2018-11-23 | BWBR0017745 | Wet financiering sociale verzekeringen

This commit is contained in:
Coornhert 2018-11-23 12:00:00 +00:00
parent 077ceb5315
commit c295adfabc

View file

@ -245,7 +245,7 @@ Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt in afwijking in zoverre van artikel 8
### Artikel 24
**1.** Deze afdeling is niet van toepassing op overheidswerknemers en op overheidswerkgevers voorzover zij werkgever zijn van overheidswerknemers.
**1.** Deze afdeling is niet van toepassing op overheidswerkgevers voorzover zij werkgever zijn van overheidswerknemers.
**2.** In afwijking van het eerste lid is deze afdeling van toepassing ten aanzien van degenen die uitkering ontvangen op grond van de Werkloosheidswet, de Ziektewet, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, of hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en zorg, dan wel een toeslag op grond van de Toeslagenwet, indien zij die uitkering of toeslag uit hoofde van een dienstbetrekking als overheidswerknemer ontvangen.
@ -1597,12 +1597,6 @@ c. de uitkomst van de vergelijking tussen het cumulatief aantal banen, bedoeld i
**5.** Een krachtens het eerste lid vastgestelde ministeriële regeling wordt gelijktijdig aan de beide kamers der Staten-Generaal overgelegd. De ministeriële regeling treedt niet eerder in werking dan vier weken na de overlegging.
### Artikel 122na
**1.** Nadat bij regeling van Onze Minister op grond van artikel 122n, eerste lid, tot invoering van de quotumheffing voor de betreffende sector is besloten, wordt de quotumheffing, in afwijking van de artikelen 38e, eerste lid, en 122n, eerste lid, niet uitgevoerd met betrekking tot kalenderjaren die zijn gelegen vóór 1 januari 2022.
**2.** Ten aanzien van een kalenderjaar waarover de quotumheffing op grond van het eerste lid niet wordt uitgevoerd, wordt met overeenkomstige toepassing van artikel 38f een quotumpercentage vastgesteld voor de sector overheid, onderscheidenlijk voor de sector niet-overheid.
### Artikel 122o
Artikel 38h, achtste lid, vervalt met ingang van 1 januari van het vierde kalenderjaar na het kalenderjaar waarin de quotumheffing op grond van artikel 122n, eerste lid, is geactiveerd, tenzij voor die datum een voorstel van wet bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal is ingediend, dat een vergelijkbare regeling bevat voor de uitsluiting van de dwangsomregeling, bedoeld in artikel 38h, achtste lid.