2013-09-11 | BWBR0033845 | Inkomstenbelasting, inkomen uit sparen en beleggen (box 3)

This commit is contained in:
Coornhert 2013-09-11 12:00:00 +00:00
parent 629d74c9a9
commit c29dabae17

View file

@ -79,6 +79,14 @@ Volgens het wettelijk erfrecht wordt een nalatenschap van een ouder, die een ech
Voor de toepassing van de Wet IB 2001 wordt een renteloze geldvordering aangemerkt als een bezitting waarop een genotsrecht is gevestigd. Artikel 5.4 van de Wet IB 2001 is ook van toepassing op een renteloze geldvordering als hiervoor bedoeld, op voorwaarde dat binnen de kaders van het BW is bepaald of overeengekomen dat de geldvordering renteloos is.
### 3.2. Defiscalisering vruchtgebruik en bloot eigendom
In bepaalde vruchtgebruiksituaties wordt bij de langstlevende ouder de volledige waarde van de goederen in aanmerking genomen (artikel 5.4, derde en vierde lid, van de Wet IB 2001). De bloot eigendom van het kind wordt niet tot de bezittingen in box 3 gerekend. Een voorwaarde voor deze defiscalisering is dat het vruchtgebruik juridisch moet zijn gevestigd.
In de praktijk is gebleken dat de nabestaanden na het openvallen van de nalatenschap te weinig tijd hebben om het vruchtgebruik in juridisch opzicht te laten vestigen. Dit houdt in dat de defiscalisering niet vanaf de eerste peildatum voor box 3 na het openvallen van de nalatenschap van toepassing is. Als het vruchtgebruik formeel wordt gevestigd, is de defiscalisering pas vanaf dat moment van toepassing. In de praktijk leidt dit tot misverstanden.
Daarom keur ik met toepassing van artikel 63 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (de hardheidsclausule) goed dat de defiscalisering met terugwerkende kracht geldt vanaf de eerste peildatum voor box 3 na het openvallen van de nalatenschap. Ik stel hierbij de voorwaarde dat het recht van vruchtgebruik wordt gevestigd binnen twee jaren na het overlijden van de erflater.
## 4. Waardering
### 4.1. Het faillissement van de DSB Bank NV (DSB)