2003-01-01 | BWBR0010994 | Besluit in- en doorstroombanen
This commit is contained in:
parent
fa858bfe4e
commit
c1b1598e0b
1 changed files with 61 additions and 122 deletions
|
|
@ -19,7 +19,7 @@ citeertitel: Besluit in- en doorstroombanen
|
|||
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. Onze Minister: de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
|
||||
b. langdurig werkloze: een persoon die 23 jaar of ouder is, en die:
|
||||
b. langdurig werkloze: een persoon die:
|
||||
|
||||
1°. twaalf maanden of langer een algemene bijstandsuitkering ontvangt op grond van de Algemene bijstandswet dan wel een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening ouderen en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers of de Wet inkomensvoorziening ouderen en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, of
|
||||
2°. een uitkering ontvangt op grond van een wet, genoemd onder 1°, en die langer dan twaalf maanden als werkloos werkzoekende is ingeschreven bij de Centrale organisatie werk en inkomen, of,
|
||||
|
|
@ -61,43 +61,23 @@ De Algemene Regeling SZW-subsidies is niet van toepassing.
|
|||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister verstrekt subsidie aan de gemeente voor de totstandkoming van arbeidsplaatsen voor langdurig werklozen die in de vorm van dienstbetrekkingen bij werkgevers worden vervuld.
|
||||
**1.** Onze Minister verstrekt subsidie aan de gemeente voor arbeidsplaatsen voor langdurig werklozen die in de vorm van dienstbetrekkingen bij werkgevers worden vervuld en, voorzover de subsidie daarvoor toereikend is, andere voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling voor werkzoekenden.
|
||||
|
||||
**2.** De gemeente besteedt de verleende subsidie voor de kosten van het realiseren van dienstbetrekkingen met langdurig werklozen, waarin begrepen de vergoedingen.
|
||||
**2.** Het gemeentebestuur toetst voor de besteding van de subsidie op grond van dit besluit bij toepassing van artikel 1, vierde lid, onderdeel b, of de daar bedoelde rechtspersoon aan dat onderdeel voldoet.
|
||||
|
||||
**3.** Het gemeentebestuur toetst voor de besteding van de subsidie op grond van dit besluit bij toepassing van artikel 1, vierde lid, onderdeel b, of de daar bedoelde rechtspersoon aan dat onderdeel voldoet.
|
||||
|
||||
**4.** Het gemeentebestuur stelt voor het tot stand brengen van arbeidsplaatsen op het gebied van openbare veiligheid en toezicht een beleid vast na bespreking in het reguliere overleg, bedoeld in artikel 27 van de Politiewet 1993, tussen de burgemeester van de gemeente, waar de werkzaamheden op de dienstbetrekkingen in belangrijke mate worden verricht, de officier van justitie van het desbetreffende arrondissement en de korpschef van het regionale politiekorps.
|
||||
|
||||
**5.** Bij ministeriële regeling wordt per gemeente het aantal arbeidsplaatsen bepaald, dat in de vorm van dienstbetrekkingen met langdurig werklozen per kalenderjaar kan worden vervuld.
|
||||
|
||||
**6.** Het gemeentebestuur zendt Onze Minister bij wijze van aanvraag telkens vóór 1 april van het betreffende kalenderjaar een bereidverklaring voor het tot stand brengen van de arbeidsplaatsen, bedoeld in het vijfde lid. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld voor de vorm en inhoud van de bereidverklaring.
|
||||
|
||||
**7.**
|
||||
|
||||
Het aantal arbeidsplaatsen, bedoeld in het vijfde lid, kan op grond van bij ministeriële regeling nader te stellen regels in de loop van het desbetreffende kalenderjaar worden herzien, rekening houdend met:
|
||||
|
||||
a. het aantal dienstbetrekkingen, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel g, van de Wet inschakeling werkzoekenden, met uitzondering van die met jongeren als bedoeld in die wet, op een bepaald tijdstip, of
|
||||
b. het aantal arbeidsplaatsen, dat op een bepaald tijdstip niet in de vorm van een dienstbetrekking met een langdurig werkloze is vervuld.
|
||||
**3.** Het gemeentebestuur stelt voor het tot stand brengen van arbeidsplaatsen op het gebied van openbare veiligheid en toezicht een beleid vast na bespreking in het reguliere overleg, bedoeld in artikel 27 van de Politiewet 1993, tussen de burgemeester van de gemeente, waar de werkzaamheden op de dienstbetrekkingen in belangrijke mate worden verricht, de officier van justitie van het desbetreffende arrondissement en de korpschef van het regionale politiekorps.
|
||||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
Onze Minister verstrekt de gemeente subsidie voor het bevorderen van uitstroom uit de dienstbetrekkingen, bedoeld in dit besluit, naar regulier betaalde arbeid.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
**1.** Ten behoeve van de werkgever verklaart het gemeentebestuur van de gemeente, waarin de beoogde werknemer woonachtig is, voor de toepassing van artikel 6, tweede lid, onderdeel a, zo nodig na overleg met de Centrale organisatie werk en inkomen, in een schriftelijk stuk, dat die persoon een langdurig werkloze is.
|
||||
**1.** Ten behoeve van de werkgever verklaren burgemeester en wethouders van de gemeente, waarin de beoogde werknemer woonachtig is, voor de toepassing van artikel 6, tweede lid, onderdeel a, zo nodig na overleg met de Centrale organisatie werk en inkomen, in een schriftelijk stuk, dat die persoon een langdurig werkloze is.
|
||||
|
||||
**2.** De verklaring, bedoeld in het eerste lid, geeft tevens aan welk inkomen voor deze persoon aangewezen is om te voldoen aan artikel 8 of welke arbeidsduur voor die persoon aangewezen kan zijn in verband met bij die persoon gelegen factoren.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Het gemeentebestuur, bedoeld in het eerste lid, kan voor de toepassing van dit besluit personen gelijkstellen met een langdurig werkloze die in vergelijkbare omstandigheden verkeren als die, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, en tweede lid:
|
||||
|
||||
a. wegens de duur van de werkloosheid;
|
||||
b. wegens de duur van het recht op een inkomensvervangende uitkering;
|
||||
c. wegens de aard van de arbeidsverhouding waarin werkzaamheden zijn verricht, of
|
||||
d. wegens het eerder hebben verricht van arbeid in een dienstbetrekking als bedoeld in dit besluit.
|
||||
**3.** Burgemeester en wethouders kunnen voor de toepassing van dit besluit personen, die in vergelijkbare omstandigheden verkeren als die bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, en tweede lid, gelijkstellen met een langdurig werkloze.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 3. Vergoeding aan de werkgever
|
||||
|
||||
|
|
@ -110,11 +90,8 @@ d. wegens het eerder hebben verricht van arbeid in een dienstbetrekking als bedo
|
|||
De gemeente verstrekt de vergoeding slechts aan de werkgever:
|
||||
|
||||
a. indien de dienstbetrekking wordt aangegaan met een persoon, die volgens een door het gemeentebestuur, bedoeld in artikel 5, eerste lid, afgegeven schriftelijke verklaring een langdurig werkloze is;
|
||||
b. indien de dienstbetrekking met de werknemer wordt aangegaan voor onbepaalde tijd, met als uitzondering daarop, dat de dienstbetrekking met een bepaalde werknemer slechts eenmaal kan worden aangegaan voor een bepaalde tijd van ten hoogste één jaar;
|
||||
c. indien de werkgever voor de loonkosten voortvloeiend uit het aangaan van die dienstbetrekking geen andere subsidie ontvangt of die kosten niet op andere wijze kan verminderen dan op grond van de hoofdstukken III en IV van de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen;
|
||||
d. indien de werkgever de werknemer in die dienstbetrekking niet ter beschikking stelt voor het verrichten van arbeid in een andere door een andere ondernemer of de werkgever in stand gehouden onderneming;
|
||||
e. indien de werknemer in die dienstbetrekking werkzaamheden verricht alleen onder directe leiding en toezicht van een persoon die, indien het niet de werkgever zelf betreft, in dienst is bij de werkgever in dezelfde onderneming, tenzij deze persoon wegens bijzondere omstandigheden tijdelijk vervangen is door een persoon, die niet bij de werkgever in dienst is, en
|
||||
f. indien de dienstbetrekking voldoet aan de vereisten van de arbeidsduur, bedoeld in artikel 8, de vereisten van de beloning, bedoeld in de artikelen 9 en 10, en de werkgever artikel 11 omtrent scholing in acht neemt.
|
||||
b. indien de werkgever voor de loonkosten voortvloeiend uit het aangaan van die dienstbetrekking geen andere subsidie ontvangt of die kosten niet op andere wijze kan verminderen dan op grond van de hoofdstukken III en IV van de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen, artikel 79b van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering of de artikelen 82, 82a of 97c van de Werkloosheidswet, tenzij een subsidie voor meerkosten als bedoeld in artikel 16 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten wordt ontvangen;
|
||||
c. indien de dienstbetrekking voldoet aan de vereisten van de arbeidsduur, bedoeld in artikel 8, de vereisten van de beloning, bedoeld in de artikelen 9 en 10, en de werkgever artikel 11 omtrent scholing in acht neemt.
|
||||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
|
|
@ -133,17 +110,13 @@ De arbeidsduur per week in een dienstbetrekking als bedoeld in dit besluit, bedr
|
|||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
||||
**1.** Het loon dat aan de werknemer in een dienstbetrekking als bedoeld in dit besluit wordt betaald, wordt bij aanvang van die dienstbetrekking voor de eerste twaalf maanden bepaald op een bedrag van niet meer dan het voor hem geldende minimumloon en de vakantiebijslag, bedoeld in de artikelen 8, 12 en 15 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. Van de eerste volzin kan worden afgeweken met een algehele loonsverhoging voor zover het loon over de overeengekomen uitbetalingstermijn met die verhoging niet meer bedraagt dan 103% van het voor de overeengekomen arbeidsduur geldende minimumloon. Van de eerste volzin kan daarnaast worden afgeweken indien op basis van de voor de werkgever geldende collectieve arbeidsovereenkomst of rechtspositieregeling een periodieke loonsverhoging plaatsvindt binnen twaalf maanden na aanvang van de dienstbetrekking.
|
||||
**1.** Het loon, exclusief de vakantiebijslag, dat aan de werknemer in de dienstbetrekking wordt betaald en dat naar evenredigheid wordt verminderd indien de overeengekomen arbeidsduur minder is dan de normale arbeidsduur, bedoeld in artikel 12 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, bedraagt over de overeengekomen uitbetalingstermijn niet meer dan 130% van het bedrag, bedoeld in de artikelen 8 en 12 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag.
|
||||
|
||||
**2.** Het gemeentebestuur kan bij het verstrekken van de vergoeding toestaan, dat van het eerste lid wordt afgeweken, indien de werknemer met het aangaan van de dienstbetrekking een loon zou ontvangen, dat minder bedraagt dan het loon dat hij direct voorafgaande aan die dienstbetrekking ontving in een dienstbetrekking als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel g, van de Wet inschakeling werkzoekenden of in een eerdere dienstbetrekking als bedoeld in dit besluit.
|
||||
**2.** Bij de toepassing van het eerste lid worden buiten beschouwing gelaten de toeslagen in verband met werk op ongebruikelijke tijdstippen, die op grond van de van toepassing zijnde collectieve arbeidsovereenkomst of rechtspositieregeling aan de werknemer worden betaald.
|
||||
|
||||
**3.** Het loon, exclusief de vakantiebijslag, dat aan de werknemer in de dienstbetrekking wordt betaald en dat naar evenredigheid wordt verminderd indien de overeengekomen arbeidsduur minder is dan de normale arbeidsduur, bedoeld in artikel 12 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, bedraagt over de overeengekomen uitbetalingstermijn niet meer dan 130% van het bedrag, bedoeld in de artikelen 8 en 12 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag.
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
**4.** Bij de toepassing van het eerste en derde lid worden buiten beschouwing gelaten de toeslagen in verband met werk op ongebruikelijke tijdstippen, die op grond van de van toepassing zijnde collectieve arbeidsovereenkomst of rechtspositieregeling aan de werknemer worden betaald.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
Het loon, bedoeld in het eerste en derde lid, is het loon in de zin van de Wet op de loonbelasting 1964, verminderd met tot dat loon behorende:
|
||||
Het loon, bedoeld in het eerste lid, is het loon in de zin van de Wet op de loonbelasting 1964, verminderd met tot dat loon behorende:
|
||||
|
||||
a. tantièmes, gratificaties, en andere beloningen die in de regel slechts eenmaal of eenmaal per jaar worden toegekend;
|
||||
b. vergoedingen die worden verleend in het kader van het Besluit tegemoetkoming ziektekosten en inkomenstoeslag onderwijs- en onderzoekspersoneel en het Besluit tegemoetkoming ziektekosten rijkspersoneel;
|
||||
|
|
@ -152,23 +125,11 @@ d. loon ter zake waarvan de belasting ingevolge artikel 31 van die wet wordt geh
|
|||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
**1.** De gemeente kan een werkgever toestaan, dat hij aan een werknemer een andere functie aanbiedt, waarin hij een loon betaalt dat meer bedraagt dan het bedrag, bedoeld in artikel 9, derde lid.
|
||||
**1.** De gemeente kan een werkgever toestaan, dat hij aan een werknemer een andere functie aanbiedt, waarin hij een loon betaalt dat meer bedraagt dan het bedrag, bedoeld in artikel 9, eerste lid.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
**2.** Op het loon, bedoeld in het eerste lid, is artikel 9 van toepassing waarbij voor «130%» wordt gelezen «150%».
|
||||
|
||||
Het eerste lid is van toepassing op de werknemer, die gedurende tenminste vijf jaar werkzaam is geweest:
|
||||
|
||||
a. uitsluitend in een dienstbetrekking waarvoor de werkgever een vergoeding ontvangt als bedoeld in dit besluit, of
|
||||
b. in een dienstbetrekking als bedoeld onder a, en, voor de toepassing van dit artikelonderdeel gedurende ten hoogste twee jaar, in een dienstbetrekking als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel g, van de Wet inschakeling werkzoekenden of in een dienstbetrekking als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel d, van de Wet sociale werkvoorziening.
|
||||
|
||||
**3.** Op het loon, bedoeld in het eerste lid, is artikel 9, derde, vierde en vijfde lid, van toepassing waarbij voor «130%» wordt gelezen «150%».
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
De gemeente kan de toestemming, bedoeld in het eerste lid, slechts geven:
|
||||
|
||||
a. indien voor het tot stand komen van de functie is voldaan aan artikel 7, eerste lid;
|
||||
b. voor dienstbetrekkingen die worden vervuld met betrekking tot ten hoogste een zesde deel van het aantal arbeidsplaatsen, dat de gemeente op grond van artikel 3, zesde lid, bereid is tot stand te brengen, doch in ieder geval voor één dienstbetrekking.
|
||||
Burgemeester en wethouders kunnen de toestemming, bedoeld in het eerste lid, slechts geven indien voor het tot stand komen van de functie is voldaan aan artikel 7, eerste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 11
|
||||
|
||||
|
|
@ -178,92 +139,70 @@ b. voor dienstbetrekkingen die worden vervuld met betrekking tot ten hoogste een
|
|||
|
||||
### Artikel 12
|
||||
|
||||
**1.** De vergoeding, bedoeld in artikel 6, eerste lid, is ten minste het bedrag, dat noodzakelijk is om de kosten van de werkgever te dekken, die voortvloeien uit artikel 9, eerste en tweede lid, inclusief de loonbestanddelen, genoemd in artikel 9, vijfde lid, voor zover de werkgever die loonbestanddelen op grond van de voor de werkgever geldende collectieve arbeidsovereenkomst of rechtspositieregeling verstrekt.
|
||||
|
||||
**2.** De gemeente bepaalt bij de verstrekking van de vergoeding bij aanvang van de dienstbetrekking met een bepaalde werknemer de hoogte van de vergoeding voor volgende jaren.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 4. Subsidie aan de gemeente
|
||||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister verleent de subsidie, bedoeld in het tweede en vierde lid, aan de gemeente jaarlijks op basis van de aantallen arbeidsplaatsen, bedoeld in artikel 3, vijfde lid, voor zover het gemeentebestuur zich voor het tot stand brengen daarvan op grond van artikel 3, zesde lid, bereid heeft verklaard.
|
||||
**1.** Onze Minister verleent op of omstreeks 15 mei 2003 aan de gemeente voor het jaar 2003 een subsidie voor de uitvoering van artikel 3, eerste lid, op basis van een door burgemeester en wethouders bij wijze van aanvraag uiterlijk op 1 februari 2003 gedane opgave van het aantal feitelijk bezette arbeidsplaatsen op 30 juni 2002.
|
||||
|
||||
**2.** De subsidie bedraagt per arbeidsplaats een bij ministeriële regeling te bepalen bedrag, dat afhankelijk van de duur van de werkzaamheden verricht in dienstbetrekkingen als bedoeld in dit besluit, en de soort arbeidsplaats verschillend kan zijn.
|
||||
**2.** Bij toepassing van het eerste lid wordt in aanvulling op dat lid aan de gemeenten door Onze Minister in totaal € 45 000 000,– extra subsidie verleend. Deze subsidie wordt over de gemeenten verdeeld op basis van de verdeelmaatstaf, opgenomen in artikel 14, eerste lid, van het Besluit uitvoering en financiering Wet inschakeling werkzoekenden.
|
||||
|
||||
**3.** Voor de bepaling van de duur van de dienstbetrekking met een bepaalde werknemer voor de vaststelling van de subsidiebedragen, bedoeld in tweede lid, wordt de periode, waarin die werknemer werkzaam is geweest in een dienstbetrekking als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel g, van de Wet inschakeling werkzoekenden meegeteld na aftrek van een periode van twee jaar.
|
||||
|
||||
**4.** In de bedragen, bedoeld in het tweede lid, is per arbeidsplaats een bij ministeriële regeling bepaald bedrag begrepen voor uitvoeringskosten van de gemeenten en aanvullende kosten ten behoeve van de werkgever.
|
||||
|
||||
**5.** Onze Minister verleent tevens een bij ministeriële regeling vast te stellen subsidiebedrag voor het bevorderen van uitstroom uit de dienstbetrekkingen, bedoeld in dit besluit, naar regulier betaalde arbeid, bedoeld in artikel 4.
|
||||
|
||||
**6.** Op verzoek van de gemeente kan de subsidieverlening worden gewijzigd, indien de dienstbetrekkingen, die voor de totstandkoming van arbeidsplaatsen worden vervuld, een zodanige arbeidsduur hebben, dat de subsidie per arbeidsplaats niet voldoende is.
|
||||
|
||||
**7.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld voor de toepassing van het zesde lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 14
|
||||
|
||||
**1.** De verleende subsidie op grond van artikel 13, eerste lid, wordt bij wijze van voorschot aan de gemeente betaalbaar gesteld op basis van een opgave, dan wel tot het derde kwartaal van het jaar 2000 ten behoeve van arbeidsplaatsen bij een instelling als bedoeld in artikel 1, vijfde lid, onderdeel b, op basis van een andere bij ministeriële regeling vastgestelde wijze.
|
||||
|
||||
**2.** De subsidie, bedoeld in artikel 13, vijfde lid, wordt betaald op basis van een opgave van de gemeente van het aantal uitgestroomde werknemers dat overeenkomstig de afschriften van door de gemeente afgegeven verklaringen ten behoeve van de Belastingdienst, voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 8.21, eerste lid, eerste volzin, aanhef en onderdeel d, tweede en derde volzin, van de Wet inkomstenbelasting 2001.
|
||||
|
||||
**3.** De subsidie, bedoeld in het tweede lid, bedraagt per uitgestroomde werknemer een bij ministeriële regeling te bepalen bedrag.
|
||||
|
||||
**4.** Op verzoek van de gemeente kan het voorschot, bedoeld in het eerste lid, worden verhoogd, indien de gemeente een hoger subsidiebedrag nodig heeft in verband met een snellere vervulling van dienstbetrekkingen dan was voorzien.
|
||||
|
||||
**5.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld voor de vorm en inhoud, de wijze en het tijdstip van indiening van de opgave, de bepaling van het voorschot en de tijdstippen van betaling.
|
||||
|
||||
### Artikel 15
|
||||
|
||||
**1.** Het gemeentebestuur draagt er zorg voor dat Onze Minister ten behoeve van de vaststelling van de subsidie jaarlijks vóór 20 september van het jaar volgend op het jaar waarover wordt verantwoord, een jaaropgave heeft ontvangen.
|
||||
|
||||
**2.** De jaaropgave wordt voorzien van een verslag van de controle waarin is opgenomen een verklaring van een deskundige, belast met de in artikel 213 van de Gemeentewet voorgeschreven controle, omtrent de juistheid van de verstrekte gegevens.
|
||||
|
||||
**3.** Na ontvangst van de jaaropgave stelt Onze Minister de subsidie binnen 12 maanden vast; indien de jaaropgave niet is ontvangen binnen 18 maanden na het kalenderjaar waarop deze betrekking heeft dan wel niet is voorzien van het verslag, bedoeld in het tweede lid, wordt de subsidie ambtshalve vastgesteld.
|
||||
**3.** Gemeenten die op 30 juni 2002 geen feitelijk bezette arbeidsplaatsen als bedoeld in het eerste lid hebben gerealiseerd, ontvangen op of omstreeks 15 mei 2003 de subsidie, bedoeld in het tweede lid. De subsidie wordt, in afwijking van het tweede lid, vastgesteld volgens de bijlage bij dit besluit.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
De vastgestelde subsidie kan van de verleende en betaalde subsidie afwijken indien:
|
||||
De subsidie, bedoeld in het eerste lid, wordt bij wijze van voorschot op of omstreeks de vijftiende dag van iedere maand als volgt betaalbaar gesteld:
|
||||
|
||||
a. de vervulde dienstbetrekkingen met betrekking tot arbeidsplaatsen niet overeenstemmen met het aantal arbeidsplaatsen op grond waarvan de subsidie is verleend;
|
||||
b. de gemeente de gegevens, bedoeld in dit artikel, niet juist of niet volledig heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere subsidieverlening zou hebben geleid;
|
||||
c. de gemeente anderszins handelt in strijd met dit besluit.
|
||||
a. in de maanden januari tot en met april van het jaar 2003, in vier gelijke delen en in de maand mei in een deel ter grootte van tweemaal het daaraan voorafgaande maandelijkse bedrag, op basis van de verdeling van de voor het jaar 2002 toegekende arbeidsplaatsen;
|
||||
b. in de maanden juni tot en met december van het jaar 2003, in zeven gelijke delen van de verleende subsidie, verminderd met de eerder betaalde voorschotten.
|
||||
|
||||
**5.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld voor de vorm en inhoud van de jaaropgave, de verklaring en het verslag van de controle.
|
||||
Het voorschot voor de maand januari wordt betaalbaar gesteld, ongeacht of door burgemeester en wethouders een aanvraag is ingediend.
|
||||
|
||||
**6.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het vierde lid.
|
||||
**5.** De subsidie, bedoeld in het tweede lid, wordt per maand bij wijze van voorschot op of omstreeks de vijftiende dag van iedere maand betaalbaar gesteld. De laatste volzin van het derde lid is van toepassing.
|
||||
|
||||
**6.** Indien burgemeester en wethouders de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, niet of niet binnen de gestelde termijn indienen, worden de reeds betaalde voorschotten teruggevorderd.
|
||||
|
||||
**7.** Indien de betaalde voorschotten meer bedragen dan de verleende subsidie, wordt het teveel betaalde teruggevorderd.
|
||||
|
||||
**8.** Burgemeester en wethouders dragen er zorg voor dat Onze Minister ten behoeve van de vaststelling van de subsidie uiterlijk op 1 juli 2004 een jaaropgave heeft ontvangen. De jaaropgave wordt voorzien van een verklaring van een accountant, belast met de in artikel 213 van de Gemeentewet voorgeschreven controle omtrent de juistheid van de verstrekte gegevens. Na ontvangst van de jaaropgave stelt Onze Minister de subsidie binnen 12 maanden vast. Indien de jaaropgave niet is ontvangen binnen 12 maanden na het kalenderjaar waarop deze betrekking heeft dan wel niet is voorzien van de verklaring, bedoeld in de tweede volzin, wordt de subsidie ambtshalve vastgesteld.
|
||||
|
||||
**9.** Burgemeester en wethouders verstrekken desgevraagd aan Onze Minister kosteloos alle inlichtingen die hij voor de informatievoorziening, de beleidsvorming en voor het betalen en vaststellen van de subsidie nodig heeft en werken mee aan door of namens Onze Minister ingesteld onderzoek, dat erop gericht is Onze Minister inlichtingen te verschaffen ten behoeve van beleidsontwikkeling.
|
||||
|
||||
**10.** Indien de inlichtingen, bedoeld in het negende lid, niet of niet volledig binnen de daarvoor gestelde termijnen zijn ontvangen, kan Onze Minister de betaling van de voorschotten, bedoeld in het vierde en vijfde lid, opschorten. Hervatting van de betaling en nabetaling van de niet betaalde voorschotten vindt zo spoedig mogelijk plaats na ontvangst van de in het negende lid bedoelde gegevens.
|
||||
|
||||
**11.**
|
||||
|
||||
Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld voor de vorm en inhoud van:
|
||||
|
||||
a. de opgave, bedoeld in het eerste lid;
|
||||
b. de jaaropgave en de verklaring, bedoeld in het achtste lid;
|
||||
c. de inlichtingen die op grond van het negende lid worden verstrekt en de wijze en het tijdstip van verstrekking.
|
||||
|
||||
**12.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de toepassing van artikel 4:46 van de Algemene wet bestuursrecht.
|
||||
|
||||
### Artikel 14
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 15
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 16
|
||||
|
||||
**1.** Indien de opgaven en bescheiden, bedoeld in de artikelen 14, 15 en 17, dan wel de bereidverklaring, bedoeld in artikel 3, zesde lid, niet of niet volledig binnen de daarvoor gestelde termijnen zijn ontvangen, kan Onze Minister de betaling van het voorschot, bedoeld in artikel 14, eerste lid, opschorten.
|
||||
|
||||
**2.** Hervatting van de betaling en nabetaling van de niet betaalde voorschotten vindt zo spoedig mogelijk plaats na ontvangst van de in het eerste lid bedoelde gegevens.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister kan, met inachtneming van de termijn, genoemd in artikel 4.57 van de Algemene wet bestuursrecht, onverschuldigd betaalde subsidiebedragen geheel of gedeeltelijk terugvorderen of verrekenen met de verleende subsidie voor het tot stand brengen van arbeidsplaatsen als bedoeld in dit besluit in een volgend jaar.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 17
|
||||
|
||||
**1.** Het gemeentebestuur verstrekt desgevraagd aan Onze Minister kosteloos alle inlichtingen die hij voor de informatievoorziening, de beleidsvorming en voor het verlenen, betalen en vaststellen van de subsidie nodig heeft en werkt mee aan door of namens Onze Minister ingesteld onderzoek, dat erop gericht is Onze Minister inlichtingen te verschaffen ten behoeve van beleidsontwikkeling.
|
||||
|
||||
**2.** De administratie van de gemeente wordt zodanig ingericht en gevoerd dat alle van belang zijnde vastleggingen en bewijsstukken ten behoeve van het besluitvormings-, uitvoerings-, controle- en verantwoordingsproces juist, volledig, tijdig, zichtbaar en controleerbaar zijn.
|
||||
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld voor de vorm en inhoud van de gegevens die op grond van dit artikel worden verstrekt, en de wijze en het tijdstip van verstrekking.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 5. Overgangs- en slotbepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 18
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Voor besluiten betreffende dienstbetrekkingen bij instellingen als bedoeld in artikel 1, vijfde lid, onderdeel b, is dit besluit van toepassing met ingang van 1 januari 2000, met dien verstande dat de gemeente de vergoeding voor het vervullen van een dienstbetrekking met een bepaalde werknemer die aan een werkgever is verstrekt met toepassing van artikel 16 van de Regeling in- en doorstroombanen voor langdurig werklozen zoals deze regeling luidde tot de datum van inwerkingtreding van dit besluit, tot drie jaar na de datum van inwerkingtreding van dit besluit niet verlaagt, en:
|
||||
|
||||
a. voor het jaar 2000 vaststelt op de subsidiebedragen, bedoeld in artikel 13, tweede lid, inclusief het bedrag, bedoeld in artikel 13, vierde lid;
|
||||
b. voor de jaren 2001 en 2002 vaststelt op de subsidiebedragen, bedoeld in artikel 13, tweede lid, inclusief het bedrag, bedoeld in artikel 13, vierde lid, voor zover de werkgever aantoonbaar kosten heeft gemaakt, die voortvloeien uit de dienstbetrekking en voor zover deze kosten betrokken zijn in de subsidiebedragen, bedoeld in artikel 13.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 6, tweede lid, onderdelen d en e, zijn niet van toepassing, indien de werknemer arbeid verricht in een dienstbetrekking bij een instelling als bedoeld in het eerste lid, die niet zijn werkgever is, doch op grond van een vóór 1 juli 1998 opgesteld fusieplan per 1 januari 2000 onderdeel uitmaakt van een onderneming, die door zijn werkgever in stand zal worden gehouden.
|
||||
|
||||
**3.** De gemeente beëindigt de aanspraak van de werkgever op een vergoeding voor het vervullen van een arbeidsplaats in de vorm van een dienstbetrekking bij een instelling als bedoeld in het eerste lid, nadat een dienstbetrekking met betrekking tot die arbeidsplaats is geëindigd in de periode tussen 1 januari 1999 en 1 januari 2000 niet, dan nadat ten minste twaalf maanden zijn verstreken sinds het ontstaan van die vacature.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister verstrekt de gemeente een bij ministeriële regeling te bepalen subsidie voor de kosten van de gemeente voor de uitvoering van het eerste lid.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 19
|
||||
|
||||
|
|
@ -273,19 +212,19 @@ b. voor de jaren 2001 en 2002 vaststelt op de subsidiebedragen, bedoeld in artik
|
|||
|
||||
**3.** Voor besluiten betreffende dienstbetrekkingen bij instellingen als bedoeld in artikel 1, vijfde lid, onderdeel b, die betrekking hebben op het tijdvak tot 1 januari 2000 en ten aanzien van bezwaar en beroep tegen dergelijke besluiten blijven Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport dan wel het Centraal orgaan tarieven gezondheidszorg na 1 januari 2000 bevoegd.
|
||||
|
||||
**4.** Artikel 4 is van toepassing op werknemers die na 1 juli 1999 zijn uitgestroomd uit een dienstbetrekking als bedoeld in dit besluit naar regulier betaalde arbeid.
|
||||
|
||||
### Artikel 19a
|
||||
|
||||
De artikelen 4, 13, vijfde lid, en 14, tweede lid, en de daarop berustende bepalingen, zoals deze luidden op 31 december 2001, blijven van toepassing op een werknemer onderscheidenlijk een subsidie ten behoeve van die werknemer, die vóór de inwerkingtreding van de Wet van 14 december 2001 houdende wijzigingen van enkele belastingwetten c.a. (Belastingplan 2002 I – Arbeidsmarkt- en inkomensbeleid) (Stb. 640) overeenkomstig die artikelen is uitgestroomd uit een dienstbetrekking als bedoeld in dit besluit naar regulier betaalde arbeid.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 19b
|
||||
|
||||
Artikel 6, tweede lid, onderdeel c, zoals dit luidde vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet van 14 december 2001 houdende wijziging van enkele sociale zekerheidswetten (Belastingplan 2002 V – Sociale zekerheidswetgeving) (Stb. 644), blijft van toepassing op de door een werkgever ontvangen subsidie op grond van de artikelen 16, 17 of 18, met uitzondering van artikel 18, derde lid, van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten, artikel 13b van de Wet inschakeling werkzoekenden of artikel 81a van de Arbeidsvoorzieningswet 1996, zoals die artikelen luidden vóór genoemd tijdstip, voor een dienstbetrekking die vóór genoemd tijdstip is aangegaan, welke subsidie vóór genoemd tijdstip is aangevraagd.
|
||||
**1.** Artikel 6, tweede lid, onderdeel c, zoals dit luidde vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet van 14 december 2001 houdende wijziging van enkele sociale zekerheidswetten (Belastingplan 2002 V – Sociale zekerheidswetgeving) (Stb. 644), blijft van toepassing op de door een werkgever ontvangen subsidie op grond van de artikelen 16, 17 of 18, met uitzondering van artikel 18, derde lid, van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten, artikel 13b van de Wet inschakeling werkzoekenden of artikel 81a van de Arbeidsvoorzieningswet 1996, zoals die artikelen luidden vóór genoemd tijdstip, voor een dienstbetrekking die vóór genoemd tijdstip is aangegaan, welke subsidie vóór genoemd tijdstip is aangevraagd.
|
||||
|
||||
**2.** Het Besluit in- en doorstroombanen, zoals dit luidde vóór 1 januari 2003, blijft van toepassing op vóór 1 januari 2003 aan de gemeente verleende subsidie.
|
||||
|
||||
### Artikel 20
|
||||
|
||||
De Regeling in- en doorstroombanen voor langdurig werklozen wordt ingetrokken.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 21
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue