daarvan te beperken en zoveel mogelijk ongedaan te maken. Indien de verontreiniging of aantasting het gevolg is van een ongewoon voorval, worden de maatregelen onverwijld genomen. ### Artikel 13a @@ -534,7 +538,7 @@ b. indien binnen de termijn, bedoeld in het tweede lid, geen beschikking is gege ### Artikel 30 -**1.** Indien ten gevolge van een ongewoon voorval een geval van ernstige verontreiniging ontstaat of de bodem ernstig is of dreigt te worden aangetast, nemen gedeputeerde staten onverwijld de naar hun oordeel noodzakelijke maatregelen ten einde de oorzaak van de verontreiniging of aantasting weg te nemen en de bodem te saneren of de aantasting en de directe gevolgen daarvan te beperken en zoveel mogelijk ongedaan te maken. +**1.** Indien ten gevolge van een ongewoon voorval een geval van ernstige verontreiniging ontstaat of de bodem ernstig is of dreigt te worden aangetast, nemen gedeputeerde staten onverwijld de naar hun oordeel noodzakelijke maatregelen ten einde de oorzaak van de verontreiniging of aantasting weg te nemen en de verontreiniging of de aantasting en de directe gevolgen daarvan te beperken en zoveel mogelijk ongedaan te maken. **2.** @@ -548,9 +552,9 @@ b. een bevel die handeling te staken indien niet voldaan wordt aan door gedepute Met betrekking tot degene op wiens grondgebied de oorzaak van de verontreiniging of de aantasting zich bevindt, dan wel de verontreiniging, de aantasting of de directe gevolgen zich voordoen, kunnen de in het eerste lid bedoelde maatregelen een bevel inhouden daarbij aan te geven personen op zijn grondgebied toe te laten en in de gelegenheid te stellen, zonodig met gebruik van hulpmiddelen: a. ter plaatse een onderzoek in te stellen naar de oorzaak en de omvang van de verontreiniging, de aantasting of de directe gevolgen; -b. de oorzaak van de verontreiniging of de aantasting weg te nemen dan wel de bodem te saneren of de aantasting en de directe gevolgen daarvan te beperken en zoveel mogelijk ongedaan te maken. +b. de oorzaak van de verontreiniging of de aantasting weg te nemen dan wel de verontreiniging of de aantasting en de directe gevolgen daarvan te beperken en zoveel mogelijk ongedaan te maken. -**4.** Met betrekking tot degene op wiens grondgebied maatregelen moeten worden getroffen om op een in de directe omgeving gelegen grondgebied van een ander de bodem te kunnen saneren of de aantasting en de directe gevolgen daarvan te beperken en zoveel mogelijk ongedaan te maken, kunnen de in het eerste lid bedoelde maatregelen een bevel inhouden daarbij aan te geven personen op zijn grondgebied toe te laten en in de gelegenheid te stellen de daarbij aan te geven maatregelen uit te voeren. +**4.** Met betrekking tot degene op wiens grondgebied maatregelen moeten worden getroffen om op een in de directe omgeving gelegen grondgebied van een ander de verontreiniging of de aantasting en de directe gevolgen daarvan te kunnen beperken en zoveel mogelijk ongedaan te maken, kunnen de in het eerste lid bedoelde maatregelen een bevel inhouden daarbij aan te geven personen op zijn grondgebied toe te laten en in de gelegenheid te stellen de daarbij aan te geven maatregelen uit te voeren. ### Artikel 31 @@ -560,7 +564,7 @@ Indien Onze commissaris in de provincie waar een verontreiniging of aantasting a **1.** Gedeputeerde staten en Onze commissaris geven aan artikel 30 onderscheidenlijk artikel 31 geen toepassing - tenzij de geboden spoed zich daartegen verzet - zonder aan de inspecteur en de burgemeester van de gemeente waar de verontreiniging, de aantasting of de directe gevolgen daarvan zich voordoen, de gelegenheid te hebben geboden hen terzake van advies te dienen. -**2.** Zij geven aan genoemde artikelen evenmin toepassing - tenzij de geboden spoed zich daartegen verzet - zonder aan de betrokkene de gelegenheid te hebben geboden binnen een daartoe te stellen termijn de bodem te saneren of de aantasting en de directe gevolgen daarvan te beperken en zoveel mogelijk ongedaan te maken. Daarbij kunnen zij aanwijzingen geven met betrekking tot de wijze waarop zulks dient te geschieden. +**2.** Zij geven aan genoemde artikelen evenmin toepassing - tenzij de geboden spoed zich daartegen verzet - zonder aan de betrokkene de gelegenheid te hebben geboden binnen een daartoe te stellen termijn de verontreiniging of de aantasting en de directe gevolgen daarvan te beperken en zoveel mogelijk ongedaan te maken. Daarbij kunnen zij aanwijzingen geven met betrekking tot de wijze waarop zulks dient te geschieden. **3.** Bij de beschikking waarbij een maatregel wordt genomen als bedoeld in artikel 30, wordt door gedeputeerde staten onderscheidenlijk Onze commissaris een termijn van ten hoogste een jaar gesteld, na het verstrijken waarvan de maatregel vervalt. Gedeputeerde staten kunnen zodanige termijn telkenmale voor ten hoogste een jaar verlengen indien naar hun oordeel de ernst van de verontreiniging, de aantasting of de gevolgen niet of niet in voldoende mate is verminderd. @@ -595,32 +599,33 @@ Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden ### Artikel 37 -**1.** Gedeputeerde staten stellen in een beschikking als bedoeld in artikel 29, eerste lid, waarbij zij vaststellen dat er sprake is van een geval van ernstige verontreiniging, tevens vast of er van urgentie sprake is om het geval te saneren, waarbij zij in ieder geval rekening houden met het risico voor mens, plant of dier als gevolg van blootstelling aan de verontreiniging, gegeven het gebruik van de bodem op het ogenblik waarop de beschikking wordt gegeven. +**1.** Gedeputeerde staten stellen in een beschikking als bedoeld in artikel 29, eerste lid, waarbij zij vaststellen dat er sprake is van een geval van ernstige verontreiniging, tevens vast of het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of de mogelijke verspreiding van de verontreiniging leiden tot zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is. -**2.** - -Indien gedeputeerde staten vaststellen dat van urgentie sprake is als bedoeld in het eerste lid, bepalen zij dat met de sanering dient te worden begonnen voor een door hen vast te stellen tijdstip dat ligt: - -a. zo spoedig mogelijk na de inwerkingtreding van de beschikking, bedoeld in het eerste lid, doch uiterlijk vier jaar nadien, of -b. ten minste vier jaar na de inwerkingtreding van die beschikking. +**2.** Indien gedeputeerde staten vaststellen dat van risico's sprake is als bedoeld in het eerste lid, bepalen zij dat met de sanering dient te worden begonnen voor een door hen vast te stellen tijdstip dat ligt zo spoedig mogelijk na de inwerkingtreding van de beschikking, bedoeld in het eerste lid. Bij de beschikking kunnen gedeputeerde staten het uiterste tijdstip van indienen van het saneringsplan, bedoeld in artikel 39, aangeven. **3.** Bij de beschikking kunnen gedeputeerde staten aangeven welke tijdelijke beveiligingsmaatregelen aan de sanering vooraf dienen te gaan en op welke wijze en tijdstippen aan hen verslag wordt gedaan van de uitvoering van die maatregelen. -**4.** Bij de beschikking geven gedeputeerde staten aan welke wijzigingen van het gebruik van de bodem aan hen dienen te worden gemeld. +**4.** Indien gedeputeerde staten vaststellen dat geen sprake is van risico’s als bedoeld in het eerste lid, kunnen gedeputeerde staten bij de beschikking aangeven welke maatregelen in het belang van de bescherming van de bodem genomen moeten worden en op welke wijze en tijdstippen aan hen verslag wordt gedaan van de uitvoering van die maatregelen. Tevens kan worden aangegeven welke beperkingen in het gebruik van de bodem door de eigenaar, erfpachter of gebruiker van het grondgebied waar sprake is van ernstige verontreiniging, in acht worden genomen. -**5.** Gedeputeerde staten kunnen naar aanleiding van een verslag als bedoeld in het derde lid, een melding als bedoeld in het vierde lid, of een wijziging van omstandigheden de urgentie, bedoeld in het eerste lid, anders vaststellen of het tijdstip van de sanering, bedoeld in het tweede lid, vaststellen of anders vaststellen. +**5.** Bij de beschikking geven gedeputeerde staten aan welke wijzigingen van het gebruik van de bodem aan hen dienen te worden gemeld. -**6.** Bij de maatregel, bedoeld in artikel 36, kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de toepassing van het eerste, tweede en vijfde lid. +**6.** Gedeputeerde staten kunnen naar aanleiding van een verslag als bedoeld in het derde en vierde lid, een melding als bedoeld in het vijfde lid, of een wijziging van omstandigheden de risico's, bedoeld in het eerste lid, anders vaststellen of het tijdstip van de sanering of van het indienen van het saneringsplan, bedoeld in het tweede lid, vaststellen of anders vaststellen. + +**7.** Bij de maatregel, bedoeld in artikel 36, kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de toepassing van het eerste, tweede en zesde lid. ### Artikel 38 -**1.** Degene die de bodem saneert, dient de sanering zodanig uit te voeren dat daardoor de functionele eigenschappen die de bodem voor mens, plant of dier heeft, worden behouden of hersteld, tenzij zich omstandigheden voordoen als bedoeld in het derde lid. +**1.** -**2.** Dit lid is nog niet in werking getreden. +Degene die de bodem saneert, voert de sanering zodanig uit dat: -**3.** Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald in welke daarbij aangewezen omstandigheden die verband houden met bijzondere kenmerken van het betrokken geval van verontreiniging, maatregelen kunnen worden genomen, die leiden tot het isoleren en het beheersen van de verontreiniging alsmede tot het controleren van de effecten van het isoleren en het beheersen. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld omtrent isoleren, beheersen en controleren als bedoeld in de eerste volzin. +a. de bodem ten minste geschikt wordt gemaakt voor de functie die hij na de sanering krijgt waarbij het risico voor mens, plant of dier als gevolg van blootstelling aan de verontreiniging zoveel mogelijk wordt beperkt; +b. het risico van de verspreiding van verontreinigende stoffen zoveel mogelijk wordt beperkt; +c. de noodzaak tot het nemen van maatregelen en beperkingen in het gebruik van de bodem als bedoeld in artikel 39d zoveel mogelijk wordt beperkt. -**4.** +**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen met betrekking tot het bepaalde in het eerste lid nadere regels worden gesteld, met dien verstande dat deze regels, indien zij van toepassing zijn op de bodem onder oppervlaktewater als bedoeld in de artikelen 63a en 63d, voor wat betreft het eerste lid, onder a, betrekking kunnen hebben op de functie van het watersysteem na de sanering. Bij de regels voor de bodem onder oppervlaktewater wordt in ieder geval rekening gehouden met de gevolgen van de sanering voor het watersysteem en de effecten die de dynamiek van dat watersysteem kan hebben op het resultaat van de sanering. + +**3.** Indien het belang van de bescherming van de bodem zich daartegen niet verzet, kunnen gedeputeerde staten op verzoek van degene die de bodem saneert, bepalen dat de sanering in fasen wordt uitgevoerd. Zij geven daarbij aan: @@ -629,61 +634,115 @@ b. in welke fase welke tijdelijke beveiligingsmaatregelen dienen te worden getro c. op welke wijze en op welke tijdstippen aan hen verslag wordt gedaan van de uitvoering van de tijdelijke beveiligingsmaatregelen en d. welke wijzigingen van het gebruik van de bodem aan hen dienen te worden gemeld. -**5.** Naar aanleiding van een melding als bedoeld in het vierde lid, onder *a* of *d*, of een verslag als bedoeld in het vierde lid, onder *c*, kunnen gedeputeerde staten aanwijzingen geven omtrent de verdere uitvoering van de sanering, die een wijziging inhouden van onderdelen van het saneringsplan waarmee reeds is ingestemd. +**4.** Naar aanleiding van een melding als bedoeld in het derde lid, onder *a* of *d*, of een verslag als bedoeld in het derde lid, onder *c*, kunnen gedeputeerde staten aanwijzingen geven omtrent de verdere uitvoering van de sanering, die een wijziging inhouden van onderdelen van het saneringsplan waarmee reeds is ingestemd. ### Artikel 39 **1.** -Indien een geval van ernstige verontreiniging wordt vermoed gaat de melding, bedoeld in artikel 28, voor zover dit niet reeds ingevolge dat artikel is vereist, tevens vergezeld van de resultaten van het nader onderzoek alsmede de resultaten van het saneringsonderzoek en van een saneringsplan, dat in ieder geval inhoudt: +Indien een geval van ernstige verontreiniging wordt vermoed gaat de melding, bedoeld in artikel 28, voor zover dit niet reeds ingevolge dat artikel is vereist, tevens vergezeld van de resultaten van het nader onderzoek alsmede, indien het voornemen bestaat de bodem te saneren, van de resultaten van het saneringsonderzoek en van een saneringsplan, dat in ieder geval inhoudt: -a. een nadere beschrijving van de wijze waarop de sanering zal worden uitgevoerd; +a. een nadere beschrijving van de wijze waarop de sanering zal worden uitgevoerd, waarbij is aangegeven hoe aan artikel 38, eerste lid, zal worden voldaan; b. een beschrijving van de effecten die met de te treffen saneringsmaatregelen worden beoogd, waaronder mede begrepen een nadere beschrijving van de kwaliteit van de bodem die met de sanering zal worden bereikt; -c. indien na de sanering verontreiniging in de bodem aanwezig blijft: een beschrijving van de wijze waarop het betrokken grondgebied in verband met het isoleren van die verontreiniging zal worden beheerd en van de maatregelen die zullen worden genomen in verband met beperkingen die de verontreiniging voor het gebruik van de bodem met zich brengt; +c. indien na de sanering verontreiniging in de bodem aanwezig blijft: een beschrijving van beperkingen in het gebruik van de bodem of maatregelen die naar verwachting nodig zijn in het belang van de bescherming van de bodem, alsmede een indicatie van de kosten van die maatregelen; d. een begroting van de kosten van de sanering en een overzicht van de daarvoor beschikbare middelen; e. indien de verontreinigde grond zal worden afgegraven of het verontreinigde grondwater zal worden onttrokken, de bestemming van die grond onderscheidenlijk dat grondwater; -f. een beschrijving van de werkzaamheden op grond waarvan gedeputeerde staten kunnen beoordelen of de sanering overeenkomstig het plan is uitgevoerd. +f. indien verontreinigde grond binnen het geval van de verontreiniging wordt verplaatst, een beschrijving van de omstandigheden waaronder dit gebeurt; +g. het tijdstip waarop de sanering naar verwachting zal zijn uitgevoerd; +h. indien de verontreiniging zich kan verspreiden en de saneringsmaatregelen zich uitstrekken over een periode van drie jaar of meer: + +1°. een overzicht van de tussentijds beoogde effecten, en de tijdstippen waarop gedeputeerde staten schriftelijk worden geïnformeerd omtrent de effecten van de getroffen maatregelen en in hoeverre deze overeenstemmen met de beoogde effecten; +2°. een beschrijving van een andere methode om de beoogde effecten, bedoeld onder b, te bereiken, voor het geval de in het saneringsplan opgenomen methode niet tot die effecten zou leiden. Provinciale staten kunnen nadere regels stellen omtrent de gegevens die in het saneringsplan worden opgenomen. -**2.** Het saneringsplan behoeft de instemming van gedeputeerde staten, die slechts met het plan instemmen indien door de daarin beschreven sanering naar hun oordeel wordt voldaan aan het bij of krachtens artikel 38 bepaalde. Zij beslissen hierover binnen vijftien weken na de indiening van het saneringsplan. Zij kunnen deze termijn binnen zes weken na de datum van ontvangst van de melding verlengen met ten hoogste vijftien weken. Met de uitvoering van het saneringsplan kan worden begonnen nadat gedeputeerde staten met dat plan hebben ingestemd of die instemming van rechtswege is verleend. Aan de instemming kunnen voorwaarden worden verbonden. De instemming is van rechtswege verleend, indien gedeputeerde staten niet binnen de instemmingstermijn van vijftien weken of voor de afloop van de termijn waarmee is verlengd een beslissing hebben genomen. Een instemming van rechtswege wordt aangemerkt als een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht. +**2.** Het saneringsplan behoeft de instemming van gedeputeerde staten, die slechts met het plan instemmen indien door de daarin beschreven sanering naar hun oordeel wordt voldaan aan het bij of krachtens artikel 38 bepaalde. Zij beslissen hierover binnen vijftien weken na de indiening van het saneringsplan. Zij kunnen deze termijn binnen zes weken na de datum van ontvangst van de melding verlengen met ten hoogste vijftien weken. Met de uitvoering van het saneringsplan kan worden begonnen nadat gedeputeerde staten met dat plan hebben ingestemd of die instemming van rechtswege is verleend. Aan de instemming kunnen voorschriften worden verbonden. De instemming is van rechtswege verleend, indien gedeputeerde staten niet binnen de instemmingstermijn van vijftien weken of voor de afloop van de termijn waarmee is verlengd een beslissing hebben genomen. Een instemming van rechtswege wordt aangemerkt als een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht. **3.** Indien het voornemen, bedoeld in artikel 28, eerste lid, inhoudt dat de sanering niet onmiddellijk wordt uitgevoerd nadat de beschikking, bedoeld in artikel 29, eerste lid, is gegeven, kunnen gedeputeerde staten bepalen dat de in het eerste lid bedoelde stukken niet reeds bij de melding behoeven te worden ingediend. +**4.** Degene die de bodem saneert, meldt wijzigingen van het saneringsplan, waarmee door gedeputeerde staten is ingestemd, uiterlijk twee weken voorafgaand aan de uitvoering daarvan aan gedeputeerde staten. Provinciale staten kunnen nadere regels stellen omtrent de gegevens die bij de melding worden verstrekt. Artikel 28, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing. + +**5.** Gedeputeerde staten kunnen naar aanleiding van de melding, bedoeld in het vierde lid, aanwijzingen geven omtrent de verdere uitvoering van de sanering, die een wijziging inhouden van onderdelen van het saneringsplan waarmee reeds is ingestemd. + ### Artikel 39a -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +Degene die de bodem saneert, alsmede degene die de sanering feitelijk uitvoert, voeren de sanering uit overeenkomstig het saneringsplan waarmee door gedeputeerde staten is ingestemd, en overeenkomstig de voorschriften die aan de instemming zijn verbonden. Indien gedeputeerde staten aanwijzingen als bedoeld in artikel 39, vijfde lid, hebben gegeven, wordt bij de uitvoering van de sanering overeenkomstig die aanwijzingen gehandeld. ### Artikel 39b -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot bij ministeriële regeling aan te wijzen categorieën van uniforme saneringen bestaande uit eenvoudige, gelijksoortige saneringen van korte duur. De sanering kan betrekking hebben op slechts een gedeelte van het geval van verontreiniging. Bij de aanwijzing van de categorieën wordt aangegeven welke categorieën tevens of uitsluitend betrekking hebben op sanering van de bodem onder oppervlaktewater als bedoeld in de artikelen 63a en 63d. + +**2.** + +Een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste lid, bevat in ieder geval regels omtrent: + +a. het onderzoek dat aan de sanering vooraf gaat; +b. de gegevens die bij de melding, bedoeld in artikel 28, moeten worden verstrekt waarbij van artikel 28, tweede lid, kan worden afgeweken, alsmede de wijze waarop die gegevens worden verstrekt; +c. de gegevens die degene die saneert tijdens de sanering aan gedeputeerde staten moet verstrekken en de wijze en het tijdstip waarop dat gebeurt; +d. de aanpak en wijze van sanering waaronder begrepen aanvang, duur en afronding van de sanering. + +**3.** Degene die voornemens is te saneren overeenkomstig de regels gesteld krachtens het eerste lid, maakt dat voornemen kenbaar bij de melding, bedoeld in artikel 28. Gedeputeerde staten geven in dat geval uitvoering aan artikel 28, vijfde lid, uiterlijk twee weken na ontvangst van de melding. + +**4.** Met de sanering kan met inachtneming van de regels gesteld krachtens het eerste lid worden begonnen nadat vijf weken zijn verstreken vanaf de datum van ontvangst van de melding, bedoeld in artikel 28, door gedeputeerde staten. In bij algemene maatregel van bestuur aangegeven omstandigheden kan bij die maatregel een kortere termijn dan vijf weken worden gesteld. De melding vervalt indien niet met de sanering wordt begonnen binnen een bij algemene maatregel van bestuur gestelde termijn. + +**5.** De artikelen 29, 37, 39, 39a en 40 zijn niet van toepassing indien de sanering wordt gemeld en vervolgens wordt uitgevoerd overeenkomstig de regels gesteld bij of krachtens het eerste, derde en vierde lid. Bij een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste lid, kan van de artikelen 39c en 39d worden afgeweken. ### Artikel 39c -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** + +Na de uitvoering van de sanering of een fase van de sanering als bedoeld in artikel 38, derde lid, doet degene die de bodem heeft gesaneerd dan wel een fase van de sanering heeft uitgevoerd, daarvan zo spoedig mogelijk schriftelijk verslag aan gedeputeerde staten. Het verslag houdt ten minste in: + +a. een beschrijving van de getroffen saneringsmaatregelen; +b. een beschrijving van de kwaliteit van de bodem na het uitvoeren van de sanering, waaronder mede begrepen een beschrijving van de aard en omvang van de verontreiniging indien na de sanering verontreiniging in de bodem aanwezig is gebleven; +c. indien de verontreinigde grond is afgegraven of het verontreinigde grondwater aan de bodem is onttrokken, de hoeveelheid, de kwaliteit en de bestemming van die grond onderscheidenlijk dat grondwater; +d. indien ten behoeve van de sanering grond is aangevoerd de hoeveelheid, de kwaliteit en de herkomst van de aangevoerde grond; +e. een evaluatie van de mate waarin de effecten van de getroffen saneringsmaatregelen overeenstemmen met de beoogde effecten, bedoeld in artikel 39, eerste lid, onder b; +f. indien na de sanering nog verontreiniging in de bodem aanwezig is, het aangeven van de noodzaak van beperkingen in het gebruik van de bodem, of maatregelen in het belang van de bescherming van de bodem. + +**2.** Het verslag behoeft de instemming van gedeputeerde staten, die slechts met het verslag instemmen indien gesaneerd is overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens artikel 38. Artikel 28, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing voor wat betreft de instemming met het verslag. + +**3.** Provinciale staten kunnen nadere regels stellen omtrent de gegevens die in het verslag worden opgenomen. ### Artikel 39d -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** Indien na de sanering verontreiniging in de bodem aanwezig is gebleven en in het verslag, bedoeld in artikel 39c is aangegeven dat beperkingen in het gebruik van de bodem of maatregelen als bedoeld in artikel 39c, eerste lid, onder f, noodzakelijk zijn, wordt tegelijk met of zo spoedig mogelijk na de toezending van dat verslag door degene die de bodem heeft gesaneerd een nazorgplan ingediend waarin die beperkingen in het gebruik of die maatregelen worden beschreven. Het nazorgplan bevat tevens een begroting van de kosten van de maatregelen. + +**2.** + +De maatregelen kunnen onder meer inhouden: + +a. het regelmatig inspecteren van de voorzieningen die ter uitvoering van de sanering zijn aangebracht en de tijdstippen waarop hierover tussentijds aan het bevoegd gezag verslag wordt gedaan; +b. het in stand houden en onderhouden alsmede waar nodig het herstellen, verbeteren of vervangen van die voorzieningen. + +**3.** Het nazorgplan behoeft de instemming van gedeputeerde staten, die slechts met het nazorgplan instemmen indien de daarin opgenomen beperkingen in het gebruik van de bodem of maatregelen naar hun oordeel voldoende zijn om er voor te zorgen dat de verontreiniging die na de sanering is achtergebleven niet zal leiden tot een vermindering van de kwaliteit van de bodem zoals beschreven in het verslag op grond van artikel 39c, eerste lid, onder b. Met de uitvoering van het nazorgplan kan worden begonnen nadat gedeputeerde staten met dat plan hebben ingestemd of die instemming van rechtswege is verleend. Aan de instemming kunnen voorschriften worden verbonden. De instemming is van rechtswege verleend, indien gedeputeerde staten niet binnen de termijn van zes maanden na ontvangst van het nazorgplan een beslissing hebben genomen. Een instemming van rechtswege wordt aangemerkt als een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht. Artikel 28, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing voor wat betreft de instemming met het nazorgplan. + +**4.** Bij de beschikking tot instemming met het nazorgplan kunnen gedeputeerde staten aangeven welke wijzigingen in het gebruik van de bodem aan hen dienen te worden gemeld. Naar aanleiding van die melding kunnen gedeputeerde staten bepalen dat een aanvullende sanering moet plaatsvinden. + +**5.** Provinciale staten kunnen nadere regels stellen omtrent de gegevens die in het nazorgplan worden opgenomen. ### Artikel 39e -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** De eigenaar, erfpachter of gebruiker van het grondgebied waar sprake is van verontreiniging als bedoeld in artikel 39d, neemt de beperkingen in het gebruik van de bodem in acht die zijn beschreven in het nazorgplan, bedoeld in het eerste lid van dat artikel. + +**2.** Met de uitvoering van de maatregelen die zijn beschreven in het nazorgplan, is belast degene die de bodem heeft gesaneerd, dan wel degene die daartoe is aangewezen in het nazorgplan, waarmee gedeputeerde staten hebben ingestemd. De uitvoering geschiedt overeenkomstig het nazorgplan waarmee door gedeputeerde staten is ingestemd, en overeenkomstig de voorschriften die aan de instemming zijn verbonden. ### Artikel 39f -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** Gedeputeerde staten kunnen aan de instemming met een saneringsplan, bedoeld in artikel 39, tweede lid, onderscheidenlijk de instemming met een nazorgplan, bedoeld in artikel 39d, derde lid, voorschriften verbinden tot het stellen van financiële zekerheid door degene die de bodem saneert voor het treffen van maatregelen ter uitvoering van het saneringsplan, onderscheidenlijk van maatregelen als bedoeld in artikel 39d, eerste lid. Daarbij wordt in ieder geval aangegeven het bedrag waarvoor de zekerheid ten hoogste in stand wordt gehouden. + +**2.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent de gevallen waarin en de wijze waarop financiële zekerheid zal worden gesteld, alsmede omtrent het instandhouden van de financiële zekerheidstelling. ### Artikel 40 **1.** -In afwijking van de artikelen 28 en 39 kunnen gedeputeerde staten toestaan bij een melding als bedoeld in artikel 28, die een voornemen betreft om een handeling te verrichten ten gevolge waarvan slechts een gering gedeelte van de verontreiniging van de bodem wordt verplaatst, te volstaan met het verstrekken van: +Indien het belang van de bescherming van de bodem zich daartegen niet verzet, kunnen gedeputeerde staten, in afwijking van de artikelen 28 en 39, toestaan bij een melding als bedoeld in artikel 28, die een voornemen betreft om een handeling te verrichten ten gevolge waarvan slechts een gedeelte van de verontreiniging van de bodem wordt verplaatst, te volstaan met het verstrekken van: a. de resultaten van een nader onderzoek van het betrokken gedeelte en b. een saneringsplan voor het betrokken gedeelte. -**2.** De stukken, bedoeld in het eerste lid, behoeven de goedkeuring van gedeputeerde staten. Artikel 39, tweede lid, tweede en derde volzin, is van overeenkomstige toepassing voor het betrokken gedeelte. +**2.** De stukken, bedoeld in het eerste lid, behoeven de instemming van gedeputeerde staten. Artikel 39, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 41 @@ -716,20 +775,15 @@ Gedeputeerde staten kunnen tevens: a. degene door wiens handelen een onderzoeksgeval of geval van ernstige verontreiniging is veroorzaakt, dan wel b. de eigenaar of de erfpachter van het grondgebied waarop zich bij zodanige gevallen de verontreiniging bevindt of de directe gevolgen daarvan zich voordoen, -bevelen op de daarbij aangegeven wijze nader onderzoek te verrichten dan wel, ingeval het een geval van ernstige verontreiniging betreft, saneringsonderzoek te verrichten of de bodem te saneren. +bevelen op de daarbij aangegeven wijze nader onderzoek te verrichten dan wel, ingeval het een geval van ernstige verontreiniging betreft, saneringsonderzoek te verrichten of de bodem te saneren indien in een beschikking als bedoeld in artikel 37, eerste lid, is vastgesteld dat spoedige sanering noodzakelijk is, dan wel de maatregelen te treffen die zijn aangegeven overeenkomstig artikel 37, vierde lid. **4.** Het bevel de bodem te saneren, bedoeld in het derde lid, kan onder meer strekken tot het treffen van tijdelijke beveiligingsmaatregelen of tot het opstellen van een saneringsplan. -**5.** - -Het bevel de bodem te saneren, bedoeld in het derde lid, kan niet worden gegeven, indien ten aanzien van het betrokken geval van verontreiniging: - -a. is gesaneerd overeenkomstig artikel 38, eerste lid, of -b. maatregelen als bedoeld in artikel 38, derde lid, zijn genomen. +**5.** Het bevel de bodem te saneren, bedoeld in het derde lid, kan niet worden gegeven indien ten aanzien van het betrokken geval van verontreiniging is gesaneerd overeenkomstig artikel 38, eerste lid. ### Artikel 44 -Gedeputeerde staten kunnen degene die de bodem saneert niet overeenkomstig een door hem ingediend, saneringsplan waarmee door gedeputeerde staten is ingestemd, bevelen alsnog overeenkomstig dat plan te handelen. +Vervallen ### Artikel 44a @@ -741,7 +795,7 @@ Vervallen **2.** Gedeputeerde staten gaan tot het geven van een bevel krachtens artikel 43 niet over dan na burgemeester en wethouders van de betrokken gemeente en de inspecteur de gelegenheid te hebben geboden hen terzake van advies te dienen. -**3.** Gedeputeerde staten gaan evenmin over tot het geven van een bevel krachtens artikel 43 zonder aan de betrokkene de gelegenheid te hebben geboden binnen een daartoe, na overleg met de betrokkene, te stellen termijn nader onderzoek of saneringsonderzoek te verrichten, de bodem te saneren, tijdelijke beveiligingsmaatregelen te treffen of een saneringsplan op te stellen. +**3.** Gedeputeerde staten gaan evenmin over tot het geven van een bevel krachtens artikel 43 zonder aan de betrokkene de gelegenheid te hebben geboden binnen een daartoe, na overleg met de betrokkene, te stellen termijn nader onderzoek of saneringsonderzoek te verrichten, de bodem te saneren, tijdelijke beveiligingsmaatregelen te treffen, een saneringsplan op te stellen of de maatregelen te treffen die zijn aangegeven overeenkomstig artikel 37, vierde lid. **4.** In een geval als bedoeld in het derde lid kunnen gedeputeerde staten aanwijzingen geven met betrekking tot de wijze waarop zulks dient te geschieden. @@ -772,7 +826,7 @@ doch overigens voldoet aan het eerste lid, geven gedeputeerde staten hem geen be ### Artikel 47 -**1.** Van een beschikking krachtens de artikelen 43 of 44 wordt mededeling gedaan aan burgemeester en wethouders van de betrokken gemeente en de inspecteur. +**1.** Van een beschikking krachtens artikel 43 wordt mededeling gedaan aan burgemeester en wethouders van de betrokken gemeente en de inspecteur. **2.** In een geval als bedoeld in artikel 45, zesde lid, wordt bovendien van de beschikking mededeling gedaan aan degene op wiens grondgebied dat onderzoeksgeval of geval van ernstige verontreiniging zich voordoet. @@ -782,9 +836,9 @@ Gedeputeerde staten zijn belast met het oriënterend onderzoek en het nader onde ### Artikel 49 -**1.** Gedeputeerde staten kunnen, indien dat noodzakelijk is om nader onderzoek, saneringsonderzoek of sanering mogelijk te maken, maatregelen nemen als bedoeld in artikel 30, tweede, derde en vierde lid. +**1.** Gedeputeerde staten kunnen, indien dat noodzakelijk is om nader onderzoek, saneringsonderzoek, sanering of de uitvoering van de maatregelen, bedoeld in artikel 39e, tweede lid, mogelijk te maken, maatregelen nemen als bedoeld in artikel 30, tweede, derde en vierde lid. -**2.** Ten behoeve van het verrichten van oriënterend onderzoek kunnen gedeputeerde staten voorts een maatregel nemen als bedoeld in artikel 30, derde lid, onder *a*, met betrekking tot degene op wiens grondgebied dat onderzoek moet geschieden. +**2.** Ten behoeve van het verrichten van oriënterend onderzoek kunnen gedeputeerde staten voorts een maatregel nemen als bedoeld in artikel 30, derde lid, onder a , met betrekking tot degene op wiens grondgebied dat onderzoek moet geschieden. **3.** Met betrekking tot gevallen als bedoeld in het eerste en tweede lid, waarvan het onderzoek of de sanering wordt uitgevoerd door burgemeester en wethouders, komen de overeenkomstig die leden aan gedeputeerde staten toekomende bevoegdheden toe aan burgemeester en wethouders. Artikel 55 is van overeenkomstige toepassing op burgemeester en wethouders. @@ -859,16 +913,28 @@ Artikel 52 is van overeenkomstige toepassing indien burgemeester en wethouders o ### Artikel 55 -**1.** Gedeputeerde staten doen onverwijld een afschrift van een beschikking als bedoeld in de artikelen 29, eerste lid, en 37, eerste lid, en van bevelen als bedoeld in de artikelen 30 , 43, 44 en 49 toekomen aan het desbetreffende kantoor van de Dienst voor het kadaster en de openbare registers ter vermelding van een korte aanduiding van de aard van die beschikking en die bevelen bij de betrokken percelen in de kadastrale registratie, bedoeld in artikel 48 van de Kadasterwet, welke vermelding onverwijld geschiedt. +**1.** Gedeputeerde staten doen onverwijld een afschrift van een beschikking als bedoeld in de artikelen 29, eerste lid, 37, eerste lid, 39, tweede en vijfde lid, 39c, tweede lid, en 39d, derde lid, van een melding als bedoeld in artikel 39b juncto artikel 28 en van bevelen als bedoeld in de artikelen 30, 43 en 49 toekomen aan het desbetreffende kantoor van de Dienst voor het kadaster en de openbare registers ter vermelding van een korte aanduiding van de aard van die beschikking, die melding en die bevelen bij de betrokken percelen in de kadastrale registratie, bedoeld in artikel 48 van de Kadasterwet, welke vermelding onverwijld geschiedt. -**2.** De in het eerste lid bedoelde beschikking en bevelen vermelden, onder verwijzing naar een bijgevoegde kadastrale kaart, ten aanzien van de onroerende zaken waarop zij betrekking hebben, de kadastrale aanduiding daarvan, de grootte van elk der desbetreffende percelen volgens de kadastrale registratie en, indien een in een beschikking dan wel bevel opgenomen onroerende zaak tevens een gedeelte van een perceel uitmaakt, bovendien de grootte van dat gedeelte. Op de bijgevoegde kadastrale kaart zijn de desbetreffende onroerende zaken en de bijbehorende percelen en perceelsgedeelten duidelijk aangegeven. +**2.** De in het eerste lid bedoelde beschikking, melding en bevelen vermelden, onder verwijzing naar een bijgevoegde kadastrale kaart, ten aanzien van de onroerende zaken waarop zij betrekking hebben, de kadastrale aanduiding daarvan, de grootte van elk der desbetreffende percelen volgens de kadastrale registratie en, indien een in een beschikking, melding dan wel bevel opgenomen onroerende zaak tevens een gedeelte van een perceel uitmaakt, bovendien de grootte van dat gedeelte. Op de bijgevoegde kadastrale kaart zijn de desbetreffende onroerende zaken en de bijbehorende percelen en perceelsgedeelten duidelijk aangegeven. -**3.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ingeval een beschikking of bevel als bedoeld in het eerste lid, ingevolge een beschikking of uitspraak in rechte waarbij die beschikking of dat bevel is vernietigd, ingetrokken of gewijzigd, of anderszins haar onderscheidenlijk zijn waarde heeft verloren, in dier voege dat op grond van de betrokken mededeling van gedeputeerde staten de vermelding van de desbetreffende korte aanduiding in de kadastrale registratie wordt verwijderd bij de betrokken percelen. +**3.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ingeval een beschikking of bevel als bedoeld in het eerste lid, ingevolge een beschikking of uitspraak in rechte waarbij die beschikking of dat bevel is vernietigd, is ingetrokken of gewijzigd, of anderszins haar onderscheidenlijk zijn waarde heeft verloren. **4.** De afschriften van beschikkingen en bevelen als bedoeld in het eerste lid, alsmede de in het derde lid bedoelde mededelingen worden op het desbetreffende kantoor van de Dienst voor het kadaster en de openbare registers bewaard en zijn openbaar. ### Paragraaf 3a. Bijzondere bepalingen inzake sanering van bedrijfsterreinen +### Artikel 55a + +In deze paragraaf en de daarop berustende bepalingen wordt onder een bedrijfsterrein verstaan een perceel als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c, van de Kadasterwet waarop bedrijfsactiviteiten worden verricht door een onderneming in de zin van de Wet op de inkomstenbelasting 2001 of de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, niet behorend tot de landbouwsector, zoals opgenomen in de Communautaire richtsnoeren voor staatssteun in de landbouwsector van 1 februari 2000 (PbEG C 28) dan wel overeenkomstig daarvoor in de plaats tredende regelgeving. + +### Artikel 55b + +**1.** De eigenaar of indien op het bedrijfsterrein een recht van erfpacht rust, de erfpachter van een bedrijfsterrein waar een geval van ernstige verontreiniging is ontstaan, is verplicht de bodem te saneren indien in een beschikking als bedoeld in artikel 37, eerste lid, is vastgesteld dat spoedige sanering noodzakelijk is. Met de sanering wordt begonnen uiterlijk voor het tijdstip dat is bepaald in de beschikking. De bedoelde eigenaar of erfpachter is verplicht tijdelijke beveiligingsmaatregelen als bedoeld in artikel 37, derde lid, of maatregelen als bedoeld in artikel 37, vierde lid, te nemen en van de uitvoering van die maatregelen verslag te doen, voor zover dat is aangegeven in de beschikking, bedoeld in artikel 37, eerste lid. + +**2.** Artikel 43, derde lid, is niet van toepassing voor zover het de mogelijkheid van gedeputeerde staten betreft om de eigenaar of de erfpachter van een bedrijfsterrein als bedoeld in het eerste lid, te bevelen de bodem te saneren, tijdelijke beveiligingsmaatregelen te nemen dan wel de maatregelen te nemen die zijn aangegeven overeenkomstig artikel 37, vierde lid. + +**3.** Indien de eigendom of de erfpacht wordt overgedragen, blijft de verplichting om te saneren mede rusten op de eigenaar of de erfpachter die zijn eigendom respectievelijk zijn recht van erfpacht heeft overgedragen tot het tijdstip waarop de opvolgende eigenaar of de opvolgende erfpachter financiële zekerheid voor de saneringskosten heeft gesteld, en daarmee door gedeputeerde staten is ingestemd. Artikel 39f, tweede lid, is van toepassing. + ### Paragraaf 4. Verplichte aankoop door gemeenten bij ernstige verontreiniging ### Artikel 56 @@ -882,7 +948,7 @@ In deze paragraaf wordt onder redelijke prijs verstaan: prijs die tot stand komt Een gemeente is verplicht tot aankoop van grond, de daarop staande woning of een recht met betrekking tot de grond of de woning, indien: a. de woning staat op een gedeelte van het grondgebied van de gemeente dat een geval van ernstige verontreiniging omvat of dat deel uitmaakt van een geval van ernstige verontreiniging; -b. indien ingevolge artikel 37, eerste lid, is vastgesteld dat er sprake is van urgentie om het betrokken geval te saneren en +b. ingevolge artikel 37, eerste lid, is vastgesteld dat het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of de mogelijke verspreiding van de verontreiniging leiden tot zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is en c. dat gedeelte voor woningbouw is verkocht of in erfpacht is uitgegeven nadat de verontreiniging is veroorzaakt. **2.** De aankoop geschiedt tegen een redelijke prijs. @@ -905,7 +971,7 @@ b. gedurende de periode waarin de verontreiniging is veroorzaakt geen duurzame r c. geen directe of indirecte betrokkenheid heeft gehad bij de veroorzaking van de verontreiniging en d. op het moment van de verkrijging van zijn recht niet op de hoogte was dan wel redelijkerwijs niet op de hoogte had kunnen zijn van de verontreiniging. -**2.** Voorts moet de rechthebbende aantonen dat de woning in het vrije commerciële verkeer niet tegen een redelijke prijs verkoopbaar is. Hij kan dit in ieder geval aantonen indien hij de woning drie maal in een dagblad tegen een redelijke prijs tevergeefs te koop heeft aangeboden, gedurende een periode van zes maanden nadat ingevolge artikel 37, eerste lid, is vastgesteld dat er sprake is van urgentie om het betrokken geval te saneren. +**2.** Voorts moet de rechthebbende aantonen dat de woning in het vrije commerciële verkeer niet tegen een redelijke prijs verkoopbaar is. Hij kan dit in ieder geval aantonen indien hij de woning drie maal in een dagblad tegen een redelijke prijs tevergeefs te koop heeft aangeboden, gedurende een periode van zes maanden nadat ingevolge artikel 37, eerste lid, is vastgesteld dat het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of de mogelijke verspreiding van de verontreiniging leiden tot zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is. ### Artikel 60 @@ -936,7 +1002,7 @@ Geschillen over de beslissing van de gemeente op het verzoek of met betrekking t ### Artikel 63a -**1.** In gevallen waarin de verontreiniging of aantasting de bodem onder oppervlaktewater betreft waarvoor Onze Minister van Verkeer en Waterstaat waterkwaliteitsbeheerder is, berusten de in de artikelen 21, 27, 28, 29, 37, 38, 39, 40, 41, 42, 43, 44, 45, 46, 48, 49 en 55 aan gedeputeerde staten, de in artikel 39 aan provinciale staten en de in artikel 50 aan Onze Minister toegekende taken en bevoegdheden in afwijking van die artikelen bij Onze Minister van Verkeer en Waterstaat. +**1.** In gevallen waarin de verontreiniging of aantasting de bodem onder oppervlaktewater betreft waarvoor Onze Minister van Verkeer en Waterstaat waterkwaliteitsbeheerder is, berusten de in de artikelen 21, 27, 28, 29, 37, 38, 39, 39a, 39b, 39c, 39d, 39f, 40, 41, 42, 43, 45, 46, 48, 49, 55 en 55b aan gedeputeerde staten, de in de artikelen 39, 39c en 39d aan provinciale staten en de in artikel 50 aan Onze Minister toegekende taken en bevoegdheden in afwijking van die artikelen bij Onze Minister van Verkeer en Waterstaat. **2.** Gelijke taken en bevoegdheden berusten bij Onze Minister van Verkeer en Waterstaat voor zover de verontreiniging of aantasting de kust of de oever van oppervlaktewater betreft, tenzij redelijkerwijs kan worden aangenomen dat die verontreiniging of aantasting geen gevolgen heeft voor de bodem onder dat water. @@ -948,13 +1014,13 @@ In een geval als bedoeld in het eerste of tweede lid: a. blijft artikel 49, derde lid, buiten toepassing; b. doet Onze Minister van Verkeer en Waterstaat een vordering als bedoeld in artikel 50, zonder een verzoek van gedeputeerde staten ter zake, gaat hij niet tot vordering over dan nadat hij heeft getracht hetgeen gevorderd moet worden te verkrijgen bij minnelijke schikking en legt hij een verslag van het met de betrokken rechthebbende daaromtrent gevoerde overleg over bij de kennisgeving aan de Staten-Generaal, en -c. blijven de artikelen 76 tot en met 86 buiten toepassing. +c. blijven de artikelen 76 tot en met 86b, met uitzondering van artikel 86a, buiten toepassing. **5.** In gevallen waarin de verontreiniging of aantasting van de bodem of de gevolgen daarvan, niet beperkt zijn tot de bodem, bedoeld in het eerste lid, of de kust of de oever, bedoeld in het tweede lid, plegen Onze Minister van Verkeer en Waterstaat en gedeputeerde staten, alvorens van hun bevoegdheden gebruik te maken, terzake overleg. ### Artikel 63b -**1.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat stelt jaarlijks een programma vast met betrekking tot de hem bekende onderzoeksgevallen en gevallen van ernstige verontreiniging, waarbij sprake is van een verontreiniging of aantasting als bedoeld in artikel 63*a*, eerste of tweede lid, hierna te noemen: saneringsprogramma voor de waterbodem van rijkswateren. +**1.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat stelt jaarlijks een programma vast met betrekking tot de hem bekende onderzoeksgevallen en gevallen van ernstige verontreiniging, waarbij sprake is van een verontreiniging of aantasting als bedoeld in artikel 63a, eerste of tweede lid, hierna te noemen: saneringsprogramma voor de waterbodem van rijkswateren. **2.** Het saneringsprogramma voor de waterbodem van rijkswateren bevat met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde gevallen ten minste een overzicht van de door of vanwege Onze Minister van Verkeer en Waterstaat en van de aan hem bekende door anderen in de eerstvolgende vier jaren te verrichten activiteiten en een aanduiding van het tijdstip waarop met het onderzoek of de sanering van die gevallen zal of dient te worden aangevangen. @@ -962,7 +1028,7 @@ c. blijven de artikelen 76 tot en met 86 buiten toepassing. **4.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat legt het saneringsprogramma voor de waterbodem van rijkswateren bij de aanbieding van de rijksbegroting over aan de Staten-Generaal. Het gaat vergezeld van een verslag over de besteding in het voorafgaande kalenderjaar van gelden op de begroting, bestemd voor de sanering van de bodem van rijkswateren. -**5.** Ten aanzien van de inhoud van het verslag, bedoeld in het vierde lid, tweede volzin, is artikel 84, tweede lid, tweede volzin, van overeenkomstige toepassing. +**5.** Ten aanzien van de inhoud van het verslag, bedoeld in het vierde lid, tweede volzin, omvat het verslag in ieder geval gegevens omtrent de wijze van onderzoek van de betrokken onderzoeksgevallen en gegevens omtrent de wijze waarop het saneringsonderzoek en de sanering in de betrokken gevallen zijn uitgevoerd. ### Artikel 63c @@ -1000,20 +1066,19 @@ c. wordt de schade ten gevolge van een door de waterkwaliteitsbeheerder gegeven ### Artikel 63e -**1.** In de gevallen als bedoeld in artikel 63*d*, eerste lid, stelt de waterkwaliteitsbeheerder, indien er sprake is van een geval van ernstige verontreiniging, een saneringsplan op. Het saneringsplan gaat vergezeld van de resultaten van het nader onderzoek alsmede van de resultaten van het saneringsonderzoek. +**1.** In de gevallen als bedoeld in artikel 63d, eerste lid, stelt de waterkwaliteitsbeheerder, indien er sprake is van een geval van ernstige verontreiniging, een saneringsplan op. Het saneringsplan gaat vergezeld van de resultaten van het nader onderzoek alsmede van de resultaten van het saneringsonderzoek. -**2.** Ten aanzien van de inhoud van het saneringsplan is artikel 39, eerste lid, eerste volzin, onder *a* tot en met *f*, van overeenkomstige toepassing. +**2.** Ten aanzien van de inhoud van het saneringsplan is artikel 39, eerste lid, eerste volzin, onder a tot en met h , van overeenkomstige toepassing. -**3.** Het saneringsplan behoeft de instemming van gedeputeerde staten. Artikel 39, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing. +**3.** Het saneringsplan behoeft de instemming van gedeputeerde staten. Artikel 39, tweede, vierde en vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 63f -In gevallen als bedoeld in artikel 63*d*, eerste lid: +In gevallen als bedoeld in artikel 63d, eerste lid: a. stellen gedeputeerde staten, ingeval een melding wordt gedaan overeenkomstig artikel 27 of 28, tevens de waterkwaliteitsbeheerder daarvan op de hoogte; -b. nemen gedeputeerde staten geen beschikking als bedoeld in de artikelen 29, eerste lid, 37, vijfde lid, 38, vierde of vijfde lid, 39, tweede lid, of 40, eerste of tweede lid, dan na de waterkwaliteitsbeheerder de gelegenheid te hebben geboden hen terzake van advies te dienen en stellen zij de waterkwaliteitsbeheerder van de door hen genomen beschikking op de hoogte; -c. gaan gedeputeerde staten niet over tot het geven van een bevel krachtens artikel 43 dan na tevens de waterkwaliteitsbeheerder de gelegenheid te hebben geboden hen terzake van advies te dienen en zenden zij een exemplaar van de beschikking ook aan de waterkwaliteitsbeheerder, en -d. zenden gedeputeerde staten een exemplaar van een beschikking als bedoeld in artikel 44, ook aan de waterkwaliteitsbeheerder. +b. nemen gedeputeerde staten geen beschikking als bedoeld in de artikelen 29, eerste lid, 37, zesde lid, 38, derde of vierde lid, 39, tweede, vierde of vijfde lid, 39c, tweede lid, 39d, derde lid, of 40, eerste of tweede lid, dan na de waterkwaliteitsbeheerder de gelegenheid te hebben geboden hen terzake van advies te dienen en stellen zij de waterkwaliteitsbeheerder van de door hen genomen beschikking op de hoogte; +c. gaan gedeputeerde staten niet over tot het geven van een bevel krachtens artikel 43 dan na tevens de waterkwaliteitsbeheerder de gelegenheid te hebben geboden hen terzake van advies te dienen en zenden zij een exemplaar van de beschikking ook aan de waterkwaliteitsbeheerder. ### Artikel 63g @@ -1052,7 +1117,7 @@ b. indien de waterkwaliteitsbeheerder in de gelegenheid is gesteld terzake advie **4.** Bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, onderscheidenlijk bij provinciale verordening, kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de gegevens, bedoeld in het derde lid, onder *a*. -**5.** Aan een ontheffing kunnen beperkingen worden verbonden met betrekking tot het oppervlaktewater waarop deze betrekking heeft, alsmede met betrekking tot de tijd waarvoor deze geldt. Voorts worden aan een ontheffing de voorschriften verbonden die in het belang van de bescherming van de bodem nodig zijn. +**5.** Aan een ontheffing kunnen beperkingen worden verbonden met betrekking tot het oppervlaktewater waarop deze betrekking heeft, alsmede met betrekking tot de tijd waarvoor deze geldt. Voorts worden aan een ontheffing de voorschriften verbonden die in het belang van de bescherming van de bodem nodig zijn en worden deze voorschriften in acht genomen door degene aan wie de ontheffing is verleend. **6.** Artikel 20.3, eerste lid, van de Wet milieubeheer is niet van toepassing op een beschikking als bedoeld in het eerste lid, onder *b* en *c*. @@ -1065,7 +1130,7 @@ Indien een oppervlaktewater onverwijld op diepte moet worden gebracht uit een oo a. als er sprake is van een verontreiniging of aantasting als bedoeld in artikel 63*a*, eerste of tweede lid: door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat; b. als er sprake is van een verontreiniging of aantasting als bedoeld in artikel 63*d*, eerste lid: door gedeputeerde staten. -**2.** Aan een ontheffing worden de voorschriften verbonden die naar het oordeel van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat onderscheidenlijk gedeputeerde staten in het belang van de sanering van de bodem nodig zijn. +**2.** Aan een ontheffing worden de voorschriften verbonden die naar het oordeel van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat onderscheidenlijk gedeputeerde staten in het belang van de sanering van de bodem nodig zijn, welke voorschriften in acht worden genomen door degene aan wie de ontheffing is verleend. #### Paragraaf 5.4. Overige bepalingen @@ -1092,7 +1157,7 @@ b. niet voldoet aan het eerste lid, onder *b*, doch niet in overwegende mate is ### Artikel 63l -Artikel 55, eerste, derde en vierde lid, is niet van toepassing op beschikkingen en bevelen als bedoeld in dat artikel, die betrekking hebben op bodem onder oppervlaktewater die eigendom is van een publiekrechtelijke rechtspersoon. +Artikel 55, eerste, derde en vierde lid, is niet van toepassing op beschikkingen, bevelen en een melding als bedoeld in dat artikel, die betrekking hebben op bodem onder oppervlaktewater die eigendom is van een publiekrechtelijke rechtspersoon. ## Hoofdstuk V. Vrijstelling en ontheffing @@ -1220,7 +1285,9 @@ b. de veroorzaker met het oog op deze ernstige gevaren zich ernstig verwijtbaar **7.** Onze Minister kan mandaat verlenen aan gedeputeerde staten of burgemeester en wethouders om afstand te doen van het recht de ten laste van het Rijk komende kosten als bedoeld in het eerste lid overeenkomstig het eerste of derde lid te verhalen. -### Paragraaf 3. Kosten verbonden aan onderzoek en sanering van gevallen van verontreiniging +### Paragraaf 3. Bijdrage voor onderzoek en sanering van gevallen van verontreiniging + +#### Paragraaf 3.1. Verstrekken budget aan overheden ### Artikel 75a @@ -1228,119 +1295,198 @@ b. de veroorzaker met het oog op deze ernstige gevaren zich ernstig verwijtbaar **2.** Bijdragen als bedoeld in artikel 76, eerste lid, worden niet gebruikt voor het onderzoek van onderzoeksgevallen en van het saneringsonderzoek en de sanering van gevallen van ernstige verontreiniging die worden genoemd in een ontwikkelingsprogramma als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Wet stedelijke vernieuwing, een aanvraag als bedoeld in artikel 7, vierde lid, van die wet of een aanvraag voor een subsidie als bedoeld in de artikelen 19, eerste lid, of 20, eerste lid, van die wet. +### Artikel 75b + +De artikelen 76 tot en met 76b hebben uitsluitend betrekking op de sanering van de bodem anders dan de bodem onder oppervlaktewater als bedoeld in de artikelen 63a en 63d. + ### Artikel 76 -**1.** Onze Minister verleent ieder jaar voor 1 oktober aan iedere provincie een door hem vast te stellen bijdrage ter tegemoetkoming in de in het daarop volgende jaar te maken kosten van het onderzoek van onderzoeksgevallen en van het saneringsonderzoek en de sanering van gevallen van ernstige verontreiniging, die in de betrokken provincie zullen worden uitgevoerd door of vanwege gedeputeerde staten, of, indien het betreft gevallen als bedoeld in artikel 63*d*, eerste lid, door de waterkwaliteitsbeheerders in de betrokken provincie. De bijdrage is mede bedoeld ter tegemoetkoming in de kosten, bedoeld in de artikelen 79, vijfde lid, en 82, vierde lid. In afwijking van de eerste volzin kan Onze Minister op verzoek van gedeputeerde staten of een waterkwaliteitsbeheerder als bedoeld in artikel 63d, eerste lid, een bijdrage verlenen voor een periode van vijf jaar. +Onze Minister kan aan provincies budget verlenen voor een periode van vijf jaar ter financiering van het onderzoek van onderzoeksgevallen, het saneringsonderzoek en de sanering van gevallen van ernstige verontreiniging. -**2.** Onze Minister stelt regels omtrent de berekening en de doelmatigheid van de besteding van de overeenkomstig het eerste lid te verlenen bijdrage. +### Artikel 76a -**3.** +**1.** Voorafgaand aan een budgetperiode geeft Onze Minister een indicatie van de hoogte van het budget per provincie. -Uit de bijdrage bekostigt de provincie volledig: +**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de in het eerste lid, bedoelde indicatie. -a. de kosten van oriënterend onderzoek, uitgezonderd in de gevallen, bedoeld in artikel 63*d*, eerste lid, en -b. indien ingevolge: +**3.** Naast de in het eerste lid bedoelde indicatief aangegeven budgetten kan Onze Minister eveneens budget aan provincies ter beschikking stellen ten behoeve van de in artikel 76 genoemde doelstellingen, indien het betreft bijzondere gevallen van ernstige verontreiniging en financiering niet of niet geheel uit de indicatief aangegeven budgetten zal plaatsvinden. Artikel 76b, tweede volzin, is van overeenkomstige toepassing. -1°. artikel 79, vierde lid, de bijdrage van de gemeente is verlaagd dan wel geen bijdrage is verschuldigd, het bedrag waarmee die bijdrage is verlaagd onderscheidenlijk die bijdrage; -2°. Artikel 82, tweede lid, een bijdrage aan een gemeente wordt verleend, die bijdrage. +### Artikel 76b -**4.** Uit de bijdrage bekostigt de provincie per geval van verontreiniging negentig procent van de kosten van nader onderzoek en van saneringsonderzoek en sanering van gevallen van ernstige verontreiniging als bedoeld in het eerste lid, voor zover die kosten niet overeenkomstig artikel 79, eerste lid, of artikel 81*a,* tweede lid, ten laste van de betrokken gemeente onderscheidenlijk de betrokken waterkwaliteitsbeheerder komen. +Naast het in artikel 76 genoemde budget, kan Onze minister een aanvullende vergoeding toekennen voor apparaatskosten en andere niet-projectgebonden kosten die betrekking hebben op de bodemsanering en niet uit het budget mogen worden voldaan. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ter zake van deze kosten en ter zake van de toekenning daarvan, waarbij de artikelen 76c tot en met 76iii geheel of ten dele van overeenkomstige toepassing kunnen worden verklaard. -**5.** +### Artikel 76c -Onder de kosten van onderzoek en sanering zijn mede begrepen de kosten van: +**1.** Een aanvraag tot verlening van het budget wordt voorafgaand aan de budgetperiode gedaan en gaat vergezeld van een programma waarin de doelstellingen voor de bodemsanering worden aangegeven en inzicht wordt gegeven in de aard en de omvang van de activiteiten tegen de achtergrond van die doelstellingen en in de kosten en de wijze van financiering van het programma. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld ter zake van het bepaalde in de eerste volzin. -a. schadevergoedingen verleend op grond van artikel 74; -b. verkrijging bij minnelijke schikking van de eigendom of het gebruik van onroerende zaken dan wel van beperkte rechten als bedoeld in artikel 50, eerste lid, onder *a* en *b*; -c. vordering krachtens artikel 50; -d. indien ingevolge artikel 83 een bijdrage aan een gemeente wordt verleend, die bijdrage. +**2.** Tenzij het een in artikel 88, eerste lid, bedoelde gemeente betreft, beslist Onze Minister niet op een aanvraag van een gemeente dan nadat hij gedeputeerde staten van de betrokken provincie gedurende tenminste vier weken in de gelegenheid heeft gesteld hem van advies te dienen. -**6.** Bij ministeriële regeling kunnen de in dit artikel bedoelde kosten nader worden benoemd. +### Artikel 76d -**7.** Renteopbrengsten van nog niet bestede gelden die de provincie ingevolge het eerste lid heeft ontvangen, worden in het jaar volgend op het jaar waarvoor de bijdrage is verleend, besteed ten behoeve van gevallen als bedoeld in dat lid. Het in artikel 84 bedoelde verslag heeft mede betrekking op die rente. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent de berekening ervan. +**1.** Onze Minister verleent het budget, waarvan de hoogte volgens bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen regels wordt bepaald. -### Artikel 77 +**2.** De verlening van het budget kan geheel of gedeeltelijk worden geweigerd indien het programma niet voldoet aan de eisen die op grond van artikel 76c, eerste lid, zijn gesteld dan wel het advies van de provincie, bedoeld in artikel 76c, tweede lid, daartoe aanleiding geeft. -**1.** Indien de in artikel 76, vierde lid, bedoelde kosten van een geval naar verwachting een bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen bedrag te boven gaan, kan, Onze Minister, voor zover hij met het onderzoek en de sanering van dat geval instemt, aan de betrokken provincie een bijdrage in de kosten daarvan verlenen. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing op de kosten die ten laste van gedeputeerde staten komen bij de toepassing van artikel 42. +### Artikel 76e -**2.** Ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde bijdrage en de in dat lid bedoelde kosten zijn artikel 76, derde en vierde lid, 79 en 81 van overeenkomstige toepassing. +Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald onder welke omstandigheden gedeputeerde staten gedurende de budgetperiode, een geactualiseerd en geconcretiseerd overzicht moeten indienen van de doelstellingen van het programma alsmede de gevolgen daarvan voor de aard en de omvang van de activiteiten tegen de achtergrond van die doelstellingen, en voor de kosten en wijze van financiering van het programma. -**3.** Onze Minister stelt nadere regels omtrent de indiening van een verzoek om een bijdrage als bedoeld in het eerste lid, omtrent de gegevens die ten behoeve van de vaststelling van een zodanige bijdrage worden verstrekt, alsmede omtrent de doelmatigheid van de besteding van die bijdrage. +### Artikel 76f -**4.** Renteopbrengsten van nog niet bestede gelden die de provincie ingevolge het eerste lid heeft ontvangen, worden in het jaar volgend op het jaar waarvoor de bijdrage is verleend, besteed ten behoeve van gevallen als bedoeld in artikel 76, eerste lid. Artikel 76, zevende lid, tweede en derde volzin, is van overeenkomstige toepassing. - -### Artikel 77a - -Voorzover bij de voorbereiding of de uitvoering van een provinciaal milieuprogramma verplichtingen zijn aangegaan met betrekking tot gevallen waarvoor een bijdrage is verleend krachtens de artikelen 76, eerste lid, of 77, eerste lid, blijft voor die gevallen deze wet van toepassing. - -### Artikel 78 - -**1.** Gedeputeerde staten doen Onze Minister elk jaar voor 15 april en voor 1 september een overzicht toekomen met betrekking tot de voortgang van de bodemsanering in de provincie ten aanzien van de gevallen waarvoor een bijdrage is verleend op grond van artikel 76, eerste lid, of 77, eerste lid. In dit overzicht zijn weergegeven de bedragen die de provincie heeft besteed, en de verplichtingen die de provincie is aangegaan ten behoeve van die gevallen alsmede de verplichtingen die de provincie in het betrokken kalenderjaar ten behoeve van die gevallen voornemens is aan te gaan en de uitgaven die de provincie daarvoor in dat jaar verwacht te doen. - -**2.** Onze Minister kan een overeenkomstig artikel 76 dan wel artikel 77 aan een provincie verleende bijdrage verlagen, voor zover naar zijn oordeel uit een in het eerste lid bedoeld overzicht blijkt dat de provincie die bijdrage in het jaar waarvoor zij is verleend niet zal besteden ten behoeve van de in die artikelen bedoelde gevallen. Hij kan de bijdragen verhogen van provincies die naar zijn oordeel ten behoeve van die gevallen meer verplichtingen kunnen aangaan of meer kunnen besteden dan mogelijk zou zijn ten laste van de hun toekomende bijdragen. - -### Artikel 79 - -**1.** - -De gemeente op wier grondgebied zich de oorzaak voordoet van de verontreiniging in een geval waarin nader onderzoek zal plaatsvinden of van een geval van ernstige verontreiniging, draagt met betrekking tot dat geval: - -a. de in artikel 76, vierde lid, bedoelde kosten per geval, tot een bedrag van: - -1°. voor gemeenten die volgens de bevolkingscijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek op 1 januari van het jaar waarin een bijdrage verschuldigd wordt, 20 000 of meer inwoners hebben: € 45 378,02; -2°. voor de overige gemeenten: het bedrag dat wordt verkregen door het aantal inwoners dat de betrokken gemeente op 1 januari van het jaar waarin de bijdrage verschuldigd wordt, volgens de bevolkingscijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek heeft, te vermenigvuldigen met € 2,27, of -b. indien de in artikel 76, vierde lid, bedoelde kosten per geval meer bedragen dan het met toepassing van onderdeel *a* bepaalde bedrag: die kosten tot dat bedrag, vermeerderd met zeven en een half procent van het overblijvende gedeelte van die kosten. - -**2.** Indien het onderzoek of de sanering door de provincie wordt verricht, betaalt de gemeente het door haar te dragen gedeelte aan de provincie op verzoek van gedeputeerde staten. - -**3.** Voor de berekening van de kosten per geval, bedoeld in het eerste lid, worden de kosten van de gevallen waarvan de sanering met toepassing van artikel 42 tezelfdertijd wordt begonnen, beschouwd als kosten van een enkel geval. - -**4.** Indien een gemeente verkeert of door toepassing van het eerste lid zou komen te verkeren in een geval als bedoeld in artikel 12 van de Financiële-verhoudingswet kan Onze Minister in overeenstemming met Onze Ministers van Binnenlandse Zaken en van Financiën na overleg met gedeputeerde staten van de betrokken provincie op verzoek van burgemeester en wethouders de bijdrage op een lager bedrag vaststellen, dan wel bepalen dat de gemeente geen bijdrage verschuldigd is. - -**5.** In een geval als bedoeld in het vierde lid, vullen gedeputeerde staten de bijdrage van de gemeente aan met het bedrag waarmee zij is verminderd, onderscheidenlijk verlenen zij die bijdrage. - -### Artikel 80 - -**1.** De gemeente kan Onze Minister verzoeken vrijgesteld te worden van de verplichting tot het betalen van de ingevolge artikel 79 verschuldigde bijdrage, indien zij ten genoegen van Onze Minister aantoont dat zij ten aanzien van het betrokken geval getracht heeft de verontreiniging te voorkomen of tegen te gaan met alle middelen die haar daarvoor redelijkerwijs ter beschikking stonden. - -**2.** Indien Onze Minister besluit tot vrijstelling, verhoogt hij de in artikel 76, eerste lid, bedoelde bijdrage voor de betrokken provincie met een bedrag ter hoogte van de in het eerste lid bedoelde bijdrage dan wel, indien artikel 77 van toepassing is, verleent hij aan de betrokken provincie een afzonderlijke bijdrage ter hoogte van de in het eerste lid bedoelde bijdrage. - -**3.** De vrijstelling wordt slechts verleend voor gevallen waarin de oorzaak van de verontreiniging of aantasting zich heeft voorgedaan voor de datum waarop dit artikel in werking treedt. - -### Artikel 81 - -**1.** De provincie draagt twee en een half procent van de in artikel 76, vierde lid, bedoelde kosten per geval van ernstige verontreiniging of geval waarin nader onderzoek zal plaatsvinden, indien die kosten niet overeenkomstig artikel 79, eerste lid, onder *a*, geheel ten laste van de betrokken gemeente komen. - -**2.** Indien het onderzoek of de sanering ingevolge een door gedeputeerde staten toegewezen verzoek als bedoeld in artikel 53, eerste lid, door burgemeester en wethouders wordt verricht, betaalt de provincie op hun verzoek het door haar te dragen gedeelte van de kosten aan de gemeente. - -### Artikel 81a - -**1.** In gevallen als bedoeld in artikel 63*d*, eerste lid, blijven de artikelen 79 tot en met 81 buiten toepassing. +**1.** Zolang het budget niet is vastgesteld, kan Onze Minister, nadat tenminste twee jaren van de budgetperiode zijn verstreken, de verlening van het budget ten nadele van de provincie in ieder geval wijzigen, indien de doelstellingen waarvoor het budget is verleend kennelijk niet of niet geheel zullen worden verwezenlijkt en dit gedeputeerde staten kan worden toegerekend. **2.** -In gevallen als bedoeld in het eerste lid, draagt de waterkwaliteitsbeheerder in een geval waarin nader onderzoek zal plaats vinden of in een geval van ernstige verontreiniging, voor zover dit geval de bodem onder of de oever van oppervlaktewater dat tot zijn beheer behoort betreft, met betrekking tot dat geval: +Zolang het budget niet is vastgesteld, kan Onze Minister de verlening van het budget ten nadele van gedeputeerde staten in ieder geval wijzigen, indien: -a. de in artikel 76, vierde lid, bedoelde kosten per geval, tot ten hoogste het bedrag dat wordt verkregen door een bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen bedrag te vermenigvuldigen met het aantal vervuilingseenheden met betrekking tot het zuurstofverbruik waarover de betrokken waterkwaliteitsbeheerder op 1 januari van het jaar waarop de bijdrage verschuldigd wordt, de heffing, bedoeld in artikel 18, eerste lid, van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren heft, en daarenboven, -b. indien de in artikel 76, vierde lid, bedoelde kosten per geval meer bedragen dan het bij toepassing van onderdeel *a* door vermenigvuldiging verkregen bedrag, tien procent van het overblijvende gedeelte van die kosten. +a. verleend budget aan een ander doel is besteed dan waarvoor het beschikbaar is gesteld; +b. gedeputeerde staten onjuiste of onvolledige gegevens hebben verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag tot verlening van het budget zou hebben geleid, of +c. de verlening van het budget anderszins onjuist was en gedeputeerde staten dit wisten of behoorden te weten. -**3.** Bij de maatregel, bedoeld in het tweede lid, onder *a*, wordt een maximum gesteld aan het bij toepassing van dat onderdeel door vermenigvuldiging verkregen bedrag. +**3.** De wijziging werkt terug tot het tijdstip waarop het budget is verleend, tenzij bij de wijziging anders is bepaald. -**4.** Voor de berekening van de kosten per geval, bedoeld in het tweede lid, worden de kosten van de gevallen waarvan de sanering met toepassing van artikel 42 tezelfdertijd wordt begonnen, beschouwd als kosten van een enkel geval. +### Artikel 76g -**5.** De waterkwaliteitsbeheerder draagt de volledige kosten van oriënterend onderzoek van gevallen die de bodem onder oppervlaktewater betreffen die tot zijn beheer behoren. +**1.** Gedeputeerde staten dienen na afloop van de budgetperiode een aanvraag in tot vaststelling van het budget bij Onze Minister. + +**2.** Bij de aanvraag wordt een verantwoordingsverslag gevoegd waarin de doelstellingen uit het in artikel 76c genoemde programma en de aan het budget verbonden verplichtingen worden vergeleken met de bereikte resultaten en de verschillen worden toegelicht. Tevens wordt een verslag over de besteding van het verleende budget toegevoegd. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gegeven omtrent de aanvraag en deze verslagen. + +### Artikel 76h + +Naar aanleiding van de aanvraag stelt Onze Minister het budget vast op het bedrag van het verleende budget, voorzover voldaan is aan de voorwaarden geregeld bij of krachtens artikel 76g, geen van de in artikel 76f, eerste en tweede lid, bedoelde omstandigheden zich voordoen en geen toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in de artikelen 76i tot en met 76iii. + +### Artikel 76hh + +**1.** Onze Minister verleent gedurende de budgetperiode per jaar een voorschot aan de provincies waaraan hij budget heeft verleend. + +**2.** Voorschotten worden overeenkomstig de voorschotverlening betaald. Het voorschot wordt binnen vier weken na de voorschotverlening betaald. + +**3.** De beschikking tot voorschotverlening vermeldt het bedrag van het voorschot dan wel de wijze waarop dit bedrag wordt bepaald. + +**4.** Indien budgettaire omstandigheden daartoe aanleiding geven, kan de verlening van voorschot in afwijking van het eerste en tweede lid plaatsvinden over zeven kalenderjaren, waarbij over de uitgestelde betalingen van voorschotten geen rente wordt vergoed. + +### Artikel 76i + +Onze Minister kan jegens de betrokken provincie verplichtingen verbinden aan het budget dat voor de lopende budgetperiode wordt of is verleend, indien met betrekking tot de afgelopen budgetperiode: + +a. de in het programma opgenomen doelstellingen naar het oordeel van Onze Minister onvoldoende zijn bereikt en dit de provincie kan worden toegerekend; +b. de verleende budgetten door de provincie zijn besteed aan een ander doel dan waarvoor het beschikbaar is gesteld, of +c. de aanvraag tot vaststelling van het budget niet of niet tijdig is ingediend. + +### Artikel 76ii + +Indien naar het oordeel van Onze Minister genoegzaam vaststaat dat aan de in artikel 76i bedoelde verplichtingen niet zal worden voldaan, dan wel van het opleggen daarvan in redelijkheid onvoldoende resultaat kan worden verwacht, kan het budget over de afgelopen budgetperiode, lager worden vastgesteld dan het eerder voor dat tijdvak verleende budget. + +### Artikel 76iii + +Onze Minister kan onverschuldigd betaalde bedragen aan budget terugvorderen, voor zover na de dag waarop het budget is vastgesteld nog geen vijf jaren zijn verstreken. Bij de terugvordering kan worden bepaald dat over de onverschuldigd betaalde bedragen een rentevergoeding verschuldigd is. + +#### Paragraaf 3.2. Verstrekken subsidie aan derden + +### Artikel 76j + +**1.** Onze Minister kan voor bij of krachtens algemene maatregel van bestuur of bij ministeriële regeling aangewezen activiteiten op het gebied van onderzoek en sanering van gevallen van ernstige verontreiniging subsidie verstrekken. + +**2.** + +Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur of bij ministeriële regeling kunnen in ieder geval regels worden gesteld omtrent: + +a. criteria voor de verstrekking; +b. het tijdvak waarvoor de subsidie wordt verleend; +c. de voorwaarden waaronder de subsidie wordt verleend; +d. de aanvraag van een subsidie en de besluitvorming daarover; +e. de verplichtingen voor de subsidie-ontvanger; +f. het bedrag van de subsidie dan wel de wijze waarop dit wordt bepaald; +g. de betaling van de subsidie en het verlenen van voorschotten. + +**3.** Onze Minister kan ieder jaar bij ministeriële regeling subsidieplafonds vaststellen voor de verschillende activiteiten waarvoor subsidie kan worden verstrekt. Daarbij bepaalt hij de wijze van verdeling van het beschikbare bedrag. + +**4.** Onze Minister kan de uitvoering van een algemene maatregel van bestuur of een ministeriële regeling als bedoeld in het eerste lid, met inbegrip van het nemen van besluiten op grond van deze regels, delegeren aan andere bestuursorganen. + +### Artikel 76k + +**1.** De door Onze Minister op grond van artikel 76l, eerste lid, aangewezen personen zijn bevoegd van de aanvrager van een subsidie inlichtingen te vorderen. De artikelen 5:13, 5:15, voor zover het door de aanvrager gebruikte plaatsen betreft, en 5:17 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing. + +**2.** Een aanvraag kan worden afgewezen, indien de aanvrager geen medewerking verleent bij de uitoefening van de in het eerste lid bedoelde bevoegdheden. + +### Artikel 76l + +**1.** Met het toezicht op de naleving van de aan de subsidie-ontvanger opgelegde verplichtingen zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen personen. + +**2.** De toezichthouder beschikt niet over de bevoegdheden, genoemd in de artikelen 5:18 en 5:19 van de Algemene wet bestuursrecht. + +**3.** Van een besluit als bedoeld in het eerste lid, wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant. + +**4.** Aan de krachtens deze wet verstrekte subsidies is de verplichting verbonden dat de subsidieontvanger aan een toezichthouder alle medewerking verleent die deze redelijkerwijs kan vorderen bij de uitoefening van zijn bevoegdheden. + +#### Paragraaf 3.3. Verstrekken budget voor waterbodems + +### Artikel 76m + +De artikelen 76n en 76o zijn van toepassing voor de sanering van de bodem in gevallen als bedoeld in artikel 63d. + +### Artikel 76n + +**1.** Onze Minister verleent voor een periode van vijf jaar een door hem vast te stellen budget aan de provincie ter tegemoetkoming in de in de daarop volgende vijf jaar te maken kosten van het onderzoek van onderzoeksgevallen en van het saneringsonderzoek en de sanering van gevallen van ernstige verontreiniging als bedoeld in artikel 63d, eerste lid, die door de waterkwaliteitsbeheerders in de betrokken provincie zullen worden uitgevoerd. + +**2.** De artikelen 76a tot en met 76iii zijn van overeenkomstige toepassing. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld voor de berekening van de in het eerste lid, bedoelde bijdrage en over de in aanmerking te nemen kosten. + +**3.** Uit het budget bekostigt de provincie per geval van verontreiniging negentig procent van de kosten van nader onderzoek en van saneringsonderzoek en sanering van gevallen van ernstige verontreiniging als bedoeld in het eerste lid, voorzover die kosten niet overeenkomstig artikel 76o, eerste lid, ten laste komen van de betrokken waterkwaliteitsbeheerder. + +### Artikel 76o + +**1.** + +In gevallen als bedoeld in artikel 63d, eerste lid, draagt de waterkwaliteitsbeheerder in een geval waarin nader onderzoek zal plaats vinden of in een geval van ernstige verontreiniging, voorzover dit geval de bodem onder of de oever van oppervlaktewater dat tot zijn beheer behoort, betreft, met betrekking tot dat geval: + +a. de in artikel 76n, derde lid, bedoelde kosten per geval, tot ten hoogste het bedrag dat wordt verkregen door een bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen bedrag te vermenigvuldigen met het aantal inwonerequivalenten waarover de betrokken waterkwaliteitsbeheerder op 1 januari van het jaar waarop de bijdrage verschuldigd wordt, de heffing, bedoeld in artikel 21 van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren, heft, en daarenboven, +b. indien de in artikel 76n, derde lid, bedoelde kosten per geval meer bedragen dan het bij toepassing van onderdeel a door vermenigvuldiging verkregen bedrag, tien procent van het overblijvende gedeelte van die kosten. + +**2.** Bij de maatregel, bedoeld in het eerste lid, onder a, wordt een maximum gesteld aan het bij toepassing van dat onderdeel door vermenigvuldiging verkregen bedrag. + +**3.** Voor de berekening van de kosten per geval, als bedoeld in het eerste lid, worden de kosten van de gevallen waarvan de sanering met toepassing van artikel 42 tezelfdertijd wordt begonnen, beschouwd als kosten van een enkel geval. + +**4.** De waterkwaliteitsbeheerder draagt de volledige kosten van oriënterend onderzoek van gevallen die de bodem onder oppervlaktewater betreffen, die tot zijn beheer behoren. + +#### Paragraaf 3.4. Overige bepalingen + +### Artikel 77 + +Vervallen + +### Artikel 77a + +Voorzover bij de voorbereiding of de uitvoering van een provinciaal milieuprogramma verplichtingen zijn aangegaan met betrekking tot gevallen waarvoor een bijdrage is verleend krachtens artikel 76 en 76n, blijft voor die gevallen deze wet van toepassing. + +### Artikel 78 + +Vervallen + +### Artikel 79 + +Vervallen + +### Artikel 80 + +Vervallen + +### Artikel 81 + +Vervallen + +### Artikel 81a + +Vervallen ### Artikel 82 **1.** De kosten die in verband staan met de in artikel 57 bedoelde verplichting, komen geheel ten laste van de betrokken gemeente. -**2.** Indien een gemeente verkeert of door toepassing van het eerste lid zou komen te verkeren in een geval als bedoeld in artikel 12 van de Financiële-verhoudingswet kan Onze Minister in overeenstemming met Onze Ministers van Binnenlandse Zaken en van Financiën op verzoek van burgemeester en wethouders een bijdrage in de in het eerste lid bedoelde kosten vaststellen. +**2.** Indien een gemeente verkeert of door toepassing van het eerste lid zou komen te verkeren in een geval als bedoeld in artikel 12 van de Financiële-verhoudingswet kan Onze Minister in overeenstemming met Onze Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Financiën op verzoek van burgemeester en wethouders een bijdrage in de in het eerste lid bedoelde kosten vaststellen. -**3.** Onze Minister stelt de in het tweede lid bedoelde bijdrage slechts vast voor zover de in artikel 76, vierde lid, bedoelde kosten per geval de in artikel 79, vierde lid, bedoelde gemeentelijke bijdrage overschrijden. +**3.** Gedeputeerde staten verlenen de ingevolge het tweede lid vastgestelde bijdrage aan de gemeente. -**4.** Gedeputeerde staten verlenen de ingevolge het tweede lid vastgestelde bijdrage aan de gemeente. - -**5.** Onze Minister stelt regels met betrekking tot de kosten ten behoeve waarvan een bijdrage als bedoeld in het tweede lid, kan worden verleend. +**4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de kosten ten behoeve waarvan een bijdrage als bedoeld in het tweede lid, kan worden verleend. ### Artikel 83 @@ -1352,25 +1498,17 @@ c. op het moment waarop de grond voor woningbouw is verkocht of in erfpacht is u ### Artikel 84 -**1.** Gedeputeerde staten doen Onze Minister ieder jaar voor 1 september verslag over de besteding van de door hem overeenkomstig de artikelen 76 en 77 ten behoeve van het voorgaande kalenderjaar verleende bijdragen. - -**2.** Onze Minister stelt regels omtrent de wijze waarop het verslag wordt gedaan, alsmede omtrent de gegevens die daarbij dienen te worden verstrekt. Die gegevens omvatten in ieder geval gegevens omtrent de wijze van onderzoek van de betrokken onderzoeksgevallen en omtrent de wijze waarop het saneringsonderzoek en de sanering in de betrokken gevallen zijn uitgevoerd. - -**3.** Onze Minister doet de Staten-Generaal jaarlijks een verslag toekomen waarin de provinciale verslagen zijn samengevat. +Vervallen ### Artikel 85 -Indien gedeputeerde staten niet hebben voldaan aan de ingevolge artikel 84 geldende verplichting, kan Onze Minister bepalen dat de provincie, naast de bijdragen, bedoeld in artikel 81, eerste lid, aan hem nogmaals een bedrag betaalt, gelijk aan het totaal van die bijdragen verschuldigd in het jaar waarop het verslag, bedoeld in artikel 84, eerste lid, betrekking heeft. +Vervallen ### Artikel 86 -**1.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent de gevallen waarin aan de provincie of de gemeente bijdragen worden verleend ten behoeve van kosten als bedoeld in artikel 76, derde of vierde lid, die reeds te haren laste zijn gekomen voor het tijdstip waarop blijkens het programma, bedoeld in artikel 4.14 van de Wet milieubeheer, met het onderzoek of de sanering van het betrokken geval van verontreiniging zou worden aangevangen. Bij de ministeriële regeling kan tevens worden bepaald dat slechts een daarbij aan te geven percentage van de bijdragen wordt besteed aan gevallen als bedoeld in de eerste volzin. +Vervallen -**2.** De bijdrage heeft geen betrekking op de kosten die ten laste van de provincie of de gemeente komen of zijn gekomen in verband met een door haar ten behoeve van de financiering van het betrokken geval aangegane geldlening. - -**3.** In gevallen als bedoeld in artikel 63*d*, eerste lid, treedt voor de toepassing van het eerste en tweede lid de waterkwaliteitsbeheerder in de plaats van de gemeente. - -### Paragraaf 4. Rechten +### Paragraaf 4. Overige financiële bepalingen ### Artikel 86a @@ -1414,14 +1552,19 @@ Indien het bedrag dat uit s Rijks kas beschikbaar is voor het budget gedurende d De gemeenten Amsterdam, 's-Gravenhage, Rotterdam en Utrecht worden gelijkgesteld met een provincie voor de toepassing van: -a. de artikelen 27 tot en met 34, 37, artikel 38, vierde en vijfde lid, 39, 40, 42, 43 tot en met 52, 55, 74 tot en met 78, 81, 83 tot en met 86; -b. de artikelen 4.14, eerste lid, en tweede lid, onder *a*, onder 1°, en onder *b*, voor zover het de activiteiten, bedoeld onder *a* , onder 1°, betreft, en 4.15, derde lid, van de Wet milieubeheer. +a. de artikelen 27 tot en met 34, 37, artikel 38, derde en vierde lid, 39, 39a, 39b, 39c, 39d, derde, vierde en vijfde lid, 39f, eerste lid, 40, 42, 43 tot en met 52, 55, 55b, derde lid, 74 tot en met 76l, 83, 86b, 87a, 87b en 92b; +b. de artikelen 4.14, eerste lid, en tweede lid, onder a, onder 1°, en onder b, voor zover het de activiteiten, bedoeld onder a , onder 1°, betreft, en 4.15, derde lid, van de Wet milieubeheer. -**2.** Een regionaal openbaar lichaam als bedoeld in de Kaderwet bestuur in verandering wordt gelijkgesteld met een provincie voor de toepassing van de in het eerste lid genoemde artikelen, alsmede voor de artikelen 41, 51, 53 en 54. De gelijkstelling vindt toepassing indien de in deze artikelen bedoelde bevoegdheden aan het regionaal openbaar lichaam bij algemene maatregel van bestuur zijn overgedragen. +**2.** + +Een plusregio als bedoeld in artikel 104 van de Wet gemeenschappelijke regelingen die de gemeente of gemeenten Amsterdam, Arnhem en Nijmegen, Eindhoven en Helmond, Enschede en Hengelo, ’s-Gravenhage, Rotterdam of Utrecht omvat wordt gelijkgesteld met een provincie voor de toepassing van de in het eerste lid genoemde artikelen, alsmede voor de artikelen 41, 51, 53 en 54. De gelijkstelling vindt toepassing: + +– voor de locaties waarvoor de plusregio rechtstreeks middelen van het Rijk ontvangt voor de in artikel 76 omschreven activiteiten, en +– indien de in deze artikelen bedoelde bevoegdheden aan de plusregio bij algemene maatregel van bestuur zijn overgedragen. **3.** In de gevallen waarin de in het eerste lid bedoelde gelijkstelling van toepassing is, blijven de artikelen 41, 51, 53 en 54 buiten toepassing. -**4.** In de gevallen waarin de in het tweede lid bedoelde gelijkstelling van toepassing is, blijft het eerste lid buiten toepassing voor een in het gebied van het openbaar lichaam gelegen gemeente. +**4.** In de gevallen waarin de in het tweede lid bedoelde gelijkstelling van toepassing is, blijft het eerste lid buiten toepassing voor een in die plusregio gelegen gemeente. **5.** @@ -1434,9 +1577,9 @@ b. de kust of de oever van oppervlaktewater, indien redelijkerwijs moet worden a Onverlet het derde tot en met het vijfde lid, treden in de gevallen, bedoeld in het eerste en het tweede lid: -a. de raad onderscheidenlijk het algemeen bestuur van het regionaal openbaar lichaam op in de plaats van provinciale staten, -b. burgemeester en wethouders onderscheidenlijk het dagelijks bestuur van het regionaal openbaar lichaam op in de plaats van gedeputeerde staten, en -c. de burgemeester onderscheidenlijk de voorzitter van het regionaal openbaar lichaam op in de plaats van Onze commissaris in de provincie. +a. de raad onderscheidenlijk het algemeen bestuur van de plusregio op in de plaats van provinciale staten, +b. burgemeester en wethouders onderscheidenlijk het dagelijks bestuur van de plusregio op in de plaats van gedeputeerde staten, en +c. de burgemeester onderscheidenlijk de voorzitter van de plusregio op in de plaats van Onze commissaris in de provincie. **7.** @@ -1470,16 +1613,18 @@ b. op daartoe strekkend verzoek ontheffing verlenen. **1.** De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens deze wet, die betrekking heeft op handelingen waarbij uit landbouwkundig oogpunt stoffen op of in de bodem worden gebracht, wordt Ons gedaan door Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en Onze Minister gezamenlijk; de voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens deze wet wordt Ons gedaan door Onze Minister en Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit gezamenlijk, voor zover de maatregel in belangrijke mate mede betrekking heeft op handelingen die van invloed kunnen zijn op het agrarisch produktievermogen van de bodem dan wel op handelingen die van belang zijn met het oog op de bescherming van natuur en landschap. -**2.** De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens de artikelen 36 en 38, tweede en derde lid, wordt Ons gedaan door Onze Minister en Onze Minister van Verkeer en Waterstaat gezamenlijk; de voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 81*a*, tweede lid, onder *a*, wordt Ons gedaan door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat. +**2.** De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 36 wordt Ons gedaan door Onze Minister en Onze Minister van Verkeer en Waterstaat gezamenlijk; de voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 81a, tweede lid, onder a, wordt Ons gedaan door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat. ### Artikel 92 -**1.** Het ontwerp van een algemene maatregel van bestuur krachtens de artikelen 6 tot en met 12, 36 en 38, tweede en derde lid, 72, 77, eerste lid, of 81*a*, tweede lid, onder *a*, wordt overgelegd aan de beide kamers der Staten-Generaal en in de *Staatscourant* bekendgemaakt. Aan een ieder wordt de gelegenheid geboden binnen een bij die bekendmaking te stellen termijn van ten minste vier weken opmerkingen over het ontwerp schriftelijk ter kennis van Onze Minister te brengen. +**1.** Het ontwerp van een algemene maatregel van bestuur krachtens de artikelen 6 tot en met 12, 36 en 38, tweede lid, 72, 77, eerste lid, of 81a, tweede lid, onder a , wordt overgelegd aan de beide kamers der Staten-Generaal en in de *Staatscourant* bekendgemaakt. Aan een ieder wordt de gelegenheid geboden binnen een bij die bekendmaking te stellen termijn van ten minste vier weken opmerkingen over het ontwerp schriftelijk ter kennis van Onze Minister te brengen. -**2.** Een algemene maatregel van bestuur krachtens de artikelen 6 tot en met 12, 38, derde lid, 72, 77, eerste lid, en 81*a*, tweede lid, onder *a*, wordt, nadat hij is vastgesteld, toegezonden aan beide Kamers der Staten-Generaal. Hij treedt niet eerder in werking dan vier weken na de datum van uitgifte van het *Staatsblad* waarin hij is geplaatst. +**2.** Een algemene maatregel van bestuur krachtens de artikelen 6 tot en met 12, 72, 77, eerste lid, en 81a, tweede lid, onder a , wordt, nadat hij is vastgesteld, toegezonden aan beide Kamers der Staten-Generaal. Hij treedt niet eerder in werking dan vier weken na de datum van uitgifte van het *Staatsblad* waarin hij is geplaatst. **3.** Een krachtens de artikelen 36 en 38, tweede lid, vastgestelde algemene maatregel van bestuur treedt in werking op een tijdstip dat, nadat vier weken na de toezending ervan aan de Staten-Generaal zijn verstreken, bij koninklijk besluit wordt vastgesteld, tenzij binnen die termijn door of namens een der Kamers der Staten-Generaal de wens te kennen wordt gegeven dat het in de algemene maatregel van bestuur geregelde onderwerp bij wet wordt geregeld. In dat geval wordt een daartoe strekkend voorstel van wet zo spoedig mogelijk ingediend en wordt de algemene maatregel van bestuur onverwijld ingetrokken. +**4.** Het derde lid is niet van toepassing, indien een krachtens de artikelen 36 en 38, tweede lid, vastgestelde algemene maatregel van bestuur uitsluitend strekt ter uitvoering van een voor Nederland verbindend verdrag of een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie. In dat geval wordt de procedure, bedoeld in het tweede lid, gevolgd. + ### Artikel 92a **1.** Met het toezicht op de uitvoering en de handhaving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren. @@ -1490,7 +1635,7 @@ b. op daartoe strekkend verzoek ontheffing verlenen. ### Artikel 92b -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +In afwijking van artikel 67, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen is de Rijksbelastingdienst verplicht aan Onze Minister, gedeputeerde staten en burgemeester en wethouders desgevraagd, kosteloos, alle gegevens en inlichtingen te verstrekken, benodigd voor de uitvoering van deze wet. ### Artikel 93 @@ -1515,7 +1660,7 @@ Een gedraging in strijd met een voorschrift, krachtens de artikelen 64, tweede l De volgende bestuursorganen hebben tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van het bepaalde bij of krachtens § 3 van hoofdstuk IV en artikel 72: a. in gevallen als bedoeld in de artikelen 63a en 63d: de waterkwaliteitsbeheerder; -b. in gevallen als bedoeld in artikel 88, eerste, tweede en negende lid: burgemeester en wethouders, onderscheidenlijk het dagelijks bestuur van het regionaal openbaar lichaam; +b. in gevallen als bedoeld in artikel 88, eerste, tweede en achtste lid en negende lid: burgemeester en wethouders, onderscheidenlijk het dagelijks bestuur van de plusregio; c. in andere gevallen: gedeputeerde staten. ## Hoofdstuk XI. Overgangs- en slotbepalingen @@ -1546,7 +1691,9 @@ Voor de uitvoering van deze wet ten aanzien van gebieden die niet deel uitmaken ### Artikel 99a -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** De verlening van budget of subsidie op grond van deze wet kan worden ingetrokken of gewijzigd wegens strijd met een uit een verdrag voor de staat voortvloeiende verplichting. Bij de intrekking of wijziging kan worden bepaald dat over onverschuldigd betaalde subsidiebedragen een rentevergoeding verschuldigd is. + +**2.** De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip waarop de subsidie is verleend, tenzij bij de intrekking of wijziging anders is bepaald. ### Artikel 100