diff --git a/beleidsregel/vennootschapsbelasting-dividendbelasting-fiscale-beleggingsinstelling/BWBR0034864/README.md b/beleidsregel/vennootschapsbelasting-dividendbelasting-fiscale-beleggingsinstelling/BWBR0034864/README.md index 4ddc221596f..f662dd9fe2d 100644 --- a/beleidsregel/vennootschapsbelasting-dividendbelasting-fiscale-beleggingsinstelling/BWBR0034864/README.md +++ b/beleidsregel/vennootschapsbelasting-dividendbelasting-fiscale-beleggingsinstelling/BWBR0034864/README.md @@ -3,7 +3,7 @@ titel: Vennootschapsbelasting, dividendbelasting; fiscale beleggingsinstelling bwb_id: BWBR0034864 type: beleidsregel status: geldend -datum_inwerkingtreding: '2016-01-11' +datum_inwerkingtreding: '2019-11-30' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0034864 citeertitel: Vennootschapsbelasting, dividendbelasting; fiscale beleggingsinstelling --- @@ -12,7 +12,7 @@ citeertitel: Vennootschapsbelasting, dividendbelasting; fiscale beleggingsinstel De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten. -*Dit besluit bevat het beleid dat ziet op de beleggingsinstelling, bedoeld in artikel 28 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969. Het is een herziene versie van het besluit van 15 september 2009, nr. CPP2009/813M. Gewijzigd is het volgende. Het besluit is aangepast aan het vervallen van de zogenoemde verklaring van geen bezwaar van de minister van Justitie. Toegevoegd is een goedkeuring die voorkomt dat bepaalde resultaten van vastgoedfondsen materieel beschouwd dubbel moeten worden uitgedeeld (5.1.2.). Ook is de ontheffing van de uitdelingsverplichting bij overschrijding van het zogenoemde civielrechtelijke dividendmaximum aangepast aan de wijziging van artikel 216 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek (6.1.2.). Verder is een (aanvullende) ontheffing verleend van de vereiste gelijke winstverdeling bij (onder andere) verschillende zogenoemde distributievergoedingen (6.2. onder d).* +*Dit besluit bevat het beleid dat ziet op de beleggingsinstelling, bedoeld in artikel 28 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969. Meest recent is dit besluit als volgt gewijzigd1Besluit van xxxxx, nr. xxx, Staatscourant xxxx. Toegelicht is dat bij projectontwikkeling in het algemeen een kostengerelateerde beloning onzakelijk is (onderdeel 3.7). Melding is gemaakt van de mogelijkheid van fiscale begeleiding bij reorganisatie van subfondsen (onderdeel 6.2.1). Goedgekeurd is dat de Wet spoedreparatie fiscale eenheid buiten aanmerking blijft bij de berekening van de uitdelingsverplichting (onderdeel 6.3).* ## 1. Inleiding @@ -92,7 +92,7 @@ In dergelijke gevallen keur ik op verzoek goed dat de status van beleggingsinste a. na ontdekking van deze misslag het aandelenbezit zo spoedig mogelijk is teruggebracht tot een toegestaan niveau; en b. de bank die de markt onderhoudt in de aandelen in de beleggingsinstelling tegenover mij aannemelijk maakt, dat zij onwetend was van de fiscale consequenties van haar gedragingen. -## 3.6. Onderworpen aandeelhouder met beperkt economisch belang +### 3.6. Onderworpen aandeelhouder met beperkt economisch belang Aan de Belastingdienst worden situaties voorgelegd waarin een aan een winstbelasting onderworpen lichaam de juridische eigendom heeft van de aandelen in de (beoogde) beleggingsinstelling, maar economisch slechts een beperkt belang heeft bij die aandelen. Men verzoekt het aan een winstbelasting onderworpen lichaam voor de toepassing van de aandeelhoudersvereisten slechts als aandeelhouder aan te merken naar evenredigheid van zijn beperkte economische belang. @@ -100,6 +100,16 @@ Dergelijke verzoeken wijs ik af. Alleen als een juridisch eigenaar geen enkel ec Bij deze uitleg heb ik mij onder andere laten leiden door de vergelijkbare opstelling van de wetgever met betrekking tot de juridische eigendom van verzekeraars bij de totstandkoming van de aandeelhoudersvereisten. De wetgever heeft toen uitdrukkelijk aangegeven dat ook een zeer beperkt economisch belang van de verzekeraar onvoldoende reden is om aan de juridische eigendom van de verzekeraar voorbij te gaan1Eerste Kamer, vergaderjaar, 1989–1990, 20 701, nr. 78d, blz. 16: ‘Wil er sprake zijn van economische eigendom dan is vereist dat het koersrisico volledig voor rekening van de economische eigenaar ligt. Ik ben echter bereid voor bestaande contracten waarbij sprake is van een zeer geringe afwijking van het hiervoor weergegeven uitgangspunt, toe te zeggen dat dit geen belemmering behoeft te zijn voor het aanmerken van de polishouders als economische eigenaar van de aandelen uitgegeven door de beleggingsinstelling. Een algemene verruiming gaat mij te ver.’*Eerste Kamer Vennootschapsbelasting 12 juni 1990 EK27, 27-1094*‘De heer Boorsma vroeg naar een overgangsregeling voor fractieverzekeringen, waarbij het belang bij de vermogenswinsten niet voor honderd procent bij de verzekerden ligt. In antwoord daarop kan ik mededelen dat ik bereid ben om voor bestaande contracten, waarbij sprake is van een geringe afwijking van die uitgangspunten, toe te zeggen dat dit geen belemmering behoeft te zijn voor het aanmerken van polishouders als economische eigenaren. Ik verwijs daarvoor volledigheidshalve naar bladzijde 16 van de nadere memorie van antwoord. Het lijkt mij dat deze toezegging voldoende mogelijkheid biedt als overgangsmaatregel.’. Voor de duidelijkheid merk ik nog op dat dit beleidsonderdeel niet meebrengt dat voor de aandeelhoudersvereisten in beginsel de juridische eigendom van een aandeel relevant is en het economische belang alleen in aanmerking moet worden genomen als sprake is van een volledig economisch belang. Doel en strekking van de aandeelhoudersvereisten brengen mee dat zowel de juridische eigenaar als de economische belanghebbende(n) in de beoordeling worden betrokken. Als bijvoorbeeld de juridische eigendom van alle aandelen is ondergebracht bij een niet aan een winstbelasting onderworpen lichaam, maar het economisch belang van de aandelen voor 45% of meer berust bij een wel aan een winstbelasting onderworpen lichaam, wordt niet voldaan aan de aandeelhoudersvereisten van artikel 28, tweede lid, onderdeel c. +### 3.7. Ontwikkelingsdochter; (on)aanvaardbaarheid cost-plus + +Projectontwikkeling is geen beleggen. Een FBI kan daarom zelf in beginsel2Wettelijke uitzondering geregeld in artikel 28, derde lid, onderdeel b. niet aan projectontwikkeling doen. Het houden van aandelen in en besturen van een zogenoemde ontwikkelingsdochter is wel mogelijk, krachtens artikel 28, derde lid, onder a. + +Kenmerkend voor de ontwikkeling van vastgoed door de ontwikkelingsdochter van artikel 28, derde lid, is dat het ‘lichaam in de ontwikkelingsfase substantiële zeggenschap heeft over de vormgeving van een project of als een lichaam substantieel risico loopt met betrekking tot de realisatie of de waarde van een project’3Kamerstukken II, 2005–2006, 30 689, nr. 3, p. 4. Deze substantiële inhoud van de werkzaamheden van een ontwikkelingsdochter brengt met zich mee dat geen sprake is van een routinematige functie, maar van een entrepreneursfunctie. Een dergelijke entrepreneursfunctie gaat gepaard met aanzienlijke en projectspecifieke unieke risico’s en de beloning ervan is niet te benchmarken door vergelijking met andere onafhankelijke partijen in de markt. Het past daarom in zijn algemeenheid niet om bij dergelijke activiteiten de zakelijke beloning te bepalen op basis van een kostengerelateerde beloning zoals de Cost-Plus methode of de Transactional Net Margin methode met een netto operationele winstmarge op de kosten als ‘profit level indicator’. + +De volledige waardemutatie van het ontwikkelde vastgoed vanaf de aanvang van de planfase/initiatieffase tot de voltooiing van het project kan bij de bepaling van een zakelijke vergoeding een goede aanwijzing vormen voor de beloning van de ontwikkelingsdochter; rekening houdend met de autonome waardemutatie van het ontwikkelde vastgoed, dat wil zeggen de waardemutatie niet veroorzaakt door de ontwikkeling van het vastgoed. + +Ook de bedoeling van het FBI-regime voor de ontwikkelingsdochter pleit tegen het gebruik van een kostengerelateerde beloning. De wetsgeschiedenis toont uitdrukkelijk dat de wetgever beoogt de volledige projectontwikkelingswinst bij de ontwikkelingsdochter in de belastingheffing te betrekken. Een kostengerelateerde beloning zou ertoe leiden dat (mogelijk) niet de volledige ontwikkelingswinst bij de ontwikkelingsdochter wordt belast en is in dergelijke situaties dan ook strijdig met de bedoeling van de wetgever. + ## 4. Aanvang status Een lichaam dat voldoet aan de wettelijke vereisten kan eerst met ingang van het daarop volgende jaar als beleggingsinstelling worden aangemerkt (artikel 10, eerste lid, BBI). Het kan voorkomen dat aan alle voorwaarden wordt voldaan behoudens dat door enkele dwingende formaliteiten de statuten niet meer vóór het begin van het volgende (boek)jaar kunnen worden aangepast (in het bijzonder valt hier te denken aan de tijd die verloopt tussen het opstellen van de statuten en het passeren van de akte bij de notaris). @@ -224,6 +234,14 @@ Het onderscheiden van de verschillende (sub-)fondsen binnen de NV met het oog op Opgemerkt wordt dat de goedkeuringen onder b, c en d zich naast elkaar kunnen voordoen. Wellicht ten overvloede wordt erop gewezen dat bij een paraplufonds de goedkeuring onder b niet wordt toegepast per subfonds maar op het fonds als geheel. +#### 6.2.1. Reorganisatie subfondsen (aandelenklassen) + +In de praktijk worden subfondsen (en aandelenklassen) regelmatig samengevoegd of gesplitst. Op verzoek wordt door mij goedgekeurd dat bij dergelijke samenvoegingen of splitsingen bestaande fiscale claims van de FBI en haar deelgerechtigden worden doorgeschoven, mits sprake is van een zakelijke reorganisatie en de doorschuif van de claims niet leidt tot (mogelijk) claimverlies. Per situatie zal worden beoordeeld welke voorwaarden hiervoor gesteld moeten worden. + +### 6.3. Spoedreparatie fiscale eenheid en berekening voor uitdeling beschikbare winst fiscale eenheid + +Bij de totstandkoming van de Wet spoedreparatie fiscale eenheid heb ik toegezegd dat de spoedreparatie buiten aanmerking blijft voor de berekening van de uit te delen winst4Kamerstukken II, 2018/19, 34.959, nr 7, blz. 13. Onder omstandigheden zou anders meer winst uitgedeeld moeten worden dan beschikbaar is. Gevolg gevend aan deze toezegging keur ik goed, vooruitlopend op aanpassing van het BBI, dat tot de bedragen bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdelen a tot en met g, van het BBI, mede wordt geacht te behoren: de winst die op grond van artikel 15, zestiende lid, tweede zin, van de wet in aanmerking wordt genomen. + ## 7. Dividendbelasting; herbeleggingsreserve De herbeleggingsreserve wordt aangemerkt als gestort kapitaal (artikel 3b van de Wet DB). Deze bepaling is ingevoerd om koers- en vervreemdingswinsten vrij van dividendbelasting ten laste van de herbeleggingsreserve te kunnen uitdelen.