2013-01-01 | BWBR0013008 | Wet arbeid en zorg

This commit is contained in:
Coornhert 2013-01-01 12:00:00 +00:00
parent 0257d40203
commit c202f1cb91

View file

@ -236,9 +236,13 @@ b. de datum waarop het zwangerschapsverlof ingaat dan wel de datum waarop de gel
**1.** De uitkering, bedoeld in deze paragraaf, bedraagt per dag het dagloon.
**2.** Het dagloon wordt voor de werknemer en de gelijkgestelde, bedoeld in artikel 3:6, eerste lid, en de betrokkene, bedoeld in artikel 3:10, eerste en tweede lid, vastgesteld en herzien overeenkomstig de vaststelling en herziening met betrekking tot de werknemer, bedoeld in artikel 29b van de Ziektewet, op grond van de artikelen 15 en 16 van die wet en de daarop berustende bepalingen.
**2.** Het dagloon wordt voor de werknemer en de gelijkgestelde, bedoeld in artikel 3:6, eerste lid, en de betrokkene, bedoeld in artikel 3:10, eerste en tweede lid, vastgesteld en herzien overeenkomstig de vaststelling en herziening op grond van de artikelen 15 en 16 van de Ziektewet en de daarop berustende bepalingen waarbij de periode van één jaar, bedoeld in artikel 15 van die wet, voor de toepassing van deze wet eindigt op de laatste dag van het tweede aangiftetijdvak voorafgaande aan het aangiftetijdvak waarin de uitkering op grond deze wet ingaat.
**3.** Het dagloon wordt voor de werknemer en de gelijkgestelde, bedoeld in artikel 3:6, tweede lid, vastgesteld overeenkomstig artikel 68 van de Ziektewet en de regels op grond van artikel 71, onderdeel c, van die wet.
**3.** Voor de gelijkgestelde, bedoeld in artikel 3:6 eerste lid, onder b, ten eerste, die op grond van artikel 8, onder a, van de Ziektewet voorafgaand aan een uitkering op grond van deze wet ziekengeld ontving, is het dagloon gelijk aan het reeds ten behoeve daarvan vastgestelde en herziene dagloon, dan wel, indien voor de gelijkgestelde, bedoeld in de vorige zin, artikel 31 van de Ziektewet werd toegepast vanwege inkomen uit een andere dienstbetrekking, dan op grond waarvan het recht op ziekengeld is ontstaan, wordt het dagloon voor de toepassing van deze wet, in afwijking van het tweede lid, vastgesteld op 100/A van het ziekengeld voorafgaande aan de uitkering op grond van deze wet, waarbij A staat voor het uitkeringspercentage van uitkering op grond van de Ziektewet.
**4.** Voor de gelijkgestelde, bedoeld in artikel 3:6, eerste lid, onder b, ten tweede, is het dagloon, in afwijking van het tweede lid, gelijk aan het op grond van artikel 13 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen en de daarop berustende bepalingen reeds vastgestelde en herziene dagloon. Indien voor de gelijkgestelde, bedoeld in de vorige zin, bij het vaststellen van de hoogte van de loongerelateerde uitkering van de werkhervattingsuitkering gedeeltelijk arbeidsgeschikten op grond van artikel 61 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen rekening werd gehouden met inkomen dan wordt het dagloon voor de toepassing van deze wet, in afwijking van het tweede lid, vastgesteld op 100/70 van het bedrag van die uitkering per dag voorafgaande aan de uitkering op grond van deze wet.
**5.** Het dagloon wordt voor de werknemer en de gelijkgestelde, bedoeld in artikel 3:6, tweede lid, vastgesteld overeenkomstig artikel 68 van de Ziektewet en de regels op grond van artikel 71, onderdeel c, van die wet.
##### Paragraaf . De uitbetaling van de uitkering
@ -278,7 +282,7 @@ k. vervallen;
l. ter zake van de toepasselijkheid van de Algemene termijnenwet: artikel 89;
m. ter zake van terugvordering: de artikelen 33 tot en met 34a;
n. ter zake van vervreemding, verpanding en volmacht tot ontvangst: artikel 50;
o. ter zake van bestuurlijke boeten: de artikelen 45a tot en met 45g;
o. ter zake van bestuurlijke boeten: de artikelen 45a, 45g en 45h;
p. ter zake van het afzien van het horen van de belanghebbende: artikel 72d.
**2.** De strafbepaling van artikel 84, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen is van overeenkomstige toepassing.
@ -296,7 +300,7 @@ p. ter zake van het afzien van het horen van de belanghebbende: artikel 72d.
Voor de toepassing van deze paragraaf wordt verstaan onder:
a. beroepsbeoefenaar op arbeidsovereenkomst: de werknemer, bedoeld in artikel 1:1, onderdeel b, die op grond van artikel 6, eerste lid, onderdeel c, van de Ziektewet, geen werknemer in de zin van die wet is;
b. zelfstandige: de persoon, jonger dan 65 jaar, die:
b. zelfstandige: de persoon die de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, nog niet heeft bereikt, die:
1°. in Nederland woont en die winst uit onderneming geniet, tenzij hij de onderneming niet voor eigen rekening feitelijk drijft;
2°. niet in Nederland woont en die belastbare winst uit onderneming geniet als bedoeld in afdeling 7.2, van de Wet inkomstenbelasting 2001, tenzij hij de onderneming niet voor eigen rekening feitelijk drijft;
@ -383,7 +387,7 @@ c. of zij de uitkering wil genieten in de vorm van een uitkering ter zake van ve
### Artikel 3:24
De uitkering ter zake van vervanging bedraagt de grondslag, bedoeld in artikel 3:23, eerste lid, vermeerderd met het bedrag aan premies en aan vergoeding als bedoeld in artikel 46 van de Zorgverzekeringswet, dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen bij uitbetaling als uitkering in verband met zwangerschap en bevalling daarover verschuldigd zou zijn.
De uitkering ter zake van vervanging bedraagt de grondslag, bedoeld in artikel 3:23, eerste lid, vermeerderd met het bedrag aan premies en aan inkomensafhankelijke bijdrage als bedoeld in artikel 42 van de Zorgverzekeringswet, dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen bij uitbetaling als uitkering in verband met zwangerschap en bevalling daarover verschuldigd zou zijn.
##### Paragraaf . De uitbetaling van de uitkering
@ -423,7 +427,7 @@ i. ter zake van het beroep in cassatie: artikel 98;
j. vervallen;
k. ter zake van terugvordering: artikel 63, met dien verstande dat bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat, in afwijking van het eerste lid van dat artikel, onder bij dat besluit te bepalen omstandigheden, een uitkering ter zake van vervanging niet wordt teruggevorderd;
l. ter zake van vervreemding, verpanding en volmacht tot ontvangst: artikel 66;
m. ter zake van bestuurlijke boeten: de artikelen 48 tot en met 54;
m. ter zake van bestuurlijke boeten: de artikelen 48, 54 en 54a;
n. ter zake van het afzien van het horen van de belanghebbende: artikel 95b.
**2.** De strafbepaling van artikel 84, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen is van overeenkomstige toepassing.