diff --git a/amvb/arbeidstijdenbesluit/BWBR0007687/README.md b/amvb/arbeidstijdenbesluit/BWBR0007687/README.md index 1ef85905aaa..10751025660 100644 --- a/amvb/arbeidstijdenbesluit/BWBR0007687/README.md +++ b/amvb/arbeidstijdenbesluit/BWBR0007687/README.md @@ -31,22 +31,19 @@ In dit besluit wordt verstaan onder: a. wet: de Arbeidstijdenwet; b. consignatie: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 5:11, eerste lid, van de wet; -c. aanwezigheidsdienst: een aaneengesloten tijdruimte van ten hoogste 24 uren, waarin de werknemer, zonodig naast het verrichten van de bedongen arbeid, consignatie wordt opgelegd waarbij in afwijking van artikel 5:11 van de wet die werknemer verplicht is om op de arbeidsplaats aanwezig te zijn om op oproep zo spoedig mogelijk de bedongen arbeid te verrichten; +c. aanwezigheidsdienst: een aaneengesloten tijdruimte van ten hoogste 24 uren waarin de werknemer, zo nodig naast het verrichten van de bedongen arbeid, verplicht is op de arbeidsplaats aanwezig te zijn om op oproep zo spoedig mogelijk de bedongen arbeid te verrichten; d. bereikbaarheidsdienst: een aaneengesloten tijdruimte van ten hoogste 24 uren, waarin de werknemer, zo nodig naast het verrichten van de bedongen arbeid, consignatie wordt opgelegd waarbij in afwijking van artikel 5:11 van de wet die werknemer verplicht is om op oproep zo spoedig mogelijk de bedongen arbeid te verrichten; -e. piket: een periode waarin de werknemer, zonodig naast het verrichten van de bedongen arbeid, consignatie wordt opgelegd waarbij in afwijking van artikel 5:11 van de wet die werknemer verplicht is om in verband met zijn bereikbaarheid op de arbeidsplaats aanwezig te zijn; -f. jeugdzorg: jeugdzorg als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet op de jeugdzorg die gepaard gaat met verblijf als bedoeld in artikel 4 van het Uitvoeringsbesluit Wet op de jeugdzorg, voor zover daarin personen plegen te worden verzorgd uit andere hoofde dan wegens hun geestelijke of lichamelijke gesteldheid; -g. landbouwarbeid: alle arbeid die direct verband houdt met het ten behoeve van consumptie- en gebruiksartikelen verbouwen van gewassen en houden van dieren; -h. mijnbouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, onderdeel n, van de Mijnbouwwet; -i. mijnbouwinstallatie: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, onderdeel o, van de Mijnbouwwet; -j. verpleging en verzorging: de verpleging, de verzorging, de begeleiding, de medische behandeling of het medisch onderzoek van personen in verband met hun lichamelijke of geestelijke gesteldheid dan wel hun gevorderde leeftijd. +e. jeugdzorg: jeugdzorg als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet op de jeugdzorg die gepaard gaat met verblijf als bedoeld in artikel 4 van het Uitvoeringsbesluit Wet op de jeugdzorg, voor zover daarin personen plegen te worden verzorgd uit andere hoofde dan wegens hun geestelijke of lichamelijke gesteldheid; +f. landbouwarbeid: alle arbeid die direct verband houdt met het ten behoeve van consumptie- en gebruiksartikelen verbouwen van gewassen en houden van dieren; +g. mijnbouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, onderdeel n, van de Mijnbouwwet; +h. mijnbouwinstallatie: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, onderdeel o, van de Mijnbouwwet; +i. verpleging en verzorging: de verpleging, de verzorging, de begeleiding, de medische behandeling of het medisch onderzoek van personen in verband met hun lichamelijke of geestelijke gesteldheid dan wel hun gevorderde leeftijd. ### Paragraaf . Gelijkstelling rusttijd ### Artikel 1:3 -**1.** Dit artikel strekt tot aanvulling van artikel 5:11 van de wet. - -**2.** Voor de toepassing van dit besluit geldt de tijd tijdens een aanwezigheidsdienst of piket waarop de arbeid van de werknemer zich uitsluitend beperkt tot de verplichte aanwezigheid op de arbeidsplaats, als rusttijd. +Vervallen ## Hoofdstuk 2. Toepassingsgebied van de wet @@ -206,6 +203,12 @@ De werkgever en de persoon als bedoeld in artikel 2:7, eerste lid, van de wet be ### Paragraaf 3.3. Registratie aanwezigheidsdienst en maatwerk +#### Paragraaf . Maatwerkregister + +### Artikel 3.3:1 + +De werkgever houdt een register bij van alle werknemers die instemming hebben verleend als bedoeld in artikel 4.8:2, eerste lid. + ## Hoofdstuk 4. Arbeids- en rusttijden, algemene afwijkingen en aanvullingen ### Paragraaf 4.1. Alternatieve sancties @@ -408,29 +411,31 @@ b. hetzij ten hoogste 20 uren in elke periode van 2 achtereenvolgende weken arbe ### Artikel 4.8:1 -**1.** Ter aanvulling van artikel 5:11 van de wet en in afwijking van de artikelen 5:5, tweede lid, en 5:11, derde lid, onderdeel *a*, van de wet kan dit artikel worden toegepast indien de aard van de arbeid het noodzakelijk maakt dat de werknemer een aanwezigheidsdienst wordt opgelegd en dit door het op een andere wijze organiseren van de arbeid redelijkerwijs niet is te voorkomen. +**1.** In afwijking van de artikelen 5:3, tweede lid, 5:5, tweede lid, 5:7, derde lid, 5:8, derde lid, 5:9, derde lid, en artikel 5:10, tweede en zevende lid, van de wet kan dit artikel worden toegepast, indien de aard van de arbeid het noodzakelijk maakt dat een werknemer een aanwezigheidsdienst wordt opgelegd en dit door het op een andere wijze organiseren van de arbeid redelijkerwijs niet is te voorkomen. -**2.** Een aanwezigheidsdienst wordt, met inachtneming van het derde en vijfde lid, uitsluitend bij collectieve regeling bepaald. Elk beding waarin op andere wijze dan in de eerste volzin is bepaald, gebruik wordt gemaakt van het derde of vijfde lid, is nietig. +**2.** Een aanwezigheidsdienst wordt, met inachtneming van het derde lid, uitsluitend bij collectieve regeling aan een werknemer van 18 jaar of ouder opgelegd. Elk beding waarin op andere wijze dan in de eerste volzin is bepaald, gebruik wordt gemaakt van het derde lid is nietig. **3.** -De werkgever organiseert de arbeid zodanig, dat de werknemer: +De werkgever organiseert de arbeid zodanig dat de werknemer: -a. ten hoogste 3 maal in elke aaneengesloten tijdruimte van 7 maal 24 uren en 26 maal in elke periode van 13 achtereenvolgende weken een aanwezigheidsdienst wordt opgelegd; -b. vóór en nà een aanwezigheidsdienst een onafgebroken rusttijd heeft van ten minste 11 uren, welke rusttijd éénmaal in elke aaneengesloten tijdruimte van 7 maal 24 uren mag worden ingekort tot ten minste 8 uren; -c. tijdens een aanwezigheidsdienst na een arbeidstijd van ten hoogste 10 uren een onafgebroken rusttijd heeft van ten minste 6 uren. 4. Het derde lid, onderdeel *b*, is niet van toepassing in de tijdruimte gelegen tussen vrijdag 18.00 uur en de daaropvolgende maandag 08.00 uur. +a. ten hoogste 52 maal in elke periode van 26 achtereenvolgende weken een aanwezigheidsdienst wordt opgelegd; +b. ten hoogste gemiddeld 48 uren per week in elke periode van 26 achtereenvolgende weken arbeid verricht, en +c. zowel voorafgaand aan als aansluitend op een aanwezigheidsdienst een onafgebroken rusttijd heeft van ten minste 11 uren, welke rusttijd, indien dit objectief gerechtvaardigd is, in elke aaneengesloten tijdruimte van 7 maal 24 uren ten hoogste eenmaal mag worden ingekort tot 10 uren alsmede eenmaal tot 8 uren. -**5.** In afwijking van het derde lid, onderdeel *a*, en vierde lid, organiseert de werkgever, indien een aanwezigheidsdienst van ten hoogste 12 uren wordt opgelegd en de werknemer in deze periode ten hoogste 5 uren arbeid verricht, de arbeid zodanig, dat die werknemer ten hoogste 5 maal in elke aaneengesloten tijdruimte van 7 maal 24 uren en 26 maal in elke periode van 13 achtereenvolgende weken een aanwezigheidsdienst wordt opgelegd. +**4.** Bij collectieve regeling wordt bepaald op welke wijze een als gevolg van een aanwezigheidsdienst niet genoten dagelijkse of wekelijkse onafgebroken rusttijd van de werknemer wordt gecompenseerd binnen een bij die regeling te bepalen tijdruimte. -#### Paragraaf . Arbeidstijd inclusief overwerk +**5.** Indien de collectieve regeling geen bepaling over de compensatie als bedoeld in het vierde lid bevat, organiseert de werkgever de arbeid zodanig dat de werknemer in elke aaneengesloten tijdruimte van 7 maal 24 uren een rusttijd heeft van ten minste 90 uren, welke rusttijd bestaat uit een onafgebroken rustperiode van ten minste 24 uren alsmede 6 onafgebroken rustperioden van ten minste 11 uren, welke 6 rustperioden in elke aaneengesloten tijdruimte van 7 maal 24 uren ten hoogste eenmaal mogen worden ingekort tot 10 uren alsmede eenmaal tot 8 uren. Onafgebroken rustperioden kunnen aaneengesloten zijn. + +**6.** Artikel 4.6:2, tweede lid, is ten aanzien van een aanwezigheidsdienst van overeenkomstige toepassing. + +#### Paragraaf . Aanwezigheidsdienst en maatwerk ### Artikel 4.8:2 -**1.** In afwijking van de artikelen 5:7, derde lid, en 5:9, derde lid, van de wet ten aanzien van de arbeidstijd per dienst kan dit artikel worden toegepast. +**1.** Het tweede lid kan uitsluitend bij een aanwezigheidsdienst worden toegepast, indien de werknemer daarmee uitdrukkelijk schriftelijk instemt. Deze schriftelijke instemming geldt voor een periode van 26 achtereenvolgende weken en wordt telkens stilzwijgend voor eenzelfde periode verlengd, tenzij de werknemer uitdrukkelijk te kennen geeft met een dergelijke verlenging niet in te stemmen. Het door de werknemer niet instemmen met de stilzwijgende verlenging maakt hij tijdig aan de werkgever kenbaar. -**2.** De werkgever organiseert de arbeid zodanig, dat de werknemer ten hoogste 12 uren per dienst arbeid verricht. - -**3.** Dit artikel kan uitsluitend worden toegepast, indien artikel 4.8:1, eerste tot en met het vierde lid, van toepassing is. +**2.** Artikel 4.8:1 is van toepassing, met dien verstande dat in afwijking van het derde lid, onderdeel b, van dat artikel de werkgever de arbeid zodanig organiseert dat de werknemer in elke periode van 26 achtereenvolgende weken ten hoogste gemiddeld 60 uren per week arbeid verricht. #### Paragraaf . Afwijking consignatie @@ -569,48 +574,23 @@ b. die in directe samenhang met de in onderdeel *a* bedoelde werknemer arbeid ve **3.** Indien dit door het nemen van andere maatregelen redelijkerwijs niet is te voorkomen, organiseert de werkgever de arbeid zodanig, dat de in het eerste lid bedoelde werknemer gedurende ten minste 13 maal een aaneengesloten tijdruimte van 7 maal 24 uren in elke periode van 26 achtereenvolgende weken geen consignatie tussen twee opeenvolgende diensten wordt opgelegd. -#### Paragraaf . Aanwezigheidsdienst +#### Paragraaf . Aanwezigheidsdienst brandweer ### Artikel 5.3:3 **1.** Dit artikel is niet van toepassing op de werknemer die lid is van de vrijwillige brandweer. -**2.** Met uitsluiting van hetgeen in artikel 4.8:1 is bepaald, kan, ter aanvulling van artikel 5:11 van de wet en in afwijking van artikel 5:11, derde en vierde lid, van de wet dit artikel worden toegepast. +**2.** De werkgever organiseert in afwijking van artikel 4.8:1, derde lid, onderdeel a, de arbeid zodanig dat de werknemer ten hoogste 62 maal in elke periode van 26 achtereenvolgende weken een aanwezigheidsdienst wordt opgelegd. -**3.** - -De werknemer: - -a. wordt ten hoogste 3 maal in elke aaneengesloten tijdruimte van 7 maal 24 uren en 31 maal in elke periode van 13 achtereenvolgende weken een aanwezigheidsdienst opgelegd; -b. heeft vóór en ná een aanwezigheidsdienst een onafgebroken rusttijd van ten minste 11 uren; -c. verricht ten hoogste 9 uren in elke periode van 24 achtereenvolgende uren en in elke periode van 13 achtereenvolgende weken gemiddeld 40 uren per week arbeid. - -**4.** Van het derde lid kan, met inachtneming van het vijfde lid, slechts bij collectieve regeling worden afgeweken. Elk beding waarbij op andere wijze dan in de vorige volzin is bepaald, wordt afgeweken van het derde lid, is nietig. - -**5.** - -De werkgever organiseert de arbeid zodanig, dat de werknemer: - -a. ten hoogste 4 maal in elke aaneengesloten tijdruimte van 7 maal 24 uren, 46 maal in elke periode van 13 achtereenvolgende weken en 124 maal in elke periode van 52 achtereenvolgende weken een aanwezigheidsdienst wordt opgelegd; -b. vóór en ná een aanwezigheidsdienst een onafgebroken rusttijd heeft van ten minste 11 uren, welke rusttijd éénmaal in elke aaneengesloten tijdruimte van 7 maal 24 uren mag worden ingekort tot ten minste 8 uren; -c. ten hoogste 10 uren in elke periode van 24 achtereenvolgende uren en in elke periode van 13 achtereenvolgende weken gemiddeld 45 uren per week arbeid verricht. - -**6.** Het vijfde lid, onderdeel *b*, blijft buiten toepassing, indien zich incidentele en onvoorziene omstandigheden voordoen waardoor het aantal werknemers dat nodig is onder het vereiste minimum komt, die een dergelijke afwijking noodzakelijk maakt. +**3.** Artikel 4.8:1, derde lid, onderdeel c, blijft buiten toepassing, indien zich incidentele en onvoorziene omstandigheden voordoen waardoor het aantal werknemers dat nodig is om een onbelemmerde voortgang van de dienst te waarborgen, onder het vereiste minimum komt. ### Artikel 5.3:4 **1.** Dit artikel is uitsluitend van toepassing op de werknemer die lid is van de vrijwillige brandweer. -**2.** Met uitsluiting van hetgeen in artikel 4.8:1 is bepaald, kan, ter aanvulling van artikel 5:11 van de wet en in afwijking van artikel 5:11, derde en vierde lid, van de wet dit artikel worden toegepast. +**2.** De werkgever organiseert in afwijking van artikel 4.8:1, derde lid, onderdeel a, de arbeid zodanig dat de werknemer ten hoogste eenmaal in elke aaneengesloten tijdruimte van 7 maal 24 uren een aanwezigheidsdienst wordt opgelegd. -**3.** Een aanwezigheidsdienst wordt, met inachtneming van het vierde lid, uitsluitend bij collectieve regeling bepaald. Elk beding waarbij op andere wijze dan in de eerste volzin is bepaald, gebruik wordt gemaakt van het vierde lid, is nietig. - -**4.** - -De werkgever organiseert de arbeid zodanig, dat de werknemer: - -a. ten hoogste éénmaal in elke aaneengesloten tijdruimte van 7 maal 24 uren en 10 maal in elke periode van 13 achtereenvolgende weken een aanwezigheidsdienst wordt opgelegd; -b. ten hoogste 10 uren in elke periode van 24 achtereenvolgende uren en in elke periode van 13 achtereenvolgende weken gemiddeld 48 uren per week arbeid verricht. +**3.** Artikel 4.8:1, derde lid, onderdeel c, kan eenmaal in elke aaneengesloten tijdruimte van 7 maal 24 uren buiten toepassing worden gelaten. ### Paragraaf 5.4. Brood- en banketbakkerij @@ -702,33 +682,13 @@ c. ten minste 2 maal in elke periode van 4 achtereenvolgende weken geen arbeid v ### Artikel 5.6:4 -**1.** Met uitsluiting van hetgeen in artikel 4.8:1 is bepaald, kan, ter aanvulling van artikel 5:11 van de wet en in afwijking van artikel 5:11, derde lid, onderdeel *a*, van de wet dit artikel worden toegepast. - -**2.** Een aanwezigheidsdienst wordt, met inachtneming van het derde en vierde lid, uitsluitend bij collectieve regeling bepaald. Elk beding waarbij op andere wijze dan in de eerste volzin is bepaald, gebruik wordt gemaakt van het derde en vierde lid, is nietig. - -**3.** De werkgever organiseert de arbeid zodanig, dat de werknemer ten hoogste 3 maal in elke aaneengesloten tijdruimte van 7 maal 24 uren en 26 maal in elke periode van 13 achtereenvolgende weken een aanwezigheidsdienst wordt opgelegd. - -**4.** - -In afwijking van het derde lid organiseert de werkgever gedurende ten hoogste 6 weken in elke periode van 52 achtereenvolgende weken de arbeid zodanig, dat de werknemer: - -a. ten hoogste 4 maal in elke aaneengesloten tijdruimte van 7 maal 24 uren en 26 maal in elke periode van 13 achtereenvolgende weken een aanwezigheidsdienst wordt opgelegd; -b. na die aanwezigheidsdienst of reeks van aaneengesloten aanwezigheidsdiensten een onafgebroken rusttijd heeft die ten minste even lang is als de voorafgaande aanwezigheidsdienst onderscheidenlijk reeks van aaneengesloten aanwezigheidsdiensten. +Vervallen #### Paragraaf . Piket ### Artikel 5.6:5 -**1.** Ter aanvulling van artikel 5:11 van de wet en in afwijking van artikel 5:11, derde lid, onderdeel *a*, van de wet kan dit artikel worden toegepast. - -**2.** Piket wordt, met inachtneming van het derde lid, uitsluitend bij collectieve regeling bepaald. Elk beding waarbij op andere wijze dan in de eerste volzin is bepaald, gebruik wordt gemaakt van het derde lid, is nietig. - -**3.** - -De werkgever organiseert de arbeid zodanig, dat de werknemer: - -a. piket voor ten hoogste een aaneengesloten tijdruimte van 7 maal 24 uren wordt opgelegd; -b. ten minste gedurende 8 maal een aaneengesloten tijdruimte van 7 maal 24 uren in elke periode van 13 achtereenvolgende weken geen piket, aanwezigheidsdienst of consignatie wordt opgelegd. +Vervallen #### Paragraaf . Militaire luchtvaart @@ -784,28 +744,19 @@ Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op arbeid verricht door de werkneme ### Artikel 5.9:1 -Voor de toepassing van deze paragraaf worden als inlichtingen- en veiligheidsdienst aangemerkt, de diensten als genoemd in artikel 6, eerste lid, en artikel 7, eerste lid, van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002. +Vervallen #### Paragraaf . Toepasselijkheid van de paragraaf ### Artikel 5.9:2 -Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op arbeid verricht door een werknemer van 18 jaar of ouder in dienst van een inlichtingen- of veiligheidsdienst. +Vervallen #### Paragraaf . Piket ### Artikel 5.9:3 -**1.** Ter aanvulling van artikel 5:11 van de wet en in afwijking van artikel 5:11, derde lid, onderdeel *a*, van de wet kan dit artikel worden toegepast. - -**2.** Piket wordt, met inachtneming van het derde lid, uitsluitend bij collectieve regeling bepaald. Elk beding waarbij op andere wijze dan in de eerste volzin is bepaald, gebruik wordt gemaakt van het derde lid, is nietig. - -**3.** - -De werkgever organiseert de arbeid zodanig, dat de werknemer: - -a. piket voor ten hoogste een aaneengesloten tijdruimte van 7 maal 24 uren wordt opgelegd; -b. ten minste gedurende 8 maal een aaneengesloten tijdruimte van 7 maal 24 uren in elke periode van 13 achtereenvolgende weken geen piket of consignatie wordt opgelegd. +Vervallen ### Paragraaf 5.10. Inwonend huishoudelijk personeel @@ -813,7 +764,7 @@ b. ten minste gedurende 8 maal een aaneengesloten tijdruimte van 7 maal 24 uren ### Artikel 5.10:1 -In afwijking van paragraaf 5.2 van de wet is, met uitsluiting van hetgeen in hoofdstuk 4 en de paragrafen 5.1 tot en met 5.9 en 5.11 tot en met 5.27 is bepaald, deze paragraaf van toepassing op arbeid als bedoeld in artikel 2.1:4. +In afwijking van paragraaf 5.2 van de wet is, met uitsluiting van hetgeen in hoofdstuk 4 en de paragrafen 5.1 tot en met 5.9 en 5.11 tot en met 5.28 is bepaald, deze paragraaf van toepassing op arbeid als bedoeld in artikel 2.1:4. #### Paragraaf . Wekelijkse onafgebroken rusttijd @@ -1273,7 +1224,7 @@ Vervallen ### Artikel 5.20:1 -Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op de werknemer van 18 jaar of ouder die arbeid verricht als arts, of die na het behalen van het doctoraal examen geneeskunde hiertoe in opleiding is, of als tandarts tot tandheelkundig specialist in opleiding is, of die als verloskundige werkzaam is in de intramurale gezondheidszorg. +Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op de werknemer van 18 jaar of ouder die arbeid verricht als arts, of als arts in opleiding, of als tandarts in opleiding tot tandheelkundig specialist, of die als verloskundige werkzaam is in de intramurale gezondheidszorg. #### Paragraaf . Arbeidstijd @@ -1287,27 +1238,11 @@ Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op de werknemer van 18 jaar of oude ### Artikel 5.20:3 -**1.** Met uitsluiting van hetgeen in artikel 4.8:1 is bepaald, kan, ter aanvulling van artikel 5:11 van de wet en in afwijking van artikel 5:11, derde lid, onderdelen a en c, ten aanzien van de arbeidstijd per periode van 24 achtereenvolgende uren, van de wet en in afwijking van artikel 4.4:1, tweede lid, ten aanzien van de verlenging van de arbeidstijd per dienst onderscheidenlijk van de inkorting van de onafgebroken rusttijd, dit artikel worden toegepast. +**1.** Dit artikel is uitsluitend van toepassing op de arts in opleiding tot specialist of de tandarts in opleiding tot tandheelkundig specialist. -**2.** Een aanwezigheidsdienst wordt, met inachtneming van het derde, vierde en vijfde lid, uitsluitend bij collectieve regeling bepaald. Elk beding waarin op andere wijze dan in de eerste volzin is bepaald, gebruik wordt gemaakt van het derde, vierde of vijfde lid, is nietig. +**2.** In afwijking van artikel 4.8:1, derde lid, onderdeel b, organiseert de werkgever tot en met 31 juli 2007 de arbeid zodanig dat een werknemer ten hoogste gemiddeld 58 uur per week in elke periode van 26 achtereenvolgende weken arbeid verricht. -**3.** - -De werkgever organiseert de arbeid zodanig, dat de werknemer: - -a. ten hoogste 26 maal in elke periode van 13 achtereenvolgende weken een aanwezigheidsdienst wordt opgelegd; -b. vóór een aanwezigheidsdienst een onafgebroken rusttijd heeft van ten minste 11 uren; -c. nà een aanwezigheidsdienst een onafgebroken rusttijd heeft van ten minste 24 uren; -d. ten hoogste 16 uren in elke periode van 24 achtereenvolgende uren arbeid verricht. - -**4.** Indien de werkzaamheden van de werknemer aan het einde van zijn aanwezigheidsdienst worden overgenomen en direct daaropvolgend worden voortgezet door een andere werknemer en een goede voortgang van die werkzaamheden overdracht noodzakelijk maakt, organiseert de werkgever de arbeid zodanig, dat de arbeidstijd per aanwezigheidsdienst onderscheidenlijk de onafgebroken rusttijd met ten hoogste 1 uur wordt verlengd onderscheidenlijk ingekort. - -**5.** - -In afwijking van het derde en vierde lid organiseert de werkgever, indien een aanwezigheidsdienst van ten hoogste 15 uren wordt opgelegd en de werknemer in deze periode ten hoogste 10 uren arbeid verricht, de arbeid zodanig, dat die werknemer: - -a. ten hoogste 5 maal in elke aaneengesloten tijdruimte van 7 maal 24 uren en 26 maal in elke periode van 13 achtereenvolgende weken een aanwezigheidsdienst wordt opgelegd; -b. vóór en nà een aanwezigheidsdienst een onafgebroken rusttijd heeft van ten minste 9 uren. +**3.** In afwijking van artikel 4.8:1, derde lid, onderdeel b, organiseert de werkgever van 1 augustus 2007 tot en met 31 juli 2009 de arbeid zodanig dat een werknemer ten hoogste gemiddeld 56 uur per week in elke periode van 26 achtereenvolgende weken arbeid verricht. #### Paragraaf . Bereikbaarheidsdienst @@ -1506,17 +1441,9 @@ Voor de toepassing van deze paragraaf wordt onder binnenwateren verstaan: de bin Met uitsluiting van hetgeen in paragraaf 5.19 is bepaald, is deze paragraaf van toepassing op arbeid die bestaat uit ambulancezorg en de direct daarmee samenhangende werkzaamheden, verricht door de werknemer van 18 jaar of ouder. -#### Paragraaf . Aanwezigheidsdienst - -### Artikel 5.27:2 - -**1.** In afwijking van artikel 4.8:1, derde lid, onderdeel b, kan dit artikel worden toegepast. - -**2.** De werkgever organiseert de arbeid zodanig dat de werknemer vóór en nà een aanwezigheidsdienst een onafgebroken rusttijd heeft van ten minste 11 uren, welke rusttijd in elke aaneengesloten tijdruimte van 7 maal 24 uren mag worden ingekort tot éénmaal ten minste 10 uren enéé nmaal ten minste 8 uren. - #### Paragraaf . Bereikbaarheidsdienst -### Artikel 5.27:3 +### Artikel 5.27:2 **1.** Ter aanvulling van artikel 5:11 van de wet en in afwijking van artikel 5:11, derde lid, onderdeel a, van de wet kan dit artikel worden toegepast. @@ -1526,17 +1453,37 @@ Met uitsluiting van hetgeen in paragraaf 5.19 is bepaald, is deze paragraaf van #### Paragraaf . Cumulatiebijzondere diensten -### Artikel 5.27:4 +### Artikel 5.27:3 Indien consignatie, aanwezigheidsdiensten en bereikbaarheidsdiensten worden opgelegd, organiseert de werkgever de arbeid zodanig, dat de werknemer ten hoogste 3 maal in elke aaneengesloten tijdruimte van 7 maal 24 uren en 26 maal in elke periode van 13 achtereenvolgende weken consignatie, een aanwezigheidsdienst of een bereikbaarheidsdienst wordt opgelegd. +### Paragraaf 5.28. Schippersinternaten + +#### Paragraaf . Begrip schippersinternaat + +### Artikel 5.28:1 + +Voor de toepassing van deze paragraaf wordt verstaan onder schippersinternaat: een in Nederland gevestigde privaatrechtelijke instelling met rechtspersoonlijkheid die een internaat beheert waarin specifiek huisvesting, verzorging en opvoeding geboden wordt aan kinderen van binnenschippers, kermisexploitanten of circusartiesten. + +#### Paragraaf . Toepasselijkheid van de paragraaf + +### Artikel 5.28:2 + +Deze paragraaf is van toepassing op arbeid verricht in een schippersinternaat door een hoofdgroepsleider, groepsleider of assistent-groepsleider, wier arbeid uitsluitend of in hoofdzaak bestaat uit het verrichten van werkzaamheden van opvoedkundige aard. + +#### Paragraaf . Aanwezigheidsdienst + +### Artikel 5.28:3 + +De werkgever organiseert in afwijking van artikel 4:8:1, derde lid, onderdeel a, de arbeid zodanig dat de werknemer ten hoogste 62 maal in elke periode van 26 achtereenvolgende weken een aanwezigheiddienst wordt opgelegd. + ## Hoofdstuk 7. Beboetbare feiten en daarmee samenhangende bepalingen ### Paragraaf . Beboetbaarstelling ### Artikel 7:1 -Het niet-naleven van de artikelen 3.1:1, 3.1:2, eerste tot en met derde lid, 3.2:1, 4.1:2, tweede lid, 4.1:3, tweede lid, 4.2:2, tweede lid, 4.2:3, tweede en derde lid, 4.3:1, tweede lid, 4.4:1, tweede lid, 4.5;2, tweede en vierde lid, 4.5:3, tweede en derde lid, 4.5:4, tweede lid, 4.5:5, tweede lid, 4.6:1, derde en vierde lid, 4.7:1, tweede lid, 4.8:1, derde en vijfde lid, 4.8:2, tweede lid, 4.8:3, tweede lid, 4.8:4, tweede en derde lid, 4.9:1, tweede lid”"lid”" moet zijn "lid,"5.1:3, tweede lid, 5.1:4, tweede lid, 5.1:5, tweede lid, 5.2:2, tweede lid, 5.2:3, tweede lid, 5.3:2, derde lid, 5.3:3, vijfde lid, 5.3:4, vierde lid, 5.4:2, derde lid, 5.4:3, derde lid, 5.5:2, tweede lid, 5.6:2, derde lid, 5.6:3, tweede lid, 5.6:4, derde en vierde lid, 5.6:5, derde lid, 5.7:2, tweede lid, 5.8:3, tweede lid, 5.9:3, derde lid, 5.11:2, tweede en derde lid, 5.12:2, tweede lid, 5.13:2, derde lid, 5.14:2, vijfde tot en met achtste lid, 5.14:3, derde lid, voor zover het betreft artikel 5.14:2, vijfde tot en met achtste lid, 5.14:5, derde tot en met zesde lid, 5.14:6, tweede lid, 5.14:7, tweede lid, 5.14:8, derde lid, 5.14:9, derde en vierde lid, 5.15:3, tweede lid, 5.15:4, tweede lid, 5.16:2, vierde lid, 5.16:3, tweede lid, 5.16:4, tweede lid, 5.16:5, tweede lid, 5.17:2, tweede lid, 5.18:3, derde lid, 5.18:4, derde lid, 5.19:2, derde lid, 5.19:3, derde lid, 5.19:4, 5.20:2, tweede lid, 5.20:3, derde tot en met vijfde lid, 5.20:4, derde lid, 5.20:5, 5.21:2, derde lid, 5.21:3, vierde lid, 5.22:2, tweede lid, 5.23:2, vierde lid, 5.23:3, tweede lid, 5.23;4, tweede lid, 5.24:2, tweede lid, 5.25:3, tweede lid, 5.26:3, derde lid, 5.26:4, tweede lid, 5.27:2, tweede lid, 5.27:3, derde lid, 5.27:4, 5.22:2, tweede lid, 5.22:3, tweede lid, en 8.1:1 alsmede het bepaalde krachtens artikel 3.1:2, vierde lid, levert een beboetbaar feit op. +Het niet-naleven van de artikelen 3.1:1, 3.1:2, eerste tot en met derde lid, 3.2:1, 3.3:1, 4.1:2, tweede lid, 4.1:3, tweede lid, 4.2:2, tweede lid, 4.2:3, tweede en derde lid, 4.3:1, tweede lid, 4.4:1, tweede lid, 4.5;2, tweede en vierde lid, 4.5:3, tweede en derde lid, 4.5:4, tweede lid, 4.5:5, tweede lid, 4.6:1, derde en vierde lid, 4.7:1, tweede lid, 4.8:1, derde lid, 4.8:2, tweede lid, 4.8:3, tweede lid, 4.8:4, tweede en derde lid, 4.9:1, tweede lid” 5.1:3, tweede lid, 5.1:4, tweede lid, 5.1:5, tweede lid, 5.2:2, tweede lid, 5.2:3, tweede lid, 5.3:2, derde lid, 5.3:3, tweede lid, 5.3:4, tweede lid, 5.4:2, derde lid, 5.4:3, derde lid, 5.5:2, tweede lid, 5.6:2, derde lid, 5.6:3, tweede lid, 5.7:2, tweede lid, 5.8:3, tweede lid, 5.11:2, tweede en derde lid, 5.12:2, tweede lid, 5.13:2, derde lid, 5.14:2, vijfde tot en met achtste lid, 5.14:3, derde lid, voor zover het betreft artikel 5.14:2, vijfde tot en met achtste lid, 5.14:5, derde tot en met zesde lid, 5.14:6, tweede lid, 5.14:7, tweede lid, 5.14:8, derde lid, 5.14:9, derde en vierde lid, 5.15:3, tweede lid, 5.15:4, tweede lid, 5.16:2, vierde lid, 5.16:3, tweede lid, 5.16:4, tweede lid, 5.16:5, tweede lid, 5.17:2, tweede lid, 5.18:3, derde lid, 5.18:4, derde lid, 5.19:2, derde lid, 5.19:3, derde lid, 5.19:4, 5.20:2, tweede lid, 5.20:3, tweede en derde lid, 5.20:4, derde lid, 5.20:5, 5.21:2, derde lid, 5.21:3, vierde lid, 5.22:2, tweede lid, 5.23:2, vierde lid, 5.23:3, tweede lid, 5.23;4, tweede lid, 5.24:2, tweede lid, 5.25:3, tweede lid, 5.26:3, derde lid, 5.26:4, tweede lid, 5.27:2, derde lid, 5.27:3, 5.28:3, 5.22:2, tweede lid, 5.22:3, tweede lid, en 8.1:1 alsmede het bepaalde krachtens artikel 3.1:2, vierde lid, levert een beboetbaar feit op. ## Hoofdstuk 8. Overgangs- en slotbepalingen