2005-09-28 | BWBR0007801 | Wet op de waterkering
This commit is contained in:
parent
fce97b8b80
commit
c143e9be6f
1 changed files with 89 additions and 91 deletions
|
|
@ -26,25 +26,27 @@ In het gestelde bij of krachtens deze wet wordt verstaan onder:
|
|||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
**1.** Deze wet is van toepassing op de dijkringgebieden en de primaire waterkeringen welke staan aangegeven op een als bijlage I bij deze wet behorende landkaart.
|
||||
**1.** Deze wet is van toepassing op de dijkringgebieden en de primaire waterkeringen welke staan aangegeven op als bijlage I en bijlage IA bij deze wet behorende landkaarten.
|
||||
|
||||
**2.** De in het eerste lid bedoelde bijlage kan worden gewijzigd bij algemene maatregel van bestuur op voordracht van Onze Minister, gehoord de voor de betreffende dijkringgebieden en primaire waterkeringen bevoegde colleges van gedeputeerde staten en beheerders.
|
||||
**2.** De in het eerste lid bedoelde bijlagen kunnen worden gewijzigd bij algemene maatregel van bestuur op voordracht van Onze Minister, gehoord de voor de betreffende dijkringgebieden en primaire waterkeringen bevoegde colleges van gedeputeerde staten en beheerders.
|
||||
|
||||
**3.** Een algemene maatregel van bestuur, als bedoeld in het tweede lid, treedt niet eerder in werking dan drie maanden na de datum waarop deze aan beide Kamers der Staten-Generaal is toegezonden.
|
||||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
**1.** Op een bij deze wet behorende bijlage II is voor elk dijkringgebied de veiligheidsnorm aangegeven als gemiddelde overschrijdingskans - per jaar - van de hoogste hoogwaterstand waarop de tot directe kering van het buitenwater bestemde primaire waterkering moet zijn berekend, mede gelet op overige het waterkerend vermogen bepalende factoren.
|
||||
**1.** Op de bij deze wet behorende bijlage II en bijlage IIA is voor elk dijkringgebied de veiligheidsnorm aangegeven als gemiddelde overschrijdingskans - per jaar - van de hoogste hoogwaterstand waarop de tot directe kering van het buitenwater bestemde primaire waterkering moet zijn berekend, mede gelet op overige het waterkerend vermogen bepalende factoren.
|
||||
|
||||
**2.** In overeenstemming met en ter vervanging van de overschrijdingskans in de zin van het eerste lid, wordt bij algemene maatregel van bestuur voor elk dijkringgebied de veiligheidsnorm nader aangegeven als de gemiddelde kans per jaar op een overstroming door het bezwijken van een primaire waterkering.
|
||||
|
||||
**3.** Primaire waterkeringen, niet bestemd tot directe kering van het buitenwater, moeten, zolang voor het dijkringgebied waartoe zij behoren geen veiligheidsnorm krachtens het tweede lid is vastgesteld, tenminste gelijke veiligheid bieden als op de datum van inwerkingtreding van deze wet.
|
||||
|
||||
**4.** Artikel 2, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing op de wijziging van de in het eerste lid bedoelde bijlage en op de vaststelling of wijziging van de in het tweede lid bedoelde algemene maatregel van bestuur.
|
||||
**4.** Artikel 2, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing op de wijziging van de in het eerste lid bedoelde bijlagen en op de vaststelling of wijziging van de in het tweede lid bedoelde algemene maatregel van bestuur.
|
||||
|
||||
**5.** Onze Minister zendt elke tien jaar aan de beide Kamers der Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de in bijlage II en bijlage IIA aangegeven veiligheidsnorm.
|
||||
|
||||
### Artikel 3a
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
Indien bovenregionale belangen daartoe nopen, wijst Onze Minister waterkeringen, niet zijnde primaire waterkeringen, aan, waarvoor gedeputeerde staten met het oog op het voorkomen van onveilige situaties en ernstige schade binnen een door hem te bepalen termijn een veiligheidsnorm vaststellen. Deze vaststelling geschiedt bij verordening.
|
||||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
|
|
@ -54,27 +56,33 @@ Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
|||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister draagt zorg voor de totstandkoming en verkrijgbaarstelling van technische leidraden voor het ontwerp, het beheer en het onderhoud van primaire waterkeringen en voor de beoordeling van de veiligheid daarvan. Deze strekken tot aanbeveling ten behoeve van degenen die met het beheer onderscheidenlijk het toezicht zijn belast.
|
||||
**1.** Onze Minister draagt zorg voor de totstandkoming en verkrijgbaarstelling van technische leidraden voor het ontwerp, het beheer en het onderhoud van primaire waterkeringen. Zij strekken tot aanbeveling ten behoeve van degenen die met het beheer onderscheidenlijk het toezicht zijn belast.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister kan de vervulling van de in het eerste lid omschreven taak bij in de *Staatscourant* bekend te maken besluit opdragen aan een door hem ingestelde technische adviescommissie voor de waterkeringen.
|
||||
**2.** Onze Minister kan de vervulling van de in het eerste lid omschreven taak bij in de Staatscourant bekend te maken besluit opdragen aan een door hem ingestelde technische adviescommissie voor de waterkeringen.
|
||||
|
||||
**3.** De verkrijgbaarstelling van leidraden als bedoeld in het eerste lid, wordt bekendgemaakt in de *Staatscourant*.
|
||||
**3.** De verkrijgbaarstelling van leidraden als bedoeld in het eerste lid, wordt bekendgemaakt in de Staatscourant.
|
||||
|
||||
### Artikel 5a
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld voor de door de beheerder te verrichten beoordeling van de veiligheid van primaire waterkeringen.
|
||||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
Gedeputeerde staten hebben het toezicht op alle primaire waterkeringen in hun provincie.
|
||||
**1.** Gedeputeerde staten hebben het toezicht op alle primaire waterkeringen in hun provincie.
|
||||
|
||||
**2.** Indien een primaire waterkering is gelegen in meerdere provincies, kunnen gedeputeerde staten van die provincies bij overeenstemmende besluiten bepalen dat het toezicht op die primaire waterkering wordt uitgeoefend door gedeputeerde staten van de provincie waarin de primaire waterkering in hoofdzaak is gelegen.
|
||||
|
||||
### Artikel 6a
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.** Indien de in artikel 3, eerste of tweede lid, bedoelde veiligheidsnormen, de in artikel 4, eerste lid, bedoelde hoogwaterstanden, de krachtens artikel 4, eerste lid, vastgestelde waarden of de krachtens artikel 5a vastgestelde regels wijziging ondergaan, kan bij besluit van Onze Minister worden bepaald door welk bestuursorgaan, op welke wijze en binnen welk tijdsbestek maatregelen met betrekking tot de beveiliging tegen overstroming worden getroffen.
|
||||
|
||||
**2.** Op de voorbereiding van een besluit als bedoeld in het eerste lid, is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** Het eerste lid wordt niet toegepast dan nadat overleg is gevoerd met het betrokken bestuursorgaan en niet eerder dan vier weken nadat de beide Kamers der Staten-Generaal in kennis zijn gesteld van het voornemen tot het nemen van het besluit.
|
||||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
**1.** De aanleg van een primaire waterkering en de wijziging in richting, vorm, afmeting of constructie van een primaire waterkering geschieden overeenkomstig een door de beheerder vastgesteld en door gedeputeerde staten goedgekeurd plan.
|
||||
**1.** De aanleg, versterking of verlegging van een primaire waterkering geschiedt overeenkomstig een door de beheerder vastgesteld plan.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -84,53 +92,84 @@ a. de te treffen voorzieningen, gericht op de uitvoering van het werk ten aanzie
|
|||
b. de te treffen voorzieningen, gericht op het ongedaan maken of beperken van de nadelige gevolgen van de uitvoering van het werk, voor zover die voorzieningen rechtstreeks verband houden met de uitvoering van het werk;
|
||||
c. de te treffen voorzieningen ter bevordering van het belang van landschap, natuur of cultuurhistorie, voor zover zij rechtstreeks verband houden met de uitvoering van het werk.
|
||||
|
||||
**3.** Bij het totstandbrengen van het plan wordt rekening gehouden met alle bij de uitvoering van het plan betrokken belangen, waaronder die van landschap, natuur, cultuurhistorie, volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieu, overeenkomstig de aanbevelingen van de Commissie Toetsing Uitgangspunten Rivierdijkversterkingen (Boertien I).
|
||||
**3.** In geval het plan een verlegging van de primaire waterkering inhoudt, kan het de te treffen voorzieningen bevatten met betrekking tot de inpassing in de omgeving van het gebied tussen de plaats waar de oorspronkelijke primaire waterkering is gelegen en de plaats waar de nieuwe primaire waterkering komt te liggen.
|
||||
|
||||
**4.** In de toelichting op het plan wordt aangegeven welke gevolgen aan de uitvoering van het plan zijn verbonden en op welke wijze met de daarbij betrokken belangen rekening is gehouden.
|
||||
|
||||
**5.** Het eerste lid is niet van toepassing indien ten aanzien van een in dat lid bedoelde werkzaamheid toepassing wordt gegeven aan hoofdstuk Va, afdeling 1a, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening.
|
||||
|
||||
### Artikel 7a
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.** Op de voorbereiding van het plan is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** De terinzagelegging geschiedt tevens ten kantore van de betrokken bestuursorganen. Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder.
|
||||
|
||||
### Artikel 7b
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.** De beheerder stelt het plan vast binnen twaalf weken nadat de termijn voor het naar voren brengen van zienswijzen is verstreken.
|
||||
|
||||
**2.** Het plan behoeft de goedkeuring van gedeputeerde staten van de provincie op wier grondgebied het plan wordt uitgevoerd. De beheerder zendt na de vaststelling het plan onverwijld aan gedeputeerde staten.
|
||||
|
||||
**3.** Indien het een primaire waterkering betreft die in meer dan één provincie is gelegen, kunnen gedeputeerde staten van de desbetreffende provincies bij overeenstemmende besluiten bepalen dat gedeputeerde staten van de provincie waarin de primaire waterkering in hoofdzaak is gelegen, belast is met de goedkeuring van het plan.
|
||||
|
||||
### Artikel 7c
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
In afwijking van artikel 10:31, tweede en derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan het nemen van een besluit omtrent goedkeuring niet worden verdaagd.
|
||||
|
||||
### Artikel 7d
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.** Gedeputeerde staten bevorderen een gecoördineerde voorbereiding van de besluiten die nodig zijn ter uitvoering van het plan.
|
||||
|
||||
**2.** Indien het een primaire waterkering betreft die in meer dan één provincie is gelegen, kunnen gedeputeerde staten van de desbetreffende provincies bij overeenstemmende besluiten bepalen dat gedeputeerde staten van een van die provincies de coördinatie van de voorbereiding van de in het eerste lid bedoelde besluiten bevorderen.
|
||||
|
||||
**3.** Gedeputeerde staten kunnen van de andere betrokken bestuursorganen de medewerking vorderen, die voor het welslagen van de coördinatie nodig is. Die bestuursorganen verlenen de van hen gevorderde medewerking.
|
||||
|
||||
### Artikel 7e
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
Op de voorbereiding van de in artikel 7d, eerste lid, bedoelde besluiten is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, met dien verstande dat:
|
||||
|
||||
a. de ontwerpen van de besluiten binnen een door gedeputeerde staten te bepalen termijn worden toegezonden aan gedeputeerde staten, die zorg dragen voor de in artikel 3:13, eerste lid, van die wet bedoelde toezending;
|
||||
b. gedeputeerde staten ten aanzien van de ontwerpen van de besluiten gezamenlijk toepassing kunnen geven aan de artikelen 3:11, eerste lid, en 3:12 van die wet;
|
||||
c. zienswijzen naar voren kunnen worden gebracht door een ieder;
|
||||
d. in afwijking van artikel 3:18 van die wet de besluiten worden genomen binnen een door gedeputeerde staten te bepalen termijn;
|
||||
e. de besluiten onverwijld worden gezonden aan gedeputeerde staten;
|
||||
f. gedeputeerde staten beslissen over de toepassing van artikel 3:18, tweede lid, van die wet.
|
||||
|
||||
### Artikel 7f
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.** De ter uitvoering van het plan vereiste planologische medewerking wordt verleend met toepassing van artikel 19 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening.
|
||||
|
||||
**2.** Met betrekking tot een verzoek om vrijstelling van een bestemmingsplan krachtens artikel 19 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening alsmede met betrekking tot een aanvraag om bouwvergunning ingeval artikel 50, vijfde lid, van de Woningwet van toepassing is, is een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in die artikelen niet vereist.
|
||||
|
||||
**3.** Ten aanzien van de aanvragen tot het nemen van de in artikel 7d, eerste lid, bedoelde besluiten is de beheerder mede bevoegd deze in te dienen bij de bevoegde bestuursorganen.
|
||||
|
||||
### Artikel 7g
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.** Indien een bestuursorgaan, uitgezonderd een bestuursorgaan van het Rijk, dat in eerste aanleg bevoegd is te beslissen op een aanvraag tot het nemen van een besluit tot uitvoering van het plan, niet of niet tijdig een ontwerp-besluit op de aanvraag aan gedeputeerde staten zendt, dan wel niet, niet tijdig of niet in overeenstemming met het plan beslist, dan wel een beslissing neemt die naar het oordeel van gedeputeerde staten wijziging behoeft, kunnen gedeputeerde staten een beslissing op de aanvraag nemen. In het laatste geval treedt hun besluit in de plaats van het besluit van het in eerste aanleg bevoegde bestuursorgaan. Indien gedeputeerde staten voornemens zijn zelf een beslissing op de aanvraag te nemen, plegen zij overleg met het bestuursorgaan dat in eerste aanleg bevoegd is te beslissen.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de ambtshalve te nemen besluiten ter uitvoering van het plan en andere besluiten dan die ter uitvoering van het plan, welke zijn gericht op de realisering van de in het plan opgenomen voorzieningen.
|
||||
|
||||
**3.** Indien bij de toepassing van het eerste lid de beslissing op een aanvraag tot het nemen van een besluit als in dat lid bedoeld, wordt genomen door gedeputeerde staten, draagt het bestuursorgaan dat in eerste aanleg bevoegd was te beslissen op de aanvraag de ter zake ontvangen leges over aan gedeputeerde staten.
|
||||
|
||||
### Artikel 7h
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
De in artikel 7d, eerste lid, bedoelde besluiten worden, voor zover zij gecoördineerd zijn voorbereid, gelijktijdig door gedeputeerde staten bekendgemaakt.
|
||||
|
||||
### Artikel 7i
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.** Tegen een besluit als bedoeld in de artikelen 6a, eerste lid, 7b, tweede lid, en 7d, eerste lid, kan beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van artikel 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht vangt de termijn voor het indienen van een beroepschrift tegen de besluiten, bedoeld in artikel 7d, eerste lid, aan met ingang van de dag na die waarop de in artikel 7h bedoelde bekendmaking is geschied.
|
||||
|
||||
### Artikel 7j
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
Onteigening ingevolge titel II dan wel titel II in samenhang met titel IIa van de onteigeningswet kan mede geschieden ter uitvoering van de ingevolge het plan te treffen voorzieningen, bedoeld in artikel 7, tweede lid, onder b en c, en derde lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 7k
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.** De in artikel 18, eerste lid, van de onteigeningswet bedoelde dagvaarding kan geschieden nadat het plan door gedeputeerde staten is goedgekeurd.
|
||||
|
||||
**2.** De rechtbank spreekt de onteigening niet uit dan nadat het plan onherroepelijk is geworden.
|
||||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
|
|
@ -152,7 +191,7 @@ De beheerder betrekt bij de voorbereiding van het plan in ieder geval gedeputeer
|
|||
|
||||
**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van werken waarvan naar het oordeel van Onze Minister de uitvoering anderszins door het algemeen belang wordt gevorderd.
|
||||
|
||||
**3.** Voor de toepassing van dit artikel wordt onder kustlijn verstaan de gemiddelde laagwaterlijn. Deze is aangegeven op de door Onze Minister kosteloos verkrijgbaar gestelde peilkaart die telkens na vijf jaren wordt herzien. De verkrijgbaarstelling wordt bekendgemaakt in de *Staatscourant*.
|
||||
**3.** De in het eerste lid bedoelde kustlijn wordt aangegeven op een door Onze Minister kosteloos verkrijgbaar gestelde kaart, die telkens na vijf jaren wordt herzien. De verkrijgbaarstelling wordt bekendgemaakt in de Staatscourant.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister geeft toepassing aan het eerste en het tweede lid uit eigen beweging dan wel op een hem schriftelijk gedaan verzoek van de beheerder of van gedeputeerde staten. Dit geschiedt niet dan nadat het desbetreffend voornemen of verlangen is behandeld in een overlegorgaan, dat bestaat uit vertegenwoordigers van de provincie, de beheerders en het Rijk en dat in ieder der provincies Fryslân, Noord-Holland, Zuid-Holland en Zeeland door gedeputeerde staten wordt ingesteld.
|
||||
|
||||
|
|
@ -160,15 +199,15 @@ De beheerder betrekt bij de voorbereiding van het plan in ieder geval gedeputeer
|
|||
|
||||
### Artikel 11
|
||||
|
||||
Aan de beheerder van een primaire waterkering, niet zijnde het Rijk, wordt door gedeputeerde staten ten laste van de provincie een bijdrage verleend in de kosten van beheer en onderhoud, volgens bij provinciale verordening te stellen regels.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 12
|
||||
|
||||
**1.** Aan de beheerder van een tot directe kering van het buitenwater bestemde primaire waterkering, niet zijnde het Rijk, die gehouden is tot het uitvoeren van nieuwe of versterkingswerken om daarmede voor de eerste maal te voldoen aan de veiligheidsnorm bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt, tenzij het werken betreft in de zin van artikel 1 onder II van de Deltawet, door gedeputeerde staten ten laste van de provincie op aanvraag een bijdrage verleend in de kosten volgens bij provinciale verordening te stellen regels.
|
||||
**1.** Onze Minister verleent op aanvraag een subsidie aan het overheidslichaam dat vanwege wijziging van de in artikel 3, eerste of tweede lid, bedoelde veiligheidsnorm, de in artikel 4, eerste lid, bedoelde hoogwaterstanden of andere zodanige factoren, of de in artikel 5a bedoelde voorschriften, maatregelen dient te treffen, indien de desbetreffende maatregelen zijn opgenomen in het jaarlijks door Onze Minister vast te stellen programma.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op primaire waterkeringen die de scheiding vormen tussen twee dijkringgebieden waarvoor niet eenzelfde veiligheidsnorm geldt.
|
||||
**2.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de aanvraag, verlening, vaststelling, intrekking, wijziging, weigering, betaling en terugvordering van de subsidie en de verplichtingen van de subsidie-ontvanger.
|
||||
|
||||
**3.** Gedeputeerde staten dragen zorg voor een jaarlijks verslag van de voortgang van de in het eerste lid bedoelde werken. Daarin wordt ingegaan op de wijze van uitvoering van de werken. Onze Minister zendt de verslagen binnen acht weken na de datum van ontvangst toe aan de beide Kamers der Staten-Generaal.
|
||||
**3.** Een subsidie wordt verleend voor 100 procent van de kosten van uitvoering, volgens bij ministeriële regeling te stellen regels.
|
||||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
||||
|
|
@ -201,118 +240,79 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 17
|
||||
|
||||
Onverminderd het bepaalde in de artikelen 7 en 8, zijn de artikelen 18 tot en met 31 van toepassing ten aanzien van primaire waterkeringen die bestemd zijn tot directe kering van het buitenwater, voor zover ter zake:
|
||||
|
||||
a. nieuwe of versterkingswerken worden uitgevoerd om daarmee voor de eerste maal te voldoen aan de ingevolge artikel 3, eerste lid, vastgestelde veiligheidsnorm, en
|
||||
b. de Deltawet grote rivieren niet van toepassing is.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 18
|
||||
|
||||
**1.** De beheerder draagt ervoor zorg dat zo spoedig mogelijk na het opstellen van een ontwerp voor een plan als bedoeld in artikel 7 bij de bevoegde bestuursorganen de aanvragen worden ingediend tot het nemen van de besluiten die nodig zijn met het oog op de uitvoering van het plan.
|
||||
|
||||
**2.** De beheerder zendt gelijktijdig het ontwerp-plan alsmede een afschrift van de aanvragen aan gedeputeerde staten.
|
||||
|
||||
**3.** Met betrekking tot een verzoek om vrijstelling van een geldend bestemmingsplan krachtens artikel 19 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening is een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in dat artikel niet vereist.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 19
|
||||
|
||||
Op de voorbereiding van het plan en van de in artikel 18, eerste lid, bedoelde besluiten, is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, met dien verstande dat:
|
||||
|
||||
a. in afwijking van artikel 3:11, eerste lid, van die wet de aanvragen tot het nemen van de in artikel 18, eerste lid, bedoelde besluiten ter inzage worden gelegd;
|
||||
b. de ingevolge artikel 3:12 van die wet vereiste kennisgevingen worden samengevoegd in één kennisgeving, welke wordt gedaan door gedeputeerde staten;
|
||||
c. de terinzagelegging tevens geschiedt bij gedeputeerde staten.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 20
|
||||
|
||||
**1.** Gedeputeerde staten bevorderen een gecoördineerde voorbereiding van het plan en van de in artikel 18, eerste lid, bedoelde besluiten. Ingeval een plan betrekking heeft op een primaire waterkering die in meer dan één provincie is gelegen, kunnen gedeputeerde staten van de betreffende provincies besluiten dat de coördinatie van de voorbereiding van dat plan en van de in artikel 18, eerste lid, bedoelde besluiten aan gedeputeerde staten van een van die provincies wordt opgedragen.
|
||||
|
||||
**2.** Gedeputeerde staten kunnen van de andere betrokken bestuursorganen de medewerking vorderen, die voor het welslagen van de coördinatie nodig is. Die bestuursorganen verlenen de van hen gevorderde medewerking.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 21
|
||||
|
||||
**1.** De beheerder stelt het plan en de daarbij behorende toelichting vast binnen zes weken nadat de termijn voor het naar voren brengen van zienswijzen is verstreken.
|
||||
|
||||
**2.** Het plan en de toelichting behoeven de goedkeuring van gedeputeerde staten van de provincie op wier grondgebied het plan wordt uitgevoerd. De beheerder zendt hun die stukken toe binnen de in het eerste lid bedoelde termijn.
|
||||
|
||||
**3.** De in artikel 18, eerste lid, bedoelde bestuursorganen zenden binnen diezelfde termijn ontwerpen van de in dat lid bedoelde besluiten aan gedeputeerde staten.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 22
|
||||
|
||||
**1.** Het besluit omtrent goedkeuring wordt binnen zes weken na de verzending ter goedkeuring bekendgemaakt. In afwijking van artikel 10:31, tweede en derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan het nemen van het besluit omtrent goedkeuring niet worden verdaagd. Het niet tijdig bekendmaken van een besluit omtrent goedkeuring heeft niet tot gevolg dat een besluit tot goedkeuring geacht wordt te zijn genomen.
|
||||
|
||||
**2.** Het in artikel 10:30, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht bedoelde overleg vindt plaats binnen vier weken na de verzending ter goedkeuring.
|
||||
|
||||
**3.** Indien het overleg niet tot overeenstemming leidt, geven gedeputeerde staten de beheerder een bindende aanwijzing om het vastgestelde plan of onderdeel daarvan binnen twee weken aan te vullen of te wijzigen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 23
|
||||
|
||||
**1.** De in artikel 18, eerste lid, bedoelde bestuursorganen nemen de daar bedoelde besluiten binnen drie weken nadat het besluit omtrent goedkeuring is bekendgemaakt en zenden deze besluiten onmiddellijk toe aan gedeputeerde staten.
|
||||
|
||||
**2.** De in het eerste lid bedoelde termijn treedt in de plaats van de bij of krachtens enig ander wettelijk voorschrift voor die besluiten bepaalde beslistermijnen.
|
||||
|
||||
**3.** Indien een bestuursorgaan dat in eerste aanleg bevoegd is te beslissen op een aanvraag als bedoeld in artikel 18, eerste lid, niet of niet tijdig een ontwerp-besluit op de aanvraag aan gedeputeerde staten zendt, dan wel niet, niet tijdig of niet in overeenstemming met het plan beslist, kunnen gedeputeerde staten een beslissing op de aanvraag nemen. In het laatste geval treedt hun besluit in de plaats van het besluit van het in eerste aanleg bevoegde bestuursorgaan. Indien gedeputeerde staten voornemens zijn zelf een beslissing op de aanvraag te nemen, plegen zij overleg met het bestuursorgaan dat in eerste aanleg bevoegd is op de aanvraag te beslissen.
|
||||
|
||||
**4.** De in artikel 18, eerste lid, bedoelde besluiten worden gelijktijdig door gedeputeerde staten bekendgemaakt.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 24
|
||||
|
||||
**1.** Tegen een besluit op grond van artikel 7, voor zover dit is genomen met toepassing van de artikelen 17 tot en met 23, en de artikelen 18 tot en met 23 kan een belanghebbende beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
|
||||
|
||||
**2.** Niet vatbaar voor afzonderlijk beroep is een besluit, houdende een aanwijzing krachtens artikel 22, derde lid.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van artikel 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht vangt de termijn voor het indienen van een beroepschrift tegen de besluiten, bedoeld in de artikelen 21, eerste lid, en 22, eerste lid, aan met ingang van de dag na die waarop de in artikel 23, vierde lid, bedoelde bekendmaking is geschied.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 25
|
||||
|
||||
De Afdeling bestuursrechtspraak beslist binnen twaalf weken na afloop van de beroepstermijn. In bijzondere omstandigheden kan de Afdeling deze termijn met ten hoogste zes weken verlengen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 26
|
||||
|
||||
Indien bij de toepassing van artikel 23, derde lid, de beslissing op een aanvraag tot het nemen van een besluit als in dat artikel bedoeld, wordt genomen door gedeputeerde staten, draagt het bestuursorgaan dat in eerste aanleg bevoegd was te beslissen op de aanvraag de ter zake ontvangen leges over aan gedeputeerde staten.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 27
|
||||
|
||||
Onteigening ingevolge titel II dan wel titel II in samenhang met titel IIa van de onteigeningswet geschiedt in dier voege dat in afwijking van de artikelen 62 en 72a van die wet over het daar bedoelde besluit de Raad van State niet wordt gehoord.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 28
|
||||
|
||||
De in artikel 27 bedoelde onteigening kan mede geschieden ter uitvoering van de ingevolge het plan te treffen voorzieningen, bedoeld in artikel 7, tweede lid, onder *b* en *c*.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 29
|
||||
|
||||
**1.** De in artikel 18, eerste lid, van de onteigeningswet bedoelde dagvaarding kan geschieden nadat het plan door gedeputeerde staten is goedgekeurd.
|
||||
|
||||
**2.** De rechtbank spreekt de onteigening niet uit dan nadat het plan onherroepelijk is geworden.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 30
|
||||
|
||||
**1.** Indien onverwijlde inbezitneming van onroerende zaken ten behoeve van de uitvoering van het plan volstrekt noodzakelijk wordt geacht, kan deze, voor zover die onroerende zaken in het plan zijn aangewezen, op last van de beheerder geschieden. De artikelen 73, vijfde en zesde lid, 74, 75 en 76 van de onteigeningswet zijn van toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** Indien onroerende zaken als bedoeld in het eerste lid zijn aangewezen in het ontwerp-plan, geschiedt daarvan kennisgeving aan degenen die in de kadastrale registratie staan vermeld als eigenaren van die onroerende zaken of als rechthebbenden op een beperkt recht waaraan die onroerende zaken onderworpen zijn. De kennisgeving maakt deel uit van de in artikel 19, onderdeel b, bedoelde kennisgeving.
|
||||
|
||||
**3.** Tegen een besluit van de beheerder tot het geven van een last als bedoeld in het eerste lid, kan geen beroep worden ingesteld.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 31
|
||||
|
||||
Ten aanzien van het plan en de in artikel 18, eerste lid, bedoelde besluiten, die reeds zijn vastgesteld of goedgekeurd voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet en die nog niet onherroepelijk zijn geworden, blijft het recht zoals het gold voor dat tijdstip van toepassing.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 32
|
||||
|
||||
Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 33
|
||||
|
||||
Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 34
|
||||
|
||||
Onze Minister zendt binnen vier jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 35
|
||||
|
||||
**1.** Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 32 werkt terug tot en met 1 januari 1994.
|
||||
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
|
||||
|
||||
### Artikel 36
|
||||
|
||||
|
|
@ -320,14 +320,12 @@ Deze wet kan worden aangehaald als Wet op de waterkering.
|
|||
|
||||
## Bijlage I
|
||||
|
||||
Raadpleeg voor de kaart het gedrukte Staatsblad 2002/304.
|
||||
*[afbeelding]*
|
||||
|
||||
## Bijlage IA
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
*[afbeelding]*
|
||||
|
||||
## Bijlage II. als bedoeld in
|
||||
|
||||
## Bijlage IIA. als bedoeld in
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue