diff --git a/amvb/besluit-financieel-toetsingskader-pensioenfondsen/BWBR0020871/README.md b/amvb/besluit-financieel-toetsingskader-pensioenfondsen/BWBR0020871/README.md index 8e4bbd2e096..9d3cf1ee522 100644 --- a/amvb/besluit-financieel-toetsingskader-pensioenfondsen/BWBR0020871/README.md +++ b/amvb/besluit-financieel-toetsingskader-pensioenfondsen/BWBR0020871/README.md @@ -50,7 +50,7 @@ Voor zover het vermogen van een fonds een afgescheiden vermogen bij een algemeen ### Artikel 3 -**1.** Een fonds dient ieder jaar vóór 1 juli de berekening van de technische voorzieningen per het einde van het voorafgaande jaar in bij De Nederlandsche Bank. +**1.** Een fonds dient ieder jaar vóór 1 juli de berekening van de technische voorzieningen per het einde van het voorafgaande jaar in bij De Nederlandsche Bank. **2.** Onverminderd het eerste lid, dient een fonds desgevraagd een berekening van de technische voorzieningen in bij De Nederlandsche Bank indien De Nederlandsche Bank tekenen ontwaart van een ontwikkeling die het eigen vermogen, de liquiditeit of de bedrijfsvoering van het fonds in gevaar kunnen brengen. @@ -163,8 +163,8 @@ Van het obligo van het geplaatste kapitaal of van het in aandelen verdeelde waar Voor zover het fonds arbeidsongeschiktheidspensioen of premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid uitvoert, wordt de hoogste uitkomst van de volgende berekeningen gerekend: -a. achttien procent van de in het afgelopen boekjaar geboekte dan wel verdiende premies, naargelang welk bedrag het hoogst is en van de in rekening gebrachte poliskosten, voor zover deze premies en kosten niet meer bedragen dan € 50 miljoen, vermeerderd met zestien procent van deze premies en kosten voor zover deze meer bedragen dan € 50 miljoen. De uitkomst van deze berekening wordt vermenigvuldigd met de verhouding tussen de schaden die voor eigen rekening komen van het fonds na overdracht uit hoofde van verzekering en de bruto schaden in de afgelopen drie boekjaren. Dit verhoudingsgetal is ten minste vijftig procent; -b. zesentwintig procent van de gemiddeld geboekte bruto schaden in de afgelopen drie boekjaren en van de gemiddelde toevoeging aan de schadevoorziening in deze jaren, voor zover deze schaden en toevoeging niet meer bedragen dan € 35 miljoen, vermeerderd met drieëntwintig procent van deze schaden en toevoeging, voor zover deze meer bedragen dan € 35 miljoen. De uitkomst van deze berekening wordt vermenigvuldigd met de verhouding tussen de schaden die voor eigen rekening komen van het fonds na overdracht uit hoofde van verzekering en de bruto schaden in de afgelopen drie boekjaren. Dit verhoudingsgetal is ten minste vijftig procent. +a. achttien procent van de in het afgelopen boekjaar geboekte dan wel verdiende premies, naargelang welk bedrag het hoogst is en van de in rekening gebrachte poliskosten, voor zover deze premies en kosten niet meer bedragen dan € 50 miljoen, vermeerderd met zestien procent van deze premies en kosten voor zover deze meer bedragen dan € 50 miljoen. De uitkomst van deze berekening wordt vermenigvuldigd met de verhouding tussen de schaden die voor eigen rekening komen van het fonds na overdracht uit hoofde van verzekering en de bruto schaden in de afgelopen drie boekjaren. Dit verhoudingsgetal is ten minste vijftig procent; +b. zesentwintig procent van de gemiddeld geboekte bruto schaden in de afgelopen drie boekjaren en van de gemiddelde toevoeging aan de schadevoorziening in deze jaren, voor zover deze schaden en toevoeging niet meer bedragen dan € 35 miljoen, vermeerderd met drieëntwintig procent van deze schaden en toevoeging, voor zover deze meer bedragen dan € 35 miljoen. De uitkomst van deze berekening wordt vermenigvuldigd met de verhouding tussen de schaden die voor eigen rekening komen van het fonds na overdracht uit hoofde van verzekering en de bruto schaden in de afgelopen drie boekjaren. Dit verhoudingsgetal is ten minste vijftig procent. **7.** Indien de hoogste uitkomst van de berekeningen, bedoeld in het zesde lid, lager is dan in het afgelopen boekjaar, is de uitkomst ten minste gelijk aan de uitkomst van het afgelopen boekjaar vermenigvuldigd met de verhouding tussen de technische voorzieningen voor te betalen schaden onder aftrek van de overdrachten uit verzekering aan het einde van het afgelopen boekjaar en de technische voorzieningen voor te betalen schaden onder aftrek van de overdrachten uit verzekering aan het begin van het afgelopen boekjaar. Dit verhoudingsgetal is ten hoogste honderd procent. @@ -189,7 +189,7 @@ e. het kredietrisico; f. het verzekeringtechnisch risico; g. het liquiditeitsrisico; h. het concentratierisico; -i. het operationeel risico; en +i. het operationeel risico; en j. het actief beheer. **2.** In aanvulling op het standaardmodel, bedoeld in het eerste lid, hanteert een fonds, na voorafgaande toestemming van De Nederlandsche Bank, een of meer partiële modellen, indien het risicoprofiel van het fonds niet voldoende aansluit op de uitgangspunten van het standaardmodel. @@ -266,39 +266,39 @@ j. het actief beheer. **2.** -Artikel 137, tweede lid, van de Pensioenwet dan wel artikel 132, tweede lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling is gedurende een periode van maximaal tien jaar niet van toepassing ten aanzien van een toeslagendepot dat vanaf 1 januari 2015 is ingesteld om een deel van de deelnemers, gewezen deelnemers, andere aanspraakgerechtigden of pensioengerechtigden van een fonds door toeslagverlening te compenseren vanwege: +Artikel 137, tweede lid, van de Pensioenwet dan wel artikel 132, tweede lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling is gedurende een periode van maximaal tien jaar niet van toepassing ten aanzien van een toeslagendepot dat vanaf 1 januari 2015 is ingesteld om een deel van de deelnemers, gewezen deelnemers, andere aanspraakgerechtigden of pensioengerechtigden van een fonds door toeslagverlening te compenseren vanwege: -a. een fusie van fondsen met een verschillende dekkingsgraad of een collectieve waardeoverdracht bij liquidatie van een fonds als bedoeld in artikel 84 van de Pensioenwet dan wel artikel 92 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling waarbij het overdragende fonds en het ontvangende fonds een verschillende dekkingsgraad hebben; +a. een fusie van fondsen met een verschillende dekkingsgraad of een collectieve waardeoverdracht bij liquidatie van een fonds als bedoeld in artikel 84 van de Pensioenwet dan wel artikel 92 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling waarbij het overdragende fonds en het ontvangende fonds een verschillende dekkingsgraad hebben; b. een collectieve wijziging van de pensioenovereenkomsten of een wijziging van de beroepspensioenregeling die inhoudt dat onvoorwaardelijke toeslagverlening is gewijzigd in voorwaardelijke toeslagverlening; of c. een collectieve wijziging van de pensioenovereenkomsten die inhoudt dat: 1°. bij een uitkeringsovereenkomst wordt overgegaan op een premie die voor meerdere jaren wordt vastgesteld; of 2°. wordt overgegaan op een premieovereenkomst, waarbij de premie onmiddellijk na het beschikbaar stellen wordt aangewend voor een aanspraak op uitkering. -**3.** Artikel 137, tweede lid, van de Pensioenwet dan wel artikel 132, tweede lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling is tot uiterlijk 1 januari 2025 niet van toepassing ten aanzien van een toeslagendepot dat voor 1 januari 2015 is ingesteld. +**3.** Artikel 137, tweede lid, van de Pensioenwet dan wel artikel 132, tweede lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling is tot uiterlijk 1 januari 2025 niet van toepassing ten aanzien van een toeslagendepot dat voor 1 januari 2015 is ingesteld. -**4.** Indien een nieuw fonds is opgericht vanwege een omstandigheid als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b of c, en uitsluitend het deel van de belanghebbenden van het oude fonds waarvoor het perspectief op toeslagverlening is verslechterd door deze omstandigheid, belanghebbende wordt bij het nieuwe fonds kan, in afwijking van het tweede lid, het toeslagendepot zijn ingesteld om alle belanghebbenden bij het nieuwe fonds te compenseren. Artikel 15b, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing. +**4.** Indien een nieuw fonds is opgericht vanwege een omstandigheid als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b of c, en uitsluitend het deel van de belanghebbenden van het oude fonds waarvoor het perspectief op toeslagverlening is verslechterd door deze omstandigheid, belanghebbende wordt bij het nieuwe fonds kan, in afwijking van het tweede lid, het toeslagendepot zijn ingesteld om alle belanghebbenden bij het nieuwe fonds te compenseren. Artikel 15b, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing. -**5.** Er wordt geen toeslag verleend uit een toeslagendepot als bedoeld in het tweede en derde lid, indien het fonds gezien de beleidsdekkingsgraad niet voldoet aan de bij of krachtens artikel 131 van de Pensioenwet dan wel artikel 126 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling gestelde eisen ten aanzien van het minimaal vereist eigen vermogen. +**5.** Er wordt geen toeslag verleend uit een toeslagendepot als bedoeld in het tweede en derde lid, indien het fonds gezien de beleidsdekkingsgraad niet voldoet aan de bij of krachtens artikel 131 van de Pensioenwet dan wel artikel 126 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling gestelde eisen ten aanzien van het minimaal vereist eigen vermogen. ### Artikel 15b -**1.** Uit een toeslagendepot als bedoeld in artikel 15a, tweede lid, kan toeslag worden verleend aan het deel van de deelnemers, gewezen deelnemers, andere aanspraakgerechtigden of pensioengerechtigden van het fonds waarvoor wordt aangetoond dat de omstandigheden, bedoeld in artikel 15a, tweede lid, hebben geleid tot een verslechtering van het perspectief op toeslagverlening. Bij de omstandigheden, bedoeld in artikel 15a, tweede lid, onderdeel c, toont het fonds dit aan door middel van een scenarioanalyse. +**1.** Uit een toeslagendepot als bedoeld in artikel 15a, tweede lid, kan toeslag worden verleend aan het deel van de deelnemers, gewezen deelnemers, andere aanspraakgerechtigden of pensioengerechtigden van het fonds waarvoor wordt aangetoond dat de omstandigheden, bedoeld in artikel 15a, tweede lid, hebben geleid tot een verslechtering van het perspectief op toeslagverlening. Bij de omstandigheden, bedoeld in artikel 15a, tweede lid, onderdeel c, toont het fonds dit aan door middel van een scenarioanalyse. -**2.** De periode van maximaal tien jaar, bedoeld in artikel 15a, tweede lid, wordt berekend vanaf het moment dat de fusie van de fondsen of de collectieve waardeoverdracht, bedoeld in artikel 15a, tweede lid, onderdeel a, heeft plaatsgevonden of de collectieve wijziging van de pensioenovereenkomsten dan wel de wijziging van de beroepspensioenregeling, bedoeld in artikel 15a, tweede lid, onderdeel b of c, is ingegaan. +**2.** De periode van maximaal tien jaar, bedoeld in artikel 15a, tweede lid, wordt berekend vanaf het moment dat de fusie van de fondsen of de collectieve waardeoverdracht, bedoeld in artikel 15a, tweede lid, onderdeel a, heeft plaatsgevonden of de collectieve wijziging van de pensioenovereenkomsten dan wel de wijziging van de beroepspensioenregeling, bedoeld in artikel 15a, tweede lid, onderdeel b of c, is ingegaan. **3.** Een toeslagendepot wordt als volgt gefinancierd: -a. een toeslagendepot als bedoeld in artikel 15a, tweede lid, onderdeel a, rechtstreeks uit de middelen van het bij de fusie of collectieve waardeoverdracht betrokken fonds met de hoogste dekkingsgraad, waarbij de omvang van een dergelijk toeslagendepot niet groter is dan het vermogen dat correspondeert met het verschil in dekkingsgraad van de bij de fusie of collectieve waardeoverdracht betrokken fondsen direct voorafgaand aan de fusie of collectieve waardeoverdracht; -b. een toeslagendepot als bedoeld in artikel 15a, tweede lid, onderdeel b, door een daarvoor bestemde premie of door een eenmalige storting van de werkgever; -c. een toeslagendepot als bedoeld in artikel 15a, tweede lid, onderdeel c, door een eenmalige storting van de werkgever; of -d. een toeslagendepot als bedoeld in artikel 15a, derde lid, door een daarvoor bestemde premie mits de afspraken daartoe voor 1 januari 2015 zijn vastgelegd. +a. een toeslagendepot als bedoeld in artikel 15a, tweede lid, onderdeel a, rechtstreeks uit de middelen van het bij de fusie of collectieve waardeoverdracht betrokken fonds met de hoogste dekkingsgraad, waarbij de omvang van een dergelijk toeslagendepot niet groter is dan het vermogen dat correspondeert met het verschil in dekkingsgraad van de bij de fusie of collectieve waardeoverdracht betrokken fondsen direct voorafgaand aan de fusie of collectieve waardeoverdracht; +b. een toeslagendepot als bedoeld in artikel 15a, tweede lid, onderdeel b, door een daarvoor bestemde premie of door een eenmalige storting van de werkgever; +c. een toeslagendepot als bedoeld in artikel 15a, tweede lid, onderdeel c, door een eenmalige storting van de werkgever; of +d. een toeslagendepot als bedoeld in artikel 15a, derde lid, door een daarvoor bestemde premie mits de afspraken daartoe voor 1 januari 2015 zijn vastgelegd. **4.** -De regeling met betrekking tot een toeslagendepot als bedoeld in artikel 15a, tweede lid, wordt vastgelegd in de uitvoeringsovereenkomst of het uitvoeringsreglement. Daarbij wordt in ieder geval vastgelegd: +De regeling met betrekking tot een toeslagendepot als bedoeld in artikel 15a, tweede lid, wordt vastgelegd in de uitvoeringsovereenkomst of het uitvoeringsreglement. Daarbij wordt in ieder geval vastgelegd: a. de reden voor de instelling van het toeslagendepot; b. de financiering van het toeslagendepot; @@ -313,7 +313,7 @@ d. onder welke voorwaarden toeslag wordt verleend uit het toeslagendepot. Het herstelplan, bedoeld in artikel 138 van de Pensioenwet of artikel 133 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, bevat in ieder geval een beschrijving van: -a. de oorzaak van het, gezien de beleidsdekkingsgraad, niet meer voldoen aan de bij of krachtens artikel 132 van de Pensioenwet of artikel 127 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling gestelde vereisten ten aanzien van het vereist eigen vermogen; +a. de oorzaak van het, gezien de beleidsdekkingsgraad, niet meer voldoen aan de bij of krachtens artikel 132 van de Pensioenwet of artikel 127 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling gestelde vereisten ten aanzien van het vereist eigen vermogen; b. de voorziene ontwikkeling van de technische voorzieningen en de waarden; c. de concrete maatregelen waardoor, gezien de beleidsdekkingsgraad, het eigen vermogen binnen de looptijd van het herstelplan op het vereiste niveau komt, waarbij rekening wordt gehouden met de naar verwachting toe te kennen toeslagverlening en de overige verplichtingen van het fonds. @@ -379,7 +379,7 @@ e. een beoordeling van de risico’s voor de deelnemers, gewezen deelnemers, and 1°. de mogelijkheden tot toeslagverlening; 2°. de mogelijkheden tot vermindering van de pensioenaanspraken en pensioenrechten, waaronder de mate waarin de pensioenaanspraken en pensioenrechten kunnen worden verminderd, onder welke voorwaarden en door wie; -f. een kwalitatieve beoordeling van de mechanismen ter bescherming van de pensioenuitkeringen, waaronder in voorkomend geval garanties, convenanten of een andere soort financiële steun van de bijdragende onderneming, verzekering of herverzekering door een onderneming die valt onder Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II) (PbEU 2009, L 335); +f. een kwalitatieve beoordeling van de mechanismen ter bescherming van de pensioenuitkeringen, waaronder in voorkomend geval garanties, convenanten of een andere soort financiële steun van de bijdragende onderneming, verzekering of herverzekering door een onderneming die valt onder Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II) (PbEU 2009, L 335); g. een kwalitatieve beoordeling van de operationele risico's; en h. voor zover van toepassing, een beoordeling van nieuwe of opkomende risico’s, met inbegrip van risico's die met klimaatverandering, het gebruik van hulpbronnen en het milieu verband houden, sociale risico's en risico's in verband met de waardevermindering van activa als gevolg van veranderde regelgeving. @@ -421,7 +421,7 @@ Een fonds voert een beleid gericht op het duurzaam beheersen van te lopen financ **1.** Het beleid, bedoeld in artikel 21, houdt mede in dat het fonds een beleid inzake beloningen voert dat niet aanmoedigt tot het nemen van meer risico’s dan voor het fonds aanvaardbaar is. -**2.** Het fonds legt het beleid inzake beloningen schriftelijk vast en draagt er zorg voor dit beleid te implementeren en in stand te houden. Het beleid is afgestemd op de omvang en organisatie van het fonds en op de aard, omvang en complexiteit van zijn bedrijf, is in overeenstemming met de werkzaamheden, het risicoprofiel, de doelstellingen, het langetermijnbelang, de financiële stabiliteit en de prestaties van het fonds als geheel, en draagt bij aan een deugdelijk, prudent en doeltreffend bestuur van het fonds. +**2.** Het fonds legt het beleid inzake beloningen schriftelijk vast en draagt er zorg voor dit beleid te implementeren en in stand te houden. Het beleid is afgestemd op de omvang en organisatie van het fonds en op de aard, omvang en complexiteit van zijn bedrijf, is in overeenstemming met de werkzaamheden, het risicoprofiel, de doelstellingen, het langetermijnbelang, de financiële stabiliteit en de prestaties van het fonds als geheel, en draagt bij aan een deugdelijk, prudent en doeltreffend bestuur van het fonds. **3.** Het beleid inzake beloningen omschrijft de beloningscomponenten en beloningsstructuren die ertoe zouden kunnen bijdragen dat het fonds meer risico’s neemt dan voor hem aanvaardbaar is, alsmede de te volgen procedures en maatregelen die dergelijke beloningscomponenten en beloningsstructuren voorkomen en beheersen. @@ -516,12 +516,12 @@ e. het ertoe bijdragen dat het risicobeheer doeltreffend wordt toegepast. Een fonds gaat voor de berekeningen, bedoeld in de artikelen 126, 128, 137, 138, 139, 140 en 143 van de Pensioenwet en de artikelen 121, 123, 132, 133, 134, 135 en 138 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, uit van: -a. minimale verwachtingswaarden voor de groeivoeten van het prijs- en loonindexcijfer van 2% respectievelijk 2,5% per jaar; -b. een verwacht bruto meetkundig rendement op beursgenoteerde aandelen van maximaal 7% met daarbij een uniforme kostenafslag voor beleggingskosten van 25 basispunten en een standaarddeviatie van 20%; -c. een verwacht bruto meetkundig rendement op overige zakelijke waarden van maximaal 7,5% met daarbij een uniforme kostenafslag van 25 basispunten en een standaarddeviatie van 25%; -d. een verwacht bruto meetkundig rendement op grondstoffen van maximaal 5% met daarbij een uniforme kostenafslag van 40 basispunten en een standaarddeviatie van 20%; -e. een verwacht bruto meetkundig rendement op niet beursgenoteerd vastgoed van maximaal 6% met daarbij een uniforme kostenafslag van 80 basispunten en een standaarddeviatie van 15%; -f. een maximaal verwacht bruto meetkundig rendement op risicovrije vastrentende waarden conform de toekomstige rentetermijnstructuur met daarbij een uniforme kostenafslag van 15 basispunten en een standaarddeviatie van 8% daarbij rekening houdend met de looptijd van de vastrentende waarden; en +a. minimale verwachtingswaarden voor de groeivoeten van het prijs- en loonindexcijfer van 1,9% respectievelijk 2,3% per jaar; +b. een verwacht bruto meetkundig rendement op beursgenoteerde aandelen van maximaal 5,8% met daarbij een uniforme kostenafslag voor beleggingskosten van 20 basispunten en een standaarddeviatie van 20%; +c. een verwacht bruto meetkundig rendement op overige zakelijke waarden van maximaal 7,5% met daarbij een uniforme kostenafslag van 190 basispunten en een standaarddeviatie van 25%; +d. een verwacht bruto meetkundig rendement op grondstoffen van maximaal 3,5% met daarbij een uniforme kostenafslag van 20 basispunten en een standaarddeviatie van 20%; +e. een verwacht bruto meetkundig rendement op niet beursgenoteerd vastgoed van maximaal 4,8% met daarbij een uniforme kostenafslag van 70 basispunten en een standaarddeviatie van 15%; +f. een maximaal verwacht bruto meetkundig rendement op risicovrije vastrentende waarden conform de toekomstige rentetermijnstructuur met daarbij een uniforme kostenafslag van 20 basispunten en een standaarddeviatie van 8% daarbij rekening houdend met de looptijd van de vastrentende waarden; en g. een maximaal verwacht meetkundig rendement voor vastrentende waarden met kredietrisico als een combinatie van het rendement op kredietrisicovrije vastrentende waarden en het rendement op aandelen op basis van de tabel, bedoeld in het vijfde lid, met daarbij een uniforme kostenafslag en een standaarddeviatie eveneens gebaseerd op deze tabel. **2.** @@ -530,9 +530,9 @@ In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, bedragen de minimale verwachtingsw a. jaar van vaststelling: het prijs- en loonindexcijfer op basis van de meest recente gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek van het voorgaande jaar waarbij, indien nog geen gegevens voor het betreffende jaar beschikbaar zijn, het prijs- en loonindexcijfer volgens de raming van het Centraal Planbureau voor het voorgaande jaar gebruikt wordt; b. jaar 1: het prijs- en loonindexcijfer op grond van de meest recente door het Centraal Planbureau vastgestelde raming hiervan; -c. jaar 2: 0,75 x de raming, bedoeld in onderdeel b, + 0,25 x 2% respectievelijk 2,5%; -d. jaar 3: 0,5 x de raming, bedoeld in onderdeel b, + 0,5 x 2% respectievelijk 2,5%; -e. jaar 4: 0,25 x de raming, bedoeld in onderdeel b, + 0,75 x 2% respectievelijk 2,5%. +c. jaar 2: 0,75 x de raming, bedoeld in onderdeel b, + 0,25 x 1,9% respectievelijk 2,3%; +d. jaar 3: 0,5 x de raming, bedoeld in onderdeel b, + 0,5 x 1,9% respectievelijk 2,3%; +e. jaar 4: 0,25 x de raming, bedoeld in onderdeel b, + 0,75 x 1,9% respectievelijk 2,3%. De groeivoeten van het prijs- en loonindexcijfer, bedoeld in onderdeel a en b, worden door De Nederlandsche Bank bekend gemaakt. @@ -552,20 +552,19 @@ De tabel, bedoeld in het eerste lid, onderdeel g, luidt als volgt: | BBB | 80% | 20% | | High Yield | 40% | 60% | +Vastrentende waarden waaraan fondsen geen rating hebben toegekend hebben geen aparte gewichten. Voor kortlopende vorderingen en liquide middelen geldt het gewicht van de AAA-rating. Voor overige vastrentende waarden waaraan fondsen geen rating hebben toegekend geldt het gewicht van de High Yield-rating. + **6.** Voor het omrekenen van rendementen naar het portefeuillerendement wordt gebruik gemaakt van onderstaande tabel met correlatieparameters. Voor de omrekening van het meetkundig naar het rekenkundig gemiddelde geldt de formule: rekenkundig gemiddelde = meetkundig gemiddelde + ½ σ^2: -| Categorie | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | -| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | -| *1 Vastrentende waarden* | 1 | 0 | 0 | 0 | ½ | ½ | ½ | ½ | -| *2 Aandelen ontwikkelde markten inclusief beursgenoteerd vastgoed* | | 1 | ¾ | ¾ | ½ | ½ | ½ | ½ | -| *3 Aandelen niet-beursgenoteerd* | | | 1 | ¾ | ½ | ½ | ½ | ½ | -| *4 Aandelen opkomende markten* | | | | 1 | ½ | ½ | ½ | ½ | -| *5 Niet beurs-genoteerd vastgoed* | | | | | 1 | ½ | ½ | ½ | -| 6* Grondstoffen* | | | | | | 1 | ½ | ½ | -| *7 Hedge funds* | | | | | | | 1 | ½ | -| *8 Overig* | | | | | | | | 1 | +| *Categorie* | *1* | *2* | *3* | *4* | *5* | +| --- | --- | --- | --- | --- | --- | +| *1 Vastrentende waarden* | 1 | 0 | 0 | ½ | ½ | +| *2 Aandelen beursgenoteerd* | 0 | 1 | ¾ | ½ | ½ | +| *3 Overige zakelijke waarden* | 0 | ¾ | 1 | ½ | ½ | +| *4 Niet-beursgenoteerd vastgoed* | ½ | ½ | ½ | 1 | ½ | +| *5 Grondstoffen* | ½ | ½ | ½ | ½ | 1 | ### Artikel 23b @@ -631,7 +630,7 @@ De beschrijvingen die de actuariële en bedrijfstechnische nota bevat op grond v ### Artikel 29a -De verklaring inzake beleggingsbeginselen, bedoeld in artikel 145, eerste lid, van de Pensioenwet dan wel artikel 140, eerste lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, omvat in ieder geval onderwerpen als de strategische allocatie van activa in het licht van de aard en de looptijd van de pensioenverplichtingen, de toegepaste wegingmethoden voor beleggingsrisico’s, de risicohouding, het gevoerde risicoprofiel, de risicobeheerprocedures en de wijze waarop in het beleggingsbeleid rekening wordt gehouden met milieu en klimaat, mensenrechten en sociale verhoudingen. +De verklaring inzake beleggingsbeginselen, bedoeld in artikel 145, eerste lid, van de Pensioenwet dan wel artikel 140, eerste lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, omvat in ieder geval onderwerpen als de strategische allocatie van activa in het licht van de aard en de looptijd van de pensioenverplichtingen, de toegepaste wegingmethoden voor beleggingsrisico’s, de risicohouding, het gevoerde risicoprofiel, de risicobeheerprocedures en de wijze waarop in het beleggingsbeleid rekening wordt gehouden met milieu en klimaat, mensenrechten en sociale verhoudingen. ### Artikel 29b @@ -801,7 +800,7 @@ Vervallen ### Artikel 37 -Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2007. +Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2007. ### Artikel 38